Tag: Aalten Achteruit

  • Aalten Avenue, Canvey Island

    Aalten Avenue, Canvey Island

    Verenigd Koninkrijk

    Aalten Avenue, Canvey Island, UK (foto: Google Streetview, 2024)

    Foto: Google Streetview, 2024

    In het zuidoosten van Engeland, aan de monding van de Thames, ligt het stadje Canvey Island. Vier eeuwen geleden dreigde het in zee te verdwijnen, tot in 1622 Nederlanders te hulp schoten met hun ‘water management skills’. Na een succesvolle inpoldering bleven veel Nederlandse arbeiders er wonen, waaronder wellicht ook één of meer Oud-Aaltenaren.

    Begin 17e eeuw ontmoette Sir Henry Appleton, destijds de belangrijkste landeigenaar op Canvey Island, de Nederlander Joas Croppenburg. Deze stelde voor om Canvey Island op dezelfde manier droog te leggen als in Amsterdam was gedaan. In 1622 tekenden verschillende landeigenaren van Canvey Island een overeenkomst en Croppenburg huurde een andere Nederlander in, Cornelius Vermuyden, om het eiland in te polderen.

    Vermuyden recruteerde tussen de twee- en driehonderd landgenoten om de klus te klaren. Ze bouwden een reeks zeeweringen en maakten Canvey Island met succes bewoonbaar door 15 kilometer land terug te winnen door het eiland te omdijken met plaatselijk gewonnen krijt, kalksteen en zware moerasklei.

    Nederlandse kolonie

    Nadat Canvey Island was drooggelegd en beschikbaar voor zowel landbouw als om te wonen, besloten veel van de Nederlandse arbeiders die hadden geholpen het land terug te winnen, zich daar permanent te vestigen. Op Canvey Island ontwikkelde zich dan ook binnen enkele jaren een Nederlandse kolonie. Nederlands bleef zelfs de voertaal in Canvey tot ongeveer 1700.

    De Nederlandse kolonisten vernoemden allerlei wegen in hun nederzetting naar plaatsen van hun thuisland. Zo is er onder andere een Aalten Avenue, Zelham Drive, Goirle Avenue, Haarlem Road, Urmond Road en Waalwyk Drive.

    Er is vooralsnog geen tastbare connectie gevonden tussen deze geschiedenis en specifieke Oud-Aaltenaren die daarbij betrokken zouden zijn geweest. Hopelijk komt daarover ooit nog relevante informatie ‘boven water’!

  • Aaltenaren in dienst van de VOC

    Aaltenaren in dienst van de VOC

    VOC-schepen
    VOC-schepen (bron: Scheepvaartmuseum)

    Gedurende de 17e en 18e eeuw monsterden ruim tweehonderd mannen uit Aalten en Bredevoort aan op schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Sommigen waren nog minderjarig, velen keerden nooit terug. Wat bracht hen ertoe de landelijke Achterhoek te verruilen voor een gevaarlijke zeereis naar de Oost, duizenden kilometers van huis?

    De VOC en haar administratie

    De VOC (1602–1795) was ’s werelds eerste multinational en groeide uit tot een machtige koloniale onderneming met handelsmonopolies en een eigen krijgsmacht. In bijna tweehonderd jaar tijd vertrokken ruim 4.700 schepen naar Azië. Alleen al in de 18e eeuw bevonden zich ongeveer 655.000 mensen aan boord van VOC-schepen.1 Slechts een klein deel kwam uit de Achterhoek. Uit de administratie kennen we ruim 200 namen van mannen uit Aalten en Bredevoort die in dienst traden bij de VOC.

    Dat we dit weten, danken we aan de nauwgezette personeelsadministratie. In de zogenoemde scheepssoldijboeken werden persoonsgegevens, functies, schepen, bestemmingen en de reden van uitdiensttreding vastgelegd. Deze bronnen zijn grotendeels bewaard gebleven en kunnen online worden geraadpleegd via de website van het Nationaal Archief. De tabel onderaan dit artikel is samengesteld op basis van deze administratie.2

    Aalten en de VOC: vanaf het begin betrokken

    De bemoeienis van Aaltenaren met de VOC begon overigens niet pas toen mannen als soldaat of matroos aanmonsterden. Al bij de oprichting in 1602 speelde een Aaltenaar een opvallende rol. Wessel Schenk, geboren in Aalten en later koopman in Amsterdam, investeerde toen 30.000 gulden in de nieuwe compagnie. Daarmee behoorde hij tot de grootste aandeelhouders van de VOC.3

    Wat leren de gegevens?

    De gegevens laten zien dat veruit de meeste opvarenden uit Aalten en Bredevoort vertrokken naar Batavia. Andere bestemmingen waren Ceylon, Bengalen, Kaap de Goede Hoop, Tuticorin en China.

    De dienst was riskant: meer dan de helft overleed onderweg of in Azië, terwijl slechts een derde aantoonbaar levend terugkeerde. Aanmonsteringen vonden verspreid over de 17e en 18e eeuw plaats, met lichte pieken in de jaren 1720 en 1760–70.

    Opticaprent van Batavia in 1780
    Opticaprent van Batavia in 1780 (bron: Wikipedia)

    Motieven om te vertrekken

    Waarom kozen deze mannen voor een onzeker bestaan op zee? Voor velen was het een kwestie van armoede of gebrek aan perspectief: een vast inkomen bij de VOC bood zekerheid. Voor anderen speelde de drang naar avontuur en zelfstandigheid, een kans om de wereld te zien en te ontsnappen aan de beperkingen van het plattelandsleven.4

    Militaire functies

    Bijna de helft van de Aaltenaren en Bredevoorters vervulde een militaire functie. Tot 1755 was er een garnizoen in Bredevoort5, wat hierbij een rol kan hebben gespeeld. Voor militairen bood de VOC vermoedelijk de mogelijkheid hun ervaring met wapens en discipline te benutten, vaak tegen beter loon en met meer loopbaanperspectief. Tegelijk kan het evengoed zijn dat ook mannen met ervaring in de schutterij voor dergelijke functies werden ingezet. Het vertrek van het garnizoen uit Bredevoort lijkt geen aantoonbare invloed te hebben gehad op het aantal aanmonsteringen.

    Namen en gegevens

    Onderstaande tabel bevat de gegevens van personen uit Aalten en Bredevoort die in dienst zijn geweest bij de VOC. Sommige personen worden vaker vermeld, omdat ze meerdere reizen hebben gemaakt. Deze tabel is niet foutloos en vermoedelijk ook niet volledig. Van sommige personen is niet zeker dat zij daadwerkelijk uit Aalten of Bredevoort afkomstig waren, omdat de herkomst soms moeilijk leesbaar is en de spelling varieert. Mede daarom ontbreken er ongetwijfeld ook namen, maar mogelijk ook omdat delen van de administratie verloren zijn gegaan.

    De 📜 achter iedere naam bevat een link naar de betreffende vermelding in het Nationaal Archief, waar ook de scan van het originele document te bekijken is. Een 🌳 verwijst naar de stamboom van de betreffende persoon op FamilySearch (gratis account vereist), voor zover bekend – werk in uitvoering!

    AchternaamVoornaamHerkomstVertrekSchipBestemmingBeroepUit dienstRedenDetails
    AndriesseJoannesAlten1721AmsterdamBataviaSoldaat1727Gerepatrieerd📜 🌳
    AndrieszHendrikAlten1734Hof niet Altijd WinterBataviaSoldaat1734Overleden📜
    ArendseSalomonAalte1736NoordwaddinxveenBataviaTweede meester1744Gerepatrieerd📜 🌳
    ArendseWillemAalten1718AmstelveenBataviaAdelborst1721Gerepatrieerd📜
    ArentszWillemAelten1722MeerhuizenCeylonLanspassaat1726Gerepatrieerd📜
    BalsterheinHendrikAlten1722OostrustBataviaBosschieter1722Kamer Amsterdam📜
    BarreveldHendrikAltem1737RuiterBataviaMatroos1738Kamer Amsterdam📜
    BeckingJohannes ChristiaanBreedvoort in gelderland1758StandvastigheidBataviaTweede chirurgijn1759Gerepatrieerd📜 🌳
    BekkingJohannes ChristiaanBredevoort1760WildrijkBataviaTweede meester1762Gerepatrieerd📜 🌳
    BekkingJohannes ChristiaanBredevoort1763LapienenburgBataviaOppermeester1766Gerepatrieerd📜 🌳
    BekkingJohannes ChristiaanBredevoort1767TulpenburgBataviaOppermeester1768Gerepatrieerd📜 🌳
    BekkingSalomonBreedevoort1763LapienenburgBataviaJongen1765Overleden📜 🌳
    BeuckelaerCoen AdriaensenAltene1685VrijheidBataviaSoldaat??📜
    BeuckelaerCornelisAltene1699IJsselmondeBataviaMatroos??📜
    BeumerBarendAalte1744SpanderswoudBataviaSoldaat1747Overleden📜
    BlokCasperAlten1726StadwijkBataviaSoldaat1728Overleden📜
    Bokkel, tenHarmenBrevoort1728SusannaBataviaLanspassaat1736Gerepatrieerd📜 🌳
    Bockel, tenHarmeBrevorst1737MeerlustBataviaSoldaat1737Overleden📜 🌳
    Bokkel, teMatthijsAalten1733KrooswijkBataviaOpperchirurgijn1743Overleden📜
    BosJohanAalden1753HuigenwaardBataviaSoldaat1776Overleden📜
    BouwmeesterEngelbertAalte1776DankbaarheidBataviaSoldaat1776Kamer Amsterdam📜
    Brakel, vanBarentBreevoort1749VoorzichtigheidBataviaSoldaat1749Overleden📜
    Brakel, vanWarnarBreevaart1745RijnhuizenBataviaOnderzeilmaker1746Overleden📜
    BramenkamAnthonAalden1789TrinconomaleCeylonSoldaat1794Laatste vermelding📜
    BremerAnthonijAalten1716BarneveldBataviaSoldaat1719Overleden📜
    BrethouwerDirkAalten1710Huis te NieuwburgBataviaOnderbarbier1713Overleden📜 🌳
    BroekhuijsenWillemAelten1726BoekenrodeBataviaDerde meester1729Gerepatrieerd📜 🌳
    BuijsinkJoostAlten1715SchellenbergBataviaSoldaat1727Gerepatrieerd📜
    BulsingBarent HendrikAlthen1769WelgelegenBataviaTweede meester1770Overleden📜 🌳
    Bus, deJanBreedevoort1748GeldermalsenBataviaCommandeur van de Soldaten1749Overleden📜
    Busch, tenAllard JacobszBrevoort1729JacobaBataviaJongen1730Overleden📜
    CappersDirkAlten1700BambeekBataviaDerde chirurgijn1702Schip vergaan📜
    CefrijHendrikAalten buijten zutphen1719Huis de VlotterBataviaSoldaat1739Overleden📜
    Chavonnes, deLouisBrevoort1700EllemeetBataviaOnderkoopman1703Overleden📜
    ClaéeJohannesAlten1728StadwijkBataviaMatroos1741Overleden📜
    CleefJan DirkseBrevoort1690BrandenburgCeylonSoldaat1696Overleden📜
    CoenenAdam HarmsseBredevoort1769Vrouwe Petronella MariaBataviaSoldaat1771Overleden📜
    Coeverde, vanJanAalte1737BatavierBataviaBosschieter1739Gerepatrieerd📜
    Coeverden, vanGerritAlthe1718Huis de VlotterBataviaSergeant1720Overleden📜
    Coeverden, vanJanAalten1705Hof van IlpendamBataviaAdelborst1706Overleden📜
    Coeverden, vanMatthijsAelten1707VrijburgBataviaSoldaat1720Gerepatrieerd📜
    Coeverden, vanMatthijsAlten1721Schonenberg?Korporaal1725Overleden📜
    Coeverden, vanWesselAelten1724TheodoraCeylonSoldaat1725Overleden📜
    DammanStoffelAlten1760LuxemburgBataviaBosschieter1761Overleden📜
    DeunkHenrickAlten1719JohannaBataviaOndermeester1721Gerepatrieerd📜
    Dijk, vanHendrikBrevoort1773HoolwerfBataviaSoldaat1780Overleden📜
    DonkersPieterBreevoort1726OudenaardeBataviaSoldaat1733Gerepatrieerd📜
    EntingRouloff JacobusBredevoort1783ZeeduinBataviaJongmatroos1785Schip vergaan📜 🌳
    EntinkAbrahamBredevoort1771VelsenCeylonMatroos1794Laatste vermelding📜 🌳
    EntinkDanielBreedevoort1765OranjezaalBengalenSoldaat1767Overleden📜 🌳
    EntinkIsaak JacobusBreedenvoort1761OosterbeekBengalenSergeant1766Gerepatrieerd📜 🌳
    EntinkJan HendrikBrevoort1750Gustaaf WillemBataviaOndermeester1760Gerepatrieerd📜 🌳
    EntinkLodewijkBredevoort1756StadwijkBataviaDerde meester1758Gerepatrieerd📜 🌳
    EntinkLodewijkBredevoort1759SlotenBataviaTweede meester1764Schip vergaan📜 🌳
    EntinkWillemBreedevoort1762AmstelveenBataviaKonstabelsmaat1763Overleden📜 🌳
    EversJacob AdolphBredevoort1776BotBataviaZiekentrooster1779Overleden📜 🌳
    EversJohannes TheodorusBredevoort in’t graafschap zutphen1776KanaanBataviaSergeant1777Overleden📜
    EvertWillemAlthem1756BevalligheidBengalenDerde meester1757Gerepatrieerd📜 🌳
    EverseWillemAalten1759Huis te ManpadBengalenOndermeester1762Gerepatrieerd📜 🌳
    EverseWillemAalten1763GiessenburgCeylonOppermeester1765Gerepatrieerd📜 🌳
    EversWillemAalten1780MorgensterCeylonMatroos1785Weggelopen📜 🌳
    EvertsDavidBreedevoort1724MidlooCeylonSergeant1730Vrijburger📜 🌳
    FerietHendrikAalthen1773Bovenkerker PolderBengalenBosschieter1775Gerepatrieerd📜
    FlorinLaurensAalten1739MagdalenaBataviaSoldaat1750Overleden📜
    FredriksHarmanusAelten1767WoestduinBataviaTweede meester1768Overleden📜
    FredriksHermanAltem1727ValkenisseCeylonSoldaat1727Overleden📜
    GansvoortJanAalten1751ImmagondaBengalenTweede meester1753Gerepatrieerd📜 🌳
    GantvoortJanAalten1753BevalligheidBengalenTweede meester1755Gerepatrieerd📜 🌳
    GantvoortJanAalten1756AmstelveenBataviaTweede meester1792Overleden📜 🌳
    GerritseJan DirkBreedevoort1767SchagenBataviaTweede meester1768Overleden📜
    GielinkJanAalten1724MeerhuizenBataviaOnderkuiper1731Gerepatrieerd📜
    GijsbertsBastiaanBredevoort1775VrijheidBataviaSoldaat1780Overleden📜 🌳
    GijsbertszPieterBredevoort1733HogersmildeBataviaAdelborst1734Overleden📜
    GlasemakerSimonBrevoort1739PatmosBataviaMatroos1762Overleden📜
    GraeffBartelBreevort1734Hof niet Altijd WinterBataviaSoldaat1739Overleden📜
    GroepinghHendrikBrevoort1742NieuwerkerkBataviaAdelborst1743Overleden📜
    GroosoisBarentAelten1707MeervlietKaapSoldaat1708Gerepatrieerd📜
    GussenkloDirkAalten1756SlotenChinaZiekentrooster1757Overleden📜
    Haar, in derHendrickAlen in west phalen1693SchoondijkBataviaSoldaat1693Overleden📜
    Haar, terWillemAalte1755SparenrijkBataviaOndermeester1756Overleden📜
    HaartmanGerritAalte1769ScholtenburgBataviaHuistimmerman1771Overleden📜
    HamerlinckPieterAltene1698Huis te Kraaiestein????📜
    HanszJacobAalten1710Prins EugeniusBataviaKonstabel1714Gerepatrieerd📜
    HarkingJacobBrevoort1711MosselBataviaOnderbarbier1713Overleden📜 🌳
    HarmsJohan HendrikAltien1783BerkhoutBataviaMatroos1784Weggelopen📜
    HasseltWillemBrevoort1721StrijkebolleBataviaSoldaat1725Overleden📜 🌳
    HeijnHendrik JanAalten1700BrandenburgBataviaSoldaat1705Overleden📜
    HeijneJanAalte1703BerkelBataviaBottelier1707Gerepatrieerd📜
    HeijnenBenjaminAelten1757VelsenBataviaZiekentrooster1759Gerepatrieerd📜
    HeijnenJanAlten1693FaamCeylonAdelborst1695Overleden📜
    HeijnenJanAalten1709OegstgeestBataviaBotteliersmaat1714Gerepatrieerd📜
    HendriksLucasBreevoort1717NesserakBataviaSoldaat1718Overleden📜
    HendrikszPaulusBrevoort1725HeesburgBataviaKorporaal1731Gerepatrieerd📜
    HenkampGerrit JanBreedevoort1764OuderamstelBataviaLeggermaker1766Overleden📜
    HenrijFrans BernardusBreevoort1706ZoelenBataviaAdelborst1708Overleden📜
    HenrijSteven JanBreevoort1706ZoelenBataviaSoldaat1706Overleden📜
    HeuninghBarentAalten1711DonkervlietBataviaSoldaat1721Gerepatrieerd📜
    HijneBenjaminAlthen1762LeimuidenBataviaZiekentrooster1764Gerepatrieerd📜
    HofmanJohannesBrevoort1745SchellagBataviaAssistent1747Overleden📜
    HopmanGerritAalte1767WoestduinBataviaZiekentrooster1769Gerepatrieerd📜
    HopmanGerritAalthen1769Bovenkerker PolderBengalenZiekentrooster1771Gerepatrieerd📜
    HopmanGerritAalte1771GeinwensCeylonZiekentrooster1772Overleden📜
    HouthuijsGerrit JanAalten1757VlietlustCeylonSoldaat1761Weggelopen📜
    JacobszJanAlten1764BaarzandeBataviaMatroos1765Overleden📜
    JanknegtGerrit JanAlten in gelderlant1723BorsseleCeylonSoldaat1746Overleden📜
    JangknegtHendrik WillemAlten1763ImmagondaBataviaSoldaat1774Gerepatrieerd📜 🌳
    JanknegtHendrik WillemAalse in gelderland1774RodenrijsBataviaPatroontasmaker1774Absent bij afvaart (overleden)📜 🌳
    Jansen KnegtGerritAlten1709’t GhijnBataviaAdelborst1710Overleden📜
    JansseBernardusAelte1764Vrouwe GeertruidaBataviaHuistimmerman1767Overleden📜
    JansseJanAalden1772LandskroonCeylonBosschieter1774Gerepatrieerd📜
    JanszPopkeAalte1773AmsterdamBataviaJongmatroos1775Overleden📜
    JaspersJohannesBrevort in gelderlandt1730HaaksburgBataviaTweede chirurgijn1731Overleden📜
    JasperszLucas JohannesBrevoort1752BloemendaalBataviaDerde meester1762Overleden📜
    KalffHendrikBrevoort1716NoordbeekBataviaDerde barbier1718Schip vergaan📜
    KalffUlrich HenrichBrevoort1719StandvastigheidBataviaSoldaat1723Overleden📜
    KappersHendrickAlten1721AmsterdamBataviaSoldaat1723Overleden📜
    KasperszGerrit JanAelten1724BerkenrodeBataviaSoldaat1725Overleden📜
    KlompsDirkAeltem1763Gouverneur-generaalBataviaLuitenant (militair)1771Overleden📜
    KluijtmanHendrikAlten1724BoekenrodeBataviaSoldaat1735Gerepatrieerd📜
    KoelmanJanAelten1723HeinkenszandBataviaMatroos1725Overleden📜
    KoelmanJanAalten1724LuchtenburgBataviaMatroos1725Kamer Zeeland📜
    KolwagenEngelbertusAltan1762BaarzandeBataviaMatroos1769Gerepatrieerd📜
    KompffZeger Adolph CasperAlten1764AmerongenBataviaSoldaat1764Overleden📜
    KoolwageGerritAltene1690Lands WelvarenBatavia???📜
    KooningJacob WillemBredevoorde1740HogersmildeBataviaSoldaat1740Overleden📜
    KosGerritBreevoort1754HerstelderBataviaSoldaat1762Overleden📜
    KosteHendrik MatthijsAltene1754Huis te BoedeBataviaBosschieter1757Gerepatrieerd📜
    KrakkeHendrikAlten1772Bartha PetronellaKaapSoldaat1780Vrijburger📜
    KriebelHendrikAalten1783ZeeduinBataviaMatroos1787Gerepatrieerd📜
    KumpelJoannesAlten1723WesterdijkshornBataviaSoldaat1724Overleden📜
    LievesAnthonijAalte1745LeidenBataviaSoldaat1745Overleden📜
    Lodewijkus la RosJohannes PieterBreevoort1746PatmosBataviaSoldaat1747Overleden📜
    LuijtingGoosenBrefoort1721Vaderland GetrouwBataviaSoldaat1729Overleden📜
    MarcusJosephAlten1780BataviaBataviaMatroos1779Absent bij afvaart📜
    MarkelingBarendBreevoort1737Petronella AlidaBataviaGrofsmid1738Kamer Enkhuizen📜
    MarkelingBarendBrevoort1737Petronella AlidaKaapGrofsmid1744Overleden📜
    MarrenbergJoostBreevoort1721VrieswijkCeylonBosschieter1724Gerepatrieerd📜
    MartenseIsaakAalten1719BarneveldBataviaSoldaat1721Gestraft📜
    MartenszClaasBrevoort1711HorstendaalBataviaBosschieter1715Gerepatrieerd📜
    MeijJan HendrikAlten1737WickenburgBataviaAdelborst1746Gerepatrieerd📜
    MeijerDeetloff AsmusAlten1767TulpenburgBataviaSoldaat1767Overleden📜
    MeijerFredrikAlten1771KronenburgBataviaMatroos1771Absent bij afvaart📜
    MeijeringhFredrikAlten1777ForeestBataviaSoldaat1781Overleden📜
    MeijneCarsienBrevoort1693KarthagoBatavia???📜
    MekmanJanAlten1730KnapenburgCeylonMatroos1732Overleden📜
    MentinghStevenBrevoort1705DriebergenBataviaOnderbarbier1706Overleden📜
    MentinkHermanusBreedevoort1769Bovenkerker PolderBengalenOnderkuiper1770Overleden📜
    MierdinkWesselAalten1761VoorlandBataviaOnderkuiper1761Absent bij afvaart📜
    MijnenGerrit JanBrevoort1760Gouverneur-generaalBataviaSoldaat1760Kamer Amsterdam📜
    MijnenGerrit JanBrevoort1760RenswoudeCeylonSoldaat1761Overleden📜
    MoesmanJohan HendrikAlen1771GeinwensCeylonMatroos1771Overgeplaatst📜
    MoesmanJohan HendrikAlen1771KronenburgBataviaMatroos1773Gerepatrieerd📜
    MoesmanJohan HendrikAalden1775VrijheidBataviaMatroos1777Gerepatrieerd📜
    MoesmanJohan HendrikAalten1777Bovenkerker PolderBengalenBosschieter1779Gerepatrieerd📜
    MosmanJan HendrikAalden1773HonkoopBataviaMatroos1775Gerepatrieerd📜
    MosmanJohan HendrikAalden1779WakkerheidBataviaMatroos1785Gerepatrieerd📜
    NeerJoostBreevoort1763Vrouwe ElisabethBataviaSoldaat1764Overleden📜
    NielantReijnardAltem in gelderlant1728Adelaar?Soldaat??📜
    NiewetsJohannesBrevoort1737DuifjeBataviaKoksmaat1738Overleden📜
    NoltingJanBreedevoorde1741BosbeekBataviaSoldaat1749Gestraft📜
    OrmeJanAalten1774DelfshavenBataviaHooploper1775Overleden📜
    OrmeJanAalsen1775Jonge HellingmanBataviaHooploper1775Kamer Delft📜
    PieterszJacobBreevoort1734MeermondCeylonBosschieter1742Vermist📜
    PieterszJanAalten1749WildrijkBataviaSoldaat1749Overleden📜
    PommerHarmen JanBrevoort1742AdrichemBataviaSoldaat1747Gerepatrieerd📜
    PommerHarmen JanBreevoort1749Rust en WerkBataviaSoldaat1751Overleden📜
    PommerJanBreedevoort1730Lage PolderBatavia?1742Gerepatrieerd📜
    PommerJanBreevoort1743HoopBataviaSoldaat1743Overleden📜
    PothuijsBarendAalten1785ZoutmanBataviaSoldaat1789Overleden📜
    PothuijsBarendAltan1788Vrouwe Katharina JohannaBataviaBosschieter1789Kamer Hoorn📜
    PrinsBernardusAalthe1756Vrouwe Petronella MariaBataviaKorporaal1757Overleden📜
    PrinsGijsbertus ArnoldusAlten1773HonkoopBataviaTweede meester1775Overleden📜 🌳
    ProspertsErnstBreevoord1725LinschotenBataviaSoldaat1730Overleden📜
    ReijndersAbraham DavidsBrevoort1730’t Vliegend hartBataviaHooploper1735Gerepatrieerd📜
    RijtmansGerritAlten1779Willem FrederikBataviaSoldaat1780Overleden📜
    RoedolfHarmanusBreedewoort1754SlotenBataviaJongmatroos1766Overleden📜
    RondelAnthonijAalthe1774OuwerkerkBataviaSoldaat1774Absent bij afvaart📜
    SatinckFlorisBredewaart1732PaddenburgBataviaOnderkoopman1735Overleden📜 🌳
    SatinkFlorisBreedevoort1725SpieringBataviaSergeant1727Gerepatrieerd📜 🌳
    SatinkFlorisBrevoort1729JacobaBataviaAssistent1730Gerepatrieerd📜 🌳
    ScakinoNicolaasBreevoort1760Gouverneur-generaalBataviaSoldaat1791Overleden📜
    SchenkGijsbertAalten1710Huis te NieuwburgBataviaSoldaat1716Overleden📜
    SchenkHarmenAalte komm:1713DiemenCeylonKorporaal1723Overleden📜
    SchenkHendrikAalte1745EindhoefBataviaSoldaat1745Overgeplaatst📜
    SchenkHendrikAaldi1746Huis te RensburgBataviaSoldaat1747Laatste vermelding📜
    SchenkJohannes JosephusAlteren1770VlissingenBataviaMatroos1770Absent bij afvaart📜
    SchenkJohannis JosephusAlteren1770WoestduinBataviaMatroos1770Absent bij afvaart📜
    SchinckGerritAlten in ’t graafschap zutphen1686SpierdijkBataviaAdelborst1688Overleden📜
    SchinkHarmanAalten1700LekCeylonSoldaat1712Gerepatrieerd📜
    SchoonmanAnthoonAlten1759Huis te ManpadBengalenSoldaat1760Kamer
    Amsterdam
    📜
    SchreuderHendrikAelten in hanoverse1767WalenburgBataviaMatroos1768Overleden📜
    SchrijverJannisBrevoort1682Prins Willem HendrikBataviaKoksmaat??📜
    SchutAntonieBrevoort1716DoornikBataviaOnderbarbier1717Overleden📜
    SenecaJan BabtistAlten1761KronenburgBataviaJongmatroos1763Overleden📜
    SenkJohann CoenraadAlten1783TritonBataviaMatroos1793Laatste vermelding📜
    SleeterMijnoldAlten1753LuxemburgBataviaSoldaat1754Overleden📜
    SlotboAnthonijAalte1746Huis te ManpadBataviaSoldaat1752Weggelopen📜
    SlotboomGerrit JanBredevoort1739BeekvlietBataviaDerde meester1741Schip vergaan📜
    SmeenkBarentAalten1700BrandenburgBataviaSoldaat1706Overleden📜
    SmetJan TjerkBreedevoort1775NoordbeekKaapMatroos1776Gerepatrieerd📜
    SmitJan TjerkBrevoorde1773MarsBataviaHooploper1775Gerepatrieerd📜
    SmitJan TjerkBreedevoord1780Juno?Bottelier??📜
    SmithJan TjerkBreedevoort1777Willem de VijfdeCeylonMatroos1779Gerepatrieerd📜
    StarrenbergJanBrevoort1734KerkwijkBataviaJongen1739Schip vergaan📜
    StarrenbergJoostBrevoort1725GaasperdamBataviaSchiemansmaat1726Gerepatrieerd📜
    StarrenbergJoostBrevoort1727CastricumBataviaSchieman1728Gerepatrieerd📜
    StarrenbergJoostBrevoort1729OostrustBataviaSchieman1733Overleden📜
    SteekeDirekBreedevoort1713Herstelde LeeuwBataviaJongen1721Gerepatrieerd📜
    SteendekkerHendrik Daniel GotliebAlten1777Huis te KrooswijkBataviaHooploper1778Kamer Amsterdam📜
    Steenvoort, vanBartAalten1738VisBataviaMatroos1738Overleden📜
    StemerHendrikBrevoort1728MijndenBataviaOndermeester1747Overleden📜
    SterkBernardusAeltun1763LapienenburgBataviaDerde meester1766Gerepatrieerd📜
    SterkBernardusAalte1767TulpenburgBataviaTweede meester1767Overleden📜
    SterkJanAlten1779Jonge HugoBataviaMatroos1780Overleden📜
    StompAarnold ChristiaanBrevoort1738VoorduinBataviaKorporaal1738Overleden📜
    SwartenkortBarentBreedevoort in gelderland1787Slot CapelleBataviaKorporaal1788Overleden📜
    SwingerJacob JacobseBreijde voort1676AmerikaBataviaBosschieter??📜
    TerbeekHendrikAalte1737NieuwlandBataviaDerde meester1738Gerepatrieerd📜
    TerbeestHend.Alten in gelderland1707ZandenburgBataviaAdelborst1708Overleden📜
    TerroeleHarmenAalten1696OvernesBataviaSoldaat1699Overleden📜
    TielstedJoostBrevoort1708MeervlietBataviaOnderbarbier1708Overleden📜 🌳
    TimmermanGerardus LambertusBrevoort1779DolfijnBataviaMatroos1784Overleden📜 🌳
    TimmermanJan DirkBreevoort1763VelsenBataviaKorporaal1768Overleden📜 🌳
    ValentijnMilnesBrevoorde1677AlexanderBataviaAdelborst??📜
    VeenTheodorus LaurensBredervoort1777DolfijnBataviaHoogloper1778Overleden📜
    VeltkampOtto Adam AdolfAalten1771Huis te BijwegBataviaJongmatroos1771Overleden📜 🌳
    VerbeekHendricusAlte in gelderland1742HofwegenBataviaBottelier1745Overleden📜
    VerschagenJohannesBrevoort1680AfrikaBataviaAdelborst1695Vermist📜
    VerschoorJurgenAlten1731Kasteel van WoerdenBataviaSoldaat1732Kamer Amsterdam📜
    VerschoorJurgenAlten1731Huis te MarquetteBataviaSoldaat1740Overleden📜
    VerwersHendrickBreevoort1700Generale VredeBataviaMatroos1703Gerepatrieerd📜
    VerwersHendrikBrevoort1700BrandenburgBataviaMatroos1701Kamer Amsterdam📜
    VissenEverardusBreevoort1737LandskroonBataviaSoldaat1738Overleden📜
    VisserEvertBrevaart1731OostrustBataviaAdelborst1735Gerepatrieerd📜
    Vliet, terCarelBrevoort1689BantamBataviaSoldaat1696Overleden📜
    Voort, van derHoets CarelBreevoort1706DonauBataviaSoldaat1712Gerepatrieerd📜
    VreesWillemAalten1767Jonge LieveBataviaOndertimmerman1769Overleden📜
    Vries, deBarendAlten1740DiemermeerBataviaSoldaat1749Overleden📜
    Vulpen, vanHarmeAalden1787BelvlietBataviaSoldaat1793Laatste vermelding📜
    WaerCenpte TilandeBrevoort1637ZwolleBataviaSoldaat1638Laatste vermelding📜
    WassingJanBrevoort1735HaamstedeBataviaSoldaat1737Overleden📜
    WassinkHendrikAlten1762AmstelveenBataviaKok1763Schip vergaan📜
    WeelingHarmanusAalten1748HerculesCeylonSoldaat1750Overleden📜
    WeelingHermanusAalten1748WesthovenBataviaSoldaat1749Kamer
    Amsterdam
    📜
    WeeninkJanBreedevoort1740HofvlietBataviaDerde meester1742Gerepatrieerd📜
    WeeninkJanBrevoord1743HeuvelBataviaDerde meester1754Overleden📜
    WelpshofAarnoldAalten1716BarneveldBataviaAdelborst1723Gerepatrieerd📜
    WeningPeter IsaakBredevoort1763’s Lands WelvarenBataviaMatroos1766Overleden📜
    WienekesJan DirkAlten1724BoekenrodeBataviaSoldaat1725Overleden📜
    WikkerHendrikAlten1729MidlooBataviaSoldaat1733Overleden📜
    WillemseCoenraedBrevoort1718HaftenBataviaSoldaat1721Vermist📜
    WillemshofArnoldusAelten1724BerkenrodeBataviaKorporaal1727Overleden📜
    WillemszDirckBrevoort1721StadwijkBataviaSoldaat1723Overleden📜
    WillemszJurrianBreevoort1716MeerhuizenBataviaMatroos1717Overleden📜
    WilpshofJanAalten1717Prins EugeniusBataviaSoldaat1719Overleden📜
    Winter, deJanAltene1718BerbicesBataviaAdelborst1719Overleden📜
    WisseBarrentBrevoort1675AardenburgTuticorinAdelborst??📜
    WissingBarentBreevoord1675AardenburgTuticorinAdelborst??📜
    Wolff, deJohannesAalten1773PallasBataviaJongmatroos1773Overleden📜
    WoortJurriaanBrevoort1771LeiderdorpBataviaMetselaar1772Overleden📜 🌳
    WoortsJanBredevoort1752VlietlustBataviaDerde meester1758Gerepatrieerd📜 🌳
    WoortsJanBredevoort1761LiefdeBataviaSoldaat1761Overleden📜 🌳
    WormsWijnandAalten1770Oud HaarlemBataviaDerde meester1771Overleden📜 🌳
    Wulffen, vanGerritBrevoort1733CastricumBataviaKorporaal1735Overleden📜
    Zanten, vanJanAalten1752Admiraal de RuyterBataviaSoldaat1753Overleden📜
  • Een Aaltense handelsfamilie rond 1600

    Een Aaltense handelsfamilie rond 1600

    Hoe de familie Schenk-Voerknecht uitgroeide tot een internationale koopmansdynastie

    hanze

    Aan het begin van de 17e eeuw behoren Wessel Schenk en zijn halfbroer Salomon Voerknecht uit Aalten tot de grootste graanhandelaren van Europa. Hun activiteiten reiken van Amsterdam tot Danzig, Königsberg, Genua en zelfs de Nieuwe Wereld. Ook andere familieleden zijn actief in de handel en sluiten huwelijken die hun positie versterken. Wat in Aalten begon, groeide uit tot een netwerk met internationale invloed.

    De familie Schenk / Voerknecht

    Halverwege de 16e eeuw woont in Aalten ene Jenneken ter Woert. Zij had uit haar eerste huwelijk met Salcke Schenk twee kinderen: Gertruid en Wessel Schenk. Rond 1568 hertrouwde zij met Johan Voerknecht, met wie zij vier kinderen kreeg: Salomon, Hans, Judith en Anna Voerknecht.1 2

    Johan Voerknecht was in 1575 keurnoot van het gericht Bredevoort3, een functie die duidt op maatschappelijk aanzien. Of de familie tot de Aaltense ‘elite’ behoorde is ons niet bekend. Wel valt op dat alle kinderen later succesvol worden in de handel of trouwen met partners van aanzien. Dat wijst op aansluiting bij invloedrijke netwerken die hun sociale en economische kansen vergrootten.

    Handelaren in Amsterdam, Danzig en Königsberg

    Vanaf de late 15e eeuw specialiseren kooplieden in de Lage Landen zich in het vervoer van bulkgoederen, vooral graan en zout. Deze handel, bekend als de moedernegotie (moeder van alle handel), vormt eeuwenlang de economische basis van Holland en maakt Amsterdam tot de belangrijkste stapelmarkt van Europa.4

    Ook de familie Schenk-Voerknecht profiteert hiervan. Zij onderhouden nauwe banden met de Hanzesteden Danzig (Gdańsk) en Königsberg (Kaliningrad). Enkele familieleden vestigen zich er zelfs, tijdelijk of permanent.

    Danzig, 1628
    Danzig anno 1628

    De kinderen Schenk en Voerknecht groeiden op tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), maar wisten desondanks door te stoten in de internationale handel. De periode van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) bood daarbij gunstige omstandigheden: een korte fase van rust en wapenstilstand. Oost-Nederland telde acht garnizoenssteden (waaronder Bredevoort) die voortdurend behoefte hadden aan foerage, met name graan. Niet alleen voor brood, maar ook voor de bereiding van bier.

    Wessel Schenk was graanhandelaar en deed in die periode goede zaken in de Achterhoek. Hij was ook actief in de handelsroute van Danzig naar Genua, in Italië.5 Zijn halfbroer Salomon Voerknecht was eveneens een zeer succesvol handelaar.

    Grootste vervoerders van Amsterdam naar het Middellandse Zeegebied, 1590-1620:

    VervoerdersTotaalLadingenMet een partner
    Jasper Quinget2011974
    Jan en Philippo Calandrini912566
    Guillelmo Bartolotti664224
    Caspar van Ceulen633528
    Isaac la Maire564214
    Willem Willemss49481
    Salomon Voerknecht451332
    Wessel Schenck30255

    Biografieën van familieleden


    Wessel Schenk

    Geboren rond 1566 in Aalten. In 1606 woonde hij in de Breestraat in Amsterdam. In archiefdocumenten wordt hij aangeduid als “koopheer”. Uit andere bronnen blijkt dat hij ook regelmatig in Danzig verbleef.

    Schenk was bij de oprichting in 1602 een van de grootste aandeelhouders van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Hij zag ook kansen in de nieuwe wereld. Samen met zijn neef Jan Holscher investeerde hij in expedities naar Nieuw-Nederland, in het noordoosten van de huidige VS. In 1614 was hij medeoprichter van de Nieuw-Nederland Compagnie, de voorloper van de West-Indische Compagnie.6

    In 1609 liet hij in zijn testament opnemen dat hij 4000 gulden zou nalaten aan de armen van zijn geboorteplaats Aalten. Omdat hij dikwijls op reis was, liet hij in 1616 een testament opmaken, waarbij hij de zaken in Amsterdam overliet aan zijn neef Jan Holscher.

    In 1619 liet Wessel, als burger van Danzig, per volmacht de jaarlijkse inkomsten uit twee Aaltense boerderijen (Lutke Grievinck en Goorhuis) contractueel overschrijven op zijn zuster’s dochter Gertruid Tols, weduwe van Johan Brunss.7 In 1632 was hij weer in Danzig en verkocht per volmacht “een tuin of hof met getimmerte in twee percelen” buiten de Regulierspoort in Amsterdam. Kort daarna moet hij zijn overleden, vermoedelijk ongehuwd.8


    Gertruid Schenk

    Geboren rond 1565 in Aalten. Rond 1584 trouwde zij in Anholt met Albert (?) Hengst van Juchteren. Na 1590 hertrouwde ze met Henrick Toll. In 1600 woonde zij aan de Nieuwe Zeedijk in Amsterdam. Gertruid was ook actief in het familiebedrijf. In 1616 ontvingen Gertruid en haar broer Wessel namelijk een aanbevelingsbrief van de Staten-Generaal, gericht aan het stadsbestuur van Danzig – een teken dat hun handelspositie officieel werd erkend. Gertruid overleed na 1628.9


    Salomon Voerknecht

    Geboren rond 1568 in Aalten. In 1597 trouwde hij in Amsterdam met Jannetje Hooft. Zij was een telg uit een vooraanstaande Amsterdamse koopmansfamilie die één van de grootste Nederlandse schrijvers uit de Gouden Eeuw heeft voortgebracht: Pieter Corneliszoon Hooft. Schoonvader Jan Pietersz Hooft was een broer van de burgemeester van Amsterdam, Cornelis Pietersz Hooft, en door dit huwelijk werd hij ook zwager van de latere burgemeester Volckert Overlander.

    In 1618 verkocht Salomon, namens zichzelf en als gevolmachtigde van Judith en Hans Voerknecht, een stuk land, de Bullensche maat in Lintelo aan Roelof Damme en Catharina Smitz. In 1619 verkocht hij, mede namens zijn echtgenote, én als gemachtigde van zijn zus Judith, weduwe van De Marez, en broer Hans (“burger van Danzig”), hun ouderlijk huis in Aalten bij het kerkhof, met hof en grond, aan Wessel Brethouwer en Mechteld Machtes.

    In 1637 was Salomon opperkoopman in dienst van de VOC in Batavia. Hij was van Danzig naar Oost-Indië gegaan en daar hertrouwd met een weduwe. Op 24 oktober 1637 liet hij in Batavia, “zwak van lichaam maar nog goed van verstand”, zijn laatste wil vastleggen en is vermoedelijk kort daarna overleden. Zijn oudste zoon Johan werd in 1656 substituut-schout van Amsterdam.10


    Hans Voerknecht

    Geboren rond 1569 in Aalten. Hans Voerknecht (ook wel Schenk genoemd) was eveneens actief in de handel. In 1605 werd hij, samen met Salomon Voerknecht en Wessel Schenk, vermeld als koopman te Amsterdam. In 1608 was hij in Danzig en in 1619 werd hij zelfs vermeld als burger van die stad. Vermoedelijk overleed hij daar niet veel later.11


    Judith Voerknecht

    Geboren rond 1569 in Aalten. Rond 1585 trouwde zij met Daniel de Marez, koopman in Danzig. Hij is vereeuwigd op een bijna levensgroot schilderij van de families De Marez en De Schilder. Waar in omringende landen alleen vorsten zich op deze wijze lieten vereeuwigen, toonden hier machtige kooplieden hun status. In 1619 verkoopt broer Salomon namens haar (en andere erfgenamen) het ouderlijk huis in Aalten.12


    Anna Voerknecht

    Geboren rond 1571 in Aalten. Rond 1590 trouwde zij met koopman Joost Grevinckhoff, eveneens uit Aalten. Een akte van het gerecht te Bredevoort uit 1615, vermeldt dat Seigneur Wessel Schenk een groot aantal landerijen en pachtboerderijen verkoopt namens Joost en Anna, die dan woonachtig zijn in Königsberg. De akte betreft een schuldafwikkeling: Joost en Anna zaten namelijk diep in de schulden, vooral bij Anna’s broer, Seigneur Salomon Voerknecht, “burger en koopman in Amsterdam” (Seigneur is in die tijd de aanspreektitel voor vermogende kooplui). Omdat zij niet konden betalen, droegen zij hun hele bezit in Aalten – inclusief hun huis, land en erfelijke rechten – over aan Salomon en zijn vrouw Joanna Hooft.13


    Jan Holscher

    Geboren rond 1584 in Dülmen (bij Münster). In 1601 kwam hij naar Amsterdam, waar hij in dienst trad bij zijn oom, de koopman Wessel Schenk. Hoewel hij het bedrijf van zijn oom leidde, dreef hij ook zelfstandig handel. Hij had aandelen in een bedrijf dat handel dreef met Guyana. Samen met zijn oom nam hij ook deel aan de Hans Claesz Compagnie. In 1613 voer Thijs Volckertsz Mossel voor dit bedrijf naar de Hudson River. In 1612 trouwde Jan Holscher in Amsterdam met Elisabeth de Hardouin uit Rouen.14

  • Inname van Bredevoort (1572)

    Inname van Bredevoort (1572)

    De Inname van Bredevoort in 1572 was de verovering van vestingstad Bredevoort, door een Geuzenleger onder leiding van Willem van den Bergh, gedurende de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van 9 juni tot en met 20 juni en resulteerde in de succesvolle inname van de stad door de belegerende troepen. Het beleg maakte deel uit van de tweede invasie van Willem van Oranje, die gericht was tegen het ‘Spaanse’ Leger van Vlaanderen.

    Het was in de Tachtigjarige Oorlog en Bredevoort was onder Spaans gezag. Vanaf het najaar van 1570 waren er in de Achterhoek echter geruchten over een aanval van opstandelingen, ook wel Geuzen genoemd. Tot 1572 bleef het bij een dreiging. Na de inname van Den Briel op 1 april 1572 verzamelde Graaf Willem van den Bergh, de zwager van Willem van Oranje, in Wesel een leger van ongeveer 5000 manschappen. De bedoeling was om een veldtocht door de Achterhoek en langs de IJssel te ondernemen. Deze veldtocht ging gepaard met plunderingen van onder andere kerken en kloosters.

    Beleg

    Op 9 juni verscheen een trompetter voor de stadspoort die de stad wilde opeisen voor Willem van Oranje. De keuze bestond uit de eed afleggen voor de prins, of strijd. Er werd harde taal aan de eis toegevoegd, want als er strijd kwam zou de stad een bestorming te wachten staan waarbij niets en niemand gespaard zou blijven. Drost Jasper van Broeckhuijsen liet weten dat zij eerst de mening van pandheer Dirk van Bronkhorst-Batenburg wilden afwachten.

    Intussen had Willem van den Bergh de volgende dag de stad Zutphen ingenomen en had deze de nog niet veroverde steden brieven gestuurd met daarin de uitnodiging om naar Zutphen te komen om daar de eed af te leggen aan de prins. De drost van Bredevoort adviseerde burgers te gaan, maar dit advies werd niet opgevolgd.

    Van Broeckhuijsen wist de pandheer in Anholt er uiteindelijk wel van te overtuigen dat Bredevoort niet in staat was zich te verdedigen tegen de overmacht. Van Broeckhuijsen toog naar Zutphen om te onderhandelen. Op 19 juni werd een verdrag gesloten waarin huis, stad en heerlijkheid aan de prins werden overgeleverd, maar de pandheer in zijn rechten zou blijven.

    Inname

    Op 20 juni werd Bredevoort dan ingenomen en door Gisbert van Heerde bezet met zijn regiment Franse troepen. Jasper van Broeckhuijsen en alle ambtenaren van de heerlijkheid werden ontslagen en Jacob van der Capellen werd daarna als nieuwe drost geïnstalleerd. De rest van het leger trok verder naar het westen voor de inname van Doetinchem. Van rust was echter niet lang sprake.

    Intussen was Don Frederik met een groot leger in aantocht voor een strafcampagne en in november was Bredevoort opnieuw onderdeel van de strijd. Jacob van Bronkhorst, zoon van de heer van Anholt, nam op 20 november het stadje in voor de Spaansgezinde troepen van de hertog van Alva en zijn zoon Don Frederik. Een maand later plunderden de geuzen het kasteel Bredevoort, het klooster Schaer, de Sint-Joriskerk en in Winterswijk de Jacobskerk.

    Van den Bergh vluchtte na het Bloedbad van Zutphen naar Duitsland en ook de Geuzen die in Bredevoort waren vluchtten mee. Ze namen vijf kanonnen en munitie mee uit de stad. Pandheer Dirk van Bronkhorst-Batenburg kwam nu openlijk uit voor zijn Spaansgezindheid. Bredevoort zou onder Spaanse vlag blijven tot het beleg van 1597 door Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje.

    Bron


  • De Calvarieberg bij Aalten

    De Calvarieberg bij Aalten

    De Lindeboom, het wapen van Aalten

    De Calvarieberg bevond zich naar verluidt op het hoogste deel van de Aaltense es, bij de huidige begraafplaats Berkenhove en de watertoren. Historici vermoeden dat deze plek in de late middeleeuwen het eindpunt vormde van een kruisweg met dertien stenen staties, die de lijdensweg van Christus uitbeeldden.

    Een Calvarieberg, ook wel kruisberg genoemd, is een kunstmatige heuvel waarop de kruisiging van Christus wordt uitgebeeld. De naam verwijst naar Golgotha (Calvaria = schedel), de heuvel buiten Jeruzalem waar Jezus volgens de evangeliën werd gekruisigd. Calvariebergen kwamen in grote delen van katholiek Europa voor.

    Kruisweg

    Hoewel de oorspronkelijke locatie van de Aaltense kruiswegstaties onbekend is, denken historici dat de kruisweg in de late middeleeuwen vanaf de Oude Helenakerk omhoog over de es liep naar de Calvarieberg. Een theorie stelt dat de eerste statie bij de Oude Helenakerk stond en dat de overige staties langs de glooiende weg over de Aaltense es waren geplaatst. Door vanaf de Helenakerk langs de staties naar de Calvarieberg te lopen, konden Aaltense gelovigen symbolisch de lijdensweg van Jezus volgen.

    De laatste statie zou zich hebben bevonden bij de huidige watertoren, op een van de hoogste punten van Aalten, tevens gelegen aan de oude volkerenweg tussen Bocholt en Zutphen.

    Kruiswegstaties, Kerkstraat, Aalten
    De 13 Aaltense kruiswegstaties in het Museum Catharijne Convent te Utrecht

    “den Berch van Calvarien”

    In het Gelders Archief in Arnhem is een dossier uit 1580–1581 bewaard gebleven: een inventarisatie van de bezittingen van het klooster Nazareth (Schaer) bij Bredevoort. Prior Johan van Vueren kreeg van de Gelderse overheid de opdracht de kloosterlanderijen te inventariseren. De bezittingen van Nazareth waren tijdens de overgang van Gelre naar de Reformatie geconfisqueerd. De opbrengsten kwamen voortaan ten goede aan de opleiding van rechtzinnige predikanten en schoolmeesters. Op de Aaltense Es, ten noorden van het dorp lag een perceel en van Vueren noteerde daarover:

    “Meester Sander ter Woert met sijn swager hebben (…) een stucken landes gelegen in den Aeltensche Esche bij den Berch van Calvarien groot 11j schepel geseij.”

    Processiepark

    In 2023 verschenen plannen om aan het begin van de Barloseweg een processiepark aan te leggen, met replica’s van de Aaltense kruiswegstaties en bijbelgerelateerde vegetatie. Voor het onderhoud van dit park legde men alvast een watertappunt aan, inmiddels ‘Calvariebron’ genoemd.

  • De Aaltense Kruiswegstaties

    De Aaltense Kruiswegstaties

    Kruiswegstaties, Kerkstraat, Aalten

    In de late middeleeuwen werd in Aalten een reeks van dertien kruiswegstaties opgericht die de lijdensweg van Christus uitbeeldden. Vermoedelijk werden de staties rond 1530 vervaardigd door de Westfaalse beeldhouwer Heinrich Brabender. Tijdens de Reformatie, eind 16e eeuw, verdwenen ze, maar in 1859 werden ze herontdekt. De Aaltense kruiswegstaties zijn uniek in hun soort in de Nederlanden. Vandaag de dag zijn ze te bewonderen in het Museum Catharijne Convent in Utrecht.

    Ontstaan van de Kruiswegverering

    Aan het einde van de middeleeuwen ontstond de kruiswegverering als een middel voor gelovigen om stil te staan bij het lijden van Christus. Kruiswegstaties beeldden de verschillende gebeurtenissen uit die plaatsvonden tijdens de tocht van Christus naar de berg Golgotha, waar hij werd gekruisigd. De eerste kruiswegstaties werden opgericht door pelgrims die het Heilige Land – het huidige Israël – hadden bezocht. De staties waren vermoedelijk bedoeld om de reis te herbeleven en als statussymbool voor de stichter. Door bij elke statie de bijbehorende gebeden op te zeggen, konden gelovigen, net als bij een echte pelgrimstocht, aflaten verdienen.

    De Aaltense Kruiswegstaties

    In de late middeleeuwen werden in Aalten dertien stenen kruiswegstaties geplaatst. Deze vierkante, gebeeldhouwde reliëfs zijn vervaardigd uit Baumberger zandsteen, meten ongeveer 60 bij 60 cm en zijn ongeveer 10 cm dik.

    De oprichting van de Aaltense kruiswegstaties moet worden geplaatst in de context van de kruisverering in deze regio, vooral in Westfalen, waar kruiswegstaties in de middeleeuwen veel voorkwamen. De reliëfs werden waarschijnlijk omstreeks 1530 gemaakt in Münster, destijds een belangrijk centrum voor Westfaalse beeldhouwkunst. De stijl van de staties vertoont sterke overeenkomsten met het werk van Johan Brabender, die in 1538 de werkplaats van zijn vader Heinrich overnam. Vergelijkbare staties werden in 1934 ontdekt in de huiskapel van slot Havixbeck, nabij Münster.

    Mogelijk had de familie Van Lintelo bemoeienis met de stichting van de Aaltense kruisweg. Vader en zoon Evert van Lintelo waren in de eerste helft van de 16de eeuw drosten van de heerlijkheid Bredevoort, waaronder Aalten viel. Bernhard van Lintelo (overleden in 1511), een oomzegger van Evert senior en neef van Evert junior, was domheer te Münster en pelgrimsganger naar het Heilige Land. Gezien het overlijdensjaar van Evert senior, in 1529, is het een aantrekkelijke veronderstelling dat hij geld naliet voor de vervaardiging van de Aaltense kruiswegstaties.

    Calvarieberg

    De oorspronkelijke locatie van de kruiswegstaties is onbekend. Volgens één theorie waren de staties ingemetseld in de kerkhofmuur of langs een toegangsweg naar de kerk. Een andere theorie suggereert dat de eerste statie bij de Oude Helenakerk stond, terwijl de overige staties langs de glooiende weg door de Aaltense Es waren geplaatst. De laatste statie zou zich hebben bevonden bij de huidige watertoren, op een van de hoogste punten van Aalten, een plek die naar verluidt destijds de Calvarieberg werd genoemd.

    In de Volontaire Protocollen van Bredevoort, vinden we op 5 februari 1638 een vermelding van de Kruisweg op de Aaltense Es:

    “(…) een stuck bowlandes (…) opten Aelter Esch anden Kruijsswech gelegen, mitt eener sijdt an Bruijninck Landt, mit eenen ende oock an Bruininck Landt, mitten anderen anden Heelwech (…)”

    Verdwijning en herontdekking

    Tot het einde van de 16e eeuw viel de parochie Aalten onder het bisdom Münster, maar met de verovering van Bredevoort – het bestuurscentrum van de gelijknamige heerlijkheid waartoe Aalten behoorde – door Prins Maurits op 8 oktober 1597, begon ook in deze streek de Reformatie. Dit leidde tot het verdwijnen van katholieke symbolen, waaronder de Aaltense kruiswegstaties.

    De staties bleven echter bewaard, zij het op een onverwachte plek. In 1800 werd het huis Kerkstraat 15 in Aalten aangekocht door de rooms-katholieken, die het pand verbouwden tot pastorie en kerk. In 1859 werd het pand verkocht aan de fabrikant Eduard Driessen, die het liet afbreken en tot woning verbouwde. Bij deze gelegenheid werden de reliëfs ontdekt. Ze bleken op hun kop gelegd en gebruikt als keukenvloer.

    Op 28 augustus 1870 schonk Driessen de reliëfs aan het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht.

    Religieus erfgoed

    Vandaag de dag maken de Aaltense kruiswegstaties deel uit van de vaste tentoonstelling van het Museum Catharijne Convent in Utrecht. De reliëfs worden beschouwd als het meest complete en vroegst bekende voorbeeld van kruiswegstaties in de Nederlanden. Als religieus cultureel erfgoed zijn ze van nationale betekenis en vormen ze een belangrijk onderdeel van het religieuze erfgoed van Aalten.

    Hieronder ziet u de dertien Aaltense Kruiswegstaties. De afbeeldingen komen van de website van het Museum Catharijneconvent in Utrecht, foto’s: Ruben de Heer (klik om te vergroten).

  • Vestingstad Bredevoort

    Vestingstad Bredevoort

    De vestingstad Bredevoort kent een geschiedenis die teruggaat tot (tenminste) het jaar 945. In die tijd was Bredevoort niets meer dan een begaanbare doorgang te midden van een vrij ondoordringbaar moeras. Wel een zeer belangrijke doorgang, Bredevoort lag op de belangrijke handelsroute van Bocholt naar Zutphen.

    In de 13e en 14e eeuw ontwikkelde Bredevoort zich verder tot een belangrijke vestingstad. In 1350 kreeg Bredevoort muntrecht en in 1388 zelfs officieel stadsrechten en is er voor het eerst sprake van de stad Bredevoort: ‘onse borch, huys ende stat tot Bredervoert‘.

    Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) raakt Bredevoort betrokken bij de gevechten tussen de Staatse en Spaanse troepen en wordt het meerdere malen belegerd en veroverd. Na het beleg van Maurits van Nassau (de latere Prins van Oranje) in 1597 wordt een sterk Staats garnizoen in het stadje gelegerd. De band met het Nederlandse Koningshuis is door de loop der tijd onverminderd sterk gebleven. Koning Willem Alexander draagt nog steeds de officiele titel ‘Heer van Bredevoort’.

    Garnizoenstad Bredevoort werd onderdeel van de oostelijke verdedigingslinie en zodoende werden plannen gemaakt om de stad te versterken. De vesting werd versterkt en vergroot; een brede gracht werd aangelegd rondom de zes bolwerken Vreesniet, Treurniet, Onversaegt, Stoltenborg, Welgemoed en Ossenkop.

    De restanten van de vestingwerken aan de noord-westzijde van Bredevoort zijn in 1967 aangemerkt als Rijksmonument (nummers 6874 en 6875).

    Historische beschrijving

    In 1938 schreef G.H. Rots een serie artikelen in de Aaltensche Courant over de geschiedenis van de gemeente Aalten. Zo schreef hij over de vesting Bredevoort:

    “De geschiedschrijver Sloet vermeldt dat ’n 945 al sprake was van ‘Breitenfurt’. In oude stukken leest men ook van ‘Breitenfurt’, ‘Breyden-Oort’, ‘Bredevoorde’ of ‘Breevoort’. In den dagelijkschen omgang heet het thans ook nog wel ‘Brevoort’. Het woord zegt het al dat er sprake was van een verbinding van hooger gelegen gronden over lage gronden, water, moerassen, enz. Want om Bredevoort was alles laag land, vol met riet en biezen, dat bij heele droge zomers te begaan was en dan nog altijd op de hoogst gelegen gedeelten. En nu tusschen die moerassen was een verhoogde terp en daarop is vroeger de sterke vesting ‘Breevoort’ gebouwd. In doorsnede was het pl.m. 300 Meter, of ongeveer 10000 M2. Maar op dat plekje heeft zich in den loop der eeuwen heel wat afgespeeld.

    In het jaar dat we zooeven noemden, in 945, moest het stadje jaarlijks acht onzen zilver betalen aan het klooster te Fuldo. Doordat de vesting omgeven was door moerassen, was het al mee een der sterkste bolwerken en bijna niet te veroveren. Er waren twee toegangswegen, de ‘Aalterpoort‘ aan de Noord-West-zijde, ongeveer ter plaatse waar nu de R.K. School staat. De weg door de Koppele is pas in de vorige eeuw aangelegd. Voordien moest men altijd den omweg maken om de Koppele heen. In het Oosten was de ‘Misterpoort‘. Sommige schrijvers noemen haar ook wel ‘Münsterpoort’.

    Tot de Heerlijkheid Bredevoort behoorden de ambten Aalten, Winterswijk en Dinxperlo en was oorspronkelijk de bezitting van de bisschoppen van Utrecht. Een der bisschoppen, genaamd Godefroy van Rhenen stichtte het kasteel te Bredevoort, dat ter plaatse heeft gestaan waar nu ’t Zand is. Tot dit kasteel of Hof behoorden eenige hofhoorige goederen, waartoe ook de Ahave de Pol, bij Aalten. Over die hofhoorigheid en alles wat daarmee in verband staat zijn enkele bijdragen verschenen o.a. in het boek van Mr. J. A. Nijhof “Bijdrage tot de Vaderlandsche Geschiedenis”, en ook in het bekende boek van B. Stegeman “Het kerspel Winterswijk” wordt er in den breede over uitgewijd. Wie daar dus meer van weten wil vrage in de bibliotheek van firma Gebr. de Boer naar dat boek.

    In 1238 kwamen de graven van Loon in het bezit der Heerlijkheid. Een dier graven, Herman van Loon, droeg de bezitting in 1246 in leen over aan Otto van Nassau, graaf van Gelder en Zutphen. In den slag bij Tekelenburg in 1276 was Herman van Loon overwinnaar en nam hij zijn tegenstander graaf Engelbert van der Mark gevangen en voerde hem naar het kasteel te Bredevoort.

    Die graaf van der Mark heeft daar al gauw den dood gevonden Hij stierf van verveling en heimwee. Diens zoon echter, Everhard van der Mark, nam wraak en veroverde Bredevoort in 1278 en verwoestte het kasteel en vervoerde daarop het lijk van zijn vader naar Kappenberg. Door tusschenkomst van den Munsterschen bisschop Everhard, kwam er nu weldra tusschen graaf Everhard van der Mark en Herman van Loon een vredesverdrag tot stand, waarbij de graaf van Loon zich verkond om niet tot het opbouwen van het kasteel over te gaan alvorens gedurende twee jaren een tocht naar het Heilige Land te hebben gemaakt (dagen der kruistochten).

    Korten tijd daarna schijnt er weer een transactie plaats gegrepen te hebben, want in 1284 is eigenaar Baldewinn van Steinfurt, die de helft der bezitting, nl. het Noordelijk gedeelte van het slot met toebehoorende gronden in Aalten, verkocht aan den bisschop Everhard van Munster. Het geslacht der graven van Loon is echter in het begin der 14de eeuw uitgestorven en toen de laatste telg grafwaarts was gedragen, kwam er tweedracht over de nalatenschap. De toenmalige bisschop van Münster Lodewijk en Reinald van Gelder maakten beiden aanspraak op de nalatenschap van de graven van Loon. Er werd zelfs om gevochten en beide genoemde potentaatjes brachten hunne legers in slagorde en men bekampte elkaar op leven en dood.

    Reinald van Gelder had het op Bredevoort voorzien en in 1326 trok hij zegevierend de vesting binnen. De vrede werd geteekend te Coesfeld en bij dat vredesverdrag kwam Bredevoort in eigendom aan Reinald van Gelder. In 1388 werd de Heerlijkheid in pandschap overgedragen aan Hendrik van Gemen die daarvoor moest betalen de som van 3000 Fransche schilden, wat in Hollandsche munt ongeveer f 6300 was.

    Later is met bewilliging van de Staten van Gelderland het pandschap overgedragen aan Jacob van Bronkhorst, heer van Anholt. Eindelijk in 1580 werd aan Prins Willem I de Heerlijkheid in pandschap overgedragen. Zijne opvolgers zetten dit bezit op dezelfde wijze voort. Eindelijk in 1732 bij de verdeeling der nalatenschap van Willem III, tusschen den Koning van Pruisen en Willem Karel Friso, werd de heerlijkheid Bredevoort aan laatstgenoemde toegekend. Zij maakte toen een deel uit der domeinen van het Huis van Oranje-Nassau onder beheer van een rentmeester, die jaarlijks aan raden en rekenmeesters van den Prins verantwoording aflegde.

    De Prins stelde een drossaart aan, alsmede een richter met hunne plaatsvervangers. Ook werd benoemd een stadhouder, landschrijver en advokaat-fiscaal. Alle veertien dagen werd in de heerlijkheid over burgerlijke zaken rechtsdag in de 4 ambten hierboven genoemd, gehouden. De rechtbanken bestonden uit den drossaard of zijn plaatsvervanger, den landschrijver of secretaris en twee adressoren of keurnooten. De regeering der stad Bredevoort berustte bovendien bij twee burgemeesters.

    Zooals wij reeds memoreerden was Bredevoort om zijn natuurlijke ligging een sterke vesting. Behalve het slot waren er zeer goede bolwerken. (In het depôt der Rijksarchieven te Arnhem berust nog een schanskorvenboek van de voormalige vesting. Wie er dus nog meer bijzonderheden van weten wil ga daar eens in snuffelen).

    Bredevoort was wel een sterke vesting om haar natuurlijke ligging, maar het was geen ommuurde vesting tot 1545. En de bekende en befaamde veldheer Maarten van Rossum zorgde er voor dat de vesting nog meer versterkt werd. Hij liet omstreeks genoemd jaar de gracht graven en een wal aanbrengen. Het gedeelte gracht wat er nu nog is, is dus bijna 400 jaar geleden gegraven. Het zal er dus een geweldige drukte geweest zijn rondom de vesting. Voor eenige jaren is ter bestrijding der werkloosheid, een groot gedeelte der gracht gedempt met grond der opgeworpen wallen. Een klein stukje wal is als historisch plekje nog blijven zitten.

    Binnen de poorten was de situatie ook anders dan tegenwoordig. Men had er nauwe straatjes en gangetjes. In de kelders van vele huizen had men vlucht- of schuiltunnels. Bij het afbreken van een oude kelder eenige jaren geleden werd er nog zoon schuiltunnel getoond. Men beweert ook dat er een onderaardsche gang zou zijn van ’t kasteel ’t Walfort naar Bredevoort. Bij vroegere graafwerken op ’t Zand moet men wel zoon gang hebben ontdekt. Maar men durfde er niet ver in, wegens de bedorven of giftige lucht daarin aanwezig. Het zou de moeite waard zijn om bij het graven der rioleeringen hier eens op te letten. Dat er onderaardsche schuilplaatsen zijn geweest, dat is wel zeker, maar een verbindingsweg zooals hierboven genoemd, betwijfelen wij.

    Het krijgs- en militair rumoer heeft binnen de vesting eeuwen lang geklonken. Tot zelfs in de 18e eeuw lagen in Bredevoort in garnizoen drie compagniën infanterie, onder bevel van een kommandeur, die een grootmajoor onder zich had. Vooral ten tijde van den tachtigjarigen oorlog heeft het er heet toegegaan in en om Bredevoort. In het laatst der zestiende eeuw hadden de Spanjaarden de vesting in bezit. Den eersten October 1597 kwam Prins Maurits met zijn leger voor Bredevoort. Hij sommeerde de bezetting, die slechts uit 2 vaandels voetvolk bestond, zich over te geven. Maar deze antwoordden dat men de wapenen tot zijn uitersten adem voor God en den Koning zoude bewaren. De Spanjaarden vertrouwden op de natuurlijke sterkte der vesting. Toen sloeg Prins Maurits het beleg voor Bredevoort.

    Er waren zooals gezegd twee toegangsdijken naar Bredevoort, maar Prins Maurits liet er een derde toegangsweg bijmaken door de Koppele. Die weg door het moeras werd gemaakt met zand en rijshout. Het zand werd in zakken door de soldaten aangevoerd. Net in 8 dagen was die weg ter lengte van 500 treden ingemaakt. Men kon toen over de gracht een hoogte innemen, geschikt tot plaatsing van 20 stukken geschut. Toen werd een moorddadig vuur op de vesting geopend. Maar de belegerden verweerden zich dapper, en vele aanvallers sneuvelden.

    De vestingmuren hadden door het vuur der kanonnen heel wat te verduren, en ettelijke scheuren en breuken waren reeds ontstaan, maar nog gaf zich het garnizoen niet over. De gracht was een belemmering om troepen tot vóór de wallen en muren te brengen. Maar Prins Maurits was vindingrijk, en hij liet door zijn mannen een drijvende brug bouwen, een soort kurk- of biesbrug. Deze werd in de gracht gelegd, en zoo kreeg men toegang tot den wal, waardoor men twee punten van aanval kreeg. De graaf van Solms leidde dien aanval aan de oostzijde, dus van den kant van het Broek. Maar nog was de tegenstand niet gebroken. De belegerden beantwoordden het vijandelijk vuur met kanon en musketten. Ook werden de belegeraars met steenen bekogeld, en vele bestormers moesten in het zand bijten. Maar het kon zoo niet lang meer duren, de aanvallen werden steeds heviger, totdat eindelijk een tambour uit de stad op den muur verscheen en een teeken gaf dat men wenschte te onderhandelen. Maar een vijandelijke kogel trof hem, en de tamboer, die met vredesbedoelingen kwam, werd door een kogel gedood.

    De inwoners der vesting hernieuwden de poging om tot onderhandeling te komen. Ze staken stokken met hoeden in de hoogte, maar men attendeerde van de zijde der belegeraars hier niet op. Toen gingen de vrouwen op de wallen, om te getuigen van den wil tot overgave. Onbegrijpelijk is het, dat de belegeraars nu nog geen aandacht hieraan schonken. Vreesden zij een valstrik, of was het de wreedheid van dien tijd, dat men bloed wilde zien? In elk geval, de matrozen van Maurits bestormden het steenen bolwerk, drongen de vesting binnen en brachten dadeiijk 70 menschen om het leven. De overgeblevenen vluchtten naar het kasteel, dat den 9en October dadelijk bij verdrag op genade of ongenade werd overgegeven. Prins Maurits schonk hierbij het leven aan allen, maar bedong een som geld voor zijn krijgsvolk, hetwelk later echter werd kwijtgescholden.

    Behalve het kasteel en 20 huizen waren alle huizen alsmede de kerk afgebrand. Den Spaanschen bevelhebber Domiaan Gardot werd genade geschonken, alhoewel hij eerst gefusilleerd zou worden. Tijdens de bezetting door de Spaanschen had deze Gardot zich gehaat gemaakt bij de burgerij.

    Prins Maurits, die zegevierend de poorten van Bredevoort was binnengetrokken, bleef slechts enkele dagen te Bredevoort. Hij trok verder noordwaarts. Eenige maanden tevoren had hij Groenlo ingenomen, en thans ging hij via Groenlo naar het Overijselsche gebied, om daar veroveringen te maken. Bredevoort hield een kleine bezetting, en de bevolking ging met man en macht aan het werk om de verbrande huizen weer op te bouwen. Maar nauwelijks aan ’t bouwen begonnen brak er weer brand uit, en van de ongeveer 20 huizen die bij het beleg gespaard waren gebleven, brandden er toen 14 af, zoodat er nog 6 huizen overbleven.

    Bitter is er toen geleden. De kerk moest worden opgebouwd, maar de middelen ontbraken, en men richtte bedelbrieven aan zustergemeenten om steun. Men liet echter den moed niet zinken. Men ging aan ’t herbouwen met de kerk en de afgebrande huizen, en van lieverlede kreeg het stadje weer bewoonbare huizen. Maar het was en bleef oorlogstijd, en de gevaren dreigden van alle kanten.

    In 1606 kwamen de Spanjaarden weer voor de stad. ’t Was vastenavond, en men wilde in de stad vastenavond vieren. Vooral de soldaten zetten de bloemetjes buiten. Er was feest en jolijt, en er werd door de soldaten geducht gedronken. En terwijl men aan ’t pretmaken was, kwam de vijand aansluipen. De Spaansche bevelhebber Du Terrail kwam in stilte met 1200 man van Oldenzaal, en kwamen ’s avonds voor de poorten der stad. De wacht was wel betrokken, en aan de wacht werd medegedeeld, dat zij soldaten van prins Maurits waren en door de Spanjaarden werden achtervolgd. Zij logen de wacht dus wat voor en deelden zelfs mede, dat zij een Spaansche luitenant gevangen hadden genomen. Zij verzochten om zich onder de vesting te mogen ophouden. De wacht zond een boodschap naar het hoofdkwartier, en terwijl men daar aan ’t beraadslagen was werd men gewaar dat men bedrogen was. De bevolking vluchtte al reeds naar ’t kasteel, en de Spanjaarden bestormden reeds de poorten, lieten die springen, en vóórdat men goed besefte wat er gebeurde, trok het vijandelijk leger reeds het stadje binnen.

    Wreed werd de vastenavondvreugd verstoord. De Spaansche soldaten doodden alles wat hun tegenkwam, waaronder vele vrouwen. Ook de echtgenoote van den predikant viel als slachtoffer der moordenaars. Het kasteel bood echter een veilige schuilplaats voor de daarin gevluchte burgers en soldaten. De brug over de gracht die om het kasteel lag werd vernield, en zoo was het voorloopig veilig binnen de dikke muren. Men beschoot vanuit het kasteel de Spanjaarden er daagde ook hulp van buiten. Graaf Hendrik van Nassau kwam met een leger uit Zutphen en andere vestingen opdagen, en den 22sten Maart moesten zich de Spanjaarden overgeven. De Spaansche bevelhebber Du Terrail bedong vrijen aftocht, die hem werd toegestaan, mits hij de buit en gevangenen, die reeds naar Oldenzaal vervoerd waren, teruggaf. De Spanjaarden hebben zich niet weer laten zien, en het zwaarste leed was geleden.

    Het jaar 1646 was wederom een rampjaar voor Bredevoort. Het was den 12en Juli en een benauwende hitte hing boven stad. Donkere wolken pakten zich samen, en alles wees er op dat er een zwaar onweer op til was. En jawel, de bliksem kliefde weldra het luchtruim, gevolgd door zware donderslagen. En plotseling een ontzettende slag, gevolgd door een vreeselijk geluid. De bliksem was in de kruittoren geslagen waardoor het aanwezige kruit (320 ton) tot ontploffing kwam. De geheele toren werd uit elkander geslagen, alsmede het in de nabijheid gelegen Ambthuis, van bijna alle huizen werden de pannen afgerukt, en de ruiten door den luchtdruk ingedrukt. Het aantal dooden bij dien ramp bedroeg 19 alleen op ’t kasteel en ’t Ambthuis. In overige huizen in de stad waren ook talrijke dooden.

    Men schreef het jaar 1672. De oorlog was ontbrand met de bisschop van Münster en Keulen, Engeland en Frankrijk. De generaal-wachtmeester van den bisschop van Münster trok met 2000 man over de grenzen en sloeg het beleg voor Bredevoort. Het garnizoen bestond uit 500 man, op de wallen stonden 20 stukken geschut. In het magazijn was ’n voorraad van 20 last rogge en 1800 vaatjes kruit. De bevelhebber van het garnizoen, Adriaan van Keppel, had aan de Gedeputeerden van het graafschap Zutphen herhaaldelijk om versterking der voorraden gevraagd, maar tevergeefs. Van 13 tot 18 Juni werd de vesting gebombardeerd. Het garnizoen begon te muiten. De vrouwen in de stad begonnen ook te morren. Het gerucht ging dat de Prins van Oranje verslagen was met zijn leger. De angst maakte zich meester van de bezetting en den 18 Juni gaf zich de stad over ofschoon volgens deskundigen dit niet noodig was geweest. De bezetting marcheerde af en er werd gelukkig niet geplunderd.”

    Bronnen


  • Verdrag van Wesel (1326)

    Verdrag van Wesel (1326)

    Hoe Bredevoort Gelders werd

    De heerlijkheid Lohn rond 1250, voordat het gebied in 1316 uiteenviel – © Günter Seggebäing, CC BY-SA 3.0
    De heerlijkheid Lohn rond 1250, voordat het gebied in 1316 uiteenviel – © Günter Seggebäing, CC BY-SA 3.0

    In de vroege veertiende eeuw was het grensgebied tussen Münster en Gelre een strijdtoneel van politieke intriges en militaire conflicten. De regio, rijk aan strategische vestingen en vruchtbare gronden, was felbegeerd door bisschoppen, graven en edelen. In 1326 laaide een conflict op tussen bisschop Ludwig van Münster en Reinald, erfzoon van de graaf van Gelre. Plunderingen, brandstichtingen en zelfs moordpartijen waren het gevolg. Om de situatie onder controle te krijgen, kwamen de strijdende partijen bijeen in Wesel, waar onder bemiddeling van graaf Diederik van Kleef en zijn broer Johan, domdeken van Keulen, een vredesverdrag werd gesloten.

    Bredevoort naar Gelre, Aalten als onderpand

    De onderhandelingen leidden tot een herverdeling van macht en gebied. Het huis Barnsfeld, dat oorspronkelijk eigendom was van de graaf van Gelre, werd overgedragen aan de bisschop van Münster. Daar stond tegenover dat het strategisch belangrijke Bredevoort formeel werd toegewezen aan Reinald van Gelre. Als onderdeel van de financiële regeling ontving Reinald 3500 mark in Münsterse of Soester munten, terwijl een eerdere schuld van 500 mark aan de bisschop werd kwijtgescholden.

    Om zekerheid te bieden voor deze som, werden de rechtsgebieden Winterswijk, Aalten en Dinxperlo als onderpand overgedragen aan Reinald. Hij kreeg het bestuur over deze gebieden, maar onder strikte voorwaarden: hij mocht geen kastelen bouwen, de infrastructuur niet schaden en de markengebieden niet verwoesten. De bisschop behield het recht om de verpande gebieden jaarlijks terug te kopen door het verschuldigde bedrag te deponeren bij de schepenen van Wesel.

    Een vredesakkoord met blijvende gevolgen

    Het verdrag werd bezegeld en ondertekend door bemiddelaars en vertegenwoordigers van beide kampen. Binnen een maand moesten beide partijen een officieel bezegelde vredesbrief uitwisselen, ondertekend door vier edelen en vier steden. De overeenkomst betekende een tijdelijke stabilisatie van de regio, maar liet ook zien hoe fragiel de machtsverhoudingen waren. Bredevoort bleef voortaan onder Gelders gezag, terwijl de invloed van de bisschop van Münster over bepaalde gebieden gehandhaafd bleef.

    De afspraak in de broederenkerk van Wesel was meer dan een diplomatieke overeenkomst; het was een blauwdruk voor hoe grenzen en bezittingen in de middeleeuwen voortdurend werden verschoven. Vandaag de dag herinnert dit verdrag ons eraan hoe politiek, oorlog en economische belangen onlosmakelijk met elkaar verweven waren in de strijd om macht en gebied.

  • Hoe Bredevoort Gelders werd

    Hoe Bredevoort Gelders werd

    Verdrag van Wesel (1326)

    De Strijd om Bredevoort (Duits: Bredevoorter Fehde) was een strijd tussen bisschop Lodewijk II van Münster en Reinald II, graaf van Gelre, om het bezit van de heerlijkheid Bredevoort. De strijd begon na het uiteenvallen van het graafschap Lohn. Reinald II nam in de zomer van 1322 Kasteel Bredevoort in en ondernam vervolgens als compensatie van de gemaakte kosten met 700 ridders en infanterie rooftochten in het Münsterse gebied. Dit lokte natuurlijk een reactie uit. De strijd duurde met korte tussenpozen vier jaar. Na het ondertekenen van een definitief vredesverdrag op 28 juni 1326 in Wesel in het voordeel van Reinald II werd Bredevoort definitief Gelders.

    Aanloop

    Verdwijnen van het graafschap Lohn

    Toen graaf Herman II van Lohn in 1316 kinderloos overleed, verdween met hem ook het graafschap LohnOtto van Ahaus was een van de erfgenamen van Bredevoort, omdat zijn moeder een zuster van Herman van Lohn was. Hij erfde de helft van het kasteel Bredevoort inclusief de Ahause aanspraken op het graafschap Lohn. De andere helft van de burcht was al sedert 1284 bisschoppelijk bezit. Troepen uit het bisdom Münster kwamen onmiddellijk de burcht bezetten. Reinoud I van Gelre, die ook aanspraak maakte op Bredevoort, greep echter niet in. Wel sloot hij dat jaar een wapenstilstand voor een periode van drie jaar.

    Uit een schrijven van graaf Willem III van Holland uit 1322 aan bisschop Lodewijk II van Münster blijkt dat hij graaf Reinald II van Gelre als opvolger van Reinoud I steunde in zijn aanspraken op Bredevoort.

    Strijd

    Verrassing slapende Gelderse ridders door Borkense militie

    Reinald II nam in de zomer van 1322 Bredevoort in en ondernam als schadevergoeding met 700 ridders en infanterie rooftochten in het Münsterse gebied. De Münsterse bisschop zocht steun bij de stad Borken die hem vierhonderd man beloofde, die op 23 maart 1323 tijdens een nieuwe strooptocht van Reinald II aanvielen. Engelbert II van der Mark nam Haltern en Dülmen in, maar deze werden door de bisschop weer ontzet.

    Het leger van Reinald II van Gelre sliep bij de stad Dülmen met een minimum aan schildwachten. Het Borkense leger doodde hun paarden zodat de ridders van Reinald II weerloos waren in hun zware harnassen. Het Borkense leger maakte daarbij onder ridders en schildknapen 86 dodelijke slachtoffers en nam honderd ridders gevangen. De gevangengenomen ridders leverden veel losgeld op.

    Echter niet lang daarna werd bij Dülmen de bisschop van Münster zelf gevangengenomen door Engelbert II van der Mark in mei van dat jaar. Pas in november kwam de bisschop van Münster tegen betaling van 5000 zilveren Marken vrij, toen de graven van den Bergh en Gulik een vredesonderhandeling hadden gesloten.

    Vorming van coalities, maar geen veldslag

    Die vrede was van zeer korte duur, want vanaf het moment dat de bisschop vrij was veroverde hij Bredevoort weer en plunderde hij opnieuw het Gelderse land. Reinald II van Gelre kwam daarop weer in actie. Met een leger van 7000 ruiters en nog meer voetvolk trok hij met koning Jan van Bohemen, de graven van VlaanderenHollandArtoisVan der MarkGulik en Van den Bergh, de bisschoppen van Luik en Utrecht naar Coesfeld. De Bisschop van Münster legerde bij Coesfeld ondersteund door troepen van Osnabrück, de graven van der LippeWaldeck en Sayn, een hoop Friezen, Hessen, Thuringers en Franken.

    Toen de troepen bij Coesfeld tegenover elkaar stonden, lukte het de koning Jan van Bohemen en graaf Willem III van Holland beide partijen tot een compromis te bewegen. Onder druk daarvan werd op 1 september 1324 een verdrag getekend. De bisschop van Utrecht deed er uiteindelijk een bindende uitspraak over. In Deventer verlangde de Münsterse kant ontheffing van Gelres rechten op Bredevoort, het gericht Honborn en het hof Reken.

    De scheidsrechters eisten de juiste bewijspapieren die deze aanspraak zou ondersteunen (welke waarschijnlijk niet bestonden). De definitieve uitspraak luidde dan ook gedifferentieerd: Met betrekking op het Bredevoortse vraagstuk moesten beide partijen zich schikken aan de leenheer van Bredevoort. Met betrekking op de strijd om Bermentfelde, Honborn en Reken kon de Utrechtse Bisschop geen uitspraak doen, vanwege de vete die sinds oude tijden bestond. Aan Bisschop Ludwig werd echter 500 mark schadevergoeding toegekend, te betalen door de Graaf van Gelre. Wat viel te verwachten was dat de onbevredigende uitspraak geen vrede bracht.

    Verwoesting van Vreden

    Graaf Reinald nam opnieuw Münsters land in. De stad Vreden moest het op 3 januari 1325 ontgelden. Het Münsterse deel van de stad werd verwoest. Reinald nam de heerlijkheid Bermentvelde (tegenwoordig: Barnsfeld, Südlohn) in. Op 25 april 1325 klaagde de bisschop bitter over de toegebrachte schade van 3000 mark.

    Definitieve vrede

    Op 7 mei dat jaar waren beide partijen overeengekomen om de geldigheid van de Utrechtse uitspraak aan de burgemeesters en burgers van Keulen over te laten, maar zou de uiteindelijke beslissing overgelaten worden aan de graaf Diederik IX van Kleef en zijn broer Johan, zij stelden dat de schade aan de Peter en Paul-kerk in Wesel gecompenseerd moeten worden. Graaf Reinald moest tegen een vergoeding van 3.500 mark de heerlijkheid Bermentfelde aan de Bisschop van Münster terug geven. De Bisschop van Münster, die niet over dat geldbedrag kon beschikken, verpandde daarvoor de gerechten Winterswijk, Aalten en Dinxperlo alsmede het vrijgraafschap (vermoedelijk Bredevoort) aan Gelre. Het kasteel Bredevoort werd ter compensatie aan Reinald toegekend. Daarmee kwam de langdurige vete ten einde, en kwam er voor het bisdom Münster broodnodige rust in het gebied. Op 28 juni 1326 wordt dan het daadwerkelijk vredesverdrag ondertekend.

    Verdrag

    Dit belangrijke verdrag werd in Wesel ondertekend door de steden Zutphen, Groenlo, Emmerich en Arnhem. Door dit verdrag kwam Reinald II uiteindelijk in pandbezit van de gerichten in Winterswijk, Aalten en Dinxperlo en de gehele heerlijkheid Bredevoort. Bredevoort was vanaf dat moment in pand van Gelre. Het pand kon op ieder moment door de Münstersen worden afgelost. De Münstersen losten het pandschap echter nooit in waardoor Bredevoort vanaf dat jaar definitief Gelders grondgebied bleef.

    Bronnen


  • Aalten in de Middeleeuwen

    Aalten in de Middeleeuwen

    Uit historische bronnen weten we dat Aalten in 1152 genoemd werd als kerspel Aladon1. Dit wijst erop dat er toen een kerk is geweest, die vermoedelijk op dezelfde plaats stond als de huidige Oude Helenakerk. Een vermelding uit 828 (Aladna)2 is niet onomstreden, al is een dergelijke vroege datering voor Aalten vanuit archeologisch perspectief zeker mogelijk. Zowel op De Hoven als aan de Damstraat zijn namelijk sporen van menselijke bewoning gevonden uit die periode.

    Grafveld

    Eind 19e eeuw en begin 20e eeuw zijn bij graafwerkzaamheden aan de Damstraat straat een groot aantal voorwerpen verzameld. Onder de vondsten bevinden zich 15 potten van zeer uiteenlopende vormen en ten dele fraai versierd.

    Onder leiding van Professor A.E. van Giffen werd in 1932 te Aalten een grafveld blootgelegd achter de fabriek van Manschot, tegenwoordig het Manschotplein. Er werden speerpunten, stijgbeugels, een schildknop, een aantal potjes en tien zilveren schakels van een gordel gevonden.3 Het is niet onwaarschijnlijk dat deze vondsten afkomstig zijn uit het graf van één krijgsman.

    Waarschijnlijk was een deel van de Damstraat rond het jaar 800 een Merovingisch-Frankisch grafveld. De Merovingen waren een dynastie van Frankische koningen. Door huizenbouw is het geheel hevig verstoord.

    Middeleeuwse kelder

    Vanzelfsprekend hoort bij een grafveld ook een nederzetting. U zult begrijpen dat we erg benieuwd waren waar deze nederzetting gelegen heeft. De afgelopen decennia heeft een werkgroep van de oudheidkundige werkgemeenschap A.D.W. graaf- en bouwactiviteiten in en rond het huidige centrum van Aalten nauwkeurig in de gaten gehouden. In 1981 resulteerde dit in de ontdekking van een kelder uit de 12e eeuw. De vondst werd gedaan in het verbouwde pand van destijds de firma Welkamp (Bredevoortsestraatweg 5). Van de boerderij waarvan de kelder deel uitmaakte, werd niets teruggevonden. De kelder zelf leverde echter al een schat aan gegevens op.

    Doordat de kelder door brand verwoest was, werden alle voorwerpen die op het moment van de brand aanwezig waren in de kelder teruggevonden. Er werden in totaal zes potten aangetroffen die gezien hun grootte gebruikt moeten zijn geweest als voorraadpotten. Jammer genoeg waren vijf van de zes potten gebroken. Ook werd een handvat, in de vorm van een dierenkop, van een steelpan gevonden. IJzerslakken en een stukje kalk duiden op een smederij in de nabijheid. Mogelijk dat een tweetal scharnieren die werden aantroffen in deze smederij zijn gemaakt.

    Botresten toonden aan dat men paarden, schapen of geiten, runderen en varkens hield. In een grondmonster werden verkoolde graanresten van haver, tarwe en rogge aangetroffen. Met deze vondst werd de vermelding uit 1152, archeologisch gezien, bevestigd. Enkele importscherven uit Duitsland wijzen op een datering in het tweede kwart van de 12de eeuw.4

    Nederzetting

    Hoewel deze vondst op zich belangrijk was, had men echter nog geen sporen gevonden van de oudere nederzetting die bij het grafveld hoorde. Bij de herinrichting van De Hoven in december 1982 werden echter sporen ontdekt van een Frankisch-Merovingische nederzetting. De overblijfselen van een hutkom uit de 9e eeuw5 zijn een aanwijzing dat Aalten destijds, zij het onder een andere naam, al bestond.

    Bij een hutkom moet men zich een rechthoekige kuil voorstellen waarop een zadeldak rustte. Meestal hadden deze hutkommen een ambachtelijke functie (bijv. weefhut) of een opslagfunctie. Alleen de grotere werden mogelijk ook gebruikt om in te wonen.

    Nadat de hutkom verlaten was, heeft men de kuil als afvalkuil gebruikt. Hierin werden een groot aantal botten gevonden van hetzelfde vee als bij de vondst van de kelder. De vondst van de beenderresten van een hert wijst op een kleine rol in de jacht. Tevens werden verkoolde granen en zaden zoals gerst, rogge, emmertarwe (een prehistorische graansoort), haver, linze (mogelijk erwt of wikke), bleekgele hennepnetel, ganzevoet en schapezuring gevonden.

    Uit het feit dat aardewerktypen die in de hutkom zijn aangetroffen ook in het grafveld voorkomen, mogen we concluderen dat beiden gelijktijdig zijn. Het is daarom niet te ver gezocht om te veronderstellen dat de mensen die op De Hoven woonden hun doden begroeven aan de huidige Damstraat.

    Tweede vondst

    In december 1992 werden tijdens werkzaamheden op De Hoven, niet ver van de vorige vindplaats, opnieuw overblijfselen gevonden van een hutkom, ditmaal waarschijnlijk daterend uit de 8e eeuw. Deze hutkom werd gevonden op het terrein van De Hoven waar wegenbouwer Jaartsveld graafwerkzaamheden uitvoerde voor de aanleg van een nieuw parkeerterrein.6

    Deze hutkom was vrij klein en bijna zeker de werkplaats geweest van een wever. Een gleuf aan de zijkant van het gevonden patroon wees op de plaats waar het weefgetouw heeft gestaan. Ook zijn zogeheten spinsteentjes en lemen ballen die dienst hebben gedaan als gewicht aan het weefgetouw gevonden. De hutkom was kleiner dan die in 1982 is ontdekt. Mogelijk ging het daarbij om een hut waarin een gezin heeft gewoond.

    Willem Doodeheefver, een van de amateur-archeologen die met het onderzoek bezig was, vertelde aan een verslaggever:

    “Je weet dat het een gebied is in de omgeving waarvan al eerder iets is gevonden. Je kon het bij het afgraven heel duidelijk zien. Ineens werden in het rode zand de zwarte afdrukken zichtbaar waar vroeger palen hebben gestaan. Dat is altijd weer een enorme verrassing.”

    De Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) onderkende het belang van de vondsten en vroeg de Werkgroep Bodemonderzoek van de Oudheidkundige Werkgemeenschap A.D.W. om het onderzoek voort te zetten. Een medewerker van Jaartsveld kwam speciaal van vakantie terug om met behulp van een laadschop het terrein verder af te graven. Daarbij is nog een aantal nieuwe vondsten gedaan. Veel van bovengenoemde vondsten zijn te bezichtigen in het museum aan de Markt.

    Oorsprong plaatsnaam

    Over de oorsprong van de naam Aalten doen verschillende theorieën de ronde. Maar waarop zijn deze gebaseerd en hoe geloofwaardig zijn ze? Oud Aalten dook in de geschiedenis om hierover meer te ontdekken.

    Lees het volledige artikel: Oorsprong van de plaatsnaam Aalten.

  • Aladna in het jaar 828

    Aladna in het jaar 828

    Uit historische bronnen weten we dat Aalten in 1152 werd genoemd als kerspel Aladon.1 Maar er zijn aanwijzingen dat het dorp mogelijk al veel eerder werd vermeld, namelijk als Aladna in een oorkonde uit 828.2 Of deze vermelding echt naar het huidige Aalten verwijst, is nog steeds onderwerp van discussie. Toch achten archeologen zo’n vroege datering zeker mogelijk. Zowel op De Hoven als aan de Damstraat zijn namelijk sporen van menselijke bewoning uit die tijd gevonden.3 In dit artikel duiken we in deze oude vermelding en bekijken we twee verschillende theorieën.

    De schenkingsakte van Geroward

    De oorkonde uit 828 beschrijft hoe op 7 februari van dat jaar een zekere Geroward al zijn bezittingen, waaronder die in Aladna, schonk aan de Sint-Martinuskerk in ‘Traiectum Veteri’ (Utrecht). Over de identiteit van Geroward is weinig bekend, maar hij moet een man van aanzien zijn geweest. Vermoedelijk was hij een Frankische edelman in dienst van de Karolingische keizer Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote.

    De originele oorkonde is niet bewaard gebleven. Wat we erover weten, komt uit latere kopieën en transcripties. De belangrijkste bron is het ‘Cartularium van Radboud’, opgesteld in de abdij van Egmond in de 12e of 13e eeuw. Dit register bevat afschriften van oorkonden die te maken hebben met het bisdom Utrecht. Later werd deze verzameling opgenomen in het ‘Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301’, samengesteld door S. Muller Fz. en H.T. Obreen.

    Hieronder volgen de Latijnse tekst en de Nederlandse vertaling van de betreffende oorkonde.


    Brontekst

    Dum unusquisque presens seculum inhabitat, necessitate nimia cogitur, ut finem suum Dei solo judicio previdere et preoccupare bonis operibus studeat, ne eum inopinata et improvisa mors inveniat.

    Idcirco ego Gerouuardus, filius Landuuardi, trado ad ecclesiam sancti Martini, in Traiecto Veteri constituta[m], quicquid mihi hereditatis jure accessit in villa Langhara et in Ellenuuih et in Aladna et in Uuazefelde et in Humelle et in Theodon et in Hesim et in Asnon, cum omnibus adjacentiis, pratis, pascuis, silvis, aquis aquarumve decursibus, necnon et mancipia, quorum hec existunt vocabula: Feginuuard et uxor ejus Liutburn, Meginrauan et uxor ejus Vuerinhild, Albuuard et mater ejus Sigiuuih, Uulfbald et Hadagrim, Grimbald et uxor ejus Adaluuih, Garoberd et uxor ejus Folcuuihc, Arnolf et uxor ejus Adalgard, Saxani et uxor ejus Harduuih Vuerinbald et mater ejus Gerild, Heiegbrath et uxor ejus Meginfrid, Vuarbald et uxor ejus Geruuih, Adalgod et Marcuui, Saxini et Radini, Vulfini et uxor ejus Liuduuar, Odilgard et filius ejus Heriman, Aldric et filius ejus Landric, Gelo et Marcrad, Hungrim et uxor ejus Liuduuih, Aluuih et Seolo, Egbald et Tadhild.

    Acta est autem publice in villa Embrici, anno XV imperii domni Hludouuici imperatoris, incarnationis vero Dominice anno DCCCXXVIII, die VII Idus Februarii, coram testibus, qui hanc traditionem presentialiter confirmatam viderunt similiter et vestituram, quorum nomina subter notantur.

    Signum Gerouuardi, traditionem hanc peragentis.

    [De tekens van] Hrauanuuardi, Egisgeri, Sigiberti, Gerberti, Theodansi, Albrici, Albuuardi, Ildiradi, Odilbaldi, Otberti, Roduuigi, Uuerinherdi, Friduberti, Vuibodonis, Ledradi, Geroldi, Gerici, Vuendilberti, Gerharii, Hildirad, Reinheri, Rodberti, Uuarmundi, Aldgeri, Vualonis, Rodhardies, Meinhardi, Hrauaningi, Egelberti, Gerbodi.

    Ego Geraccarus jubente domno meo Friderico episcopo scripsi et subscripsi.

    Vertaling

    Terwijl ieder mens in dit aardse leven verblijft, wordt hij door een grote noodzaak gedreven om zijn einde alleen door Gods oordeel te voorzien en zich daarop voor te bereiden door goede werken, opdat de dood hem niet onverwacht en onvoorbereid overvalt.

    Daarom draag ik, Geroward, zoon van Landward, over aan de kerk van Sint-Maarten, gevestigd in Oud-Traiectum, alles wat mij door erfelijk recht is toegekomen in de dorpen Langhara, Ellenwih, Aladna, Wazefelde, Humelle, Theodon, Hesim en Asnon, met alle bijbehorende landerijen, weiden, graslanden, bossen, wateren en waterlopen.

    Eveneens draag ik over de lijfeigenen, wier namen als volgt zijn: Feginward en zijn vrouw Liutburn, Meginravan en zijn vrouw Werinhild, Albward en zijn moeder Sigiwih, Wulfbald en Hadagrim, Grimbald en zijn vrouw Adalwih, Garoberd en zijn vrouw Folcwih, Arnolf en zijn vrouw Adalgard, Saxani en zijn vrouw Hardwih, Werinbald en zijn moeder Gerild, Heiegbrath en zijn vrouw Meginfrid, Warbald en zijn vrouw Gerwih, Adalgod en Marcwi, Saxini en Radini, Wulfini en zijn vrouw Liudwar, Odilgard en haar zoon Heriman, Aldric en zijn zoon Landric, Gelo en Marcrad, Hungrim en zijn vrouw Liudwih, Alwih en Seolo, Egbald en Tadhild.

    Deze overdracht vond openbaar plaats in de nederzetting Embrici, in het vijftiende regeringsjaar van keizer Lodewijk (Hludowicus), en in het jaar 828 na de menswording van onze Heer, op zeven februari, in aanwezigheid van getuigen die deze overdracht en de bijbehorende vestiging hebben bevestigd. Hun namen worden hieronder vermeld.

    Het teken van Geroward, die deze overdracht uitvoert.

    [De tekens van] Hravanward, Egisger, Sigibert, Gerbert, Theodans, Albric, Albward, Ildirad, Odilbald, Otbert, Rodwig, Werinherd, Fridubert, Vuibodo, Ledrad, Gerold, Geric, Vuendilbert, Gerhari, Hildirad, Reinher, Rodbert, Warmund, Aldger, Vualo, Rodhardies, Meinhard, Hravaning, Egelbert, Gerbod.

    Ik, Geraccarus, heb dit op bevel van mijn heer, bisschop Frederik, geschreven en ondertekend.


    Waar lag ‘Aladna’?

    Over de exacte locatie van de in de oorkonde genoemde plaatsen bestaan twee theorieën:

    1. De Hamaland-theorie: Volgens deze opvatting lagen Gerowards bezittingen in het gebied dat later bekend zou worden als het Karolingische graafschap Hamaland. De plaatsnamen die in de akte worden genoemd, worden door historici verbonden aan hedendaagse plaatsen in de Liemers en de Achterhoek. Binnen deze theorie wordt ‘Aladna’ geïdentificeerd als het huidige Aalten.
    2. De Noord-Franse theorie: Een andere interpretatie stelt dat de genoemde plaatsen niet in Nederland lagen, maar in Noord-Frankrijk. In dit scenario zou Aladna verwijzen naar het huidige Alette, een plaats in het departement Pas-de-Calais. Ook de andere plaatsnamen uit de oorkonde zouden in dit gebied liggen.4

    Interpretaties van de plaatsnamen in beide theorieën:

    Latijnse naamHamaland-theorieNoord-Franse theorie
    Traiectum VeteriUtrechtTournehem-sur-la-Hem
    LangharaLangerak (bij Doetinchem)Longuerecque
    EllenwihHeelwegHerlincourt
    AladnaAaltenAlette
    WazefeldeVarsseveld of Dwarsfeld bij AnholtNesles
    HumelleHummeloWimille
    TheodonDidamTodincthun/Thérouanne
    Hesimde hof Kniphees bij ‘s-HeerenbergHées
    AsnonAzewijnAssonval
    EmbriciEmmerichEmbry

    In Oost-Nederlandse contreien gaat men er evenwel van uit dat de Hamaland-theorie het meest waarschijnlijk is. Niet voor niets heeft de gemeente Aalten een weg vernoemd naar aanleiding van deze vermelding: de Aladnaweg. En in de gemeente Montferland is een straat vernoemd naar Geroward: de Gerwardstraat in Klein-Azewijn. De theorie is al eeuwen oud: rond 1730 maakte Johann Friedrich Falken een historische kaart van ‘Nederland in de laat-Romeinse tijd’, waarop hij het graafschap Hamaland, inclusief Aladna, heeft ingetekend.

    Conclusie

    De vermelding van Aladna in 828 blijft een interessant onderwerp van discussie. Veel mensen beschouwen de Hamaland-theorie als de meest waarschijnlijke verklaring (of is dat misschien vooral wensdenken?), maar de Noord-Franse interpretatie valt niet helemaal uit te sluiten. Hopelijk kunnen toekomstige archeologische en historische onderzoeken meer duidelijkheid bieden over deze vroege vermelding.

    Oorsprong plaatsnaam

    Over de oorsprong van de naam Aalten doen verschillende theorieën de ronde. Maar waarop zijn deze gebaseerd en hoe geloofwaardig zijn ze? Oud Aalten dook in de geschiedenis om hierover meer te ontdekken.

    Lees het volledige artikel: Oorsprong van de plaatsnaam Aalten.