Tag: Molen

  • Oliemolen van Te Boveldt

    Oliemolen van Te Boveldt

    Misterstraat 26, Bredevoort (verdwenen)

    In Bredevoort stond ooit een olierosmolen aan de huidige Misterstraat, waar deze de Roelvinkstraat kruist. De rosmolen was van een zekere Bertram te Boveldt die er olie sloeg en er een grutterij op na hield. Later kwam er een klompenmakerij in.

    De Graafschapbode publiceerde in 1934 een artikel over deze oude olieslagerij:

    De oude Olieslagerij te Breedevoort

    Iets uit de historie van dit merkwaardige oude bedrijf.

    Breedevoort mag er zich in verheugen een dier weinige plaatsen in onzen Gelderschen Achterhoek te zijn, waar de historie op velerlei plaatsen nog niet verdrukt werd. Zeker, de wallen en vestingwerken, symbolen van vervlogen roem en eer, ze zijn er niet meer. Maar toch is er nog veel overgebleven, dat hier de herinneringen aan „den goeden ouden tijd” wakker roept en onze gedachten verplaatst naar de dagen van weleer, toen het handwerk nog in eere werd gehouden en nog geen concurrentie van de moderne techniek behoefde te duchten. Zoo treft men er o.a. nog aan het typisch merkwaardige bedrijf van de „olieslagerij”.

    Wij maakten een praatje met den eigenaar van dit merkwaardige en interessante brokje geschiedenis, den heer B. te Boveldt. Wij vernamen daarbij, dat het gebouw, met inventaris in 1851 gebouwd werd door wijlen den heer B.K. te Boveldt, den grootvader van den huidigen eigenaar. In den omtrek bestond toen nog nergens een dergelijk bedrijf. Later verrees ook een olieslagerij in de nabijheid van Groenlo. Circa 12 jaar nam de heer B.K. te Boveldt hier zijn arbeid waar.

    Opvolger werd zijn zoon wijlen J.B. te Boveldt, welke vanaf zijn achttiende tot zijn zestigste jaar, tezamen met zijn knecht, wijlen J.H. Klanderman, lief en leed deelde in deze oude zaak. Hoe lang bedroeg den arbeidstijd zoo ongeveer en werd er nogal veel gebruik gemaakt van de olieslagerij? zoo informeerden wij.

    Jao, vake worden der dag en nach e-warkt um alles op tied klaor te kriegene en dan mo’k zeggen, dat ze in de winterdag, de bokse vake bevroane an de beene hadden deur ’t reuren van de boekweite“, antwoordde onze zegsman. Wij vernamen verder, dat tot ver uit den omtrek eertijds de landbouwers met een beladen paard of kruiwagen naar Breedevoort togen om het zaad „geslagen” te krijgen. Na den dood van zijn vader nam de huidige eigenaar het bedrijf over, dat ca. 40 jaar door hem werd geleid.

    Aan den weg naar Winterswijk, juist tegenover de fabriek der „Dutch Button Works“, staat nog in zijn oorspronkelijken staat het oude gebouw, met zijn kleine, schilderachtige ramen van glas in lood. Binnenin een gewirwar van kamraderen, zware eiken binten en een tweetal kolossale steenen, dienende om het raapzaad uit te persen. Verder de verschillende „bakken”, langwerpige houten laden, waarin voorheen de olie vloeide, na de verschillende bewerkingen ondergaan te hebben. Onwillekeurig, gaan de gedachten bij het verwijlen tusschen deze merkwaardige brokken oudheid terug naar het verre verleden, toen deze olieslagerij voor de landbouwende bevolking uit Breedevoort en verren omtrek van veel belang kon heeten.

    Op onze vraag of er nog speciale vakkennis vereischt wordt voor dit bedrijf, kregen wij ten antwoord: „’n Betjen nog wel en och, a’j der zoo dagelijks met umme gingen, was de ondervindinge den besten learmeister.

    Hoewel de inrichting nog geheel compleet is, wordt er thans gedurende een drietal jaren niet meer gewerkt. „Vrogger hew der al wel is drok wark met e-had, maor tegenwaordig wordt er heel weinig raapzaod meer verbouwd,” was het antwoord op onze vraag, waarom de werkzaamheden gestaakt werden. Drie geslachten lang heeft de oude Breedevoortsche olieslagerij zich staande weten te houden en voorzag dit bedrijf in een behoefte. Thans echter heeft de moderne techniek dit primitieve fabricagesysteem reeds lang achterhaald en is deze inrichting reeds vele jaren her overbodig geworden.

    Maar gebouw en inventaris blijven niettemin, voorloopig althans, nog voortbestaan en zullen niet voor afbraak worden bestemd, waarvan eenigen tijd geleden sprake was. Mogen velen dit merkwaardige brokje historie als zoodanig weten te waardeeren en Breedevoort dit rudimentair overblijfsel van een vorige eeuw in eere houden als een der vele bezienswaardigheden uit het grijs verleden, waaraan het eeuwenoude vriendelijke vestingstadje van weleer zoo rijk is.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832A-303Wed. Gerrit Hendrik te Boveld4.800 m² bouwland
    1853A-759Wed. Gerrit Hendrik te Boveld170 m² oliemolen & erf
    1863A-778Bertram Korts te Boveld,
    landbouwer / olieslager
    210 m² oliemolen & erf
    1882A-778Jan Barend te Boveldt e.c.,
    grutter / oliemolenaar
    210 m² oliemolen & erf
    1923A-1443Jan Barend te Boveldt e.c.,
    grutter / oliemolenaar
    4.490 m² oliemolen & tuin
    1925A-1464Bertram te Boveldt e.c.,
    landbouwer
    2.160 m² oliemolen & erf,
    klompenfabriek & bld.
    1950A-1789Bertram te Boveldt e.c.,
    landbouwer
    2.140 m² fabriek, erf, bld.

    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Bredevoort 6

    de Olijmolen van Bertram Kots te Boveld

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Bredevoort 7

    Oliemolen

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Bredevoort 2

    Oliemolen

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Bredevoort 172

    Oliemolen

    Adresboek 1934

    Bredevoort 178 > Winterswijkschestraat 26

    Molen

    Adresboek 1967

    Misterstraat 26

    Klompenfabr. Houwer

    Kenmerken


    Kadastraal nr.A-2271
    FunctieOliemolen,
    Klompenfabriek
    Bouwjaar1851
    Sloop> 1967
  • Maalderij Venemans

    Maalderij Venemans

    Haartseweg 4, Haart (herbestemd)

    Waar de Haartseweg een kruispunt vormt met de Huiskermatedijk en de Heijinkdijk, is een clustering van enige bebouwing te zien, ingebed in het halfopen landschap van de Haart. Hier staat aan de Haartseweg 4 een bedrijfspand, dat oorspronkelijk in gebruik is geweest als een maalderij. Dit laatste blijkt nog steeds uit de aanwezigheid van een opslagzolder.

    Het bouwwerk dateert uit 1920 en heeft een samengestelde plattegrond. De bouwmassa is deels één- deels tweelaags, en gevat onder platte daken. Boven de inrit bevindt zich een gevelopening met een dubbel luik en hijsbalken. Verder zijn er vensters met ijzeren raampjes met roedenverdeling. Staafankers markeren de balklaag tussen beide bouwlagen.

    Molenaar en bakker Venemans woonde in het huis ernaast.

    Tegenwoordig is in deze voormalige maalderij een leverancier van klassiek schakelmateriaal en verlichting gevestigd. Het pand is grondig verbouwd en verduurzaamd.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Archieven

    Adresboek 1934

    Haart 73/1 > 85

    Molen en pakhuis

    Adresboek 1967

    Haart 85 > Haartseweg 4

    Molen en pakhuis

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-1161
    FunctieVoormalige maalderij
    Bouwjaar1920
    Monumentnee
  • Groot Rensink

    Groot Rensink

    Tammeldijk 4, Lintelo

    In oorsprong gaat deze boerderij terug op circa 1800, maar in de huidige verschijningsvorm kwamen de diverse bouwdelen vanaf de late 19de eeuw tot stand. De hoofdmassa dateert uit 1914 en is opgezet volgens het hallehuistype met middenlangsdeel.

    Deze boerderij heeft een rechthoekige plattegrond, één bouwlaag en een pannengedekt zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in bruine baksteen en hebben een gepleisterde plint. De midden in de achtergevel gelegen deelingang is bereikbaar via een inpandige portiek en gevat onder een segmentboog met sluitstenen. Ook de opzij gelegen stalingangen hebben een segmentboog met sluitstenen. Verder zijn er enkele symmetrisch in de gevel gelegen stalramen met sierroeden. De overige erfbebouwing bestaat uit deels houten schuren met pannengedekte zadeldaken.

    Watermolen en gracht

    Er was vroeger een watermolen met onderslagrad bij Groot Rensink. De molen bij het erve Scholten Rensink werd gevoed door een aftakking van de Slingebeek, die via het Aaltensche Broek verder stroomde in de Rensink- en Tammelsbeken. Om het erf lag vroeger een brede gracht, waarin zuidoost van het huis een kolk lag tegen een hoge kamp. In de jaren 1905-1910 werd bij het beginpunt van die kolk balkwerk aangetroffen. Gracht en kolk werden toen gedempt met afgraving van die kamp, maar op een satellietfoto van 5 maart 2005 is de loop van de voormalige beek nog wel te herkennen, als iets donkerder gekleurde grond.


    Archieven

    Volontaire Protocollen 13-04-1635

    Johan Rensinck en Mechteldt Mächtens, Willem Schuerinck genant Rensinck en zijn vrouw en Thonis Rensinck genant Luiten en zijn vrouw (= Lutte Doorninck), broers en zusters, leggen een geschil over het leengoed Rensinck bij. Johan Rensinck is ‘Besitter nae Leenrecht‘ van het leengoed dat bestaat uit twee goederen, het ene goed heeft hij geërfd van zijn overleden dochter Geesken (ove. < 1625, getrouwt op met Henrick ten Borninckhave genant Kolwagen) uit zijn 1e huwelijk met Henrica Rensinck, dochter van wijlen Lubbert Rensinck. Dit goed zullen hij, zijn vrouw en erfgenamen behouden. Het leenrecht van het andere goed zal hij afstaan aan zijn zwager en broer Willem Schuerinck genant Rensinck en Thonis Rensinck genant Luiten en hun vrouwen en erfgenamen.

    Het goed van Johan Rensinck werd later Groot Rensink en recenter ook Scholte Rensink genoemd. Het ‘andere‘ goed werd later Klein Rensink en recenter ook Oud Rensink of Tuunterboer genoemd.

    Verpondingscohier, origineel register 1650

    Willem Rensinck was bouwman op ‘het andere goet Rensinck‘ waarvoor Jan en Willem Rensinck en Tonnis Luijten ‘toestendich‘ waren.

    Liberale Gifte 1748

    Groot Rensink, Lintelo - Liberale Gifte 1748

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832G-491Gerrit Jan Tannemaat e.c.2.800 m² huis, schuur & erf

    Bewoners

    Eerst bekende bewoners:

    Willem Schuerinck genant Rensinck (Lintelo)
    n.n. Rensinck (Lintelo)

    Volgende bewoners, (waarschijnlijk) zoon en schoondochter:

    Arent Rensink (Lintelo – Lintelo, 1672-1676)
    Jenneken Tambel (Lintelo)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Henric Rensinck (Lintelo – Lintelo, 1723-1725), trouwt
    (1) op 22-12-1678 in Aalten met Aeltjen Welinck (Dinxperlo – Lintelo, < 1685)
    (2) op 07-06-1685 in Aalten met Geesken te Braeck (Lintelo)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Hendrick Rensink (Aalten, 25-03-1688 – Lintelo, < 1761), trouwt op 04-03-1725 in Aalten met
    Berentje in ‘t Walvaard (Haart)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Hendrik Jan Rensink (Aalten, 05-12-1728 – Lintelo, 07-04-1783), trouwt
    (1) op 06-05-1757 in Aalten met Janna Berendina Swijtink (Aalten, 17-05-1732 – Lintelo, 16-08-1768)
    (2) op 13-05-1769 in Aalten met Anna Catharina Kleuvers (Aalten, 12-12-1751 – Lichtenvoorde, 08-04-1830)

    Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:

    Abraham Honders (Winterswijk, 05-08-1759 – Lichtenvoorde, 06-11-1827), trouwt op 09-01-1785 in Aalten met
    Anna Catharina Kleuvers (Aalten, 12-12-1751 – Lichtenvoorde, 08-04-1830)

    Abraham’s moeder Aeltjen Greupink, weduwe van Willem Esselink op Honders in Kotten, woonde bij haar zoon en schoondochter en overleed op Groot Rensink op 28-04-1807.

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Jan Willem Rensink (Aalten, 30-12-1770 – Lintelo, 11-04-1820), trouwt op 05-07-1801 in Aalten met
    Elizabeth Lijsen / Liezen (Lintelo, 15-10-1776 – Lintelo, 07-06-1838)

    Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:

    Bevolkingsregister 1823-1850

    “Groot Rensink”

    Lintelo 11

    Garrit Jan Tannemaat (Varsseveld, 09-07-1798 – Lintelo, 07-05-1850), trouwt op 21-06-1822 in Aalten met
    Elisabeth Lijsen / Liezen (Lintelo, 15-10-1776 – Lintelo, 07-06-1838)

    Volgende bewoners, zoon uit 1e huwelijk van Elisabeth en echtgenote:

    Arent Jan Rensink (Lintelo, 11-10-1818 – Lintelo, 16-01-1864), trouwt op 10-06-1842 in Aalten met
    Dela te Bokkel (Barlo, 30-03-1821 – Lintelo, 17-05-1887)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Lintelo 15

    Arend Jan Rensink (Lintelo, 11-10-1818)
    Dela te Bokkel (Barlo, 30-03-1821)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Lintelo 15

    Arend Jan Rensink (Lintelo, 11-10-1818)
    Dela te Bokkel (Barlo, 30-03-1821)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Lintelo 27

    Dela te Bokkel (Barlo, 30-03-1821)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Lintelo 27

    Dela te Bokkel (Barlo, 30-03-1821)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Gerrit Jan Rensink (Lintelo, 25-11-1844)
    Grada Willemina Gussinklo (Lintelo, 16-09-1855)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Lintelo 39

    Gerrit Jan Rensink (Lintelo, 25-11-1844)
    Grada Willemina Gussinklo (Lintelo, 16-09-1855)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Lintelo 44 > 30

    Gerrit Jan Rensink (Lintelo, 25-11-1844)
    Grada Willemina Gussinklo (Lintelo, 16-09-1855)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Lintelo 30 > 34

    Gerrit Jan Rensink (Lintelo, 25-11-1844)
    Grada Willemina Gussinklo (Lintelo, 16-09-1855)

    Adreswijziging 1934

    Lintelo 34 > 40

    G.J. Rensink

    Adreswijziging 1967

    “Groot Rensink”

    Lintelo 40 > Tammeldijk 4

    E.J. Makkink

  • Papiermolen

    Papiermolen

    Markerinkdijk, Barlo (verdwenen)

    Rond 1500 dreven de gebroeders Pannekoek een papiermolen op de Zilverbeek in Barlo. De molen zou ongeveer 250 meter ten westen van boerderij ’t Markerink hebben gestaan, “waar thans een driehoekig bosperceeltje ligt“, waar het toegangspad naar de boerderij Den Blauwen de Zilverbeek kruist en direct ten oosten waarvan de beek is verbreed.

    Het Zilverbeekje werd geroemd om zijn heldere water en men was in staat om er helderwit papier mee te maken. Toen er door de landeigenaren in de omgeving steeds meer sloten werden gegraven om de afwatering te verbeteren, droogde de Zilverbeek in de zomer echter langzaam uit. Rond 1560 werd de molen verbouwd tot pottenfabriek.

    De voormalige papiermolen / pottenfabriek en/of het daarbij behorende huis werd naar verluid rond 1860 afgebroken. De bewoners verhuisden naar een nieuw huis aan de Aladnaweg.

    In en rond Aalten komt de familienaam Pa(m)piermolen nog steeds voor.


    Archieven

    Liberale Gifte 1748


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig. Onder voorbehoud!

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832A-243J.H. Nijhof e.c., landbouwer700 m² huis & erf
    1846A-243Berend Hendrik Nijhof e.c., landbouwer700 m² huis & erf
    1852A-243Jan Hendrik Deunk e.c., landbouwer700 m² huis & erf
    1876A-243Jan Hendrik Nijhof e.c., landbouwer700 m² huis & erf

    Bewoners

    Eerst bekende bewoners:

    Geert Bullens alias Meijnen alias Papiermoolen (Aalten, 08-07-1677 – Barlo < 1743)
    ⚭ Aalten, 25-03-1708
    Hendersken Hillen (Barlo)

    Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:

    Jan (Gerrit Jan) Vervelde alias Pampiermo(o)le (Aalten, 10-06-1714 – Barlo, 16-01-1802)
    ⚭ (1) Aalten, 29-06-1743
    Beerndeke(n) Meijnen alias Papiermoolen (Aalten, 31-07-1718 – Barlo <1764)

    Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:

    Jan (Gerrit Jan) Vervelde alias Pampiermo(o)le (Aalten, 10-06-1714 – Barlo, 16-01-1802)
    ⚭ (2) Aalten, 28-01-1764
    Griete Ligterin(k/g) (Aalten, 17-03-1729 – Barlo, 08-03-1794)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Jan (in de) Pa(m)piermole(n) (Barlo, ca. 1746 – Barlo, 19-02-1813)
    ⚭ Aalten, 02-07-1786
    Janna Willemina Graven (Aalten, 14-11-1762 – Barlo, 06-02-1813)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Jan Willem Pampiermole (Barlo, 21-03-1789 – Barlo, 13-03-1858)
    ⚭ Aalten, 26-06-1814
    Hendrika Vossers (Barlo, 03-10-1784 – Barlo, 03-06-1846)

    Bevolkingsregister 1823-1850

    “Pampiermole”

    Barlo 45a

    Jan Willem Papiermole (Barlo, 21-03-1789 – Barlo, 13-03-1858), landbouwer
    Hendrika Vossers (Barlo, 03-10-1784 – Barlo, 03-06-1846)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Jan Hendrik Papiermolen (Barlo, 30-06-1815 – Barlo, 01-05-1897), landbouwer
    Berendina Gutters (Aalten, 11-02-1806 – Barlo, 05-12-1871)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Barlo 54

    Jan Hendrik Papiermolen (Barlo, 30-06-1815 – Barlo, 01-05-1897), landbouwer
    Berendina Gutters (Aalten, 11-02-1806 – Barlo, 05-12-1871)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Barlo 54

    Jan Hendrik Papiermolen (Barlo, 30-06-1815 – Barlo, 01-05-1897), landbouwer
    Berendina Gutters (Aalten, 11-02-1806 – Barlo, 05-12-1871)

    Zij zijn vermoedelijk eind deze periode verhuisd naar de ‘Nieuwe’ Papiermolen aan de Aladnaweg. Het verloop van de huisnummering ondersteunt deze theorie.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.onbekend
    FunctiePapiermolen,
    pottenfabriek
    Bouwjaarca. 1450-1500
    Sloopca. 1860

    Verwante boerderijen


  • Moezemölle / Balkermölle

    Moezemölle / Balkermölle

    Varsseveldsestraatweg 97, Lintelo (verdwenen)

    De verdwenen Moezemölle of molen van Balke / Balkermölle in Lintelo moet een achtkante, rietgedekte grondzeiler zijn geweest. Tot die slotsom komt de Aaltense oud-onderwijzer Wim Geesink, die de historie van deze vroegere wiekendrager heeft uitgezocht.

    Lang ging men ervan uit dat de tweede Lintelose molen een houten standerdmolen is geweest. Doordat zijn grootvader Derk Willem als knecht op de molen heeft gewerkt raakte Geesink geboeid door het onderwerp. Hij heeft uitvoerig archiefwerk verricht en zijn bevindingen gepubliceerd in de twee laatste nummers van de oudheidkundige werkgemeenschap ADW.


    Geschiedenis

    Boer Willem Bulsink kreeg op 19 november 1859 toestemming om op de Lintelose Es een molen te bouwen. Die plek was gunstig qua windvang. De overheid had daartegen geen bezwaar, als de molen maar ver genoeg van de rijweg werd gezet, namelijk ‘minstens 45 Ellen’. Waarschijnlijk om het schrikken van de paarden te voorkomen.

    Opmerkelijk is dat in hetzelfde jaar ook de aanvraag werd ingediend voor de bouw van de (nog bestaande) Wenninkmolen in Lintelo. Initiatiefnemer H. Wennink, destijds wonend in Drempt, moest zijn molen ook op ‘behoorlijke’ afstand van de rijweg neerzetten. Wennink kon eerder beginnen met de bouw dan Bulsink en één jaar eerder malen. Er zal een fikse concurrentiestrijd zijn ontstaan, die uiteindelijk in het voordeel van Wennink beslecht is.

    Op een kadastertekening van 1861 staat de molen van Bulsink als een achtkant getekend. Vandaar dat Geesink ervan uitgaat dat het hier om een achtkante grondzeiler ging. De molen van Bulsink kwam in 1861 gereed en rond 1864 werd er een molenaarshuis bij gebouwd.

    Moezemölle

    In de volksmond noemde men deze molen de Moezemölle, waarschijnlijk omdat er erg veel muizen huisden. De molen ging meermalen in andere handen over. De laatste molenaar was Dirk Balke, hij verkocht de molen in 1917 voor sloop. De romp was toen niet best meer en de gaten moesten met stro worden dichtgestopt.

    Het molenaarshuis staat nog aan de Varsseveldsestraatweg 97. Nu woont hier de familie Lange. In de tuin ligt nog een molensteen als herinnering aan de vroegere korenmolen.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Lintelo 109b

    Hendrik Jan Stronks (Dale, 04-04-1822), molenaar
    Aalberdina Radstaak (Zelhem, 11-04-1834)

    Volgende bewoners:

    Manus Wieberdink (Lintelo, 13-04-1837), landbouwer
    Fredrika Johanna Heusinkveld (Lintelo, 05-06-1842)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Lintelo 137

    Manus Wieberdink (Lintelo, 13-04-1837), landbouwer
    Fredrika Johanna Heusinkveld (Lintelo, 05-06-1842)

    Volgende bewoners:

    Fredrik Helmink (IJzerlo, 10-10-1845), molenaar
    Willemina Hendrika van Arragon (Heelweg, 20-05-1852)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Lintelo 137

    Fredrik Helmink (IJzerlo, 10-10-1845), molenaar
    Willemina Hendrika van Arragon (Heelweg, 20-05-1852)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Lintelo 153

    Fredrik Helmink (IJzerlo, 10-10-1845), molenaar
    (1) Willemina Hendrika van Arragon (Heelweg, 20-05-1852)
    (2) Christina Scholten (Sinderen, 23-09-1858)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Lintelo 156 > 163

    Fredrik Helmink (IJzerlo, 10-10-1845), molenaar
    Christina Scholten (Sinderen, 23-09-1858)

    Volgende bewoners:

    Derk Martinus Balke (Aalten, 24-09-1878), molenaar
    Jacoba Lamberdina Helmink (Dinxperlo, 11-10-1888)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Lintelo 163

    Dirk Martinus Balke (Aalten, 24-09-1878), molenaar
    Jacoba Lamberdina Helmink (Dinxperlo, 11-10-1888)

    Volgende bewoners:

    Lintelo 163 > 173

    Gerrit Jan Wentink (Dale, 03-03-1897), landbouwer
    Reindina Willemina Kuiperij (Heelweg, 29-07-1893)

    Adresboek 1934

    Lintelo 173 > 225

    G.J. Wentink

    Adresboek 1967

    Lintelo 225 > Varsseveldsestraatweg 97

    G.J. Wentink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-212
    FunctieMolen
    Bouwjaar1861
    Sloopca. 1917
  • Molen De Hoop / van Klomps

    Molen De Hoop / van Klomps

    Molenstraat 5, Aalten (verdwenen)

    Meer dan honderd jaar domineerde molen De Hoop het beeld van de Molenstraat in Aalten. In het voorjaar van 1968 was het echter definitief gebeurd.

    De wieken waren al lang verdwenen, de bovenste twee meter van de romp waren geofferd voor het bouwen van een woning en toen er in de loop van de jaren zestig ook geen markt meer was voor de laatst overgebleven functie, het zagen van boerengeriefhout, gingen de molen met bijgebouwen tegen de grond. Vier nieuwbouwwoningen kwamen ervoor in de plaats.

    Oprichting

    Op 2 november 1852 besprak de Aaltense gemeenteraad een bouwaanvraag van de heren Freriks en Buenk voor een “steen-, wind-, koren-, mout- en schorsmolen”. Dit laatste duidt op het malen van eikenschors, bestemd voor de leerlooiers. Er waren geen bezwaren en de vergunning werd verleend. De bouw van de molen vond plaats op een stuk grond, noordwestelijk van Aalten.

    Nog tijdens de bouw dienden genoemde heren een verzoek in om de molen “ook te mogen inrichten tot het schellen van garst en giers en het slaan van olie”. Ook dit werd toegestaan. De molen kreeg de naam ‘De Hoop’. Zes jaar later verkocht Derk Jan Buenk zijn onverdeelde helft van de molen “annex getimmert, erf en verder toe en aanbehooren” voor ƒ 2500 aan zijn compagnon Johannes Theodorus Freriks.

    Molenaar was Gerrit Jan Lammers. Hij kocht enkele jaren later de molen en zijn zoon Johannes Christiaan (Jehan) Lammers volgde hem op als molenaar.

    De molen werd aanvankelijk gebruikt voor het malen van graan en het persen van olie uit rapen. Later kwam de houtzagerij er bij. Berend Willem Klomps nam de molen in 1923 over van Lammers. Hij bleef tot eind jaren vijftig molenaar. In de laatste jaren voor de sloop was het gebouw eigendom van de Coop. Landbouwvereniging.

    In de loop der jaren werden nog diverse andere energiebronnen ingezet om de machines in beweging te krijgen. Een tijdlang heeft het bedrijf gedraaid op een gasmotor, die werkte op stadsgas. Later was er een dieselmotor voor het zware werk. De laatste jaren gebeurde alles elektrisch.

    Sloop

    In de Graafschapbode van mei 1968, aan de vooravond van de sloop, wordt de historie van de molen beeldend beschreven.

    „Eerst ruisten zijn ranke wieken door de lucht, voortgedreven door de wind om met hun kracht de oude houten tandwielen in beweging te brengen, die op hun beurt zorgden voor de voortbeweging van de werkmechanismen. Maar toen de tijd haastig werd en men niet langer afhankelijk kon zijn van de grillen van het weer, besloot de toenmalige molenaar, de heer Lammers, dat de wieken eraf gehaald zouden worden. Van toen af werd het bedrijf beheerst door het dreunen van de locomobiel, een verplaatsbare stoommachine.”

    Vóór 1930 werd de molen al gemechaniseerd. De overgebleven romp werd in 1968 gesloopt.

    In 1969 werd er op het terrein van de voormalige molen een diepe waterput gevonden.

    Hoewel de molen zelf al vele decennia uit het straatbeeld is verdwenen, leefde de naam nog lange tijd voort. De bijnaam van de familie Lammers aan de Varsseveldsestraatweg luidde vele jaren later nog steeds ‘Lammers van de Hoopmölder’.


    Archieven

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten B274 > Aalten B279

    Adresboek 1934

    Aalten B279 > Molenstraat 5

    Molen

    Adresboek 1967

    Molenstraat 5

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-55/54
    FunctieMolen
    Bouwjaar1853
    Sloop1968

    Bronnen


  • Molen van Ter Haar

    Molen van Ter Haar

    Koningsweg 6, Aalten (verdwenen)

    De molen van Ter Haar was een achtkante houten beltmolen aan de Koningsweg in Aalten. De molen werd in 1849 gebouwd ter vervanging van een oudere standerdmolen. Na brand, herbouw en stormschade raakte de molen buiten gebruik. In 1967 werd het laatste restant gesloopt.

    De molen ontleende zijn naam aan de gebroeders G.H. en H. ter Haar en stond aan de Koningsweg in Aalten. Men noemde het ook wel ‘de Oude Molen’.

    Al in 1402 stond op deze plek een molen, die op een zeker moment verdween. In 1849 werd de standerdmolen ter plaatse vervangen door een achtkante houten beltmolen. Deze molen werd gebouwd door E. Roerdink, F.H. Lindehovius en J.W. Velthuis. “Op hoop van zegen” beitelde men in een steen boven de ingang.

    In 1919 werd de molen door brand verwoest. In 1921 werd hij herbouwd met gebruik van een achtkante bovenbouw afkomstig uit Dedemsvaart. De molenas was afkomstig van een molen in Vierakker die eveneens door brand was getroffen.

    Tijdens een zware storm in 1929 raakte de molen ernstig beschadigd. De wieken gingen verloren en de molen was sindsdien buiten gebruik. In een krantenbericht uit 1930 pleitte de heer Van Eerden voor herstel: het was de enige nog draaiende molen in Aalten. Eigenaar op dat moment was B. Klein Lebbink uit Almen.

    Tot februari 1966 woonden de gebroeders Ter Haar nog bij de molen. Het zwaar vervallen houten achtkant werd uiteindelijk in juni 1967 omgetrokken en de restanten verbrand.

    Een adresboek uit 1961 vermeldde nog een molen aan de Koningsweg; in de editie van 1967 werd echter gesproken van een ‘molenwrak’.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-57Engelbert Roerdink e.c.,
    landbouwer te Winterswijk
    2.330 m² molen & erf

    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 134 > 145

    Adresboek 1934

    Dale 145 > Koningsweg 6

    Molen

    Adresboek 1967

    Koningsweg 6

    Molenwrak

    Kenmerken


    Kadastraal nr.O-768
    FunctieMolen
    Bouwjaar1849
    Sloopca. 1967

    Krantenberichten

  • Watermolen op de Pol

    Watermolen op de Pol

    Polstraat, Aalten (verdwenen)

    Eeuwenlang stond er een watermolen in de Slingebeek bij de havezate De Ahof, ongeveer ter hoogte van de huidige stenen bank van Aaltens Belang. Begin 20e eeuw werd de bouwvallige molen afgebroken. De molen had aan beide zijden van de beek raderen: op de zuidoever stond de oliemolen (met een rad van 4,42 m Ø) en op de noordoever bevond zich de runmolen (met een rad van 4,66 m Ø), met daarboven de graanmolen.

    De watermolen werd waarschijnlijk kort na 1500 gebouwd, mogelijk door een overgang van molenrechten van de Grevinkhof in Dale naar De Ahof, dat later ook in handen kwam van de familie Grevink. De eerste vermeldingen van de molen dateren uit 1502, onder andere over de inkomsten voor de rentmeester.

    In 1562 wordt de molen omschreven als een ruïne, maar blijft in latere jaren toch herhaaldelijk opduiken in de archieven. B.D. Rots schrijft in zijn boek ‘Aalten en Bredevoort in vervlogen tijden’ dat de watermolen omstreeks 1700 eigendom was van de Oranjes, die hem verpachtten aan een molenaar. Op 9 februari 1707 kwam De Ahof, met “den Erfpagt van de Aaltense Watermole”, in handen van de familie Arentsen/Arentzen.

    In 1739 deden de eigenaren Bernardus Arentzen en Gerrit Jan Heusinkveld hun beklag over de concurrentie door de vele rosmolens rondom Aalten, terwijl zij toch telkens kosten moesten maken om de watermolen in goede staat te houden. In 1758 wordt vermeld dat het stadsbestuur van Bredevoort bij wateroverlast het recht had om de schutten bij De Ahof op te trekken en mee te nemen naar hun stad.

    Rond 1830 had de graanmolen twee schepraderen en drie koppels maalstenen, terwijl de oliemolen één scheprad en drie stampers had. Bij watergebrek konden de molens ook door paarden worden aangedreven. Hoewel de molen drie onderslagraderen had, kon voor de graanmolen bij laagwater vanaf 1840 een klein bovenslagrad met aparte waterloop worden ingezet.

    Rond 1900 verdween de molen definitief; alleen het rad van de graanmolen was toen nog aanwezig. Op foto’s uit die tijd is te zien dat het hele complex in verval was geraakt. Bij werkzaamheden aan de Slinge in 1969 werden ongeveer 200 heipalen verwijderd. Slechts een muurrestant herinnert tegenwoordig nog aan de watermolen.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-182
    I-228
    Roelof Arentzen, assessor470 m² molen & erf
    920 m² molen & erf
    1851I-182
    I-228
    Engelbarta Hendrica Arendsen en
    Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
    470 m² molen & erf
    920 m² molen & erf
    1854I-1918
    I-1968
    Engelbarta Hendrica Arendsen en
    Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
    470 m² graanmolen & erf
    178 m² molen & erf

    Locatie van de watermolen, met rechtsboven de Ahof. Alle rode gebouwen op dit kaartje zijn volgens de kadastergegevens uit 1832 eigendom van Roelof Arentzen, assessor te Aalten. De rode lijnen zijn de toenmalige perceelsgrenzen. Deze geven ook duidelijk de loop van de toenmalige gracht om de Ahof weer.


    Krantenberichten

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-12213/8533
    FunctieWatermolen
    Bouwjaarca. 1500
    Sloopca. 1900

    Bronnen


  • Molen van Grevink

    Molen van Grevink

    Lichtenvoordsestraatweg 77, Barlo (verdwenen)

    Aan de Lichtenvoordsestraatweg in Barlo stond vanaf 1856 een achtkantige bovenkruier (beltmolen) die in de twintigste eeuw uitgroeide tot maalderij annex mengvoederbedrijf van de familie Grevink. De molen werd in 1944 onttakeld en ging in 1986 door brand definitief verloren.

    In 1853 gingen er in Barlo stemmen op dat er ook in deze buurtschap een molen moest komen. Men overwoog in eerste instantie een molen aangedreven door waterkracht. Onderzoek bracht echter aan het licht dat er door de Zilverbeek onvoldoende water per uur stroomde. In 1856 verrees enkele honderden meters noordelijker dan toch een windmolen. Het was een achtkantige bovenkruier, type beltmolen.

    De manier van aandrijving ging consequent met de tijd mee. Vanaf 1887 werd de molen aangedreven door een stoommachine, om in 1925 plaats te maken voor een gaszuigermotor. Toen in 1934 ook in Barlo elektriciteit beschikbaar kwam, bleek de elektromotor een grote aanwinst.

    De laatste molenaar was J.W.F. Grevink — stiekem Jan Willem Fluweel genoemd. Al in 1928 opende hij naast de molen een bakkerij met een kruidenierswinkel.

    De molen was in 1944 al onttakeld. Zonder wieken was de premie voor de brandverzekering namelijk lager. Op 29 maart 1986 brak in de vroege ochtend een brand uit die voorgoed een einde maakte aan deze molen. Snel ingrijpen van de brandweer voorkwam dat een naastgelegen varkensschuur verloren ging in de vlammen. De oorzaak van de brand is niet bekend.


    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Barlo 79

    Molen

    Adresboek 1934

    Barlo 75 > 108

    Korenmolen

    Adresboek 1967

    Barlo 108 > Lichtenvoordsestraatweg 77

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.N-705/704
    FunctieWindmolen
    Bouwjaar1856
    Afgebrand1986

    Bronnen


  • Molen van Assink

    Molen van Assink

    Haartseweg 25, Haart (verdwenen)

    Deze beltmolen met inrit werd in 1849 gebouwd voor de heer Lammers. Eén van de eigenaren was Jan Albert Tenkink (1834-1917). De laatste molenaar was Herman Lammers (1843-1921).

    De molen verbrandde door blikseminslag op Tweede Pinksterdag 1911, daarna werd de molen onttakeld. Tot 1989 gebruikte Bernard Assink de uitgegraven molenromp als machinestalling. Op Youtube staat een interview met hem (hieronder weergegeven). In 1990 werd de molenromp gesloopt omdat hij gevaar opleverde voor de omgeving.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Archieven

    Adresboek 1967

    Haart 56 > Haartseweg 25

    H. Assink, ,,Oude Molen”

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-1263
    FunctieMolen
    Bouwjaar1849
    Sloop1990
  • Wenninkmolen

    Wenninkmolen

    Gendringseweg 27, Lintelo

    De Wenninkmolen is een korenmolen in Lintelo, in 1860 gebouwd voor de familie Wennink, hetgeen de naam van de molen verklaart. De molen bleef tot 1920 in handen van deze familie. Sinds 1973 is de molen eigendom van de familie Nijland. In 1984 is de molen gerestaureerd. Op 27 december 2007 werd de molen overgedragen aan de Stichting tot Behoud van de Wenninkmolen te Lintelo.

    Omstreeks 1860 was er in Lintelo een soort wedstrijd om op twee plaatsen een molen te bouwen. H. Wennink won de race en had een klantenvoorsprong op wat later de ‘Moezemölle‘ werd genoemd. Wellicht is dat ook de reden dat de Wenninkmolen er nu nog staat en de andere niet. Wennink bleef tot 1890 eigenaar.

    Nadat de molen in de vorige eeuw vanuit particuliere handen overgegaan was naar de coöperatieve landbouwvereniging, kon er geïnvesteerd worden om makkelijker te werken: de molen kreeg een wiekenkruis met het systeem Van Bussel en een Ten Haveklep. Ook werden de koppels stenen van de steenzolder gehaald; molenmaker Kreeftenberg stelde een maalstoel onderin de molen op, met aandrijving vanaf het spoorwiel, zodat de molen ook op die plek de steen kon aandrijven. Op de horizontale maalas onder de molenstenen kwam een riemschijf voor aandrijving vanuit de machinekamer, waar een zuiggas- en later een elektromotor stonden. Door deze opstelling zijn er acht wielen tussen wieken en maalsteen. De kammen zijn steeds van hout; enkele wielen zelf zijn van gietijzer. Naast de stenen heeft de molen een graan- en een meelelevator.

    Op een metselsteen boven de kleine deur aan de noordzijde staat vermeld: E.F.A. 1860

    Bij de zeer zware storm van 3 april 1973 raakte het wiekenkruis in zodanige staat dat er niet langer sprake was van een maalvaardige molen. Het heeft even geduurd voordat men overging tot herstel: in 1984 werd een nieuwe binnenroede gestoken, speciaal bestemd voor de Ten-Haveklep


    Technische details

    De roeden van de molen hebben een lengte van 23,88 meter. De door Groot-Wesseldijk gemaakte binnenroe is een in 1984 gelaste, ijzeren roede, die voorzien is van het Van Busselsysteem met Ten Have-kleppen. De 23,88 m lange buitenroede is een ingekorte potroede en heeft Oudhollands hekwerk met zeilen. De molen heeft één koppel maalstenen op de begane grond. Dit omdat er in 1936 namelijk een machinekamer gebouwd werd voor een zuiggasmotor, welke later vervangen werd door een elektromotor.

    De 5 meter lange, gietijzeren bovenas is in 1867 gemaakt door ijzergieterij De Prins van Oranje te ’s Gravenhage en heeft nummer 500.

    Sinds 1980 is alleen de windkracht (door middel van enkele extra overbrengingen) weer de enige bron van aandrijving. Verder zijn er nog enkele andere werktuigen in de molen aanwezig. Vrijwillig molenaars stellen de molen regelmatig in bedrijf.

    Inmiddels is er geen motor meer aanwezig: het overgebleven koppel stenen op de begane grond wordt, net als luiwerk en mengketel, uitsluitend door de wind aangedreven.


    Eigenaren

    • H. Wennink (1860 – 1890)
    • H.W. Wennink (1890 – 1920)
    • G.J. Wisselink (1920 – 1948)
    • Coöp. Landbouwvereniging Aalten (1948 – 1973)
    • A. Nijland (1973 – 1996)
    • H. Nijland (1996 – 2007)
    • Stichting Vrienden van de Wenninkmolen te Lintelo (2007 – heden)

    Archieven

    Adresboek 1934

    Lintelo 146

    Molen

    Adresboek 1967

    Lintelo 146 > Gendringseweg 27

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.G-5208/5327
    FunctieMolen
    Bouwjaar1860
    MonumentRijksmonument
  • Molen Prins van Oranje

    Molen Prins van Oranje

    Landstraat 32-34, Bredevoort

    De Prins van Oranje is een ronde stenen walkorenmolen met een met dakleer gedekte kap voor het malen van graan. De molen staat op een belt van 3,5 meter hoogte, maar daaronder zit ook nog het zes meter hoge Bastion Welgemoed dat ooit deel uitmaakte van de vestingwerken van Bredevoort.

    Omstreeks 1644/45 werd door de prins van Oranje, als heer van Bredevoort, toestemming verleend voor de bouw van een standerdmolen op het bastion Welgemoed. Nadat deze in 1869 afbrandde werd in 1870 op dezelfde plaats de huidige molen gebouwd. De bouw duurde langer dan gebruikelijk, omdat de Duitse metselaars moesten dienen als soldaat in de Frans-Pruisische Oorlog. De molen is in 1968 gerestaureerd en nogmaals in 1991 en 1992 voor wat betreft het technische gedeelte.


    Archieven

    Kadaster 1832

    Bredevoort B121
    Gerrit Willem Heusinkveld
    molenaar te Bredevoort
    25 m² korenmolen

    Adresboek 1934

    Landstraat 32

    Molen

    Adresboek 1967

    Landstraat 34

    Pakhuis

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-2085
    FunctieMolen
    Bouwjaar1870
    Restauratie1968, 1991/1992
    MonumentRijksmonument
  • Molen De Eendracht / van Gaans

    Molen De Eendracht / van Gaans

    Varsseveldsestraatweg 31, Aalten (verdwenen)

    In 1845 verrees aan de toenmalige Melkertsweg (nu Varsseveldsestraatweg) in Aalten een achtkante houten beltmolen met de naam De Eendracht. De molen diende zowel als koren- als houtzaagmolen en groeide later uit tot de zagerij van W.A. (Wim) van Gaans. In 1967 was het grootste deel van de molen verdwenen.

    Op 26 maart 1844 besprak de gemeenteraad het verzoek van timmerman J.B. van Eerden aan Z.M. Koning Willem II “tot de oprigting eenen KoornWindmolen in den zoogenaamde Aaltensche Esch aan de melkertsweg bij het dorp”. Er lag een bezwaarschrift van E. Roerdink c.s., eigenaren van de Oude Molen aan de Koningsweg, dat stelde dat er geen behoefte was aan nog een molen en dat hun inkomsten zouden dalen. De raad achtte het laatste argument aannemelijk, maar het eerste niet, en verleende de vergunning.

    In 1845 kwam De Eendracht gereed als houtzaag- en korenmolen. Later kreeg de molen het huisnummer B 207 in de serie huisnummers van de Hogestraat. Via een pad naar boven, later bekend als ‘het pad van Gaans’ kon men de Varsseveldsestraatweg bereiken.

    In 1934 kreeg de molen het officiële adres Varsseveldscheweg 31. In 1967 stond ter plaatse de zagerij van Wilhelmus Antonius (Wim) van Gaans. In de loods van de zagerij was nog een opgemetseld deel van het achtkant van de onderbouw zichtbaar.


    Huisnummering

    1838185018601870188018901900191019341967
    140158A203B207Varsseveldschestraat 31

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1626
    FunctieMolen
    Bouwjaar1845
    Sloopca. 1967 (?)

    Bronnen


  • Molen van Brunsveld

    Molen van Brunsveld

    Dinxperlosestraatweg 108, IJzerlo (verdwenen)

    In 1856 werd door Harmen Jan Huisstede een stuk grond gekocht van Wessel Veerbeek. Huisstede bouwde op dit stuk grond een achtkantige molen van het type grondzeiler. De wieken gingen dus vlak langs de grond en ongelukken zouden dan ook niet uitblijven.

    Eén van de eerste molenaars was Hendrik Jan te Kotte. Na zijn dood werd de molen in 1887 verkocht aan Jan Teube Westerveld.

    Antoon Brunsveld

    Kort daarna raakte de molen in onbruik. Op 8 september 1891 werd de molen verkocht aan Antoon Brunsveld. Brunsveld kwam van de Kruisberg bij Doetinchem en had het molenaarsvak geleerd bij de Benninkmolen in IJzevoorde en op de molen in Doetinchem. Later werkte hij ook nog bij de Kempermolen in Breedenbroek. Deze molens bestaan allemaal nog.

    Aanvankelijk bleef hij als een forens in Doetinchem wonen. De weg naar IJzerlo werd lopend op de klompen afgelegd. Maar op de zondag moest hij terug zijn in Doetinchem, om daar zijn kerkbezoek af te leggen.

    Buurtsuper

    In 1893 trouwde hij met Gesina Johanna Pennings van Thijs en toen gingen ze bij de molen wonen. Zijn schoonvader had daar een woning voor hen laten neerzetten. Antoon begon nu ook brood te bakken en in de molen werden ook rookwaren en andere producten verkocht. Dit vormde de grondslag voor de huidige buurtsuper Brunsveld, één van de laatste buurtwinkels in de Achterhoek.

    Sloop

    In oktober 1924 is de molen onttakeld. Het bedrijf Brunsveld & Zonen werd verder door stoom aangedreven. De sloopvergunning werd in 1965 afgegeven, maar pas in 1979 werd het restant van de molen gesloopt.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.S-384
    FunctieMolen
    Bouwjaar1856
    Sloop1979
  • Molen op ’t Rot / van Hakstege

    Molen op ’t Rot / van Hakstege

    Adm. de Ruyterstraat 5, Aalten (verdwenen)

    De molen ‘op ’t Rot’ stond tussen het huis aan de Admiraal de Ruyterstraat nummer 7 en de toenmalige Breukelaarschool (MULO) aan de Piet Heinstraat. Deze buurt werd ’t Rot genoemd. In de volksmond stond de molen bekend als de ‘molen van Hakstege’.

    De molen werd in 1896 gebouwd door Derk Hakstege (1860-1953), op de plek waar daarvoor ook al een molen stond die echter was afgebrand. Deze voorganger was een achtkante beltmolen genaamd ‘De Knötte’.

    Zoon Abraham Wessel Hakstege (1889-1964) was ongeveer 7 jaar oud toen de molen werd gebouwd. De benodigde bakstenen werden per spoor aangevoerd. Het transport van de stenen gebeurde nog met paard en wagen. De afstand tussen het spoorstation en de nieuw te bouwen molen was ongeveer 3 tot 4 honderd meter en zoonlief kreeg de opdracht het paard en de wagen te begeleiden.

    Onttakeling

    In 1931 werd de molen onttakeld, omdat de kosten voor een nieuwe as die op dat moment nodig was, niet op te brengen waren. De molen liep daarna in 1952 zware stormschade op. Rond 1970 werd ook de romp verwijderd.

    Na het overlijden van zijn vader werd Abraham Wessel op 1 juli 1954 eigenaar van de molen. Wegens ziekte, ouderdom en het ontbreken van een opvolger voor het beroep van molenaar werd de molen op 27 september 1963 verkocht aan de Breukelaarschool die ruimte nodig had voor uitbreiding.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1934

    Aalten A105 > Admiraal de Ruyterstraat 5

    Molen

    Adresboek 1967

    Admiraal de Ruyterstraat 5

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-733
    FunctieMolen
    Bouwjaar1896
    Sloopca. 1970