Het Jugendstilpand ‘Villa Maria’ aan de Misterstraat 4(a) is begin vorige eeuw gebouwd in opdracht van textielfabrikant J. Müter, compagnon van Josephus van Eyck. Het ontwerp is van de Winterswijkse architect J.J. Post. In 1915 werd de villa aan de linkerzijde voorzien van een kantoorgedeelte in dezelfde stijl.
Deze villa in Jugendstil is rond 1910 gebouwd in opdracht van textielfabrikant Petrus Joseph Marie (Piet) Sevink (1885-1960). Hij was gehuwd met Catharina Theodora Maria (Cato) Hulshof (1886-1954). De villa is vernoemd naar de plaats waar Piet vandaan kwam: Vierakker.
Na de familie Sevink woonde onder andere meester Van Velden in het pand. De familie Piek woonde al eens een tijdje op de bovenverdieping. Tot 2016 werd de villa bewoond door de familie Van der Geest.
Op de Haart waren vroeger twee scholen, de Openbare Lagere (later Ned. Hervormde) School op de ‘Voor-Haart’ en de Christelijke Nationale School op de ‘Achter-Haart’. De Openbare / NH School stond aan de Haartseweg 17, centraal in de buurtschap (Voor-Haart).
Opgericht als openbare lagere school (OLS), werd deze in 1924 ‘omgedoopt’ tot een Nederlands Hervormde school. In 1978 gingen beide scholen op de Haart samen en werd de nieuwe school ’t Möllenveld geopend.
Jongerencentrum
Het schoolgebouw op de Achter-Haart werd afgebroken, maar de voormalige Hervormde school kennen veel Aaltenaren tegenwoordig beter als Jongerencentrum Atlantic.
Toentertijd ontstaan uit twee ‘kippenhokken’ met de illustere namen Reflection en Jofel, zag Jongerencentrum Atlantic op 10 februari 1979 het levenslicht. De naam werd, zo democratisch mogelijk, gekozen door middel van een prijsvraag.
In het voormalige gebouw van de Coöperatieve Landbouwvereniging (CLV) aan de spoorlijn Arnhem-Winterswijk was jarenlang jeugdcentrum i’Varca gevestigd. Dit centrum was vroeger een begrip in Lintelo en omstreken en trok wekelijks honderden bezoekers.
Het begin
Begin jaren ’70 waren er verschillende zogenaamde “kippenhokdisco’s” waar jongeren bij elkaar kwamen. Bij een groep jongeren in Lintelo ontstond echter het idee om een groter jeugdcentrum op te richten, dat toegankelijk zou zijn voor meer jongeren uit de regio.
In 1973 verleende de gemeente Aalten toestemming om de leegstaande, voormalige kleuterschool achter Gebouw Wilhelmina aan de Schooldijk in te richten als jeugdcentrum. Vrijwilligers uit Lintelo werkten samen om het gebouw om te bouwen tot een sfeervolle ruimte met onder andere een bar, een geluidsinstallatie en een biljart. In april 1974 werd het centrum geopend onder de naam i’Varca (Grieks voor “De Ark”).
Het jeugdcentrum trok al snel veel bezoekers, maar door de toenemende populariteit en de slechte staat van het gebouw werd een verhuizing noodzakelijk.
CLV-gebouw
Eind 1976 kwam de voormalige maalderij ’t Halt aan de Halteweg in Lintelo beschikbaar. Dit gebouw, rond 1928 gebouwd voor de Coöperatieve Landbouwvereniging (CLV), diende destijds als overslagplaats bij het spooremplacement. Goederen konden vanaf het rangeerspoor op het losperron van het gebouw worden gelost. De leden van de vereniging, de boeren, kregen bericht zodra er een lading kunstmest, landbouwmachines of kolen was gearriveerd. Later was het gebouw in gebruik bij de Firma Brethouwer, die er plastic flessen produceerde voordat het bedrijf naar het industrieterrein van Aalten verhuisde.
Voordat de loods van de CLV werd gebouwd, stond er van ca. 1920 tot 1928 een gebouw van de GOLS dichter bij de spoorlijn. Vermoedelijk verdween deze bij de aanleg van het rangeerspoor.
Verhuizing
De gemeente Aalten steunde het plan van i’Varca om naar ’t Halt te verhuizen. De Stichting voor Sociaal-Cultureel Werk in Aalten (SCWA) kocht het pand en verhuurde het aan i’Varca.
Het nieuwe jeugdcentrum kreeg drie zalen: een filmzaal, een ontmoetingsruimte met bar, en een bovenzaal met biljart en leeshoek. Verder waren er een kantoor, garderobe en toiletten. De filmzaal werd ingericht voor diverse activiteiten zoals optredens, films, tafeltennis en grote bijeenkomsten, terwijl de bovenzaal een rustige ruimte bood voor ontspanning en discussie. De officiële opening werd op 7 april 1979 verricht door burgemeester Bekius. Kort daarna werd het oude kleuterschooltje gesloopt.
Hoogtijdagen en sluiting
In de daaropvolgende decennia groeide i’Varca uit tot een regionaal begrip. Het centrum had in zijn hoogtijdagen (tussen 1995 en 2007) jaarlijks tot wel 2500 leden en trok op piekavonden ruim 500 bezoekers. Wekelijks waren ruim 150 vrijwilligers actief om alles in goede banen te leiden.
In 2013 moest i’Varca wegens teruglopende bezoekersaantallen zijn deuren sluiten. Op 24 juli 2014 brak er brand uit in het leegstaande pand, waarna de restanten werden gesloopt.
Een jaar na de sluiting verscheen een gedenkboek, ‘i’Varca – Verankerd in onze jeugd’, geschreven door Annet Westerveld en Marijn Kraaijenbrink en uitgegeven door uitgeverij Fagus. Het boek documenteert de geschiedenis van het jeugdcentrum vanaf de oprichting in 1974 tot aan de brand in 2014.
Eigenaren
GOLS-gebouw (ca. 1920-1928)
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1922
H-3525
Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij
2.110 m² landbouwloods, losplaats (dj. 1929: slooping)
De Ahof of De Pol is een verdwenen havezate en voormalig landgoed aan de rand van het dorp Aalten. In oude geschriften wordt het vermeld als ‘Hof ten Ahave’, wat later werd afgekort tot Ahof. De naam is afgeleid van het woord ‘aa’ (water), dus Hof aan het water.
Vroege geschiedenis
De Ahof werd voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1281, horig aan de heerlijkheid Bredevoort. Later werd het in leen gegeven aan de Graaf van Lohn, die zetelde op het slot in Stadtlohn. Van het oorspronkelijke landgoed en havezate, boerderij en bijbehorende watermolen is weinig bewaard gebleven. Het is dan ook niet bekend hoe de oude havezate eruitzag.
De huidige monumentale herenboerderij ‘De Pol’ dateert uit 1743. Het is één van de oudste bouwwerken van Aalten en was lange tijd ook één van de voornaamste boerderijen. De naam ‘De Pol verwijst naar een verhoging in het landschap.
Gracht en watermolen
Aan het begin van de 20e eeuw schreef de Rotterdammer P. van de Weele een boekje over de havezathe. De oudste bewoonster die hij kon achterhalen was de weduwe Trijne van Ahave, die er in 1529 woonde. De naam van haar echtgenoot bleef echter onbekend.
Van der Weele schreef dat de gracht rond het gebouw nog niet zo lang daarvoor was gedempt. De gracht stond in verbinding met de Slingebeek. Aan de westkant van de havezathe stond een watermolen, die uit twee gebouwen bestond aan weerszijden van de beek. De molen diende zowel als koren- en oliemolen, maar raakte eind 19e eeuw in verval. In 1901 werden de molen en bijbehorende gebouwen door de gemeente gesloopt.
In de tijd dat Van der Weele het boekje over de havezathe schreef was Engelbartha Hendrika Arentzen de laatste van het geslacht dat lang op het huis heeft gewoond. Begin 20e eeuw kwam De Pol in bezit van de familie Prinsen, met Hente Prinsen als laatste bewoner.
Sociale functie
Burgemeester Bekius heeft zich ingezet om het gebouw in zijn oorspronkelijke staat te behouden. Door de eeuwen heen heeft De Pol een sociale functie vervuld. Eeuwen geleden was het een belangrijke ontmoetingsplaats omdat de voornaamste boer er woonde. In de Franse tijd was het een verzamelplaats voor verzetsactiviteiten en in 1906 het decor van de eerste voetbalwedstrijd in Aalten. In 1988 kreeg De Ahof een nieuwe bestemming als kinderboerderij.
Archieven
Verpondingskohier 1647
Reiner Grievinck Schulte ten Ahave. Huis end schuijr op 18 dlr. 27 – 0 -. Een hof groot 3 sp. gesaeis 9 – 0 -. t’Blijck 3 mdr. gesaeis 25 – 0 -. Op t’Bergh stuck 2 1/2 mdr. 20 – 16 – 8. Rovenkampken 2 sch. 4 – 3 -. t’Weideken an t’Blick 3 sch. 6 – 4 – 8. Klouvers camp 5 sch. 10 – 8 -. Den Meulencamp 1 mdr. 8 – 6 – 8. Inslagh t’Seechfrede gnt., 3 koeweidens is in de Haert angegeven. Op den Esch 2 sch. gesaeis 4 – 3 -.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-185
Roelof Arentzen, assessor
2.940 m² huis, schuur & erf
1881
I-185
Bernardus Arentzen, kunstdraaijer
2.940 m² huis & schuur
1894
I-4561
Engelbartha Hendrika Arentzen
6.411 m² huis, erf & tuin
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Reijntgen ten Ahoff (Aalten – Aalten, 1567), trouwt (1) < 1542 met Styne to Kortbeck (Heurne – Aalten, 1549/1550), d.v. Johan en Alyth te Cortbeeck (2) met Hilleken
Volgende bewoners, dochter van Reijntgen en Stijne en schoonzoon:
Johan Grevinck (Aalten – Aalten < 1598), z.v. Berent en Hermannen Grevinck Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Herman ten Poelhuijs (Meddo – Aalten, 1601), z.v. Coene Harmelinck alias ten Poelhuijs (den Olden) Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, zoon van Johan en Stijne en schoondochter:
Reiner Gr(i)evinck (Aalten) Hendrixken Theben (Winterswijk), d.v. Johan Theben en Joist Lebbinck
Reijner wordt tussen 1601 en 1664 als Scholte genoemd (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon:
Gijsbert Gr(i)evinck (Aalten, ca. 1606 – Aalten, 1665/1666)
Gijsbert Reinerszoon Gr(i)evinck is in 1636 hofhorig en is dan 30 jaar oud (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon en schoonzoon:
Berent Gr(i)evin(c)k (Aalten – Aalten, 1700/1701), trouwt (1) op 01-04-1667 in Aalten met Jenneken Scha(a/e)rs (Aalten – Aalten, 1678/1679) (2) op 05-03-1679 in Aalten met Gerritjen Locken (Aalten)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Berent Arentsen (Varsseveld), trouwt op 11-12-1701 in Aalten met Janna Gr(i)evink (Aalten – Aalten < 1748)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Roelof Aren(t/z)sen (Aalten, 23-01-1707 – Aalten, 1744-1747), trouwt op 26-12-1731 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
B(e/a)rent ter Dam (Aalten, 01-11-1716 – Aalten, 10-03-1796), trouwt op 13-05-1747 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
B(e/a)rent was een neef van Roelof Aren(t/z)sen.
Volgende bewoners, zoon van Roelof en Barta Willemina en schoondochter:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (1) op 22-04-1758 in Aalten met Janna Geertruid Roerdink (Winterswijk, 02-11-1738 – Aalten, 27-07-1767)
Bernardus volgt vanaf zijn huwelijk met Janna Geertruid Roerdink zijn stiefvader Berend ten Dam op als scholte van de Ahof. Op 17-12-1760 vernieuwt hij de daarvoor vereiste leeneed. Bernardus wordt op 07-10-1777 als voogd van Roelof genoemd. Verder is hij na het overlijden van zijn zuster Johanna Willemina voogd over haar kinderen. Bernardus wordt op 30-09-1780 begraven te Aalten. De kinderen Grada, Roelof en Willem Lodewijk worden in het testament van zijn tante Gesina van 20-04-1785 genoemd (RA Bredevoort inv.nr. 601 besloten testamenten).
Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (2) op 20-08-1768 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Garrit Jan Roerdink (Winterswijk, 26-02-1744 – Aalten, 09-01-1817), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Garrit Jan was een broer van Janna Geertruid Roerdink.
Volgende bewoners, zoon van Bernardus en Janna Geertruid en schoondochter:
Roelof Arent(s/z)en (Aalten, 12-08-1763 – Aalten, 07-10-1849), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met Johanna Harmina L(i/e)essink alias Roerdink (Winterswijk, 11-02-1761 – Aalten, 01-12-1840)
Roelof en Johanna Harmina waren neef en nicht.
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Bernardus Arent(s/z)en (Aalten, 19-10-1788 – Dorpbuurt, 10-05-1840), trouwt (1) op 20-08-1811 in Aalten met Josi(e)na Aleida te Lintum (Woold, 12-12-1789 – Woold, 01-03-1823)
Bernardus vertrok rond 1820 naar Winterswijk, keerde na het overlijden van zijn vrouw terug naar Aalten en woonde na zijn 2e huwelijk in 1827 op Rikkers in Dorpbuurt.
Fragment kadastrale kaart, 1883De Pol met gracht, ca. 1900Opregte Haarlemsche Courant, 26 juli 1834Familie Prins op de PolDe Tijd, 20 maart 1904De Graafschapbode, 13 april 1904Aaltensche Courant, 23 juni 1933Graafschapbode, 24 maart 1973
De Ten Hietbrinks Bewaarschool was een kleuterschool in de Prinsenstraat in Aalten. De school werd vernoemd naar de familie Ten Hietbrink, die nauw betrokken was bij het ontstaan en het bestuur. Later kerkte hier de Ned. Protestantenbond. Tegenwoordig zit op dit adres het Euregionaal Historisch Documentatiecentrum.
De bewaarschool werd geopend op 6 januari 1887, toen in Nederland de eerste vormen van kleuteronderwijs steeds meer ingang vonden. Voor die tijd werden kinderen vaak pas vanaf hun zesde toegelaten tot de lagere school.
Het schooltje beschikte over een groot lokaal met houten vloer, een zandbak achter het gebouw en eenvoudige speelmaterialen, zoals autobanden. Achter de school stond een schuur die ook bij de speelruimte hoorde.
Oorlogsjaren
In de jaren van de Duitse bezetting (1940–1945) troffen de maatregelen tegen Joodse inwoners ook de Ten Hietbrinks Bewaarschool. Tot 1941 zaten er Joodse kinderen op de school, maar vanaf 1 september 1941 moesten zij verplicht verwijderd worden, in lijn met de anti-Joodse verordeningen.
Schoolleven
Herinneringen van oud-leerlingen geven een beeld van het schoolleven in de jaren ’40 en ’50:
Het hoofd van de school was mejuffrouw Stokreef; daarnaast wordt ook juffrouw Annie genoemd.
Er heerste een strenge discipline, door oud-leerlingen omschreven als “potjes-discipline”.
Naast het leren en spelen werden er ook schoolreisjes georganiseerd, bijvoorbeeld in 1946 naar het Loohuisbos.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1059 I-1060
Hermanus Hietbrink, arbeider
148 m² huis & erf 17 m² huis
1882
I-3714
Gerrit Jan ten Hietbrink, koopman
185 m² huis & erf
1888
I-4203
De Departementale Bewaarschool van het Departement tot Nut van ’t Algemeen
Gebouw Nederlandse Protestantenbond, AaltenFragment kadastrale kaart, 1888 (perceel I-4203)Arnhemsche Courant, 8 december 1883Graafschapbode, 8 januari 1887Aaltensche Courant, 8 december 1939
In het jaar 1910 kwam hier een halte voor de stoomtram, tramhalte Lurvink. In het pand van Lurvink was in 1910 links een café gevestigd en rechts verkocht Lurvink zijn manufacturen. In 1954 vestigde zich hier slagerij Eppink. Het pand is in 2015 gesloopt en het terrein heeft jarenlang braak gelegen. In 2022 is er een moderne woning gebouwd.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1222
Frederik Hendrik Bennink
140 m² huis & erf
Bewoners
1813
Aalten 41
Hendrik Jan Messink (Aalten, 21-02-1751), schoolhouder
De geschiedenis van café ’t Noorden begint in 1823. Op de plek waar het pand van ’t Noorden nu staat, bevond zich toen een huis met erf en een boomgaard. Aan de andere kant van de Koningsweg stond een korenmolen met erf maar zonder woonhuis.
Jan Hendrik Weenink (34 jaar) kwam in 1856 in het huis te wonen en werkte op de molen. In opdracht van Jan Hendrik vond er in 1866 een verbouwing plaats. Een deel van het bouwland veranderde in een “terrein tot vermaak”, zo valt in het gemeentelijk archief te lezen. Het was het begin van de speeltuin die nu nog steeds deel uitmaakt van ’t Noorden.
Weenink is er ook een café begonnen, want in 1870 staat in het gemeenteregister namelijk als zijn beroep vermeld: ‘Tapper’. Op 19 september 1876 vertrekken de Weeninks. Engelbartus Simmelink (30 jaar) uit Winterswijk wordt de nieuwe tapper en opent café Simmelink. Na zijn dood in 1888 neemt zijn weduwe Johanna Gesiena Simmelink-Nijenhuis de leiding over. Zij wordt na haar overlijden in 1895 opgevolgd door haar twee dochters, Janna Willemina en Janna Aleida Simmelink.
’t Noorden van Aalten
16 april 1918 neemt Bernardus Heersink uit Winterswijk het café over. Rond deze tijd vernoemt men de zaak ook naar ’t Noorden (van Aalten). In 1948 volgt Jan Bertus Keijzer Heersink op, die in 1957 op zijn beurt opgevolgd wordt door Abraham Grevink die in 1976 overlijdt. De zaak wordt voortgezet door zijn weduwe S.W. Grevink-Piepers en de families Grevink en Prinsen. In deze jaren worden er talloze bruiloften en feesten gevierd. Het café en de speeltuin worden goed bezocht en het softijs is ook een trekker. Zij doen dit tot 1997.
In 1997 nemen Martin en Monique Hüning de zaak over. Onder hun leiding wordt het zalencentrum uitgebreid en wordt het restaurant in 2011 omgebouwd tot pannenkoekenhuis. Ook breiden zij de de cateringfaciliteiten uit. Helaas moet de (verrotte) hoge glijbaan weg wegens nieuwe regels en instortgevaar, maar het treintje van Buesink (Modelspoor Panorama) in de speeltuin biedt nieuw vertier voor de kinderen. Sinds 2015 zijn zoon Wesley en schoondochter Nita Hüning bij in de zaak getreden.
Anno 2025 omschrijft de website van Het Noorden zichzelf als grand café met eet- speel- en biertuin, met als levensmotto: “Vier ‘t leven!”
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-63
E. Roerdink e.c., landbouwer
500 m² huis & erf
1841
I-63
Jan Willem Veldhuis, landbouwer
500 m² huis & erf
1863
I-63
Abraham van Eerden, logementhouder
500 m² huis & erf
1866
I-2716 I-2717 I-2718
Abraham van Eerden e.c., logementhouder
180 m² terrein van vermaak 70 m² bergplaats & erf 480 m² huis & erf
1874
I-3160 I-3161 I-3162
Jan Hendrik Weenink, molenaar & tapper
47 m² huis & erf 43 m² huis & erf 802 m² huis & erf
1883
I-3808
Engelbarts Simmelink e.c., steenbakker
892 m² huis & erf
1906
I-3808
Derk Willem Hakstege, kastelein
892 m² huis & erf
1916
I-3808
Albert Johan Frederik Kammeijer, steenkolenhandelaar & caféhouder
Voorheen stond hier het café en logement van Veldkamp. Zijn zoon gaf zangles aan het koor “Symphonia”. Tegenwoordig zit hier restaurant Olde Marckt. Het restaurant ontving in 2025 een Michelinster.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1161 I-1162
Gerrit Jan Haring, broodbakker Arnoldus Lurvink, borstelmaker
250 m² huis & erf 188 m² huis & erf
1864 1871
I-1830 I-1162
Willem Wechgelaer, bakker Antoni Lurvink, borstelmaker
250 m² huis & erf 188 m² huis & erf
1880
1891
I-3643
I-3644
Johannes Hendrikus Keizer e.c., kleermaker en caféhouder Gradus Wilhelmus Veldkamp
138 m² huis & erf
300 m² huis & erf
1891
I-4453
Gradus Wilhelmus Veldkamp
299 m² huis & erf
1930
I-6343
Johannes Hendrikus Keizer e.c., kleermaker en caféhouder
Johannes Hendrikus Keizer (De Heurne, 27-01-1881), kleermaker, caféhouder (1) Johanna Elisabeth Kramer (Aalten, 31-05-1878) (2) Gerharda Catharina Winterink (Drempt, 20-01-1880)
Fragment kadastrale kaart, 1880 (percelen I-3643 en 3644)Fragment kadastrale kaart, 1891 (perceel I-4453)Fragment kadastrale kaart, 1930 (perceel I-6343). Het toont tevens de contouren van het vorige gebouw op deze plek.Aaltensche Courant, 12 september 1908Aaltensche Courant, 5 februari 1910Markt 10 (rechts), ca. 1902. Op het bordje naast de deur staat “E. Hogeweg, koperslager en loodgieter”.Hoek Markt-Bredevoortsestraatweg, begin 20e eeuwMarkt 10 (rechts), met bus van Veldhuis
De geschiedenis van Café Leuven gaat meer dan twee eeuwen terug. Aan het begin van de 19e eeuw was Hendrikus Vultink (1781-1861), naast borstelmaker, de eigenaar van een tapperij genaamd ‘De Leeuw.’
In de tijd van Napoleon waren er, naast de gelagkamer, enkele kamertjes waar officieren uit het Franse leger waren ondergebracht. Behalve voor de officieren in ‘De Leeuw’, voorzag de familie Vultink een deel van het Franse garnizoen van warme maaltijden. Een geliefd maal bij de soldaten en officieren was zuurkool met varkensvlees. Niet zomaar een stukje varkensvlees, nee een heel of een half varken naar gelang het uitkwam werd met de zuurkool meegekookt. De Franse soldaten waren echte rokkenjagers en het was voor de dienstbodes die het eten brachten verduveld goed oppassen.
Logement
Na de Franse overheersing werd de familie uitgebreid met de geboorte van een zoon, Hendrikus Georgius Vultink die op 6 juli 1821 het levenslicht zag. Hij trouwde in 1852 met Josephina Antonette van Ginther, een Winterswijkse schone met wie de familietraditie werd voortgezet, dat willen zeggen dat Vultink naast tapper het borstelmakersvak uitoefende. Vlak voor dit huwelijk werd ‘De Leeuw’ een echt logement; een minder voorname naam voor een hotel, waar mevrouw Vultink-Ginther voornamelijk de scepter zwaaide.
Ook dit huwelijk bleef niet kinderloos. Een van de dochters, Elisabeth Johanna Vultink trouwde in 1890 met Johannes Bernardus Kamps, bierbottelaar en logementhouder uit Winterswijk. Kamps zette de bierbottelarij voort in Aalten en richtte zich daarnaast volledig op het logement, dat toen al populaire ontmoetingsplaats was voor de lokale bevolking. Hier kwamen Aaltenaren bijeen om te kaarten en de kwesties van de dag te bespreken.
Marie Kamps
Op 17 april 1892 dronk vader Kamps een extra borrel, want zijn vrouw had het leven geschonken aan een flinke dochter, Maria Louisa Josephina. En het was deze dochter die op 10-jarige leeftijd tijdens de Meimarkt in 1902 met vaardigheid het dienblad hanteerde. Zeven decennia later vertelde zij daarover:
De bijna 80-jarige Marie Leuven-Kamps, nog steeds actief achter de tap
“Ik kan het me nog als de dag van gisteren herinneren. Het was die dag ongewoon druk en omdat ik met mijn smalle figuurtje mij gemakkelijk tussen de tafeltjes en stoelen kon bewegen dan mijn moeder kwam dat de omzet in het café vanzelfsprekend ten goede. De klanten hadden er blijkbaar schik in dat zij bediend werden door een ‘jong deerntje’, de kwinkslagen waren dan ook niet van de lucht.
Overigens viel het met de bediening nogal mee. Iedereen dronk een ‘klaorken’, de dames met en de mannen zonder suiker, af en toe schonken wij een glaasje rood, het beste te vergelijken met het glaasje bessen van vandaag. De borrel kostte 6 cent ofwel een grosch per glas, want het Duitse betaalmiddel was in die tijd net zo gangbaar als het Nederlandse geld.”
De vuurdoop had zij dus met glans doorstaan en omdat zij er zelf ook wel plezier in kreeg werd de jonge Marie hoe langer hoe meer ingeschakeld. Dat was vooral op zondagmorgen wanneer de kerk uitging. Velen hadden een vaste ‘angang’ om na afloop een kopje koffie te drinken en daarna het paard in te spannen om naar huis te rijden. Sommigen bleven na de ochtenddienst in ‘De Leeuw’ om ’s middags opnieuw ter kerke te gaan.
“In ‘De Leeuw’ kon men ook terecht om iets in de fles te halen. Een fles jenever kostte in mijn jonge jaren 64 cent, een maatje 8 cent en een half oord (2 maatjes) 16 cent.”
Over het cafébezoek in die tijd vertelde ze: “Het waren over het algemeen de oudere getrouwde mannen die een borreltje of een flesje bier kwamen drinken. Men keuvelde wat, legde een kaartje en naarmate de tijd verstreek werden de verhalen mooier en griezeliger. Als dan de ‘papklok’ luidde om 9 uur betekende dat het uur geslagen had om naar huis te gaan, want de andere dag was het al vroeg opstaan geblazen. Jonge mensen zag men zelden in een café, bij hoge uitzondering en dan nog in gezelschap van vader. De tijden zijn in dat opzicht wel veranderd. De rollen zijn nu omgekeerd.”
Ook vertelde zij over de inkwartiering tijdens de Eerste Wereldoorlog waarvoor 80 cent per dag voor inkwartiering werd ontvangen. Over de vluchtelingen uit het krijgsgevangenenkamp ‘Friederichsfeld’ bij Wesel die in Aalten terechtkwamen en door de familie Kamps op last van hogerhand van voedsel werden voorzien, voordat zij op transport gesteld werden. En in alles speelde Marie Kamps een voorname rol.
Zij was van alle markten thuis. Niet alleen in het café en in het huishouden, ook bij het bottelen stond zij haar mannetje. Zij spande het paard in voor de bierwagen, reed er mee naar de klanten in Aalten, zoals de Tolhutte, Mariënvelde, Zieuwent, Lichtenvoorde om maar een paar plaatsen te noemen. Ook in Bocholt was de bierwagen van Kamps een vertrouwd beeld.
Marie Kamps is praktisch haar hele leven het café trouw gebleven, ook na haar huwelijk in 1924 met Willem Leuven, schilder van beroep. Het café bleef het domein van Marie.
Na het overlijden van de heer Leuven in 1966 is er nieuw bloed in de zaak gekomen toen de zoon L. Leuven met zijn vrouw zo geleidelijk aan de leidsels ging overnemen. En als de voortekenen niet bedriegen dan zullen er nog ettelijke jaren aan het bestaan van de zaak worden toegevoegd. Een kleinzoon is pas 10 jaar maar schenkt nu al als het van vader mag een klein borreltje in.
Op zaterdagmiddag 15 oktober 1932 brandde het pand geheel uit, waarna in 1933 de eerste steen werd gelegd van het huidige pand aan de Landstraat.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1275
Theodoor Wilhelm Meijerink
400 m² huis & erf
1846
I-1275
Joannes Bijnen, landmeter
400 m² huis & erf
1865
I-1275
Hendrikus Georgius Vultink, borstelmaker
400 m² huis & erf
1891
I-1275
Elisabeth Johanna Vultink en Johannes Bernardus Kamps, stoelenmaker & koffiehuishouder
400 m² huis & erf
1924
I-4839
Maria Louisa Josephina Kamps
504 m² huis, schuur & erf
1974
I-8120
Lourens Bernardus Antonius Leuven e.c., café-restauranthouder
663 m² huis, erf, café
Bewoners
1813
Aalten 65
Carel Jacob Engelbert Blücher (Elberfeld, 1783), drukker en verver Casper Hoff (1783), knegt
Het oude café De Leeuw, getekend door Piet te LintumHotel-Restaurant ‘De Leeuw’ geheel uitgebrand, 1932Graafschapbode, 17 oktober 1932Briefhoofd Schilders- en Behangersbedrijf Fa. Leuven, 1963
De Koppelkerk is een monumentale voormalige gereformeerde kerk in Bredevoort, gelegen op de hoek van de Koppelstraat en de Prins Mauritsstraat. Het gebouw, opgetrokken in de sobere stijl van de Delftse School, werd in 1947–1948 gerealiseerd en is tegenwoordig een centrum voor kunst en cultuur.
Tot de Tweede Wereldoorlog moesten de gereformeerden uit Bredevoort uitwijken naar Aalten om kerkdiensten bij te wonen. Na de oorlog kreeg de gemeente de beschikking over eigen grond op het terrein dat bekend stond als De Koppele. Deze locatie lag bij de gedempte gracht en moest eerst worden opgehoogd omdat het terrein laag en vaak drassig was. De naam Koppelkerk verwijst naar dit gebied.
De kerk werd ontworpen door architect W. Geels. In 1947 werd de eerste steen gelegd en in 1948 nam men het gebouw officieel in gebruik.
Uitbreidingen en toren
De oorspronkelijke kerk kreeg in de loop der tijd verschillende uitbreidingen:
In 1956 werd de toren, aanvankelijk zonder toestemming, clandestien aangebouwd.
In 1958 voegde architect W. van der Zee uit Aalten de betonnen torenbekroning toe, waardoor de toren circa vijf meter hoger werd.
In 1966–1967 ontwierp architect Willem Hebly, eveneens uit Aalten, een uitbreiding aan de achterzijde met vergaderruimtes.
In 1988 werd de toren voorzien van een luidklok, gegoten door klokkengieterij De Klok in Aarle-Rixtel.
Architectuur
De Koppelkerk is terugliggend gesitueerd in een ruime tuin en valt op door haar eenvoudige maar krachtige vormgeving. De kerk geeft een helder beeld van de protestantse kerkbouw kort na de Tweede Wereldoorlog. Zowel in de hoofdvorm als in de detaillering is het authentieke karakter goed bewaard gebleven.
Nieuwe functie
In 2013 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument. Kort daarop verloor de kerk haar oorspronkelijke functie. Na overleg gaf de kerkenraad toestemming om het gebouw een nieuwe bestemming te geven. In 2015 werd de voormalige kerk verbouwd tot een multifunctioneel centrum voor kunst en cultuur.
Vandaag de dag vervult de Koppelkerk een prominente rol in het culturele leven van Bredevoort:
Kunst komt aan bod in wisselende exposities en concerten.
Verdieping wordt geboden via lezingen, discussieavonden en colleges.
In het boekencafé, ingericht als huiskamer vol boekenkasten, vinden maandelijkse literaire cafés plaats.
Op het oude bastion Ossenkop in Bredevoort staat sinds 1876 de katholieke H. Hart en H. Georgiuskerk, een eenbeukige, neogotische kerk, ontworpen door architect Alfred Tepe. Het is een gemeentelijk monument.
Tot het einde van de 16e eeuw kerkten de Bredevoortse rooms-katholieken in de oude Sint Joriskerk aan de Markt. Na het beleg van Bredevoort en de invoering van de Reformatie in 1597 werd het hen verboden kerkdiensten te houden. Lange tijd maakten zij gebruik van de Kruiskapel, net over de grens in Duitsland.
In 1798 werd er weer een rooms-katholieke kerk gesticht in Bredevoort. Dit eerste kerkje stond tegenover de huidige kerk, op het perceel dat tegenwoordig het adres Koppelstraat 9 draagt. Het bestond uit twee samengevoegde huizen, waarvan de daken waren verwijderd en de muren opgehoogd. Het altaar was van baksteen en de muren waren wit geverfd om het gebouw een kerkelijke uitstraling te geven. In 1855 werd de kerk tot parochie verheven.
De huidige kerk
In 1871 werd A.E. Smorenburg pastoor in het vestingstadje en kreeg hij van de bisschop de opdracht om een nieuwe kerk te bouwen. Nadat de vestingwerken van Bredevoort in de negentiende eeuw voor een groot deel werden geslecht werd de Sint-Georgiuskerk gebouwd op de courtine tussen twee bastions. Hierdoor staat de kerk nog altijd iets hoger dan de omliggende straten.
Van de gemeente Aalten kreeg de parochie het bastion Ossenkop deels (1420 m²), inclusief het stuk gracht en kade eromheen. De resterende 1420 m² werd aangekocht voor 795,20 gulden. Het eerste ontwerp voor Bredevoort was van Pierre Cuypers, naar voorbeeld van de Ruurlose kerk. Het ontwerp van Alfred Tepe uit 1874 werd uiteindelijk uitgevoerd. Aannemer was A. Ubbink.
Voor de bouw van de kerk waren 230.000 stenen en 150 mud kalk nodig. De eerste 100.000 stenen werden op kruiwagens aangevoerd door parochianen uit het Duitse Barlo, die op deze wijze hun verbondenheid met de Nederlandse katholieken wilden tonen. De resterende stenen werden vermoedelijk gebakken in de steenoven op de Haart. De bouw begon in 1875 en al op 3 oktober 1876 werd de kerk door pastoor Smorenburg ingewijd. Het oude kerkje werd daarop afgebroken en de grond verkocht.
Renovatie en uitbreiding
In 1897 werd de kerk onder pastoor Mulder gerenoveerd en uitgebreid met een uurwerk en drie klokken. Een jaar later werd een terrazzovloer gelegd door Felice Monasso uit Bocholt, en werden de muren beschilderd door Muermans en zoon uit Roermond, waaronder een voorstelling van Christus en de apostelen in de Hof van Olijven.
Onttrekking aan de eredienst
De Sint Georgiuskerk is in het voorjaar van 2021 aan de eredienst onttrokken en verkocht aan een maatschappelijk ondernemer.
RK Sint Georgiuskerk met oude pastorie, Bredevoort (ca. 1900)Fragment kadastrale kaart uit 1878, met rechtsboven de contouren van het oude kerkje en de pastorieFragment kadastrale kaart uit 1879, het kerkje is afgebrokenAaltensche Courant, 29 oktober 1898
De Vergadering van Gelovigen, ook wel bekend als de Darbisten, hield in 1882 voor het eerst bijeenkomsten in Aalten. In de beginjaren kwamen de gelovigen samen in een woonhuis aan de Bodenvoor.
In 1902 werd een eenvoudig vergaderlokaal gebouwd aan een verbindingspad tussen de Oosterkerkstraat en de Meiberg. Het gebouwtje deed decennialang dienst als samenkomstplaats voor de gemeente.
Verhuizing en afbraak
In 1968, kort voor de sloop, werd het oude kerkje nog op foto vastgelegd. Enkele jaren later, in 1974, kreeg de gemeente een nieuw gebouw, eveneens gelegen aan de Meiberg.
Het oude vergaderlokaal werd na de verkoop eigendom van Spinkat en uiteindelijk afgebroken. Daarmee verdween een stuk vroeg-20e-eeuwse kerkgeschiedenis uit het straatbeeld van Aalten.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1904
I-5059
Bernadus Hermanus Brethouwer e.c., winkelier en landbouwer
185 m² vergaderingslocaal & erf
1958
I-8442
Stichting “Ons Vergaderlokaal”, Aalten
840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin
1974
I-8442
N.V. “van Katwijk’s Industrieën”, Aalten
840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin, schuren erf
Illustratie van het klooster Schaer bij Bredevoort naar aanleiding van een gereconstrueerde plattegrond, gebaseerd op historische bronnen en archeologische gegevens, gemaakt met AI door Paul van Druten
Het klooster Schaer was een klooster nabij Bredevoort, gesticht in 1429 en behorend tot de orde van de Moderne Devotie. Het lag in de buurtschap ’t Klooster, ongeveer twee kilometer ten noorden van Bredevoort, aan de linkeroever van de Schaarsbeek.
De vrome edelman Derck van Lintelo en Conraedt Slindewater, schrijver van de drost te Zutphen en afkomstig uit een voornaam patriciërsgeslacht uit de Hanzestad, schonken in 1429 grond en boerderijen aan verdreven kloosterlingen uit Windesheim bij Zwolle.
De Windesheimers behoorden tot de laatmiddeleeuwse beweging van de Moderne Devotie, die was ontstaan onder leiding van Geert Grote (1340–1384) in Deventer. Vanuit de IJsselsteden verspreidde deze hervormingsbeweging zich over West-Europa en leidde tot de stichting van ruim honderd kloosters. De Moderne Devotie streefde naar vernieuwing van kerk en maatschappij en vormde daarmee een overgang tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijd.
Stichting
De Windesheimers vestigden zich bij voorkeur op afgelegen plaatsen. De schenking van de grond bij de Schaersvoorde — in de huidige buurtschap ’t Klooster — in 1429 sloot daar goed bij aan. Het betrof een hooggelegen gebied aan de rand van de uitgestrekte Schaersheide, grenzend aan het laaggelegen en drassige Bredevoortse Broek. Met de klei die vlak onder het oppervlak aanwezig was, bakten de kloosterlingen hun eigen kloostermoppen.
Het klooster Domus Beatae Mariae in Nazareth (Huis van de Gelukkige Maria in Nazareth) verrees kort daarna. In de volksmond stond het bekend als klooster Schaer, naar de heide waarop het lag. Al spoedig hielden de bewoners zich actief bezig met de zorg voor studerende jongeren en de verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking.
Bidden en werken bepaalden ook bij de Windesheimers het dagelijks leven. Door noeste arbeid wisten de monniken de directe omgeving van het klooster te ontginnen. Rond 1500 was er sprake van een vruchtbare, ei-vormige oase in de eenzaamheid, met Nazareth als middelpunt, omgeven door een buitengracht.
In 1522 bracht men nog diverse verbeteringen aan. Het uurwerk en de klepklok van het klooster werden in 1596 overgebracht naar de Sint-Joriskerk in Bredevoort — waar de klepklok nog altijd hangt.
Legende en goudschat
In 1597, toen het leger van prins Maurits op weg was naar Bredevoort, sloeg de laatste prior van klooster Schaer op de vlucht. Ook de overige kloosterlingen vonden het veiliger hun toevlucht elders te zoeken. Kort daarna werd het verlaten klooster door rondtrekkende soldaten verwoest.
Sindsdien doet het verhaal de ronde dat de vluchtende monniken een schat hebben verborgen in de grond — onder de derde hulststruik achter de schaapskooi. Niemand weet echter meer waar die schaapskooi precies heeft gestaan. Volgens de legende zal de schat ooit weer gevonden kunnen worden, aangewezen door ‘hemelse tekenen’: er zal een vreemd licht aan de hemel verschijnen, tot een zwarte haan kraait.
In de nacht van 13 op 14 september 1943 werd er inderdaad een ongewoon licht waargenomen: een nachtregenboog. Er waren die nacht veel bommenwerpers in de lucht, waardoor nog velen wakker waren die dit zeldzame verschijnsel hebben gezien. Of er toen ook een zwarte haan kraaide, is niet bekend.
Omvang
Uit veld- en archiefonderzoek blijkt dat het klooster Schaer van bescheiden omvang was. De omtrek van het kloostergebied is goed te traceren: veldnamen zijn nog herkenbaar en op een boerenerf zijn nog restanten te vinden. Begin twintigste eeuw vond men bij graafwerkzaamheden een kruisbeeld en een schedel. Op het terrein bevindt zich bovendien nog de zogenoemde Kloosterschans. In 1978 werden de laatste bovengrondse muurresten gesloopt, maar onder de boerderij ter plaatse bevindt zich nog een kloosterkelder met tongewelf.
Het ovale kloostergebied — ook wel corpus genoemd — besloeg circa 118 hectare en vertoonde van west naar oost een hoogteverschil van ruim tien meter. De monniken maakten optimaal gebruik van het reliëf, het water en de bodemgesteldheid. Kwel- en regenwater, maar ook het water dat vanaf de hoge Schaerheide toestroomde, bewoog zich vlak onder de oppervlakte over ondoordringbare kleilagen richting het Bredevoortse Broek. Dwars door het gebied wierpen de kloosterlingen een dijk op om het water te stuwen en te benutten voor de aandrijving van een koren- en oliemolen.
Met een stelsel van waterlopen en vijvers, onderling verbonden, hielden de kloosterlingen de voeten droog en voorkwamen zij dat het water ongebruikt naar de lage broekgronden wegstroomde. Aan de oostzijde van het kloostercomplex creëerde men een opmerkelijk aardwerk: de Eremus in Aquis — letterlijk ‘de wildernis in de wateren’ — een kluizenaarsplaats tegen de rand van het drassige Bredevoortse Broek. De grachten rond deze hermitage diende als waterberging.
Restanten
Na de verwoesting van het klooster in 1597 raakten de landerijen overwoekerd door heide en hakhout. De kloostermoppen van het complex werden deels hergebruikt voor het herstel van fortificaties en woningen in Bredevoort. De bezittingen van het klooster werden geconfisqueerd door het hertogdom Gelre. De Eremus in Aquis werd in latere jaren mogelijk gebruikt als schans tijdens de krijgshandelingen rond Bredevoort. In 1672 stond de westelijke vleugel van het rechthoekige kloostercomplex nog overeind.
Met de inbeslagname van het kloostergebied kreeg het landschap een tweede historische laag: de aanleg van houtplantages. Gelre verpachtte de gronden voor de productie van eikenhout. Rond 1700 ging men aan de slag met de nodige ontwatering. Rechte watergangen voerden het water snel af naar de Schaarbeek, en dezelfde beek — ooit deel van de buitengracht — werd kaarsrecht doorgetrokken naar Bredevoort om daar de grachten van water te voorzien. De waterlopen bij de Eremus in Aquis verzandden, en op het voormalige kloosterterrein legde men zogenoemde rabatten aan, smalle ophogingen waarop men de jonge eiken plantte.
Door enkele zeer strenge winters mislukten de eerste aanplantingen. Gelre besloot daarop het kloostergebied te verkopen. De nieuwe eigenaren zetten de houtteelt voort volgens hetzelfde systeem van rabatten en afwateringen. Het huidige Kloosterbos, 25 hectare groot, bewaart nog altijd de sporen van de laatmiddeleeuwse waterhuishouding die ooit door de kloosterlingen van Schaer werd aangelegd.
Archieven
Verpondingskohier 1647
t’Clooster te Schaer en sijn becirck?, Geestl. 2 Huisen, met etlicke koolhoven, 3 sch. Boulant 27 mdr., 3de gerve 225 – 0 -. Inslagh en hoeijmate van 4 daghen meijens, slechten waterigen gront.
Illustratie van het klooster Schaer bij Bredevoort naar aanleiding van een gereconstrueerde plattegrond, gebaseerd op historische bronnen en archeologische gegevens, gemaakt met AI door Paul van DrutenKloosterling van beeldhouwer Jan te Kulve. Kanunnik van het klooster Schaer in de kleding van zijn Orde. [Bron: tekulve.nl]Rolle van verpachtinge ‘Het Clooster Schaar’, 1786Kelder van het voormalig klooster Schaer
Aan de Polstraat in Aalten staat de markante Villa Anna, een forse vrijstaande woning uit 1913, gebouwd naar ontwerp van de Aaltense architect Jan Brill. De villa diende oorspronkelijk als hervormde pastorie.
Hoewel de detaillering van de vensters in latere jaren zijn aangepast en deels vernieuwd, is de woning in hoofdvorm goed bewaard gebleven. Mede door de markante hoekligging, de opvallende hoofdvorm met veelhoekige erker en de laag ommuurde tuin met twee fraaie oude beuken is het pand zeer karakteristiek te noemen en is het zeer beeldbepalend in dit gedeelte van de Polstraat.
Ooit het woonhuis van de Aaltense notabele Adriaan Pieter Slicher van Bath. Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een villa in een stijl die invloeden vertoont van het neoclassicisme. De villa heeft esthetische kwaliteiten zoals goede verhoudingen, een vrij gave hoofdvorm en een bijzondere detaillering in vormgeving.
Menig Aaltenaar heeft dit pand van binnen gezien, maar bewaart er geen prettige herinneringen aan. Hier was namelijk ook jarenlang de woning en praktijk van tandarts Brandsma gevestigd.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
m²
Bewoners
Bevolkingsregister 1870-1880
Aalten 268
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1880-1890
Aalten 299
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1890-1900
Aalten 291
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1900-1910
Aalten 326 > 385
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1910-1920
B385 > C406
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Het pand aan de Kerkstraat 1, daterend uit 1876, heeft een rijke geschiedenis als postkantoor, modezaak en tegenwoordig een keukenzaak. Dit prominente gebouw op de hoek van de Markt en de Peperstraat was ooit het eerste postkantoor van Aalten.
In de loop der jaren heeft het verschillende functies gehad, waarbij de naam ‘De Postiljon’ steeds verbonden bleef aan het pand.
Het eerste postkantoor van Aalten
In het pand Kerkstraat 1 was het eerste postkantoor van Aalten gevestigd. Hier kon men terecht voor alle zaken die te maken hadden met Post, Telegraaf en Telefoon (PTT). Voor mensen zonder eigen telefoon beschikte het postkantoor over een ‘openbare spreekcel’. In 1915 waren er in Aalten slechts 27 telefoonaansluitingen, en Bredevoort telde er vier. Het waren vooral fabrikanten, middenstanders en huisartsen die een telefoontoestel hadden. Kammenfabriek Ten Dam & Manschot had de allereerste aansluiting in Aalten en kreeg dus telefoonnummer 1.
In 1922 verhuisde het postkantoor van de Kerkstraat naar de Haartsestraat, en later weer naar de Peperstraat. Tegenwoordig heeft Aalten geen eigen postkantoor meer en moet je voor postzaken naar de Primera.
Pension en modezaak
Hoewel het postkantoor verdween, bleef de naam van het gebouw verbonden met zijn geschiedenis. Na de verhuizing opende mevrouw Lammers-van Lochem ‘Magazijn De Post’ in het pand. Hier verkocht ze onder andere naaibenodigdheden en lingerie. Ook verhuurde ze kamers in het pand; het was tevens een pension.
In 1974 vestigde zich er ‘Postiljon Mode’ van Martin en Ann de Kruyf. De Postiljon was het adres voor jurken, blouses en overhemden. Men kon hier terecht voor kwaliteit en persoonlijke aandacht. Na 50 jaar in het modevak stopten Martin en Ann de Kruyf met hun zaak in het najaar van 2017.
Nieuwe bestemming
Na enkele jaren leegstand kreeg het historische pand in 2024 een nieuwe bestemming. Een keukenzaak opende haar deuren in het hart van Aalten, waarmee een nieuw hoofdstuk werd toegevoegd aan de geschiedenis van dit beeldbepalende gebouw.
Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), med. docter (1) Sara van Raab van Cansteijn (Oosterboer, 18-08-1794) (2) Maria Christina Knappert (Schiedam, 05-12-1832)
Fragment kadastrale kaart, 1879 (perceel I-3504)Op de achtergrond van deze foto zien we nog net de Openbare Lagere School aan de Herenstraat. De kinderen van deze school zijn blijkbaar even uitgelopen om op de foto te mogen. Een fotograaf was honderd jaar geleden een bijzondere verschijning in het dorpsbeeld.Nederlandsche Staatscourant, 5 augustus 1876Zutphensche Courant, 12 augustus 1876Staatscourant, 2 september 1882Aaltensche Courant, 30 december 1899Graafschapbode, 9 september 1924
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.