Hendrik Jan Visscher (Wierden, 11-01-1852), onderwijzer (hij wordt in 1889 uitgeschreven, er staat bij ‘krankzinnig’ en nog iets. Hij overlijdt in 1928 in Warnsveld) Hermina Hendrika Johanna Mierdink (Aalten, 05-08-1841), zij vertrekt in 1887 naar Brummen, maar overlijdt een jaar later in Aalten (nr. 370)
Tijdens WO2 werd boerderij ’t Heggeltje bewoond door Jan Willem en Berendina Hoftijzer met hun twee kinderen. Begin 1943 werd een achtjarig joods jongetje, Wim Abas uit Rotterdam, met heel weinig kleren door een ondergrondse koerier achterop zijn fiets naar hun huis gebracht.
Wim was een zeer stil en verlegen kind, dat in het najaar van 1942 van zijn ouders was gescheiden en sindsdien ondergedoken zat. Hij had het erg moeilijk om zich aan te passen aan zijn nieuwe situatie. Daarbij speelde mee dat Wim slechthorend was en de lippen van de Hoftijzers, die onderling dialect spraken, niet kon lezen. Daardoor voelde hij zich erg alleen. Wimpie, zoals hij nu werd genoemd, begon in zijn bed te plassen.
Ondanks de liefde en zorg van de familie Hoftijzer vond men het beter Wim elders onder te brengen. In het najaar van 1944 werd hij naar een ander gezin gebracht.
Aan het eind van de oorlog ging Wim terug naar zijn ouders, die het overleefd hadden. Na een verblijf van een jaar in Denemarken, georganiseerd door de groep Save the Children, emigreerde hij in 1955 naar Israël. Hij verloor alle contact met de Hoftijzers en vergat na verloop van tijd zelfs hun namen.
Pas na lang zoeken kwam hij in 2002 weer in contact met de dochter, Hanna. Op 10 augustus 2003 erkende Yad Vashem Jan Willem Hoftijzer en Berendina Johanna Hoftijzer-Hoopman als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
In onderstaande video leest Herman Onnink een verhaal voor, getiteld: “Een klein bang Joods jungesken”. Dit verhaal, geschreven door Thea Onnink, gaat over Wim Abas die als kleine jongen was ondergedoken in Barlo en hoe hij er achterkwam wat zijn onderduikadres geweest was: boerderij ’t Heggeltjen. Dit verhaal duurt 13 minuten:
Gerrit / Geert te Hackstege alias Fo(c/k)kink (Barlo – Barlo < 1681), trouwt (1) op 01-05-1681 in Aalten met Enneken Fockinck (Barlo – Barlo < 1701) (2) op 12-06-1701 in Aalten met Geertjen Coenen (Barlo – Barlo < 1701)
Volgende bewoners, zoon van Berent en Enneken en schoondochter:
Hendrick Fockinck (Bredevoort), trouwt op 28-01-1694 in Aalten met Trijn(e/tjen) te Bockel (Aalten, 21-06-1674)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Berent F(o/ö)ckink (Aalten, 24-01-1697 – Barlo < 1750), trouwt (1) op 02-06-1726 in Aalten met Lijsbet van Eerden (Aalten, 30-11-1704 – Barlo < 1744)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenote:
Berent F(o/ö)ckink (Aalten, 24-01-1697 – Barlo < 1750), trouwt (2) op 29-02-1744 in Aalten met Hermijna Nienhuijs (Aalten, 12-07-1705)
Volgende bewoners, zoon van Berent en Lijsken en schoondochter:
T(on/eu)nis Fo(k/c)kin(k/g) (Aalten, 28-12-1727 – Barlo, 08-12-1795), trouwt op 01-08-1750 in Aalten met Harmina Seggelinck (Groenlo, 20-06-1732 – Barlo, 07-03-1809)
T(on/eu)nis en Harmina waren neef en nicht. Hun moeders, respectievelijk Lijsbet en Harmina van Eerden, waren zusters. Huwelijksdispensatie Hof van Gelderland 31-07-1750.
Volgende bewoners:
Jan Willem Vardink alias Fokkers (Winterswijk, 23-04-1758 – Barlo, 05-06-1825), trouwt op 20-04-1778 in Winterswijk met Aaltje Schreurs (Aalten, 05-06-1740 – Barlo, 26-07-1814)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Garri(j)t Jan Vardink (Winterswijk, 04-07-1778 – Barlo, 07-04-1824), trouwt op 17-08-1810 in Aalten met Aeltjen te Brinke (Miste, 14-03-1787 – Ratum, 14-10-1851)
Garrit Jan Vardink (Winterswijk, 04-07-1778), trouwt op 17-08-1810 in Aalten met Aaltjen te Brinke (Winterswijk, 14-03-1787)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Garrit Jan Varding (Barlo, 02-11-1787), trouwt op 06-05-1828 in Aalten met Aeltjen te Brinke (Miste, 14-03-1787 – Ratum, 14-10-1851)
Beide echtgenoten van Aeltjen waren neven, hun vaders waren broers.Garrit Jan en Aaltjen vertrokken naar Koijers in Ratum, na haar overlijden emigreerde hij in 1855 naar Noord-Amerika.
Volgende bewoners:
Jan Willem Jentink (Aalten, 16-02-1810 – Barlo, 11-03-1845), trouwt op 02-06-1837 in Aalten met Harmina Hilbelink (IJzerlo, 07-06-1815)
Kinderen:
Hendrika Jentink (Barlo, 20-08-1838)
Janna Geertruid Jentink (Barlo, 20-07-1840)
Arent Jan Jentink (Barlo, 04-04-1843 – Barlo, 22-02-1845)
Volgende bewoners, weduwe en echtgenoot:
Garrit Houwers (Barlo, 07-08-1820), trouwt op 23-01-1846 in Aalten met Harmina Hilbelink (IJzerlo, 07-06-1815)
Kinderen:
Jan Willem Houwers (Barlo, 08-06-1846)
Op 16-08-1847 emigreren Garrit en Harmina met hun drie (stief-)kinderen naar Amerika.
Het Bokkel is een boerderij in de Aaltense buurtschap Barlo waarvan de geschiedenis teruggaat tot het jaar 1200.
Archieven
Hofboek Bredevoort 1506-1596
Ca. 1580 – Wessel tho Bockell fraeget eens Ordels nae haeves recht, dwiele her up den have Bockell ein tijt lanck Scholt gewesen und dem hoff seiner dochter Elsken oevergegeven und nu up die lijfftucht van Bockel gegain, off er oeck sall moegen bueten consent des hoffheren und den principalen Scholten tott Bockell tot last desselvigen voers. haves tho Bockell dieselvige lijfftucht of ein deil landes daervan versetten, beschweren offte tho veralieniren. Dat ordell is bestadet an Johan Scholt ten Ahoff.
Johan Scholt them Ahoff an dem dit ordel bestaedet, hefft mit beleerongh der semptliche hoffhorigen nae haves recht erkendt dat Wessel tho Buckell dweil ehr op die lijftucht trecken wurde nijt sall moegen buten consent des hoffheren oder des Prioncipalen besitter des haves dieselvige lifftucht oder ein deel landes dairvan verpanden beschweren oder veralieniren, und begert dat hirvan die utspraek umb beter erkundigungh an Tegeders des haeves tho Stadloen tho doen uthgestalt mach werden een maent tijtz alsdan die erclerongh tho doen.
Hofboek Bredevoort 1598-1686
Hofdag 1625 – Stadtholder Ludolph ter Vijle, Tegeders Bernt schulte ten Borninckhave, Johan Wolterinck, Actum den 14 Augusti 1625.
Erschenen Berntken, weduwe van zal. Warner te Bockell met Jan Wolterinck haren tot deser sacken ercoren und toegelaten Mombaer, und hefft vermitz authoriteit hares Mombaers vorschreven, vrijwillich, welbedechtlick und onwederroeplick haren Soon Wessel te Bockell erfflich overgegeven, gecedeert und transporteert den Hoff thoe Bockell, Indem Kerspel Aelten buerschap Barlo gelegen, mit desselven alinge olde und nije toebehoer und gerechticheit, sijnde den Huijse thoe Bredeforth hoffhorich. Voerbeholden den Hoffheere Sijner genaden gerechticheit, oick haer Cedentinne haer levenlanck lijves und levens noottrufftich onderholdt, und haren anderen twien Kinderen geboerlicke affgoedinge. Deses gecedeert und uthgegaen, Daerop mit hant, halm und monde vertegen, waerschap vordere und betere Verschrijvong und vestniss gelaefft nae Havess- und Landtrechte. Sonder exception und argelist.
Voorts erscheen Wessel te Bockell vorschreven und Hendersken Swijtinck sijn Huijsfrow und hebben naest annemongh und acceptatie obgemelten transports, sich uth haren angebornen Vrijen standt den Huijse thoe Bredevoorth Hoffhorich ergeven, der Hoffrechten gelijck andere Hoffhorige Personen tegenieten und missgelden, Edoch twie onbenoembde Kinderen, neffens het tegenwoordige, vrij voerbeholden, Alles sonder exception und argelist.
Verpondingskohier 1647
Buckeloe, Hofgoet ant’huis Bredevoort. Huis, hoven 1 1/2 sch. boulant 12 mdr., 3de gerve d’uitganck afgetrocken blijft 51 – 17 -. Hieronder gehoort een Caeterstede, huis en hof 1 sch. boulant 3 mdr. 25 – 0 -., Wijverock?, zijnde Inslagh, voor 14 dlr. 21 – 0 -. Een vercken of 4 dlr. en pontschatt. 6 – 0 -. Eijcken boomen en hegg holt.
Noch Buckelo, weduwe Rullers. Huis, hof 1 sch. boulant 13 mdr., 3de gerve 108 – 6 -. Hoeijmaete van 3 daghen maeiens, 2 Verckens of 10 gl. 6 pont vlass 11 – 16 -. En geeft 5 dlr. en pontschatt. 7 – 10 -. Eijcken boomen, en hegg holt.
Liberale Gifte 1748
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
B-91
Wander ten (op Bokkel) Bokkel e.c. landbouwer op Groot Bokkel
3.060 m² huis, schuur & erf
1879
B-91
Jan Berend te Bokkel e.c. landbouwer op ’t Bokkel
3.060 m² huis, schuur
1909
B-1699
Wander te Bokkel, landbouwer op Groot Bokkel
4.050 m² huis, schuur & erf
1947
B-1699
Jan Berend te Bokkel, landbouwer
4.050 m² huis, schuur & erf
1977
B-1699
Jan Antoon te Bokkel, landbouwer
4.050 m² huis, erf, schuur
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Reijntken Schulte te Bockel (Barlo – Barlo < 1578) Naele ter Neet (Barlo)
Reijntken wordt in het hofboek van Bredevoort genoemd van 1530 tot 1578.
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Wessel Wolterinck Schulte te Bockel (Barlo – Barlo, 1580/1581) Lijse te Bockel (Barlo – Barlo, 1599-1601)
Wessel en Lijse gaven ’t Bokkel over aan hun dochter Elsken en vertrokken naar de ‘lijfftucht van Bockel’.
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Aelbert Oeijinck Schulte ten Bockel (Barlo) Elsken ten Bockel (Barlo – Barlo, 1590/1591)
Aelbert wordt in het hofboek als Schulte genoemd tussen 1573 en 1578. Hij was als ‘frijman’ geboren en gaf zich in 1571 vrijwillig ‘hofhorich’ aan het Huis Bredevoort.
Volgende bewoners, zwager/broer en schoonzuster (zoon van Wessel en Lijse):
Warner Schulte ten Bockel (Barlo – Barlo, 1624/1625) Berentken (Greetken) ten Borninckhof (Haart)
Berentken (Greetken) gaf zich in 1616 ‘uth haren angeborenen Vrijen standt den Huijse Bredevoort Hoffhorich‘.
Wessel ten Bockell und Hendersken Swijtinck sijn Huijsfrow hebben sich uth haren angebornen Vrijen standt den Huijse thoe Bredevoorth Hoffhorich ergeven (1625).
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Geert Huijninck alias ten Bockel (Dale – Barlo < 1665) Hendersken Swijtinck (Barlo – Barlo, 1664/1665)
Geert te Buckell, Eheman van Henrica te Buckell hefft sich uth sijnen Vrijen stant Vrijwillich und walbedachtlick den Huijse toe Bredevoort Hoffhorich gegeven (1639). In 1643 verkocht het echtpaar Rudolph Oeijinck en Lijsbeth ten Bockel, respectievelijk zoon van Aelbert Oeijinck Schulte ten Bockel en Elsken ten Bockel en dochter van Warner Schulte ten Bockel en Berentken (Greetken) ten Borninckhof, hun rechten op ‘het erff en guedt Buckell’ aan Geert Huijninck alias ten Bockel en Hendersken Swijtinck.
Volgende bewoners, zoon van Rudolph Oeijinck en Lijsbeth ten Bockel en schoondochter(s):
Wa(r/n)ner Oenck Schulte te Bockel (Barlo – Barlo < 1672), trouwt (1) op 10-09-1665 in Aalten met Marie Gi(e/j)sinck (Winterswijk – Barlo 1666) (2) op 16-12-1666 in Aalten met Trijntjen van Ratum alias Schulten (Ratum – Barlo, 1672) (3) op 19-10-1673 in Aalten met Aeltjen te Manschot (Harreveld – Barlo, 1677) (4) op 22-04-1677 in Aalten met Lutte Borninckhof (Haart)
Volgende bewoners, zoon van Warner en Trijntjen en schoondochter(s):
Wessel te Bo(c)kel (Barlo), trouwt (1) op 15-03-1696 in Aalten met Armgar(d/t) Lomans (Aalten, 03-08-1673 – Barlo < 1722) (2) op 29-03-1722 in Aalten met Jantje (Jenneken) Scholten (Varsseveld)
Volgende bewoners, zoon van Wessel en Armgar(d/t) en schoondochter(s):
Wa(r/n)der te Bokkel (Aalten, 09-12-1700 – Barlo, 10-05-1779), trouwt (1) op 10-12-1730 in Aalten met Jenneken Lieverdink / Liefers (Aalten, 20-09-1711 – Barlo, < 1751) (2) op 12-06-1751 in Aalten met Catharina Kossin(c)k (Winterswijk, 17-02-1706 – Barlo, 15-05-1787)
Volgende bewoners, zoon van Wander en Jenneken en schoondochter:
Willem te Bokkel (Aalten, 25-08-1731 – Barlo, 01-08-1794), trouwt op 25-01-1778 in Aalten met Aleida Wanders (Winterswijk, 21-08-1757 – Barlo, 26-03-1825)
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Antoni(j) ter Neet (Aalten, 06-12-1761 – Barlo, 08-02-1848), trouwt op 02-08-1795 in Aalten met Aleida Wanders (Winterswijk, 21-08-1757 – Barlo, 26-03-1825)
Eerste bebouwing in 1867 door Gerhardus Albertus Ubbink. Herbouw in 1894, toen in eigendom van Josephus Godefroi Henricus (Sjef) van Eijck (directeur/eigenaar J. van Eijck & Comp. (stoomweverij, Misterstraat 2).
In 1902 verkocht aan Gradus Bernardus te Molder, landbouwer op Coenraad, Misterstraat 85. Het huis is tot heden in eigendom van een nazaat van G.B. te Molder, waarbij het gedurende lange tijd verhuurd/verpacht is geweest.
De Leste Stuver (Laatste Stuiver) was ooit een herberg (1659-1980), gelegen aan de Slingebeek en langs de hessenweg van Bredevoort naar Winterswijk. De weiden aan beide kanten van de Slingebeek behoorden tot de Leste Stuver, en stonden bekend onder de naam Ossenweide.
Reizigers die hun geld in de stad hadden uitgegeven, konden hier hun laatste stuiver verbrassen. De herberg bood ook onderdak aan wie na sluitingstijd voor een gesloten stadspoort stond en pas de volgende ochtend verder kon reizen.
De Leste Stuver kent ook haar eigen legendevorming:
Ooit zouden Kozakken er hun kwartier hebben gehouden. Alle kippen in de omgeving schoten ze neer ten behoeve van hun kippensoep. Zeer waren zij gesteld op spekpannenkoek en dronken daarbij het warme vet als water. In hun brandewijn mengden zij peper. Het was winterdag, en om de huid een beetje te harden tegen de wisseling van het klimaat, hakten zij een gat in het ijs en zwommen lustig rond in het koele nat. Daarna kropen ze in een heet gestookte vlasoven om spoedig droog te zijn.
Wij hebben deze historie van iemand, die het zelf vernomen had van een, die het misschien weten kon.
[Bron: G.J. Meinen, Gids voor dorpen langs de Slingebeek, blz. 52]
Blijkens vermeldingen in het Bredevoortse doopregister in 1674 en 1677 is de boerderij annex herberg “de Leste Stuver” te Bredevoort al eeuwen gelegen op ongeveer dezelfde plek. De toenmalige bewoners Arent ten Poll en Aeltjen Broeckhuijsen waren “woonende buijten de stadt op den wech na Wenterswijck in de herberge genaemt den Lesten Stuyver, toebehoordende den zaligen heer Drost Arent van Haersolte”, gelegen “bij de Ossenweijde”.
In 1720 woonde er het echtpaar Hendrik Bennink en Jenneke Penninks alias Hennekes. Toen Jenneke in 1728 hertrouwde, werd zij vermeld als afkomstig “van den Lesten Stuijver onder Bredevoort”. Tussen 1735 en 1740 woonde er het echtpaar Wander Scholten en Stijne Oonk, dat echter terugkeerde naar Aalten.
Het kohier van de Liberale Gifte vermeldt in 1748 als bewoner Coenraad Betting, gehuwd met Dorothea van Harksel. Ook Hendrik Benninks zoon Anthony woonde er na zijn huwelijk op 18 april 1751 met Helena Tieltjes uit Bocholt, maar overleed reeds kort daarna. Diens dochter Antonetta Bennink werd bij haar huwelijk in 1779 echter nog steeds genoemd “van den Lesten Stuver”. Waarschijnlijk woonden er oorspronkelijk twee gezinnen. In de hypotheekakte van 1766 is sprake van het “eigendommelijke halve goed den Laasten Stuiver met de daarop staande huizen”.
[Met dank aan H. Ruessink, Bredevoort]
Genealogie
De genealogie van de archiefvormers begint met het echtpaar Willem Deunk en Hendrina Dierkink uit Winterswijk, dat reeds in 1760 in Bredevoort woonde. Hun zoon Jan Deunk was tevens schoolmeester in de aangrenzende Winterswijkse buurtschap Miste. Door introuwende schoonzoons kwamen achtereenvolgens de families Brummelstroete en Lensink op de Leste Stuver. Deze bewoners waren meest landbouwer en tapper van beroep. In de 19e en 20e eeuw werden de Lensinks daarnaast vooral bekend als radmakers.
De bewoners van de Leste Stuver waren generaties lang tevens beheerders of weidewaarders van de nabijgelegen Ossenweide. Dit was een groot weidecomplex, gelegen aan weerszijden van de Slingebeek in de aangrenzende Winterswijkse buurtschap Miste, dat eigendom was van de notabele families Willink en Roelvink te Winterswijk. Hier konden de boeren uit Bredevoort en naaste omgeving vee inscharen of percelen hooigras pachten. De taken en werkzaamheden van de weidewaarder staan uitgebreid beschreven in het artikel over de Ossenweide van G.J. Lensink.
De archieven
Van de bewoners vóór 1760 zijn geen archivalia achtergebleven. Waarschijnlijk, omdat zij slechts tijdelijke pachters waren. Het huisarchief ontstond vermoedelijk pas, nadat de pachter zelf eigenaar was geworden, zodat huis en bescheiden vererfden op volgende generaties. Mogelijk hield de in 1766 door Willem Deunk afgesloten hypotheek verband met de aankoop van het goed.
In het archief komen naast persoonlijke stukken diverse bescheiden voor, van oudere datum en van elders afkomstig, die door de bewoners van de Leste Stuver zijn hergebruikt. Deze waren waarschijnlijk afkomstig van boeldagen en zolderopruimingen. In vroeger tijden hadden ook de vergaderingen en openbare verpachtingen door de geërfden van het Bredevoortse Broek in de Leste Stuver plaats. Daarvan zijn geen bescheiden overgebleven. Uit overlevering is bekend, dat jarenlang bij verpachtingen in het Brook en de Ossenweide percelen werden afgebakend met staken. Voor de zichtbaarheid in het hoge gras en de ruigte werden daarop stukken papier gestoken. Deze markeringen werden gescheurd uit de aanwezige oude folianten, die destijds blijkbaar in ruime mate voorhanden waren.
De laatste bezitter van het archief was Gerrit Jan Lensink, die als “Opa Lensink” actief was in de historische werkgroep Aalten-Dinxperlo-Wisch en in het Contactorgaan ADW publiceerde over de Leste Stuver, de radmakerij, de Ossenweide en de Slingebeek. Hij droeg de stukken omstreeks 1980 over aan ADW-bestuurslid R. Wartena, destijds archivaris te Aalten. De aanwezige stukken zijn voor zover mogelijk geordend naar de opeenvolgende generaties, die ze hebben gevormd en of gebruikt. De stukken betreffende de Ossenweide bestrijken meerdere generaties. Deze zijn, evenals de stukken zonder duidelijk verband, afzonderlijk opgenomen.
[Bron: P. Meerdink, Aalten, 2003]
Bewoners
De Leste Stuver werd door meerdere gezinnen, vaak maar gedurende relatief korte tijd, bewoond, waarschijnlijk ontbreken bewoners in onderstaande overzicht.
Eerst bekende bewoners:
Arent ten Poll, trouwt < 1674 met Aeltjen Broeckhuijsen
– – Hiaat – –
Volgende bewoners:
Hendrik (Henricus) Bennin(c)k alias Sweenen (Bocholt, 12-02-1673 – Bredevoort < 1728), trouwt (2) op 24-05-1716 in Aalten met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Hendrik (Henricus) en Jenneken kwamen van Zweenen in Barlo.
Volgende bewoners weduwe en 2e echtgenoot:
Berent te Hoppenkreijs (Lichtenvoorde, 03-11-1678 – Bredevoort < 1733), trouwt op 18-07-1728 in Bredevoort met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Volgende bewoners weduwe en 3e echtgenoot:
Gerrit Ni(eu/j)hof alias Welvaert (Lievelde), trouwt op 25-10-1733 in Bredevoort met Jenneken Hennekes alias Penninks alias Drommelaars (Lievelde)
Gerrit en Jenneken vertrokken naar ‘Den Welvaart‘.
Volgende bewoners:
Wander Scholten (Aalten, 11-08-1715 – Lintelo, 01-02-1794), trouwt op 23-04-1735 in Aalten met Stijne Oonk (Aalten, 25-08-1709 – Lintelo < 1756)
Volgende bewoners:
Teube Kro(o)senbrink alias Hutter Teube (Winterswijk, 17-12-1719 – Bredevoort, 23-05-1804), trouwt op 10-08-1743 in Winterswijk met Geertruit Klumpers (Winterswijk, 25-09-1718 – Bredevoort, 07-11-1798)
Volgende bewoners:
Coenraet Betting(k) uit Laer, trouwt op 08-04-1742 in Sassenheim met Dorothea van Harxen (Lichtenvoorde, 11-09-1718 – Bredevoort, 06-05-1794)
Coenraet en Dorothea kwamen rond 1743/’44 op ’De Leste Stuver’.
Volgende bewoners zoon van Hendrik (Henricus) en Jenneken en schoondochter:
Ant(h)onij Bennink (Bredevoort, 09-08-1720 – Bredevoort, 1752), trouwt op 18-04-1751 in Bredevoort met Helena Tielkes / Tieltjes alias Bekink (Bocholt, 09-07-1720 – Bredevoort, 24-12-1794)
Volgende bewoners weduwe en 2e echtgenoot:
Coenraet ten Have (Lichtenvoorde, 16-10-1729 – Bredevoort, 20-10-1806), trouwt op 20-07-1753 in Bredevoort met Helena Tielkes / Tieltjes alias Bekink (Bocholt, 09-07-1720 – Bredevoort, 24-12-1794)
Coenraet en Helena vertrokken naar Coenraad in Bredevoort.
Volgende bewoners:
Willem Deunk (Winterswijk, 20-04-1732 – Bredevoort, 04-07-1794), trouwt op 11-04-1759 in Winterswijk met Hendrina Dierkink (Winterswijk, 02-02-1735 – Bredevoort, 24-02-1810)
In 1771 betaalde Willem Duenk de verponding van den halven Lestenstuiver (Maandcedullen Verpondingsboek 1771).
Volgende bewoners:
Arent Meijerinck (Aalten, 14-12-1727 – Bredevoort, 02-12-1797), trouwt (1) op 07-09-1748 in Bredevoort met Wilmina Wamerlink (Winterswijk, 27-02-1707 – Bredevoort, 23-06-1778)
In 1771 betaalde Arent Meijerink de verponding van den halven Lestenstuiver (Maandcedullen Verpondingsboek 1771).
Volgende bewoners, dochter van Coenraet en Helena en schoonzoon:
Derk Hendrik ter Maat (Bredevoort – Bredevoort, 26-11-1794), trouwt op 01-05-1785 in Bredevoort met Dor(e/a) ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Bredevoort, 09-05-1836)
Dor(e/a) vertrok na het overlijden van haar man naar Coenraad in Bredevoort waar haar vader woonde.
Volgende bewoners zoon van Willem en Hendrina en schoondochter:
Jan Deunk (Bredevoort, 13-07-1766 – Bredevoort, 13-06-1812), trouwt op 24-06-1787 in Bredevoort met Beerndeken / Berendina Meenk alias Ubbink (Winterswijk, 27-03-1746 – Bredevoort, 24-03-1809)
Volgende bewoners:
Jan (K/C)lomp(e)s (Winterswijk, 13-09-1750 – Bredevoort, 12-09-1809), trouwt op 25-07-1790 in Winterswijk met Anna C(at)ha(t)rina te Haveste / te Hoffeste / te Hofstede (Winterswijk, 13-01-1751 – Bredevoort, 23-05-1817)
Gerhard Christiaan Lensink (Bredevoort, 28-03-1824), landbouwer (1) Hanna Berendina te Brummelstroete (Bredevoort, 19-09-1824) (2) Johanna Gesina te Kolstee (Miste, 24-04-1839)
De oudste nog bestaande delen van de boerderij zijn in de tweede helft van de 18e eeuw gebouwd. Het woonhuis en de verlenging van de deel zijn in 1906 gebouwd. Tevens is de rechter schuur op stevige karren aan één stuk van de voorzijde van het nieuwe woonhuis naar rechtsachter de deel verplaatst. Deze schoppe is tegen de al bestaande schuur aan gebouwd.
In het boek Nazareth van Jos Wessels staat dat er in 1780 een Coenraad ten Have woonde op deze boerderij, vandaar de naam. Een dochter van hem, Dora, trouwde in 1785 met Derk Hendrik ter Maat. Daar weer een dochter van, Theodora, trouwde met Jannes te Molder uit Zieuwent.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
A-389
Janus te Molder, landbouwer
870 m² huis, schuur & erf
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Coenraad ten Have (Lichtenvoorde, 16-10-1729) trouwt op 20-07-1753 in Bredevoort met Helena Tieltjes (Bocholt), weduwe van Antonij Bennink
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Derk Hendrik ter Maat (– Bredevoort, feb. 1794) Dora ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Aalten, 09-05-1836)
Dora ten Have (Bredevoort, 27-04-1755 – Aalten, 09-05-1836)
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Jannes te Molder (Zieuwent, 06-05-1787) trouwt op 02-09-1820 in Lichtenvoorde met Antonetta ter Maat (Kruiskapel, 18-08-1789), d.v. Derk Hendrik ter Maat en Dora ten Have
Leonard Roelvink werd op 30 april 1833 geboren als zoon van Arnoldus Florentinus Roelvink, burgemeester van Aalten, en Elzabé Maria Theodora ten Cate. Op 14 november 1870 trad hij in Winterswijk in het huwelijk met Christina Paschen, geboren aldaar op 27 maart 1848.
In 1857 publiceerde Roelvink bij uitgeverij Post Uiterweer te Utrecht zijn juridische proefschrift onder de titel Theses juridicae inaugurales. Vier jaar later, in 1861, volgde hij zijn vader op als burgemeester van de gemeente Aalten.
Roelvink woonde in de villa aan ’t Zand in Bredevoort die we tegenwoordig kennen als Sint Bernardus. Dagelijks reed hij per rijtuig naar Aalten, net als zijn vader had gedaan. Hij was fel tegen de komst van de spoorlijn naar Aalten, uit angst dat zijn paarden zouden schrikken van het “dampende treinmonster”.
Leonard Roelvink overleed op 3 maart 1886 aan een beroerte. De gemeenteraad zou juist vergaderen en wachtte op de komst van haar voorzitter toen een arts het treurige bericht van zijn overlijden kwam mededelen. Hij werd begraven op de oude begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat in Bredevoort.
Na zijn overlijden richtten zes vooraanstaande Aaltenaren zich in een brief tot de minister van Binnenlandse Zaken. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om hun zorgen te uiten over wat zij als wantoestanden beschouwden binnen de gemeente, die ze toeschreven aan het beleid, of het ontbreken daarvan, van de overleden burgemeester. In hun brief stelden ze nadrukkelijk géén invloed te willen uitoefenen op de benoeming van een nieuwe burgemeester, maar gaven tegelijkertijd aan dat “de treurige toestand” in Aalten volgens hen mede het gevolg was van het feit dat de functie van vader op zoon was overgegaan. Ze klaagden over onder meer gebrekkig onderwijs, slechte wegen, overmatig drankgebruik en ongeoorloofde kinderarbeid. De zes pleitten voor de benoeming van een krachtige opvolger die orde op zaken kon stellen. Hun bezwaren werden serieus genomen door zowel de minister als de commissaris van de Koning.
Roelvink werd als burgemeester van Aalten opgevolgd door Johan Hora Adema.
De voormalige Openbare Lagere School (OLS) in IJzerlo, gebouwd in 1914, heeft een rijke geschiedenis. Dit Rijksmonument heeft door de jaren heen verschillende functies gehad, waaronder die van overslagstation en paardenstalling. Tegenwoordig dient het karakteristieke gebouw als woning.
Lagere school
Het schoolgebouw had twee ruime lokalen, een gang met aparte toiletten voor jongens en meisjes, en een kolenhok. Begin jaren dertig opende in IJzerlo een gereformeerde lagere school. De meeste kinderen stapten over naar deze school, waardoor de OLS overbodig werd.
Overslagstation
In 1937 verkocht de gemeente het voormalige schoolgebouw aan de Coöperatieve Landbouwvereniging (CLV) te Aalten. Om het pand als overslagstation te kunnen gebruiken, werden twee ramen in de voorgevel aangepast en een laadperron toegevoegd. Dit perron werd later weer verwijderd.
Paardenverblijf
Begin jaren zeventig werd het pand verkocht aan buurman Gerrit Jan Doeleman, die het gebruikte als paardenverblijf. In het ene lokaal waren paardenboxen gemaakt en in het andere lokaal was een zandbak waar de paarden hun rondje liepen. De sporen van de paarden zijn nog te zien aan de ramen van het woonlokaal, waar ze de raamkozijnen hebben aangevreten.
Van atelier tot woning
Midden jaren negentig werd het gebouw verkocht aan een kunstenaar, die er zijn atelier van maakte. In 1999 kochten de huidige bewoners het pand. Hoewel de voormalige school in slechte staat verkeerde, waren de originele lokalen en de gang nog intact. In 2001 werd het gebouw aangewezen als Rijksmonument. Na veel inspanning kreeg het pand in 2005 een woonbestemming.
Een drie jaar durende verbouwing volgde, in samenwerking met architect Rinke ter Haar. De schoollokalen bleven grotendeels intact, inclusief de hoge plafonds en grote ramen. Voor isolatie en comfort werd een extra binnengevel geplaatst en vloerverwarming aangelegd. Tijdens de verbouwing kwamen historische elementen aan het licht, zoals gemetselde muurtjes onder de vloer, die de houten vloerdelen ondersteunden, en de plek waar ooit een centrale kachel stond.
Aan de buitengevel werd het schildje met de tekst “O.L.S. IJzerlo 1914” in ere hersteld. De lange gang met de originele terrazzovloer, de toiletten en de kapstokken herinneren aan vervlogen tijden. Dat geldt ook voor de oude schoolbel die tegenwoordig wordt gebruikt om de gezinsleden te laten weten dat het etenstijd is.
Aaltensche Courant, 11 juli 1914Fragment kadastrale kaart, 1916 (perceel F-1769)Oude klassenfoto van de OLS in IJzerlo, met o.a. meester Van Aken in het midden en juffrouw Kappers linksbovenDe tot woning omgebouwde school werd in 2018 belicht in het tv-programma BinnensteBuiten (klik om de reportage te bekijken)
Bovenstaande tekening is gemaakt door de in 2018 overleden Aaltense tekenaar Willy Walvoort. Hij schreef erbij: “De dorpsschool in 1824. Boven: de ingang was op de kerkheuvel. Onder: aan de Landstraat de nachtwacht, gevangenis en brandweer.”
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over de school:
“In het dorp Aalten gingen de kinderen allen naar één school. Splitsing kende men niet. De kinderen van alle godsdienstige richtingen zaten naast elkaar op de schoolbanken. De school was gevestigd in een gebouw aan de Landstraat naast de Herv. Kerk. Beneden was de wacht en op de verdieping was de school. Meester Stegeman zwaaide er den scepter. Met nog 2 hulponderwijzers werd aan de Aaltensche jeugd onderwijs gegeven. Met zes kinderen in een bank, had men ’s winters zoo’n 60 à 70 leerlingen per onderwijzer. Elken morgen werden de lokaaldeuren opengezet, en deed het hoofd der school een gebed.
De orde in de klas werd gehouden met de roede, want wie niet wilde luisteren, werd met een eindje hout bewerkt. En meester Stegeman had de schrik er in. Maar hij was een werkzaam man en spaarde zich geen moeite om het onderwijs zoo goed mogelijk te doen zijn. De avondschool was nog een goede gelegenheid om kinderen, die al vroegtijdig van school moesten, nog een beetje kennis bij te brengen. Dan had meester een kleinere klas en was het onderwijs geven gemoedelijker.”
Het benedendeel van het gebouw lag op het niveau van de Landstraat en was grotendeels ingegraven in de kerkheuvel. Hierin waren het wachtlokaal van de nachtwacht, het lokaal voor de brandspuiten, een kelder en de prison (het arrestantenlokaal) gevestigd. Boven was het schoollokaal van ca. 9×15 meter, met acht grote ramen, waarvan er vier konden worden opengeschoven voor de ventilatie. De ingang bevond zich in de oostgevel, aan de kant waar nu het gebouw Elim staat en was bereikbaar over een pad direct langs het kerkhof. De twee toiletten waren ook buiten tegen de oostgevel aangebracht.
Het pand kwam in 1886 te koop, vermoedelijk vanwege de ingebruikname van de nieuwe Openbare Lagere School aan de Herenstraat.
Tegenwoordig heeft de voormalige school een woonbestemming en vinden we op de benedenverdieping van dit pand Kapsalon Ter Maat.
De Freriksschure is een oude Saksische dorpsboerderij, gelegen achter het pand Markt 14, dat direct aan de Markt staat.
De Freriksschure dankt zijn naam aan Harmen Jan Freriks, ‘heel- en vroedmeester’, die jarenlang in het herenhuis Markt 14 heeft gewoond en de schuur als koetshuis gebruikte. Sinds 1985 is de ruimte ingericht als agrarisch museum, en is tegenwoordig onderdeel van het Nationaal Onderduikmuseum.
Er is gereedschap te zien dat door boeren rond 1900 gebruikt werd. Tot de deelcollectie behoort gereedschap men gebruikte voor agrarische ambachten, zoals melkverwerking, huisslacht, grondbewerking en de oogst. Ook is er gereedschap opgesteld die een beeld geven van de ambachten die nauw verbonden waren met het boerenbedrijf, zoals een zadelmakerij, radmakerij en klompenmakerij.
Er zijn karren en rijtuigen te zien. Bovendien wordt getoond welke werkzaamheden er in de huisnijverheid werden uitgevoerd, zoals het verwerken van vlas tot linnen en de ‘wasstraat’ (het wassen van textiel). Tenslotte is er een huiskamer en een ‘rommelzolder’ ingericht. Topstuk is de radmakerij die in zijn compleetheid heel zeldzaam is.
In 1959 brandde dit boerderijtje op de hoek van de Polstraat en de Bonifaciusstraat nagenoeg geheel af. In 1963 kocht de gemeente Aalten het van de weduwe Scholten, waarschijnlijk al met de bedoeling om het te slopen en op het terrein een nieuw politiebureau en woningen te realiseren.
Het politiebureau kwam begin jaren 1970 gereed en bleef hier gevestigd tot 2018. Tegenwoordig zit er in het voormalige politiebureau een tandartsenpraktijk.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-225
Roelof Arendsen, assessor
1.130 m² huis, schuur & erf
1852
I-225
Roelof Arentsen, molenaar & grondeigenaar
1.130 m² huis & erf
1892
I-4497
Gerhard Heinrich Lohaus e.c., koopman
1.380 m² huis & erf
1908
I-4497
Hendrik Scholten, timmerman
1.380 m² huis & erf
1957
I-4497
Hendrika Willemina Krieger, landbouwster Gesina Johanna Scholten, landbouwster Jan Elferink, landbouwer
De meeste Aaltenaren kennen deze gelegenheid nog als restaurant/zalencentrum ’t Schepersveld, met zijn speeltuin, midgetgolf- en kegelbanen. Voorheen heette het De Wever en het vervult al zeker acht decennia een horecafunctie, getuige een ansichtkaart uit ca. 1940 waarin het al een ‘uitspanning’ wordt genoemd.
Op 1 juli 2020 heeft de familie Ruesink, van ’t Westendorp in IJzerlo, ’t Schepersveld overgenomen en omgedoopt tot Suzie’s Farm.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
D-456
de wed. Abraham Hesselink, landbouwster te Winterswijk
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.