Menu Sluiten

Adriaan Johannes Willem Monnik

Burgemeester (1910-1945)

Adriaan Johannes Willem Monnik (Vorden, 19-11-1879 – Den Haag, 02-08-1951) was maar liefst 35 jaar burgemeester van Aalten. Op 22-05-1913 trouwde hij in Den Haag met Louise Wilhelmina de Waal Malefijt. Zij woonden in villa Zonneheuvel aan de Bredevoortsestraatweg in Aalten, waar later het overdekte zwembad zou komen.

In 1944 krijgt burgemeester Monnik opdracht er voor te zorgen dat 500 mannen uit Aalten in Zevenaar aanwezig zijn, om ingezet te worden voor het graven van militaire verdedigingswerken. Bij hem en zijn ambtenaren valt dan het besluit te weigeren en met zijn allen onder te duiken. Het bevolkingsregister wordt in veiligheid gebracht.

Tijdens zijn onderduikperiode werd Monnik vervangen door I.A. de Moor, voormalig burgemeester van Breskens en vandaar met vele andere NSB’ers gevlucht. Na de bevrijding keerde Monnik terug als burgemeester en ging op 1 november 1945 met pensioen.

In 1946 werd Monnik benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Op 2 augustus 1951 overleed hij in het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag, na een operatie.

Adriaan Johannes Willem Monnik ligt begraven op begraafplaats Berkenhove.

Burgemeester Monnik, ca. 1935

Interview 25-jarig ambtsjubileum

Ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester Monnik publiceerde de Graafschapbode op 8 maart 1935 een interview met de jubilaris, hieronder enigszins verkort weergegeven:

Wanneer we in de ruime burgemeesterskamer zitten, is vanzelf onze eerste vraag: Wilt U ons eens iets vertellen over uw allereerste jaren, schoolopleiding, enz.? We vernemen dan, dat Adriaan Johannes Willem Monnik den 19en November 1879 te Vorden geboren werd. De eerste twee schooljaren werden op de Chr. school in zijn geboorteplaats doorgebracht. Toen kwam er een gouvernante in huis. Eén kamer werd tot schoollokaal ingericht en hier werd de jeugdige leerling met nog één medeleerlinge, klaargemaakt voor het gymnasium.

Na dit lager onderwijs werd gedurende 3 jaar het Chr. gymnasium van Ds. van Lingen te Zetten bezocht. De studie moest toen om gezondheidsredenen onderbroken worden en werd later voortgezet aan de H.B.S. te Zutphen. Dan werden een jaar de colleges gevolgd van Prof. Hugo de Vries aan de Gem. Universiteit te Amsterdam.

Benoemd tot Burgemeester van Aalten

Het was altijd mijn streven,” vertelt ons de heer Monnik, “om ook nog eens burgemeester te worden, en toen Aalten openkwam werd ik op 23 Febr. 1910 benoemd tot burgemeester van Aalten.” Na de beëediging op 2 Maart werd op 15 Maart 1910 de heer Monnik hier als burgemeester geïnstalleerd. De oudste wethouder, Z.G. van Eerden, hield de installatierede. De burgemeester besloot zijn antwoordrede o.a. met de mededeeling: “lk zal doen wat des burgemeesters is.

Toentertijd was de heer B.H. Vaags gemeente-secretaris, wethouders waren de heeren Z.G. van Eerden en W. te Gussinklo. De Raad was als volgt samengesteld: F.H. Somsen, Th.A.M. Driessen, Sal. Gussinklo, L. Heusinkveld, H.A.J. Luiten (Sondern), J.P. Obbink, H.J. Veldhuis (Veis), Wander Nijhof, J. . Veldkamp (Breedev.), A.P. Slicher van Bath.

Tot zijn huwelijk was de heer Monnik in pension bij de dames Vaags, op de Kattenberg.

Belangrijkste besluiten, enz.

De burgemeester meent zich te herinneren, dat het eerste besluit geweest is. de aankoop van het oude huis van Heijmans op den hoek van de Koelmansteeg, voor de verbreeding van de ingang der Koelmansteeg (nu Stationsstraat). — De oude notulenboeken worden er bij gehaald, en ja, het klopt (het geheugen van onzen burgemeester is, tusschen twee haakjes, bijzonder goed): dit hoekhuis werd aangekocht voor ƒ 3500, waardoor er een behoorlijke ingang van de Stationsstraat kon komen.

Dan volgt op 27 April 1910 de opening van de tram, de G.W.S.M. lijn B (Lichtenvoorde, Breedevoort, Aalten, Bocholt).

Dadelijk in 1910 komt zijn liefde voor de volksgezondheid naar voren, eenige woningen worden onbewoonbaar verklaard. “Met de politiek heb ik me nooit veel bemoeid: ik voel veel meer voor volksgezondheid, woningbouw en dergelijke,” zegt de burgevader zoo en passant.

In 1910 krijgen we dan verder nog den bouw van de Koembrug, de eerste betonbrug in Aalten. De openbare school-verbouwing, de reorganisatie van het politiecorps (de heer Blom werd toen chef-veldwachter). Ook dateert de aanstelling van een voorwerker voor de gemeente-arbeiders van dezen tijd.

In 1911 kwam ter sprake: de afschaffing van het Duitsche geld, maar het duurde nog tot Juli 1914 voor het ingevoerd werd. Door het groote getal arbeiders dat destijds naar de Bocholtsche fabr. gingen werken en die allemaal bij een Duitsche ‘Krankenkasse’ waren aangesloten, was hier een moeilijke ‘Krankenkasse-quaestie’ ontstaan, die ook nu opgelost werd.

In Maart 1911 werd hier een wekel. markt voor groenten, kippen, eieren en visch ingevoerd. De verbetering van de afwatering van het Goor kwam ook een groote stap verder door de stichting van het Waterschap der Baaksche Beek. Bij een oud convenant was bepaald, dat de Veengoot niet uitgediept mocht worden, zoodat afwatering van het Goor onmogelijk was. Door de stichting van het Waterschap kon er nu verandering komen. In 1911 werden ook de Lankhofstraat en de Ormelstraat aangelegd.

Het zou ons te ver voeren, om zoo jaar voor jaar uitvoerig te behandelen. We zullen de volgende jaren met een beetje ‘versnelde pas’ doorwandelen en meer als jaartal memoreeren. We krijgen dan in: 1912 de pensionneering van veldwachter Heersink.

Den 22en Mei 1913 treedt de heer Monnik in het huwelijk met L.W. de Waal-Malefijt. Het pension van de dames Vaags wordt verwisseld voor ‘Zonneheuvel‘.

Den 21en Febr. 1914 besluit de Raad nieuwe scholen te bouwen in IJzerlo en op de Haart. 13 Maart van hetzelfde jaar volgde de onderwijzerswoning in Aalten. In Febr. werd ook begonnen met den woningbouw aan den Haartschen weg.

1 Augustus krijgen we dan het begin van den grooten wereldoorlog, die tal van moeilijkheden meebracht. Langzamerhand werden alle levensmiddelen, enz. schaarscher en krijgen we ’t tijdperk der distributie. Wat ’n drukte en moeilijkheden bracht die mee! Wij leverden in dien tijd 1.000.000 K.G. rogge en waren één van de grootste roggeleverende gemeenten van het land.

In Sept. 1914 wordt de verordening op de herbergsluiting van kracht en krijgen we de ‘zwarte lijst’. Den 31 October wordt de post ‘nachtwakers‘ geschrapt en op 1 Januari 1915 behoort de nachtwaker te Aalten tot het verleden.

In het laatst van 1917 sprak de Raad zich in principe uit voor overname der Gasfabriek. Het besluit tot overname werd genomen op 19 Dec. 1918. De Raad nam toen de gasfabriek over voor ƒ 115.000 plus ƒ 29.602,87 voor de leidingen, gasmeters, enz. De dag van overname was 2 Mei 1919.

Na den wapenstilstand, toen de krijgsgevangenen naar de grens kwamen, heette het, dat er 30.000 hier naar toe zouden komen. Gelukkig namen ze in Bocholt een andere richting. Toch kregen we ook hier ons deel in November 1918, n.l. Franschen en Italianen, die in het Feestgebouw en in de fabriek der N.V. Textiel Mij. werden ondergebracht. Uitgehongerd waren de menschen. “Met die Italianen beleefden we nog wat eigenaardigs,” vertelt ons de burgemeester, “we hadden ze allemaal wat van onze prachtige zeep, waarvan we toen een heelen voorraad hadden, gegeven om zich eens frisch te kunnen wasschen, maar den volgenden dag was alle zeep door de Italianen opgegeten!

26 Febr. 1920 werd den ‘Oosterman‘ aangekocht met de bedoeling hier de nieuwe begraafplaats te maken. Dit plan is niet doorgegaan. Later in 1922 werd een ander terrein hiervoor bestemd, het tegenwoordige ‘Berkenhove‘.

In Aug. 1920 werd een begin gemaakt met de straatnamendoop. De eerste is de ‘Oranjestraat’ te Breedevoort. Ook had in Augustus de aanbesteding plaats van den Gendringschen weg.

19 Mei 1922 wordt de veemarkt naar de binnenmarkt verplaatst. In de laatste jaren is echter de veemarkt weer in eere hersteld. In dit jaar werd ook de keuringsdienst ingevoerd. Dr. Rexwinkel werd keuringsveearts. Den 11en April werd het slachthuis overgenomen.

Dan krijgen we de laatste jaren, die ons allen nog versch in het geheugen liggen. Diverse wegen werden in deze jaren verhard: Sondernweg in ’29. Haartscheweg in 1929. Een Ringweg werd aangelegd, 24 Aug. 1928 en nu het Natuurbad ’t Walfort, een werk van de allerlaatste jaren.

De Wethouders in deze 25 jaren

Het is wel interessant ook even na te gaan welke wethouders we in deze 25 jaren gehad hebben. In 1910 waren er, zooals we reeds vermeldden Z.G. van Eerden en W. te Gussinklo. Na den dood van Van Eerden werd in Mei 1916 de heer Theod. Driessen wethouder, die in 1918 weer is afgetreden. We krijgen dan voor een kort poosje den heer F H. Somsen. Van 2 Sept. 1919 tot 4 Sept. 1923 zijn wethouders de heeren H.J.J.G. ten Dam en Joh. Obbink. Dan neemt de heer F.H. Somsen de plaats in van den heer ten Dam (4 Sept. 1923) en op 8 Maart 1926 volgt de heer A. Brethouwer den heer Obbink op. De heeren Somsen en Brethouwer zijn heden nog als wethouders in functie.

Als secretaris volgde op 1 Febr. 1930 de heer S. Bijlsma zijn voorganger, den heer B.H. Vaags op. Op 29 Jan. 1924 ging de gemeente-ontvanger, de heer F.H. Freriks, met pensioen. De heer F. Heisterman werd toen als ontvanger benoemd. Bij Gemeentewerken kwam na het overlijden van den heer J. Brill, de heer Tilbusscher als gemeente-architect, die door den heer H. Rollman wordt bijgestaan.

Andere functies van den jubilaris

Naast zijn eigen drukken werkkring stelt de burgemeester vooral belang in het onderwijs. De heer Monnik is penningmeester van den Bond van schoolbesturen, onderwijzers en voorstanders van het Chr. onderwijs in den Geld. Achterhoek en omgeving.

Ook is hij bestuurslid van de Groen van Prinsterer Kweekschool te Doetinchem. Verder nog commissaris van de N.V. Waterleiding Oostel. Gelderland en Lid van den Raad van Toezicht der N.V. ‘De Graafschap’, Drukkerij en Uitgeverij.

We zijn ten slotte nog nieuwsgierig naar de meening van den burgemeester over de vooruitzichten van onze Gemeente in de naaste toekomst.

Deze voorbijgegane 25 jaren,” zegt de heer Monnik, “zijn zeker niet gemakkelijk geweest. Eerst de oorlogsjaren en nu de misschien nog moeilijker na-oorlogsche periode met haar groote achteruitgang op ieder gebied, haar groote werkloosheid, met de werkverschaffing en alles wat daar aan vast zit. Mijn vrouw is mij bij deze moeilijkheden steeds tot zeer grooten steun geweest.

Wat de werkverschaffing betreft kunnen we nog vermelden, dat op 24 Nov. 1916 ‘Patrimonium‘ om werkverschaffing verzocht. De eerste werkverschaffing was het grintgraven in 1918. Op 30 Mei 1917 ging Aalten, als één van de eerste gemeenten over tot werkloosheidsverzekering.

De burgemeester vervolgt dan: “Wij als Gemeente, staan er niet zoo slecht voor. Dit is een zeer zwaar jaar, zeker, maar ik zie aankomen, dat het langzamerhand beter wordt. We zullen met vertrouwen voortgaan, één oog naar boven, één oog naar binnen. De hand aan de ploeg, dan zal het einde goed zijn. We moeten zoeken niet wat verdeelt, maar wat samenbindt!

Bronnen (o.a.)

Leestip

‘Van Maire Stumph tot Burgemeester Stapelkamp’, door Leo van der Linde

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen