Categorie: Religie

  • Ds. Jan Derk Stegeman

    Ds. Jan Derk Stegeman

    NH predikant

    Jan Derk Stegeman werd op 26 juli 1875 geboren in Dedemsvaart, zoon van godsdienstonderwijzer Frederik Stegeman en Janna Harmina te Winkel. Hij bezocht het gemeentelijk gymnasium te Doetinchem en studeerde vervolgens eerst een jaar aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam en daarna nog enkele jaren aan de Rijksuniversiteit te Utrecht.

    Nadat Stegeman in mei 1899 door het provinciaal kerkbestuur van Friesland was toegelaten tot de evangeliebediening in de Nederlandse Hervormde Kerk werd hij op 3 september van datzelfde jaar door ds. J.C. van Hoeve, predikant te Schoonebeek, bevestigd als predikant van de hervormde gemeente van Nieuw Amsterdam.

    Aalten

    Op 24 augustus 1899 trouwde Jan Derk Stegeman in Den Haag met Hendrika van Dorp (Zoetermeer, 24-10-1873). Samen kregen zij zes kinderen. In 1913 kwam hij als predikant van de hervormde gemeente naar Aalten. Vanaf 1920 zette hij zich in voor de hervormde school, van 1920 tot 1946 als voorzitter van het bestuur. Hij woonde in de hervormde pastorie aan de Whemerstraat.

    Dominee Stegeman stond bekend als een zeer geestige en markante persoonlijkheid. De verstandhouding met zijn collega’s, die hem ‘de bisschop’ noemden, was zeer goed. In september 1929 vierde hij zijn 30-jarig, en in 1964 zijn 65-jarig ambtsjubileum, een jaar voordat hij 90 werd! In 1955 werd de hervormde school aan de Varsseveldsestraatweg naar hem vernoemd, de ‘Ds. Stegemanschool‘.

    Emeritaat

    Na zijn emeritaat bleef Stegeman op vele terreinen actief, bijvoorbeeld in de vorm van huisbezoek bij oudere mensen, drankbestrijding en ziekenverpleging. Ook vervulde hij tal van preekbeurten. Hij was vele jaren penningmeester van de classicale zendingsvereniging in de classis Zutphen, secretaris van het bestuur van de Julianaschool, bestuurslid van de Breukelaarschool en ook bestuurslid van de Aaltense afdeling van het Nederlands Bijbelgenootschap.

    Stegeman was bovendien een zeer actief lid van de redactie van weekblad ‘De Wachter’ en van zijn hand verschenen de boeken ‘Aan mijne gemeente’ (uitgeverij Gebr. De Boer, 1938) en ‘Van rijke dingen’ (uitgeverij De Graafschap, 1941).

    In 1958 erkende de regering de verdiensten van ds. Stegeman door hem te benoemen tot ridder in de orde van Oranje Nassau.

    Dominee Stegeman overleed op 21 februari 1970 op 94-jarige leeftijd en ligt begraven op begraafplaats Berkenhove.

  • Joden in Aalten en Bredevoort

    Joden in Aalten en Bredevoort

    Na de Unie van Utrecht heerste in Nederland vrijheid van godsdienst. Daardoor kwamen in het begin van de 17e eeuw veel Joden naar Nederland. De eerste Joden in Aalten werden gedocumenteerd omstreeks 1630. Aalten was toen een kleine, geïsoleerde en gesloten agrarisch-ambachtelijke dorpsgemeenschap met een arme en nog in hoge mate bijgelovige bevolking.

    Men keek vreemd aan tegen de Joden met hun afwijkende godsdienst, gebruiken en kleding. De bevolking plaatselijke bevolking beschouwde hen nog lang als vreemdelingen. Tot aan de Napoleonitische tijd bleef het aantal joden beperkt tot vier gezinnen, die in de afgelegen straten van het dorp Aalten woonden. Als beroep werd meestal ‘koopman’ vermeld.

    Bredevoort

    Al in 1631 had Bredevoort Joodse inwoners. Deze woonden destijds met name rondom de Hozenstraat, waar zij ook een eigen begraafplaats hadden, in de volksmond ‘De Timp’ geheten. Omstreeks 1700 richtte een Joodse handelaar in manufacturen in Bredevoort een huissynagoge in. In 1714 verhuisde deze huissynagoge naar een ruimere locatie, een grote stenen schuur op de Ganzenmarkt tussen de Hozenstraat en Gasthuisstraat. Deze schuur staat er nog altijd. Ook Joden uit Aalten en Lichtenvoorde bezochten deze synagoge.

    Tot 1821 viel de gemeenschap nog onder Winterswijk, maar in 1830 werd het een zelfstandige gemeente. Omstreeks 1830 werd dan ook een echte synagoge gebouwd aan de Vismarkt.

    Rond 1800 telde de Joodse gemeente in Bredevoort bijna evenveel leden als de Aaltense gemeente, maar ging in de loop van de 19e eeuw gestaag in omvang achteruit. In 1900 waren er onvoldoende leden om regelmatig diensten te houden en werd de Bredevoortse gemeente bij die van Aalten gevoegd.

    Het gebouw aan de Vismarkt diende nog tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog als synagoge. Omstreeks 1920 werd de synagoge verbouwd tot woonhuis. Tegenwoordig is het gebouw een gemeentelijk monument.

    Aalten

    Pas in 1776 wordt voor het eerst melding gemaakt van een ‘Jodenkerk’ in Aalten. Dat moet ook een huissynagoge zijn geweest. Tussen 1800 en 1850 groeide de Joodse gemeenschap in Aalten in aantal van 39 tot 70, voornamelijk door gezinsuitbreiding in de bestaande Joodse families: het aantal huishoudens nam nauwelijks toe.

    In 1857 nam men de synagoge aan de Stationsstraat in gebruik. De Joodse gemeente verkreeg in 1852 de begraafplaats aan de Haartsestraat in eigendom, maar werd al eerder (we weten niet hoe lang) gebruikt om er de doden te begraven.

    In de periode 1870-1900 nam het aantal Joodse inwoners in Aalten af van 80 naar 50. Dit moet uit plaatselijke omstandigheden verklaard worden: het aantal Joden dat met een kleine nering in zijn levensonderhoud moest voorzien, was door de sterke groei in de daaraan voorafgaande jaren te groot geworden voor de nauwelijks gegroeide (door emigratie zelfs enigszins teruggelopen) Aaltense bevolking. Een deel van de Aaltense Joden trok daarom ook weg, vooral naar de wat grotere steden in Oost-Nederland (Arnhem, Zutphen, Deventer).

    Pas toen de totale bevolking van Aalten weer begon toe te nemen, kon ook het aantal mensen dat in de kleine handel werkte weer groeien. En dat gebeurde ook, niet alleen door geboorteoverschot, maar voor het eerst sinds lange tijd ook door vestiging van nieuwe families.

    Omstreeks 1900

    Begin 1900 telde het kerkbestuur drie leden. Er was een godsdienstschool met één onderwijzer en een ritueel bad. Naast een begrafenisvereniging voor mannen kende Aalten een vrouwengenootschap dat hulp bood bij ziekte en overlijden.

    De Joodse gemeente in Aalten was gelovig, al deed de één er misschien wat meer aan dan de ander. De sociale controle speelde daarbij wel een rol. De sabbatsregels werden echter, om economische redenen, niet altijd even strikt nageleefd.

    De Joodse gemeente in Aalten bestond overwegend uit veehandelaars en slagers. Het feit dat binnen de kleine gemeente velen tot dezelfde beroepsgroep behoorden leidde veelvuldig tot ruzies, die nogal eens in of bij de synagoge werden uitgevochten. Deze spanningen en twisten, tussen rituele slachters die moesten bepalen of een koe koosjer was, en tussen slagers die wilden verkopen, waren evenzeer onderdeel van de Joodse cultuur in Aalten als de onderlinge hulp in geval van ziekte en armoede.

    Integratie

    Werden de Joden in de 17e en 18e eeuw nog als vreemdelingen gedoogd, in de 19e eeuw vond geleidelijk een proces van integratie plaats. Dit leidde ertoe dat de Joden in het begin van de 20e eeuw een geaccepteerde minderheid vormden. Ze vervulden bijvoorbeeld bestuursfuncties in verenigingen als Aaltens Belang, de Oudheidkamer en het Feestgebouw.

    Marcus Gans was medeoprichter van pijpenfabriek Peters en Gans aan de toenmalige Gasthuisstraat. Bij de oprichting van de zuivelfabriek waren Joodse veehandelaren als aandeelhouders betrokken. De openbare school kende Joodse onderwijzeressen, de Aaltense Orkestvereniging, toneelvereniging Thalia en Symphonia telden Joodse leden. Joodse leden maakten deel uit van de Aaltense afdeling van het Nationaal Crisis Comité en de vrijwillige brandweer.

    De meeste Joodse kinderen hadden ook niet-Joodse vrienden en vriendinnen en ook de ouderen gingen doorgaans vriendschappelijk met niet-Joden om. Bij officiële gebeurtenissen in Joodse kring was het gemeentebestuur officieel vertegenwoordigd.

    Vluchtelingen uit Duitsland

    In de jaren na 1933 kwam een vluchtelingenstroom op gang vanuit Duitsland. Na de Reichskristallnacht in 1938 nam die stroom nog sterk in omvang toe. Een klein deel van hen die men toeliet tot Nederland mocht zich in Aalten vestigen. De meesten werden doorgestuurd naar speciale vluchtelingenkampen die op verschillende plaatsen in het land waren ingericht.

    Op 1 januari 1942 telde Aalten 17 inwoners met de Duitse nationaliteit (die ze overigens op 25 november 1941 officieel verloren hadden: de Duitse vluchtelingen waren feitelijk staatloze burgers geworden). In de eerste weken en maanden van de Duitse bezetting bleef in Aalten alles nog rustig. Maatregelen die men tegen de Joden nam, raakten de Joodse gemeenschap in Aalten in het eerste jaar nog niet direct. Wat op den duur wel gevolgen zou hebben was de registratie van alle Joodse inwoners in het najaar van 1940. 63 kaarten werden naar Arnhem gestuurd.

    Keuzes

    In 1941 begon de verdrijving van Joden uit het openbare leven. Eerst verschenen er steeds minder advertenties van Joodse middenstanders in de kranten, daarna kwamen de verordeningen die hen de deelname aan openbare bijeenkomsten en de toegang tot de publieke ruimten verboden. Joodse leerlingen werden uit het onderwijs geweerd. In datzelfde jaar 1941 viel het eerste Joodse slachtoffer uit de Aaltense Joodse gemeente als gevolg van een razzia.

    De lijst van speciaal voor Joden geldende verboden en verplichtingen bleef groeien en in de zomer van 1942 begonnen de deportaties. Men moest besluiten om al of niet onder te duiken. Wie niet koos voor het laatste werd ingezet voor wat heette ‘de werkverruiming in het oosten’ en – zo weten we achteraf – in de gaskamers vermoord.

    Onderduik

    Op 13 juli 1942 werd in vijfvoud het overzicht van de Aaltense Joden opgestuurd naar de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam. Dat was het begin van het einde.

    Met uitzondering van de NSB-ers gedroeg de niet-Joodse bevolking van Aalten zich over het algemeen behulpzaam. Wel kan men achteraf zeggen, dat zowel Joden als niet-Joden het gevaar hebben onderschat en de zwaarte van de maatregelen niet hebben ingezien.

    Op 4 oktober 1942 werden 10 Aaltense Joden, familieleden van Joden die uit enkele gesloten werkkampen naar Westerbork waren overgebracht, op transport gezet naar het doorgangskamp en vandaar naar Polen. Kort daarna werden zij ‘wegens vertrek naar het buitenland’ uit het bevolkingsregister afgevoerd.

    Binnen een maand daarna waren 37 Aaltense Joden ondergedoken. Zij werden ook uit het bevolkingsregister geschrapt met de toevoeging v.o.w. (vertrokken, onbekend waarheen). Begin 1943 doken nog eens 15 Aaltense Joden onder. De overige 25 zijn via Vught of Westerbork gedeporteerd. Daarmee was Aalten op 10 april 1943 officieel Judenrein.

    Slachtoffers

    De huizen van de weggevoerde families werden leeggehaald (ten behoeve van Duitse Bombengeschädigte) en opnieuw verhuurd. Openstaande rekeningen en vervoerskosten werden betaald door Lippmann en Rosenthal, de bank in Amsterdam waar alle Joodse vermogens waren ondergebracht.

    Dook men in 1941 nog tijdelijk onder, vanaf oktober 1942 kreeg de onderduik een permanent karakter. Lang niet iedereen keerde terug uit de onderduik.

    Van de 52 ondergedoken Joden zijn er uiteindelijk drie tijdens hun onderduikperiode overleden en zes na verraad opgepakt, weggevoerd en vermoord. Er zijn ook Joden geweest die in Aalten geboren werden, er al of niet een groot deel van hun leven doorbrachten, maar die tijdens de bezetting door verhuizing elders in Nederland woonden. Over hun lot zijn de gegevens niet volledig. Tellen we hen mee, dan is het aantal slachtoffers uit Aalten veel groter dan de 34 van wie we het zeker weten.

    Na de oorlog

    De 46 leden van de Joodse gemeente in Aalten die de oorlog overleefd hadden waren ontredderd. Velen hadden een groot deel van hun familie verloren en bezaten ook niets meer. Hun pogingen om iets van hun vroegere bezittingen terug te krijgen ontmoetten niet altijd medewerking en stuitten vaak ook op onwil.

    Het aantal Joden in Aalten liep na de oorlog gestaag terug. Jongeren vertrokken naar Israël of naar het westen van het land, de ouderen stierven. In 1965 bedroeg het aantal nog 28, in 1981 21, en nu is er nog maar een enkeling.

    Tip


    Het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten vertelt met ‘kleine’ verhalen de grote geschiedenis van verzet, onderduiken en vrijheid voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het museum gaat in op de keuzes en dilemma’s van gewone burgers aan de Nederlands-Duitse grens en gebruikt de verhalen van toen om het gesprek over nu te voeren.

    nationaalonderduikmuseum.nl

    Bronnen


  • Zondagsschool Dale West

    Zondagsschool Dale West

    Aladnaweg 3, Dale

    Ongeveer op de locatie waar tegenwoordig buurtschapshuis ’t Romienendal is, aan de huidige Aladnaweg, stond vroeger zondagsschool Dale West (Elshoek).

    De zondagschoolvereniging Dale werd opgericht op 2 maart 1928. Het doel van de vereniging was ‘oprichting en instandhouding van een christelijke zondagschool’. Er was ook een zondagsschool Dale Oost, aan de Walfortlaan.

    Het zondagsschoolgebouwtje werd op 23 oktober 1936 in gebruik genomen en verving een ouder ‘zondagsschoolhuusken’, ongeveer 500 meter zuidelijker aan de Slatdijk. Dat oudere gebouwtje bevond zich op het terrein van boerderij ‘Nooitgedacht‘, eigendom van Derk Willem Neerhof. Daar had men 60 jaar mogen vergaderen.

    Nieuwe eigenaar

    In 1986 werd de zondagsschool aan de Aladnaweg te klein en voldeed niet meer aan de eisen van die tijd. Voorheen maakten de zondagsschool en de jeugdclubs gebruik van het gebouw en gaf men af en toe een verjaardagspartijtje. De zondagsschoolvereniging had tot dan toe het gebouw beheerd en onderhouden, wat financieel steeds moeilijker werd. Bovendien wilde men meer mogelijkheden om andere verenigingen op te richten en te huisvesten. Daarom werd in december 1986 een nieuwe vereniging voor een Gebouw voor algemeen Christelijke Belangen te Dale opgericht.

    Deze vereniging nam het oude zondagsschoolgebouw over van de zondagsschoolvereniging. Zij onderzochten allerlei mogelijkheden, maar uitbreiding van het gebouwtje bleek een onmogelijke zaak. Het roer werd omgegooid en het naastgelegen perceel werd aangekocht.

    ’t Romienendal

    Om de financiële kant van de zaak rond te krijgen begon men acties te houden, zoals een rommelmarkt, een oldtimershow en een rondgang onder de leden. Ook verstrekte de gemeente Aalten een lening. Met dit alles en heel veel hulp van klussende leden kwam nieuwe gebouw tot stand. Op 3 april 1991 werd ‘t Romienendal officieel geopend.


    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1934

    Dale 34 > 17 (oude locatie)

    Zondagsschoollokaal

    Adresboek 1967

    Dale 27/1 > Slatdijk 7 (nieuwe locatie)

    Zondagsschoollokaal

    Kenmerken


    Kadastraal nr.O-1090
    FunctieZondagsschool
    Bouwjaar1936
    Sloopca. 1990

    Bronnen


  • Zondagsschool Dale Oost

    Zondagsschool Dale Oost

    Walfortlaan 2a, Dale

    De zondagsschoolvereniging “Walfort” te Dale werd volgens de statuten opgericht in november 1934. Dit is de datering van de eerste bestuursvergadering. De vroegst genotuleerde ledenvergadering dateert echter van 28 november 1930.

    Blijkens een krantenbericht uit 1937 werd er voor de oprichting van dit gebouwtje zondagsschoolonderwijs gegeven in Havezathe ’t Walfort.

    Wegens gebrek aan belangstelling zijn de zondagsschoolactiviteiten in 2000 stopgezet. Het schoolgebouw is in 2007 verkocht. Het archief van de vereniging is in 2013 geschonken aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers.

    Er was ook een zondagsschool Dale West, bij het huidige Romienendal aan de Aladnaweg.


    Adresboek 1967

    Dale 151/1 > Walfortlaan 2

    Zondagsschoollokaal

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-161
    FunctieZondagsschool
    Bouwjaar1935
    Monumentnee
  • Zondagsschool Lintelo Veur

    Zondagsschool Lintelo Veur

    Sondernweg 9, Aalten

    Voormalig zondagsschooltje daterend uit het begin van de 20e eeuw, gerestaureerd en verbouwd tot vakantiehuisje.

    In de negentiende eeuw had dominee Breukelaar er voor gezorgd dat er zondagsscholen kwamen in Aalten. Voor kinderen in de omliggende buurtschappen werd de zondagsschool bij iemand thuis op een boerderij gehouden, zodat de kinderen niet helemaal naar het dorp hoefden te gaan. Allengs ontstond in de buurtschappen de behoefte om hiervoor een lokaal of zondagsschoolhuuske te bouwen. Er verschenen in totaal negen zondagsschooltjes, waarvan er slechts enkele bewaard zijn gebleven.

    In de buurtschap Lintelo waren vroeger twee zondagscholen. In de kern van Lintelo was een zondagsschooltje aan de Schooldijk, maar deze is al rond 1950 gesloopt. De zondagsschool ‘Lintelo Veur’ is in 1924 gebouwd. Het schooltje had oorspronkelijk twee lokalen en is behoorlijk ruimer van opzet dan de meeste zondagsscholen in de gemeente Aalten.

    Oprichting

    Dat de plannen in Lintelo serieus waren bleek uit de officiële publicatie in de Staatscourant van oprichting van de ‘Zondagschoolvereniging te Vóór Lintelo’. Op een vergadering in mei 1924 besloten de 17 aanwezige leden dat er een ‘lokaal’ gebouwd moest worden, te gebruiken als zondagsschool voor kinderen uit Lintelo.

    Om het lokaal te bouwen was er geld en land nodig. Om aan geld te komen hield men een collecte in Lintelo, maar ook in de omliggende buurtschappen. Er werden prijzen opgevraagd bij verschillende aannemers. In eerste instantie dacht men aan een gebouw met één groot lokaal van acht bij vijf meter. Uiteindelijk besloot men dat het gebouw groter moest worden, weliswaar duurder, maar – zo was de redenatie – wel goedkoper per vierkante meter.

    Het gebouw zou twee lokalen krijgen en een aparte berging. Men hield een tweede collecte om extra geld op te halen. Ook vond men de benodigde grond. Voor een symbolisch bedrag werd een stukje land overgenomen van de voormalige boerderij Schenk, op de hoek van de Veldweg en Sondernweg.

    Vanaf 1925 kwamen de de kinderen iedere zondag naar ‘Lintelo Veur’. Jaarlijks was er met Pasen een groter kinderfeest. Dit ging zo door tot aan de oorlog. In de oorlog confisqueerde de bezetter de zondagsschool als opslag. De zondagsschool werd noodgedwongen weer op een boerderij gehouden. Direct na de oorlog wees men de zondagsschool aan als noodwoning.

    Het duurde nog tot eind 1950 voor de vereniging na een rechtszaak het gebouw weer terugkreeg. Het gebouw werd weer opgeknapt en was net voor kerst klaar. Met een feestelijke kerstviering nam men de zondagsschool weer in gebruik. Met dit kerstfeest is een nieuwe traditie geboren dat tot midden jaren 90 doorging. Ieder kind kreeg jaarlijks een boek tijdens het kerstfeest. In een schriftje hield men keurig bij welk kind welk boekje wanneer heeft gekregen.

    Gaandeweg liep het aantal kinderen dat de zondagsschool bezocht terug. Ruim zeventig jaar na de oprichting van ‘Zondagschoolvereniging te Vóór Lintelo’ besloot men eind 1995 tot opheffing. Het pand werd verkocht.

    Monument

    Vijf jaar later, in 2000, werd de zondagsschool op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, omdat “het een goed voorbeeld is van een traditionele school uit de vroege 20ste eeuw. Met de sterk beeldbepalende ligging is het van bijzonder belang voor de oorspronkelijke karakter van het gebied. Het is van belang voor het zichtbaar houden van de ontwikkeling van het onderwijs in de gemeente Aalten in de twintigste eeuw“.

    Het gebouwtje werd hierna regelmatig gebruikt voor feestjes en als oefenruimte voor een bandje. Maar de staat van het pand liep langzamerhand achteruit.

    Vakantiewoning

    In 2008 zijn de huidige eigenaars begonnen met plannen maken. Na overleg met de gemeente bleek dat een vakantiewoning het best haalbare scenario was. Echter het pand was niet geïsoleerd en er was geen bovenverdieping. Een grondige en duurzame aanpak was nodig. Begin 2012 begon men met de werkzaamheden. Langzamerhand kwamen onverwachte, oude elementen weer tevoorschijn, zoals oude deuren met het karakteristieke groen, de lijsten om de deuren en ramen en het donker eiken plafond.

    Tegenwoordig staat het schooltje er weer prachtig bij en kan er overnacht worden.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-822
    FunctieZondagsschool
    Bouwjaar1924
    MonumentGemeentelijk
    monument
  • Zondagsschool Haart

    Zondagsschool Haart

    Kriegerdijk 10, Aalten

    Het uit één klaslokaal bestaande minischooltje in het buitengebied tussen Aalten en de Duitse grens werd in 1924 gebouwd op initiatief van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk.

    Dit type één- of tweeklassige zondagsschoolgebouwtjes stond in de Achterhoek in diverse buurtschappen. De wegen naar de dorpen vanuit deze gebieden waren soms maar een enkel karrenspoor. Vooral in de winter werden het bijna onbegaanbare zandwegen. Veel gronden waren net ontgonnen, ook hier.

    Het perceel grond waar het gebouw op staat maakte deel uit van een stuk bos (woeste grond) waar de omwonende agrariërs aan het ontginnen waren. Een vereniging van ouders met schoolgaande kinderen, kocht dit stuk grond en bouwde het schooltje uit eigen bijdragen.

    In deze zondagsschool werd door een aantal ouders bij toerbeurt uit de Bijbel verteld en werden christelijke liederen geleerd en gezongen. Het aantal kinderen varieerde van 12 tot 30. Ds. D. Breukelaar uit Aalten en ds. J. van Dijk uit Doetinchem, hebben op dit werk veel invloed gehad.

    Rond 1925-1930 werd mede door de emancipatiebeweging een meisjes- en een vrouwenvereniging opgericht. De meisjesvereniging kwam hier elke week bij elkaar. De vrouwenvereniging één keer per maand. Op deze bijeenkomsten werd de Bijbel bestudeerd, maar daarnaast ook maatschappelijke onderwerpen besproken, zoals de positie van de vrouw in de kerk en in de politiek.

    Vanaf 1945 tot 1997 kwamen hier de jongens en meisjesclubs bij elkaar, die ook over de Bijbel praatten en/of over thema’s die jongeren bezig hielden. Zowel de zondagsschool als de club ressorteerden onder een Oudervereniging die het gebouw onderhield. Door allerlei maatschappelijke veranderingen zijn al deze verenigingen opgehouden te bestaan.

    In 2005 kreeg stichting Geldersch Landschap & Kasteelen het zondagsschooltje geschonken van de Oudervereniging Haart-Heurne. Om het gebouwtje te behouden is gezocht naar een passende bestemming. Sinds 2009 is het te huur als vakantiewoning.

    Website: zondagsschoolhuusken.nl


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1934

    Haart 113

    Zondagsschoollokaaltje

    Adresboek 1967

    Haart 113 > Kriegerdijk 13

    Zondagsschoollokaaltje

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-543
    FunctieZondagsschool,
    Vakantiewoning
    Bouwjaar1924
    MonumentGemeentelijk
    monument
  • Ten Hietbrinks Bewaarschool

    Ten Hietbrinks Bewaarschool

    Prinsenstraat 27, Aalten

    De Ten Hietbrinks Bewaarschool was een kleuterschool in de Prinsenstraat in Aalten. De school werd vernoemd naar de familie Ten Hietbrink, die nauw betrokken was bij het ontstaan en het bestuur. Later kerkte hier de Ned. Protestantenbond. Tegenwoordig zit op dit adres het Euregionaal Historisch Documentatiecentrum.

    De bewaarschool werd geopend op 6 januari 1887, toen in Nederland de eerste vormen van kleuteronderwijs steeds meer ingang vonden. Voor die tijd werden kinderen vaak pas vanaf hun zesde toegelaten tot de lagere school.

    Het schooltje beschikte over een groot lokaal met houten vloer, een zandbak achter het gebouw en eenvoudige speelmaterialen, zoals autobanden. Achter de school stond een schuur die ook bij de speelruimte hoorde.

    Oorlogsjaren

    In de jaren van de Duitse bezetting (1940–1945) troffen de maatregelen tegen Joodse inwoners ook de Ten Hietbrinks Bewaarschool. Tot 1941 zaten er Joodse kinderen op de school, maar vanaf 1 september 1941 moesten zij verplicht verwijderd worden, in lijn met de anti-Joodse verordeningen.

    Schoolleven

    Herinneringen van oud-leerlingen geven een beeld van het schoolleven in de jaren ’40 en ’50:

    • Het hoofd van de school was mejuffrouw Stokreef; daarnaast wordt ook juffrouw Annie genoemd.
    • Er heerste een strenge discipline, door oud-leerlingen omschreven als “potjes-discipline”.
    • Naast het leren en spelen werden er ook schoolreisjes georganiseerd, bijvoorbeeld in 1946 naar het Loohuisbos.

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1059
    I-1060
    Hermanus Hietbrink, arbeider148 m² huis & erf
    17 m² huis
    1882I-3714Gerrit Jan ten Hietbrink, koopman185 m² huis & erf
    1888I-4203De Departementale Bewaarschool van het
    Departement tot Nut van ’t Algemeen
    565 m² bewaarschool, tuin
    1963I-4203Nederlandse Protestantenbond565 m² kerk, tuin

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 229

    Harmanus Hiebering / ten Hietbrink (Aalten, 22-09-1791 – Aalten, 21-06-1844), arbeider
    Berendina ter Horst (Aalten, 29-06-1794 – Aalten, 19-12-1847)

    Zoon:

    Gerrit Jan ten Hietbrink (Aalten, 01-11-1834 – Aalten, 04-04-1883)

    Harmen Jan Honders (Winterswijk, 16-11-1792 – Aalten, 13-02-1873), landbouwer
    (1) Berendina ter Horst (Aalten, 29-06-1794 – Aalten, 19-12-1847)
    (2) Antonetta Villekes (Aalten, 30-08-1803 – Aalten, 02-10-1885)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 229

    “Achterstraat”

    Harmen Jan Honders (Winterswijk, 16-11-1792 – Aalten, 13-02-1873), landbouwer
    Antonetta Villekes (Aalten, 30-08-1803 – Aalten, 02-10-1885)

    Stiefzoon:

    Gerrit Jan ten Hietbrink (Aalten, 01-11-1834 – Aalten, 04-04-1883)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 229

    Harmen Jan Honders (Winterswijk, 16-11-1792 – Aalten, 13-02-1873)
    Antonetta Villekes (Aalten, 30-08-1803 – Aalten, 02-10-1885)

    Stiefzoon:

    Gerrit Jan ten Hietbrink (Aalten, 01-11-1834 – Aalten, 04-04-1883), klompenmaker

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 301

    Harmen Jan Honders (Winterswijk, 16-11-1792 – Aalten, 13-02-1873)
    Antonetta Villekes (Aalten, 30-08-1803 – Aalten, 02-10-1885)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 345

    Gerrit Jan ten Hietbrink (Aalten, 01-11-1834 – Aalten, 04-04-1883), koopman

    Bewaarschool

    Bevolkingsregister 1900-1910

    409 > 481

    Bevolkingsregister 1910-1920

    481 > C535

    Adresboek 1934

    Aalten C535 > Prinsenstraat 27

    Bewaarschool

    Adresboek 1967

    Prinsenstraat 27

    Geb. Ned. Prot. Bond

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-10937
    FunctieWoonhuis,
    Kleuterschool,
    Kerk
    Bouwjaar1949
    MonumentGemeentelijk
    monument
  • Koppelkerk

    Koppelkerk

    Koppelstraat 35, Bredevoort

    De Koppelkerk is een monumentale voormalige gereformeerde kerk in Bredevoort, gelegen op de hoek van de Koppelstraat en de Prins Mauritsstraat. Het gebouw, opgetrokken in de sobere stijl van de Delftse School, werd in 1947–1948 gerealiseerd en is tegenwoordig een centrum voor kunst en cultuur.

    Tot de Tweede Wereldoorlog moesten de gereformeerden uit Bredevoort uitwijken naar Aalten om kerkdiensten bij te wonen. Na de oorlog kreeg de gemeente de beschikking over eigen grond op het terrein dat bekend stond als De Koppele. Deze locatie lag bij de gedempte gracht en moest eerst worden opgehoogd omdat het terrein laag en vaak drassig was. De naam Koppelkerk verwijst naar dit gebied.

    De kerk werd ontworpen door architect W. Geels. In 1947 werd de eerste steen gelegd en in 1948 nam men het gebouw officieel in gebruik.

    Uitbreidingen en toren

    De oorspronkelijke kerk kreeg in de loop der tijd verschillende uitbreidingen:

    • In 1956 werd de toren, aanvankelijk zonder toestemming, clandestien aangebouwd.
    • In 1958 voegde architect W. van der Zee uit Aalten de betonnen torenbekroning toe, waardoor de toren circa vijf meter hoger werd.
    • In 1966–1967 ontwierp architect Willem Hebly, eveneens uit Aalten, een uitbreiding aan de achterzijde met vergaderruimtes.
    • In 1988 werd de toren voorzien van een luidklok, gegoten door klokkengieterij De Klok in Aarle-Rixtel.

    Architectuur

    De Koppelkerk is terugliggend gesitueerd in een ruime tuin en valt op door haar eenvoudige maar krachtige vormgeving. De kerk geeft een helder beeld van de protestantse kerkbouw kort na de Tweede Wereldoorlog. Zowel in de hoofdvorm als in de detaillering is het authentieke karakter goed bewaard gebleven.

    Nieuwe functie

    In 2013 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument. Kort daarop verloor de kerk haar oorspronkelijke functie. Na overleg gaf de kerkenraad toestemming om het gebouw een nieuwe bestemming te geven. In 2015 werd de voormalige kerk verbouwd tot een multifunctioneel centrum voor kunst en cultuur.

    Vandaag de dag vervult de Koppelkerk een prominente rol in het culturele leven van Bredevoort:

    • Kunst komt aan bod in wisselende exposities en concerten.
    • Verdieping wordt geboden via lezingen, discussieavonden en colleges.
    • In het boekencafé, ingericht als huiskamer vol boekenkasten, vinden maandelijkse literaire cafés plaats.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-1943
    FunctieKerk
    Bouwjaar1948
    MonumentGemeentelijk
    monument
  • Sint Georgiuskerk

    Sint Georgiuskerk

    Kerkstraat 16, Bredevoort

    Op het oude bastion Ossenkop in Bredevoort staat sinds 1876 de katholieke H. Hart en H. Georgiuskerk, een eenbeukige, neogotische kerk, ontworpen door architect Alfred Tepe. Het is een gemeentelijk monument.

    Tot het einde van de 16e eeuw kerkten de Bredevoortse rooms-katholieken in de oude Sint Joriskerk aan de Markt. Na het beleg van Bredevoort en de invoering van de Reformatie in 1597 werd het hen verboden kerkdiensten te houden. Lange tijd maakten zij gebruik van de Kruiskapel, net over de grens in Duitsland.

    In 1798 werd er weer een rooms-katholieke kerk gesticht in Bredevoort. Dit eerste kerkje stond tegenover de huidige kerk, op het perceel dat tegenwoordig het adres Koppelstraat 9 draagt. Het bestond uit twee samengevoegde huizen, waarvan de daken waren verwijderd en de muren opgehoogd. Het altaar was van baksteen en de muren waren wit geverfd om het gebouw een kerkelijke uitstraling te geven. In 1855 werd de kerk tot parochie verheven.

    De huidige kerk

    In 1871 werd A.E. Smorenburg pastoor in het vestingstadje en kreeg hij van de bisschop de opdracht om een nieuwe kerk te bouwen. Nadat de vestingwerken van Bredevoort in de negentiende eeuw voor een groot deel werden geslecht werd de Sint-Georgiuskerk gebouwd op de courtine tussen twee bastions. Hierdoor staat de kerk nog altijd iets hoger dan de omliggende straten.

    Van de gemeente Aalten kreeg de parochie het bastion Ossenkop deels (1420 m²), inclusief het stuk gracht en kade eromheen. De resterende 1420 m² werd aangekocht voor 795,20 gulden. Het eerste ontwerp voor Bredevoort was van Pierre Cuypers, naar voorbeeld van de Ruurlose kerk. Het ontwerp van Alfred Tepe uit 1874 werd uiteindelijk uitgevoerd. Aannemer was A. Ubbink.

    Voor de bouw van de kerk waren 230.000 stenen en 150 mud kalk nodig. De eerste 100.000 stenen werden op kruiwagens aangevoerd door parochianen uit het Duitse Barlo, die op deze wijze hun verbondenheid met de Nederlandse katholieken wilden tonen. De resterende stenen werden vermoedelijk gebakken in de steenoven op de Haart. De bouw begon in 1875 en al op 3 oktober 1876 werd de kerk door pastoor Smorenburg ingewijd. Het oude kerkje werd daarop afgebroken en de grond verkocht.

    Renovatie en uitbreiding

    In 1897 werd de kerk onder pastoor Mulder gerenoveerd en uitgebreid met een uurwerk en drie klokken. Een jaar later werd een terrazzovloer gelegd door Felice Monasso uit Bocholt, en werden de muren beschilderd door Muermans en zoon uit Roermond, waaronder een voorstelling van Christus en de apostelen in de Hof van Olijven.

    Onttrekking aan de eredienst

    De Sint Georgiuskerk is in het voorjaar van 2021 aan de eredienst onttrokken en verkocht aan een maatschappelijk ondernemer.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-457
    FunctieKerk
    Bouwjaar1876
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bronnen


  • Darbistenkerkje

    Darbistenkerkje

    Meiberg 13, Aalten (verdwenen)

    De Vergadering van Gelovigen, ook wel bekend als de Darbisten, hield in 1882 voor het eerst bijeenkomsten in Aalten. In de beginjaren kwamen de gelovigen samen in een woonhuis aan de Bodenvoor.

    In 1902 werd een eenvoudig vergaderlokaal gebouwd aan een verbindingspad tussen de Oosterkerkstraat en de Meiberg. Het gebouwtje deed decennialang dienst als samenkomstplaats voor de gemeente.

    Verhuizing en afbraak

    In 1968, kort voor de sloop, werd het oude kerkje nog op foto vastgelegd. Enkele jaren later, in 1974, kreeg de gemeente een nieuw gebouw, eveneens gelegen aan de Meiberg.

    Het oude vergaderlokaal werd na de verkoop eigendom van Spinkat en uiteindelijk afgebroken. Daarmee verdween een stuk vroeg-20e-eeuwse kerkgeschiedenis uit het straatbeeld van Aalten.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1904I-5059Bernadus Hermanus Brethouwer
    e.c., winkelier en landbouwer
    185 m² vergaderingslocaal & erf
    1958I-8442Stichting “Ons Vergaderlokaal”, Aalten840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin
    1974I-8442N.V. “van Katwijk’s Industrieën”, Aalten840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin,
    schuren erf

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11924
    FunctieVergaderlokaal
    Bouwjaar1902
  • Klooster Schaer

    Klooster Schaer

    Kloosterdijk, Aalten

    Het klooster Schaer was een klooster nabij Bredevoort, gesticht in 1429 en behorend tot de orde van de Moderne Devotie. Het lag in de buurtschap ’t Klooster, ongeveer twee kilometer ten noorden van Bredevoort, aan de linkeroever van de Schaarsbeek.

    De vrome edelman Derck van Lintelo en Conraedt Slindewater, schrijver van de drost te Zutphen en afkomstig uit een voornaam patriciërsgeslacht uit de Hanzestad, schonken in 1429 grond en boerderijen aan verdreven kloosterlingen uit Windesheim bij Zwolle.

    De Windesheimers behoorden tot de laatmiddeleeuwse beweging van de Moderne Devotie, die was ontstaan onder leiding van Geert Grote (1340–1384) in Deventer. Vanuit de IJsselsteden verspreidde deze hervormingsbeweging zich over West-Europa en leidde tot de stichting van ruim honderd kloosters. De Moderne Devotie streefde naar vernieuwing van kerk en maatschappij en vormde daarmee een overgang tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijd.

    Stichting

    De Windesheimers vestigden zich bij voorkeur op afgelegen plaatsen. De schenking van de grond bij de Schaersvoorde — in de huidige buurtschap ’t Klooster — in 1429 sloot daar goed bij aan. Het betrof een hooggelegen gebied aan de rand van de uitgestrekte Schaersheide, grenzend aan het laaggelegen en drassige Bredevoortse Broek. Met de klei die vlak onder het oppervlak aanwezig was, bakten de kloosterlingen hun eigen kloostermoppen.

    Het klooster Domus Beatae Mariae in Nazareth (Huis van de Gelukkige Maria in Nazareth) verrees kort daarna. In de volksmond stond het bekend als klooster Schaer, naar de heide waarop het lag. Al spoedig hielden de bewoners zich actief bezig met de zorg voor studerende jongeren en de verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking.

    Bidden en werken bepaalden ook bij de Windesheimers het dagelijks leven. Door noeste arbeid wisten de monniken de directe omgeving van het klooster te ontginnen. Rond 1500 was er sprake van een vruchtbare, ei-vormige oase in de eenzaamheid, met Nazareth als middelpunt, omgeven door een buitengracht.

    In 1522 bracht men nog diverse verbeteringen aan. Het uurwerk en de klepklok van het klooster werden in 1596 overgebracht naar de Sint-Joriskerk in Bredevoort — waar de klepklok nog altijd hangt.

    Legende en goudschat

    In 1597, toen het leger van prins Maurits op weg was naar Bredevoort, sloeg de laatste prior van klooster Schaer op de vlucht. Ook de overige kloosterlingen vonden het veiliger hun toevlucht elders te zoeken. Kort daarna werd het verlaten klooster door rondtrekkende soldaten verwoest.

    Sindsdien doet het verhaal de ronde dat de vluchtende monniken een schat hebben verborgen in de grond — onder de derde hulststruik achter de schaapskooi. Niemand weet echter meer waar die schaapskooi precies heeft gestaan. Volgens de legende zal de schat ooit weer gevonden kunnen worden, aangewezen door ‘hemelse tekenen’: er zal een vreemd licht aan de hemel verschijnen, tot een zwarte haan kraait.

    In de nacht van 13 op 14 september 1943 werd er inderdaad een ongewoon licht waargenomen: een nachtregenboog. Er waren die nacht veel bommenwerpers in de lucht, waardoor nog velen wakker waren die dit zeldzame verschijnsel hebben gezien. Of er toen ook een zwarte haan kraaide, is niet bekend.

    Omvang

    Uit veld- en archiefonderzoek blijkt dat het klooster Schaer van bescheiden omvang was. De omtrek van het kloostergebied is goed te traceren: veldnamen zijn nog herkenbaar en op een boerenerf zijn nog restanten te vinden. Begin twintigste eeuw vond men bij graafwerkzaamheden een kruisbeeld en een schedel. Op het terrein bevindt zich bovendien nog de zogenoemde Kloosterschans. In 1978 werden de laatste bovengrondse muurresten gesloopt, maar onder de boerderij ter plaatse bevindt zich nog een kloosterkelder met tongewelf.

    Het ovale kloostergebied — ook wel corpus genoemd — besloeg circa 118 hectare en vertoonde van west naar oost een hoogteverschil van ruim tien meter. De monniken maakten optimaal gebruik van het reliëf, het water en de bodemgesteldheid. Kwel- en regenwater, maar ook het water dat vanaf de hoge Schaerheide toestroomde, bewoog zich vlak onder de oppervlakte over ondoordringbare kleilagen richting het Bredevoortse Broek. Dwars door het gebied wierpen de kloosterlingen een dijk op om het water te stuwen en te benutten voor de aandrijving van een koren- en oliemolen.

    Met een stelsel van waterlopen en vijvers, onderling verbonden, hielden de kloosterlingen de voeten droog en voorkwamen zij dat het water ongebruikt naar de lage broekgronden wegstroomde. Aan de oostzijde van het kloostercomplex creëerde men een opmerkelijk aardwerk: de Eremus in Aquis — letterlijk ‘de wildernis in de wateren’ — een kluizenaarsplaats tegen de rand van het drassige Bredevoortse Broek. De grachten rond deze hermitage diende als waterberging.

    Restanten

    Na de verwoesting van het klooster in 1597 raakten de landerijen overwoekerd door heide en hakhout. De kloostermoppen van het complex werden deels hergebruikt voor het herstel van fortificaties en woningen in Bredevoort. De bezittingen van het klooster werden geconfisqueerd door het hertogdom Gelre. De Eremus in Aquis werd in latere jaren mogelijk gebruikt als schans tijdens de krijgshandelingen rond Bredevoort. In 1672 stond de westelijke vleugel van het rechthoekige kloostercomplex nog overeind.

    Met de inbeslagname van het kloostergebied kreeg het landschap een tweede historische laag: de aanleg van houtplantages. Gelre verpachtte de gronden voor de productie van eikenhout. Rond 1700 ging men aan de slag met de nodige ontwatering. Rechte watergangen voerden het water snel af naar de Schaarbeek, en dezelfde beek — ooit deel van de buitengracht — werd kaarsrecht doorgetrokken naar Bredevoort om daar de grachten van water te voorzien. De waterlopen bij de Eremus in Aquis verzandden, en op het voormalige kloosterterrein legde men zogenoemde rabatten aan, smalle ophogingen waarop men de jonge eiken plantte.

    Door enkele zeer strenge winters mislukten de eerste aanplantingen. Gelre besloot daarop het kloostergebied te verkopen. De nieuwe eigenaren zetten de houtteelt voort volgens hetzelfde systeem van rabatten en afwateringen. Het huidige Kloosterbos, 25 hectare groot, bewaart nog altijd de sporen van de laatmiddeleeuwse waterhuishouding die ooit door de kloosterlingen van Schaer werd aangelegd.


    Archieven

    Verpondingskohier 1647

    t’Clooster te Schaer en sijn becirck?, Geestl.
    2 Huisen, met etlicke koolhoven, 3 sch.
    Boulant 27 mdr., 3de gerve 225 – 0 -.
    Inslagh en hoeijmate van 4 daghen meijens, slechten waterigen gront.

    Kenmerken


    FunctieKlooster
    Stichting1429
    Verwoesting1597
  • Joodse Begraafplaats Bredevoort

    Joodse Begraafplaats Bredevoort

    Prins Mauritsstraat, Bredevoort

    De Joodse Begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat in Bredevoort werd rond 1830 aangelegd, gelijktijdig met de naastgelegen algemene begraafplaats. Het terrein kwam beschikbaar na de ontmanteling van de vestingwerken aan de oostzijde van het stadje.

    De laatste Bredevoortse Joden die op deze begraafplaats werden bijgezet zijn broer en zus Levi en Sara Sander. Beiden overleden in 1938, kort na elkaar. De begraafplaats is niet toegankelijk voor het publiek.

    Twee Joodse begraafplaatsen

    Bredevoort had ooit twee Joodse begraafplaatsen. De oudste was gelegen op het voormalige kasteelterrein achter Hozenstraat 5. In 1953 werd dit terrein verkocht aan de gemeente Aalten ten behoeve van woningbouw. De stoffelijke resten en grafzerken werden toen overgebracht naar de tweede begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat.

    Onderhoud en Restauratie

    Aanvankelijk werd de begraafplaats onderhouden door de gemeente. Sinds 2018 verzorgen vrijwilligers van de vereniging Bredevoorts Belang het maaien van het gras en het vrijhouden van de muren en de 12 grafzerken van klimplanten. In 2022 werd gestart met de restauratie van de scheuren in de muren, is het voegwerk vernieuwd en de poort onder handen genomen.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.A-1143
    FunctieBegraafplaats
    Aanlegca. 1830
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bekijk de graven op Findagrave.

  • Joodse Begraafplaats Aalten

    Joodse Begraafplaats Aalten

    Haartsestraat 150, Aalten

    De Joodse begraafplaats van Aalten, gelegen aan de Haartsestraat, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het begin van de 19e eeuw. Hoewel het terrein in 1852 officieel eigendom werd van de Joodse gemeenschap, zijn er aanwijzingen dat de begraafplaats al vanaf circa 1820 in gebruik was.

    De begraafplaats ligt in een bosrijk gebied en wordt omgeven door een stevig hekwerk. Het oudere gedeelte bestaat uit een lage en rijkbeboste heuvel met verspreide grafmonumenten. Ten oosten daarvan bevindt zich het jongere gedeelte dat wordt gekenmerkt door een orthogonale aanleg.

    Op het terrein staan ongeveer zeventig grafstenen, die variëren in ouderdom en ontwerp. Bij de ingang aan de Haartsestraat staat een metaheerhuis (lijkenhuis), een ritueel gebouw dat gebruikt wordt voor de reiniging van overledenen volgens Joodse tradities.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de begraafplaats beschadigd, maar na de oorlog is deze hersteld. Ter nagedachtenis aan de Joodse kinderen uit de gemeente die tijdens de oorlog zijn gedeporteerd en omgebracht, is er een plaquette aangebracht op de gevel van het metaheerhuis.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.D-4461
    FunctieBegraafplaats
    Aanlegca. 1820
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bekijk de graven op Findagrave.

  • Sint-Joriskerk

    Sint-Joriskerk

    Markt 3, Bredevoort

    De Sint-Joriskerk is een laatgotische kerk in Bredevoort, waarvan de fundamenten dateren uit 1316. De kerk is gewijd aan Sint Joris, de schutspatroon van de borgmannen van Bredevoort. Kenmerkend is de torenversiering: Sint Joris met de draak, in plaats van een traditionele weerhaan. Aan de oostzijde van de kerk bevindt zich nog een zogenaamd melaatsenraampje. In vroeger tijden gebruikten gelovigen met een besmettelijke ziekte dit raam om de mis te volgen.

    Vroege geschiedenis

    De oudste fundamenten van de kerk stammen uit 1316, en mogelijk diende het gebouw in haar vroegste jaren als kapel op het kasteel van Bredevoort. Tijdens het Beleg van Bredevoort in 1597 door Prins Maurits is de oude (en grotere) kerk volledig afgebrand en zijn de gewelven ingestort. Het jaar erop richtten de Bredevoorters een verzoek aan de classis Zutphen om weer een nieuwe kerk te bouwen: “Die van Bredeforts soln met request an desen quartier verzoekcken assistentie tott reaparatie hearder Kapellene”. In 1599 begon men met de herbouw in gotische stijl.

    Uitbreidingen

    Na de herbouw onderging de kerk diverse uitbreidingen. In 1600, na nog een brand, werd een toren toegevoegd. In 1639 werd de kapel vergroot en aan de noordzijde uitgebroken. Met dezelfde stenen werd de muur enkele meters verder weer opgetrokken. Later volgden uitbreidingen in de vorm van de boeren- en orgelzolder. Deze uitbouw met zolder is duidelijk te zien. In de balken van de boerenzolder zijn spreuken uit de Bijbel aangebracht, zoals “Salich zijn se die rein van herte zin want sij zullen Godt zien”.

    Kruittorenramp van 1646

    Op 12 juli 1646 sloeg de bliksem in de kruittoren van het kasteel. De ontploffing die volgde verwoestte een groot deel van de stad. Veertig mensen kwamen om. Het kasteel was in een ruïne veranderd en ook de kerk liep aanzienlijke schade op. Elf slachtoffers, waaronder de drost van Bredevoort en zijn vrouw en acht van hun kinderen, werden in het koor (het oostelijk gedeelte van de kerk) begraven.

    De kerk werd herbouwd, kleiner dan zijn voorganger. In 1672 schonk kapitein Satink een rococo-preekstoel met daarop zijn familiewapen, evenals een koperen lezenaar met het wapen van het Heilige Roomse Rijk.

    Renovaties

    De kerk heeft door de eeuwen heen verschillende renovaties ondergaan. In de Franse tijd werden onder andere een houten gewelf en een vloer van Bentheimer steen toegevoegd. Ook kreeg de kerk toen nieuwe banken en werd de vloer opgehoogd. In 1832 werden de kerkbanken wit geschilderd.

    In 1849 werd het plankenplafond vervangen door een kalkplafond. In 1858 werd een catechisatielokaal toegevoegd, waarvoor koning Willem III 200 gulden schonk. De muren van de kerk werden in 1868 opnieuw bepleisterd, en tijdens de restauratie van 1949 werd deze pleisterlaag weer verwijderd. In 1869 werd de toren gerepareerd. In 1882 verving men vijf glas-in-loodramen door gietijzeren exemplaren. Drie jaar later werden ook twee gietijzeren exemplaren geplaatst op de boerenzolder.

    In 1889 werd het catechisatielokaal uitgebreid met een aanbouw. Bij een grondige renovatie in 1896 kreeg de voorgevel nieuwe deuren, een rosetraam, twee gevelraampjes, en een ijzeren kruis op de gevel. De herinneringssteen is tegenwoordig aan de binnenzijde van de muur geplaatst van de orgelzolder. In 1920 onderging de torenspits een vernieuwing.

    Restauraties na de oorlog

    Na de Tweede Wereldoorlog was de kerk in slechte staat. Na een grootschalige restauratie nam men de kerk in 1967 weer in gebruik. Tijdens een restauratie in 2006 werden de verzakte grafzerken en de natuurstenen vloer hersteld. Daarbij ontdekte men dat een aantal zerken, waarschijnlijk tijdens de Franse Tijd, op de kop waren gelegd. Die liggen inmiddels weer naar behoren. Tijdens de werkzaamheden deed men verschillende historische vondsten, waaronder munten, menselijke resten en gebrandschilderd glas. Verder vond men een steen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

    Uit onderzoek bleek dat twee van de zerken die op de kop lagen van de Bredevoortse drost Wilhelm van Haersolte en zijn gezin waren. Zij kwamen om het leven samen met bijna al hun kinderen tijdens de kruittorenramp van 1646. Alleen zoon Anthony had de ramp overleefd. In 2010 doneerden nazaten van hem een bedrag van 3.000 euro aan de restauratiecommissie.

    Klokken en uurwerk

    De Sint-Joriskerk herbergt drie klokken. De oudste, een monumentale klepklok uit 1454, werd in 1596 geleend van het klooster Schaer. Na de vernietiging van het klooster, tijdens de belegering van 1597, is deze klok altijd blijven hangen. Wilhelm van Haersolte tot Elsen schonk de brandklok, gegoten in 1644. De luidklok dateert van 1731 en wordt volgens oude traditie dagelijks om 8.00 uur, 12.00 uur en 21.00 geluid. De stadspoorten werden vroeger om 8.00 uur geopend en om 21.00 uur gesloten. Etenstijd was om 12.00 uur.

    In 1942 kreeg de kerk een nieuw uurwerk. Het oude uurwerk uit 1666 is binnenkort weer te bezichtigen in de Sint-Joriskerk. In 1980 werd het kleine carillon van drie klokjes herplaatst.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832B-80de Hervormde Kerk Bredevoord280 m² kerk

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-1199
    FunctieKerk
    Bouwjaar14e/17e eeuw
    MonumentRijksmonument

    Bronnen


  • Chr. Gereformeerde Kerk

    Chr. Gereformeerde Kerk

    Berkenhovestraat 9, Aalten

    De Christelijk Gereformeerde Kerk aan de Berkenhovenstraat in Aalten is een bakstenen zaalkerkje, gebouwd in 1924 naar ontwerp van de Bredevoortse architect B.H. Kolenbrander. Het gebouw verving een kleiner kerkje uit 1897, dat dichter aan de straat stond.

    Hoewel de kerk bescheiden van omvang is en wat terugligt op het perceel, valt zij op door haar verfijnde details, zoals de sierlijk vormgegeven bovenlichten, de uitgemetselde hoekpenanten en de boogfries in de voorgevel. Samen met de naastgelegen voormalige pastoriewoning vormt het kerkje een karakteristiek ensemble in de straat. Ondanks latere aanpassingen – een moderne aanbouw en het verdwijnen van het oorspronkelijke catechisatielokaal – heeft het gebouw zijn authentieke uitstraling grotendeels behouden.

    Geschiedenis

    De Christelijk Gereformeerde Gemeente in Aalten werd geïnstitueerd op 26 augustus 1897 als voortzetting van de “Christelijke Gereformeerde Gemeente”. Aanvankelijk werden de diensten bij gemeenteleden thuis gehouden, maar al snel verrees een eenvoudig kerkje op de Kattenberg, met plaats voor circa 90 personen.

    In 1900 kreeg de kerk haar eerste orgel, een gebruikt huisorgel dat in Doesburg werd gekocht voor 225 gulden. In 1924 volgde de bouw van de huidige kerk aan de Berkenhovenstraat.

    Oorlogsjaren

    Op 30 januari 1944 hielden Duitse SS’ers een razzia in Aalten. Twee kerken werden daarbij binnengevallen: de Westerkerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk. De bezetters waren erop uit jonge mannen en onderduikers op te pakken die zich onttrokken aan de arbeidsinzet of niet terugkeerden van verlof.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Huisnummering

    1900191019341967
    248B294B299Berkenhovestraat 9
  • RK Helenakerk

    RK Helenakerk

    Dijkstraat 11, Aalten

    De rooms-katholieke Helenakerk in Aalten werd gebouwd in 1951 op de fundamenten van haar verwoeste voorganger uit 1895. De huidige kerk staat aan de zuidzijde van het centrum, langs de Boven-Slinge. Sinds 2022 is het gebouw niet langer in gebruik voor de eredienst en in particuliere handen.

    Sinds 1859 stond de RK kerk van Aalten aan het begin van de Dijkstraat, tussen de huidige huisnummers 2 en 4. Op 10 mei 1893 werd deze kerk door brand verwoest. De naastgelegen school, waaraan een loods werd gebouwd, werd ingericht voor kerk, en men moest omzien naar middelen om een nieuwe kerk te bouwen.

    Bouw RK kerk op huidige locatie (1895–1950)

    Men koos nu voor een ruimer terrein aan de overzijde van de Dijkstraat, dat werd aangekocht van de heer H. Driessen en de Hervormde Diaconie. Architect Alfred Tepe ontwierp de nieuwe kerk. Aannemers H.W. Koelman en P. Lelivelt realiseerden de bouw voor f 34.675.

    De kerktoren kreeg vier geledingen: onderin de entree, daarboven een groot spitsboogvenster met polifora, een uurwerk en spitsboogfriezen. De toren werd bekroond met een naaldspits. Rechts naast de kerktoren werd een kleinere traptoren aangebracht. Het schip werd opgezet als pseudobasiliek met rondboogvensters en glas-in-loodramen in de zijgevels. De klokken, geleverd door Gebr. Edelbraak uit Gescher, kostten f 1061,25.

    De plechtige inwijding van de kerk vond plaats op 9 september 1895, verricht door Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht. De feestrede werd uitgesproken door de weleerwaarde heer Antoon Driessen. In 1920 verrees tevens een nieuwe pastorie; tot dan toe gebruikte men de oude, die bij de brand gespaard was gebleven.

    Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog sloegen twee bommen in nabij de kerk, waarbij de kerk, op de toren na, werd verwoest.

    Herbouw RK kerk (1952–heden)

    In 1950 besloot men de zwaar beschadigde kerk te slopen en op de oude fundering een nieuwe, grotere kerk te bouwen. Architect Jan van Dongen uit Apeldoorn ontwierp het nieuwe gebouw, waarbij de bestaande toren werd ingepast. Aannemer was de firma Kemp uit Silvolde, de bouwkosten bedroegen f 290.000,-. Ook Aaltense bouwvakkers werkten mee aan de voltooiing. De inzegening vond plaats op 3 februari 1952 door Mgr. Huurneman.

    Door teruglopend kerkbezoek werd de RK Helenakerk uiteindelijk aan de eredienst onttrokken. De laatste eucharistieviering vond plaats op 12 juni 2022. De parochie HH Paulus en Ludger Oost Achterhoek verkocht de kerk en de naastgelegen pastorie. Voor eucharistievieringen kunnen parochianen sindsdien terecht in Groenlo of Lichtenvoorde. Voor gebedsvieringen is men welkom in de Oude Helenakerk op de Markt, eigendom van de protestantse gemeente Aalten.

    In de tuin van de RK Helenakerk stond een beeld van de heilige Helena. In 2002 werd dit beeld verplaatst naar de tuin van de Oude Helenakerk, aan de kant van de Landstraat, hemelsbreed ongeveer 250 meter noordwaarts.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13193
    FunctieKerk
    ArchitectAlfred Tepe
    Bouwjaar1951
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bronnen


  • Zuiderkerk

    Zuiderkerk

    Ludgerstraat 64, Aalten

    De Zuiderkerk in Aalten is een voormalige gereformeerde kerk, tegenwoordig in gebruik bij de Protestantse Gemeente Aalten. Het moderne, rechthoekige gebouw met een plat dak en een vrijstaande klokkentoren werd in 1965 in gebruik genomen.

    Al vóór de Tweede Wereldoorlog besloot de Gereformeerde Kerk in Aalten een bouwfonds te vormen voor een derde kerkgebouw. Na de oorlog werden de plannen uitgewerkt. Twee plaatselijke architecten dienden ontwerpen in, waarvan uiteindelijk het plan van architect W. van der Zee werd gekozen.

    De bouw van de nieuwe kerk zou ongeveer vijf ton gaan kosten. De gereformeerde Stichting Steun Kerkbouw (SSK) gaf een renteloze lening van ƒ 193.800 én een lening van ƒ 150.000 tegen 2%. De rijkssubsidie bedroeg bijna ƒ 178.000. De aanbesteding vond plaats op 21 december 1962.

    De eerste steen werd gelegd door het oudste gemeentelid, W. Kemink uit IJzerlo. De kale bouw kostte ruim ƒ 400.000, terwijl de inrichting – waaronder verwarming, banken, kansel, orgel, stoelen, meubilair, tuin en parkeerterrein – nog eens bijna ƒ 300.000 bedroeg. Op 12 januari 1965 droeg de bouwcommissie de kerk officieel over aan de kerkenraad.

    Ontwerp en interieur

    De Zuiderkerk is een strak rechthoekig gebouw in de sobere stijl van de jaren zestig. Smalle ramen direct onder de dakrand zorgen rondom voor daglicht. Aan één zijde bevinden zich hoge, langwerpige vensters met daarvóór rijen lampen in strengen van vijf.

    Kunstwerken

    • Naast de kansel werd een graffito van Harrie Dercksen aangebracht, met de voorstelling van de visvangst bij Tiberias na Jezus’ opstanding.
    • Op de achterwand van de kerkzaal kwam een schildering, uitgevoerd door gemeenteleden naar een ontwerp van Jan Haen, waarin heilsfeiten symbolisch zijn weergegeven.
    • Aan de buitenzijde van de orgeluitbouw werd eveneens in 1965 een muurschildering aangebracht, opnieuw naar ontwerp van Jan Haen, met het thema Mozes bij de brandende braamstruik.

    Orgel

    In 1962 kreeg de firma Ahrend & Brunzema opdracht tot de bouw van een nieuw orgel, met Cor Edskes als adviseur. Vanwege de ongunstige akoestiek van het gebouw moest het oorspronkelijke ontwerp tijdens de bouw ingrijpend worden aangepast. Het instrument werd op 27 januari 1968 opgeleverd. Tot dat moment werden de kerkdiensten muzikaal begeleid door trompettist C. Meijer.

    Huidige status

    De Zuiderkerk wordt nog steeds gebruikt door de Protestantse Gemeente Aalten, naast de Oude Helenakerk. Er vinden wekelijks kerkdiensten plaats.

    Hoewel de kerk geen officiële monumentenstatus heeft, wordt zij in erfgoedonderzoeken wel genoemd als een voorbeeld van goed bewaard gebleven naoorlogse kerkbouw in de Achterhoek.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13373
    FunctieKerk
    Bouwjaar1962
    Monumentnee
  • Oosterkerk

    Oosterkerk

    Oosterkerkstraat 1, Aalten

    De Oosterkerk is een voormalige Gereformeerde Kerk in Aalten. Het verving in 1913 de eerste ‘Afgescheiden Kerk’ uit 1844 en werd in de loop der jaren meerdere keren uitgebreid. Het gebouw bevat een bijzonder gedenkraam uit 1946, geschonken als dank voor de hulp die Aalten tijdens de Tweede Wereldoorlog bood. Tegenwoordig heeft het gebouw een nieuwe bestemming als woonzorglocatie.

    In 1834 scheidde een groep gelovigen zich af van de Nederlands Hervormde Kerk en stichtte de Gereformeerde Kerk. Ook in Aalten ontstond een afgescheiden gemeente. Aanvankelijk kwamen de gereformeerden samen in particuliere woningen. In 1844 bouwden zij hun eigen kerk, de Afgescheiden Kerk, op de plek waar nu de Oosterkerk staat. De eerste predikant was ds. Breukelaar.

    Bouw en architectuur

    Nadat de eerste Oosterkerk te klein was geworden, verrees in 1913 de huidige kerk, naar ontwerp van architect Ane Nauta uit Holwerd. De aannemer was D.J. te Mebel. De bouwkosten, inclusief de afbraak van de oude kerk, bedroegen circa 30.000 gulden. De kerk werd ook wel Kerk A genoemd, terwijl de Westerkerk bekendstond als Kerk B.

    In 1931 volgde een uitbreiding omdat het aantal zitplaatsen nog steeds te klein bleek. Nauta liet zich in zijn ontwerp inspireren door de neorenaissance, met invloeden van Hendrik Petrus Berlage.

    De kerk heeft een T-plattegrond. De voorgevel met tuitgevel kreeg een entree met een eigen tuitgevel en een raamwerk erboven. Er zijn diverse rondboogvensters en in het midden een trifora met gebrandschilderd glas. Aan beide zijden van de voorgevel staan torens, waarvan de linker de grootste is; beide zijn bekroond met een naaldspits. In alle gevels zijn glas-in-loodramen toegepast.

    Gedenkraam

    In 1946 kreeg de Oosterkerk een acht meter hoog gedenkraam, geschonken door een comité uit de Gereformeerde Kerk van Kralingen, namens de kerken en Joodse gemeenschap van Rotterdam. Het raam was een blijk van dank aan de bevolking van Aalten voor de opvang en hulp aan onderduikers, Joodse medeburgers, hongerlijders én de vele Rotterdamse kinderen die hier tijdens de oorlog werden opgevangen.

    Herbestemming

    Op zondag 27 juni 2021 vond de laatste kerkdienst in de Oosterkerk plaats. Het gebouw kreeg daarna een nieuwe bestemming als Oosterkerkhuis, met twintig studio’s voor bewoners met dementie. In de koopovereenkomst is vastgelegd dat het bijzondere gedenkraam en het orgel behouden zullen blijven.

    Website Oosterkerkhuis

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13397
    FunctieKerk, Verzorgingshuis
    Bouwjaar1913
    MonumentRijksmonument

    Bronnen


  • Sint Elisabethklooster

    Sint Elisabethklooster

    Dijkstraat 8, Aalten

    Het Elisabethklooster in Aalten was van oorsprong het woonhuis van textielfabrikant Johann Heinrich Joseph (Heinrich) Driessen (Bocholt, 10-07-1794 – Aalten, 04-07-1879). Op 29 juni 1837 legde zijn oudste zoon Theodoor de eerste steen.

    Heinrich werd ook wel “Den veursten Driessen” genoemd (zijn neef Anton woonde ook in de toenmalige Landstraat, in villa Beekhuize, iets meer zuidelijk van het centrum. Hij werd daarom “d’n achtersten Dreessen” genoemd).

    Bij de woning waren ook bedrijfsruimten gevestigd die voornamelijk dienden als opslagplaats van garens en geweven stoffen. Deze stoffen werden met een wagen, veelal getrokken door een os, naar de blekerij in Dale vervoerd. De voerman droeg de toepasselijke bijnaam ‘Ossen Willem’.

    Na het overlijden van Heinrich kwam het huis in bezit van de rooms-katholieke kerk, waarna het als klooster van de nonnen in gebruik werd genomen. In een rijtuig, door vier paarden getrokken, werden op 30 mei 1882 zes zusters van het station Lichtenvoorde-Groenlo naar Aalten gebracht. Het klooster werd vernoemd naar Heinrich’s vrouw Elisabeth. In de volksmond werd dit ook wel het St. Elisabethgesticht genoemd.

    Onderwijs en ziekenverpleging

    Gedurende tachtig jaar hebben de zusters hier onderwijs gegeven aan de katholieke schooljeugd van Aalten. Tevens was er de ‘naai- en breischool’ van de zusters gevestigd. Niet iedereen bewaarde prettige herinneringen aan de nonnen. De naai- en breischool, later Modevakschool, stond hoog aangeschreven. Mede daarom werd hier niet alleen gebreid door katholieken, maar door alle gezindten.

    Op 23 december 1962 vertrokken de laatste zusters naar een klooster in Bennebroek. Later fungeerde het klooster nog als onderkomen voor gastarbeiders.

    Op 20 december 1980 brak een binnenbrandje uit in het totaal dichtgespijkerde klooster. Werd ooit ‘de eerste steen gelegd’, kort na de brand werd de laatste steen weggehaald. Het pand maakte plaats voor het Parochiecentrum. Dit is inmiddels ook al weer verdwenen en vervangen door een appartementengebouw dat de naam ‘Kloosterhof’ kreeg.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1208Peter Driessen, koopman te Bocholt410 m² huis & erf

    Bewoners

    1813

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 25-07-1769), looijer

    1 man
    1 vrouw
    1 zoon
    4 dogters
    1 oude vrouw

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 24-09-1769), leerloyer
    Johanna Margreta ten Dam (Aalten, 29-10-1774)

    Volgende bewoners:

    Johan Hend. Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Marie Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabrikant & koopman
    Marie Caroline Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Maria Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant
    Maria Carolina Elisabeth Josephina Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 61

    Johann Heinrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant

    Volgende (hoofd)bewoner (1879-1882):

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), knecht

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 66

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), landbouwer

    Volgende (hoofd)bewoner (1882-1901):

    Barbara Elizabeth Elzeman (Gouda, 06-10-1835), liefdezuster

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 65

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 82 > A20

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A20

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857), overste

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Aalten A20 > A6

    Aafke van der Werf (Bolsward, 21-10-1872), verpleegster

    Adresboek 1934

    Aalten A6 > Dijkstraat 8

    Klooster

    Adresboek 1967

    Dijkstraat 8

    Voormalig Klooster

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11429
    FunctieWoonhuis,
    Klooster
    Bouwjaar1837
    Sloopca. 1981

    Bronnen


  • Westerkerk

    Westerkerk

    Hogestraat 52, Aalten

    De Westerkerk in Aalten werd in 1891 gebouwd, enkele jaren na de Doleantie van 1886. Het gebouw diende als gereformeerde kerk en stond bekend als Kerk B, terwijl de Oosterkerk de naam Kerk A kreeg. De kerk is ontworpen door architect H. van der Brand, die er een zogeheten schuurkerk van maakte: een eenvoudig, functioneel kerkgebouw.

    In 1928 werd aan de straatzijde een portaal toegevoegd, omdat de ruimte in de kerk onvoldoende was. De kerk is gebouwd in neoclassicistische stijl, met in de voorgevel diverse rondboogvensters. Op het dak staat een kleine torenspits.

    Oorlogsjaren

    Op 30 januari 1944 hielden Duitse SS’ers een razzia in twee Aaltense kerken, waaronder de Westerkerk. De bezetters wisten dat kerkdiensten druk bezocht werden, ook door jonge mannen en onderduikers die zich onttrokken aan de arbeidsinzet of niet terugkeerden van verlof. Meer dan veertig mannen werden hierbij opgepakt.

    Latere geschiedenis

    In 1999 werd de Westerkerk verkocht aan de Euregio Christengemeente Euregio Christengemeente Aalten-Bocholt, die het gebouw sindsdien in gebruik heeft. De Westerkerk is aangewezen als gemeentelijk monument.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-2605
    FunctieKerk
    Bouwjaar1891
    MonumentGemeentelijk
    monument