De Ahof of De Pol is een verdwenen havezate en voormalig landgoed aan de rand van het dorp Aalten. In oude geschriften wordt het vermeld als ‘Hof ten Ahave’, wat later werd afgekort tot Ahof. De naam is afgeleid van het woord ‘aa’ (water), dus Hof aan het water.
Vroege geschiedenis
De Ahof werd voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1281, horig aan de heerlijkheid Bredevoort. Later werd het in leen gegeven aan de Graaf van Lohn, die zetelde op het slot in Stadtlohn. Van het oorspronkelijke landgoed en havezate, boerderij en bijbehorende watermolen is weinig bewaard gebleven. Het is dan ook niet bekend hoe de oude havezate eruitzag.
De huidige monumentale herenboerderij ‘De Pol’ dateert uit 1743. Het is één van de oudste bouwwerken van Aalten en was lange tijd ook één van de voornaamste boerderijen. De naam ‘De Pol verwijst naar een verhoging in het landschap.
Gracht en watermolen
Aan het begin van de 20e eeuw schreef de Rotterdammer P. van de Weele een boekje over de havezathe. De oudste bewoonster die hij kon achterhalen was de weduwe Trijne van Ahave, die er in 1529 woonde. De naam van haar echtgenoot bleef echter onbekend.
Van der Weele schreef dat de gracht rond het gebouw nog niet zo lang daarvoor was gedempt. De gracht stond in verbinding met de Slingebeek. Aan de westkant van de havezathe stond een watermolen, die uit twee gebouwen bestond aan weerszijden van de beek. De molen diende zowel als koren- en oliemolen, maar raakte eind 19e eeuw in verval. In 1901 werden de molen en bijbehorende gebouwen door de gemeente gesloopt.
In de tijd dat Van der Weele het boekje over de havezathe schreef was Engelbartha Hendrika Arentzen de laatste van het geslacht dat lang op het huis heeft gewoond. Begin 20e eeuw kwam De Pol in bezit van de familie Prinsen, met Hente Prinsen als laatste bewoner.
Sociale functie
Burgemeester Bekius heeft zich ingezet om het gebouw in zijn oorspronkelijke staat te behouden. Door de eeuwen heen heeft De Pol een sociale functie vervuld. Eeuwen geleden was het een belangrijke ontmoetingsplaats omdat de voornaamste boer er woonde. In de Franse tijd was het een verzamelplaats voor verzetsactiviteiten en in 1906 het decor van de eerste voetbalwedstrijd in Aalten. In 1988 kreeg De Ahof een nieuwe bestemming als kinderboerderij.
Archieven
Verpondingskohier 1647
Reiner Grievinck Schulte ten Ahave. Huis end schuijr op 18 dlr. 27 – 0 -. Een hof groot 3 sp. gesaeis 9 – 0 -. t’Blijck 3 mdr. gesaeis 25 – 0 -. Op t’Bergh stuck 2 1/2 mdr. 20 – 16 – 8. Rovenkampken 2 sch. 4 – 3 -. t’Weideken an t’Blick 3 sch. 6 – 4 – 8. Klouvers camp 5 sch. 10 – 8 -. Den Meulencamp 1 mdr. 8 – 6 – 8. Inslagh t’Seechfrede gnt., 3 koeweidens is in de Haert angegeven. Op den Esch 2 sch. gesaeis 4 – 3 -.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-185
Roelof Arentzen, assessor
2.940 m² huis, schuur & erf
1881
I-185
Bernardus Arentzen, kunstdraaijer
2.940 m² huis & schuur
1894
I-4561
Engelbartha Hendrika Arentzen
6.411 m² huis, erf & tuin
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Reijntgen ten Ahoff (Aalten – Aalten, 1567), trouwt (1) < 1542 met Styne to Kortbeck (Heurne – Aalten, 1549/1550), d.v. Johan en Alyth te Cortbeeck (2) met Hilleken
Volgende bewoners, dochter van Reijntgen en Stijne en schoonzoon:
Johan Grevinck (Aalten – Aalten < 1598), z.v. Berent en Hermannen Grevinck Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Herman ten Poelhuijs (Meddo – Aalten, 1601), z.v. Coene Harmelinck alias ten Poelhuijs (den Olden) Stijne ten Ahoff / Ahave (Aalten – Aalten, 1623)
Volgende bewoners, zoon van Johan en Stijne en schoondochter:
Reiner Gr(i)evinck (Aalten) Hendrixken Theben (Winterswijk), d.v. Johan Theben en Joist Lebbinck
Reijner wordt tussen 1601 en 1664 als Scholte genoemd (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon:
Gijsbert Gr(i)evinck (Aalten, ca. 1606 – Aalten, 1665/1666)
Gijsbert Reinerszoon Gr(i)evinck is in 1636 hofhorig en is dan 30 jaar oud (Hofboek).
Volgende bewoners, zoon en schoonzoon:
Berent Gr(i)evin(c)k (Aalten – Aalten, 1700/1701), trouwt (1) op 01-04-1667 in Aalten met Jenneken Scha(a/e)rs (Aalten – Aalten, 1678/1679) (2) op 05-03-1679 in Aalten met Gerritjen Locken (Aalten)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Berent Arentsen (Varsseveld), trouwt op 11-12-1701 in Aalten met Janna Gr(i)evink (Aalten – Aalten < 1748)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Roelof Aren(t/z)sen (Aalten, 23-01-1707 – Aalten, 1744-1747), trouwt op 26-12-1731 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
B(e/a)rent ter Dam (Aalten, 01-11-1716 – Aalten, 10-03-1796), trouwt op 13-05-1747 in Aalten met Barta Willemina (te) Bak (Aalten, 25-11-1714 – Aalten, 04-04-1771)
B(e/a)rent was een neef van Roelof Aren(t/z)sen.
Volgende bewoners, zoon van Roelof en Barta Willemina en schoondochter:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (1) op 22-04-1758 in Aalten met Janna Geertruid Roerdink (Winterswijk, 02-11-1738 – Aalten, 27-07-1767)
Bernardus volgt vanaf zijn huwelijk met Janna Geertruid Roerdink zijn stiefvader Berend ten Dam op als scholte van de Ahof. Op 17-12-1760 vernieuwt hij de daarvoor vereiste leeneed. Bernardus wordt op 07-10-1777 als voogd van Roelof genoemd. Verder is hij na het overlijden van zijn zuster Johanna Willemina voogd over haar kinderen. Bernardus wordt op 30-09-1780 begraven te Aalten. De kinderen Grada, Roelof en Willem Lodewijk worden in het testament van zijn tante Gesina van 20-04-1785 genoemd (RA Bredevoort inv.nr. 601 besloten testamenten).
Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:
Bernardus Arent(z/s)en (Aalten, 19-07-1733 – Aalten, 26-09-1780), trouwt (2) op 20-08-1768 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Garrit Jan Roerdink (Winterswijk, 26-02-1744 – Aalten, 09-01-1817), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met J(oh)anna Willemina Hijink (Winterswijk, 11-02-1751 – Aalten, 23-11-1808)
Garrit Jan was een broer van Janna Geertruid Roerdink.
Volgende bewoners, zoon van Bernardus en Janna Geertruid en schoondochter:
Roelof Arent(s/z)en (Aalten, 12-08-1763 – Aalten, 07-10-1849), trouwt op 18-07-1784 in Aalten met Johanna Harmina L(i/e)essink alias Roerdink (Winterswijk, 11-02-1761 – Aalten, 01-12-1840)
Roelof en Johanna Harmina waren neef en nicht.
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Bernardus Arent(s/z)en (Aalten, 19-10-1788 – Dorpbuurt, 10-05-1840), trouwt (1) op 20-08-1811 in Aalten met Josi(e)na Aleida te Lintum (Woold, 12-12-1789 – Woold, 01-03-1823)
Bernardus vertrok rond 1820 naar Winterswijk, keerde na het overlijden van zijn vrouw terug naar Aalten en woonde na zijn 2e huwelijk in 1827 op Rikkers in Dorpbuurt.
Fragment kadastrale kaart, 1883De Pol met gracht, ca. 1900Opregte Haarlemsche Courant, 26 juli 1834Familie Prins op de PolDe Tijd, 20 maart 1904De Graafschapbode, 13 april 1904Aaltensche Courant, 23 juni 1933Graafschapbode, 24 maart 1973
De Ten Hietbrinks Bewaarschool was een kleuterschool in de Prinsenstraat in Aalten. De school werd vernoemd naar de familie Ten Hietbrink, die nauw betrokken was bij het ontstaan en het bestuur. Later kerkte hier de Ned. Protestantenbond. Tegenwoordig zit op dit adres het Euregionaal Historisch Documentatiecentrum.
De bewaarschool werd geopend op 6 januari 1887, toen in Nederland de eerste vormen van kleuteronderwijs steeds meer ingang vonden. Voor die tijd werden kinderen vaak pas vanaf hun zesde toegelaten tot de lagere school.
Het schooltje beschikte over een groot lokaal met houten vloer, een zandbak achter het gebouw en eenvoudige speelmaterialen, zoals autobanden. Achter de school stond een schuur die ook bij de speelruimte hoorde.
Oorlogsjaren
In de jaren van de Duitse bezetting (1940–1945) troffen de maatregelen tegen Joodse inwoners ook de Ten Hietbrinks Bewaarschool. Tot 1941 zaten er Joodse kinderen op de school, maar vanaf 1 september 1941 moesten zij verplicht verwijderd worden, in lijn met de anti-Joodse verordeningen.
Schoolleven
Herinneringen van oud-leerlingen geven een beeld van het schoolleven in de jaren ’40 en ’50:
Het hoofd van de school was mejuffrouw Stokreef; daarnaast wordt ook juffrouw Annie genoemd.
Er heerste een strenge discipline, door oud-leerlingen omschreven als “potjes-discipline”.
Naast het leren en spelen werden er ook schoolreisjes georganiseerd, bijvoorbeeld in 1946 naar het Loohuisbos.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1059 I-1060
Hermanus Hietbrink, arbeider
148 m² huis & erf 17 m² huis
1882
I-3714
Gerrit Jan ten Hietbrink, koopman
185 m² huis & erf
1888
I-4203
De Departementale Bewaarschool van het Departement tot Nut van ’t Algemeen
Gebouw Nederlandse Protestantenbond, AaltenFragment kadastrale kaart, 1888 (perceel I-4203)Arnhemsche Courant, 8 december 1883Graafschapbode, 8 januari 1887Aaltensche Courant, 8 december 1939
In het jaar 1910 kwam hier een halte voor de stoomtram, tramhalte Lurvink. In het pand van Lurvink was in 1910 links een café gevestigd en rechts verkocht Lurvink zijn manufacturen. In 1954 vestigde zich hier slagerij Eppink. Het pand is in 2015 gesloopt en het terrein heeft jarenlang braak gelegen. In 2022 is er een moderne woning gebouwd.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1222
Frederik Hendrik Bennink
140 m² huis & erf
Bewoners
1813
Aalten 41
Hendrik Jan Messink (Aalten, 21-02-1751), schoolhouder
De geschiedenis van café ’t Noorden begint in 1823. Op de plek waar het pand van ’t Noorden nu staat, bevond zich toen een huis met erf en een boomgaard. Aan de andere kant van de Koningsweg stond een korenmolen met erf maar zonder woonhuis.
Jan Hendrik Weenink (34 jaar) kwam in 1856 in het huis te wonen en werkte op de molen. In opdracht van Jan Hendrik vond er in 1866 een verbouwing plaats. Een deel van het bouwland veranderde in een “terrein tot vermaak”, zo valt in het gemeentelijk archief te lezen. Het was het begin van de speeltuin die nu nog steeds deel uitmaakt van ’t Noorden.
Weenink is er ook een café begonnen, want in 1870 staat in het gemeenteregister namelijk als zijn beroep vermeld: ‘Tapper’. Op 19 september 1876 vertrekken de Weeninks. Engelbartus Simmelink (30 jaar) uit Winterswijk wordt de nieuwe tapper en opent café Simmelink. Na zijn dood in 1888 neemt zijn weduwe Johanna Gesiena Simmelink-Nijenhuis de leiding over. Zij wordt na haar overlijden in 1895 opgevolgd door haar twee dochters, Janna Willemina en Janna Aleida Simmelink.
’t Noorden van Aalten
16 april 1918 neemt Bernardus Heersink uit Winterswijk het café over. Rond deze tijd vernoemt men de zaak ook naar ’t Noorden (van Aalten). In 1948 volgt Jan Bertus Keijzer Heersink op, die in 1957 op zijn beurt opgevolgd wordt door Abraham Grevink die in 1976 overlijdt. De zaak wordt voortgezet door zijn weduwe S.W. Grevink-Piepers en de families Grevink en Prinsen. In deze jaren worden er talloze bruiloften en feesten gevierd. Het café en de speeltuin worden goed bezocht en het softijs is ook een trekker. Zij doen dit tot 1997.
In 1997 nemen Martin en Monique Hüning de zaak over. Onder hun leiding wordt het zalencentrum uitgebreid en wordt het restaurant in 2011 omgebouwd tot pannenkoekenhuis. Ook breiden zij de de cateringfaciliteiten uit. Helaas moet de (verrotte) hoge glijbaan weg wegens nieuwe regels en instortgevaar, maar het treintje van Buesink (Modelspoor Panorama) in de speeltuin biedt nieuw vertier voor de kinderen. Sinds 2015 zijn zoon Wesley en schoondochter Nita Hüning bij in de zaak getreden.
Anno 2025 omschrijft de website van Het Noorden zichzelf als grand café met eet- speel- en biertuin, met als levensmotto: “Vier ‘t leven!”
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-63
E. Roerdink e.c., landbouwer
500 m² huis & erf
1841
I-63
Jan Willem Veldhuis, landbouwer
500 m² huis & erf
1863
I-63
Abraham van Eerden, logementhouder
500 m² huis & erf
1866
I-2716 I-2717 I-2718
Abraham van Eerden e.c., logementhouder
180 m² terrein van vermaak 70 m² bergplaats & erf 480 m² huis & erf
1874
I-3160 I-3161 I-3162
Jan Hendrik Weenink, molenaar & tapper
47 m² huis & erf 43 m² huis & erf 802 m² huis & erf
1883
I-3808
Engelbarts Simmelink e.c., steenbakker
892 m² huis & erf
1906
I-3808
Derk Willem Hakstege, kastelein
892 m² huis & erf
1916
I-3808
Albert Johan Frederik Kammeijer, steenkolenhandelaar & caféhouder
Voorheen stond hier het café en logement van Veldkamp. Zijn zoon gaf zangles aan het koor “Symphonia“. Tegenwoordig zit hier restaurant Olde Marckt. Het restaurant ontving in 2025 een Michelinster.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1161 I-1162
Gerrit Jan Haring, broodbakker Arnoldus Lurvink, borstelmaker
250 m² huis & erf 188 m² huis & erf
1864 1871
I-1830 I-1162
Willem Wechgelaer, bakker Antoni Lurvink, borstelmaker
250 m² huis & erf 188 m² huis & erf
1880
1891
I-3643
I-3644
Johannes Hendrikus Keizer e.c., kleermaker en caféhouder Gradus Wilhelmus Veldkamp
138 m² huis & erf
300 m² huis & erf
1891
I-4453
Gradus Wilhelmus Veldkamp
299 m² huis & erf
1930
I-6343
Johannes Hendrikus Keizer e.c., kleermaker en caféhouder
Johannes Hendrikus Keizer (De Heurne, 27-01-1881), kleermaker, caféhouder (1) Johanna Elisabeth Kramer (Aalten, 31-05-1878) (2) Gerharda Catharina Winterink (Drempt, 20-01-1880)
Fragment kadastrale kaart, 1880 (percelen I-3643 en 3644)Fragment kadastrale kaart, 1891 (perceel I-4453)Fragment kadastrale kaart, 1930 (perceel I-6343). Het toont tevens de contouren van het vorige gebouw op deze plek.Aaltensche Courant, 12 september 1908Aaltensche Courant, 5 februari 1910Markt 10 (rechts), ca. 1902. Op het bordje naast de deur staat “E. Hogeweg, koperslager en loodgieter”.Hoek Markt-Bredevoortsestraatweg, begin 20e eeuwMarkt 10 (rechts), met bus van Veldhuis
De geschiedenis van Café Leuven gaat meer dan twee eeuwen terug. Aan het begin van de 19e eeuw was Hendrikus Vultink (1781-1861), naast borstelmaker, de eigenaar van een tapperij genaamd ‘De Leeuw.’
In de tijd van Napoleon waren er, naast de gelagkamer, enkele kamertjes waar officieren uit het Franse leger waren ondergebracht. Behalve voor de officieren in ‘De Leeuw’, voorzag de familie Vultink een deel van het Franse garnizoen van warme maaltijden. Een geliefd maal bij de soldaten en officieren was zuurkool met varkensvlees. Niet zomaar een stukje varkensvlees, nee een heel of een half varken naar gelang het uitkwam werd met de zuurkool meegekookt. De Franse soldaten waren echte rokkenjagers en het was voor de dienstbodes die het eten brachten verduveld goed oppassen.
Logement
Na de Franse overheersing werd de familie uitgebreid met de geboorte van een zoon, Hendrikus Georgius Vultink die op 6 juli 1821 het levenslicht zag. Hij trouwde in 1852 met Josephina Antonette van Ginther, een Winterswijkse schone met wie de familietraditie werd voortgezet, dat willen zeggen dat Vultink naast tapper het borstelmakersvak uitoefende. Vlak voor dit huwelijk werd ‘De Leeuw’ een echt logement; een minder voorname naam voor een hotel, waar mevrouw Vultink-Ginther voornamelijk de scepter zwaaide.
Ook dit huwelijk bleef niet kinderloos. Een van de dochters, Elisabeth Johanna Vultink trouwde in 1890 met Johannes Bernardus Kamps, bierbottelaar en logementhouder uit Winterswijk. Kamps zette de bierbottelarij voort in Aalten en richtte zich daarnaast volledig op het logement, dat toen al populaire ontmoetingsplaats was voor de lokale bevolking. Hier kwamen Aaltenaren bijeen om te kaarten en de kwesties van de dag te bespreken.
Marie Kamps
Op 17 april 1892 dronk vader Kamps een extra borrel, want zijn vrouw had het leven geschonken aan een flinke dochter, Maria Louisa Josephina. En het was deze dochter die op 10-jarige leeftijd tijdens de Meimarkt in 1902 met vaardigheid het dienblad hanteerde. Zeven decennia later vertelde zij daarover:
De bijna 80-jarige Marie Leuven-Kamps, nog steeds actief achter de tap
“Ik kan het me nog als de dag van gisteren herinneren. Het was die dag ongewoon druk en omdat ik met mijn smalle figuurtje mij gemakkelijk tussen de tafeltjes en stoelen kon bewegen dan mijn moeder kwam dat de omzet in het café vanzelfsprekend ten goede. De klanten hadden er blijkbaar schik in dat zij bediend werden door een ‘jong deerntje’, de kwinkslagen waren dan ook niet van de lucht.
Overigens viel het met de bediening nogal mee. Iedereen dronk een ‘klaorken’, de dames met en de mannen zonder suiker, af en toe schonken wij een glaasje rood, het beste te vergelijken met het glaasje bessen van vandaag. De borrel kostte 6 cent ofwel een grosch per glas, want het Duitse betaalmiddel was in die tijd net zo gangbaar als het Nederlandse geld.”
De vuurdoop had zij dus met glans doorstaan en omdat zij er zelf ook wel plezier in kreeg werd de jonge Marie hoe langer hoe meer ingeschakeld. Dat was vooral op zondagmorgen wanneer de kerk uitging. Velen hadden een vaste ‘angang’ om na afloop een kopje koffie te drinken en daarna het paard in te spannen om naar huis te rijden. Sommigen bleven na de ochtenddienst in ‘De Leeuw’ om ’s middags opnieuw ter kerke te gaan.
“In ‘De Leeuw’ kon men ook terecht om iets in de fles te halen. Een fles jenever kostte in mijn jonge jaren 64 cent, een maatje 8 cent en een half oord (2 maatjes) 16 cent.”
Over het cafébezoek in die tijd vertelde ze: “Het waren over het algemeen de oudere getrouwde mannen die een borreltje of een flesje bier kwamen drinken. Men keuvelde wat, legde een kaartje en naarmate de tijd verstreek werden de verhalen mooier en griezeliger. Als dan de ‘papklok’ luidde om 9 uur betekende dat het uur geslagen had om naar huis te gaan, want de andere dag was het al vroeg opstaan geblazen. Jonge mensen zag men zelden in een café, bij hoge uitzondering en dan nog in gezelschap van vader. De tijden zijn in dat opzicht wel veranderd. De rollen zijn nu omgekeerd.”
Ook vertelde zij over de inkwartiering tijdens de Eerste Wereldoorlog waarvoor 80 cent per dag voor inkwartiering werd ontvangen. Over de vluchtelingen uit het krijgsgevangenenkamp ‘Friederichsfeld’ bij Wesel die in Aalten terechtkwamen en door de familie Kamps op last van hogerhand van voedsel werden voorzien, voordat zij op transport gesteld werden. En in alles speelde Marie Kamps een voorname rol.
Zij was van alle markten thuis. Niet alleen in het café en in het huishouden, ook bij het bottelen stond zij haar mannetje. Zij spande het paard in voor de bierwagen, reed er mee naar de klanten in Aalten, zoals de Tolhutte, Mariënvelde, Zieuwent, Lichtenvoorde om maar een paar plaatsen te noemen. Ook in Bocholt was de bierwagen van Kamps een vertrouwd beeld.
Marie Kamps is praktisch haar hele leven het café trouw gebleven, ook na haar huwelijk in 1924 met Willem Leuven, schilder van beroep. Het café bleef het domein van Marie.
Na het overlijden van de heer Leuven in 1966 is er nieuw bloed in de zaak gekomen toen de zoon L. Leuven met zijn vrouw zo geleidelijk aan de leidsels ging overnemen. En als de voortekenen niet bedriegen dan zullen er nog ettelijke jaren aan het bestaan van de zaak worden toegevoegd. Een kleinzoon is pas 10 jaar maar schenkt nu al als het van vader mag een klein borreltje in.
Op zaterdagmiddag 15 oktober 1932 brandde het pand geheel uit, waarna in 1933 de eerste steen werd gelegd van het huidige pand aan de Landstraat.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1275
Theodoor Wilhelm Meijerink
400 m² huis & erf
1846
I-1275
Joannes Bijnen, landmeter
400 m² huis & erf
1865
I-1275
Hendrikus Georgius Vultink, borstelmaker
400 m² huis & erf
1891
I-1275
Elisabeth Johanna Vultink en Johannes Bernardus Kamps, stoelenmaker & koffiehuishouder
400 m² huis & erf
1924
I-4839
Maria Louisa Josephina Kamps
504 m² huis, schuur & erf
1974
I-8120
Lourens Bernardus Antonius Leuven e.c., café-restauranthouder
663 m² huis, erf, café
Bewoners
1813
Aalten 65
Carel Jacob Engelbert Blücher (Elberfeld, 1783), drukker en verver Casper Hoff (1783), knegt
Het oude café De Leeuw, getekend door Piet te LintumHotel-Restaurant ‘De Leeuw’ geheel uitgebrand, 1932Graafschapbode, 17 oktober 1932Briefhoofd Schilders- en Behangersbedrijf Fa. Leuven, 1963
De Vergadering van Gelovigen, ook wel bekend als de Darbisten, hield in 1882 voor het eerst bijeenkomsten in Aalten. In de beginjaren kwamen de gelovigen samen in een woonhuis aan de Bodenvoor.
In 1902 werd een eenvoudig vergaderlokaal gebouwd aan een verbindingspad tussen de Oosterkerkstraat en de Meiberg. Het gebouwtje deed decennialang dienst als samenkomstplaats voor de gemeente.
Verhuizing en afbraak
In 1968, kort voor de sloop, werd het oude kerkje nog op foto vastgelegd. Enkele jaren later, in 1974, kreeg de gemeente een nieuw gebouw, eveneens gelegen aan de Meiberg.
Het oude vergaderlokaal werd na de verkoop eigendom van Spinkat en uiteindelijk afgebroken. Daarmee verdween een stuk vroeg-20e-eeuwse kerkgeschiedenis uit het straatbeeld van Aalten.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1904
I-5059
Bernadus Hermanus Brethouwer e.c., winkelier en landbouwer
185 m² vergaderingslocaal & erf
1958
I-8442
Stichting “Ons Vergaderlokaal”, Aalten
840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin
1974
I-8442
N.V. “van Katwijk’s Industrieën”, Aalten
840 m² huis, vergaderingslokaal, tuin, schuren erf
Aan de Polstraat in Aalten staat de markante Villa Anna, een forse vrijstaande woning uit 1913, gebouwd naar ontwerp van de Aaltense architect Jan Brill. De villa diende oorspronkelijk als hervormde pastorie.
Hoewel de detaillering van de vensters in latere jaren zijn aangepast en deels vernieuwd, is de woning in hoofdvorm goed bewaard gebleven. Mede door de markante hoekligging, de opvallende hoofdvorm met veelhoekige erker en de laag ommuurde tuin met twee fraaie oude beuken is het pand zeer karakteristiek te noemen en is het zeer beeldbepalend in dit gedeelte van de Polstraat.
Ooit het woonhuis van de Aaltense notabele Adriaan Pieter Slicher van Bath. Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een villa in een stijl die invloeden vertoont van het neoclassicisme. De villa heeft esthetische kwaliteiten zoals goede verhoudingen, een vrij gave hoofdvorm en een bijzondere detaillering in vormgeving.
Menig Aaltenaar heeft dit pand van binnen gezien, maar bewaart er geen prettige herinneringen aan. Hier was namelijk ook jarenlang de woning en praktijk van tandarts Brandsma gevestigd.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
m²
Bewoners
Bevolkingsregister 1870-1880
Aalten 268
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1880-1890
Aalten 299
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1890-1900
Aalten 291
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1900-1910
Aalten 326 > 385
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Bevolkingsregister 1910-1920
B385 > C406
Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838) Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)
Het pand aan de Kerkstraat 1, daterend uit 1876, heeft een rijke geschiedenis als postkantoor, modezaak en tegenwoordig een keukenzaak. Dit prominente gebouw op de hoek van de Markt en de Peperstraat was ooit het eerste postkantoor van Aalten.
In de loop der jaren heeft het verschillende functies gehad, waarbij de naam ‘De Postiljon’ steeds verbonden bleef aan het pand.
Het eerste postkantoor van Aalten
In het pand Kerkstraat 1 was het eerste postkantoor van Aalten gevestigd. Hier kon men terecht voor alle zaken die te maken hadden met Post, Telegraaf en Telefoon (PTT). Voor mensen zonder eigen telefoon beschikte het postkantoor over een ‘openbare spreekcel’. In 1915 waren er in Aalten slechts 27 telefoonaansluitingen, en Bredevoort telde er vier. Het waren vooral fabrikanten, middenstanders en huisartsen die een telefoontoestel hadden. Kammenfabriek Ten Dam & Manschot had de allereerste aansluiting in Aalten en kreeg dus telefoonnummer 1.
In 1922 verhuisde het postkantoor van de Kerkstraat naar de Haartsestraat, en later weer naar de Peperstraat. Tegenwoordig heeft Aalten geen eigen postkantoor meer en moet je voor postzaken naar de Primera.
Pension en modezaak
Hoewel het postkantoor verdween, bleef de naam van het gebouw verbonden met zijn geschiedenis. Na de verhuizing opende mevrouw Lammers-van Lochem ‘Magazijn De Post’ in het pand. Hier verkocht ze onder andere naaibenodigdheden en lingerie. Ook verhuurde ze kamers in het pand; het was tevens een pension.
In 1974 vestigde zich er ‘Postiljon Mode’ van Martin en Ann de Kruyf. De Postiljon was het adres voor jurken, blouses en overhemden. Men kon hier terecht voor kwaliteit en persoonlijke aandacht. Na 50 jaar in het modevak stopten Martin en Ann de Kruyf met hun zaak in het najaar van 2017.
Nieuwe bestemming
Na enkele jaren leegstand kreeg het historische pand in 2024 een nieuwe bestemming. Een keukenzaak opende haar deuren in het hart van Aalten, waarmee een nieuw hoofdstuk werd toegevoegd aan de geschiedenis van dit beeldbepalende gebouw.
Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), med. docter (1) Sara van Raab van Cansteijn (Oosterboer, 18-08-1794) (2) Maria Christina Knappert (Schiedam, 05-12-1832)
Fragment kadastrale kaart, 1879 (perceel I-3504)Op de achtergrond van deze foto zien we nog net de Openbare Lagere School aan de Herenstraat. De kinderen van deze school zijn blijkbaar even uitgelopen om op de foto te mogen. Een fotograaf was honderd jaar geleden een bijzondere verschijning in het dorpsbeeld.Nederlandsche Staatscourant, 5 augustus 1876Zutphensche Courant, 12 augustus 1876Staatscourant, 2 september 1882Aaltensche Courant, 30 december 1899Graafschapbode, 9 september 1924
Logement Stad Munster in de Peperstraat in Aalten (beeld gegenereerd met AI op basis van oude foto)
Logement Stad Munster was ooit een belangrijk rustpunt voor reizigers en postkoetsen. Het stond in de Peperstraat, tussen het voormalige postkantoor en de Postiljon, tegenover Stegers. Na de gemeentelijke herindeling van 1816 werd het korte tijd ook als Rechthuis gebruikt. In 1873 werd het pand door een brand volledig verwoest en het is daarna nooit herbouwd.
Pleisterplaats voor de diligence
In vroeger eeuwen, toen de postwagen of diligence het officiële vervoermiddel was, fungeerde ‘Logement Stad Munster’, ook wel bekend als ‘Hotel Wamelink’, als pleisterplaats voor de diligence en als rustpunt voor vermoeide reizigers. Wie een verre reis moest maken en het zich kon veroorloven, stapte in bij Hotel Wamelink, waarna de reis hortend en stotend werd voortgezet naar de eindbestemming. Wie minder te besteden had, trok de ‘steffels’ (laarzen) aan en ondernam de reis te voet. Een wandeling naar Arnhem of Zutphen was geen zeldzaamheid. Men had de tijd. Logement Stad Munster verwelkomde reizigers van allerlei pluimage, zoals een fabrikant uit Armentiers in Frankrijk, een koopman uit Stadlohn en een commies te voet uit Oosterwijk. Drie Engelse fabrieksarbeiders uit Manchester, Asthon en Oldham, verbleven er twee maanden.
De familie Wamelink
In 1823 stond Johanna Maria Martha Mensinck op dit adres geregistreerd als logementhoudster. Zij was de weduwe van Gerrit Jan Wamelink, die in 1822 overleed. Johanna overleed in 1854. Hun zoon Lambertus Hermanus Wamelink zette het logement voort. Hij was in 1852, op 39-jarige leeftijd, getrouwd met Johanna Catharina Heming. Nadat zij in 1854 overleed, hertrouwde hij in 1856 met Wilhelmina Louisa Hendrina Meijrink.
Brand
Op 2 april 1873 barstte er een hevig onweer los boven Aalten. De arbeiders op het land vluchtten schuren en tuinhuisjes in. De donder rolde af en aan, en de bliksem was niet van de lucht. Plotseling klonk er een knal en kort daarna hoorde iedereen, boven het geruis van de regen uit, het luiden van de brandklok in de kerktoren. Een blikseminslag had het pand naast het logement getroffen, dat bewoond werd door de heer Van Eerden en rijksontvanger Boudewijn.
Toen de brandwachten arriveerden, stonden beide panden al in lichterlaaie. Tegen dit geweld konden de brandspuiten weinig beginnen. Het oude logement, de trots van de Wamelinks, die er begin 18e eeuw al woonden, brandde tot de grond toe af, evenals het naastgelegen huis op de hoek van de Kerkstraat. Het logement werd niet herbouwd, en sindsdien is de plek een open doorgang gebleven tussen de Peperstraat en het Hoge Blik.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1152
wed. Gerrit Jan Wamelink
490 m² huis, schuur
1858
I-2011 I-2012
wed. Gerrit Jan Wamelink erven Lambertus Hermanus Wamelink
Fragment kadastrale kaart, 1858 (perceel I-2011)Contouren voormalig Logement Stad Munster, overgenomen van een kadastrale hulpkaart uit 1858, geprojecteerd op een kaart uit 1879.Tekening: Piet te LintumDe Tijd, 26 april 1873
Café-Restaurant Stegers, gelegen op de hoek van de Markt en de Peperstraat in Aalten, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Het pand begon als herberg en jeneverstokerij en is in de loop der tijd een slijterij en uiteindelijk een bekend café-restaurant geworden. Stegers is niet alleen een populaire ontmoetingsplek, maar ook een belangrijk onderdeel van het lokale erfgoed.
De familie Becking
In 1717 bevond zich op deze locatie een brouwerij met voortuin van Lemmert te Kavestede. Bekend is dat op deze plek eertijds de herberg van Schaars was gevestigd. Rond 1800 krijgen we meer zekerheid over de bewoners. Omstreeks die tijd woonde de in Varsseveld geboren Lourens Becking in Aalten. Het pand werd in 1799, blijkens een inscriptie op een gevelsteen, door Lourens Becking en Willemina Geertruid Schaars verbouwd tot woonhuis, branderij en landbouwschuur.
In 1804 liet Becking, jeneverstoker van beroep, een nieuw huis bouwen aan de Markt. Boven in zijn nieuwe huis liet hij een gevelsteen inmetselen met een cryptische rebus die als volgt vertaald kan worden: “Het naaihuis van Tabitha”. Volgens pater Reinders heeft de rebus echter een andere betekenis: “Tabitha begeert verkwikt te worden door de verdiensten, die Christus op Kalvarië heeft verworven”.
Rond 1828 nam zoon Hendrik Jan de jeneverstokerij over. In 1864 stopte hij met het stoken en ging verder als slijter. Waarschijnlijk combineerde hij deze activiteit met een tapperij. Er had een verbouwing plaats en het gedeelte van het pand in de Peperstraat werd verhuurd aan bakker Lourens Prins.
Na het overlijden van Hendrik Jan in 1889, zonder mannelijke opvolgers, nam zijn dochter Johanna Geertruida Klazina de slijterij over. Met haar overlijden in 1894 kwam er een einde aan 90 jaar stokerij en slijterij van de familie Becking in Aalten. De erfgenamen verkochten het pand in de Peperstraat aan koopman Salomon Goedhart. Het pand aan de Markt werd verhuurd aan timmerman H.B. Lelieveld.
Tante Mina
In 1922 werd het pand aan de Markt eigendom van ‘Tante’ Mina Heersink-Geerdes, geboren in de Brinkheurne bij Winterswijk. Zij opende hier een café en breidde haar activiteiten later uit met een pension en restaurant. Later werd ze bijgestaan door haar dochter Leis, die getrouwd was met Gert Prins. Hij drijft later een rookwarenwinkel opzij van het pand, en in de jaren twintig was er in de achterkeuken zelfs een fietsenmakerij gevestigd. Het café van tante Mina stond bekend om de grote potkachel in het midden van het lokaal. In 1952 raakte de voorgevel van het monumentale pand zwaar beschadigd toen de eeuwenoude lindeboom voor het etablissement omwaaide tijdens een hevige storm.
De familie Stegers
Begin jaren zestig van de vorige eeuw waren Riek en Jan Stegers uit Groenlo op zoek naar een horecagelegenheid. Riek had al ervaring in de horeca. Jan was verzekeringsagent, maar werkte in zijn vrije tijd ook in de horeca. Het pand aan de Markt in Aalten stond te koop en in april 1961 nam de familie Stegers de grote stap. Omdat ze niet de benodigde papieren hadden voor een rookwarenwinkel, sloten ze deze en openden in oktober van dat jaar een snackbar in de voormalige winkel. Sinds 1990 wordt Café-Restaurant Stegers geleid door Bertus en Jolanda Lammers, samen met Raymund en Sophia Stegers.
Nieuw hoofdstuk
Begin 2025 werd aangekondigd dat Café-Restaurant Stegers en De Geste worden overgenomen door Zila en Kayra Ertunç, van het naastgelegen Krul Bar & Restaurant. Zij verklaarden trouw te blijven aan de oorspronkelijke naam en het concept. Met respect voor het levenswerk van de families Stegers en Lammers willen zij de sfeer en traditie van deze historische horecagelegenheid in Aalten voortzetten.
Fragment kadastrale kaart, 1895 (perceel I-4652)Café Tante Mina, getekend door Paul HagemannCafé Heersink, 1922.Aaltensche Courant, 7 januari 1947Stormschade aan de voorgevel, 1952.De oude lindeboom ontworteld.De schade aan de voorgevel.Achterzijde Stegers aan de PeperstraatAutomatiek (foto: Henk Wassink)
In het hart van Aalten bevindt zich Oerkroeg Schiller, een begrip in de regio. Bezoekers komen er voor de originele sfeer, een goed glas speciaalbier, een maaltijd met groenten uit eigen tuin of het filmtheater, maar vooral voor de muziek: Schiller heeft een stevige reputatie als poppodium opgebouwd.
De oorsprong van het café ligt in de 17e eeuw, toen Hendrik Westerveld, brouwer van beroep, een herberg met brouwerij begon onder de naam ‘Café Brouwerij De Halve Maan’. Daarmee behoort het pand tot de oudste horecagelegenheden van Aalten en omgeving.
Halverwege de 19e eeuw kwam het café in handen van Gerrit Jan Prins. Hij leerde het horecavak in het beroemde Hotel Café Schiller in Amsterdam. Na zijn leertijd kreeg hij toestemming van de eigenaar om de naam ‘Schiller’ ook in Aalten te voeren. Terug in zijn geboortedorp richtte Prins in Aalten een herensociëteit op. De originele ledenlijst hangt nog altijd zichtbaar in het eetlokaal van het café.
Monumentale waarde
Het pand van Oerkroeg Schiller kent meerdere bouwfasen. De oudste delen dateren vermoedelijk uit het einde van de 16e eeuw, mogelijk met een oudere kern. In de loop van de 20e eeuw volgden verschillende uitbreidingen. Vanwege de karakteristieke uitstraling en de prominente ligging is het gebouw door de gemeente Aalten aangewezen als gemeentelijk monument.
Ontwikkeling tot muziekcafé
Vanaf 1977 heeft Theo de Gier het café omgevormd tot muziekcafé. Daarmee kreeg Oerkroeg Schiller haar huidige karakter: een warm, bruin café met poppodium. Bekende artiesten en bands als Herman Brood, De Staat, Donnerwetter en Go Back To The Zoo stonden hier op het podium.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1110
Jan Prins, brouwer
270 m² huis & erf
1859
I-2014
Gerhard Prins, bierbrouwer
270 m² huis & erf
1897
I-4778
Hermina Johanna Prins
1.236 m² huis & erf
1900
I-4912
Hermina Johanna Prins
1.606 m² huis, schuur & erf
1934
I-5302
Gerrit Jan Prins, koffiehuishouder & bierbottelaar
1.600 m² huis, garage & erf (dj. 1944: verkoop)
1944
I-5302
Berendina Gesina Grevink, caféhoudster
1.600 m² huis, garage & erf
1965
I-9177
vof “G.J. Prins” te Aalten
1.400 m² slijterij, bottelarij, huis, café, erf, magazijn
Gerrit Jan Prins (Aalten, 02-08-1868), tapper, z.v. Louwrens Prins en Everdina Johanna Voltman Harmina Johanna Prins (Aalten, 15-10-1861), d.v. Gerhard Prins en Harmina Johanna Westerveld
De School voor Nijverheidsonderwijs aan de Haartsestraat in Aalten werd in 1928 geopend als de eerste Nederlandse landbouwhuishoudschool met de toevoeging ‘christelijk’ in de naam. Het gebouw stond op de plek waar nu de Hema is gevestigd. De school begon met twee leerjaren en ontwikkelde zich snel.
Onderwijs en schoolleven
Het was destijds gebruikelijk dat meisjes naar de huishoudschool gingen. Zij werden voorbereid op hun toekomst als huisvrouw. Iedere leerling droeg een voorgeschreven uniform: een lichtgroene katoenen jurk met korte mouw, witte manchetten en kraag, aangevuld met een witte schort en kookmuts.
Het lesprogramma omvatte voortgezet lager onderwijs, huishoudelijk werk, koken, naaien en verstellen, wassen en strijken, kinderverzorging, natuur- en scheikunde. Ook werd telefoonles gegeven, waarbij leerlingen werd geleerd hoe ze iemand per telefoon konden bereiken buiten de regio. Dat ging in die tijd via een telefoniste op het postkantoor.
Praktijklessen namen een belangrijke plaats in. Er werd gekookt op elektrische fornuizen, gasfornuizen of een kolenfornuis. De tafels moesten netjes gedekt worden voordat de door de leerlingen bereide maaltijden werden opgediend en gegeten. Voor netheid en smaak werden cijfers gegeven.
De was moest keurig volgens een bepaalde methode opgehangen worden. Het strijken gebeurde met kleine ijzeren strijkbouten die verhit werden op het fornuis of de kachel. Ook waren er een paar elektrische strijkijzers. In de schooltuin werden groenten en fruit verbouwd, die later door de leerlingen werden geoogst en verwerkt.
Er was ook ruimte voor ontspanning: Toen een nieuwe schooldirectrice haar intrede deed, werd een welkomstfeest georganiseerd in het toenmalige Feestgebouw. Alle leerlingen verschenen als echtpaar in Achterhoekse kledij, compleet met knipmuts of pet. Verschillende meisjes hadden liedjes en sketches ingestudeerd.
Ook vormden de meisjes bij een bepaalde gelegenheid een orkest, waarbij de muziekinstrumenten bestonden uit huishoudelijke voorwerpen zoals stoffer en blik, bezems, pannen en pannendeksels. Op het podium van de Sociëteit brachten ze, getooid in boerendracht, hun boerendansen ten tonele die ze tijdens de gymlessen hadden ingestudeerd.
Oorlogsjaren
Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest het onderwijzend personeel improviseren. Leerlingen brachten ingrediënten van huis mee voor de kooklessen — zoals aardappels, melk of een geslachte kip, vaak afkomstig van boerenbedrijven waar deze nog aanwezig waren. Oude kledingstukken werden tijdens de naailessen op trapnaaimachines vermaakt tot nieuwe. Leerlingen brachten vuil ondergoed van huis mee om te wassen in een teil, met een wasbord en borstel.
In september 1944 werd de school door de Duitsers gevorderd en kwamen de lessen stil te liggen. Het gebouw bood geen bescherming bij luchtalarm, waardoor onderwijs te gevaarlijk werd.
Na de oorlog en verhuizing
Na de bevrijding werden de leerlingen in staat gesteld alsnog hun diploma te behalen. Van het Amerikaanse Rode Kruis had iedere leerling een schooltas, een etuitje met naaibenodigdheden en een schaar gekregen.
In de jaren na de oorlog breidde het onderwijsaanbod zich verder uit. Er werden veel cursussen georganiseerd voor plattelands- en andere vrouwen, en er kwamen middelbare beroepsopleidingen bij.
Omdat het schoolgebouw aan de Haartsestraat te klein werd, verhuisde de huishoudschool in 1956 naar een nieuw pand aan de Oranjelaan. Aansluitend werd het oude gebouw tot 1960 gebruikt door de net opgerichte HBS. Daarna deed het tot 1977 dienst als dependance van de Technische School. In 1982 verrees op deze locatie een filiaal van de HEMA.
Markt 12 in Aalten is een historisch pand met wortels die teruggaan tot de zeventiende eeuw. Het huis kent een bijzonder verhaal: tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het onderdak aan onderduikers, terwijl de bezetter het tegelijkertijd in gebruik had. Tegenwoordig maakt Markt 12 deel uit van het Nationaal Onderduikmuseum.
Op de locatie van de huidige adressen Markt 12–18 stonden vermoedelijk al in de zeventiende eeuw twee dorpsboerderijen: vakwerkhuizen met een sterk agrarisch karakter. De panden werden van elkaar gescheiden door een smalle doorgang, een zogenaamde osendrop. Een bredere steeg aan de linkerzijde leidde naar een achtererf waaraan een vakwerkschuur stond.
Aan de achterzijde strekten zich twee diepe, onbebouwde percelen uit richting de Prinsenstraat, vermoedelijk in gebruik als tuinen of landbouwgrond. In de achttiende en negentiende eeuw werden de oorspronkelijke vakwerkhuizen aan de Markt vervangen door bakstenen huizen. Het huidige pand Markt 12 is ontstaan na nieuwbouw omstreeks 1843.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door de familie Kempink, een gezin met twee jonge kinderen. Aan het begin van de oorlog werd de voorkamer gebruikt door het Rode Kruis. Later werd deze ruimte gevorderd door de nazi’s en ingericht als Ortskommandantur. Tegelijkertijd zaten er op de zolder acht onderduikers verborgen. Deze onderduikplek is nog steeds aanwezig.
De gewelfde kelder onder het huis werd bij luchtalarm gebruikt als schuilkelder voor de buurt. Soms zochten wel twintig mensen daar bescherming tegen bombardementen.
Aan het eind van de oorlog moest de familie Kempink het huis halsoverkop verlaten op last van de Duitsers. In het zwaar getroffen Sauerland waren veel woningen verwoest; Duitse moeders en kinderen werden elders ondergebracht – onder andere in Markt 12 in Aalten. Na de oorlog keerde de familie terug en bleef nog jarenlang in het pand wonen.
Museum
Na 1970 onderging het complex enkele belangrijke stedenbouwkundige veranderingen. Het werd in fasen gerestaureerd en opgenomen in museum ’t Frerikshuus, de voorloper van het huidige Nationaal Onderduikmuseum.
In 2004 werd achter Markt 12 een nieuw museumgebouw gerealiseerd, en het achterliggende terrein ingericht als parkeerplaats. De nieuwbouw en de drie historische panden Markt 12–16 werden met elkaar verbonden door een glazen overkapping, waarin de hoofdentree en een entreehal werden opgenomen.
In 2024 maakte het Nationaal Onderduikmuseum bekend dat het opnieuw uitbreidingsplannen heeft. Voor dit doel is het naastgelegen pand Markt 18 aangekocht.
Johannes Catharinus Becking (Aalten, 17-07-1848), winkelier trouwt op 19-05-1881 in Aalten met Anna Wilhelmina Theodora Becking (Varsseveld, 08-09-1855)
Markt 12, voorzijdeMarkt 12, achterzijdeOrtskommandantur (foto: Nationaal Onderduikmuseum)Geheime deur (foto: Nationaal Onderduikmuseum)Schuilkelder (foto: Nationaal Onderduikmuseum)Fragment kadastrale kaart uit 1843, waarop de nieuwe bebouwingscontour van Markt 12 werd vastgelegd. De nieuwbouw van het pand zal kort daarvoor hebben plaatsgevonden. Aanvankelijk was aan de achterzijde sprake van een langgerekte aanbouw, deze is later verdwenen.Aaltensche Courant, 1 augustus 1914
Aan de Industriestraat, direct bij het station van Aalten, stond bijna een eeuw lang een slachterij. De oorsprong ligt in het begin van de 20e eeuw, toen de gemeente ruimten begon te verhuren voor de slacht. Vanaf 1903 kreeg het slachten een meer industrieel karakter. In 1916 verrees hier een exportslachthuis van koopman B.J. Rathmer, ontworpen door gemeentearchitect Jan Brill. In 1922 kocht de gemeente het complex en werd het officieel het Gemeenteslachthuis.
In 1964 namen Bram Kropveld en André van Schipstal de slachterij van de gemeente over en sprak men van KSA (Kropveld Schipstal Aalten). Vroeger slachtte men er ook varkens. Door aangescherpte regelgeving richtte het bedrijf zich voortaan uitsluitend op kalveren. Later heette het bedrijf dan ook Kalver Slachterij Aalten.
In 1976 nam KSA een nieuwe kantoorruimte in gebruik op de plaats waar voorheen een woning stond. De eerste steen werd gelegd door het personeel van KSA. In de loop der jaren werd de productie aanzienlijk vergroot. Er kwamen koelruimtes bij voor de opslag. Rond 1990 is de expeditie geheel vernieuwd. Vanaf dat moment konden er twee vrachtwagens tegelijk laden en was de aan- en afvoer grotendeels aan het oog onttrokken.
Overnames
In 1988 kwam de slachterij in handen van de Coöperatieve Centrale Veevoederfabriek. In het jaar 1992 werd het bedrijf verkocht aan de Van Drie Group en specialiseerde men zich in het slachten van Friander of rosé-kalveren. KSA groeide in de jaren negentig uit tot een modern bedrijf met circa 65 medewerkers, met op het hoogtepunt zelfs meer dan honderd werknemers.
In april 1996 kwam de slachterij in Aalten in het wereldnieuws. Er werden 64.000 Britse kalveren gedood in opdracht van de Nederlandse regering vanwege BSE, ook wel ‘gekke koeienziekte’ genoemd.
In 2001 waren er plannen voor de realisatie van een etage bovenop de slachterij om in Aalten ook uitbenen en verdere verwerking mogelijk te maken. Maar vergunningstrajecten strandden en de MKZ-crisis met bijbehorende vervoersverboden legde het bedrijf wekenlang stil, waardoor men van de plannen afzag.
Sluiting
Om kosten te besparen besloot de Van Drie Group in 2012 om haar activiteiten te concentreren. Dit pakte nadelig uit voor KSA, want hier kon men alleen kalveren slachten; voor de verwerking moesten ze naar zusterbedrijven worden vervoerd en dat was kostbaar. Het gevolg was dat KSA op 31 december 2012 haar deuren sloot.
Na een aantal jaren werden de gebouwen gesloopt en het terrein werd, samen met dat van de voormalige houthandel Te Paske, verkocht aan de gemeente. Deze verkocht het op haar beurt weer aan de firma Beele Engineering. Beele ontwikkelde hier zijn R&D-campus “Sealing Valley”. Daarmee kreeg het voormalige slachterijterrein een nieuwe, industriële bestemming in de maakindustrie.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1918
I-4164
Bernard Johan Rathmer, koopman
4.100 m² exportslagerij, stalling, politiebarak en grasland
1925
I-6098
Gemeente Aalten
4.070 m² slachthuisplts., loods, barak en erf
1963
I-8955
Gemeente Aalten
3.954 m² abattoir, huis, schuur, loods, barak, erf, werkplaats
Door den heer Julius te Aalten werd dezer dagen een stier aangekocht van het enorme gewicht van 1920 pond. Op de foto zien wij den stier gekiekt voor het slachthuis te Aalten, omringd door het personeel (1927).Slachthuis / KSA, ca. 1965Fragment kadastrale kaart, 1918 (perceel I-4164)Fragment kadastrale kaart, 1963 (perceel I-8955)Aaltensche Courant, 22 september 1915Nieuwe Aaltensche Courant, 2 april 1920Nieuwe Aaltensche Courant, 11 april 1922KSA (“het slachthuis”) te Aalten, kort voor de sluiting
Burchard Diederik Gerhard Muller (1802–1873) was eigenaar van twee manufacturen-, ijzer- en galanteriewinkels. Ook dreef hij een graanhandel en had hij een kruidenierszaak. Hij was getrouwd met Elisabeth Manschot en zij woonden aan de Lichtenvoordsestraatweg in Aalten.
In 1870 startte hij een stoomblekerij op het Geurken aan de Haartseweg. Twee jaar later werd het bedrijf uitgebreid met een ververij en een drukkerij. Enkele jaren daarna breidde de firma Muller verder uit met een stoomweverij.
Het benodigde water onttrok men aan de nabijgelegen beek. Drie broers van deze familie hebben nog geprobeerd de watermolen op de Pol te kopen, nadat deze op 1 mei 1853 was afgebrand. De watermolen met stuw werd echter door de gemeente aangekocht en rond de eeuwwisseling gesloopt.
Na het overlijden van Burchard Diederik Gerhard Muller in 1873 zetten zijn kinderen het familiebedrijf voort.
Brand
Op 6 mei 1902 brandde de fabriek van Muller af en werd niet meer herbouwd of voortgezet.
Aalten, 6 Mei – Hedenmiddag omstreeks 4 uur ontstond er brand in de fabriek van de hh. Gebrs. Muller op ongeveer 10 minuten buiten de kom van ’t dorp gelegen. Van de verschillende gebouwen zijn geheel in de asch gelegd: de drukkerij, stoomdrogerij en het magazijn met vele goederen. De oorzaak is onbekend. Het oude gedeelte is afgebrand. De gebouwen voor de weverij zijn behouden gebleven.
Dinsdagmiddag tegen 4 uur werden we plotseling opgeschrikt door het luiden der brandklok. Het was spoedig een buitengewone drukte op de straat en de brandspuiten trokken achter elkaar in de richting van den Haartschen grintweg, want al spoedig wist men dat de brand woedde in de fabriek van de heer Muller, aan dien grintweg gelegen.
Het hooge gebouw, waar de weverij, drukkerij en drogerij was, is geheel door het vuur vernield en de machines zijn natuurlijk onbruikbaar geworden, terwijl ook het magazijn met vele goederen een prooi der vlammen werd. De weverij heeft niet geleden, terwijl de machinekamer, door het flink optreden der brandweer, die daar ook voldoende water had, eveneens kon behouden blijven. Dat er overigens veel waterschade is aangericht, spreekt van zelf.
Staatscourant, 23 december 1873Leeuwarder Courant, 12 mei 1902
Aaltensche Courant, 2 april 1904
Aaltensche Courant, 26 oktober 1912
Beheer toestemming
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.