Categorie: Aalten

  • Midden in ’t Land

    Midden in ’t Land

    Grevinkweg 14, Dale

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1908C-4091Bernard Johan Elburg,
    klompenmaker of landbouwer
    630 m² huis, schuur & erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 12/1 > 22

    Arend Jan Elburg (Aalten, 03-09-1844)
    Berendina Hendrika Bruinink (Aalten, 30-07-1842)

    Hoewel het bevolkingsregister niet vermeld dat ze verhuisd zijn, woonden ze in de periode hiervoor op Dale 15 (Bekerhuis).

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Bernard Johan Elburg (Aalten, 02-03-1878)
    Gesiena Wesselina Ruesink (Wisch, 22-08-1884)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 22 > 24

    Bernard Johan Elburg (Aalten, 02-03-1878)
    Gesiena Wesselina Ruesink (Wisch, 22-08-1884)

    Adresboek 1934

    Dale 24 > 6

    Wed. B.J. Elburg

    Adresboek 1967

    “Midden in ’t Land”

    Dale 6 > Grevinkweg 14

    A.J. Elburg
    G.C. Kuenen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-615
    FunctieBoerderij
    Bouwjaarca. 1907
    Monumentnee
  • Bonifaciusstraat 20

    Bonifaciusstraat 20

    Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1936I-6763Gerhardus Bernardus Bennink, kuiper885 m² huis & erf
    1966I-8815Bernardus Antonius Gerhardus Bennink,
    schoenmaker
    863 m² huis, erf, garage

    Bewoners

    Adresboek 1967

    Bonifaciusstraat 20

    G.B. Bennink
    B.A.G. Bennink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11708
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaarca. 1935
    Monumentnee
  • Bocholtsestraatweg 70

    Bocholtsestraatweg 70

    v/h Heurne 33, Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1931E-1983Levij Salomon Meijler e.c., veehandelaar1.680 m² huis, bouwland
    1952E-1983Herman Jan Vaags, melkventer/metaalbewerker1.680 m² huis, schuur,
    bld., diepvriesruimte
    1985R-106Herman Jan Vaags, melkventer/metaalbewerker1.860 m² huis, tuin

    Bewoners

    Adresboek 1934

    Heurne 93/1 > 33

    S. Meijler

    Adresboek 1967

    Heurne 33 > Bocholtsestraatweg 70

    H.J. Vaags
    E.H. Nitschke

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-1382
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1930
    Monumentnee
  • Bodendijk 65

    Bodendijk 65

    Aalten

    Dit boerderijtje stond bekend als ‘De Heksenboer’. Het is inmiddels afgebroken. In 2001 is ongeveer op dezelfde plek een nieuwe woning gebouwd met huisnummer 65.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1882I-3758Bernardus Derksen, fabriekwerker1.680 m² huis, erf
    1895I-3758Johannes Theodorus Derksen, daglooner1.680 m² huis, erf
    1919I-3758Bernard Johan Rathmer, koopman1.680 m² huis, erf
    1922I-3758Gerrit Jan te Hennepe en cons., landbouwer1.680 m² huis, erf
    1968I-3758¾ Grada Wilhelmina te Hennepe, wed. J.W. Ruesink
    ¼ Dina Aleida Ruesink, g.m. Derk Hendrik te Grotenhuis
    1.680 m² huis, erf
    1985R-592idem1.740 m² huis, erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Heurne 4a

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), landbouwer
    Johanna Catharina Sonders (Wisch, 16-02-1824)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Heurne 5

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), fabriekarbeider, landbouwer
    Johanna Catharina Sonders (Wisch, 16-02-1824)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Heurne 12

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), landbouwer

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Johannes Theodorus Derksen (Lintelo, 21-07-1857), landbouwer
    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Heurne 23 > 3

    Johannes Theodorus Derksen (Lintelo, 21-07-1857), landbouwer
    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Heurne 3 > 4

    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Jan Willem Ruesink (De Heurne, 10-06-1903)
    Grada Willemina te Hennepe (Haart, 26-04-1906)

    Adresboek 1934

    Heurne 4 > 110

    G.J. te Hennepe

    Adresboek 1967

    Heurne 110 > Bodendijk 71

    Mevr. G.W. Ruesink-te Hennepe
    D.H. te Grotenhuis

    Ongeveer op deze locatie staat tegenwoordig een woning met huisnummer 65.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-1589
    FunctieBoerderij
    Bouwjaarca. 1881
    Sloopvóór 2000
  • Dinxperlosestraatweg 31

    Dinxperlosestraatweg 31

    v/h Dinxperloschestraat 15, Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A75b > A65b

    Hendrik Jan Elferink (Aalten, 01-06-1882), landbouwer
    Hendrika Gesina Winkelhorst (Aalten, 26-08-1879)

    Adresboek 1934

    Aalten A65 > Dinxperloschestraat 15

    H.J. Elferink

    Adresboek 1967

    Dinxperlosestraatweg 31

    F.H.M. Eppink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-2076
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1960
    Monumentnee
  • Markt

    Markt

    Aalten

    De Markt vormt al eeuwenlang het hart van het dagelijks leven in Aalten. Het dorp is als het ware ontstaan rond de kerk en het oude kerkhof, waarvan de Markt een laatste tastbare overblijfsel is. Over de vroegste bewoning van dit gebied is weinig met zekerheid bekend. Op 12 mei 1966 werd de Markt — als eerste in Gelderland — aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

    Aalten wordt in 1152 voor het eerst als parochie genoemd, al is het aannemelijk dat deze al eerder is gesticht. Rond het jaar 1100 werd het onderste gedeelte van de huidige kerktoren opgetrokken en dat heeft alles te maken met het ontstaan van de Markt. De aanwezigheid van een dergelijk solide bouwwerk — waarin men in tijden van gevaar een veilig heenkomen kon zoeken — leidde ertoe dat zich geleidelijk een nederzetting vormde rond de toren. Mede dankzij de aanwezigheid van een kapel groeide deze omgeving langzaam maar zeker uit tot het centrum van de gemeenschap.

    Kerkhof

    De grond rond de kapel en toren — de hof van de kerk, ofwel het kerkhof — was vrij uitgestrekt. Een deel daarvan werd gebruikt om de doden te begraven. Langs de begrenzing van dit gebied, ongeveer waar nu de Landstraat en de Bredevoortsestraatweg liggen, vestigden de vroegere Aaltenaren zich.

    Het ontstaan van de nederzetting zal te danken zijn geweest aan de gunstige ligging op een kruispunt van hoger gelegen zandruggen. De bebouwing ontwikkelde zich op de helling van een uit het moeras oprijzende heuvel, zuidelijk begrensd door de bedding van een beek en in het noorden omgeven door de hoge esgronden. Zo ontstond Aalten: gelegen tussen es en Slinge.

    Met het verstrijken der eeuwen verdichtte de bebouwing zich rond de kerk. Door het ontstaan van een pad met aan weerszijden huizen — de huidige Peperstraat — en de bebouwing van de oostzijde van de Landstraat, ontstond een plaats die later de naam ‘Markt’ kreeg.

    Geleidelijk werden de houten huizen vervangen door stenen gebouwen, waardoor het risico op brand in het centrum afnam. Met het bestraten van de open ruimte in het centrum ontstond er een geschikte plek voor het houden van markten. Zo was er de Meimarkt, de Sint-Nicolaasmarkt op 6 december en de jaarlijkse kermis. Mede dankzij de markten vestigden zich herbergiers en kroegbazen op de hoeken van de Markt.

    Beschermd dorpsgezicht

    Rond 1960 dreigde gevaar voor het historische dorpscentrum. Er lagen plannen voor een nieuwe verkeersweg, evenwijdig aan de Landstraat, die via de Kerkstraat en de Markt naar het noorden zou lopen. Voor de aanleg daarvan zouden het huidige museumpand en de bebouwing erachter moeten worden gesloopt. Met de aanwijzing van de Markt en omgeving tot beschermd dorpsgezicht in 1966, werd dit gevaar afgewend.

    Toch bleven de plannenmakers niet stilzitten. Al een jaar later werden nieuwe voorstellen gepresenteerd, waarvoor alle panden van het gemeentehuis moesten worden gesloopt. Op de vrijgekomen locatie moesten een VVV-kantoor en een wachtruimte voor het openbaar vervoer verrijzen, met stopplaatsen voor de bussen. Een nieuw raadhuis zou moeten verrijzen op de plaats van het voormalige feestgebouw bij de Pol. Ook deze plannen zijn uiteindelijk niet uitgevoerd.

    Bronnen



    Van deur tot deur

    Köstersbulte 2, Aalten (2024)

    Oberink

    Köstersbulte 2, Aalten
    Café-Restaurant Stegers, Markt, Aalten

    Café Stegers

    Markt 2, Aalten
    Markt 4, Aalten

    De Geste

    Markt 4, Aalten
    Hotel Keizer, Markt, Aalten (1952)

    Hotel Keizer

    Markt 10, Aalten
    Café De Landman, Landstraat, Aalten

    Café De Landman

    Markt 11, Aalten
    Frerikshuus - Markt 14, Aalten

    Frerikshuus

    Markt 14, Aalten
    Freriksschure, Markt 16, Aalten

    Freriksschure

    Markt 16 (a)
    Hogeweg Zuivelhuis, Markt 20, Aalten

    Hogeweg Zuivelhuis

    Markt 20, Aalten

    Geschiedenis

    Kadaster 1832

    Adresboek 1934

  • Drie boompjes

    Drie boompjes

    De ‘drie boompjes’ (dialect: ‘dree beumkes’) stonden op het hoogste punt van Aalten, waar de Hazenkampweg uitkomt op de huidige Ringweg. Het was vroeger een geliefd wandeldoel vanwege het mooie uitzicht over Aalten en het omliggende landschap. Het verloor echter veel van haar aantrekkelijkheid door de aanleg van de Ringweg, begin jaren 30 van de vorige eeuw.

    Bronnen


    • ‘Aalten zoals het was – zoals het is’
    • Delpher
  • Nirwana & De Keet

    Nirwana & De Keet

    Varsseveldsestraatweg 1 en 3, Aalten

    Het begin van de Varsseveldsestraatweg, van de kruising met de Landstraat / Lichtenvoordsestraatweg tot de toenmalige Ds. Stegemanschool, was vroeger erg smal. Het werd daarom in de volksmond het “Nauw van Calais” genoemd. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de straat verbreed door een aantal woningen te slopen. In twee panden die voor de verbreding moesten wijken hadden jeugdgroepen een onderdak gevonden, Nirwana en De Keet.

    In een krantenbericht uit (vermoedelijk) begin jaren zeventig stond het volgende:

    In het kader van de verbetering van de kruising Varsseveldsestraat met de Landstraat zal de gemeente Aalten één dezer dagen een begin maken met de sloop van de panden Varsseveldsestraat 1 en 3. De sloop is noodzakelijk omdat de doorgang ter plaatse veel te nauw is. In de panden, die, in afwachting van de sloop, reeds geruime tijd leeg stonden hebben twee jeugdgroepen een onderdak gevonden. De ene groep heeft zich de hemelse naam “Nirwana” aangemeten, de andere groep heet gewoon “De Keet”.

    Met de sloop van hun behuizingen worden de groepen min of meer met de ondergang bedreigd, omdat men nog geen nieuw onderdak gevonden heeft. Niettemin is men van plan de panden zonder moeilijkheden te verlaten. Met de ontruiming is al begonnen.

    Voor talloze Aaltense jongelui is het voortbestaan van beide groepen van het grootste belang. “De groepen voorzien duidelijk in een behoefte”, zo meent groepscommandant der rijkspolitie J. Westerink, die zich overigens bijzonder positief over de groepen uitlaat. Ook de gemeentelijke overheid stelt zich sympathiek op, maar vindt wel, dat de jongelui eerst moeten proberen zelf een onderdak te vinden, voordat zij bij de gemeente aankloppen. Uit een gesprek met beide groepen blijkt al gauw, dat er grote onderlinge verschillen zijn.

    Nirwana

    De Nirwana-groep is een duidelijk “links” georiënteerde groep. Opmerkelijk zijn de overeenkomsten met de in Lichtenvoorde zo vergalde “Pick”, een jongerengroep die in die gemeente nogal wat stof heeft doen opwaaien. “Nirwana” kent geen bestuur. Er is geen enkele controle op wat de aanwezigen doen. Wie zin heeft in een flesje pils pakt dat en men vertrouwt er op, dat het ook betaald wordt. Gebeurt dat niet, dan maakt niemand zich daar druk over. Ons uitgangspunt is vertrouwen, zeggen de trouwste Nirwana-leden.

    Grif wordt toegegeven dat in de club regelmatig getript wordt. Bij een onderzoek dat de politie enige tijd geleden instelde (Nirwana-leden spreken van “de inval”) wees alles op het gebruik van drugs, hoewel de politie geen verdovende middelen heeft kunnen vinden. Wel werd een waterpijp in beslag genomen.

    Nirwana kent een kussenzolder, waar vrij-lustigen zich naar hartewens kunnen uitleven. Toch stelt men duidelijk prijs op een sociaal gedrag. Hierover één van de Nirwana-leden aan het woord: “Enige tijd geleden kwam het veel voor dat stelletjes hier binnen kwamen en dan meteen door renden naar de zolder. Voor ons waren ze dan onbereikbaar. We vonden dat een a-sociaal gedrag. Daarom zijn we er met zijn allen om heen gaan zitten en hebben hen zo duidelijk gemaakt dat wij ook hun belangstelling verdienden”.

    Er wordt in deze club veel geslapen. Mensen die geen slaapplaats kunnen vinden kunnen hier terecht. Er blijken heel wat buitenlanders van deze mogelijkheid gebruik te hebben gemaakt. Maar ook Aaltense jongelui die bijvoorbeeld vanwege ruzie met de oudelui niet naar huis willen kunnen in Nirwana een onderdak vinden.

    Politieke belangstelling gaat uit naar de CPN, de PSP en misschien de PvdA. Politieke onderwerpen dienen vaak tot gespreksstof. Men overweegt in de toekomst een Nirwana-krant te gaan uitgeven. De overige activiteiten zijn vrij beperkt. Er wordt veelal naar muziek geluisterd, weinig gepraat en veel niets gedaan.

    De Keet

    Pal naast Nirwana, aan de rechterzijde heeft “De Keet” een onderdak gevonden. Enkele duidelijke verschillen springen in het oog. De inrichting van “De Keet” is veel ordelijker. Er is hier een barman die drankjes verkoopt en een discjockey die bepaalt welke plaatjes er worden gedraaid. De organisatie berust zeer duidelijk in handen van een autoritaire kerngroep die de diensten uitmaakt.

    De mensen die zich aangetrokken voelen tot De Keet zijn over het algemeen wat jonger dan de Nirwanaërs. Orde en regel heersen. We willen het leuk houden, zeggen de kerngroep-leden. Vrijen mag natuurlijk wel, maar niet te gek. Wie tript gaat eruit, daar moeten we niets van hebben. Trouwens met de lui hiernaast willen we niets te maken hebben (een duidelijk afkeurend gebaar in de richting van Nirwana). De vertrouwensbasis van Nirwana achten de Keetleden niet reëel. De instelling is hier ook duidelijk materialistischer. Als ze bij Nirwana wat meer op hun centen hadden gepast hadden ze nu zeker tienduizend gulden gehad.

    De Keet vindt het maken van een goede indruk bij de oudere generatie van het grootte belang. We willen graag dat onze ouders het goed vinden dat we hier komen. Er wordt hier ’s nachts dan ook niet geslapen. De discussie gaat hier dikwijls over muziek, godsdienst, algemene zeden en politiek. De voorkeur gaat uit naar de regeringspartijen.

    Verwaand

    De Nirwana-leden verwijten de lui van De Keet een bekrompen denkwijze. Wel geven ze toe, dat de muziek bij De Keet beter is. Ze vinden de Keet-mensen verder wel “lieve jongens”. In de ogen van de aanhangers van De Keet zijn de Nirwanaërs verwaand. “Ze denken dat ze meer en beter zijn dan wij, ze houden er een domme manier van herrieschoppen op na en hebben onverstandige uitgangspunten“, zo menen de Keet-mensen.

    Hoewel de Aaltenaren in de buurt wel eens klagen over te veel lawaai en plagerijtjes vallen de klachten over het algemeen wel mee. Adjudant Westerink, die, zoals gezegd zich vrij positief opstelt heeft toch wel bezwaren. “Er is geen vaste doelstelling”, zegt hij. “Er is alleen maar vaagheid. Maar misschien is die vaagheid (vrijheid, zeggen de clubbezoekers) wel hun doel”. Het contact dat de adjudant heeft gehad met de kerngroepleden noemt hij goed. De enkelingen bederven het, meent hij.

    Over druggebruik: “Ik neem wel aan dat er drugs gebruikt worden, hoewel men daar geen overdreven voorstelling van moet maken. Overal waar tegenwoordig jongeren bij elkaar zijn worden die middelen doorgegeven. Laatst is zoiets ook nog in het feestgebouw voorgevallen”. De heer Westerink gelooft niet dat de groepen de sympathie van de Aaltense bevolking hebben. Over het algemeen slaan die dingen bij de plaatselijke bevolking niet zo aan. Wel vindt hij dat de Aaltense bevolking soms al te negatief reageert.

    Subsidie

    Nirwana heeft een verzoek ingediend bij b en w om subsidie. Mochten b en w besluiten deze kwestie aan de Aaltense raad voor te leggen, dan belooft het een interessante discussie te worden. De grootste zorg voor beide groepen is voorlopig het vinden van onderdak. Anders moeten ze weer de straat op.

    Bronnen


  • Bilderdijkstraat 12

    Aalten

    Opening electro-technisch bureau H. Duenk, 1965

    Bewoners

    Adresboek 1967

    Bilderdijkstraat 12

    H. Duenk

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-9219
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1965
    Monumentnee

    Bronnen


  • Intercarpet

    Intercarpet

    Tweede Broekdijk 1, Aalten (failliet)

    Intercarpet in Aalten maakte tapijten en leverde die wereldwijd vanuit de productielocaties in Aalten en Blokzijl. In deze plaats in Overijssel werd gewerkt onder de naam Hartex. Ook werd er kunstgras geproduceerd. Het was een familiebedrijf dat tientallen jaren heeft bestaan en waar in 2023 de derde generatie aan het roer stond.

    Intercarpet werd opgericht in 1960, blijkens het volgende bericht dat De Volkskrant op 10 februari 1960 publiceerde:

    Vroegere directie Veneta sticht zelf tapijtfabriek

    AALTEN, 9 febr. — Twee vorig jaar afgetreden directie-leden van de Verenigde Nederlandse Tapijtfabrieken (Veneta) in Hilversum hebben, tezamen met de heer W. A. Hallen in Dinxperlo, een eigen tapijt-onderneming opgericht, de NV Inter-Carpet. Deze bouwt op het ogenblik in Aalten in de Achterhoek een nieuwe tapijtfabriek, die men in mei hoopt te openen. De twee ex-bestuurders van Veneta zijn de directeur W. H. J. Brouwer uit Hilversum, die bijna 40 jaar bij Veneta in dienst is geweest en de adjunct-directeur H. ter Burg uit Soest.

    Tezamen met de president-commissaris ir J. S. Schonegevel van Nijmegen en de directie-secretaris drs H. B. Pirik, namen zij vorig jaar hun ontslag, wegens ingrijpende meningsverschillen over het bedrijfsbeleid. Hoewel Veneta een open NV is, waarvan de aandelen op de beurs worden genoteerd, wordt het bedrijf beheerst door vier Gooise families. Deze bezitten de prioriteits-aandelen, aan welke het recht is voorbehouden om bestuursleden ter benoeming voor te dragen. Op de Kon. Ver. Tapijtfabrieken (KVT) en de „Verto” (Verenigde Touwfabrieken) na, is vrijwel de gehele Nederlandse tapijt-industrie in handen van familie-vennootschappen.

    Bij de Veneta was de ondergrond van het bestuursconflict, dat het bedrijf naar de mening der uitgetreden bestuurders niet voldoende met zijn tijd meeging. Evenals elders in de woninginrichting is ook de vloerbedekking na de oorlog steeds meer aan mode onderhevig geraakt.

    Er is een grote verschuiving in de vraag opgetreden van het afgepaste tapijt naar het tapijt, dat in banen de gehele kamer bedekt. De omschakeling brengt de nodige investeringen mee, maar voor de „achterblijvers” wordt de concurrentie steeds moeilijker.

    Modern bedrijf

    De Inter-Carpet in Aalten wordt een moderne tapijtfabriek met voor Nederland zeer nieuwe machines, waar vooral tapijten van grote breedtes zonder tussennaad zullen worden vervaardigd. Er zullen voorlopig 25 mensen werk vinden, maar de bedoeling is de produktie en het aantal werknemers later te vergroten. Inter-Carpet heeft een geplaatst aandelenkapitaal van 240 duizend gulden, dat door de drie oprichters uit eigen middelen bijeen is gebracht. Directeur is de heer Ter Burg; beide andere heren zijn commissaris.

    Veel inwoners van Aalten werken elders, wegens gebrek aan industrie in hun eigen woonplaats. Er zijn onder meer een koperdraad-industrie en drie katoen-weverijen. Eén daarvan, de Textiel-mij Gebr. Driessen, gaat sinds kort volledig samen met Wisselink’s Textielfabrieken in Enschede, die de verkoop van de produktie van beide weverijen in handen krijgt. De weverij in Aalten zal binnenkort worden gemoderniseerd en uitgebreid.

    Einde oefening

    Eind juli 2023 werd bekend dat de tapijtfabriek faillissement had aangevraagd. Men voerde daar verschillende redenen voor aan: het verlies van een grote klant, fors gestegen energiekosten en een aangepaste productiewijze met een nieuwe machine die niet helemaal van de grond kwam. Het bedrijf telde op dat moment 67 medewerkers, van wie er ongeveer 40 in Aalten werkten en de rest in Blokzijl.

    Wel doorstart Hartex Blokzijl

    Hartex, de productielocatie in Blokzijl, is overgenomen door de Condor Group, voorheen de grootste klant en een grote speler in de tapijt- en kunstgraswereld. Condor Group nam ook de machines uit Aalten over.

    Als reden waarom Blokzijl wel is overgenomen en Aalten niet, werd gemeld dat in Blokzijl meer toekomst zit. Daar zijn nieuwere en modernere productieprocessen, die ook duurzaam zijn.

    Directeur Hans Dobbe vertelt hoe het maken van kunstgras in z’n werk gaat (2011).

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1610
    FunctieWoonhuis
    Oprichting1960
    Sluiting2023

    Bronnen


  • Oorlogsmonument

    Oorlogsmonument

    Whemerstraat, Aalten

    Het oorlogsmonument op de Wheme is opgericht ter nagedachtenis aan alle medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. Met het gedenkteken wordt tevens de bevrijding in herinnering gebracht.

    De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van het comité Stichting Monument 1940-1945. Onder de Aaltense bevolking heerste er direct na de bevrijding de behoefte om met een monument de oorlogsslachtoffers te eren.

    Het monument bestaat uit een beeld van een mannenfiguur met vrouw en kind. Het beeld van Franse kalksteen is geplaatst op een terras. Het voetstuk bestaat uit metselwerk, beton en natuursteen. Het gedenkteken is 1 meter 31 hoog, 1 meter 43 breed en 90 centimeter diep.

    Het monument is onthuld op 16 juni 1956 door Hendrik Jan (Ome Jan) Wikkerink, leider van de voormalige verzetsbeweging in Aalten.

    De tekst op het voetstuk luidt:

    OM TE DOEN
    GEDENKEN
    1940 1945

    De groep is met het gelaat naar het zuiden gericht van waar de verdrukking, maar ook de bevrijding kwam. Kunstenares Bé Thoden van Velzen omschreef het beeldhouwwerk als volgt: “… voorstellende man, vrouw en kind, als symbool van het gehele Nederlandse volk, verwachtingsvol uitziende naar de bevrijding, ongebogen en onverzwakt.”

    Kenmerken


    FunctieMonument
    Onthulling1956

    Bronnen


  • Luchtwachttoren

    Luchtwachttoren

    Koningsweg, Aalten (verdwenen)

    De Luchtwachttoren in Aalten was een betonnen uitkijktoren die deel uitmaakte van het landelijke netwerk van luchtwachttorens dat in Nederland werd opgericht tijdens de Koude Oorlog. De toren stond aan de Koningsweg, aan de rand van het dorp, en had als doel om vijandelijke vliegtuigen te detecteren die lager vlogen dan de radarsystemen konden waarnemen.

    De Aaltense luchtwachttoren was een zogeheten ‘raatbouwtoren’, herkenbaar aan zijn kenmerkende honingraatstructuur, een constructie die zowel stabiliteit als sterkte bood. De toren, gebouwd van gewapend beton, was veertien meter hoog en de kop van de toren was een open observatiecabine met een schuilhoek ter bescherming tegen granaatsplinters. Buurgemeenten als Varsseveld en Winterswijk hadden ook hoge uitkijkposten, maar niet zo karakteristiek als die in Aalten.

    Speuren naar de vijand

    De luchtwachttoren in Aalten, met de codenaam ‘Izak 1’, werd in 1953 in gebruik genomen, in een tijd waarin de spanning van de Koude Oorlog leidde tot verhoogde paraatheid. De toren maakte deel uit van een netwerk van 276 uitkijkposten verspreid over heel Nederland en viel onder het Korps Luchtwachtdienst (KLD), een onderdeel van de Koninklijke Luchtmacht dat onder het commando Luchtverdediging stond. De Aaltense toren viel onder het commandocentrum KLD Deventer.

    Het doel van de torens was het visueel detecteren van vijandelijke, met name Russische, vliegtuigen die onder de 200 meter vlogen en daardoor buiten het bereik van radarapparatuur bleven.

    Bemanning en apparatuur

    De bemanning van de toren bestond uit twee mannen die, ongeacht de weersomstandigheden, het luchtruim observeerden. Vrouwen waren destijds uitgesloten van deze taken. De bemanningsleden droegen een uniform en waren uitgerust met een koptelefoon en een mondmicrofoon. Het observeren gebeurde met behulp van een statief voorzien van een vizierkijker en een aanwijsnaald. De rangen in de Aaltense luchtwacht bestonden uit soldaat, soldaat eerste klas, korporaal en sergeant. De heer H.J. Prinzen uit Aalten was een tijd plaatselijk commandant.

    De bemanning was getraind om in geval van nood de omliggende torens te waarschuwen en via een hotline ook het commandocentrum. De staf bevond zich in een ondergrondse, atoomvrije bunker in Deventer. De toren was niet continu bemand; alleen tijdens oefeningen. Elke twee weken was er een theorieavond vliegtuigherkenning op een locatie in Aalten of Winterswijk.

    Werving van vrijwilligers

    Op 20 mei 1953 werd er in de Sociëteit aan de Hofstraat in Aalten een wervingsbijeenkomst gehouden door de Luchtwachtdienst. Commandant Ruseler uit Deventer verzorgde de voorlichting aan de mannen die hiervoor waren opgeroepen. Als stimulans om zich aan te melden, werd vrijstelling van militaire dienst of deelname aan de Bescherming Bevolking aangeboden. Een aantal mannen meldde zich aan als vrijwilliger en trad toe tot de KLD.

    Opheffing en sloop

    Met de komst van modernere controlesystemen en verbeterde radarapparatuur werd de noodzaak van visuele waarneming in de jaren zestig steeds kleiner. Dit leidde uiteindelijk tot de opheffing van de Luchtwachtdienst. De Aaltense luchtwachttoren werd in 1970 gesloopt, een spektakel dat veel belangstelling trok van de plaatselijke bevolking. Het zware betonnen fundament van de toren ligt nog steeds verborgen onder de grond en vormt een stille herinnering aan dit hoofdstuk in de geschiedenis.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-941
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaarca. 1953
    Sloop1970

    Bronnen


  • Onderduikersmonument

    Onderduikersmonument

    Stationsstraat, Aalten

    Het onderduikersmonument aan de Stationsstraat is een dankbetuiging van oud-onderduikers aan de Aaltense bevolking voor hun gastvrijheid en aan de verzetsmensen die de stuwende kracht waren bij het onderbrengen van de onderduikers.

    Het monument bestaat uit een bakstenen gedenkmuur met fontein. In de gedenkmuur zijn een bronzen plaquette en twee gebeeldhouwde fragmenten van natuursteen aangebracht.

    Het monument is onthuld op 4 oktober 1947 door mevrouw D.G. Wikkerink-Eppink, de echtgenote van verzetsleider Hendrik Jan (Ome Jan) Wikkerink.

    De tekst op de plaquette luidt:

    AANGEBODEN AAN DE GEMEENTE AALTEN DOOR ONDERDUIKERS
    WELKE IN DE BEZETTINGSJAREN 1940-1945
    HIER EEN VEILIG TOEVLUCHTSOORD GEVONDEN HEBBEN.

    Op de gebeeldhouwde fragmenten staat als tekst psalm 91:5 en 6.

    De tekst van het linker fragment luidt:

    GIJ ZULT NIET VREZEN VOOR DE SCHRIK DES NACHTS,
    VOOR DE PIJL DIE DES DAAGS VLIEGT;
    VOOR DE PESTILENTIE DIE IN DE DONKERHEID WANDELT,
    VOOR HET VERDERF DAT OP DE MIDDAG VERWOEST.

    De tekst van het rechter fragment luidt:

    WANT HIJ ZAL U DEKKEN MET ZIJN VLERKEN EN
    ONDER ZIJN VLEUGELEN ZULT GIJ BEROUWEN.

    Het linker beeldhouwwerk is een voorstelling van drie bespijkerde laarzen van de horde der barbaren die een jong ontkiemende vrucht dreigen te vertrappen. Dit symboliseert de overweldiging en bezetting en beeldt het bedreigde jonge leven uit dat toch ontkiemt, ondanks het gevaar. Het rechter fragment is een pelikaan die met uitgespreide vleugels het nest met jongen beschermt. De pelikaan is een christelijk symbool voor totale zelfopoffering. Volgens de legende voedt de vogel haar jongen met haar eigen bloed. De vogel staat symbool voor de inbreng van het verzet in de strijd tegen de bezetter. Het tanende hakenkruis op de achtergrond verbeeldt de vergankelijkheid van de bedreiging.

    Bronnen


  • Fallschirm-Armee Waffenschule

    Fallschirm-Armee Waffenschule

    Herenstraat 4, Aalten (okt 1944 – feb 1945)

    Tijdens de bezettingsjaren was er korte tijd een ‘Fallschirm-Armee Waffenschule’ gevestigd in de Openbare Lagere School aan de Herenstraat in Aalten.

    Na de landingen in Normandië wilde Hitler zo snel mogelijk een grootschalige tegenaanval aan het westfront ontplooien. Hiermee wilde hij de geallieerden tot stilstand brengen. Dit zou Duitsland tijd moeten geven voor de voltooiing van hun ‘geheime project’, namelijk de ontwikkeling van massavernietigingswapens.

    Op zeer tactische wijze troffen de Duitsers voorbereidingen en werden de benodigde gevechtseenheden samengesteld. Zo ook in Aalten. Hier moest Freiherr Von der Heydte een Kampfgruppe gaan samenstellen, ter voorbereiding op een speciale inzet in dit nieuwe offensief. Aalten werd in deze maanden overlopen door Duitse troepen. Zij vorderden vrijwel alle schoolgebouwen voor de inkwartiering van deze troepen.

    School voor parachutisten

    De zogenoemde ‘Fallschirm-Armee Waffenschule’ (oktober 1944 – februari 1945) werd gevestigd in de openbare school aan de Herenstraat. Het gros van de Duitsers werd hier ook ingekwartierd. Onderofficieren en officieren werden ingekwartierd bij Aaltense burgers.

    De school moest aspirant officieren van de Duitse parachutisten in de praktijk opleiden en klaarstomen voor het werk aan het front. Daarnaast gaven ervaren instructeurs er cursussen hoe pantservoertuigen van de vijand uit te schakelen met de middelen en wapens die de Duitsers destijds hadden. En als laatst werd er een speciale Kampfgruppe (gevechtseenheid) gevormd. Deze zou een speciale opdracht gaan krijgen, namelijk een inzetsprong middels parachute achter geallieerde linies gedurende het Ardennen Offensief. Op het hoogtepunt waren in Aalten circa 1200 Duitse parachutisten verzameld. Zij vormden de zogenaamde ‘Kampfgruppe Von der Heydte’.

    Duitse parachutisten werden overal ingekwartierd in Aalten en omliggende dorpen. Niet alleen in grote schoolgebouwen maar ook particulier bij mensen in huis. De militairen moesten daarvoor naar het districtkantoor dat in het gemeentehuis was gevestigd. Hier kregen zij een bewijs van inkwartiering mee, zoals zij dat destijds noemden en vervolgden hun weg naar het adres waar ze mochten logeren. Daarnaast zijn vrijwel alle café’s in Aalten in gebruik geweest bij de Duitse troepen en omgebouwd tot zogenaamde kasino’s. Niet om hier films te bekijken, maar om de militairen in hun vrije tijd te vermaken met gezelligheid en snuisterijen.

    Strak regime

    Er heerste een strak regime onder de Duitse troepen. Kostbare tijd werd efficiënt ingevuld om zo spoedig als mogelijk van dit gemêleerde gezelschap een echte Kampfgruppe te maken. Iedere ochtend werd van de troepen verwacht een mars van ongeveer 10 km te volbrengen op een nuchtere maag. Verder hield men schietoefeningen op enkele oefenterreinen rondom Aalten en de gevechtsgroepen werden opgeleid in het vechten in bosachtige gebieden.

    Een ooggetuige heeft Duitse parachutisten in sporttenue gezien, op weg naar zwembad ’t Walfort. Hier sprongen de parachutisten van een verhoging in het mulle zand. Bij het in contact komen met het zand maakten zij een zogenaamde para-rol om de val te breken. Ze moesten deze manoeuvre beheersen voordat ze een parachutesprong gingen maken om zo blessures te voorkomen.

    Na het verlaten van de zogenoemde Kampfgruppe door Von der Heydte nam Hauptmann Von Hütz het commando van de Waffenschule in Aalten over. Gedurende de resterende periode ontplooide deze nieuwe gevechtsgroep enkele operaties. Deze werden door zowel de geallieerden als de Duitsers zelf als zeer hard beschreven.

  • Oudheidkamer

    Oudheidkamer

    Dijkstraat 10b, Aalten (verdwenen)

    In 1930 opende G.J.J. Degenaar naast zijn drogisterij aan de Landstraat tevens een lunchroom, ingericht als “Oud-Hollandsche taveerne”. Op de verdieping erboven werd het museum van de Oudheidkamer ondergebracht. Op initiatief van Aaltens Belang werd voor de Oudheidkamer in 1935 een eigen museumgebouwtje opgericht aan de Dijkstraat, op een perceel bouwgrond dat bestuurslid Jos Driessen hiervoor beschikbaar stelde, naast diens villa. In 1956 werd de grond verkocht en moest het gebouw worden afgebroken. Het museum verhuisde uiteindelijk naar het Frerikshuus aan de Markt, met de achtergelegen Freriksschure.

    Opening nieuwe Oudheidkamer aan de Dijkstraat

    Aaltensche Courant, 19 april 1935

    Zaterdagmiddag werd het nieuwe gebouw der Oudheidkamer dat aan de Dijkstraat verrees, officieel geopend. Het keurige gebouwtje, met zijn uitgesproken middeleeuwsch geveltje herbergt in zijn bescheiden ruimte een keur van historische en folkloristische voorwerpen, grootendeels uit de naaste omgeving bijeengebracht en geschonken danwel in bruikleen afgestaan.

    In het voorste deel, geheel ingericht en aangekleed als een oude boerenkeuken, hadden zich Zaterdagmiddag verschillende genoodigden verzameld. Hier nam de voorzitter der vereen. „Oudheidkamer Aalten”, de heer Jos. Driessen het woord en heette de aanwezigen hartelijk welkom. Op héél eenvoudige wijze, zegt spr. zonder enige feestelijkheden, wenscht het bestuur der vereeniging Oudheidkamer Aalten haar nieuw Museumgebouwtje vandaag in gebruik te nemen.

    Toen we op 9 Aug. 1930 de in ons bezit zijnde en in bruikleen afgestane voorwerpen, die in de bovenwoning van den Joh. Degenaar aan de Landstraat waren ondergebracht, mochten tentoonstellen, was bij afwezigheid van den Edelachtbaren heer Burgemeester, wethouder Somsen zoo welwillend deze tentoonstelling te openen.

    Ik heet nu alle aanwezigen hartelijk Welkom in het bijzonder heeren burgemeester en wethouders, alsmede de secretaris van onze gemeente. Uit uw aanwezigheid blijkt ook nu weer, dat u met onze vereeniging sympathiseert, waarover we ons ten zeerste verheugen.

    Aan het verlangen onzer leden en obligatiehouders, die blijk gaven met ons streven mede te leven om tot oprichting van een eigen gebouw te geraken is nu voldaan. Het eigen huis is tot stand gekomen, waarin de diverse voorwerpen op een meer overzichtelijke wijze dan tot dusverre kon geschieden, worden tentoongesteld. Het zal u blijken dat we op zeer bescheiden voet onze plannen hebben kunnen verwezenlijken, een grooter gebouw te stichten lieten onze weinige geldmiddelen niet toe, we moesten roeien met de riemen die ons ter beschikking stonden.

    Dames en Heeren, we hebben het oorspronkelijke plan, om het gebouw als één groote zaal tot museum in te richten moeten laten varen, we beschikten over tal van voorwerpen die voorheen in een Geldersche boerenkeuken thuis hoorden, het idee tot inrichting hiervan vond meer en meer ingang en is verwezenlijkt geworden; als u even rondom u ziet zult u bemerken dat we ons in een echte ouderwetsche boerenkeuken bevinden; u vindt hier terug tal van voorwerpen, die eertijds in geen enkele boerenkeuken ontbraken. U ziet hier de ouderwetsche bedstee, het spek en de worst in „De Wieme”, de ouderwetsche klaptafel, en vele andere voorwerpen.

    Ik wil u nog even wijzen op de ouderwetsche vloer, gemaakt van gewone keisteentjes, zooals die in alle oude keukens bestonden en die men hier en daar, al zij het sporadisch ook nu nog aantreft. Deze keisteentjes zijn gevonden in de grintlagen in en om Aalten. De heer Joh. Benning alhier, heeft op een bijzonder artistieke wijze hiervan een mooi geheel gemaakt met de Lindeboom, het wapen van Aalten in het midden.

    Haardplaat

    Haardplaat, Oudheidkamer Aalten
    De haardplaat © Nationaal Onderduikmuseum

    Ook het open vuur, de boezem, de ouderwetsche tegeltjes en zelfs de haardplaat ontbreken niet. De haardplaat is nog van bijzondere, historische beteekenis. Deze bevond zich in Aalten in het oude huis, eertijds branderij der familie Ten Bokkel thans bewoond door den Veldhuis in de Hoekstraat, eigendom der familie Nijenhuis te Siepe in Winterswijk.

    Door ijverige pogingen van den heer Joh. Degenaar, alhier, werd ons deze haardplaat door de onlangs overleden mej. Nijenhuis vermaakt, door medewerking van de familie te Siepe te Winterswijk, kwam deze werkelijk magnifieke plaat tijdens den bouw van ons museum toen reeds in ons bezit, om in deze keuken te worden geplaatst. Links op de plaat staat de naam van Georg Friedrich Graaf von Waldeck die in 1682 door den (Duitschen keizer Leopold I tot Rijksvorst werd verheven. Hij is geboren 31 Jan. 1620 en overleed in 1692. Rechts op de plaat staat de naam van Elisabeth Charlotte, geboren Gravin van Nassau–Siegen, zijn echtgenoote. Deze personen waren verwant met ons Koninklijk huis. De Graaf von Waldeck was een beroemd veldheer en staatsman.

    Ongetwijfeld komt bij U de vraag naar voren: Hoe Is nu deze haardplaat hier in den Achterhoek en wel in Aalten terecht gekomen? Wij hebben wel eens hooren zeggen dat deze Graaf in Delft heeft gewoond. De haardplaat zal op een of andere wijze in Bredevoort zijn verzeild geraakt, hij was in een oud huis aldaar aanwezig; voornoemde ten Bokkel heeft de plaat in Bredevoort gekocht en naar zijn woning laten overbrengen. Wij zullen dit nog eens nader laten onderzoeken en als wij meerdere gegevens zullen hebben, hopen wij hierover u nog eens iets meer te vertellen.

    In de zaal hiernaast vinden wij nog meerdere voorwerpen van historische waarde, o.a. is daar aanwezig de doek, waarmede Freule van Dorth werd geblinddoekt, toen zij wegens hare aanhankelijkheid aan den Prins van Oranje, te Winterswijk werd terechtgesteld. Verder zijn er nog aanwezig 2 prachtige hellebaarden, die bij feestelijke gelegenheden werden gebruikt bij de Poolsch Edelgarde van August de Sterke, Keurvorst van Saksen, Koning van Polen, geboren 1670 te Dresden.

    Ik heb U eenige voorwerpen genoemd opdat U een idee zult krijgen van den vooruitgang van ons museum, sedert de oprichting in 1930. Ik mag niet onvermeld laten, dat nog tal van voorwerpen in ons bezit zijn, die wij wegens gebrek aan ruimte niet hebben kunnen plaatsen, o.a. hadden wij nog gaarne een weefkamer ingericht, zooals men die vroeger ook hier in onze streek veelvuldig aantrof, maar zooals u zult zien is er in ons zaaltje geen plekje meer vrij om nog voorwerpen onder te brengen, er is er zeer zeker gebrek aan ruimte voor een weefkamer, maar zooals reeds aan het begin opgemerkt, de bescheiden middelen lieten het bouwen van een grooter gebouw niet toe, maar wij denken aan het gezegde „Wat klein begonnen is, zal in den loop der jaren kunnen groeien”, hiervoor hebben wij echter veel steun noodig.

    Het heeft ons bestuur aangenaam getroffen, dat bij de huldiging van onzen Burgemeester, wethouder Somsen ook memoreerde de totstandkoming van dit gebouw tijdens diens ambtsperiode, dit vestigt bij ons de hoop en het vaste vertrouwen, dat van de zijde van het geacht bestuur onzer gemeente bij gelegenheid wel eens een steentje zal worden bijgedragen. Ik doe ook een beroep op onze ingezetenen die sympathiseeren met onze vereeniging en hoop dat zij ons verder meer en meer zullen steunen en blijven steunen, opdat ons gebouw spoedig vergroot zal kunnen worden, waaraan inderdaad wel behoefte bestaat. Moge het aantal leden groeien, en ik hoop dat de ingezetenen bij bezoek van vreemdelingen hun opmerkzaam zullen maken op ons museum.

    De entreeprijs is zeer laag gesteld, zoodat dit geen beletsel behoeft te zijn voor een bezoek. Ik ben er van overtuigd, dat zij over het tentoongestelde uitermate tevreden zullen zijn; ontegenzeggelijk is Aalten door dit museum ’n aantrekkelijkheid rijker geworden Tenslotte doe ik nog een beroep op die ingezetenen, die nog in het bezit zijn van een of ander oud voorwerp, ik hoop dat zij dit aan ons willen schenken, of in bruikleen willen afstaan. Een woord van dank moge ik niet onthouden aan mijne medebestuursleden die hunne beste krachten gegeven hebben voor de aankleeding van het gebouw en het rangschikken der voorwerpen en hiermede Dames en Heeren verklaar ik dit Museum voor geopend en noodig ik U beleefd uit tot de bezichtiging.

    Hierna neemt de Burgemeester het woord. Dat is de derde maal zegt spr. dat het gemeentebestuur door deze vereeniging werd uitgenoodigd. Het spijt spr. dat hij de vorige malen niet in de gelegenheid was aan de uitnoodigingen gevolg te geven. Thans is weth. Somsen verhinderd hier te zijn, terwijl ook weth. Brethouwer niet kon komen. Wij, als gemeentebestuur verheugen ons in de totstandkoming van dit gebouw. Het bestuur heeft deze oudheidkundige voorwerpen keurig bijeen gebracht. Voor dergelijke vereenigingen is een krachtig bestuur gewenscht, zal dat zoo zijn dan moet een goed kapitein aan het hoofd staan. Zoo’n kapitein bezit Uw bestuur in haren voorzitter. Hulde voor hetgeen tot stand is gebracht, ook namens ’t gemeentebestuur. Critiek zal niet uitblijven, dat zit in onze landaard. Kunst is echter moeilijk, critiek daarentegen makkelijk. Spr. heeft reeds bij geruchte gehoord, dat alles in orde is. Dit is een eer voor ons nageslacht dat navolging verdient. We hopen, dat het Uw bestuur gegeven mag zijn, nog vele voorwerpen, voor uw vereeniging te verwerven. Mocht onze berooide gemeentekas eens bij machte zijn, zoo zullen we gaarne helpen.

    Het gemeentebestuur heeft gedacht als aandenken aan deze ingebruikneming een klein souvenir te moeten aanbieden. Moge het een plaatsje in uw museum vinden. Spr. biedt een oude, gekleurde plaat in lijst aan, met verschillende oude kleederdrachten uit deze streken. Hierna heeft het gezelschap gelegenheid het gebouw nader te bezichtigen.

    Keitjesvloer

    Zooals we reeds opmerkten betreden we, als de voordeur met zijn ijzeren klopper opengaat, de keuken, geheel in ouden stijl aangekleed. De vloer is gelegd van kleine keisteentjes in verschillende kleuren, een prachtig stukje werk. Achter de groote schouw bevindt zich de bijzonder mooie haardplaat, waarvan de voorz. in zijn openingsrede gewaagde, veel koperwerk en jaren oud aardewerk staat of hangt op de richels; in de bedstede is het bedje gespreid, de kinderstoel, staat naast het open haardvuur met zijn schitterende „haak” waaraan een groote koperen ketel is opgehangen. De oude klok met zijn regelmatig getik—tak— draagt niet weinig bij, tot het scheppen van een recht gezellige huiselijke stemming.

    Natuurlijk is de „glazen kaste”, den „berkenbessem” en de „bloasepipe” niet vergeten, terwijl de „klaptoafele” en de „gedreide stöle” nooden tot een knus gezellig „preutje” waarbij dan zeker de „koffiesmodde” wel te pas zal komen. Openen we de deur tusschen de beide bedsteden, waardoor we verwachtten op de deel terecht te komen, dan bemerken we dat deze veronderstelling verkeerd is. Hier toch is de grootste ruimte geheel gevuld met oudheidkundige voorwerpen waarop de vereeniging in den loop der jaren beslag wist te leggen. Van alles te gewagen zou ons te ver voeren. Volstaan we met de mededeeling dat alles hier een doeltreffende en goede overzichtelijke plaats heeft gekregen, alles voorzien, voor zoover noodig van duidelijke aanwijzingen en beschrijvingen.

    De vereeniging heeft met het openen van dit gebouw een stap verder gedaan in haar ontwikkelingsgang. Een stap, welke naar we hopen en wenschen te zijner tijd door meerdere schreden zal worden gevolgd. Dit zal voor het volijverige bestuur een voldoening zijn en onze plaats aan aantrekkelijkheid doen winnen.

    Oudheidkamer aan de Dijkstraat wordt afgebroken

    Dagblad Tubantia, 29 december 1955

    De in 1934 aan de Dijkstraat gebouwde Oudheidkamer, die een schat van gebruiksvoorwerpen, zwerfstenen, manuscripten en foto’s bevat, en zich in de afgelopen jaren mag verheugen in een voortdurend stijgende belangstelling, zal binnenkort worden afgebroken.

    Het bestuur van de Vereniging Oudheidkamer Aalten, die dit museum beheert, is er nog niet in geslaagd een oplossing te vinden voor de vestiging van de oudheidkamer in de toekomst. Het is uitermate moeilijk in Aalten aan bouwterrein te komen, terwijl bovendien de financiën een belangrijke rol spelen. De vereniging bezat in 1934 geen bouwterrein doch wijlen het bestuurslid de heer Jos Driessen vond een oplossing door een naast zijn villa aan de Dijkstraat gelegen perceel bouwgrond beschikbaar te stellen. Het bestuur accepteerde dit aanbod met graagte.

    Vrij spoedig werd dan ook met de bouw begonnen. Men maakte zich geen zorgen over de gang van zaken ten aanzien van het gebouw in de toekomst. Officiële verkoop van de grond door de heer Jos. Driessen aan de Vereniging Oudheidkamer vond dan ook niet plaats, terwijl evenmin een schenking werd beschreven. Het gebouw kwam hierdoor te staan op grond die aan de fam. Driessen in eigendom toebehoorde.

    Onlangs heeft de heer H. Driessen, die eigenaar van de villa in de Dijkstraat en de daarnaast gelegen grond is geworden, het perceel waarop de Oudheidkamer staat, verkocht aan een eierhandelaar, die daar naast zijn bedrijf heeft en de grond nodig heeft voor uitbreiding. De nieuwe eigenaar heeft nu aan het bestuur van de Vereniging Oudheidkamer doen weten, dat het gebouw zal moeten verdwijnen.

    In de afgelopen weken is de inventaris uit het museum gehaald en voorlopig opgeslagen in de textielfabriek van de N.V. H. Driessen en Zn. aan de Hofstraat. Van de zijde van het bestuur kon men niet meedelen, welke plannen men voor de toekomst heeft. Zonder een belangrijke subsidie zal men niet tot het gebouw van de Oudheidkamer kunnen overgaan.

    Oudheidkamer in impasse

    Dagblad Tubantia, 28 februari 1956

    In de gisteravond in café Schiller gehouden ledenvergadering van de verenging „Oudheidkamer” te Aalten, heeft de voorzitter, de heer C. Driessen, de trieste mededeling gedaan, dat de aan deze vereniging in bruikleen afgestane grond, waarop de oudheidkamer aan de Dijkstraat is gebouwd, is verkocht. Het gebouw moet derhalve worden afgebroken. Het bestuur ziet geen kans op korte termijn een oplossing te vinden voor de huisvesting van de verzamelingen, aangezien slechts f. 3000 in kas is. Uit de discussie bleek, dat er een zeer verwarde toestand is ontstaan.

    Aankoop Luutenshuus?

    Dagblad Tubantia, 1 maart 1956

    De Vereniging Oudheidkamer te Aalten heeft aan het gemeentebestuur van Aalten verzocht de oude woning op de hoek van de Polstraat en de Haartsestraat aan te kopen en te verhuren aan de vereniging voor het onderbrengen van de inventaris van de Oudheidkamer. Het bedoelde pand is een der oudste in de gemeente Aalten. De oude gevel en de houten gebindten verraden dat het huis minstens een paar eeuwen oud is. Slechts enkele van deze panden zijn in het dorp Aalten bewaard gebleven.

    In de bovenbalk van de grote deur aan de straatzijde staat de inscriptie: „God laet ons beërven een eerlick leven en een saligh sterven. Anno 1680 den 11 Juni”. Besluit de gemeenteraad tot aankoop van dit pand, dan zal waarschijnlijk Monumentenzorg een bijdrage verlenen in de kosten van restauratie van het pand. dat uitstekend kan dienen voor huisvesting van de Oudheidkamer.

    Bronnen


    • Aaltensche Courant, 19 april 1935 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 29 december 1955 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 28 februari 1956 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 1 maart 1956 (via Delpher)
  • NH Gasthuis / Armenhuis

    NH Gasthuis / Armenhuis

    Haartsestraat 14-18, Aalten

    Het Gasthuis of Armenhuis was een instelling van de hervormde diaconie aan de toenmalige Gasthuisstraat, tegenwoordig Haartsestraat, in Aalten.

    Op de kadasterkaart uit 1832 rechts (klik om te vergroten) zien we de exacte locatie, tegenwoordig ongeveer op de plek van Haartsestraat 14 t/m 18.

    Bovenstaande foto toont de Gasthuisstraat rond 1900. Rechts, voorbij de burgemeesterswoning – het latere postkantoor – zien we nog net een gedeelte van het Gasthuis. Helemaal achteraan zien we ook nog net het Luutenshuus.

    Het Gasthuis telde aan de straatzijde en aan de tuinzijde elk tien vertrekken, elk met een oppervlakte van 17 tot 22 m². Elk vertrek telde twee bedsteden. Men had met een aantal vertrekken samen een privaat (toilet). In de tuin had menigeen dan nog een ‘sikkestal’.

    De bewoners behoorden niet alleen tot de meest arme bevolking, maar ook doorgaans tot de minst ontwikkelden. Om en in het Gasthuis hoorde men dan ook nog al eens scheldpartijen, onderlinge ruzietjes en dergelijke. De bewoners waren vaak mikpunt van pesterijen door de Aaltense jeugd.

    Eén van de bewoners bezorgde voor een cent huis aan huis een kruiwagen fijn wit zand om de stenen vloeren mee te bestrooien. Had hij een paar centen, dan werd er gauw een borrel voor gehaald om vervolgens weer te gaan ‘sparen’ voor de volgende.

    In 1904 werd het Gasthuis afgebroken. De oudjes er op dat moment nog woonden verhuisden naar het Rusthuis aan de Hogestraat.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I1116 – I1135de Hervormde Armen van Aalten

    Huisnummering

    In het bevolkingsregister wordt iedere kamer / huishouden op een aparte gezinskaart vermeld. Onderstaand overzicht bevat voor iedere periode een link naar de eerste gezinskaart in het bevolkingsregister waarvan wij denken dat het bij het armenhuis aan de Haartsestraat hoort. Van daaruit kun je verder bladeren om alle bewoners in de betreffende periode te vinden.

    We willen later nog een meer uitgebreide tabel maken waarin alle bewoners worden vermeld, zodat het – voor bijvoorbeeld genealogen – nog eenvoudiger is om te zien wie er hebben gewoond. Fouten voorbehouden!

    18231838185018601870188018901900
    235263263263290333329395

    Katholiek Gasthuis

    Aalten had vroeger ook nog een katholiek gasthuis. Het Armenpad tussen de Hogestraat en de Stationsstraat, één van de typisch Aaltense Gängeskes, herinnert hier nog aan.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-8761/8762/
    13144/13140
    FunctieArmenhuis
    Bouwjaaronbekend
    Sloop1904

    Bronnen


    • Aaltensche Courant, 9 juli 1904 (Delpher)
    • ‘Aalten in oude ansichten’ – deel 2, E.M. Smilda
    • ECAL
    • Kadastrale kaart
    • Nieuwe Winterswijksche courant, 25 mei 1904 (Delpher)
    • ‘Uit Aalten’s verleden’, G.H. Rots, Aaltensche Courant, 19 november 1937 (Delpher)
  • RK Gasthuis / Armenhuis

    RK Gasthuis / Armenhuis

    Armenpad / Hogestraat, Aalten

    Het Armenpad, dat de Hogestraat en de Stationsstraat met elkaar verbindt, is één van de typisch Aaltense Gängeskes. De naam herinnert aan het rooms-katholieke gasthuis (armenhuis) dat hier ooit stond.

    Dit armenhuis bestond uit acht kamers van elk 4 bij 4 meter en stond op grond van Dr. Hartman. De bewoners ontvingen steun van de Rooms-Katholieke Kerk, die hen voorzag van kleding en voedsel. Daarnaast hadden ze een klein tuintje, waarin ze bijvoorbeeld een geit konden houden. In 1937 kwam er een einde aan het gasthuis, toen de familie Hartman besloot de bewoners niet langer op hun grond te laten wonen.1

    Rond 1912 werden de acht woningen opnieuw ingedeeld tot vier woningen.

    Behalve het katholieke gasthuis had Aalten vroeger ook een hervormd gasthuis aan de huidige Haartsestraat.


    Krantenberichten 2

    Kenmerken


    Kadastraal nr.3I-11345
    FunctieArmenhuis
    Bouwjaar1860
    Sloop1937

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1860I-2540-2547de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    14 m² huis-erf (8x)
    1883I-2540 (87)
    I-2541 (87a)
    I-2542 (87b)
    I-2543 (87c)
    I-2544 (87d)
    I-2545 (87e)
    I-2546 (87f)
    I-2547 (87g)
    de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    14 m² huis & erf (8x)
    inclusief huisnummers,
    tussen haakjes achter
    perceelnr.)
    1894I-4581de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    1.600 m² armenhuis, schuur & erf
    1913I-4581de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    1.700 m² huis, armenhuis, schuur en erf
    1914I-5615
    I-5616
    de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    40 m² armhuis
    1.660 m² huis, schuur en bouwland

    Bewoners

    Onderstaand overzicht bevat van 1860 t/m 1910 per periode en kamer/huishouden een link naar de bijbehorende gezinskaart in het bevolkingsregister.5 6 Wat ons opviel: het lijkt erop dat bewoners wel eens van kamer wisselden; de bewoners waren meestal alleenstaande vrouwen (weduwen); en veel hebben als geboorteplaats Bocholt. Ons onderzoek is nog gaande, fouten voorbehouden!

    1860Bewoner(s)1870Bewoner(s)1880Bewoner(s)1890Bewoner(s)1900Bewoner(s)1910Bewoner(s)1934Bewoner(s)
    88M. Kalb,
    A. Huls
    87/1A. Huls97/1A. Bekink,
    J.A.H. Bloemers
    90/1J.A.H. Bloemer,
    J.G. Stritholt,
    B.J.M. Berendsen
    & 5 kinderen
    112/1J.A.H. BloemerA142/1A143a
    87/2A.H. Huitink97/2A.H. Huitink90/2J.A.H. Bloemer112/2E. GeuringA142/2A.J. HubersA143bA.J. Hubers
    88H. Buiel,
    G. Veenhuis
    87/3G. Veenhuis,
    J.A.H. Bloemers
    97/3W. Jansen90/3J. Stöckert,
    J.C. Antink
    112/3J.G. StritholtA142/3M.M. BoekwinkelA143cWed. A.H. Sauer
    89H. Unland87/4H. Unland97/4H. Unland90/4P. Lorijn,
    J.G. Stritholt
    112/4T. HulsA142/4A143dWed. J.G. Albers
    89L. ten Haken87/5L. ten Haken,
    A. Bekink
    97/5Harmina Bennink90/5H. Bennink,
    T. Huls
    112/5Geen vermelding
    (gevonden).
    A142/5
    89J.E. Benning87/6J.E. Benning,
    J.E. Bokkers
    97/6J.A.H. Bloemer90/6C. Bartholomeus,
    E. Geuring
    112/6A.E. Doinck,
    A.J. Hubers
    & W.G. Hubers
    A142/6
    97/7J.E. Bokkers90/7Geen vermelding
    (gevonden).
    112/7Harm Bakker
    87/6A.H.E. Gintherr97/8A.H.E. Gintherr90/8A.E. Doinck112/8Geen vermelding
    (gevonden).