Het Aaltens Christelijk Mannenkoor, afgekort als ACM, werd opgericht door Henk Heusinkveld. Samen met vier mede-initiatiefnemers vond de oprichtingsvergadering plaats op vrijdag 26 oktober 1956. Het eerste concert was gepland voor 23 november 1957, maar dit werd geannuleerd vanwege een griepepidemie. In datzelfde jaar begonnen ze samen met de Eendracht met de adventswijding. In 1966 sloot het ACM zich aan bij de Koninklijke Christelijke Zang Bond (KCZB).
Tegenwoordig telt het koor ongeveer 50 leden, in leeftijd variërend van eind 50 tot eind 80 jaar. Het koor geeft jaarlijks een eigen concert en een benefietconcert. Daarnaast nemen ze regelmatig deel aan kerkconcerten en zangavonden. Een jaarlijks terugkerende traditie is het zingen voor bewoners van een verzorgingstehuis. Ook op recepties en begrafenissen van leden kan men rekenen op het ACM.
Het repertoire van het Aaltens Christelijk Mannenkoor is zeer divers en omvat geestelijke en byzantijnse muziek, folklore, musicals, bewerkingen van popnummers, lichte klassieke muziek, negrospirituals en kerstliederen. Daarnaast zingen ze in verschillende talen. Het muziekarchief van het koor bevat ongeveer 400 stukken waaruit zij kunnen putten.
Accordeonvereniging Con Forza is opgericht in 1988 en heeft als standplaats Aalten. Het orkest staat onder leiding van dirigent Wil Plas, professioneel accordeonist uit Enschede.
De vereniging bestaat uit een orkest en een ensemble. Het orkest speelt een breed repertoire, van jazz tot tango, van Frans chanson tot Duitse Schlager en van klassiek tot pop. Het ensemble is een kleine groep gevorderde spelers.
De vereniging telt ongeveer twintig leden afkomstig uit de hele regio. Het hoogtepunt is het jaarlijkse concert. Daarnaast treedt men regelmatig op in de regio. Con Forza repeteert wekelijks in het Kulturhus in Lintelo.
Meer informatie over (de geschiedenis van) Accordeonvereniging Con Forza is welkom!
Chr. muziekvereniging Crescendo in IJzerlo is opgericht in 1951. Begin jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond in IJzerlo de behoefte om een eigen muziekvereniging op te richten. Men vond het te gek voor woorden dat Psalm 150 uit Dinxperlo voor de muziek moest zorgen tijdens het jaarlijkse oranje- en schoolfeest. Er werd een comité samengesteld om te bekijken of het mogelijk was om in IJzerlo een muziekvereniging op te richten.
Via de heer Jan Hofs uit Dinxperlo was er van de firma Van der Glas uit Heerenveen een aanbieding binnengekomen. Men kon voor 1580 gulden in het bezit komen van 26 fanfare-instrumenten. Men besloot een rondgang te houden door IJzerlo en omgeving om geld in te zamelen. Hierbij werd gul gegeven – de opbrengst was 1.800 gulden – en men kon overgaan tot aankoop van instrumenten. Er meldden zich 32 leden, de dirigent werd Jan Hofs uit Dinxperlo en de contributie werd 0,25 cent per week. Op 17 november 1951 was muziekvereniging ‘Crescendo’ in IJzerlo een feit.
Tegenwoordig telt Crescendo IJzerlo ongeveer 85 leden. De vereniging bestaat uit een fanfareorkest, slagwerkgroep, jeugdorkest en jeugdslagwerkgroep. Daarnaast hebben ze een heel aantal leerlingen die leren om een instrument te bespelen om later ook in een van de orkesten aan te sluiten.
Meer informatie over (de geschiedenis van) Crescendo IJzerlo is welkom!
Chr. Muziekvereniging Excelsior Barlo werd opgericht op 4 november 1922. De aanleiding was het Oranjefeest in Barlo in de zomer van dat jaar. Muziekvereniging Advendo uit Lintelo was daarbij en speelde een vrolijke noot. Iemand zei toen: “Volgend jaar zit hier onze eigen muziekvereniging.”
En aldus geschiedde. 100 jaar later, in 2022, werd deze mijlpaal het hele jaar door gevierd met diverse activiteiten voor de vereniging en het publiek.
Meer informatie over (de geschiedenis van) Excelsior Barlo is welkom!
Chr. muziekvereniging Excelsior Bredevoort werd opgericht in 1925 en gaf negentig jaar later, in 2015 haar laatste concert. Bij het 40-jarig bestaan van Excelsior Bredevoort publiceerde Dagblad Tubantia op 27 oktober 1965 het volgende artikel over de feestelijkheden rondom het jubileum:
BREDEVOORT – De feestelijkheden rond het 40-jarig jubileum van de Chr. muziekvereniging Excelsior zijn gisteravond ingezet met een receptie in gebouw Ons Huis. Niet zomaar een receptie waar alleen talrijke handen werden geschud maar één waarop in talrijke toespraken ook duidelijk werd dat de vereniging een zeer grote plaats inneemt in de gemeenschap. De talrijke aangeboden cadeaus waren daar eveneens een bewijs van.
De climax van deze bijeenkomst werd bereikt toen een bedrag van f 3000 werd aangeboden, zijnde het geschenk van de bevolking. Twee leden, die vanaf de oprichting de vereniging hebben gediend, werden begiftigd met het gouden insigne van de Chr. Federatie.
Twee leden onderscheiden
Bijzonder origineel was de wijze waarop het damescomité dat cadeau van de bevolking aanbood. Mevrouw Piek overhandigde voorzitter M.J.I. Bruijel een trompetje waaruit hij maar moest zien de juiste noot te blazen. Het werd een zeer „hoge noot”, die uit de trompet in handen van penningmeester M. Veldboom dwarrelde. Toen de noot gekraakt was, bleek hij het zeer welkome bedrag van f 3000 te bevatten. Aan dit hoogtepunt waren tal van toespraken vooraf gegaan. Hierin kwam duidelijk tot uiting de grote plaats die Excelsior inneemt.
Burgemeester E.S. van Veen, die met de wethouders J.F.G. Nijkamp en H.A.J. Luiten aanwezig was, erkende graag dat de jubilerende vereniging door haar samenbinding en activiteit Bredevoort een graad van leefbaarheid heeft gegeven waarop menige gemeenschap jaloers kon zijn. De heer G. Hondorp uit Eibergen, die zowel de Gelderse bond als de federatie vertegenwoordigde, had de aangename taak om de leden D.J. Piek en A.J. te Selle, die 40 jaar actief lid van Excelsior zijn geweest, het gouden insigne met oorkonde te mogen overhandigen. Namens de Gelderse bond bood hij de vereniging een muzieknummer naar keuze aan.
De heer W. Kobus, die namens de ring het woord voerde, merkte o.m. op, dat, wanneer het echt zo is dat het leven bij veertig begint, er van Excelsior, gezien het hoge peil, dat nu reeds is bereikt, nog veel kan worden verwacht. Om de onmisbaarheid van Excelsior duidelijk te demonstreren, noemde de heer H. Eppink, sprekend namens kerkvoogdij en schoolbestuur, een feest zonder muziek een ei zonder zout: wel te eten maar niet af. Verder voerden het woord de heer A. Daniels als één der oprichters, de heer G.H. Wichers namens Bredevoorts gelang en de heer J. Wensink namens de hervormde jeugdraad.
Onder het toeziend oog van mevr. Piek en de heer Bruijel probeert de heer Veldboom de f 3.000-noot te kraken, welke even tevoren de heer Bruijel aan een trompet had ontlokt.
Voor een interessante beschouwing van het wel en wee over de afgelopen 40 jaar zorgde de secretaris H. Veldboom. Uit zijn aantekeningen bleek, dat de vereniging begon met 16 leden. Een collecte bracht f 600 op waarvan toen 16 tweedehands instrumenten zijn gekocht. Met dit sobere begin stapte Excelsior op de onderste sport van de muzikale ladder en „blies” zich in de loop der jaren omhoog tot in de afdeling Uitmuntendheid. Er gebeurde in deze periode meer. Dirigenten kwamen en gingen (zes in totaal); de zwarte pet werd geruild voor een hagelwitte en gedragen tot 1962.
De Bredevoortse gemeenschap vond het toen de tijd om „haar” korps in een prachtig uniform te steken. In datzelfde jaar werd ook het tamboerkorps opgericht. Enkele jaren daarvoor (1957) kreeg Excelsior een nieuw instrumentarium, nu niet voor f 600 maar voor f 12.000. Met een eenvoudig rekensommetje maakte de heer Veldboom de aanwezigen duidelijk dat, wanneer het korps thans op straat verschijnt, er zo’n slordige f 25.000 rond marcheert.
Tijdens de receptie kreeg Excelsior van de Gelderse bond een muzikale hulde gebracht door Advendo uit Lintelo. Bredevoorts mannenkoor zong na afloop enkele liederen. Het jubileumfeest wordt zaterdag voortgezet met een concert en een feestavond in Ons Huis.
Excelsior Bredevoort (1945)
Excelsior Bredevoort in actie
Afscheidsconcert Excelsior Bredevoort, 7 maart 2015
Laatste concert en ‘doorstart’
Op 7 maart 2015 gaf de Christelijke muziekvereniging Excelsior Bredevoort haar laatste concert. Aansluitend besloot een deel van de leden om een doorstart te maken met een muziekvereniging nieuwe stijl, onder de naam “Drum- en Muziekband Bredevoort” (DeMB). Begin 2023 werd bekend gemaakt dat de muziekverenigingen AOV uit Aalten en DeMB (Drumband En Muziekband Bredevoort) samen verder gaan als één harmonieorkest.
Op zaterdag 1 april 2023 gaven zij een fusieconcert in ’t Grachthuys in Bredevoort en werd de nieuwe naam onthuld: ‘Bredevoort Aalten Muziek Makerij’, oftewel BAMM.
Meer informatie over (de geschiedenis van) Excelsior Bredevoort is welkom!
Bij het dertigjarig bestaan van Advendo Lintelo publiceerde De Aaltensche Courant op 15 juli 1949 de volgende historie van de muziekvereniging:
Het was in 1919 meester W. Hillen, die de stoot gaf tot de oprichting en op 16 Juli van dat jaar aanschouwde de muziekvereniging te Lintelo het levenslicht. Twintig leden gaven zich op. Allereerst werd een passende naam gezocht en zo ontstond A.D.V.E.N.D.O. (Aangenaam Door Vereniging En Nuttig Door Oefening).
Toen kwam het voornaamste, men moest aan instrumenten zien te komen. Een collecte werd gehouden, die het respectabele bedrag van ƒ 664.— opbracht. Nu gingen de Lintelose muzikanten vol moed aan de slag onder leiding van meester Hillen. In de eerste uitvoering bleef men weliswaar steken, doch dit kon het enthousiasme voor de muziek slechts vergroten. In 1923 kreeg „Advendo” haar tweede directeur, de heer Joh. Ormel. In 1928 brak het grote ogenblik aan: „Advendo” gin naar het concours in Dinxperlo.
IJverig werd er gestudeerd en met een tweede prijs in de 4e afdeling kwam men ’s avonds terug. In 1930 werd de heer Kappert directeur. Een jaar later was het de heer D.J. Helmink uit Doetinchem, die de inmiddels weer vacante directeursplaats kwam innemen. Onder zijn leiding klom „Advendo” steeds hoger op de muzikale ladder. Talrijke prijzen werden op de diverse muziekconcoursen behaald, waarvan het hoogtepunt wel was de eerste prijs (afdeling Uitmuntendheid) in het voorjaar van 1939 op een concours te Zelhem behaald.
Toen enkele jaren daarvoor, het was in 1934, de financiën er niet zo gunstig voor stonden, werd besloten een bazar te houden. Vooral de heer R.J. van Lente heeft zich hier bijzonder voor ingespannen. Heel Lintelo hielp mee en het batig saldo, ruim ƒ 1200.— verdreef de sombere wolken. Hoezeer de Lintelose bevolking met „Advendo” meeleefde bleek, toen in 1937 een vaandel werd aangeboden.
Tijdens de oorlog
Toen in het najaar van 1939 de mobilisatie werd afgekondigd, en ook verschillende Lintelose jongens onder de wapenen werden geroepen, was het voor enige tijd met „Advendo” gedaan Ook de achterblijvers borgen hun instrumenten op, die na de terugkeer der soldaten, in 1940 pas weer werden tevoorschijn gehaald. In 1943 was het echter finaal afgelopen, toen de bezetter het Nederlandse verenigingsleven totaal onmogelijk maakte. Tijdens een repetitie werden enkele leden opgepakt. Het was vanzelfsprekend, dat het zilveren feest in alle stilte gevierd moest worden. Toch is het gevierd. Op de deel bij de fam. Veldhorst werd een ogenblik stilgestaan bij dit belangrijke feit.
Crescendo
Na de oorlog werden de repetities weer hervat onder leiding van de heer Helmink. Het corps is de inzinking, tengevolge van de oorlog, weer te boven. In Dinxperlo werden dit jaar twee eerste en een ereprijs behaald in de 1ste afdeling. Bij het volgende concours zal „Advendo” weer uitkomen in de afdeling Uitmuntendheid. Het corps telt op ’t ogenblik 29 leden. Alle concoursen die werden uitgeschreven door de Chr. Bond van Fanfare- en Harmoniecorpsen werden door „Advendo” bezocht. Sedert de oprichting is de heer G.J. Gussinklo „Claus” erelid, de heer R. J. van Lente sinds 1934 ere-voorzitter.
Avondfeest
Woensdagavond werd in het bos van de heer G.J. Gussinklo „Claus” het jubileumfeest gehouden. De heer R. J. van Lente, ere-voorzitter, sprak het openingswoord. Spreker wees in ’t bijzonder op de taak van de muziek bij de verheerlijking van Gods Naam. De heer A.J. Navis, „Zandbulten’, oud-secretaris, vertelde op komische wijze van het wel en wee van „Advendo” in deze dertig jaren. Hierna liet de muziekvereniging horen waartoe ze in staat waren. Correct werden enkele nummers ten beste gegeven.
De hoofdschotel van de avond werd gevormd door het toneelstuk „Een zwerver kwam”, opgevoerd door leden van de Chr. Oranjevereniging Barlo. Het stuk werd voortreffelijk voor het voetlicht gebracht, waarbij vooral het beheerste spel van de hoofdrolvertolker (S. de Kok) opviel. De aanwezigen hebben op deze mooie zomeravond te midden van een prachtige natuur, ten zeerste kunnen genieten. Vermeldenswaard is nog dat de geluidsinstallatie en de verlichting op keurige wijze was verzorgd.
Een foto uit het prille beginAaltensche Courant 11 juli 1939
Diny Jansen-Kempers (1940) en Wim Scholten (1936) uit Bredevoort vormden vanaf 1955 het zangduo Diny en Wim. Het tweetal kende elkaar van de jeugdvereniging. Scholten speelde gitaar, zong en schreef de liedjes.
Diny was 18 jaar toen het duo Diny en Wim werd ontdekt door Johnny Hoes, destijds de man van de lichte muziek. Snel daarna stond het duo in de studio van Phonogram in Hilversum. Er kwamen twee singles, een Nederlandstalige en één in Achterhoeks dialect, wat destijds al hun voorkeur had.
Na vier jaar ging het duo uit elkaar, om eind jaren 70 de draad weer op te pakken. Vanaf dat moment nam het koppel de ene na de andere plaat op. Ook Diny schreef toen liedjes in het dialect. Het door hen gezongen lied, “A’j plat kõnt praoten mo’j ’t neet laoten”, werd wekelijks gedraaid in het dialectprogramma van Arie Ribbers voor Omroep Gelderland.
Begin jaren 80 werd het duo Diny en Wim opnieuw ontdekt, ditmaal door platenlabel Ivory Tower. Meteen werd een langspeelplaat gemaakt met 12 zelfgeschreven Achterhoekse liedjes. Tussen 1983 en 1993 maakten Dini en Wim drie LP’s en een CD. Ook werkte men mee aan vijf LP’s in de serie “Achterhoek Plat” en diverse verzamel-LP’s. Ook werd in die tijd nog een single op de markt gebracht van het liedje: “A’j plat könt praoten mo’j ’t neer laoten”.
Wegens gezondheidsproblemen van Wim Scholten stopte het duo in 1993 definitief. Dirkjan Jansen, de zoon van Diny, nam daarna korte tijd de plaats in van Wim Scholten. Vanaf 2007 was Diny actief als koorleidster van twee smartlappenkoren, de Aladna’s uit Aalten en Het Dinxpers Smartlappenkoor.
Diny Jansen is op 27 september 2017 op 76-jarige leeftijd overleden in Aalten. Ze was zeker 60 jaar actief in de muziek.
Wie heeft er meer informatie over het duo Diny en Wim? Ook zijn wij benieuwd naar informatie over andere Oud-Aaltense artiesten, vooral als zij in de streektaal optraden.
Anthonius Julius Hendrikus (Ton) Kötter werd op 9 november 1906 geboren in Aalten, op nummer 184a (Hogestraat). Twee jaar na zijn geboorte verhuist het gezin naar Groesbeek. Op 23 mei 1929 trouwt Kötter in Ubbergen met Tobina Anna Maria van Spreeken (Rotterdam, 11 oktober 1896).
Toen hij twaalf jaar was, kreeg hij privé trompetles. Op zijn 14e kreeg hij viool- en trompetles aan de muziekschool in Nijmegen. Daarna studeerde hij privé muziektheorie en compositie. Hij werd lid van de Marinierskapel der Koninklijke Marine als trompettist. Aan de Hochschule für Musik in Berlijn studeerde hij compositie en orkest-directie bij professor Freidenberg en Wilhelm Furtwängler.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Kotter dirigent van verschillende harmonie- en fanfare-orkesten, o.a. van de Politiekapel te Nijmegen. In 1948 werd hij dirigent bij diverse orkesten in de omgeving van Tilburg, o.a. ook bij het bekende Koninklijke Harmonie “Sophia’s Vereeniging”, te Loon op Zand, en van 1950 tot 1965 van de Andels Fanfare Corps, Andel. Daarna dirigeerde hij Soli Deo Gloria in Enschede. In 1965 werd hij docent aan het Conservatorium Enschede. Van 1967 tot 1977 was hij dirigent van Excelsior Eibergen.
Het Bredevoorts volkslied is het volkslied van het Gelderse stadje Bredevoort. De tekst en de muziek zijn aan het begin van de 20e eeuw geschreven door dichter en organist Gerrit Rijks (24-03-1905 – 17-09-1987). Rijks was van 1921 tot 1984 organist van de Sint Joriskerk. Het lied wordt regelmatig op officiële gelegenheden ten gehore gebracht.
Tekst
Tussen natte, lage gronden, Tussen ‘t ruisend korenveld, Wordt “de heerlijkheid” gevonden, Die d’ historie vaak vermeldt. Daar waar in ’t grijs verleden, Zeer, zeer veel geleden is, Daar waar ook om onze vrijheid, Harde strijd gestreden is.
Daar waar eens mijn ouders woonden, Lief en leed steeds werd gedeeld, Daar, waar koning “Eendracht” troonde, En geen wanklank werd verheeld. Daar waar men elkander kende, En elkander steeds begreep, Open stond voor ieders noden, Samen torste menig leed.
Buiten dit beminde stadje; met zijn wallen en zijn gracht; Zijn de malse groene weiden, En de bossen vol van pracht; Daar hoort men de voog’lenkoren, Teder, lieflijk, ongestoord, Daar lacht de natuur u tegen, Wat den wand’laar steeds bekoort.
Is er door de loop der tijden, Zeer veel ouds te niet gegaan, De vaak onvolprezen “Eendracht”, Zal gewis niet ondergaan. Men waardeert elkanders streven, Men begrijpt elkanders taak, En vervult der buren plichten, Als de doodgewoonste zaak.
Bredevoort, mijn oude stadje, Met jouw grote kinderschaar, Blozend, stralend van gezondheid, Altijd lustig helpend klaar. Jullie zijn de hoop der toekomst, Maakt uw leven zo ’t behoort. Denkt vol trots aan het verleden, Van ons roemrijk Bredevoort.
Bredevoort, mijn oude stadje, Wat ge aan natuur ons biedt, Vindt men zeker, onomwonden, In de grote steden niet, Daarom zal mijn hartewens zijn, En van ieder, die het hoort: “Leve lang! M’n dierbaar plekje, Leve lang m’n Bredevoort”!
Bredevoort, m’n oude stadje, Bredevoort, m’n troetelkind, Bredevoort, m’n dierbaar plekje, Bredevoort de kindervrind, Bredevoort, de vriend van ouden, Bredevoort ons aller oord. Bredevoort, m’n oude stadje, Bredevoort, mijn Bredevoort.
Waar de ambachtslieden werken, En de nijv’re boerenstand Onverpoosd en onverdroten, ’t Land bewerkt met vaste hand, Waar men in volmaakte vrijheid, Mening en geloof waardeert, En de kennis van een ander, Met gepaste eerheid eert.
De tekst en de muziek van het Aaltens volkslied werden in 1935 geschreven en gecomponeerd door Johan Herman Janssen (16-02-1896 – 21-11-1966). Janssen werd geboren in Varsseveld en verhuisde op 14-jarige leeftijd met zijn ouders naar boerderij de Hiedtuunte in Lintelo. Later woonde hij in Doesburg.
Janssen was onder andere politieagent, fotograaf, wasbaas, orgelbouwer en carillonbouwer. Hij speelde trompet, piano, orgel en accordeon. Ook schreef hij revues en operettes en trad op als ‘Het boertje uut den Achterhoek’. Naast het volkslied van Aalten, schreef en componeerde Janssen ook het volkslied van Doesburg, Heelweg en Westendorp.
Het Aaltens volkslied wordt ook wel gezongen op de melodie van het Gelders volkslied. Maar hoewel dat ook heel mooi klinkt, is het – volgens onze bronnen – niet correct.
Muziek en tekst
Waar het oude Slingebeekje door een rustig dorpje vliedt waar een golvend heuvellandschap ons een prachtig uitzicht biedt waar de schitt’rende omgeving door een ieder wordt geroemd daar ligt in de oude Graafschap ’t dorp dat Aalten wordt genoemd. daar ligt in de oude Graafschap ’t dorp dat Aalten wordt genoemd.
Waar in ’t Loohuis en de Wolboom ons ’t natuurschoon tegenlacht waar het Walfort ons herinnert aan een vroeger voorgeslacht waar het bord “Verboden Toegang” ’t oog des wandlaars niet verstoort dat is Aalten, dat veel mensen kennen als hun liev’lingsoord. dat is Aalten, dat veel mensen kennen als hun liev’lingsoord.
Waar de nijvere bevolking ’t werk nog opgewekt verricht waar gastvrijheid vele jaren wordt beschouwd als ereplicht waar nog burenplicht vervuld wordt ’t zij bij vreugde of bij leed dat is ’t nooit volprezen Aalten ’t dorpje dat ik nooit vergeet dat is ’t nooit volprezen Aalten ’t dorpje dat ik nooit vergeet
Bronnen
‘Aalten, zoals het was – zoals het is’ (deel 2), E.M. Smilda & G.J. Timmer
De Klepperklumpkes van ’t Walfort was een folkloristische dansgroep uit Aalten. De groep werd opgericht op 10 mei 1954 met het doel om de Gelderse streekfolklore te bewaren voor het nageslacht. De leden van de groep waren gekleed in originele Gelderse (Achterhoekse) klederdracht, zoals deze omstreeks 1900 werd gedragen.
Het dansrepertoire bestond uit ongeveer 35 oude, meest Achterhoekse en Twentse dansen, die ook dateren uit die tijd. De meest bekende dansen zijn de Driekesman, Pot met bonen en de Hôksebarger, gedanst uiteraard op blank geschuurde klompen.
Graag geziene gast
De Klepperklumpkes was een actieve vereniging. Gedurende de afgelopen decennia traden zij op in diverse instellingen, op braderies en in vele landen. Zo was men een graag geziene gast op festivals in onder meer België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Oostenrijk, Slowakije, Spanje, Zweden en Zwitserland. Zelfs in China hebben ze opgetreden.
In de hoogtijdagen organiseerden de Klepperklumkes om de vier jaar een groot internationaal festival in Aalten, met vele buitenlandse gasten. Deze werden ondergebracht bij gastgezinnen en dat was voor velen van hen een bijzondere kennismaking met de buitenlandse dansers en hun folklore.
De dansgroep oefende de laatste jaren in de zaal van café Setz.
Na bijna 70 jaar zijn De Klepperklumpkes er in 2022 mee gestopt. De laatste jaren nam het aantal activiteiten steeds verder af. Veel leden waren op leeftijd, de conditie werd minder en nieuwe ledenaanwas ontbrak.
In 1919 kwamen een aantal Aaltenaren met dezelfde wens bijeen: ‘het oprichten van een strijkorkest’. Deze Aaltenaren waren de oprichters van de Aaltensche Orkest Vereeniging (AOV) in september 1919. Dit ging niet zonder slag of stoot. Er moesten meerdere besprekingen plaatsvinden, maar uiteindelijk startte de AOV met 12 leden, onder leiding van de heer P.J.J. Collard, die tevens de rol als voorzitter op zich nam.
Harmonieorkest
Een strijkorkest met maar 12 leden is natuurlijk niet groot genoeg. Toch heeft de AOV dit een aantal jaren zo volgehouden, tot de AOV in 1935 een verzoek kreeg van een andere vereniging, ‘Sempre Con Zelo’ genaamd. Sempre Con Zelo was een harmonieorkest dat in 1901 was opgericht, maar in 1935 werd ontbonden. Zij verzochten daarom de AOV om een harmonieafdeling op te richten.
Een lastige keuze voor het toenmalige bestuur van de AOV. Het bestuur kon het er niet over eens worden en lastte een ledenvergadering in. De uitkomst daarvan was, dat de AOV het voor een jaar wilde proberen. Dit bleek prima te verlopen en de harmonie en het strijkorkest (de symfonie) werden definitief samengevoegd. In de loop van de jaren bleek echter dat de belangstelling voor het symfonische gedeelte steeds minder werd. Daarom is de symfonie in 1953 opgeheven en werd de AOV een harmonieorkest.
In 1964 werd er een nieuw onderdeel aan de AOV toegevoegd, namelijk het tamboerkorps dat later de slagwerkgroep werd. Tevens is er enige tijd een majorettegroep actief geweest voor de AOV, maar deze is wegens te weinig belangstelling weer opgeheven. Ook had de AOV enkele jaren een dweilorkest, maar deze moest helaas stoppen.
Fusie
Begin 2023 werd bekend gemaakt dat de muziekverenigingen AOV uit Aalten en DeMB (Drumband en Muziekband Bredevoort) samen verder gaan als één harmonieorkest. DeMB komt voort uit muziekvereniging Excelsior Bredevoort die uit 1925 dateert.
Op zaterdag 1 april 2023 gaven zij een fusieconcert in ’t Grachthuys in Bredevoort en werd de nieuwe naam onthuld: ‘Bredevoort Aalten Muziek Makerij’, oftewel BAMM.
De Christelijke Muziekvereniging De Eendracht werd opgericht in 1896 en is daarmee de oudste muziekvereniging van Aalten.
Oprichting
Om de exacte oorsprong van muziekvereniging De Eendracht te ontdekken moeten we teruggaan naar 14 maart 1896. We lezen daar in de ‘Aaltensche Courant’, (uitgever firma gebr. de Boer, Aalten) een verslag van een uitvoering ter gelegenheid van het éénjarig bestaan van de chr. zangvereniging ‘Door Oefening tot Stichting’. Citerend uit dit verslag lezen we:
“De heer Staal, hoofd van de oude school aan de Bredevoortsestraatweg, hield onder het uitdelen der versnaperingen een toespraak over het schoone in de verschillende vormen, maar vooral in de muziek.”
Misschien ligt hierin wel de oorsprong van muziekvereniging De Eendracht, want in de krant van 31 oktober 1896 vinden we onder het plaatselijk nieuws het volgende:
“AALTEN – Bij de Chr. Zangvereeniging, onder leiding van den heer A. Rots, bestaat het voornemen een muziekkoor op te richten. Een lijst voor vrijwillige bijdragen circuleerde dezer dagen bij de ingezetenen, teneinde voor de aanschaffing der instrumenten het noodige geld bijeen te krijgen.”
En op 6 maart 1897 lezen we in de ‘Aaltense Courant’:
“Vrijdag 26 februari, herdacht de zangver. ‘Door Oefening tot Stichting’ haar tweejarig bestaan door onderlinge feestviering, zoals men zich herinneren zal, werd door enige leden in ’t laatst van het vorig jaar moeite gedaan gelden bijeen te brengen tot aanschaffing van enige instrumenten voor hoornmuziek. De moeite is in zoverre beloond, dat dankzij het eendrachtig samenwerken der leden en de leiding van den directeur en de steun van de Aaltense ingezetenen, dat op dezen avond de zangstukken konden worden afgewisseld door muziek.”
Zo was De Eendracht een feit geworden en er bleek ook animo voor te zijn, want zestien leden gaven zich op. Zij betaalden elk vijf gulden, totaal dus 80 gulden. Een begin was aanwezig, de rest werd bij de Aaltense ingezetenen opgehaald. Dhr. A. Rots werd in die tijd aangewezen als directeur (dirigent) en hij bestelde van het ingezamelde geld de eerste instrumenten. De eerste instrumenten waren twee cornets, twee bugels, twee alten, één tenor en één tuba. Samen acht instrumenten voor zestien muzikanten, zodat men om de beurt moest oefenen.
Beginjaren
De Eendracht was van oorsprong een fanfare, maar in latere jaren is gepoogd om van De Eendracht een harmoniecorps te maken. Oorzaak hiervan was dat het korps altijd maar 10 tot 15 leden had. Men was in de veronderstelling dat als men overschakelde naar een harmonie, de meer ‘gegoede burgers’ van Aalten lid zouden worden. Volgens sommigen klonk een harmonie nu eenmaal beter. Maar het liep op niets uit, want later werd het gewoon weer een fanfare.
Het programma van de concerten in die tijd waren over het algemeen van veel Franse titels voorzien. Nederlandse componisten voor harmonie en fanfare waren er niet of nauwelijks. In de periode 1914-1918 werd het een tijdje stil rond De Eendracht. De wereld was in oorlog. En ondanks dat Nederland niet direct bij deze oorlog betrokken was, zal dit toch wel invloed hebben gehad. In 1921 vierde de fanfare haar 25-jarig bestaan.
Langzamerhand kreeg De Eendracht behoefte om aan concoursen deel te nemen. In 1926 namen de leden van De Eendracht het initiatief tot het oprichten van een ‘Gelderse Chr. Bond van Harmonie- en Fanfarecorpsen’. Het eerste festival werd gehouden op 2 oktober 1926. Op tweede paasdag 1929 werd door Ds. Stegeman het vaandel aan De Eendracht aangeboden.
Crisisjaren
Van de jaren 1939-1940 is alleen nog een gecombineerd verslag te vinden. Hierin schreef de secretaris dat het moeilijk was in die tijd een muziekvereniging op de been te houden, doch schreef hij: “Meer dan ooit moeten wij nu opzien naar de naam welke in gouden letters op ons vaandel staat, want ‘Eendracht maakt macht’“. Daarna zwijgen de notulen even, alleen de penningmeester ging nog een poosje door, tot 1944. Daarna moesten alle culturele verenigingen op last van de bezetter lid worden van de zogenaamde ‘Kulturkammer’. De meeste verenigingen voelden daar niets voor en stelden zich tijdelijk op non-actief. In 1945 maakte men weer volop muziek en De Eendracht ging ook weer de straat op.
Tamboerkorps
In 1949, schafte men een tamboermaitrestok aan van de opbrengst van een bazar. Vanaf toen ging De Eendracht over straat met een tamboerkorps ervoor. In 1969 ging het niet zo goed met het tamboerkorps, de repetities werden slecht bezocht en de voornamelijk oudere leden verlieten dit korps. Na verloop van tijd ging het tamboerkorps min of meer verloren. Men besloot hierna een geheel nieuwe groep op te starten, met voornamelijk jongere leden.
Uniformen
In 1962 was het dan zover, De Eendracht werd in haar eerste uniform gestoken. Door veel feestweken en de gulheid van de Aaltense bevolking werd het mogelijk dergelijk materiaal aan te schaffen. Ook werd er in dat jaar een ‘muziekschool’ opgericht. In 1972 bestond ‘De Eendracht’ 75 jaar, en kreeg symbolisch een nieuwe vaandel aangeboden, maar pas in 1973 had ‘De Eendracht’ er beschikking over. Enige jaren later, in 1977, organiseerde De Eendracht een grandioze eendagsactie, die genoeg geld opbracht om nieuwe uniformen aan te schaffen.
100-jarig jubileum
Als opmaat naar het honderdjarig bestaan gaf De Eendracht in januari 1996 een nieuwjaarsconcert. Het jaar 1996 stond bol van activiteiten. Maar de grootste wens was een CD uitbrengen, met fanfaremuziek van de fanfare, maar ook het tamboer- en lyrakorps (inmiddels omgedoopt tot Melody-en Percussion Ensemble) werkte mee aan de opnames. Om het hele gebeuren rond het eeuwfeest te promoten werd een dweilorkest geformeerd uit vrijwillige muzikanten. Er bleek duidelijk behoefte aan een dergelijke groep, want ze werden veelvuldig gevraagd om festiviteiten op te luisteren, waaronder de Gerard Tebroke Memorialloop en de Aaltendagen.
Op vrijdag 29 november vond in De Pol een receptie plaats waar vele sprekers en ander bezoekers waaronder oud-leden De Eendracht geluk wensten met het honderdjarig bestaan. Burgemeester Bouwers van Aalten onderscheidde De Eendracht namens de koningin met de Koninklijke Erepenning. Tijdens de receptie kreeg de honderdjarige een serenade van de plaatselijke zusterverenigingen en de vendeliers van Sint Helena. Ook het dweilorkest van De Eendracht bracht een muzikale groet. Op 30 november 1996 gaf De Eendracht een jubileumconcert in De Pol, waar alle geledingen van De Eendracht aan meewerkten.
Tien jaar eerder, in 1986, verscheen een boekje ”de geschiedenis van een fanfarekorps“, geschreven door A.J.A. Stronks en uitgegeven door Drukkerij Wikkerink.
Eigen gebouw
Rond de eeuwwisseling kwam de wens weer naar boven om over een eigen gebouw te beschikken voor De Eendracht. Er was in het verleden ook al eens geprobeerd iets dergelijks op poten te zetten, maar dat strandde door geldgebrek. Men ging op zoek naar een geschikte locatie. Nadat verschillende locaties de revue waren gepasseerd kwam een perceel aan de Nijverheidsweg in beeld. Dit was de plek waar het gebouw van muziekvereniging De Eendracht zou komen. Op 22 november 2008 was het muziekgebouw klaar en kreeg de naam ‘De Opmaat’.
Ondanks en misschien juist doordat zijn vader hem al jong de maat van de muziek bijbracht met een pook op de kachelrand, heeft de Aaltenaar Jan Kappers altijd een groot gevoel voor ritmiek gehad. Vader Kappers heeft zijn zoon veel meegegeven op het gebied van de muziek en daarvoor is Jan nog altijd dankbaar. Nu is hij zelf al weer langer dan veertig jaar bezig met het opleiden van anderen in de muziek en nog altijd heeft hij er niet genoeg van. „Muziek en bloemen geven klank en kleur aan het leven. Beiden zou ik niet kunnen missen” zegt de man die in de regionale muziekwereld een bekende figuur is geworden.
Jan Kappers: “Een tambour-maître moet zelfbeheersing hebben.”
„Muziek is voor mij belangrijk. Je maakt er vrienden door en het samen spelen en dan te komen tot een harmonieus geheel is het mooiste wat er bestaat. En bloemen en muziek zijn naar mijn mening nauw aan elkaar verwant, zodat ook bloemen mijn liefde hebben” vertelt Jan Kappers in zijn woning aan de Slingelaan in Aalten.
Al heel wat mensen in de regio heeft hij op het muzikale pad geholpen. „Daardoor heb ik een grote vriendenkring opgebouwd. Vroeger was ik er bijna dag en nacht mee bezig, maar de laatste jaren doe ik het toch wat kalmer aan”.
Als Jan opsomt wat hij nog aan muziek doet, dan blijkt dat niet gering te zijn. Hij heeft een aantal korpsen onder zijn hoede en bijna elke middag en avond komen kinderen en ook volwassenen naar hem toe om de fijne kneepjes van de muziek te leren.
„Bij mezelf zat de muziek er al vroeg in. Mijn vader was er veel mee bezig en dan leer je het vanzelf. Wanneer ik het nog net zolang wil doen als mijn vader, dan heb ik nog even te gaan” lacht Jan Kappers, wiens vader op 78-jarige leeftijd nog de baspartij meeblies bij de Eendracht.
Jan vertelt dat hij op negenjarige leeftijd de eerste muzieklessen kreeg van Bram te Loo en daarna van de vermaarde Bredevoortse dirigent Willem Wensink. „Ik weet van Wensink nog, dat hij de trompet aan een touw ophing. Dan moest je, met de handen op de rug, hierop blazen. Eerst na lang oefenen heb ik dat geleerd” voegt hij er aan toe.
Tijdens en na de oorlog
Na militaire dienst en de mobilisatie kwam Jan op het Aaltense distributiekantoor terecht. Daar deed hij alles wat van de Duitse bezetter niet mocht. Hij werd opgepakt. Een tijdlang was er geen muziek voor hem. Maar na de oorlog pakte hij de draad weer op en gaf nu zelf de maat aan. Hij begon met de oprichting van een jeugd- en tamboerkorps bij de Eendracht.
Er was veel animo voor, zo meteen na de oorlog. Men repeteerde in het toenmalige gebouw Patrimonium maar bij mooi weer trok men naar buiten. Het tamboerkorps werd daar niet altijd met evenveel vreugde ontvangen.
„Het was soms ook niet om aan te horen” bekent Jan Kappers, en hij vertelt dat in het voorjaar het jongvee in de weilanden op de vlucht sloeg als de tamboers voorbij kwamen.
In deze jaren na de oorlog oogstte Jan veel succes met zijn jeugd- en tamboerkorps. Zijn succes bleef niet onopgemerkt en werd hij een veelgevraagd man. Achtereenvolgens was hij dirigent of instructeur bij korpsen in Dinxperlo, Varsseveld, Silvolde, Groenlo, Zieuwent en Bredevoort.
Jan studeerde door en behaalde de bevoegdheid als docent. Veel van zijn leerlingen hebben het ook een heel eind gebracht in de muziek, carrière gemaakt als dirigent of instructeur.
Discipline
Waar Jan in de muziek grote waarde aan hecht is de discipline. „Vooral in concerten en concoursen is deze noodzakelijkheid. Maar ook nu de jeugd veel vrijer is dan vroeger, moet deze discipline er zijn” vindt hij. Het opleiden van jeugdige musici ligt Jan wel. „Vooral als er aanleg is, komt het plezier vanzelf en dan worden het goede muzikanten”. Jan heeft ook tambour-maîtres opgeleid. „Die hebben een heel eigen en niet gemakkelijke taak” vindt hij.
De tambour-maître moet zelfbeheersing hebben. Dat schetst Jan met zijn verhaal over een van de eerste keren dat hij met het tamboerkorps van de Eendracht deelnam aan een concours. „Dat was in Ermelo. Er waren drie juryleden, die rond het korps liepen. Er kwam de opdracht om te beginnen. Maar één van de juryleden stond in de weg en de tambour-maître hield zijn mond stijf dicht. Totdat het jurylid uit de weg ging. We haalden wel een eerste prijs”.
De R.K. muziekvereniging Wilskracht werd op 12 februari 1931 opgericht door pastoor Wilhelmus Boerma (1888–1968). Het eerste bestuur bestond uit voorzitter B.W. Berendsen, secretaris G.B. Wubbels, penningmeester B.J. Betting en commissaris J. Jetten. De directeur van het herenkoor, Willem Wensink, werd ook directeur van Wilskracht.
De vereniging was een onderafdeling van de R.K. Werkmansvereniging (RKWV). Alleen vakbondsleden konden volledig lid worden, niet-leden kregen de status van hospitant. Pastoor Boerma stelde een reglement van 51 artikelen op, waarbij artikel 49 en 50 bepaalden dat alle bestuursbesluiten ter goedkeuring aan de geestelijk adviseur moesten worden voorgelegd en zonder diens goedkeuring geen rechtskracht hadden.
Onmiddellijk na de oprichting traden een groot aantal jongemannen toe tot de vereniging. Zij kregen een muziekinstrument in bruikleen van het kerkbestuur. Met hun handtekening beloofden zij het instrument zorgvuldig te behandelen.
De Harmonie „Wilskracht” te Bredevoort. Zittend het bestuur, v.l.n.r. de heeren J.H.A. Harmsen (penningm.), A. Veldkamp (secr.), W.J. Wensink (directeur), J.B.J. de Vries (voorz.), G.B. Wubbels (2de voorz.) en uiterst rechts J.H. Ebbers (commissaris). Foto: De Graafschapbode, 12 augustus 1938.
Interne conflicten
Wilskracht kende een roerige geschiedenis. Een steeds terugkerende bron van conflicten was de achterstand in de contributie. Deze bedroeg vijf cent per week, maar niet alle leden voldeden aan deze verplichting. Ook gedroegen sommige leden zich eigenwijs en brutaal tegen de directeur.
In de volksmond werd Wilskracht spottend de ‘rooms-katholieke muziekvereniging Wensink en Jetten’ genoemd, omdat die beide families een groot stempel op de club drukten en elkaar daarbij geregeld dwars zaten.
Optredens
Wilskracht verzorgde muzikale medewerking aan liturgische vieringen, zoals de huldiging van organist Jans Betting in mei 1949, ter gelegenheid van zijn pauselijke onderscheiding. Daarnaast trad het korps op bij regionale festivals. Op het programmablaadje van het festival op landgoed Geers te Lievelde staat Wilskracht vermeld naast fanfare St. Willibrord en harmonie St. Caecilia Zieuwent.
Door de eigenwijsheid van vele leden heersten er binnen Wilskracht geheel eigen opvattingen over de gewenste manier van optreden. Zo was er in de jaren vijftig een dekenale dag in Groenlo waar vele katholieke muziekkorpsen aan deelnamen. De korpsen marcheerden over straat, voorafgegaan door een kind met een naambordje. De optocht was al ver gevorderd toen het kind met de naam Wilskracht voorbijkwam. Daarachter was een groot gat. Waar bleef Wilskracht? Na enkele minuten kwam de Bredevoortse muziekvereniging de hoek om in een eigen Pruisisch marstempo, langzamer dan alle andere groepen. Wilskracht meende dat zij zich niet aan de anderen hoefde aan te passen maar de anderen aan hen!
Opheffing
In 1964 maakte het bestuur op een algemene ledenvergadering bekend dat de vereniging wegens geringe belangstelling “voorlopig te ruste” werd gelegd. Ter vervanging werd een jeugddrumband opgericht met 27 jongens en meisjes onder leiding van Bernhard Aversteeg uit Aalten. Deze drumband ging enkele jaren later op in het jongerenkoor. Muziekvereniging Wilskracht bevindt zich tot op heden in ruste.
Bronnen
Wessels, Jos, Nazareth: Bredevoort en zijn katholieken, Aalten: Fagus
Dit artikel is nog in bewerking. Aanvullingen, zowel tekst als foto’s, zijn welkom!
“Symphonia” was een gemengd zangkoor uit Aalten, opgericht in november 1868.
4 Augustus 1875 – De buitengewone openbare uitvoering der zangvereniging „Symphonia” gisteravond, viel over het geheel goed uit. Bijna alle stukken werden goed gezongen en vielen wel in den smaak van de hoorders, die thans in groter getal dan gewoonlijk de uitvoering bijwoonden. Wij wensen de vereniging met den goeden afloop geluk en wensen hare leden lust toe, om zich met ijver te blijven toeleggen op het beoefenen ener kunst, die in hoge mate een gunstige invloed kan hebben op de beschaving en veredeling van den mens. Volgens gewoonte werd het concert door een bal gevolgd.
29 November 1884 – Donderdagavond hield het zanggezelschap „Symphonia” hare 2e openbare uitvoering. Als altijd was het programma vol afwisseling. Het werd dan ook met ingenomenheid begroet, getuige vooral de luide bijvalsbetuigingen, die de verschillende nummers ontvingen. Het is dan ook jammer, dat de opkomst veel te wenschen overliet en de hoop uit zich, dat bij een volgend optreden, niet alleen het gehoor grooter zal zijn, maar dat „Symphonia” door het aanwinnen van krachten nog sterker worde, als zij nu reeds is.
4 Juni 1885 – De zangvereniging Symphonia gaf dinsdagavond een gewone openbare uitvoering. Deze was wel niet in alle opzichten onberispelijk en ook was de keuze der stukken o. i. niet altijd even gelukkig, doch over het geheel kon men alleszins tevreden wezen en we brengen gaarne een woord van welverdienden dank aan den ijverigen directeur zoowel als aan de leden van Symphonia voor den genoegelijken avond, dien ze aan de hoorders hebben verschaft. Met opgewektheid werd er gezongen en gespeeld en de meeste stukken werden dan ook levendig toegejuicht. Wanneer de vereeniging met ijver op den ingeslagen weg blijft voortgaan, dan is er niet aan te twijfelen, of hare uitvoeringen zullen in degelijkheid bljjven toenemen. De opkomst was talrijker dan vroeger wel eens het geval was, doch gaarne hadden we nog meer belangstelling gezien. Moge ook deze blijven toenemen en zulks de vereeniging aansporen zich met lust te blijven oefenen in eene kunst, waarmede zij zoowel aan de leden zelven als aan anderen een veredelend genot verschaft. Het was zeker voor velen eene aangename verrassing, den vroegeren directeur van Symphonia, den heer Van Voorst, eenige solonummers te hooren zingen. Recht gezellig bleven de meesten na de uitvoering nog een paar uur bijeen, terwijl van de gelegenheid tot dansen door velen werd gebruik gemaakt.
22 November 1893 – Het feest dat onze zangvereniging Symphonia gisteren vierde ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan, was recht gezellig en werd door vele belangstellenden bijgewoond. De zaal der sociëteit was voor deze bijzondere gelegenheid keurig groen gemaakt. De president der vereeniging, de heer Ter Weel, heette de aanwezigen welkom en deelde mede, dat een oud- en indertijd zeer verdienstelijk lid van Symphonia, vanuit hare tegenwoordige woonplaats Bielefeld, per telegram haar heilgroet overzond. De voorlezing hiervan lokte een warme toejuiching uit. Het feestprogramma bevatte 12 stukken, die met groote belangstelling werden aangehoord en een welverdienden bijval verwierven. De gewaardeerde medewerking van den heer Maurik uit Terborg en van mejuffrouw Goossens uit Nijmegen , die o.a. op eene zeer verdienstelijke wijze eenige solo’s ten gehoore brachten, droeg niet weinig bij tot het welslagen van het feest. Ook mejuffrouw M. verdient lof voor de wijze, waarop ze een der grootste maar stellig ook eender schoonste nummers accompagneerde. Toen het concert was afgeloopen, bleven bijna allen nog een paar uur recht gezellig bijeen. Van de gelegenheid om te dansen werd met opgewektheid gebruik gemaakt. De voordracht van een niet op het programma genoemd duet voor sopraan en tenor gaf, vooral voor de niet dansenden eene aangename afwisseling. Van harte wensen we Symphonia geluk met het goed geslaagde feest. Met voldoening mag de vereeniging terug zien op het tijdperk, dat achter haar ligt. Mogen hare leden met nieuwen lust voortgaan onder leiding van den heer Cöllen, directeur van Symphonia, zich te oefenen in eene kunst, die een veredelend genot verschaft en daardoor een schoon doel nastreeft.
Aaltensche Courant, 1 juli 1899
2 December 1908 – Het 40-jarig bestaan van de zangvereeniging “Symphonia” alhier is gisteravond door de leden en oud-leden feestelijk herdacht. In de versierde sociëteitszaal bracht het zangkoor onder leiding van zijn directeur, de heer J. Cöllen, een viertal zangstukken ten gehoore en daarna werd het feest verder met voordrachten, muziek en zang voortgezet.
17 Januari 1916 – De gemengde zangvereeniging „Symphonia” van Aalten, onder directie van den heer W.J. Knuvers uit Terborg, gaf gisteravond een uitvoering in de concertzaal „De IJssel” aldaar. De groote zaal was vol en dat wil hier heel wat zeggen. De toehoorders hebben een mooie avond gehad; een avond van kunstgenot. Ofschoon de heer Peters, de president der vereeniging, de clementie der aanwezigen inriep, daar sopraan en tenor door familieomstandigheden plotseling verhinderd waren; waardoor anderen onvoorbereid hunne plaats moesten innemen, moeten we bekennen, dat deze invallers hun taak naar behooren vervulden. Het hoofdnummer van het programma was „Das Lied von der Glocke”, van Schiller (muziek van Romberg), een lang stuk met zeer vele technische moeilijkheden. Het koor had zeer vele mooie oogenblikken en ook de solisten, zoowel dames als heeren, kweten zich van hun taak op een wijze boven allen lof verheven. Solisten waren de heeren Veldkamp van Frankfurt, bas (meistersolo) en W.H. ten Braak van Rotterdam, tenor. ’t Was een genot naar het zingen van deze solisten te luisteren, vooral de baszanger beschikt over een prachtig breed geluid. Ook voor de tenor, niets dan lof, hij beschikt over een prachtig stemgeluid. Het krachtig applaus aan het einde van het stuk, gold dan ook voor een niet gering deel deze heeren. Ook de begeleiding kweet zich voortreffelijk van haar taak. Aan het eind van het stuk brak een storm van applaus los, die minuten lang aanhield en die wel het bewijs gaven, hoezeer het voorgedragene werd gewaardeerd. Vermelden we verder nog dat het overige deel van het programma keurig werd afgewerkt en dat de heer Ten Braak nog eenige zeer toegejuichte solo’s ten beste gaf, en dan kunnen we gevoegelijk volstaan met in te stemmen met de slotwoorden van den heer Peters, die verklaarde, dat “Symphonia” onder zijn tegenwoordigen directeur, den heer Knuvers, was geworden wat het nu was, en den aanwezigen verzocht met hem aan te heffen een “Lang leve de directeur”, waaraan met geestdrift werd voldaan. Tot slot werden nog een paar uurtjes gezellig dansende doorgebracht.
13 Februari 1918 – Tot directeur der zangvereeniging „Symphonia” alhier is benoemd de heer L.J. van Mechelen, in de plaats van den heer W.J. Knüvers, uit Terborg, die wegens den verminderden treinenloop deze functie moeilijk kon vervuilen. In November a.s. heeft deze gemengde zangvereeniging 50-jaar bestaan.
11 Februari 1919 – Tot directeur van de zangvereeniging „Symphonia alhier is benoemd de heer H. Rijks te Winterswijk.
12 November 1927 – Gisteravond gaf de Zangvereeniging „Symphonia” onder leiding van den heer Hendrik Veldkamp een uitstekend geslaagd concert in de sociëteit op ’t Blik. Op het programma stonden twee groote, en nieuwe stukken „Die Nacht”, ballade voor gemengd koor, solo en orkest van Julius Otto en scènes uit „Orpheus” van Chr. Gluck. Beiden werden prachtig gezongen, zoowel de koorgedeelten als de solo’s. De laatste waren in vertrouwde handen. Mej. Günder uit Bocholt is hier geen vreemde; als steeds trof weer de mooie sopraanstem. Ook de dames Lengkeek uit Apeldoorn zongen mooi. Het orkest Langheinrich uit Bocholt, voltooide het geheel. Zeker door het vele dat er in November op uitgaan-gebied te genieten valt, was er maar weinig publiek. De afwezigen hebben een avond van goede muziek gemist.
10 Maart 1930 – De gemengde zangvereeniging „Symphonia”, die door gebrek aan heerenleden reeds eenige jaren „rustende” was, heeft nu door meer belangstelling van het sterke geslacht, besloten de repetities te hervatten. Evenals vroeger zal nu ook de heer Hendrik Veldkamp uit Frankfurt a. M., die hier in de omgeving als directeur alom bekend is, de leiding van het koor op zich nemen.
21 Maart 1930 – De pogingen om de gem. zangvereen. „Symphonia” weer. nieuw leven in te blazen zijn geslaagd. Gisterenavond zijn de repetities onder leiding van den lieer Hendrik Veldkamp met een groot aantal oude en nieuwe leden weer begonnen.
23 September 1941 – Vrijdagavond bereikte ons het bericht, dat de heer Hendrik Veldkamp in het ziekenhuis te Borken in Duitsland was overleden. Hendrik Veldkamp, concertzanger en koordirigent, werd in 1875 in Aalten geboren. Reeds vroeg openbaarde zich zijn muzikale talent en opvallend mooie stem. Zijn eerste piano- en zanglessen ontving hij bij Limbach te Aalten, vervolgens werd hij leerling van de Rijkskweekschool te Nijmegen, waar hij muzieklessen ontving van Leon C. Bouwman en zangles van mej. M. den Hoek. In 1900 echter begon hij zijn eigenlijke muziekstudies aan het Conservatorium te Frankfurt a/M, waar hij al spoedig tot de uitblinkers behoorde. Na voltooide studie werd hij solist aan de Opera te Frankfurt, en zong hij in verschillende steden van Duitsland, o.a. Berlijn, Hamburg, Mannheim, Basel enz. De (eerste, red.) wereldoorlog was er de oorzaak van dat hij naar zijn vaderland terugkeerde en zich weer in Aalten vestigde. Als dirigent van zangverenigingen en zangleraar kreeg hij spoedig een goeden naam. „Symphonia” en de Chr. Oratoriumvereen. te Aalten hadden in hem een dirigent, die praktisch alles met zijn koor wist te bereiken. Met een betrekkelijk kleine Oratorium Vereeniging slaagde hij er zelfs in 1933 in de Mattheüs Passion te geven, waarmee zowel dirigent als koor een overweldigend succes hadden. In Winterswijk dirigeerde hij lange tijd de Operette Vereeniging aldaar. Een maagziekte, waaraan hij de laatste maanden leed, en waarvoor hij te Munster een operatie had ondergaan, was oorzaak van zijn verscheiden in het ziekenhuis te Borken. Hij bereikte den 66-jarigen leeftijd. Zijn stoffelijk overschot zal te Wiesbaden ter aarde worden besteld. De treurige mare van zijn heengaan zal door allen die onder zijn leiding gezongen hebben, en die de heer Veldkamp als een altijd goed gehumeurde dirigent leerden kennen ongetwijfeld met weemoed vernomen zijn.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.