Tijdens WO2 werd boerderij ’t Heggeltje bewoond door Jan Willem en Berendina Hoftijzer met hun twee kinderen. Begin 1943 werd een achtjarig joods jongetje, Wim Abas uit Rotterdam, met heel weinig kleren door een ondergrondse koerier achterop zijn fiets naar hun huis gebracht.
Wim was een zeer stil en verlegen kind, dat in het najaar van 1942 van zijn ouders was gescheiden en sindsdien ondergedoken zat. Hij had het erg moeilijk om zich aan te passen aan zijn nieuwe situatie. Daarbij speelde mee dat Wim slechthorend was en de lippen van de Hoftijzers, die onderling dialect spraken, niet kon lezen. Daardoor voelde hij zich erg alleen. Wimpie, zoals hij nu werd genoemd, begon in zijn bed te plassen.
Ondanks de liefde en zorg van de familie Hoftijzer vond men het beter Wim elders onder te brengen. In het najaar van 1944 werd hij naar een ander gezin gebracht.
Aan het eind van de oorlog ging Wim terug naar zijn ouders, die het overleefd hadden. Na een verblijf van een jaar in Denemarken, georganiseerd door de groep Save the Children, emigreerde hij in 1955 naar Israël. Hij verloor alle contact met de Hoftijzers en vergat na verloop van tijd zelfs hun namen.
Pas na lang zoeken kwam hij in 2002 weer in contact met de dochter, Hanna. Op 10 augustus 2003 erkende Yad Vashem Jan Willem Hoftijzer en Berendina Johanna Hoftijzer-Hoopman als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
In onderstaande video leest Herman Onnink een verhaal voor, getiteld: “Een klein bang Joods jungesken”. Dit verhaal, geschreven door Thea Onnink, gaat over Wim Abas die als kleine jongen was ondergedoken in Barlo en hoe hij er achterkwam wat zijn onderduikadres geweest was: boerderij ’t Heggeltjen. Dit verhaal duurt 13 minuten:
Gerrit / Geert te Hackstege alias Fo(c/k)kink (Barlo – Barlo < 1681), trouwt (1) op 01-05-1681 in Aalten met Enneken Fockinck (Barlo – Barlo < 1701) (2) op 12-06-1701 in Aalten met Geertjen Coenen (Barlo – Barlo < 1701)
Volgende bewoners, zoon van Berent en Enneken en schoondochter:
Hendrick Fockinck (Bredevoort), trouwt op 28-01-1694 in Aalten met Trijn(e/tjen) te Bockel (Aalten, 21-06-1674)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Berent F(o/ö)ckink (Aalten, 24-01-1697 – Barlo < 1750), trouwt (1) op 02-06-1726 in Aalten met Lijsbet van Eerden (Aalten, 30-11-1704 – Barlo < 1744)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenote:
Berent F(o/ö)ckink (Aalten, 24-01-1697 – Barlo < 1750), trouwt (2) op 29-02-1744 in Aalten met Hermijna Nienhuijs (Aalten, 12-07-1705)
Volgende bewoners, zoon van Berent en Lijsken en schoondochter:
T(on/eu)nis Fo(k/c)kin(k/g) (Aalten, 28-12-1727 – Barlo, 08-12-1795), trouwt op 01-08-1750 in Aalten met Harmina Seggelinck (Groenlo, 20-06-1732 – Barlo, 07-03-1809)
T(on/eu)nis en Harmina waren neef en nicht. Hun moeders, respectievelijk Lijsbet en Harmina van Eerden, waren zusters. Huwelijksdispensatie Hof van Gelderland 31-07-1750.
Volgende bewoners:
Jan Willem Vardink alias Fokkers (Winterswijk, 23-04-1758 – Barlo, 05-06-1825), trouwt op 20-04-1778 in Winterswijk met Aaltje Schreurs (Aalten, 05-06-1740 – Barlo, 26-07-1814)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Garri(j)t Jan Vardink (Winterswijk, 04-07-1778 – Barlo, 07-04-1824), trouwt op 17-08-1810 in Aalten met Aeltjen te Brinke (Miste, 14-03-1787 – Ratum, 14-10-1851)
Garrit Jan Vardink (Winterswijk, 04-07-1778), trouwt op 17-08-1810 in Aalten met Aaltjen te Brinke (Winterswijk, 14-03-1787)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Garrit Jan Varding (Barlo, 02-11-1787), trouwt op 06-05-1828 in Aalten met Aeltjen te Brinke (Miste, 14-03-1787 – Ratum, 14-10-1851)
Beide echtgenoten van Aeltjen waren neven, hun vaders waren broers.Garrit Jan en Aaltjen vertrokken naar Koijers in Ratum, na haar overlijden emigreerde hij in 1855 naar Noord-Amerika.
Volgende bewoners:
Jan Willem Jentink (Aalten, 16-02-1810 – Barlo, 11-03-1845), trouwt op 02-06-1837 in Aalten met Harmina Hilbelink (IJzerlo, 07-06-1815)
Kinderen:
Hendrika Jentink (Barlo, 20-08-1838)
Janna Geertruid Jentink (Barlo, 20-07-1840)
Arent Jan Jentink (Barlo, 04-04-1843 – Barlo, 22-02-1845)
Volgende bewoners, weduwe en echtgenoot:
Garrit Houwers (Barlo, 07-08-1820), trouwt op 23-01-1846 in Aalten met Harmina Hilbelink (IJzerlo, 07-06-1815)
Kinderen:
Jan Willem Houwers (Barlo, 08-06-1846)
Op 16-08-1847 emigreren Garrit en Harmina met hun drie (stief-)kinderen naar Amerika.
Het Bokkel is een boerderij in de Aaltense buurtschap Barlo waarvan de geschiedenis teruggaat tot het jaar 1200.
Archieven
Hofboek Bredevoort 1506-1596
Ca. 1580 – Wessel tho Bockell fraeget eens Ordels nae haeves recht, dwiele her up den have Bockell ein tijt lanck Scholt gewesen und dem hoff seiner dochter Elsken oevergegeven und nu up die lijfftucht van Bockel gegain, off er oeck sall moegen bueten consent des hoffheren und den principalen Scholten tott Bockell tot last desselvigen voers. haves tho Bockell dieselvige lijfftucht of ein deil landes daervan versetten, beschweren offte tho veralieniren. Dat ordell is bestadet an Johan Scholt ten Ahoff.
Johan Scholt them Ahoff an dem dit ordel bestaedet, hefft mit beleerongh der semptliche hoffhorigen nae haves recht erkendt dat Wessel tho Buckell dweil ehr op die lijftucht trecken wurde nijt sall moegen buten consent des hoffheren oder des Prioncipalen besitter des haves dieselvige lifftucht oder ein deel landes dairvan verpanden beschweren oder veralieniren, und begert dat hirvan die utspraek umb beter erkundigungh an Tegeders des haeves tho Stadloen tho doen uthgestalt mach werden een maent tijtz alsdan die erclerongh tho doen.
Hofboek Bredevoort 1598-1686
Hofdag 1625 – Stadtholder Ludolph ter Vijle, Tegeders Bernt schulte ten Borninckhave, Johan Wolterinck, Actum den 14 Augusti 1625.
Erschenen Berntken, weduwe van zal. Warner te Bockell met Jan Wolterinck haren tot deser sacken ercoren und toegelaten Mombaer, und hefft vermitz authoriteit hares Mombaers vorschreven, vrijwillich, welbedechtlick und onwederroeplick haren Soon Wessel te Bockell erfflich overgegeven, gecedeert und transporteert den Hoff thoe Bockell, Indem Kerspel Aelten buerschap Barlo gelegen, mit desselven alinge olde und nije toebehoer und gerechticheit, sijnde den Huijse thoe Bredeforth hoffhorich. Voerbeholden den Hoffheere Sijner genaden gerechticheit, oick haer Cedentinne haer levenlanck lijves und levens noottrufftich onderholdt, und haren anderen twien Kinderen geboerlicke affgoedinge. Deses gecedeert und uthgegaen, Daerop mit hant, halm und monde vertegen, waerschap vordere und betere Verschrijvong und vestniss gelaefft nae Havess- und Landtrechte. Sonder exception und argelist.
Voorts erscheen Wessel te Bockell vorschreven und Hendersken Swijtinck sijn Huijsfrow und hebben naest annemongh und acceptatie obgemelten transports, sich uth haren angebornen Vrijen standt den Huijse thoe Bredevoorth Hoffhorich ergeven, der Hoffrechten gelijck andere Hoffhorige Personen tegenieten und missgelden, Edoch twie onbenoembde Kinderen, neffens het tegenwoordige, vrij voerbeholden, Alles sonder exception und argelist.
Verpondingskohier 1647
Buckeloe, Hofgoet ant’huis Bredevoort. Huis, hoven 1 1/2 sch. boulant 12 mdr., 3de gerve d’uitganck afgetrocken blijft 51 – 17 -. Hieronder gehoort een Caeterstede, huis en hof 1 sch. boulant 3 mdr. 25 – 0 -., Wijverock?, zijnde Inslagh, voor 14 dlr. 21 – 0 -. Een vercken of 4 dlr. en pontschatt. 6 – 0 -. Eijcken boomen en hegg holt.
Noch Buckelo, weduwe Rullers. Huis, hof 1 sch. boulant 13 mdr., 3de gerve 108 – 6 -. Hoeijmaete van 3 daghen maeiens, 2 Verckens of 10 gl. 6 pont vlass 11 – 16 -. En geeft 5 dlr. en pontschatt. 7 – 10 -. Eijcken boomen, en hegg holt.
Liberale Gifte 1748
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
B-91
Wander ten (op Bokkel) Bokkel e.c. landbouwer op Groot Bokkel
3.060 m² huis, schuur & erf
1879
B-91
Jan Berend te Bokkel e.c. landbouwer op ’t Bokkel
3.060 m² huis, schuur
1909
B-1699
Wander te Bokkel, landbouwer op Groot Bokkel
4.050 m² huis, schuur & erf
1947
B-1699
Jan Berend te Bokkel, landbouwer
4.050 m² huis, schuur & erf
1977
B-1699
Jan Antoon te Bokkel, landbouwer
4.050 m² huis, erf, schuur
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Reijntken Schulte te Bockel (Barlo – Barlo < 1578) Naele ter Neet (Barlo)
Reijntken wordt in het hofboek van Bredevoort genoemd van 1530 tot 1578.
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Wessel Wolterinck Schulte te Bockel (Barlo – Barlo, 1580/1581) Lijse te Bockel (Barlo – Barlo, 1599-1601)
Wessel en Lijse gaven ’t Bokkel over aan hun dochter Elsken en vertrokken naar de ‘lijfftucht van Bockel’.
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Aelbert Oeijinck Schulte ten Bockel (Barlo) Elsken ten Bockel (Barlo – Barlo, 1590/1591)
Aelbert wordt in het hofboek als Schulte genoemd tussen 1573 en 1578. Hij was als ‘frijman’ geboren en gaf zich in 1571 vrijwillig ‘hofhorich’ aan het Huis Bredevoort.
Volgende bewoners, zwager/broer en schoonzuster (zoon van Wessel en Lijse):
Warner Schulte ten Bockel (Barlo – Barlo, 1624/1625) Berentken (Greetken) ten Borninckhof (Haart)
Berentken (Greetken) gaf zich in 1616 ‘uth haren angeborenen Vrijen standt den Huijse Bredevoort Hoffhorich‘.
Wessel ten Bockell und Hendersken Swijtinck sijn Huijsfrow hebben sich uth haren angebornen Vrijen standt den Huijse thoe Bredevoorth Hoffhorich ergeven (1625).
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Geert Huijninck alias ten Bockel (Dale – Barlo < 1665) Hendersken Swijtinck (Barlo – Barlo, 1664/1665)
Geert te Buckell, Eheman van Henrica te Buckell hefft sich uth sijnen Vrijen stant Vrijwillich und walbedachtlick den Huijse toe Bredevoort Hoffhorich gegeven (1639). In 1643 verkocht het echtpaar Rudolph Oeijinck en Lijsbeth ten Bockel, respectievelijk zoon van Aelbert Oeijinck Schulte ten Bockel en Elsken ten Bockel en dochter van Warner Schulte ten Bockel en Berentken (Greetken) ten Borninckhof, hun rechten op ‘het erff en guedt Buckell’ aan Geert Huijninck alias ten Bockel en Hendersken Swijtinck.
Volgende bewoners, zoon van Rudolph Oeijinck en Lijsbeth ten Bockel en schoondochter(s):
Wa(r/n)ner Oenck Schulte te Bockel (Barlo – Barlo < 1672), trouwt (1) op 10-09-1665 in Aalten met Marie Gi(e/j)sinck (Winterswijk – Barlo 1666) (2) op 16-12-1666 in Aalten met Trijntjen van Ratum alias Schulten (Ratum – Barlo, 1672) (3) op 19-10-1673 in Aalten met Aeltjen te Manschot (Harreveld – Barlo, 1677) (4) op 22-04-1677 in Aalten met Lutte Borninckhof (Haart)
Volgende bewoners, zoon van Warner en Trijntjen en schoondochter(s):
Wessel te Bo(c)kel (Barlo), trouwt (1) op 15-03-1696 in Aalten met Armgar(d/t) Lomans (Aalten, 03-08-1673 – Barlo < 1722) (2) op 29-03-1722 in Aalten met Jantje (Jenneken) Scholten (Varsseveld)
Volgende bewoners, zoon van Wessel en Armgar(d/t) en schoondochter(s):
Wa(r/n)der te Bokkel (Aalten, 09-12-1700 – Barlo, 10-05-1779), trouwt (1) op 10-12-1730 in Aalten met Jenneken Lieverdink / Liefers (Aalten, 20-09-1711 – Barlo, < 1751) (2) op 12-06-1751 in Aalten met Catharina Kossin(c)k (Winterswijk, 17-02-1706 – Barlo, 15-05-1787)
Volgende bewoners, zoon van Wander en Jenneken en schoondochter:
Willem te Bokkel (Aalten, 25-08-1731 – Barlo, 01-08-1794), trouwt op 25-01-1778 in Aalten met Aleida Wanders (Winterswijk, 21-08-1757 – Barlo, 26-03-1825)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Antoni(j) ter Neet (Aalten, 06-12-1761 – Barlo, 08-02-1848), trouwt op 02-08-1795 in Aalten met Aleida Wanders (Winterswijk, 21-08-1757 – Barlo, 26-03-1825)
Eerste bebouwing in 1867 door Gerhardus Albertus Ubbink. Herbouw in 1894, toen in eigendom van Josephus Godefroi Henricus (Sjef) van Eijck (directeur/eigenaar J. van Eijck & Comp. (stoomweverij, Misterstraat 2).
In 1902 verkocht aan Gradus Bernardus te Molder, landbouwer op Coenraad, Misterstraat 85. Het huis is tot heden in eigendom van een nazaat van G.B. te Molder, waarbij het gedurende lange tijd verhuurd/verpacht is geweest.
De Leste Stuver (Laatste Stuiver) was ooit een herberg (1659-1980), gelegen aan de Slingebeek en langs de hessenweg van Bredevoort naar Winterswijk. De weiden aan beide kanten van de Slingebeek behoorden tot de Leste Stuver, en stonden bekend onder de naam Ossenweide.
Reizigers die hun geld in de stad hadden uitgegeven, konden hier hun laatste stuiver verbrassen. De herberg bood ook onderdak aan wie na sluitingstijd voor een gesloten stadspoort stond en pas de volgende ochtend verder kon reizen.
De Leste Stuver kent ook haar eigen legendevorming:
Ooit zouden Kozakken er hun kwartier hebben gehouden. Alle kippen in de omgeving schoten ze neer ten behoeve van hun kippensoep. Zeer waren zij gesteld op spekpannenkoek en dronken daarbij het warme vet als water. In hun brandewijn mengden zij peper. Het was winterdag, en om de huid een beetje te harden tegen de wisseling van het klimaat, hakten zij een gat in het ijs en zwommen lustig rond in het koele nat. Daarna kropen ze in een heet gestookte vlasoven om spoedig droog te zijn.
Wij hebben deze historie van iemand, die het zelf vernomen had van een, die het misschien weten kon.
[Bron: G.J. Meinen, Gids voor dorpen langs de Slingebeek, blz. 52]
Blijkens vermeldingen in het Bredevoortse doopregister in 1674 en 1677 is de boerderij annex herberg “de Leste Stuver” te Bredevoort al eeuwen gelegen op ongeveer dezelfde plek. De toenmalige bewoners Arent ten Poll en Aeltjen Broeckhuijsen waren “woonende buijten de stadt op den wech na Wenterswijck in de herberge genaemt den Lesten Stuyver, toebehoordende den zaligen heer Drost Arent van Haersolte”, gelegen “bij de Ossenweijde”.
In 1720 woonde er het echtpaar Hendrik Bennink en Jenneke Penninks alias Hennekes. Toen Jenneke in 1728 hertrouwde, werd zij vermeld als afkomstig “van den Lesten Stuijver onder Bredevoort”. Tussen 1735 en 1740 woonde er het echtpaar Wander Scholten en Stijne Oonk, dat echter terugkeerde naar Aalten.
Het kohier van de Liberale Gifte vermeldt in 1748 als bewoner Coenraad Betting, gehuwd met Dorothea van Harksel. Ook Hendrik Benninks zoon Anthony woonde er na zijn huwelijk op 18 april 1751 met Helena Tieltjes uit Bocholt, maar overleed reeds kort daarna. Diens dochter Antonetta Bennink werd bij haar huwelijk in 1779 echter nog steeds genoemd “van den Lesten Stuver”. Waarschijnlijk woonden er oorspronkelijk twee gezinnen. In de hypotheekakte van 1766 is sprake van het “eigendommelijke halve goed den Laasten Stuiver met de daarop staande huizen”.
[Met dank aan H. Ruessink, Bredevoort]
Genealogie
De genealogie van de archiefvormers begint met het echtpaar Willem Deunk en Hendrina Dierkink uit Winterswijk, dat reeds in 1760 in Bredevoort woonde. Hun zoon Jan Deunk was tevens schoolmeester in de aangrenzende Winterswijkse buurtschap Miste. Door introuwende schoonzoons kwamen achtereenvolgens de families Brummelstroete en Lensink op de Leste Stuver. Deze bewoners waren meest landbouwer en tapper van beroep. In de 19e en 20e eeuw werden de Lensinks daarnaast vooral bekend als radmakers.
De bewoners van de Leste Stuver waren generaties lang tevens beheerders of weidewaarders van de nabijgelegen Ossenweide. Dit was een groot weidecomplex, gelegen aan weerszijden van de Slingebeek in de aangrenzende Winterswijkse buurtschap Miste, dat eigendom was van de notabele families Willink en Roelvink te Winterswijk. Hier konden de boeren uit Bredevoort en naaste omgeving vee inscharen of percelen hooigras pachten. De taken en werkzaamheden van de weidewaarder staan uitgebreid beschreven in het artikel over de Ossenweide van G.J. Lensink.
De archieven
Van de bewoners vóór 1760 zijn geen archivalia achtergebleven. Waarschijnlijk, omdat zij slechts tijdelijke pachters waren. Het huisarchief ontstond vermoedelijk pas, nadat de pachter zelf eigenaar was geworden, zodat huis en bescheiden vererfden op volgende generaties. Mogelijk hield de in 1766 door Willem Deunk afgesloten hypotheek verband met de aankoop van het goed.
In het archief komen naast persoonlijke stukken diverse bescheiden voor, van oudere datum en van elders afkomstig, die door de bewoners van de Leste Stuver zijn hergebruikt. Deze waren waarschijnlijk afkomstig van boeldagen en zolderopruimingen. In vroeger tijden hadden ook de vergaderingen en openbare verpachtingen door de geërfden van het Bredevoortse Broek in de Leste Stuver plaats. Daarvan zijn geen bescheiden overgebleven. Uit overlevering is bekend, dat jarenlang bij verpachtingen in het Brook en de Ossenweide percelen werden afgebakend met staken. Voor de zichtbaarheid in het hoge gras en de ruigte werden daarop stukken papier gestoken. Deze markeringen werden gescheurd uit de aanwezige oude folianten, die destijds blijkbaar in ruime mate voorhanden waren.
De laatste bezitter van het archief was Gerrit Jan Lensink, die als “Opa Lensink” actief was in de historische werkgroep Aalten-Dinxperlo-Wisch en in het Contactorgaan ADW publiceerde over de Leste Stuver, de radmakerij, de Ossenweide en de Slingebeek. Hij droeg de stukken omstreeks 1980 over aan ADW-bestuurslid R. Wartena, destijds archivaris te Aalten. De aanwezige stukken zijn voor zover mogelijk geordend naar de opeenvolgende generaties, die ze hebben gevormd en of gebruikt. De stukken betreffende de Ossenweide bestrijken meerdere generaties. Deze zijn, evenals de stukken zonder duidelijk verband, afzonderlijk opgenomen.
[Bron: P. Meerdink, Aalten, 2003]
Bewoners
De Leste Stuver werd door meerdere gezinnen, vaak maar gedurende relatief korte tijd, bewoond, waarschijnlijk ontbreken bewoners in onderstaande overzicht.
Eerst bekende bewoners:
Arent ten Poll, trouwt < 1674 met Aeltjen Broeckhuijsen
– – Hiaat – –
Volgende bewoners:
Hendrik (Henricus) Bennin(c)k alias Sweenen (Bocholt, 12-02-1673 – Bredevoort < 1728), trouwt (2) op 24-05-1716 in Aalten met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Hendrik (Henricus) en Jenneken kwamen van Zweenen in Barlo.
Volgende bewoners weduwe en 2e echtgenoot:
Berent te Hoppenkreijs (Lichtenvoorde, 03-11-1678 – Bredevoort < 1733), trouwt op 18-07-1728 in Bredevoort met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Volgende bewoners weduwe en 3e echtgenoot:
Gerrit Ni(eu/j)hof alias Welvaert (Lievelde), trouwt op 25-10-1733 in Bredevoort met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Gerrit en Jenneken vertrokken naar ‘Den Welvaart‘.
Volgende bewoners:
Wander Scholten (Aalten, 11-08-1715 – Lintelo, 01-02-1794), trouwt op 23-04-1735 in Aalten met Stijne Oonk (Aalten, 25-08-1709 – Lintelo < 1756)
Volgende bewoners:
Teube Kro(o)senbrink alias Hutter Teube (Winterswijk, 17-12-1719 – Bredevoort, 23-05-1804), trouwt op 10-08-1743 in Winterswijk met Geertruit Klumpers (Winterswijk, 25-09-1718 – Bredevoort, 07-11-1798)
Volgende bewoners:
Coenraet Betting(k) uit Laer, trouwt op 08-04-1742 in Sassenheim met Dorothea van Harxen (Lichtenvoorde, 11-09-1718 – Bredevoort, 06-05-1794)
Coenraet en Dorothea kwamen rond 1743/’44 op ’De Leste Stuver’.
Volgende bewoners zoon van Hendrik (Henricus) en Jenneken en schoondochter:
Ant(h)onij Bennink (Bredevoort, 09-08-1720 – Bredevoort, 1752), trouwt op 18-04-1751 in Bredevoort met Helena Tielkes / Tieltjes alias Bekink (Bocholt, 09-07-1720 – Bredevoort, 24-12-1794)
Volgende bewoners weduwe en 2e echtgenoot:
Coenraet ten Have (Lichtenvoorde, 16-10-1729 – Bredevoort, 20-10-1806), trouwt op 20-07-1753 in Bredevoort met Helena Tielkes / Tieltjes alias Bekink (Bocholt, 09-07-1720 – Bredevoort, 24-12-1794)
Coenraet en Helena vertrokken naar Coenraad in Bredevoort.
Volgende bewoners:
Willem Deunk (Winterswijk, 20-04-1732 – Bredevoort, 04-07-1794), trouwt op 11-04-1759 in Winterswijk met Hendrina Dierkink (Winterswijk, 02-02-1735 – Bredevoort, 24-02-1810)
In 1771 betaalde Willem Duenk de verponding van den halven Lestenstuiver (Maandcedullen Verpondingsboek 1771).
Volgende bewoners:
Arent Meijerinck (Aalten, 14-12-1727 – Bredevoort, 02-12-1797), trouwt (1) op 07-09-1748 in Bredevoort met Wilmina Wamerlink (Winterswijk, 27-02-1707 – Bredevoort, 23-06-1778)
In 1771 betaalde Arent Meijerink de verponding van den halven Lestenstuiver (Maandcedullen Verpondingsboek 1771).
Volgende bewoners, dochter van Coenraet en Helena en schoonzoon:
Derk Hendrik ter Maat (Bredevoort – Bredevoort, 26-11-1794), trouwt op 01-05-1785 in Bredevoort met Dor(e/a) ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Bredevoort, 09-05-1836)
Dor(e/a) vertrok na het overlijden van haar man naar Coenraad in Bredevoort waar haar vader woonde.
Volgende bewoners zoon van Willem en Hendrina en schoondochter:
Jan Deunk (Bredevoort, 13-07-1766 – Bredevoort, 13-06-1812), trouwt op 24-06-1787 in Bredevoort met Beerndeken / Berendina Meenk alias Ubbink (Winterswijk, 27-03-1746 – Bredevoort, 24-03-1809)
Volgende bewoners:
Jan (K/C)lomp(e)s (Winterswijk, 13-09-1750 – Bredevoort, 12-09-1809), trouwt op 25-07-1790 in Winterswijk met Anna C(at)ha(t)rina te Haveste / te Hoffeste / te Hofstede (Winterswijk, 13-01-1751 – Bredevoort, 23-05-1817)
Gerhard Christiaan Lensink (Bredevoort, 28-03-1824), landbouwer (1) Hanna Berendina te Brummelstroete (Bredevoort, 19-09-1824) (2) Johanna Gesina te Kolstee (Miste, 24-04-1839)
De oudste nog bestaande delen van de boerderij zijn in de tweede helft van de 18e eeuw gebouwd. Het woonhuis en de verlenging van de deel zijn in 1906 gebouwd. Tevens is de rechter schuur op stevige karren aan één stuk van de voorzijde van het nieuwe woonhuis naar rechtsachter de deel verplaatst. Deze schoppe is tegen de al bestaande schuur aan gebouwd.
In het boek Nazareth van Jos Wessels staat dat er in 1780 een Coenraad ten Have woonde op deze boerderij, vandaar de naam. Een dochter van hem, Dora, trouwde in 1785 met Derk Hendrik ter Maat. Daar weer een dochter van, Theodora, trouwde met Jannes te Molder uit Zieuwent.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
A-389
Janus te Molder, landbouwer
870 m² huis, schuur & erf
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Coenraad ten Have (Lichtenvoorde, 16-10-1729) trouwt op 20-07-1753 in Bredevoort met Helena Tieltjes (Bocholt), weduwe van Antonij Bennink
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Derk Hendrik ter Maat (– Bredevoort, feb. 1794) Dora ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Aalten, 09-05-1836)
Dora ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Aalten, 09-05-1836)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Jannes te Molder (Zieuwent, 06-05-1787) trouwt op 02-09-1820 in Lichtenvoorde met Antonetta ter Maat (Kruiskapel, 18-08-1789), d.v. Derk Hendrik ter Maat en Dora ten Have
De Freriksschure is een oude Saksische dorpsboerderij, gelegen achter het pand Markt 14, dat direct aan de Markt staat.
De Freriksschure dankt zijn naam aan Harmen Jan Freriks, ‘heel- en vroedmeester’, die jarenlang in het herenhuis Markt 14 heeft gewoond en de schuur als koetshuis gebruikte. Sinds 1985 is de ruimte ingericht als agrarisch museum, en is tegenwoordig onderdeel van het Nationaal Onderduikmuseum.
Er is gereedschap te zien dat door boeren rond 1900 gebruikt werd. Tot de deelcollectie behoort gereedschap men gebruikte voor agrarische ambachten, zoals melkverwerking, huisslacht, grondbewerking en de oogst. Ook is er gereedschap opgesteld die een beeld geven van de ambachten die nauw verbonden waren met het boerenbedrijf, zoals een zadelmakerij, radmakerij en klompenmakerij.
Er zijn karren en rijtuigen te zien. Bovendien wordt getoond welke werkzaamheden er in de huisnijverheid werden uitgevoerd, zoals het verwerken van vlas tot linnen en de ‘wasstraat’ (het wassen van textiel). Tenslotte is er een huiskamer en een ‘rommelzolder’ ingericht. Topstuk is de radmakerij die in zijn compleetheid heel zeldzaam is.
In 1959 brandde dit boerderijtje op de hoek van de Polstraat en de Bonifaciusstraat nagenoeg geheel af. In 1963 kocht de gemeente Aalten het van de weduwe Scholten, waarschijnlijk al met de bedoeling om het te slopen en op het terrein een nieuw politiebureau en woningen te realiseren.
Het politiebureau kwam begin jaren 1970 gereed en bleef hier gevestigd tot 2018. Tegenwoordig zit er in het voormalige politiebureau een tandartsenpraktijk.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-225
Roelof Arendsen, assessor
1.130 m² huis, schuur & erf
1852
I-225
Roelof Arentsen, molenaar & grondeigenaar
1.130 m² huis & erf
1892
I-4497
Gerhard Heinrich Lohaus e.c., koopman
1.380 m² huis & erf
1908
I-4497
Hendrik Scholten, timmerman
1.380 m² huis & erf
1957
I-4497
Hendrika Willemina Krieger, landbouwster Gesina Johanna Scholten, landbouwster Jan Elferink, landbouwer
Rond 1500 dreven de gebroeders Pannekoek een papiermolen op de Zilverbeek in Barlo. De molen zou ongeveer 250 meter ten westen van boerderij ’t Markerink hebben gestaan, “waar thans een driehoekig bosperceeltje ligt“, waar het toegangspad naar de boerderij Den Blauwen de Zilverbeek kruist en direct ten oosten waarvan de beek is verbreed.
Het Zilverbeekje werd geroemd om zijn heldere water en men was in staat om er helderwit papier mee te maken. Toen er door de landeigenaren in de omgeving steeds meer sloten werden gegraven om de afwatering te verbeteren, droogde de Zilverbeek in de zomer echter langzaam uit. Rond 1560 werd de molen verbouwd tot pottenfabriek.
De voormalige papiermolen / pottenfabriek en/of het daarbij behorende huis werd naar verluid rond 1860 afgebroken. De bewoners verhuisden naar een nieuw huis aan de Aladnaweg.
In en rond Aalten komt de familienaam Pa(m)piermolen nog steeds voor.
Archieven
Liberale Gifte 1748
Eigenaren
Overzicht is niet volledig. Onder voorbehoud!
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
A-243
J.H. Nijhof e.c., landbouwer
700 m² huis & erf
1846
A-243
Berend Hendrik Nijhof e.c., landbouwer
700 m² huis & erf
1852
A-243
Jan Hendrik Deunk e.c., landbouwer
700 m² huis & erf
1876
A-243
Jan Hendrik Nijhof e.c., landbouwer
700 m² huis & erf
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Geert Bullens alias Meijnen alias Papiermoolen (Aalten, 08-07-1677 – Barlo < 1743) ⚭ Aalten, 25-03-1708 Hendersken Hillen (Barlo)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Jan (Gerrit Jan) Vervelde alias Pampiermo(o)le (Aalten, 10-06-1714 – Barlo, 16-01-1802) ⚭ (1) Aalten, 29-06-1743 Beerndeke(n) Meijnen alias Papiermoolen (Aalten, 31-07-1718 – Barlo <1764)
Jan Hendrik Papiermolen (Barlo, 30-06-1815 – Barlo, 01-05-1897), landbouwer Berendina Gutters (Aalten, 11-02-1806 – Barlo, 05-12-1871)
Zij zijn vermoedelijk eind deze periode verhuisd naar de ‘Nieuwe’ Papiermolen aan de Aladnaweg. Het verloop van de huisnummering ondersteunt deze theorie.
De Ahof of De Pol is een verdwenen havezate en voormalig landgoed aan de rand van het dorp Aalten. In oude geschriften wordt het vermeld als ‘Hof ten Ahave’, wat later werd afgekort tot Ahof. De naam is afgeleid van het woord ‘aa’ (water), dus Hof aan het water.
Vroege geschiedenis
De Ahof werd voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1281, horig aan de heerlijkheid Bredevoort. Later werd het in leen gegeven aan de Graaf van Lohn, die zetelde op het slot in Stadtlohn. Van het oorspronkelijke landgoed en havezate, boerderij en bijbehorende watermolen is weinig bewaard gebleven. Het is dan ook niet bekend hoe de oude havezate eruitzag.
De huidige monumentale herenboerderij ‘De Pol’ dateert uit 1743. Het is één van de oudste bouwwerken van Aalten en was lange tijd ook één van de voornaamste boerderijen. De naam ‘De Pol verwijst naar een verhoging in het landschap.
Gracht en watermolen
Aan het begin van de 20e eeuw schreef de Rotterdammer P. van de Weele een boekje over de havezathe. De oudste bewoonster die hij kon achterhalen was de weduwe Trijne van Ahave, die er in 1529 woonde. De naam van haar echtgenoot bleef echter onbekend.
Van der Weele schreef dat de gracht rond het gebouw nog niet zo lang daarvoor was gedempt. De gracht stond in verbinding met de Slingebeek. Aan de westkant van de havezathe stond een watermolen, die uit twee gebouwen bestond aan weerszijden van de beek. De molen diende zowel als koren- en oliemolen, maar raakte eind 19e eeuw in verval. In 1901 werden de molen en bijbehorende gebouwen door de gemeente gesloopt.
In de tijd dat Van der Weele het boekje over de havezathe schreef was Engelbartha Hendrika Arentzen de laatste van het geslacht dat lang op het huis heeft gewoond. Begin 20e eeuw kwam De Pol in bezit van de familie Prinsen, met Hente Prinsen als laatste bewoner.
Sociale functie
Burgemeester Bekius heeft zich ingezet om het gebouw in zijn oorspronkelijke staat te behouden. Door de eeuwen heen heeft De Pol een sociale functie vervuld. Eeuwen geleden was het een belangrijke ontmoetingsplaats omdat de voornaamste boer er woonde. In de Franse tijd was het een verzamelplaats voor verzetsactiviteiten en in 1906 het decor van de eerste voetbalwedstrijd in Aalten. In 1988 kreeg De Ahof een nieuwe bestemming als kinderboerderij.
Archieven
Verpondingskohier 1647
Reiner Grievinck Schulte ten Ahave. Huis end schuijr op 18 dlr. 27 – 0 -. Een hof groot 3 sp. gesaeis 9 – 0 -. t’Blijck 3 mdr. gesaeis 25 – 0 -. Op t’Bergh stuck 2 1/2 mdr. 20 – 16 – 8. Rovenkampken 2 sch. 4 – 3 -. t’Weideken an t’Blick 3 sch. 6 – 4 – 8. Klouvers camp 5 sch. 10 – 8 -. Den Meulencamp 1 mdr. 8 – 6 – 8. Inslagh t’Seechfrede gnt., 3 koeweidens is in de Haert angegeven. Op den Esch 2 sch. gesaeis 4 – 3 -.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-185
Roelof Arentzen, assessor
2.940 m² huis, schuur & erf
1881
I-185
Bernardus Arentzen, kunstdraaijer
2.940 m² huis & schuur
1894
I-4561
Engelbartha Hendrika Arentzen
6.411 m² huis, erf & tuin
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Reijntgen ten Ahoff (Aalten – Aalten, 1567), trouwt (1) < 1542 met Styne to Kortbeck (Heurne – Aalten, 1549/1550), d.v. Johan en Alyth te Cortbeeck (2) met Hilleken
Volgende bewoners, dochter van Reijntgen en Stijne en schoonzoon:
Johan Grevinck (Aalten – Aalten < 1598), z.v. Berent en Hermannen Grevinck Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Herman ten Poelhuijs (Meddo – Aalten, 1601), z.v. Coene Harmelinck alias ten Poelhuijs (den Olden) Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, zoon van Johan en Stijne en schoondochter:
Reiner Gr(i)evinck (Aalten) Hendrixken Theben (Winterswijk), d.v. Johan Theben en Joist Lebbinck
Reijner wordt tussen 1601 en 1664 als Scholte genoemd (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon:
Gijsbert Gr(i)evinck (Aalten, ca. 1606 – Aalten, 1665/1666)
Gijsbert Reinerszoon Gr(i)evinck is in 1636 hofhorig en is dan 30 jaar oud (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon en schoonzoon:
Berent Gr(i)evin(c)k (Aalten – Aalten, 1700/1701), trouwt (1) op 01-04-1667 in Aalten met Jenneken Scha(a/e)rs (Aalten – Aalten, 1678/1679) (2) op 05-03-1679 in Aalten met Gerritjen Locken (Aalten)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Berent Arentsen (Varsseveld), trouwt op 11-12-1701 in Aalten met Janna Gr(i)evink (Aalten – Aalten < 1748)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Roelof Aren(t/z)sen (Aalten, 23-01-1707 – Aalten, 1744-1747), trouwt op 26-12-1731 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
B(e/a)rent ter Dam (Aalten, 01-11-1716 – Aalten, 10-03-1796), trouwt op 13-05-1747 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
B(e/a)rent was een neef van Roelof Aren(t/z)sen.
Volgende bewoners, zoon van Roelof en Barta Willemina en schoondochter:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (1) op 22-04-1758 in Aalten met Janna Geertruid Roerdink (Winterswijk, 02-11-1738 – Aalten, 27-07-1767)
Bernardus volgt vanaf zijn huwelijk met Janna Geertruid Roerdink zijn stiefvader Berend ten Dam op als scholte van de Ahof. Op 17-12-1760 vernieuwt hij de daarvoor vereiste leeneed. Bernardus wordt op 07-10-1777 als voogd van Roelof genoemd. Verder is hij na het overlijden van zijn zuster Johanna Willemina voogd over haar kinderen. Bernardus wordt op 30-09-1780 begraven te Aalten. De kinderen Grada, Roelof en Willem Lodewijk worden in het testament van zijn tante Gesina van 20-04-1785 genoemd (RA Bredevoort inv.nr. 601 besloten testamenten).
Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (2) op 20-08-1768 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Garrit Jan Roerdink (Winterswijk, 26-02-1744 – Aalten, 09-01-1817), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Garrit Jan was een broer van Janna Geertruid Roerdink.
Volgende bewoners, zoon van Bernardus en Janna Geertruid en schoondochter:
Roelof Arent(s/z)en (Aalten, 12-08-1763 – Aalten, 07-10-1849), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met Johanna Harmina L(i/e)essink alias Roerdink (Winterswijk, 11-02-1761 – Aalten, 01-12-1840)
Roelof en Johanna Harmina waren neef en nicht.
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Bernardus Arent(s/z)en (Aalten, 19-10-1788 – Dorpbuurt, 10-05-1840), trouwt (1) op 20-08-1811 in Aalten met Josi(e)na Aleida te Lintum (Woold, 12-12-1789 – Woold, 01-03-1823)
Bernardus vertrok rond 1820 naar Winterswijk, keerde na het overlijden van zijn vrouw terug naar Aalten en woonde na zijn 2e huwelijk in 1827 op Rikkers in Dorpbuurt.
Fragment kadastrale kaart, 1883De Pol met gracht, ca. 1900Opregte Haarlemsche Courant, 26 juli 1834Familie Prins op de PolDe Tijd, 20 maart 1904De Graafschapbode, 13 april 1904Aaltensche Courant, 23 juni 1933Graafschapbode, 24 maart 1973
Het Luutenshuus was een dorpsboerderij daterend uit 1680, op de hoek Haartsestraat-Polstraat in Aalten. Het werd in 1963 afgebroken.
Het was een zeer markant pand, met z’n grote dubbele deur, houten voorgevel, z’n stoep van kleine veldkeitjes en de oude lindeboom. Op de toogbalk boven de ‘enddeure’ van de boerderij stond de tekst: “O Godt laet ons beerven een eerlick leven en een salich sterven Anno 1680 den 11 juni 8“. De toogbalk is voor het nageslacht bewaard gebleven en is te vinden in de Freriksschure, nu onderdeel van het Nationaal Onderduikmuseum aan de Markt in Aalten.
Het Luutenshuus werd, samen met nog vier andere woningen, in 1963 afgebroken om de Haartsestraat te kunnen verbreden en Polstraat recht door te trekken richting Bredevoortsestraatweg. Op het vrijkomende terrein werd in 1965 Garage Langwerden gebouwd.
Sloop
In een krantenbericht uit het begin van de jaren 1960 lezen we het volgende:
Oude Aaltense plekjes gaan verdwijnen. “Luitenhuis wordt afgebroken”
… Een belangrijke verkeersverbetering kan in Aalten op het kruispunt Prinsenstraat-Haartsestraat tot stand komen nu het erg in de weg staande pakhuis bij cafe Prins-schiller is verdwenen. De Haartsestraat zal nu verbeterd worden, en er zal meteen een oplossing worden gezocht voor een ander probleem, de aansluiting op de Haartsestraat vanaf de Polstraat, waar ook de Ormelstraat op hetzelfde punt op de Haartsestraat aansluit. De Polstraat zal nu verlegd worden. Voor de daartoe benodigde grondaan- en verkopen heeft inmiddels de gemeenteraad toestemming gegeven.
Het resultaat zal zijn dat de Polstraat zal worden verlegd, en dat het op de hoek van de Haatsestraat-Polstraat staande oude boerderijtje, het zogenaamde ‘Luitenshuis’ zal verdwijnen. Hiertoe is besloten nadat monumentenzorg een rapport over dit boerderijtje was opgemaakt, waarin duidelijk werd gesteld dat er zoveel aan dit gebouw is veranderd dat het op de achtergevel na geen enkele historische waarde meer heeft. Monumentenzorg heeft dan ook de raad gegeven tot afbraak over te gaan daar herstel in de oude toestand bijna ondoenlijk is en geweldige bedragen zal gaan kosten.
Als begin 1963 met de vernieuwing van de Haartsestraat zal worden begonnen zal ook op dit punt Aalten een geheel nieuw gezicht krijgen.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-173
Gerrit Hendrik Smalbraak
220 m² huis & erf
1860
I-2603
Jan Steven Schaars Prins, Rijks-Veldwachter
290 m² huis & erf
1895
I-2603
Johanna Elisabeth Prins
290 m² huis & erf
1898
I-2603
Gerrit Jan Luiten, timmerman
290 m² huis & erf
Bewoners
In de jaren dertig van de vorige eeuw heeft de heer Stoltenborg er gewoond en vandaar uit handel gedreven op Duitsland. Dat deed hij met paard en wagen. Hij handelde in groente en fruit. Nadat hij verhuisd was naar de Bodendijk 36 is het pand nog bewoond geweest door verschillende families, onder andere aan de linkerzijde door de familie Horn, die in de jaren vijftig naar Canada is geëmigreerd.
Eerst bekende bewoners:
Jan Lui(j)ten / Lutten (Aalten 15-07-1708 – Aalten 08-02-1793), trouwt op 20-05-1735 in Aalten met Henderske(n) Schurink / Schuijring (Aalten 26-01-1710 – Aalten 11-04-1789)
Luutenshuus, aquarel door Piet te LintumLocatie Luutenshuus – bron: hisgis.nlFragment kadastrale kaart, 1966 (oude + nieuwe situatie)De toogbalk boven de ‘enddeure’Tubantia, 3 maart 1956Dagblad Tubantia, 6 augustus 1963
Deze naam vinden we zowel in het bevolkingsregister van 1823 en, na een perfect aaneengesloten bewonersgeschiedenis, in het adresboek van 1967. In 1967 werd het adres van deze woning Bijnenweg 1.
Kadastrale kaart uit 1985 met huisnummers uit 1967 (fouten voorbehouden)Fragment kadastraal leggerartikel, perceel O-847 (1976-1986)Arnhemsche Courant, 3 september 1909Aaltensche Courant, 4 september 1909Aaltensche Courant, 18 september 1909Aaltensche Courant, 25 september 1909
Beheer toestemming
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.