Aalten

Vernoemd naar de heilige Servatius, de eerste historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden, wiens graf zich volgens overlevering bevindt in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.
Erfgoed is van ons allemaal

Aalten

Vernoemd naar de heilige Servatius, de eerste historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden, wiens graf zich volgens overlevering bevindt in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Aalten

Vernoemd naar Christiaan Huygens (1629–1695), een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige, uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction.
| 1 | J.H. Heezen J. Heezen | 2 | W. Hoefman | |
| 3 | L.J. Wermer | 4 | G. van Zoeren | |
| 5 | H.G.B. Oude Nijhuis | 6 | J.A.A. Steenbeek | |
| 7 | J.H. Lelivelt | 8 | G.A.H. Hartman | |
| 9 | T.H. Lodewick | 10 | A.J. Wentink | |
| 11 | P. Snippe | 12 | J. Godefrooi | |
| 13 | B.M.A. Bijen | 14 | J. Aalbers | |
| 15 | G.H.L. Firing | 16 | G.W. Kempers | |
| 17 | R.H.L. van Koot | 18 | B. Hoopman A. Hoopman | |
| 19 | J.W. Kolthof | 20 | G.W. te Brinke | |
| 21 | T.B. Spanjaard | 22 | H.J.M. Bennink | |
| 23 | Mevr. G.J.H. ter Haar-Heijnen G.J. ter Haar | 24 | J. Lammers | |
| 25 | A. Winkelhorst | 26 | A.J. Heinrich | |
| 27 | G.J. Klein Langenhorst | 28 | E.J. Jansen | |
| 29 | A.J. te Koppele | 30 | G.J.H. Hoitink | |
| 31 | A.J.H. Schaapveld | 32 | G.J. van Braak | |
| 33 | L. Prins | 34 | J.W. Grievink | |
| 35 | W. Ligtenberg | 36 | H.J. Testerink E. Testerink | |
| 37 | J. Lammers | 38 | F.H. ten Barge | |
| 39 | W.H.B. Visser | 40 | H.J.A. Ubbink H.A. Gronloh | |
| 41 | H.W. Heinen | 42 | T.W. Brethouwer | |
| 43 | H. Blekkink | 44 | H.J. Aalbers | |
| 45 | W. Tolkamp | 46 | H. Fukkink | |
| 47 | B.F.J. Wolsink | 48 | A.B.H. Berkelmans | |
| 49 | A. Douma | |||
| 51 | G.H. Bruens | |||
| 53 | J.A. lltink | |||
| 55 | Mevr. J.J. Zitter-Jongbloed | |||
| 57 | D.H. Piek | |||
| 59 | Mevr. H. Noordhoorn | |||
| 61 | W.G. van Dreumel | |||
| 63 | E.R. van Handenhove | |||
| 65 | J.B. Horn | |||
| 67 | Mevr. M. Aalbers-Huschban |

Aalten

De Smitskamp is een straat in Aalten, gelegen tussen de Keizersweg, Bodendijk, Keizersbeek en Slaadreef.
De eerste bebouwing dateert uit 1975, aan de kant van de Bodendijk, en bestond uit 50 seniorenwoningen.1 De aanleg vond plaats nadat de Keizersbeek werd verlegd en een boerderij op deze locatie werd gesloopt.
In de daaropvolgende jaren breidde de Smitskamp zich verder uit met de bouw van twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande huizen en bungalows. De meest recente woning werd in 2019 opgeleverd.2
De naam Smitskamp is afgeleid van een historische veldnaam die verwees naar een weiland dat grotendeels binnen het huidige plangebied van de woonwijk lag.3 Dit weiland bestond uit twee kadastrale percelen, E-263 en E-264. Hieronder volgt een overzicht van de eigenaren van deze percelen tussen 1832 en 1967.4
| Jaar | Eigenaar |
|---|---|
| 1832 | Hermanus Bernardus Wamelink, landbouwer |
| 1862 | Gerharda Arnoldina en Johanna Hendrika Evers |
| 1876 | Willem Rudolf Manschot, smid |
| 1881 | Hendrik Jan Manschot, winkelier |
| 1908 | Pieter Willem Smits |
| 1910 | Johannes Pieter Smits en consorten |
| 1929 | Johanna Smits |
| 1948 | Hendrik Smits, ambtenaar ter secretarie te Middelburg (dj. 1965: verkoop) |
| 1967 | Gemeente Aalten |
De herkomst van de veldnaam laat zich hierdoor eenvoudig verklaren: een kamp is een afgeperkt perceel grond. Sinds het begin van de 20e eeuw was dit specifieke perceel (percelen) in bezit van de familie Smits, wat de naam Smitskamp verklaart.5





Aalten

In de jaren twintig van de vorige eeuw liet de Vereniging tot Verbetering der Volkshuisvesting in Aalten achttien arbeiderswoningen bouwen op de hoek van de Admiraal de Ruyterstraat en de Van Heemskerkstraat.
Dit buurtje stond in Aalten bekend als het ‘Tuindorp’, een naam die verwijst naar de landelijke ontwikkeling van die tijd: overal in Nederland verrezen destijds zogenaamde tuindorpen — groene woonwijken die arbeiders ruime, gezonde woningen met een eigen tuin boden.
Het Aaltense Tuindorp werd ook wel het ‘Rooie Dorp’ genoemd, vanwege de rode dakpannen van de woningen.
Heeft u meer informatie over het Tuindorp in Aalten of foto’s? Laat het ons weten!






Aalten

De Willem Barendszstraat in Aalten is vernoemd naar Willem Barentsz (±1550–1597), een Nederlandse zeevaarder, cartograaf en ontdekkingsreiziger.

Aalten

Vernoemd naar Adriaan Pieter Slicher van Bath (1838–1933), een plaatselijke notabele en weldoener, die veel heeft betekend voor de Aaltense gemeenschap.

Aalten

De Vondelstraat in Aalten is vernoemd naar Joost van den Vondel (1587–1679), een beroemde Nederlandse dichter en toneelschrijver uit de zeventiende eeuw.

Aalten

Vernoemd naar Willem Bilderdijk (1756–1831), een Nederlands geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat.

Aalten
De Moerveldweg liep vroeger van de omgeving van de Nijverheidsweg, ongeveer waar nu de dierenartsenpraktijk staat, in zuidwestelijke richting naar de Zomerweg.
Aan deze weg stonden enkele boerderijen, waarvan de meeste omstreeks het jaar 2000 plaats hebben gemaakt voor de uitbreiding van bedrijventerrein ’t Broek.
In 1967 telde de Moerveldweg zes adressen:

Vandaag de dag resteert slechts een zandweggetje aan de westelijke rand van het bedrijventerrein. Enkele voormalige adressen aan het begin van de Moerveldweg vinden we tegenwoordig nog terug aan de Nijverheidsweg.



Aalten

Aalten kende ooit een botermarkt. Deze bevond zich achter het gemeentehuis.
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Hij schreef het volgende over de botermarkt in Aalten:
“Het geheele landbouwersbedrijf was natuurlijk primitief … Boterfabrieken waren er niet, de melk werd in roompotten gezuurd en zelf gekarnd. Op sommige boerderijen liet men dat karwei door een hond doen. De karnhond moest in een groot rad loopen, waardoor dit in beweging werd gebracht, hetwelk met een asverbinding de karninrichting in beweging bracht. De gekneede boter werd aan ‘welters’ gemaakt, en dan ging de huisvrouw er mee naar de markt. In Aalten was de botermarkt achter ’t Gemeentehuis.
Deze heeft echter geen bloeiende periode gehad, want de winkelier was ook een willig kooper. Met een gesloten beurs kon men dan kruidenierswaren koopen, en groote leveranciers kregen er contanten bij. Ook de eieren brachten wat geld op, maar zooals gezegd, de productie was niet zoo groot.”



