Aaltenaar Jan Kappers: een leven vol muziek

De Graafschapbode, 11 november 1987

Ondanks en misschien juist doordat zijn vader hem al jong de maat van de muziek bijbracht met een pook op de kachelrand, heeft de Aaltenaar Jan Kappers altijd een groot gevoel voor ritmiek gehad. Vader Kappers heeft zijn zoon veel meegegeven op het gebied van de muziek en daarvoor is Jan nog altijd dankbaar. Nu is hij zelf al weer langer dan veertig jaar bezig met het opleiden van anderen in de muziek en nog altijd heeft hij er niet genoeg van. „Muziek en bloemen geven klank en kleur aan het leven. Beiden zou ik niet kunnen missen” zegt de man die in de regionale muziekwereld een bekende figuur is geworden.

„Muziek is voor mij belangrijk. Je maakt er vrienden door en het samen spelen en dan te komen tot een harmonieus geheel is het mooiste wat er bestaat. En bloemen en muziek zijn naar mijn mening nauw aan elkaar verwant, zodat ook bloemen mijn liefde hebben” vertelt Jan Kappers in zijn woning aan de Slingelaan in Aalten.

Al heel wat mensen in de regio heeft hij op het muzikale pad geholpen. „Daardoor heb ik een grote vriendenkring opgebouwd. Vroeger was ik er bijna dag en nacht mee bezig, maar de laatste jaren doe ik het toch wat kalmer aan”.

Als Jan opsomt wat hij nog aan muziek doet, dan blijkt dat niet gering te zijn. Hij heeft een aantal korpsen onder zijn hoede en bijna elke middag en avond komen kinderen en ook volwassenen naar hem toe om de fijne kneepjes van de muziek te leren.

„Bij mezelf zat de muziek er al vroeg in. Mijn vader was er veel mee bezig en dan leer je het vanzelf. Wanneer ik het nog net zolang wil doen als mijn vader, dan heb ik nog even te gaan” lacht Jan Kappers, wiens vader op 78-jarige leeftijd nog de baspartij meeblies bij de Eendracht.

Jan vertelt dat hij op negenjarige leeftijd de eerste muzieklessen kreeg van Bram te Loo en daarna van de vermaarde Bredevoortse dirigent Willem Wensink. „Ik weet van Wensink nog, dat hij de trompet aan een touw ophing. Dan moest je, met de handen op de rug, hierop blazen. Eerst na lang oefenen heb ik dat geleerd” voegt hij er aan toe.

Tijdens en na de oorlog

Na militaire dienst en de mobilisatie kwam Jan op het Aaltense distributiekantoor terecht. Daar deed hij alles wat van de Duitse bezetter niet mocht. Hij werd opgepakt. Een tijdlang was er geen muziek voor hem. Maar na de oorlog pakte hij de draad weer op en gaf nu zelf de maat aan. Hij begon met de oprichting van een jeugd- en tamboerkorps bij de Eendracht.

Er was veel animo voor, zo meteen na de oorlog. Men repeteerde in het toenmalige gebouw Patrimonium maar bij mooi weer trok men naar buiten. Het tamboerkorps werd daar niet altijd met evenveel vreugde ontvangen.

„Het was soms ook niet om aan te horen” bekent Jan Kappers, en hij vertelt dat in het voorjaar het jongvee in de weilanden op de vlucht sloeg als de tamboers voorbij kwamen.

In deze jaren na de oorlog oogstte Jan veel succes met zijn jeugd- en tamboerkorps. Zijn succes bleef niet onopgemerkt en werd hij een veelgevraagd man. Achtereenvolgens was hij dirigent of instructeur bij korpsen in Dinxperlo, Varsseveld, Silvolde, Groenlo, Zieuwent en Bredevoort.

Jan studeerde door en behaalde de bevoegdheid als docent. Veel van zijn leerlingen hebben het ook een heel eind gebracht in de muziek, carrière gemaakt als dirigent of instructeur.

Discipline

Waar Jan in de muziek grote waarde aan hecht is de discipline. „Vooral in concerten en concoursen is deze noodzakelijkheid. Maar ook nu de jeugd veel vrijer is dan vroeger, moet deze discipline er zijn” vindt hij. Het opleiden van jeugdige musici ligt Jan wel. „Vooral als er aanleg is, komt het plezier vanzelf en dan worden het goede muzikanten”. Jan heeft ook tambour-maîtres opgeleid. „Die hebben een heel eigen en niet gemakkelijke taak” vindt hij.

De tambour-maître moet zelfbeheersing hebben. Dat schetst Jan met zijn verhaal over een van de eerste keren dat hij met het tamboerkorps van de Eendracht deelnam aan een concours. „Dat was in Ermelo. Er waren drie juryleden, die rond het korps liepen. Er kwam de opdracht om te beginnen. Maar één van de juryleden stond in de weg en de tambour-maître hield zijn mond stijf dicht. Totdat het jurylid uit de weg ging. We haalden wel een eerste prijs”.

Fouten voorbehouden. Heb je aanvullingen of correcties? Reageer dan hieronder, bij voorkeur met bronvermelding.