Omstreeks 1965 liet Wim Bulten hier, naast zijn winkel op nummer 32, een café met cafetaria bouwen – met een softijsautomaat! Dit werd al snel een populaire ontmoetingsplek voor de eerste nozems in Aalten.
Zijn zonen namen later het bedrijf over en maakten van het café een restaurant. Vervolgens opende een nieuwe uitbater hier restaurant De Aaltenier. Later vestigde zich in het pand enige tijd de eerste, enige en laatste coffeeshop van Aalten: café-poolbiljart Roxy.
Tegenwoordig is hier huisartsenpraktijk Het Station gevestigd.
In 1931 stond op het adres Stationsstraat 96a in Aalten een vermelding van klompenmakerij Pothof en Co. In 1934 werd dit adres gewijzigd naar Stationsstraat 32a. Onzeker is of dit precies dezelfde locatie betreft als het huidige nummer 32a.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1965
I-9154
Barend Willem Bulten, winkelier (kruidenier)
780 m² huis, tuin, lunchroom, garageboxen
1977
K-725
vof “Firma B.W. Bulten en Zn.”
1.210 m² winkel, restaurant, huis, schuren, tuin, parkeerplaats
De NV Gazelle Rijwielfabriek, later Apollo en Truckbouw Aalten, fabriceerde van 1960 tot 1999 bakfietsen met en zonder motor en drie- en vierwielige motortrucks.
In 1970 verscheen Gazelle op de RAI met een kleine stadsauto, aangedreven door een tweetakt benzinemotortje. De carrosserie bestond voornamelijk uit polyester. Men kon plaatsnemen in het voertuig door de gehele voorkant naar voren te klappen. De auto was 1,90 meter lang en had een draaicirkel van 5 meter. Het stadswagenproject is echter niet verder van de grond gekomen en het prototype bleef in een hoek van de fabriek staan.
Apollo bakbrommers
Gazelle Truckbouw in Aalten werd in 1976 overgenomen door Accles & Pollock, een Engelse firma die toebehoorde aan TI. TI was enkele jaren eerder eigenaar geworden van Gazelle. Het bedrijf bouwde elektrische voertuigen voor de overheid en nutsbedrijven. Accles & Pollock zette de productie van bedrijfsvoertuigen in Aalten voort onder de merknaam Apollo. Later heette het bedrijf Truckbouw Aalten.
Truckbouw Aalten bouwde de welbekende Apollo brombakfiets of bakbrommer tot 1999. Het is het model dat Gazelle in 1969 op de markt bracht, een bakbrommer met fuseebesturing. Het meest kenmerkende aan deze bak is de vierkante (hoofd) framebuis. Het was een goede bakbrommer en de verkoop liep als een trein. In de topjaren werden er meer dan honderd per jaar gebouwd. De laatste jaren dat deze bakbrommer werd geproduceerd ging de verkoop echter sterk achteruit. Het laatste bouwjaar werden er nog maar vijf bakbrommers afgeleverd.
In augustus 2004 werd het faillisement uitgesproken van Truckbouw Aalten. De productie van de Apollo trucks en bakfietsen werd overgenomen door Matysta in Hengelo (G).
Agave (v/h Martin) aan de Koopmanstraat, eind jaren negentig
Vanaf 1951 was H. Martin N.V. (breierij van luxe babykleding) gevestigd aan de Polstraat/Koopmanstraat in Aalten. In 1960 kwam zusterbedrijf Agave (garenveredeling) erbij. Na het faillissement van Martin in 1976 werden de veredelingsactiviteiten voortgezet als GaVeA. Rond 2000 verhuisde het bedrijf naar industrieterrein ’t Broek; het voormalige fabriekscomplex maakte plaats voor woningbouw.
H. Martin N.V.
In 1951 startten H.H. Martin (mededirecteur van de Tricotfabriek in Winterswijk) en zijn schoonzoon J.W. Wesselink in de voormalige beschuitfabriek van Wijers aan de Koopmanstraat een breierij met confectieafdeling onder de naam H. Martin N.V. Wesselink werd directeur. Het bedrijf specialiseerde zich in luxe gebreide baby-artikelen en begon met tien werknemers. Het personeelsbestand groeide tot circa 135 begin jaren zeventig.
In 1960 werd een nevenbedrijf opgericht: Aaltense Garenveredeling (Agave), een ververij, spoelerij en blekerij die ook loonveredeling voor derden uitvoerde.
Eind jaren zestig verslechterden de marktomstandigheden. De invoering van de Duitse BTW drukte de export en de prijsconcurrentie uit o.a. Hongkong, de voormalige DDR en Brazilië nam toe. Dit leidde in 1976 tot het faillissement van de firma H. Martin N.V.; 80 werknemers verloren hun baan.
Agave / GaVeA en Hankolor
Na de liquidatie van Martin zette J.W. Wesselink de veredelingsactiviteiten voort als Garen Veredeling Aalten (GaVeA), dat uitsluitend in opdracht voor derden werkte. Vanaf 1981 richtte GaVeA zich, naast het verven van garens, ook op stukgoedververij (gebreide meterwaar), met J. Roozeboom als chef tot 1987.
In 1984 volgde B. ter Brugge zijn zwager Wesselink op als directeur; in 1987 nam A. van Buren het over en in 1989 trad hij terug. Datzelfde jaar richtte Wesselink Hankolor op, voor het verven van garens op streng voor de tapijtindustrie — destijds de enige loonververij van strenggarens in Nederland. De klantenkring was aanvankelijk Nederlands en breidde later uit tot circa 250 km over de Duitse grens.
Vervolgens werd de onderneming in 1989 gesplitst in de moedermaatschappij AGAVE met de dochters GaVeA en Hankolor; Roozeboom keerde terug als directeur van Hankolor en vormde samen met Wesselink ook de directie van GaVeA.
In 1992 telde het bedrijf circa 35 medewerkers en bestond het uit drie afdelingen: een garenververij (kruisspoel verven), stoffenververij (gebreide meterwaar) en de ververij van garens op streng (met name voor de tapijtindustrie).
Verhuizing en huidige situatie
Rond 2000 verhuisde het bedrijf naar industrieterrein ’t Broek; de onderneming gaat sindsdien verder als GVA Textielveredeling. Het vrijgekomen terrein is bebouwd met woningen, waaronder aan een nieuw aangelegde straat, de Brederostraat.
Locatiegeschiedenis
Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.
In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:
Het bedrijf, gezien vanaf de noordzijdeFoto: GVA TextielveredelingFragment kadastrale kaart, 1918 (perceel I-5754)Fragment kadastrale kaart, 1962 (perceel I-6428)
Textielfabriek Martin, midden jaren zestigPersoneel aan het werk bij Martin
De St. Jozefschool is een katholieke basisschool in Aalten. Op de plek van de huidige ‘Sint Jozef’ wordt al sinds 1884 onderwijs gegeven. In 1975 werd het oorspronkelijke pand afgebroken om plaats te maken voor een nieuw schoolgebouw.
In 1997 fuseerde de St. Jozefschool met de St. Ludgerschool. Samen gingen ze verder in het pand van de St. Jozef. In 2001 en 2010 onderging de school ingrijpende verbouwingen, wat heeft geleid tot het huidige gebouw.
Woonzorgcentrum ’t Hoge Veld in Aalten werd in 1970 geopend als opvolger van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat. Het gebouw bood onderdak aan tientallen ouderen en was decennialang een herkenbaar verzorgingshuis in Aalten. In 2018 werd het complex gesloopt en vervangen door nieuwe bebouwing.
In 1967 richtten de hervormde gemeenten van Aalten, Bredevoort en Lichtenvoorde gezamenlijk de Hervormde Stichting Bejaardencentrum Aalten op. Deze stichting werd later omgedoopt tot Stichting Bejaardencentrum ’t Hoge Veld. In 1970 verhuisden de bewoners van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat naar het nieuw gebouwde bejaardencentrum ’t Hoge Veld te Aalten.
Hoogbouw
De nieuwbouw was een zes verdiepingen tellend bouwwerk. Dat vond men in Aalten destijds vrij spectaculair, want er was nauwelijks hoogbouw in het dorp. De enige hoge gebouwen waren de silo van de Landbouw en de watertoren. Vanaf de bovenverdieping van ’t Hoge Veld had men een mooi uitzicht over Aalten en omgeving.
Bij de bouw zeiden sommige ouderen: “wanneer ze er een glijbaan bijbouwen, kunnen we na onze dood rechtstreeks naar het tegenover gelegen kerkhof”. Later dachten de ouderen er heel positief over. Men genoot van het uitzicht en de prima verzorging in dit verzorgingshuis.
Het hoofdgebouw telde 78 éénpersoonskamers en 11 tweepersoonskamers. Daarnaast waren er nog 12 aanleunwoningen.
Sloop en nieuwbouw
In 2018 werden de flat en de aanleunwoningen gesloopt, om plaats te maken voor (lagere) nieuwbouw van het woonzorgcentrum en luxe woningen, in een parkachtige omgeving.
Woonzorgcentrum Beth San aan de Ludgerstraat in Aalten werd in 1960 geopend als ‘Gereformeerd tehuis voor bejaarden’. Na vijftig jaar voldeed het complex niet meer aan de toen geldende eisen en werd het woonzorgcentrum, samen met de bijbehorende aanleunwoningen, vervangen door nieuwbouw. De opening van het nieuwe Beth San vond plaats in 2013.
Het initiatief voor Beth San kwam van de diaconie van de gereformeerde kerk in Aalten. De naam betekent ‘Huis van Rust’. In 1957 werd ruim 12.000 m² grond aangekocht tussen de Ludgerstraat en het nog aan te leggen gedeelte van de Eligiusstraat. De gebouwen werden ontworpen door de architecten Gjalt van der Zee (1901-1994) en ir. Cornelis Veerling (1912-1997) uit Bolsward.
Het hoofdgebouw bestond uit 63 eenpersoonskamers, 4 tweepersoonskamers en 8 kamers voor inwonend personeel. Daarnaast werden 12 aanleunwoningen gebouwd. De totale investering bedroeg ruim 1 miljoen gulden.
Bij de opening in 1960 bood Beth San onderdak aan meer dan zeventig bewoners. Het tehuis gold als een moderne voorziening voor die tijd, met onder andere centrale verwarming en voorzieningen voor zelfstandig wonende ouderen in de aanleunwoningen.
Vernieuwing en nieuwbouw
Vijf decennia na de opening voldeed het complex niet meer aan de geldende eisen. Het complex werd gesloopt en vervangen door een nieuw woonzorgcentrum, dat in 2013 werd geopend.
Het nieuwe Beth San bestaat uit twee gebouwen met dertig appartementen en vijf groepswoningen voor mensen met dementie. De groepswoningen zijn kleinschalig van opzet en bieden 24-uurs zorg en ondersteuning. Daarnaast beschikt het centrum over een restaurant, een bewegingstuin en ruimtes voor activiteiten en ontmoeting, zoals meer bewegen voor ouderen (MBVO) en een internetcafé.
Naast Beth San verrees een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren, met dertien appartementen en een parkeergarage in de kelder. Dit complex verving de aanleunwoningen die er voorheen stonden.
De Veemarkt is het hoogste deel van de Prinsenstraat, vroeger een pleintje waar (jawel) veemarkt gehouden werd. Van oudsher werd de Veemarkt tot de Kattenberg gerekend.
Het terrein achter het pad, dat we op de foto rechts bij het zonnescherm tussen de huizen zien, staat vanouds bekend als het ‘Klokkengat‘. Daar werden voorheen de klokken voor de kerktoren gegoten. De twee huizen in het midden herbergden de winkel, opslag en koffiebranderij van D.W. Vaags, bekend om zijn koffie en zijn ijveren voor de Cooperatieve Middenstandsbank.
In 1921 werd de Veemarkt in Aalten opnieuw bestraat; het terrein was veel gezelliger geworden en bood ruimte aan wel honderd stuks vee. De varkens werden in de Achterstraat, nu Prinsenstraat, verhandeld.
Brand
Op 2 september 1891 was er een grote brand op de Veemarkt waarbij alle woningen aan het pleintje ten prooi vielen aan de vlammen. De brand was ontstaan in het huis van spekslager Ten Hietbrink, op de plek waar later slagerij Prinsen zich zou vestigen. Ten Hietbrink woonde er met zijn moeder (de wed. Egging) en zuster.
Op bovenstaande foto zien we de Peperstraat in Aalten, vanaf de Markt, met links Stegers en rechts de Postiljon. We hebben ook doorkijkje naar het Hoge Blik, met in de verte de openbare lagere school aan de Herenstraat.
De naam Peperstraat wordt in het archief te Aalten voor het eerst in 1850 genoemd. Pas veel later worden de straatnamen in Aalten officieel vastgesteld. Hoe het straatje aan de naam gekomen is weet niemand met zekerheid te vertellen. Een theorie luidt: peper was vroeger een waardevol handelsartikel. En de Peperstraat was een echt handelsstraatje. Meerdere plaatsen in Nederland kennen een Peperstraat in het hartje van de oude binnenstad. Dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van handel in specerijen wordt niet aannemelijk geacht.
De Prinsenstraat in vroeger tijden (beeld gegenereerd met AI op basis van oude foto)
Het gedeelte van de huidige Prinsenstraat in Aalten tussen Bredevoortsestraatweg en Veemarkt werd tot 1934 Achterstraat genoemd.
Deze naam was de bewoners een doorn in het oog. De straat was mooi opgeknapt met trottoirs aan weerszijden. Een nieuwe naam was gewenst. De kwestie van benoeming van straten en wegen werd in de Raad behandeld. De Achterstraat werd omgedoopt in Prinsenstraat, naar Schiller Prins en Slagerij Prinsen.
De nieuwe naamgeving werd in 1934 door de bewoners feestelijk gevierd met muziek, waarbij tevens een serenade werd gebracht aan een gouden bruidspaar dat in deze straat woonde. Het eerste deel van de huidige Prinsenstraat, dat begint bij café Schiller, heette vroeger Kruisstraat.
De huidige Haartsestraat werd vroeger Gasthuisstraat genoemd, naar het Gasthuis / Armenhuis van de hervormde diaconie dat hier tot 1904 stond, ongeveer tegenover café Schiller.
Op de onderstaande foto links zien we de Haartsestraat rond 1900. Linksvoor zien we nog een stukje van het Stiemenshuus. Aan de rechterkant, voorbij de burgemeesterswoning – het latere postkantoor – zien we het Gasthuis. Helemaal achteraan zien we ook nog net het Luutenshuus.
De herkomst van de naam ‘Kattenberg’ is niet geheel duidelijk. Mogelijk betreft het een verbastering van ‘Kaotenberg’ of ‘Kottenberg’, wat zou kunnen duiden op een ‘heuvel met kleine boerenhuisjes’. Een andere verklaring verwijst naar een sage die verbonden is aan de Kattenbergpomp.
De Kattenbergpomp
Op de Kattenberg staat een karakteristieke waterpomp met bovenop een beeltenis van een kat. De pomp stond oorspronkelijk op de splitsing Lichtenvoordsestraatweg-Berkenhovestraat, maar is ergens in de tweede helft van de 20e eeuw verplaatst naar de andere kant van de Lichtenvoordsestraatweg.
Vroeger was dit een buurtpomp, waar de buurtbewoners hun water kwamen halen. De pomp werd gezamenlijk onderhouden. Opmerkelijk is dat de Kattenbergpomp, ondanks de hoge ligging, zelfs tijdens de droogste zomers water bleef geven.
De heks van de Kattenberg
Volgens een oude overlevering werd op deze plek in 1612 een put gegraven, die sindsdien helder en koel water leverde. Dat er op een van de hoogste punten in de omgeving water werd gevonden, gold als een wonder. Ook de heks van Zieuwent (Triene Langhfeldes) hoorde hiervan. Ze kon zich met gemak in een kat veranderen, en in die gedaante vloog ze op haar bezem naar Aalten om het wonder met eigen ogen te aanschouwen.
Boven de put zou ze zo zijn geschrokken dat ze er vlakbij neerviel. Tientallen jaren zou de kat (de heks) daarna op de pomp hebben gezeten, tot ze op een dag plotseling was verdwenen. Jaren later stak ze haar kattenkop weer op en streek neer op haar vertrouwde plek, ditmaal in het gezelschap van drie jongen. Want bij heksen is tenslotte alles mogelijk.
Kadaster 1832
Kattenberg / Berkenhovestraat met rechts de Chr. Ger. KerkKattenberg omstreeks 1925Kattenbergpomp
De Bodendijk in Aalten maakte eeuwenlang deel uit van de belangrijkste hessenweg tussen het Münsterland en Zutphen. Vanaf het huidige Plein Zuid liep de Bodendijk 3 kilometer lang vrijwel kaarsrecht – op een knik ter hoogte van De Kiefte na – over de Kieftsheide, naar de Kesenbulte. Een deel van de weg draagt tegenwoordig de naam Kiefteweg. Zo ongeveer vanaf de Griesdijk tot aan de Kesenbulte.
De Bodendijk was van oudsher de belangrijkste weg van Aalten naar Bocholt. Voor de aanleg van de Bocholtsestraatweg was het de enige verbindingsweg naar Duitsland. Het was dan ook niet voor niets dat de bisschop van Münster na de reformatie – toen de katholieken in Nederland hun geloof niet mochten uitoefenen – in 1675 aan deze weg, aan Duitse zijde, de Kruiskapel liet bouwen.
Bij boerderij De Kiefte was lange tijd het grenskantoor gevestigd. In 1859 werd het verplaatst naar de huidige grensovergang aan de nieuwe weg naar Bocholt, nu de Hamelandroute. Bij de Kesenbult is nu een zogenaamde groene grensovergang, waar je alleen te voet of per fiets kunt passeren.
Bodediensten en naamgeving
De naam Bodendijk herinnert aan de vroegere bodediensten op Bocholt. Over de Bodendijk kwamen namelijk de bodes van kasteel Anholt naar Aalten, en dan verder naar Bredevoort. Ze kwamen te paard. Direct over de grens bij de Kesenbulte gingen de bodes ook wel eens rechtsaf om via de Ringkampsbulten naar Bredevoort te gaan. Maar dat was een gevaarlijke weg. Men heeft in de Ringkampsbulten ooit het dode lichaam van zo’n ruiter gevonden die daar begraven lag. Het blijft een vraag wat hem daar overkomen is. De route over de Bodendijk was aanzienlijk veiliger. Er kwamen ook wel eens koetsen over de Bodendijk met daarin belangrijke personen.
Kieftsheide
De Bodendijk liep over de Kieftsheide in de Aaltense Heurne. Een kieftsheide is een heidegebied met opslag van dennenbomen (in het Duits Kiefer). Als die opslag niet werd verwijderd, groeide er een dennenbos. Aan de kant van de Ongena was zo’n bos. Rond 1630 werd daar een zogeheten Engelsche Schans aangelegd. Lange tijd vroeg men zich af wat de paalgaten in de grond bij het bos betekenden. Dit bleken echter geen paalgaten, maar struikelgaten te zijn: gegraven om aanvallende ruiters te doen struikelen. Aanvallen hebben daar echter nooit plaatsgevonden, al werden er wel oefeningen voor ruiters gehouden. Er zijn onder meer knopen van een ruiteruniform gevonden.
Moderne bebouwing
Van de huizen Bodendijk 37 t/m 43, ter hoogte van de huidige kruising met de Koopmanstraat en Nijverheidsweg, gaat het verhaal dat deze gebouwd zijn van de zwartgeblakerde stenen, die nog te gebruiken waren na de brand van de katholieke kerk in de Dijkstraat. Daarom werden de huizen witgepleisterd. De huizen staan er nog steeds.
Voormalig zondagsschooltje daterend uit het begin van de 20e eeuw, gerestaureerd en verbouwd tot vakantiehuisje.
In de negentiende eeuw had dominee Breukelaar er voor gezorgd dat er zondagsscholen kwamen in Aalten. Voor kinderen in de omliggende buurtschappen werd de zondagsschool bij iemand thuis op een boerderij gehouden, zodat de kinderen niet helemaal naar het dorp hoefden te gaan. Allengs ontstond in de buurtschappen de behoefte om hiervoor een lokaal of zondagsschoolhuuske te bouwen. Er verschenen in totaal negen zondagsschooltjes, waarvan er slechts enkele bewaard zijn gebleven.
In de buurtschap Lintelo waren vroeger twee zondagscholen. In de kern van Lintelo was een zondagsschooltje aan de Schooldijk, maar deze is al rond 1950 gesloopt. De zondagsschool ‘Lintelo Veur’ is in 1924 gebouwd. Het schooltje had oorspronkelijk twee lokalen en is behoorlijk ruimer van opzet dan de meeste zondagsscholen in de gemeente Aalten.
Oprichting
Dat de plannen in Lintelo serieus waren bleek uit de officiële publicatie in de Staatscourant van oprichting van de ‘Zondagschoolvereniging te Vóór Lintelo’. Op een vergadering in mei 1924 besloten de 17 aanwezige leden dat er een ‘lokaal’ gebouwd moest worden, te gebruiken als zondagsschool voor kinderen uit Lintelo.
Om het lokaal te bouwen was er geld en land nodig. Om aan geld te komen hield men een collecte in Lintelo, maar ook in de omliggende buurtschappen. Er werden prijzen opgevraagd bij verschillende aannemers. In eerste instantie dacht men aan een gebouw met één groot lokaal van acht bij vijf meter. Uiteindelijk besloot men dat het gebouw groter moest worden, weliswaar duurder, maar – zo was de redenatie – wel goedkoper per vierkante meter.
Het gebouw zou twee lokalen krijgen en een aparte berging. Men hield een tweede collecte om extra geld op te halen. Ook vond men de benodigde grond. Voor een symbolisch bedrag werd een stukje land overgenomen van de voormalige boerderij Schenk, op de hoek van de Veldweg en Sondernweg.
Vanaf 1925 kwamen de de kinderen iedere zondag naar ‘Lintelo Veur’. Jaarlijks was er met Pasen een groter kinderfeest. Dit ging zo door tot aan de oorlog. In de oorlog confisqueerde de bezetter de zondagsschool als opslag. De zondagsschool werd noodgedwongen weer op een boerderij gehouden. Direct na de oorlog wees men de zondagsschool aan als noodwoning.
Het duurde nog tot eind 1950 voor de vereniging na een rechtszaak het gebouw weer terugkreeg. Het gebouw werd weer opgeknapt en was net voor kerst klaar. Met een feestelijke kerstviering nam men de zondagsschool weer in gebruik. Met dit kerstfeest is een nieuwe traditie geboren dat tot midden jaren 90 doorging. Ieder kind kreeg jaarlijks een boek tijdens het kerstfeest. In een schriftje hield men keurig bij welk kind welk boekje wanneer heeft gekregen.
Gaandeweg liep het aantal kinderen dat de zondagsschool bezocht terug. Ruim zeventig jaar na de oprichting van ‘Zondagschoolvereniging te Vóór Lintelo’ besloot men eind 1995 tot opheffing. Het pand werd verkocht.
Monument
Vijf jaar later, in 2000, werd de zondagsschool op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, omdat “het een goed voorbeeld is van een traditionele school uit de vroege 20ste eeuw. Met de sterk beeldbepalende ligging is het van bijzonder belang voor de oorspronkelijke karakter van het gebied. Het is van belang voor het zichtbaar houden van de ontwikkeling van het onderwijs in de gemeente Aalten in de twintigste eeuw“.
Het gebouwtje werd hierna regelmatig gebruikt voor feestjes en als oefenruimte voor een bandje. Maar de staat van het pand liep langzamerhand achteruit.
Vakantiewoning
In 2008 zijn de huidige eigenaars begonnen met plannen maken. Na overleg met de gemeente bleek dat een vakantiewoning het best haalbare scenario was. Echter het pand was niet geïsoleerd en er was geen bovenverdieping. Een grondige en duurzame aanpak was nodig. Begin 2012 begon men met de werkzaamheden. Langzamerhand kwamen onverwachte, oude elementen weer tevoorschijn, zoals oude deuren met het karakteristieke groen, de lijsten om de deuren en ramen en het donker eiken plafond.
Tegenwoordig staat het schooltje er weer prachtig bij en kan er overnacht worden.
Het uit één klaslokaal bestaande minischooltje in het buitengebied tussen Aalten en de Duitse grens werd in 1924 gebouwd op initiatief van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk.
Dit type één- of tweeklassige zondagsschoolgebouwtjes stond in de Achterhoek in diverse buurtschappen. De wegen naar de dorpen vanuit deze gebieden waren soms maar een enkel karrenspoor. Vooral in de winter werden het bijna onbegaanbare zandwegen. Veel gronden waren net ontgonnen, ook hier.
Het perceel grond waar het gebouw op staat maakte deel uit van een stuk bos (woeste grond) waar de omwonende agrariërs aan het ontginnen waren. Een vereniging van ouders met schoolgaande kinderen, kocht dit stuk grond en bouwde het schooltje uit eigen bijdragen.
In deze zondagsschool werd door een aantal ouders bij toerbeurt uit de Bijbel verteld en werden christelijke liederen geleerd en gezongen. Het aantal kinderen varieerde van 12 tot 30. Ds. D. Breukelaar uit Aalten en ds. J. van Dijk uit Doetinchem, hebben op dit werk veel invloed gehad.
Rond 1925-1930 werd mede door de emancipatiebeweging een meisjes- en een vrouwenvereniging opgericht. De meisjesvereniging kwam hier elke week bij elkaar. De vrouwenvereniging één keer per maand. Op deze bijeenkomsten werd de Bijbel bestudeerd, maar daarnaast ook maatschappelijke onderwerpen besproken, zoals de positie van de vrouw in de kerk en in de politiek.
Vanaf 1945 tot 1997 kwamen hier de jongens en meisjesclubs bij elkaar, die ook over de Bijbel praatten en/of over thema’s die jongeren bezig hielden. Zowel de zondagsschool als de club ressorteerden onder een Oudervereniging die het gebouw onderhield. Door allerlei maatschappelijke veranderingen zijn al deze verenigingen opgehouden te bestaan.
In 2005 kreeg stichting Geldersch Landschap & Kasteelen het zondagsschooltje geschonken van de Oudervereniging Haart-Heurne. Om het gebouwtje te behouden is gezocht naar een passende bestemming. Sinds 2009 is het te huur als vakantiewoning.
Café, Bierhandel & Bottelarij Te Linde aan de Dijkstraat in Aalten werd op 24 maart 1945 verwoest door een bombardement. In 1955 verrees een nieuw pand op deze plek. Niet lang daarna opende de zoon van de toenmalige eigenaar de radio-witgoedzaak Te Linde. In 1984 werd de winkel overgenomen door de familie Heinen. De winkel is al jaren gesloten.
Aaltensche Courant, 3 mei 1932Aaltensche Courant, 11 september 1945Dagblad Tubantia, 11 oktober 1956Meijerman. Foto: collectie Leo van der Linde, met dank aan Geb Garretsen (bron)Vakgarage JAWI (1985)
Hendrickje Stoffels of Hendrickje Jegers (Bredevoort, 1626 – Amsterdam, juli 1663) was dienstbode en kunstverkoopster. Zij was een tijdlang de officiële werkgever van de Hollandse kunstschilder Rembrandt van Rijn. Zij was tevens Rembrandts liefdespartner, de moeder van een van zijn drie dochters (die allen de naam Cornelia droegen) en mogelijk ook een van zijn schildersmodellen.
Hendrickje Stoffels werd in 1626 in Bredevoort geboren als dochter van Stoffel Stoffelse en Mechteld Lamberts en groeide op in de Muizenstraat. Haar vader was sergeant bij een kapitein uit het geslacht Ploos van Amstel. Stoffel was ook jager van het kasteel te Bredevoort en werd daarom ook Jeger genoemd. Zijn kinderen heetten in de omgangstaal ‘Jegers’, maar in officiële akten steeds ‘Stoffels’ (hetgeen betekent zoon of dochter van Stoffel).
Hendrickje had een zus en drie broers: Martijne Jegers, Hermen, Berent en Frerick. Misschien had ze ook nog een zus Margriete.
Hendrickjes vader overleed vrijwel zeker in juli 1646, mogelijk als niet-geïdentificeerd slachtoffer van de explosie van de kruittoren in Bredevoort. Waarschijnlijk vanwege deze gebeurtenis vertrok Hendrickje naar Amsterdam.
Geliefde van Rembrandt
Vanaf die tijd trok Hendrickje als dienstmeisje in dienst bij de toen al bekende schilder Rembrandt van Rijn, in wat thans het Rembrandthuis is, aan de Jodenbreestraat in Amsterdam. Op 16 juli 1649 was Hendrickje weer in Bredevoort; ze wordt namelijk als doopgetuige vermeld in het Bredevoorts Doopboek. Mogelijk heeft Rembrandt samen met haar de reis naar Bredevoort gemaakt. Dit zou kunnen blijken uit verschillende etsen van Rembrandt uit 1649 en 1650 waarvan de locatie niet bekend is.
Later werd Hendrickje de geliefde van Rembrandt en kregen ze in 1654 samen een dochter, Cornelia. In 1658 begon ze samen met Rembrandts zoon uit zijn eerdere huwelijk met Saskia van Uylenburgh, Titus, een kunstwinkel, waar ze schilderijen, tekeningen, kopergravures, houtsneden en rariteiten verkochten.
Er zijn meerdere schilderijen en prenten van Rembrandt waarin Hendrickje Stoffels herkend wordt. Er is echter geen enkele gedocumenteerde afbeelding van haar. Daarnaast zijn er kenners die van mening zijn dat de met Stoffels opgevoerde portretten een grote verscheidenheid aan gelaatstrekken vertonen. In elk geval bestaan er een aantal Rembrandts uit de periode waarin Stoffels met hem samenwoonde waarop mogelijk dezelfde vrouw is afgebeeld.
In 1663 trof een pestepidemie Amsterdam. Waarschijnlijk werd ook Hendrickje Stoffels door deze ziekte dodelijk getroffen, want zij stierf in juli van dat jaar. Ze werd op 24 juli 1663 begraven in een huurgraf in de Westerkerk in Amsterdam.
Beeldje op ’t Zand
Op ’t Zand in Bredevoort staat een beeld van Hendrickje Stoffels, gemaakt door beeldhouwster G.J.F. (Truus) Doodeheefver-Kremer. Voor het beeldje op ’t Zand deed de kunstenares onderzoek, onder andere in het Rijksmuseum, en koos ervoor Hendrickje weer te geven rond haar twintigste, in de periode dat van Bredevoort vertrok naar Amsterdam. Het beeldje werd onthuld op 7 juli 1977.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.