Categorie: Textielindustrie

  • De textielfamilie Driessen

    De textielfamilie Driessen

    Gebroeders Driessen, Aalten - Stoomweverij en Natuurbleekerij

    De familie Driessen is een geslacht van textielondernemers, oorspronkelijk afkomstig uit Bocholt, net over de grens in Duitsland. Leden van de familie waren actief als textielfabrikant in Bocholt, Aalten en Leiden. Het is een katholieke familie, die in 1961 werd opgenomen in het Nederland’s Patriciaat.

    De geregelde stamreeks begint met Rutger Driessen, wever te Bocholt. In 1667 betaalde hij belasting, maar in 1672 werd hij als te arm beschouwd om belastingplichtig te zijn. Over zijn zoon Johann Driessen (1663–na 1713) en kleinzoon Gerard Driessen (1702–na 1738) is weinig bekend.

    Met Gerards zoon Bernard Driessen (1731-1772) begon de maatschappelijke stijging van de familie. Hij handelde in textiel, dat hij opkocht bij de thuis wevende boeren rond Bocholt en verkocht in Holland. Waarschijnlijk dankt de familie haar opkomst aan het feit dat ze, vanwege hun armoede, geen lid konden worden van het Boomsidenambt, het gilde van katoenwevers. Voor gildeleden was het verboden stoffen te verhandelen die niet door gildeleden waren geweven. Omdat de Driessens geen lid waren van het gilde, hoefden zij zich niet te houden aan deze regel en konden ze vrij handelen in katoen van thuiswevers.

    Bernard werd dankzij deze handel zo welvarend dat hij benoemd werd tot schepen van Bocholt, waarmee de familie toetrad tot het stedelijk patriciaat. Hij overleed echter op 41-jarige leeftijd tijdens een zakenreis in Den Haag, voordat hij zijn positie verder kon versterken.

    Uitbouw van de textielhandel

    Twee van Bernards zonen zetten de handel voort en breidden deze aanzienlijk uit door honderden thuiswevers voor zich te laten werken: Peter Driessen (1756–1843) en Hermann Driessen (1765–1817). Aanvankelijk werkten zij samen, maar later ging ieder zijn eigen weg. Beide broers werden zeer vermogend.

    Beiden trouwden met dochters van Johann Jacob Hölscher, lid van het katoenweversgilde en eveneens schepen van Bocholt. Peter trouwde met Elisabeth Hölscher en Hermann met haar zus Gertrud. Uit deze huwelijken blijkt dat de familie Driessen inmiddels geïntegreerd was in de lokale elite. Peter Driessen werd dan ook veertien jaar lang tweede burgemeester van Bocholt (1797–1811) en in 1813 was hij lid van de raad van het arrondissement Rees, in de tijd van Napoleon. In 1841 ontving hij op zijn oude dag een Pruisische onderscheiding: de Ritter des Roten Adlerordens, 4e klasse.

    Van handel naar fabricage

    Peter Driessen had rond Bocholt circa 500 thuiswevers voor zich werken. Deze wevers waren formeel zelfstandig, maar afhankelijk van de ‘reder’ die de garens leverde en het weefgetouw financierde. De opkomst van gecentraliseerde werkplaatsen, voorlopers van de fabrieken, maakte het mogelijk om meer toezicht te houden op de productie. Weefgetouwen konden voortaan continu worden gebruikt. De reder werd zo fabrikant of ‘fabriqueur’.

    Vestiging in Aalten

    Om de Nederlandse industrie te beschermen tegen Engelse import, voerde koning Willem I in 1823 een invoerheffing in van 25 tot 45% op katoenen stoffen. Daardoor werd de export vanuit Bocholt naar Nederland vrijwel onmogelijk. Om deze heffing te omzeilen vestigden twee neven Driessen zich in Aalten, vlak over de grens: Heinrich Driessen (1794–1879, zoon van burgemeester Peter) en Anton Driessen (1797–1879, zoon van Hermann). In Aalten richtten zij diverse textielondernemingen op, waaronder een stoomweverij en een blekerij.

    Over een periode van ruim 140 jaar (1826-1969) ontwikkelden de fabrikanten Driessen zich tot de belangrijkste werkgevers in Aalten en omgeving. De fabrieksgebouwen en privéwoningen van de Driessens waren beeldbepalend in het dorp. De fabrikanten hebben tot in de tweede helft van de 20e eeuw een belangrijke stempel gedrukt op het maatschappelijke en economische leven van Aalten.

    Bronnen


    • ‘Geweven goed. De textielgeschiedenis van Aalten en Bredevoort’, H. de Beukelaer en J.G. ter Horst
    • Wikipedia
  • Blekerij van Anton Driessen

    Blekerij van Anton Driessen

    Slatdijk, Dale (verdwenen)

    De blekerij van Anton Driessen, één van de gebroeders Driessen, was een textielblekerij aan de Slingebeek in Dale. De blekerij werd opgericht rond 1847 en bleef tot kort na de Tweede Wereldoorlog in gebruik.

    Nadat Anton Driessen zich in 1826 in Aalten had gevestigd om daar een Nederlandse tak van het familiebedrijf op te zetten, pachtte hij aanvankelijk een deel van de blekerij van zijn neef Heinrich Driessen bij boerderij de Grote Maat. In 1841 had hij plannen voor een eigen blekerij. Hij had zijn oog laten vallen op een stuk markegrond “ter grootte van vier bunders, gelegen in het zoo genaamde Slat bij Aalten”, dichter in de richting van het dorp.

    In die jaren was men in de gemeente Aalten bezig met de verdeling van de gemeenschappelijke markegronden. De betreffende grond hoorde bij de marke van Aalten. De ‘commissie tot de verdeeling der Markegronden’ wees zijn verzoek aanvankelijk af. Anton zette echter door en slaagde er uiteindelijk toch in het perceel in handen te krijgen.

    Op 6 februari 1847 berichtten Gedeputeerde Staten aan Anton Driessen, “fabrikant, katoen-, linnen- en garenbleeker”, dat de minister van Binnenlandse Zaken hem vergunning verleende om de inventaris van zijn bestaande blekerij over te brengen naar het nieuw verworven terrein aan de Slingebeek in Dale. Hij mocht daar de benodigde gebouwen oprichten. Voor deze vergunning betaalde hij ƒ 2,49.

    Buiten gebruik na de oorlog

    Na de Tweede Wereldoorlog stelde de N.V. Textielmaatschappij v/h Gebr. Driessen de blekerij buiten werking, waarschijnlijk omdat uitbesteden goedkoper was geworden. Daarna kreeg het gebouw een nieuwe functie als onderkomen voor de Aaltense padvinders.

    Vandaag de dag staat er op de plek van de voormalige blekerij een schuurtje dat deels gebouwd is met restanten van het oorspronkelijke gebouw.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832C-182Engelbert Stapelkamp, landbouwer7.040 m² bouwland
    1881C-1491Johan Bernard Anton Driessen,
    fabrijkant
    271 m² fabrijk bleekerij
    1923C-4377N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen24.150 m² fabriek en weiland
    1946C-4489N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen23.720 m² fabriek “De Bleek” en weiland
    padvindershuis en erf
    1950C-4961N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen23.630 m² padvindershuis en grasland

    Adres

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Dale 20

    Bleekerij

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 20

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 29

    Adresboek 1934

    Dale 32 > 14

    Bleekerij

    Adresboek 1967

    Dale 14 > Slatdijk 2

    Schuur

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-474
    FunctieBlekerij
    Bouwjaarca. 1847
    Sloopna WW2

    Bronnen


  • Fabriek H. Sevink

    Fabriek H. Sevink

    Misterstraat 8, Bredevoort

    In 1906 heeft Theo van Eijck hier een fabriek opgericht. Theo was een zoon van Joseph van Eijck, eigenaar van J. van Eijck en Co aan de Misterstraat 2/4. Drie jaar heeft Theo het volgehouden en is toen gestopt. Hij is later priester geworden. De fabriek is een paar keer doorverkocht. In 1918 sticht H. Sevink jr. (zoon van H.A. Sevink en neef van Th. van Eijck) de vennootschap H. Sevink Textielindustrie. In 1939 neemt Bontweverij P.K.W. de fabriek over.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832A-293Steven Ovink e.c. te Dinxperlo7.310 m² weiland

    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Bredevoort 173

    Fabriek Sevink

    Adresboek 1934

    Bredevoort 170 > Winterswijkschestraat 8

    Fabriek H. Sevink

    Adresboek 1967

    Misterstraat 8

    Fa. J. Vromen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.A-2488
    FunctieTextielbedrijf
    Oprichting1906
    Overname1939
  • Textielfabriek Wijkamp

    Textielfabriek Wijkamp

    Varsseveldsestraat 92, Aalten (verdwenen)

    Tegenwoordig zijn op dit adres Auto Wisselink en Autoschade Aalten gevestigd.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1952I-7684vof H. Wijkamp & Zoon3.750 m² fabriek, bld.

    Adres

    Adresboek 1967

    Varsseveldsestraatweg 92

    Textielfabr. Wijkamp

    Op nummer 94 (voorheen Lintelo 192) woonden H.L. Wijkamp met zijn vrouw en schoondochter, de weduwe A.H.A. Wijkamp-Pillen.

    Sluiting weverij

    Op 9 augustus 1971 bericht de Nieuwe Winterswijksche Courant het volgende:

    Wijkamp N.V. te Aalten sluit weverij

    Aan het personeel van de afdeling weverij van de textielfabriek Wijkamp NV te Aalten is vrijdagmorgen ontslag aangezegd. Het betreft hier zeven personen, die het slachtoffer zijn geworden van de sluiting van deze afdeling van het bedrijf. De confectie- en handelsafdelingen zullen op de oude voet worden voortgezet.

    Als reden van de sluiting van de weverij, werd opgegeven dat deze afdeling de laatste jaren onrendabel draaide, als gevolg van de steeds stijgende lonen met de daaraan verbonden sociale lasten, waardoor de productiekosten zo hoog werden dat het niet meer verantwoord was de weverij te handhaven.

    Bovendien mislukten pogingen om het drie-ploegenstelsel in te voeren, waardoor weer winstgevend zou kunnen worden gewerkt. Hiervoor kon echter niet genoeg personeel worden aangetrokken. Het produktie-pakket van de weverij is ondergebracht bij een Duitse weverij.

    De ontslagaanvrage is bij het Gewestelijk Arbeidsbureau aangevraagd, terwijl de vakbonden van de genomen maatregel op de hoogte zijn gesteld. De ontslagen werknemers kunnen, wanneer zij dat willen, bij een andere firma gaan werken, die bereid is hen in dienst te nemen.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-1294
    FunctieTextielfabriek
    Oprichting1939
    Sluiting1994?

    Bronnen


  • Wisselink Textiel

    Wisselink Textiel

    Eerste Broekdijk 85, Aalten (verdwenen)

    Textielweverij Wisselink Textiles, voorheen Gebr. Driessen, maakte sinds 1960 deel uit van de Textielgroep Twente. Zij maakten onder meer technisch textiel, tent- en vlaggedoek. Het bedrijf was sinds jaar en dag gevestigd aan de Dijkstraat, maar veroorzaakte daar in de dorpskern teveel geluids- en trillingsoverlast.

    Daarom verhuisde de fabriek in 1981 naar een nieuw pand aan de Eerste Broekdijk, op bedrijventerrein ’t Broek. Zusterbedrijf Koala Tricotagefabriek verhuisde naar de Industriestraat. Door deze verhuizing bleven ruim 200 arbeidsplaatsen behouden.

    De officiële opening van het nieuwe pand werd verricht door toenmalig Commissaris van de Koningin in Gelderland, de heer Geertsema. Het bedrijf kreeg van het gezamenlijk personeel een pyramidevormig beeld met afgestompte top cadeau, met de inscriptie: ‘OP NAAR DE TOP’. Die top heeft Wisselink echter nooit bereikt.

    Modernste van Europa

    De nieuwe weverij was destijds met afstand de modernste van Europa. Er stonden aanvankelijk 76 supermoderne Sulzer projectielweefmachines en 20 oudere Picanol weefmachines. Directeuren waren achtereenvolgens de heren Schukkink, Van der Gronden (tijdelijk), Defourney en Brouwer.

    Enkele keren per jaar werden er feesten georganiseerd. Hoogtepunten waren de sportdagen met de zusterbedrijven in Enschede, Weerselo, Hengelo en in het Belgische Bree. Ook het 100-jarig bestaan van het concern in het Theaterhotel in Almelo was een geweldig feest. Wisselink had een eigen schietvereniging, ‘WIA’ (Wisselink Textiel Aalten) en was aangesloten bij de Aaltense Schietbond.

    Desondanks was het hard werken geblazen in de textiel: ploegendiensten, stof en kabaal… Vooral veel kabaal!

    Overname en sluiting

    Met de firma Wisselink ging het op een gegeven moment niet goed meer. In 1997 werkten er 93 mensen bij Wisselink. Dit was al een stuk minder dan in de jaren daarvoor. Na een aantal vervelende reorganisaties viel in 2002 letterlijk en figuurlijk het doek. Het bedrijf werd overgenomen door de Duitse firma Setex. Een jaar later werd de gehele productie verplaatst naar de hoofdvestiging in het Duitse Dingden. Op 31 maart 2003 sloot de fabriek in Aalten en kwam het pand aan de Eerste Broekdijk leeg te staan.

    Enige jaren na de sluiting werd het pand aangekocht door de firma Kaemingk Season Decorations. Het voormalige productiebedrijf werd nu ingericht als magazijn. In 2015 werd het gebouw gesloopt en bouwde Kaemingk er een nieuw en groter magazijn voor in de plaats.

    Uitvinding

    Op 16 augustus 1980 berichtte De Telegraaf over een nieuwe vinding van textielfabriek Wisselink:

    Schulp zonder knoopjes voor soldaten bedacht

    Soldaten kunnen in de toekomst letterlijk in hun schulp kruipen. Schulp heet namelijk de tent die in opdracht van het ministerie van Defensie voor het leger werd ontwikkeld. Het is een tweepersoons enkeldakstent voor mobiel gebruik, snel op te zetten en niet zwaar.

    Dat laatste is te danken aan een nieuw soort tentdoek, KSOOI/Wetfold, een vinding van textielfabriek Wisselink in Aalten. Het is lichtgewicht katoendoek, voorzien van een zogeheten multi-poreuze coating (MPC).

    Bivakkeren wordt er een stuk makkelijker door. Want het bijzondere van dit doek is dat het niet gaat lekken als het tijdens een regenbui wordt aangeraakt of als het kletsnat wordt opgevouwen en ingepakt.

    En dank zij een ingenieus spansysteem zijn er slechts twee haringen nodig om het onderkomen op te zetten. Wat wil je meer als soldaat op veldoefening in barre weersomstandigheden?

    Het zijn trouwens niet alleen de soldaten die kunnen genieten van de door Mick Schmidt ontworpen tent. Er is ook een civiele versie van gemaakt. En die is bekroond met de ANWB-prijs 1986-‘B7 voor het beste tentontwerp van het jaar.

    Het grootste voordeel van de tent is misschien dat het niet twee halve tenten zijn. Er zit geen knoopje aan. Er komt alleen misschien ruzie over wie van de twee het ding op zijn ransel neemt.

    Video

    In 1990 maakte FilmAalten filmopnamen in de Textielweverij van Wisselink:

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-1207
    FunctieTextielfabriek
    Opening1981
    Sluiting2003

    Bronnen


  • Koala Body Fashion

    Koala Body Fashion

    Industriestraat 15, Aalten (verdwenen)

    Koala Body Fashion (1982)

    Voorheen Koala Tricotagefabriek, fabrikant van ondergoed.

    Het Algemeen Dagblad schrijft op 15 maart 1989:

    VAN JANSEN & TILANUS NAAR KOALA BODY FASHION

    Koala Body Fashion is de nieuwe naam van de fabrikant van het onder- en nachtmodemerk Jansen & Tilanus. Deze werkmaatschappij van de Textielgroep Twente heeft een aandeel van 10 procent in de Nederlandse markt. Koala — voorheen Koala Tricotagefabriek — hoopt met de naamsverandering de stijgende lijn van het bedrijf voort te zetten.

    In 1987 steeg de winst met 10 procent ten opzichte van het vorige jaar. Hoewel algemeen directeur H. ter Balkt niet verwacht dat dit percentage in 1988 ook is behaald, is er opnieuw sprake van een behoorlijke groei. Als belangrijkste voorwaarde daarvoor noemt hij het zo snel mogelijk reageren op de wensen van de consument.

    Doordat nacht- en ondergoed de laatste jaren steeds meer een wezenlijk onderdeel van de mode wordt, is het onderhevig aan nieuwe trends, rages en ontwikkelingen. „Een toenemend deel van de omzet wordt bepaald door produkten die een half jaar tevoren nog niet bestonden. In zo’n situatie kun je niet met lange levertijden werken”, aldus Ter Balkt.

    Koala Body Fashion stort, ter ere van het 70-jarig bestaan, als eerste bedrijf in Nederland ƒ1000 in een door de Hogeschool Enschede gesticht fonds. Dit fonds moet in de toekomst internationale uitwisseling van docenten en studenten in het vakgebied textiel mogelijk maken. Een zelfde bedrag stelt Koala beschikbaar voor de beste afstudeeropdracht van de Hogere Technische School voor de Konfektie Industrie in Amsterdam.

    En het Parool schreef op 1 september 1995:

    Textielbedrijf gaat naar Azië

    Textielgroep Twenthe gaat zijn confectie-activiteiten naar Zuidoost-Azië verplaatsen. Mogelijk verdwijnen in de loop van het jaar ook andere activiteiten uit Nederland. Vanwege aanhoudende verliezen worden verdere reorganisaties niet uitgesloten. In de eerste helft van dit jaar leed de textielgroep een verlies van 4,5 miljoen gulden.

    Bij Koala Body Fashion in Aalten werken zeventig mensen. Het confectie-atelier is de belangrijkste veroorzaker van de aanhoudende verliezen.

    Volgens een verklaring van het bedrijf is verplaatsing onvermijdelijk vanuit het oogpunt de kostprijs te verlagen en de flexibiliteit op te voeren. Gestreefd wordt naar een nieuwe lokatie in Zuidoost-Azië.

    Voor de veertig personeelsleden die zullen worden ontslagen is een sociaal plan opgesteld. In Aalten blijven ongeveer dertig mensen over. Zij houden zich bezig met de fabricage van zeer modegevoelige produkten, waarbij een korte levertijd nodig is.


    Video

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1678
    FunctieTextielfabriek
    Oprichting1982
    Sluiting1995

    Bronnen


  • Grote Maat (De Bleek)

    Grote Maat (De Bleek)

    Elshoekweg 18-20, Dale

    De Grote Maat herinnert aan een stukje Aaltense textielgeschiedenis, want hier was ooit de blekerij van Heinrich Driessen, welke in 1826 vanuit Bocholt naar Aalten was gekomen. Hij had van Zijne Majesteit de Koning toestemming gekregen om in Aalten een bedrijf te stichten.

    Heinrich kocht een stuk grond in de Colenbroeksmate bij de Slingebeek (aan het eind van de tegenwoordige Elshoekweg). Die bouwplaats staat nu nog bekend als “de Bleeke”. Er verrezen een looghuis en een drooghuis. Het nodige water verkreeg hij van de beek door een kleine omleiding. Buiten de gebouwen was het weiland met smalle sloten doorsneden, waarlangs de geweven stukken uitgespannen werden.

    De werklieden gebruikten een giet- of bleekspaan om water uit de sloten te scheppen en dit over de doeken te gieten, nadat deze al in het looghuis waren behandeld. Deze behandeling hield in dat de doeken 24 tot 36 uur werden gekookt in loog. De natuur werkte mee aan het bleekproces.

    Een rijmpje zegt: “Om ’t lijnwaad schoon en wit te bleeken, is ’t nodig eerst in loog te weeken. Begooten en gespreid op ’t veld wordt alles door de lucht hersteld”.

    In 1832 arriveerde zelfs een stoomketel uit Engeland. Er verrezen een ketelhuis en een hoge schoorsteen. De ketel was van ‘lage drukking’, alleen te gebruiken om de loog door de buizen in de kuipen te brengen.

    In 1843 had Heinrich Driessen op zijn blekerij in Dale achttien werklieden.

    Een deel van de blekerij werd aanvankelijk gepacht door Heinrichs neef Anton Driessen. Omstreeks 1846 richtte neef Anton vlakbij een eigen blekerij op, “in het zoo genaamde Slat bij Aalten”.

    Na de dood van Heer Heinrich in 1879 ging het bedrijf over op zoon Eduard.

    Buitenplaats

    Eduard en zijn nazaten koesterden de bleek als een buitenplaats. Omstreeks 1890 werd er een theekoepel gebouwd, waarna de pachters van de boerderij de verplichting kregen om thee te schenken als de familie haar buitenverblijf, in het bijzonder de koepel, bezocht. In de eerste decennia vonden daar op zaterdagavond gezellige bijeenkomsten voor jongelui plaats waarbij de trekharmonica voor vertier zorgde. In de oorlogsjaren deed de koepel dienst als muizenvrije graanopslag.

    Enkele onderdelen van de bebouwing zijn nog aanwezig, waaronder het theehuisje. Er is ook nog een papklok die waarschuwde dat het tijd was om te eten. Het zijn enkele van de laatste getuigen van de katoennijverheid in Aalten.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832C-172
    C-173
    C-175
    Peter Driessen,
    koopman te Bocholt
    147 m² huis
    460 m² huis & erf
    450 m² huis & erf
    1872C-175
    C-1460
    C-1869
    C-1870
    Bernard Eduard Johan
    Driessen, fabrijkant
    450 m² huis & erf
    256 m² fabrijk voor bleekerij & erf
    23 m² koepel
    208 m² drooghuis & erf
    C-3180
    C-3183
    C-3185
    Bernard Eduard Johan
    Driessen, fabrijkant
    2.097 m² stoombleekerij & erf
    970 m² koepel & erf
    1.150 m² huis, schuur & erf
    1926C-3534
    C-3535
    C-3536
    C-3537
    Gerrit Houwers, landbouwer
    970 m² koepel en
    terrein voor vermaak

    Bewoners

    Eerst bekende bewoners:

    Herman / Harmen te(r) Sligt(e) (Aalten, 29-01-1747 – Lintelo, 16-01-1833), trouwt op 29-04-1787 in Aalten met
    Jenneke(n) (de) Wolf(s) (Aalten, 28-03-1751 – Dale, 30-06-1825)

    Herman / Harmen en Jenneke(n) verhuisden naar Kappers (Brunink) in Dale. Herman / Harmen overleed op Hoopman (Magis) in Lintelo.

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1823-1850

    Dale 7

    Hendrik Willem van de Pol (Doetinchem, 14-09-1791), dagloner
    Aleida Veldhorst (Varsseveld, 18-06-1783)

    Volgende bewoners:

    Hermann Schleking (Rhede, 16-06-1814), bleeker
    Elisabeth Göring (Bocholt, 04-11-1813)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Dale 9

    Hermann Schleking (Rhede, 16-06-1814), bleker
    Elisabeth Göring (Bocholt, 04-11-1813)

    Zij emigreren in 1861 naar Amerika.

    Volgende bewoner:

    Bernardus Koenders (Aalten, 05-10-1816), bleeker

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Dale 9

    Bernardus Koenders (Aalten, 05-10-1816), landb.

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Dale 21

    Bernardus Koenders (Aalten, 05-10-1816), landbouwer

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Dale 21

    Bernardus Koenders (Aalten, 05-10-1816), landbouwer

    Volgende bewoners:

    Bernard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden, 13-09-1833), landbouwer
    Maria Christina Overbeek (Bocholt, 02-03-1846)

    Dale 22

    “Looghuis”

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Dale 22

    Bernard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden, 13-09-1833), landbouwer
    Maria Christina Overbeek (Bocholt, 02-03-1846)

    Volgende bewoners:

    Heinrich Wilhelm Schoppers (Spork, 02-02-1861), landbouwer
    Bernardina Hustedde (Hemden, 22-02-1857)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 23 > 32

    Heinrich Wilhelm Schoppers (Spork, 02-02-1861), landbouwer
    Bernardina Hustedde (Hemden, 22-02-1857)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 32 > 35

    Heinrich Wilhelm Schoppers (Spork, 02-02-1861), landbouwer
    Bernardina Hustedde (Hemden, 22-02-1857)

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Dale 35 > 15

    Heinrich Wilhelm Schoppers (Spork, 02-02-1861)
    Bernardina Hustedde (Hemden, 22-02-1857)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Houwers (Dale, 17-09-1899)
    Hanna Gesina Neerhof (Dale, 06-08-1897)

    Adresboek 1934

    Dale 35 > 15

    G. Houwers

    Adresboek 1967

    “Grote Maat”

    Dale 15 > Slatdijk 3

    G. Houwers
    A.J. Houwers

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-459
    FunctieBoerderij
    Bouwjaar1860
    Monumentnee

    Bronnen


  • Martin / Agave

    Martin / Agave

    Koopmanstraat 77, v/h Polstraat 64, Aalten (verdwenen)

    Vanaf 1951 was H. Martin N.V. (breierij van luxe babykleding) gevestigd aan de Polstraat/Koopmanstraat in Aalten. In 1960 kwam zusterbedrijf Agave (garenveredeling) erbij. Na het faillissement van Martin in 1976 werden de veredelingsactiviteiten voortgezet als GaVeA. Rond 2000 verhuisde het bedrijf naar industrieterrein ’t Broek; het voormalige fabriekscomplex maakte plaats voor woningbouw.

    H. Martin N.V.

    In 1951 startten H.H. Martin (mededirecteur van de Tricotfabriek in Winterswijk) en zijn schoonzoon J.W. Wesselink in de voormalige beschuitfabriek van Wijers aan de Koopmanstraat een breierij met confectieafdeling onder de naam H. Martin N.V. Wesselink werd directeur. Het bedrijf specialiseerde zich in luxe gebreide baby-artikelen en begon met tien werknemers. Het personeelsbestand groeide tot circa 135 begin jaren zeventig.

    In 1960 werd een nevenbedrijf opgericht: Aaltense Garenveredeling (Agave), een ververij, spoelerij en blekerij die ook loonveredeling voor derden uitvoerde.

    Eind jaren zestig verslechterden de marktomstandigheden. De invoering van de Duitse BTW drukte de export en de prijsconcurrentie uit o.a. Hongkong, de voormalige DDR en Brazilië nam toe. Dit leidde in 1976 tot het faillissement van de firma H. Martin N.V.; 80 werknemers verloren hun baan.

    Agave / GaVeA en Hankolor

    Na de liquidatie van Martin zette J.W. Wesselink de veredelingsactiviteiten voort als Garen Veredeling Aalten (GaVeA), dat uitsluitend in opdracht voor derden werkte. Vanaf 1981 richtte GaVeA zich, naast het verven van garens, ook op stukgoedververij (gebreide meterwaar), met J. Roozeboom als chef tot 1987.

    In 1984 volgde B. ter Brugge zijn zwager Wesselink op als directeur; in 1987 nam A. van Buren het over en in 1989 trad hij terug. Datzelfde jaar richtte Wesselink Hankolor op, voor het verven van garens op streng voor de tapijtindustrie — destijds de enige loonververij van strenggarens in Nederland. De klantenkring was aanvankelijk Nederlands en breidde later uit tot circa 250 km over de Duitse grens.

    Vervolgens werd de onderneming in 1989 gesplitst in de moedermaatschappij AGAVE met de dochters GaVeA en Hankolor; Roozeboom keerde terug als directeur van Hankolor en vormde samen met Wesselink ook de directie van GaVeA.

    In 1992 telde het bedrijf circa 35 medewerkers en bestond het uit drie afdelingen: een garenververij (kruisspoel verven), stoffenververij (gebreide meterwaar) en de ververij van garens op streng (met name voor de tapijtindustrie).

    Verhuizing en huidige situatie

    Rond 2000 verhuisde het bedrijf naar industrieterrein ’t Broek; de onderneming gaat sindsdien verder als GVA Textielveredeling. Het vrijgekomen terrein is bebouwd met woningen, waaronder aan een nieuw aangelegde straat, de Brederostraat.

    Locatiegeschiedenis

    Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.

    In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:

    Slachthuis Joseph Leeser (1916) → Beschuitfabriek E.J. Wijers (vanaf 1919) → Klompenfabriek Pothof (jaren 1930–1940) → Martin/Agave (1951-2000).


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1916I-4089Joseph Leeser, slager & koopman3.118 m² exportslagerij & erf
    1918I-5754Joseph Leeser, slager & koopman10.548 m² exportslagerij,
    stalling & grasland
    1921I-5754N.V. “Wijers’ Beschuit- en Koekfabriek”10.548 m² fabriek & grasland
    1933I-6428N.V. “Wijers’ Beschuit- en Koekfabriek”10.640 m² fabriek & grasland
    1942I-6428Gerhard Trepmann, fabrikant10.640 m² huis, loods,
    fabriek & grasland
    1952I-6428N.V. “H. Martin”10.640 m² huis, loods,
    fabriek & grasland
    1962I-8728
    I-8729
    N.V. “H. Martin”
    N.V. “Aaltense Garenveredeling Agave”
    7.020 m² fabriek, erf, huis, kantoor
    3.620 m² fabriek, erf
    1978
    1977
    I-8728
    I-9207
    Gerrit Johan Kramp, directeur ener b.v.
    Garenveredeling Aalten B.V.
    7.020 m² fabriek, erf, huis, kantoor
    3.475 m² fabriek, erf

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1967

    Polstraat 64

    Fabriek N.V. H. Martin


    Krantenberichten

    Kenmerken


    Kadastraal nr.
    FunctieTextielbedrijf
    Oprichting1951/1960
    Verhuizingca. 2000
    Textielfabriek Martin, midden jaren zestig
  • J. van Eijck & Co.

    J. van Eijck & Co.

    Misterstraat 2, Bredevoort

    De firma J. van Eijck & Co. is een voormalige weverij in Bredevoort, gelegen aan de Misterstraat, net voorbij de Munsterbrug en aan de Slingebeek (rechts op bovenstaande foto). Deze weverij speelde een belangrijke rol in de textielindustrie van Bredevoort.

    Het bedrijf werd rond 1867 opgericht door Josephus Godefridus Henricus van Eijck, geboren in Helmond en van oorsprong afkomstig uit een familie uit Sint-Niklaas, België. In Bredevoort werd hij kortweg ‘Sjef’ genoemd. J. van Eijck & Co. was de tweede textielfabriek in Bredevoort. Bij de eerste fabriek, van H. van Eijck & Zoon, werd intussen gestaakt. Hoewel de staking eind januari was beëindigd, werd het 25-jarig jubileum van die fabriek slechts sober gevierd door de werknemers.

    Na het overlijden van Josephus G.H. van Eijck in 1898 nam zijn vrouw, Hendrika Maria Kavelaar, de leiding van het bedrijf over. Zij benoemde de broers Henricus en Johannes Müter tot directeuren. Johannes Müter liet de monumentale Villa Maria bouwen, gelegen naast de fabriek (ook op bovenstaande foto te zien). Na de dood van Hendrika Maria Kavelaars zetten de broers het bedrijf voort. Ondertussen was een deel van het oude familiebedrijf in handen gekomen van A. Ubbink uit Bredevoort.

    Vermoedelijk heeft Sjef van Eijck geprobeerd dit deel van het familiebezit terug te verwerven en is daar anno 1893 in geslaagd, zoals blijkt uit akten met betrekking tot de familie Ubbink. Na het overlijden van Sjef in 1898 werd de firma ‘J. van Eijck & Co.’ op contractbasis voortgezet door zijn weduwe, H.M. Kavelaars, samen met vennoot J.H.J. Müter, voor een periode van tien jaar.

    Na een periode van leegstand werd het gebouw in 1956 in gebruik genomen door het bedrijf Aparta, dat er een snoepfabriek vestigde. Later huisvestte het gebouw onder meer een dozenfabrikant, een Coca-Colafabriek, een groothandel in hangsloten en de bontweverij/tuftingfabriek van Jos Rusink. In 1993 werd het complex door brand verwoest, waarmee een markant gebouw uit het stadsbeeld verdween.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1868A-867Jean Leander van Eijck1.645 m² stoomfabriek,
    weverij en erf
    1898A-1142de Firma J. van Eijck4.215 m² stoomfabriek en erf
    1910A-1142Johannes Henricus Josephus Müter,
    fabrikant
    4.215 m² huis, stoomfabriek,
    tuin en erf
    1935A-1591N.V. J. van Eijck en Co.’s Bontweverijen5.210 m² 2 huizen, fabriek, erf
    1957A-1798N.V. “Delicatessen Industrie Aparta”6.390 m² textielfab., huis en tuin
    1974A-1798N.V. “Nederlandse Apparatenfabriek
    Rivièra”
    6.390 m² huis, tuin, textielfabriek

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1967

    Bredevoort 168 > Winterswijkschestraat 2

    Fabriek

    Adresboek 1967

    Misterstraat 2

    Fabriek “Aparta”

    Kenmerken


    Kadastraal nr.A-2520
    FunctieTextielfabriek
    Oprichting1867
    Sluiting> 1934
  • Fa. Gebroeders Muller

    Fa. Gebroeders Muller

    Haartsestraat 142-144, Aalten (verdwenen)

    Burchard Diederik Gerhard Muller was eigenaar van twee manufacturen-, ijzer- en galanteriewinkels. Ook dreef hij een graanhandel en had hij een kruidenierszaak. Hij was getrouwd met Elisabeth Manschot en zij woonden aan de Lichtenvoordsestraatweg in Aalten.

    In 1870 startte hij een stoomblekerij op het Geurken aan de Haartseweg. Twee jaar later werd het bedrijf uitgebreid met een ververij en een drukkerij. Enkele jaren daarna breidde de firma Muller verder uit met een stoomweverij.

    Het benodigde water onttrok men aan de nabijgelegen beek. Drie broers van deze familie hebben nog geprobeerd de watermolen op de Pol te kopen, nadat deze op 1 mei 1853 was afgebrand. De watermolen met stuw werd echter door de gemeente aangekocht en rond de eeuwwisseling gesloopt.

    Na het overlijden van Burchard Diederik Gerhard Muller in 1873 zetten zijn kinderen het familiebedrijf voort.

    Brand

    Op 6 mei 1902 brandde de fabriek van Muller af en werd niet meer herbouwd of voortgezet.

    Aalten, 6 Mei – Hedenmiddag omstreeks 4 uur ontstond er brand in de fabriek van de hh. Gebrs. Muller op ongeveer 10 minuten buiten de kom van ’t dorp gelegen. Van de verschillende gebouwen zijn geheel in de asch gelegd: de drukkerij, stoomdrogerij en het magazijn met vele goederen. De oorzaak is onbekend. Het oude gedeelte is afgebrand. De gebouwen voor de weverij zijn behouden gebleven.

    Zutphensche Courant, 8 mei 1902

    Dinsdagmiddag tegen 4 uur werden we plotseling opgeschrikt door het luiden der brandklok. Het was spoedig een buitengewone drukte op de straat en de brandspuiten trokken achter elkaar in de richting van den Haartschen grintweg, want al spoedig wist men dat de brand woedde in de fabriek van de heer Muller, aan dien grintweg gelegen.

    Het hooge gebouw, waar de weverij, drukkerij en drogerij was, is geheel door het vuur vernield en de machines zijn natuurlijk onbruikbaar geworden, terwijl ook het magazijn met vele goederen een prooi der vlammen werd. De weverij heeft niet geleden, terwijl de machinekamer, door het flink optreden der brandweer, die daar ook voldoende water had, eveneens kon behouden blijven. Dat er overigens veel waterschade is aangericht, spreekt van zelf.

    Nieuwe Winterswijksche Courant, 10 mei 1902

    Tegenwoordig staat er een dubbele woning met bouwjaar 1938.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Adresboek 1934

    Haart 1 > Haartschestraat 82

    J.B. Roters

    Haart 1a > Haartschestraat 82a

    J.H.Th. te Beest

    Haart 2 > Haartschestraat 84

    H.J. Testerink

    Adresboek 1967

    Haartsestraat 82

    A.A. Lammers

    Haartsestraat 84

    H.J.G. Lensink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.D-4560/4561
    FunctieTextielbedrijf
    Bouwjaarca. 1870
    Slooponbekend

    Krantenberichten

  • H. van Eijck & Zoon

    H. van Eijck & Zoon

    Misterstraat 39, Bredevoort

    De firma H. van Eijck & Zoon werd in 1834 opgericht door Henricus van Eijck (Helmond, 02-04-1780 – Sint-Niklaas (B), 08-04-1846). Het was de eerste textielfabriek in Bredevoort. Aanvankelijk kreeg Van Eijck geen toestemming van de Nederlandse Handel Maatschappij, maar door persoonlijk ingrijpen van koning Willem I kwam die toestemming alsnog.

    Henricus kwam uit Sint-Niklaas (België) met zijn familie, omdat daar de textielindustrie stagneerde in verband met de Belgische Opstand die in 1830 was uitgebroken. Doordat die toestand zich bleef voortslepen zagen veel Belgische fabrikanten de oplossing door zich te vestigen in noord-Nederland.

    De Bredevoorters waren dankzij de huisnijverheid niet onbekend met weven, desalniettemin liet Van Eijck meesterknechten uit België overkomen. De eersten vertrokken al spoedig naar Doetinchem, Peter Lavinus van den Broek, bleef met vrouw en kinderen tot zijn dood in Bredevoort wonen.

    Ontwikkeling

    De fabriek stond aan de Misterstraat, ter hoogte van de Bekendijk. H. van Eijck & Zoon was een weverij voor met name katoen. Bij de aanvang werd gewerkt met een stoommachine van 4 pk en een ketel. Het hoogtepunt werd bereikt in 1839 toen hier 225 wevers werkten. Het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog veroorzaakte een dip in de activiteiten, omdat de import van Amerikaans katoen praktisch stil kwam te liggen. In 1865 kwam er echter een opleving en twee jaar later werd er een stoommachine aangeschaft. In 1878 kwam het bedrijf stil te liggen, doordat de vrouw van Jean Leander van Eijck overleed.

    Mogelijk is er een ruzie over de erfenis ontstaan, want nog datzelfde jaar werd er een nieuwe fabriek geopend. De helft van het oorspronkelijke familiebedrijf werd aangekocht door Josephus Godefridus Henricus (‘Sjef’) van Eijck en met zijn vennoot J.H.J. Müter uit Amsterdam voortgezet onder de firmanaam J. van Eijck & Co.

    Stakingen

    In januari 1903 brak een staking uit, nadat bekendgemaakt werd dat werknemers niet langer meer op de vloer mochten spugen richtte men een afdeling van de vakbond Unitas op. In Aalten bleken de fabrieksarbeiders van de pijpen- en kammenfabriek solidair te zijn en stortten 30 gulden in de stakingskas. Eind januari was de staking voorbij.

    In september 1903 waren er wederom grimmige stakingen rondom de uitbetaling van salaris in Nederlands geld, waar de werknemers gewoonlijk in Duits geld uitbetaald kregen. Vanaf 1 oktober legden de arbeiders het werk neer. Voorzitters van de vakbond Unitas waren onder anderen predikant Johan Henri Ledeboer, pastoor Joannes Mulder en W.W.M. Moll. Het bedrijf negeerde de staking en wierf nieuwe arbeiders. De politie moest ingrijpen om de stakers en de ‘vreemde werknemers’ te scheiden. Burgemeester W.C. Tack liet de politie ingrijpen toen tijdens het Volksfeest van Bredevoort een spotlied ten gehore werd gebracht.

    Eind december werden 109 ruiten van de fabriek ingegooid. Op 15 januari 1904 moesten dertien mensen zich in Groenlo voor de kantonrechter verantwoorden voor het zingen. Een week later nog een viertal. De boete bedroeg 5 gulden of twee dagen hechtenis. Twee personen werden vrijgesproken. Na een jaar staken had de helft van de stakers intussen een andere baan gekregen, de rest ontving ondersteuning uit de stakingskas. Het is onbekend of de stakers ooit zijn teruggekeerd. Na 17 maanden was de staking in elk geval voorbij. Na de staking werkten er nog maar 10 mannen en 10 jongens.

    Sluiting

    In 1905 werkten er bij H. van Eijck & Zoon 29 mannen, 6 jongens en 5 meisjes. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verving Van Eijck de 8 pk machine voor een 45 pk machine, later nog vergroot tot 60 pk. Begin 1924 sloot de fabriek. Dutch Button Works kocht het complex, en maakte er een knopenfabriek van.

    J. van Eijck & Co. heeft nog bestaan tot in de Tweede Wereldoorlog.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.A-2623
    FunctieTextielfabriek
    Oprichting1834
    Sluiting1924

    Bronnen


    • Delpher
    • ‘Bredevoort een Heerlijkheid’, Staring Instituut, 1988 (ISBN 90-900213-5-3)
    • ‘Ne göpse vetelsels ovver Aalten en Brevoort’, v.v. Volkshuisvesting, 1984
    • Wikipedia
    • Kadastrale kaart
  • Stoomweverij Herman Driessen & Zoon

    Stoomweverij Herman Driessen & Zoon

    Hofstraat 14, Aalten

    ‘Stoomweverij Herman Driessen & Zoon’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Hofstraat. Het familiebedrijf was actief van 1893 tot 1969 en werd na sluiting herontwikkeld tot kantoorruimte, gezondheidscentrum en appartementen.

    In 1893 begon Herman Driessen, nadat hij uit het familiebedrijf ‘Gebr. Driessen’ was gestapt, samen met zijn zoon Joseph een eigen stoomweverij met 34 weefgetouwen aan de Hofstraat op ‘het Blik’: ‘NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon’ (vaak afgekort als HDZ). Naast de fabriek liet Herman ook zijn nieuwe woonhuis bouwen: villa ‘Beukenhof‘.

    Na Hermans overlijden nam zijn zoon Joseph Driessen (1870-1938) het bedrijf over, gevolgd door diens zoon Clemens Driessen (1900-1964).

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Clemens de leiding over het bedrijf. In die periode verrichtte hij ook illegale activiteiten. Zo stelde hij in zijn fabriek blauwe keperstof ter beschikking, zodat de ondergrondse verzetsgroepen bij de bevrijding in uniform gekleed konden gaan.

    In 1964 overleed Clemens Driessen en nam zijn broer Herman de leiding over het bedrijf over, bijgestaan door de twee zonen van Clemens: Joop en Clemens Driessen.

    Producten

    HDZ produceerde tricotage zoals ondergoed, turnkleding en sweaters en huishoudtextiel als tafellakens, servetten, hand-, bad-, glas- en theedoeken, lakens en slopen, voorzien van sierranden of ingeweven namen van bedrijven als de Holland-Amerika Lijn en de Nedlloyd.

    Na 1945 verschoof de focus naar hotellinnen, sport- en turnkleding en gebreide en geweven babykleding. De grote rookpluim uit de schoorsteen van de fabriek en het geluid van de stoomfluit waren onderdeel van het dagelijks leven in Aalten.

    Sluiting en herbestemming

    Na de Tweede Wereldoorlog liep de textielindustrie, die zo lang bepalend was voor de economische bedrijvigheid in de oostelijke Achterhoek, sterk terug door toenemende buitenlandse concurrentie en de opkomst van massaproductie.

    In december 1969 besloot directeur Joop Driessen over te gaan tot vrijwillige liquidatie. Op dat moment werkten er nog zo’n 180 mensen in het bedrijf.

    Van 1970 tot 1980 vond Staalkat, fabrikant van eiersorteermachines, onderdak in de leegstaande fabriek. Hierna werd er een bedrijfsverzamelgebouw in gehuisvest. In 1996 kwam het pand leeg te staan. Jarenlange leegstand leidde tot verval, tot het pand in 2002 door brandstichting grotendeels werd verwoest.

    Ondanks grote schade bleef er gelukkig voldoende bewaard om te kunnen restaureren. Op 16 december 2009 onthulde wethouder Wim ten Voorde samen met de heer Joop Driessen en de heer Egbert Rots van Rots Bouw het bord van het project Hofstraat. De voormalige textielfabriek werd gerestaureerd en herontwikkeld tot kantoorruimten en een gezondheidscentrum. Ook werden er appartementen op het terrein gerealiseerd.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1897I-4616H.A.F.C.M. Driessen, fabriekant3.880 m² stoomfabriek & erf
    1914I-4715J.W.J. Driessen, fabrikant3.840 m² stoomfabriek, bergplaats, erf
    1924I-5631J.W.J. Driessen, fabrikant11.400 m² fabriek, schuur & weiland
    1940I-7023N.V. Stoomweverij Herman
    Driessen en Zoon
    11.940 m² huis, fabriek, tuin, erf

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13087/13073
    FunctieTextielfabriek
    Oprichting1893
    Sluiting1969
    MonumentRijksmonument
  • Stoomweverij Gebr. Driessen

    Stoomweverij Gebr. Driessen

    Dijkstraat 15-17, Aalten (verdwenen)

    De ‘Stoomweverij Gebr. Driessen’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Dijkstraat, waar tegenwoordig de woonwijk Driessenshof is. Het bedrijf werd opgericht in 1826 en verhuisde in 1981 naar het Aaltense industrieterrein.

    Omstreeks 1817 richtten de broers Anton en Joseph Driessen, afkomstig uit een invloedrijke textielfamilie, in Bocholt de firma Gebrüder Driessen op. Ze handelden voornamelijk in bombazijn, een weefsel van linnen en katoen, dat ze naar Nederland exporteerden. Deze lucratieve handel kwam in gevaar door de verhoging van de invoerheffing in Nederland op buitenlands weefsel.

    Om de hoge tarieven te omzeilen vroegen ze de Nederlandse koning om toestemming voor het openen van een vestiging in Aalten. De vergunning werd verleend en in 1826 vertrok Anton naar Aalten, terwijl zijn broer de firma in Bocholt voortzette.

    Thuiswevers en eerste spinnerij

    Anton zette in Aalten een handspinnerij op voor zijn vele thuiswerkers, voornamelijk bombazijnwevers, die het aangeleverde garen verwerkten. Volgens een gemeentelijk verslag uit 1827 werkten toen al 218 wevers voor hem in en rond Aalten.

    In hetzelfde jaar verplaatste Anton de katoenspinnerij naar een pand aan de Landstraat, dat hij had aangekocht van Manus Scholten. Deze locatie werd omgebouwd tot spinnerij met machines op zowel de begane grond als de verdieping. Ondanks bezwaren van buren wegens geluidsoverlast en brandgevaar, gaf het gemeentebestuur toestemming. Ook de gouverneur van Gelderland verwierp het protest.

    Groeifase en mechanisatie

    In de daaropvolgende jaren groeide de spinnerij uit tot een moderne stoomweverij. Anton richtte ook een blekerij op in Dale en liet aan de Dijkstraat een groot woonhuis met bijgebouwen neerzetten. De bombazijnhandel van Anton groeide in de loop der jaren uit tot een door stoom aangedreven spinnerij die hij later uitbreidde met mechanische weefgetouwen.

    In 1893 stapte Anton’s zoon Herman uit de directie van het familiebedrijf en richtte samen met zijn zoon Joseph een eigen fabriek op aan de Hofstraat: de NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon.

    Overnames en verhuizing

    In 1918 verkocht Anton’s kleinzoon Theodoor het bedrijf aan Twentse investeerders die de fabriek voortzetten als ‘Voorheen Gebr. Driessen’.

    In 1925 breidde de fabriek uit met een confectie-afdeling, van zes naar wel 110 meisjes in dienst. En in de crisisjaren (rond 1933) moderniseerde men grondig: het aantal weefgetouwen steeg van 34 naar 200.

    In 1960 werd het bedrijf overgenomen door Wisselink’s Textielfabrieken, onderdeel van Textiel Groep Twenthe. Zij maakten onder meer technisch textiel, tent- en vlaggendoek.

    Van fabriek naar woonwijk

    Omdat het bedrijf veel geluids- en trillingsoverlast veroorzaakte, verhuisde de fabriek in 1981 naar een nieuw pand op bedrijventerrein ’t Broek. Zusterbedrijf Koala Tricotagefabriek verhuisde naar de Industriestraat.

    Na de verhuizing werd het fabriekspand aan de Dijkstraat gesloopt om plaats te maken voor 120 woningen, de tegenwoordige woonwijk Driessenshof. Voordat de sloop begon, organiseerde de Vereniging tot Verbetering van de Volkshuisvesting (later opgegaan in De Woonplaats) in de lege fabriek een groots feest voor de Aaltense bevolking:


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1848I-1813Engelbartus Beckhuis e.c., koopman359 m² spinfabrijk, erf
    1871I-2984‘de minderjarige van Jan Berend Beernink’8.960 m² stoom-spinnerij,
    weverij & erf
    1885I-3911Herman Anton Frans Carl Maria Driessen,
    fabriekant
    8.810 m² stoomweverij,
    spinnerij met loodsen & erf
    1897I-4712Aleida Wilhelmina Theodora Terwindt,
    wed. Gustaaf Carel Heinrich Driessen
    8.810 m² stoom-, spinnerij
    & weverij, loodsen & erf
    1934I-6574N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen19.550 m² fabriek, kantoor,
    magazijn, erf, boomgaard
    1952I-7577N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen e.c.19.551 m² fabriek,
    magazijn, erf, boomgrd.
    1981I-7577Gemeente Aalten19.870 m² fabriek, erf,
    boomgrd.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13390 (o.a.)
    FunctieTextielfabriek
    Oprichtingca. 1826
    Overnames1918, 1960
    Verhuizing1981

    Bronnen


  • Twee nieuwe textielfabrieken in Aalten

    Twee nieuwe textielfabrieken in Aalten

    Trouw, 11 september 1982

    AALTEN – „Omdat de stemming in de textielindustrie niet direct feestelijk genoemd kan worden, willen we de officiële opening niet met veel klaroengeschal doen plaatsvinden. Toch willen we het evenement niet geruisloos laten voorbijgaan”, schreef de directie van Textielgroep Twente in een brief waarin de pers werd uitgenodigd de opening van twee nieuwe fabrieken in Aalten bij te wonen.

    Het is ook niet niks. Al jaren stapelt de ene textielrampspoed zich op de andere. Nog deze zomer ging Schuttersveld failliet, moest Spinnerij Nederland 475 banen schrappen en Van Heek Scholco 67. In de verwante bedrijfstak confectie wacht een inkrimping bij Bendien Smits. Maar Textielgroep Twente opent twee nieuwe fabrieken in Aalten: Wisselink Textiel en Koala Tricotage.

    Gemeente

    Nu moet gezegd worden dat de eerste aanzet voor de nieuwbouw niet kwam van de concernleiding maar van de gemeente Aalten. De twee bedrijven waren sinds jaar en dag gevestigd in de dorpskern en veroorzaakten daar geluids- en trillingsoverlast. De directie wilde best verhuizen naar een industrieterrein, mede omdat in splinternieuwe fabrieken de produktie beter georganiseerd kon worden. Voorwaarde was echter wel dat verschillende overheden een flinke duit in het zakje zouden doen. Waarvoor directeur drs. H.J. Hesselink en burgemeester Bekius hard op Haagse deuren hebben gebonsd.

    Niet vergeefs. Van de totale investeringssom van 17 miljoen gulden kwam tien miljoen van de overheid in welk bedrag is begrepen de aankoop door de gemeente van de oude fabrieksgrond. De oude gebouwen zijn inmiddels gesloopt; 122 woningen zijn op hetzelfde terrein in aanbouw.

    De directie is inmiddels vol goede moed dat de zeven miljoen die voor de nieuwbouw zelf moesten worden opgebracht, juist zijn besteed. Dat Textielgroep Twente met vijf werkmaatschappijen (vestigingen in Aalten, Enschede, Weerselo, Tilburg, Geldrop en Bree in België) redelijk marcheert schrijft directeur Hesselink ondermeer toe aan de grote spreiding van het produktiepakket.

    Juist in een gevoelige bedrijfstak als de textiel vindt hij het belangrijk meerdere ijzers in het vuur te hebben. Als het met de afzet van bepaalde artikelen slecht loopt, heb je nog wat achter de hand. De activiteiten van het concern zijn inderdaad sterk gespreid. Zo maakt werkmaatschappij Wisselink zowel consumentengoederen (lakens en dekbedovertrekken) als doek voor industriële toepassingen en tentdoek. De Gunne in Weerselo vervaardigt tuinkussens, tuinmeubelen en slaapzakken, Stilo Print in Tilburg bedrukt T-shirts en het tricotagebedrijf Koala houdt zich bezig met onderkleding en vrijetijdskleding.

    Ondergoed

    Koala voert ondermeer het aloude merk Jansen en Tilanus, voor generaties Nederlanders een synoniem met het woord ondergoed. Veel belangrijker voor Koala is echter het merk van die naam dat in de presentatie alle nadruk krijgt. Die presentatie is daarom zo belangrijk omdat de afzetkanalen voor onderkleding nogal veranderen en het merk toch zijn positie in de markt probeert te houden. Nog niet zo lang geleden werd ondergoed veel in gemengde textielzaken gekocht. Dat type winkel loopt terug, andere verkooppunten als sportzaken en textielsupermarkten komen er voor in de plaats.

    Voor die marktpositie van een Nederlands textielbedrijf acht Hesselink het van wezenlijk belang dat er snel geleverd wordt. Dat is een voordeel op de buitenlandse concurrentie dat hij mede zegt te kunnen realiseren door de middelgrote omvang van de groep: 500 werknemers bij 80 miljoen omzet. Men kan snel reageren door de beperkte omvang van de werkmaatschappijen.

    Dit betekent niet dat de financiële resultaten schitterend zijn. In 1981 werd netto 1,5 miljoen gulden verloren. Voor 1982 wordt een beter resultaat verwacht. Bovendien gaat Hesselink nogal prat op de gezonde vermogenspositie van de groep. Dezer dagen is die positie verder verbeterd door een achtergestelde lening van zes miljoen, verstrekt door de Nationale Investeringsbank.

    Met winstuitkeringen zijn we altijd voorzichtig geweest, zegt Hesselink. Er is – in tegenstelling tot menig ander textielbedrijf – redelijk geïnvesteerd. Wat tot uiting komt in moderne weefmachines. De bezoeker staat wel even te kijken van superlichte spoelen die de inslagdraden met een snelheid van 900 meter per minuut door het garen schieten.

    Meer artikelen over het textielverleden van Aalten en Bredevoort: klik hier.

  • Opkomst van de textielindustrie in Aalten

    Opkomst van de textielindustrie in Aalten

    De textielnijverheid in Aalten wortelde diep in de eeuwenoude traditie van huisweverij en vlasbewerking. In de 19e eeuw groeide dit ambacht uit tot een bloeiende industrie, mede dankzij de vestiging van Duitse textielfamilies zoals de Driessens.

    Eeuwenlang werd in de Achterhoek en het aangrenzende Westfalen vlas verbouwd, waarvan op boerderijen linnen werd geweven. Deze huisnijverheid leidde tot een levendige grensoverschrijdende handel in geweven stoffen.

    Tal van Aaltense boerderij- en straatnamen herinneren nog aan deze tijd, bijvoorbeeld: de Weversborg, de Pellewever, de Bleeke, de Vlasspreideweg en – vanwege het zuivere water – de Zilverbekendijk.

    De komst van de Driessens

    De invoerrechten op buitenlandse stoffen werden in 1823 verhoogd om de Nederlandse industrie te beschermen. Duitse textielbedrijven, waaronder de firma’s Gebrüder Driessen en Peter Driessen & Sohn in Bocholt, weken uit naar de Achterhoek. In 1826 vestigden zij zich in Aalten.

    Met hun komst arriveerden er in 1826 ook 56 weefgetouwen en ongeveer twintig gezinnen uit Pruisen mee naar Aalten. De meesten vestigden zich hier permanent.

    Vlas spinnen
    Het spinnen van vlas op het spinnewiel

    Groei van werkgelegenheid

    Het aantal thuiswevers groeide gestaag. Bedroeg het aantal in 1828 nog 292, een jaar later was dit gestegen tot 352 en over 1833 wordt vermeld: ‘De bombazijnfabrieken sterk voortgezet, houdende de fabrieken in Aalten volgens opgaaf gewoonlijk bezig ongeveer 630 wevers. Zo in deze als in de omliggende gemeenten Winterswijk. Dinxperlo, Varsseveld, Lichtenvoorde, enz.’

    De eerste fabrieken

    In 1829 waren er in Aalten twee katoenspinnerijen ‘welke omstreeks 40 menschen werk verschaffen’, waaronder die van de gebroeders Driessen. In 1830 waren het er drie, met ongeveer zestig werknemers.

    Op 15 augustus 1829 had Jan Gerard Kraak ten Houten ‘gepatenteerd winkelier en koopman te Aalten’ aan de gouverneur van Gelderland te kennen gegeven in zijn woonplaats te willen oprichten ‘een bombazijnfabriek, spinnerij, verwerij en bleekerij’ waarvoor hij toestemming vraagt. De gemeenteraad heeft geen bezwaren tegen deze vestiging, ‘in aanmerking nemende dat het voornemen van den rekwestrant is om alleen bombazijn te doen fabriceeren door de wevers aan de huizen, zonder een spinnerij, bleekerij of verwerij op te rigten. Daardoor wordt genoegzaam werk aan den ambachtsman verzekerd’, terwijl er geen andere belangen worden geschaad. Uiteindelijk moest de koning daarover beslissen. Door alle raadgevers was een gunstig advies gegeven. Hoe lang dit bedrijf heeft bestaan en waar het was gevestigd, is niet bekend.

    Bronnen


    • Geweven goed, de textielgeschiedenis van Aalten en Bredevoort
      H. de Beukelaer, J.G. ter Horst – Fagus, 1992
  • Intercarpet

    Intercarpet

    Tweede Broekdijk 1, Aalten (failliet)

    Intercarpet in Aalten maakte tapijten en leverde die wereldwijd vanuit de productielocaties in Aalten en Blokzijl. In deze plaats in Overijssel werd gewerkt onder de naam Hartex. Ook werd er kunstgras geproduceerd. Het was een familiebedrijf dat tientallen jaren heeft bestaan en waar in 2023 de derde generatie aan het roer stond.

    Intercarpet werd opgericht in 1960, blijkens het volgende bericht dat De Volkskrant op 10 februari 1960 publiceerde:

    Vroegere directie Veneta sticht zelf tapijtfabriek

    AALTEN, 9 febr. — Twee vorig jaar afgetreden directie-leden van de Verenigde Nederlandse Tapijtfabrieken (Veneta) in Hilversum hebben, tezamen met de heer W. A. Hallen in Dinxperlo, een eigen tapijt-onderneming opgericht, de NV Inter-Carpet. Deze bouwt op het ogenblik in Aalten in de Achterhoek een nieuwe tapijtfabriek, die men in mei hoopt te openen. De twee ex-bestuurders van Veneta zijn de directeur W. H. J. Brouwer uit Hilversum, die bijna 40 jaar bij Veneta in dienst is geweest en de adjunct-directeur H. ter Burg uit Soest.

    Tezamen met de president-commissaris ir J. S. Schonegevel van Nijmegen en de directie-secretaris drs H. B. Pirik, namen zij vorig jaar hun ontslag, wegens ingrijpende meningsverschillen over het bedrijfsbeleid. Hoewel Veneta een open NV is, waarvan de aandelen op de beurs worden genoteerd, wordt het bedrijf beheerst door vier Gooise families. Deze bezitten de prioriteits-aandelen, aan welke het recht is voorbehouden om bestuursleden ter benoeming voor te dragen. Op de Kon. Ver. Tapijtfabrieken (KVT) en de „Verto” (Verenigde Touwfabrieken) na, is vrijwel de gehele Nederlandse tapijt-industrie in handen van familie-vennootschappen.

    Bij de Veneta was de ondergrond van het bestuursconflict, dat het bedrijf naar de mening der uitgetreden bestuurders niet voldoende met zijn tijd meeging. Evenals elders in de woninginrichting is ook de vloerbedekking na de oorlog steeds meer aan mode onderhevig geraakt.

    Er is een grote verschuiving in de vraag opgetreden van het afgepaste tapijt naar het tapijt, dat in banen de gehele kamer bedekt. De omschakeling brengt de nodige investeringen mee, maar voor de „achterblijvers” wordt de concurrentie steeds moeilijker.

    Modern bedrijf

    De Inter-Carpet in Aalten wordt een moderne tapijtfabriek met voor Nederland zeer nieuwe machines, waar vooral tapijten van grote breedtes zonder tussennaad zullen worden vervaardigd. Er zullen voorlopig 25 mensen werk vinden, maar de bedoeling is de produktie en het aantal werknemers later te vergroten. Inter-Carpet heeft een geplaatst aandelenkapitaal van 240 duizend gulden, dat door de drie oprichters uit eigen middelen bijeen is gebracht. Directeur is de heer Ter Burg; beide andere heren zijn commissaris.

    Veel inwoners van Aalten werken elders, wegens gebrek aan industrie in hun eigen woonplaats. Er zijn onder meer een koperdraad-industrie en drie katoen-weverijen. Eén daarvan, de Textiel-mij Gebr. Driessen, gaat sinds kort volledig samen met Wisselink’s Textielfabrieken in Enschede, die de verkoop van de produktie van beide weverijen in handen krijgt. De weverij in Aalten zal binnenkort worden gemoderniseerd en uitgebreid.

    Einde oefening

    Eind juli 2023 werd bekend dat de tapijtfabriek faillissement had aangevraagd. Men voerde daar verschillende redenen voor aan: het verlies van een grote klant, fors gestegen energiekosten en een aangepaste productiewijze met een nieuwe machine die niet helemaal van de grond kwam. Het bedrijf telde op dat moment 67 medewerkers, van wie er ongeveer 40 in Aalten werkten en de rest in Blokzijl.

    Wel doorstart Hartex Blokzijl

    Hartex, de productielocatie in Blokzijl, is overgenomen door de Condor Group, voorheen de grootste klant en een grote speler in de tapijt- en kunstgraswereld. Condor Group nam ook de machines uit Aalten over.

    Als reden waarom Blokzijl wel is overgenomen en Aalten niet, werd gemeld dat in Blokzijl meer toekomst zit. Daar zijn nieuwere en modernere productieprocessen, die ook duurzaam zijn.

    Directeur Hans Dobbe vertelt hoe het maken van kunstgras in z’n werk gaat (2011).

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1610
    FunctieWoonhuis
    Oprichting1960
    Sluiting2023

    Bronnen


  • Beroering in Aalten

    Beroering in Aalten

    Dagblad Tubantia, 6 januari 1950

    Duitse arbeidsters kregen een pond koffie voor de Kerst, Nederlands personeel ontving later een riks…

    Meisjes aan het werk bij Driessen, Hofstraat, Aalten
    Meisjes aan het werk bij textielfabriek Driessen, Hofstraat. Foto ter illustratie.

    Was onlangs een der Duitse meisjes, werkzaam in een textielfabriek te Aalten, oorzaak van een opzienbarend incident (zij bekladde de Nederlandse vlag met een hakenkruis), thans zijn opnieuw Duitse textielarbeidsters in Aalten aanleiding geweest tot een voorval dat in het rustige dorp nogal beroering heeft gewekt, daar er twee textielfabrieken mee gemoeid waren.

    Bij een textielfabriek in de Dijkstraat zijn 16 Duitse meisjes werkzaam. Tegen Kerstmis gingen zij peinzen over een verrassing waarmee zij haar familieleden over de grens zouden kunnen dienen. Koffie moest het worden, was de algemene opinie!

    De Duitse meisjes namen een personeelslid uit Aalten in de arm en die wist er wel een mouw aan te passen. Hij ging op zijn beurt naar een zakenman, die in staat en bereid bleek om 16 pond koffie te leveren, voor ieder der Duitse meisjes één pond. ’s Avonds gingen de meisjes opgewekt met hun koffie per bus naar huis. In diezelfde bus zaten evenwel ook 19 arbeidsters van een textielfabriek uit de Hofstraat.

    Begrijpelijkerwijs waren die er maar matig over te spreken dat haar vriendinnen wel en zij geen koffie voor „Weihnachten” konden meenemen naar huis. Prompt kwam de volgende dag de kwestie ter sprake bij de directie in de Hofstraat. En die meende weinig ander te kunnen doen dan ieder van haar Duitse arbeidsters ook een pond koffie te beloven. En de 19 ponden koffie kwamen er inderdaad.

    Maar daarmee waren de moeilijkheden nog niet ten einde! Want het Nederlandse personeel was iets over het Kerstgeschenk ter ore gekomen en dat ging nu ook koffie eisen. Koffie immers is een artikel dat de laatste tijd ook hier te lande maar zeer schaars te verkrijgen is. De directie van de fabriek in de Hofstraat herstelde de bedrijfsvrede door elk personeelslid een gratificatie van ƒ 2,50 te geven. En daarmee leek het hele geval van de baan te zijn.

    Nu er echter zoveel personen bij betrokken blijven, kon het haast niet anders of ook de politie en C.C.D. moesten van het geval horen. Laatstgenoemde instantie heeft inmiddels een onderzoek ingesteld, dat bij de directie van de textielfabriek aan de Hofstraat reeds leidde tot een proces-verbaal. Daar kwam een tweede proces-verbaal bij wegens het verstrekken van een gratificatie zonder toestemming van het college van Rijksbemiddelaars. Ook tegen de betrokken winkelier is inmiddels proces-verbaal opgemaakt.

    Dat de Duitse meisjes de koffie hebben kunnen uitvoeren, is, naar wij vernemen, hieraan toe te schrijven, dat de Ned. douane in strijd met gegeven orders de koffie liet passeren, men zou in de veronderstelling hebben verkeerd dat die vrij mocht worden uitgevoerd voor zover zij een waarde had beneden ƒ 15,—. De Duitse douane had de Duitse meisjes reeds toegezegd in verband met het op handen zijnde Kerstfeest een uitzondering te zullen maken.

    Bron


    • Dagblad Tubantia, 6 januari 1950 (via Delpher)
  • Zentralverband Chr. Textilarbeiter, afd. Aalten

    Zentralverband Chr. Textilarbeiter, afd. Aalten

    Begin 20e eeuw staken honderden Aaltenaren dagelijks de grens over naar Bocholt om daar in de textielfabrieken te werken. In weer en wind gingen zij te voet, per fiets of met paard en wagen. Sommigen deden er wel drie uur over om de (pakweg) tien kilometer tussen huis en werk af te leggen, ’s ochtends én ’s avonds! In 1910 werd een tramlijn naar Bocholt geopend, zodat zij voortaan een stuk sneller en comfortabeler konden forenzen.

    Aalten had zelfs een eigen afdeling van een Duitse textielvakbond, het Zentralverband Christliche Textilarbeiter, Oordsgroep (Ortsgruppe) Aalten. Zij kwamen regelmatig bijeen in verschillende café’s in Aalten. Op Delpher vonden wij een aantal berichten over dit onderwerp:

    Aaltensche Courant, 10 december 1913:

    Maandagavond hield de Oordsgroep Aalten van het Zentral-Verband Christl. Textielarbeiter Deutschland een ledenvergadering, waartoe ook werden toegelaten de familieleden der georganiseerden. Onze Bocholtsche vrienden hadden voor deze gelegenheid een tooverlantaarn medegebracht, waarmede verschillende tooneelen uit de vooral in Duitschland nog sterk gedreven huisindustrie werden belicht.

    Men kan, deze dingen ziende, begrijpen, dat vooral in Duitschland een kreet van ontzetting is opgegaan, toen voor eenige jaren geleden deze allertreurigste toestanden door middel van die groote tentoonstelling van huisindustrie te Berlijn gehouden, aan het daglicht kwamen.

    Uit een en ander werd duidelijk, dat er voor de wetgevers nog een massa goed werk te verrichten valt voor de verbetering van het diep treurig leven van duizenden, die door te lage loonen genoodzaakt zijn om zulk een ellendig leven te lijden.

    De heer Mensink, van Enschedé, sprak daarna een kernachtig woord tot de aanwezigen, er den nadruk op leggend, dat alleen een hecht en solied organisatieleven aan deze wantoestanden op den duur een einde kan maken. Door een der aanwezige bestuursleden werd een hartelijk dankwoord tot de propagandisten gesproken, waarmede de vergadering instemde.

    Aaltensche Courant, 12 september 1914:

    Donderdagmorgen werd in het café van den verlofhouder te Linde een druk bezochte vergadering gehouden van de oordsgroep Aalten van het Zentralverband Christl. Textielarbeiter Deutschland. In zijn openingswoord deelde de heer Ommering mede, dat het na veel moeite aan het bestuur gelukt was voeling te krijgen met de Duitsche collega’s en de gehouden besprekingen er toe hebben geleid, dat ook de leden der oordsgroep Aalten op ondersteuning kunnen rekenen en die ondersteuning op a.s. Maandag ’s morgens van 9 tot 9½ uur zal worden uitgekeerd aan de leden wier namen aanvangen met de letter A tot M, van 9½ tot 10 voor de overigen; en dat de ondersteuning zeker al vroeger zou zijn uitgekeerd, als de maatregelen door Nederlandsche en Duitsche autoriteiten aan de grens genomen, daarin niet zoo storend hadden ingegrepen.

    Daarna werd door den heer Mensink van Enschede uiteengezet het groote nut van georganiseerd zijn, wat ook in deze voor de arbeiders vooral zoo moeilijke dagen schitterend op den voorgrond treedt. Spr. zette in een zeer populair betoog uiteen, welke moeilijkheden in deze zoo droeve tijden de arbeiders ondervinden, doch ook die welke de bestuurders van organisaties te doorworstelen hebben, en eindigde met er op aan te dringen, dat de leden der organisatie, ook in hun eigen belang, ten plicht hebben de organisatiebesturen te steunen door onvoorwaardelijk trouw te blijven aan de organisatie.

    Aaltensche Courant, 16 september 1914:

    Maandagmorgen werd aan de leden der Oordsgroep Aalten, van het Zentralverband Christl. Textilarbeiter Deutschland, de krijgs- en noodondersteuning uitgekeerd. Had het, door het sluiten der grenzen, wat lang geduurd, voor zeer velen was het, onder deze omstandigheden, een niet onaanzienlijk bedrag, hetwelk aan hen werd uitgekeerd.

    Zijn wij wel ingelicht, dan beliep de totale uitkeering dien morgen ongeveer 500 mark. Wij mogen veilig aannemen dat deze uitkeering in menig gezin een blijde stemming gebracht heeft.

    Hopen wij dan, dat het nut van georganiseerd zijn terdege wordt ingezien, dat velen, die nu nog veraf staan, later, wanneer de oorlog heeft uitgewoed, tot organisatie zullen toetreden, en die enkelen, welke door zeer slechte contributie-afdracht moesten worden teleurgesteld, hun leven beteren.

    Bronnen


    • Aaltensche Courant, 10 december 1913 (Delpher)
    • Aaltensche courant, 12 september 1914 (Delpher)
    • Aaltensche Courant, 16 september 1914 (Delpher)
  • Stoomspinnerij P. Driessen & Zoon

    Stoomspinnerij P. Driessen & Zoon

    Hogestraat, Aalten (verdwenen)

    De Stoomspinnerij P. Driessen & Zoon werd in 1849 opgericht door Heinrich Driessen en gold als de eerste stoomspinnerij in de Achterhoek. Het gebouw werd in 1859 door brand verwoest en nadien niet herbouwd.

    In 1849 richtte textielfabrikant Heinrich Driessen aan de Hogestraat in Aalten, ter hoogte van de huidige huisnummers 89–95, als eerste in de Achterhoek, een stoomspinnerij op. De spinnerij werd al spoedig uitgebreid met enkele powerlooms (door stoom aangedreven weefgetouwen).

    In de nacht van 19 op 20 augustus 1859 werd de fabriek echter door brand verwoest en niet meer opgebouwd.

    Heinrich verlegde zijn aandacht namelijk naar Leiden. Daar had hij in 1846, samen met zijn neef (zoon van zijn zus), de zeepzieder Ignatz van Wensen, de verlopen textieldrukkerij en -ververij De Heyder & Co. gekocht, later bekend als de Leidsche Katoenmaatschappij.

    Het voormalige fabrieksterrein aan de Hogestraat in Aalten was vervolgens ruim zeventig jaar in gebruik als bouwland.

    Rond 1933 werd op deze locatie een dubbele woning gebouwd en vestigde Derk Jan Winkelhorst er zijn garagebedrijf.

    Bronnen


    • Delpher
    • ‘Geweven goed. De textielgeschiedenis van Aalten en Bredevoort’, H. de Beukelaer en J.G. ter Horst
    • Kadaster