In 1978 werd het huis dat hier destijds stond door brand verwoest. Eén van de bewoners, de 71-jarige heer H.W. Eskes had een gasfles willen controleren en er een lucifer bij gehouden. De gasfles explodeerde en zette de woning in lichterlaaie. De heer Eskes en de familie Van der Donk werden dakloos. Enkele weken later veroorzaakten spelende kinderen opnieuw brand in de restanten van het huis.
De Willemstraat in Aalten is vernoemd naar Willem te Gussinklo, één van de hoofdrolspelers in de geschiedenis van de hoornindustrie in Aalten. Vóór 1934 werd dit de ‘Lage weg’ genoemd.
Zwembad ’t Walfort ligt halverwege Aalten en Bredevoort en beschikt over een binnenbad en een buitenbad met zandbodem (natuurbad). Het buitenbad is in de crisisjaren van de vorige eeuw aangelegd als werkverschaffingsproject. Het zwembad kreeg aanvankelijk als adres Hessenweg 4.
Op 10 juni 1933 besloot de Aaltense gemeenteraad“tot het maken van een groot modern Zwem- en Zonnebad, met een lang breed strand op het terrein Dennenoord“. Aan dat terrein werd nog ongeveer een bunder weiland toegevoegd, zodat het in totaal ongeveer 4,5 ha besloeg.
Aanleg
Op 17 juli 1933 ging de eerste spade de grond in. Ongeveer honderd werklozen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van het natuurbad. In totaal hebben zij maar liefst 45.000 m³ zand uitsluitend met kruiwagens verplaatst. Met het zand uit het zwembad werd de wal opgeworpen die het bad omringt.
Het zwembad werd gevoed door welwater en voortdurend ververst uit een drietal bronnen, die tot een diepte van 15 meter waren geboord. Het overtollige water werd in een slootje afgeleid, dat tenslotte uitliep in de Slingebeek.
Er was een paviljoen dat tot eenvoudige restauratiegelegenheid diende en waarin tevens de benodigde ‘machineriëen’ waren ondergebracht. Dit houten gebouw had tot 1928 elders in de gemeente dienst gedaan als huisvesting van de Millitaire Politie. Nadat deze politietroepen waren teruggenomen had de gemeente dit ‘kazernement’ overgebracht naar Dennenoord, “waar het door rustbehoevenden kon worden gebruikt om van de dennenlucht te genieten.”
“Zoo is dan nu de opening van ’t Zwembad „’t Walfort” te Aalten, gelegen aan den weg tusschen Aalten en Bredevoort, omzoomd door zwaar geboomte, te midden van een stuk oud Achterhoeksche historie, een feit geworden. Er was reeds lang op gewacht en de afwerking vergde meer tijd dan men oorspronkelijk verwachtte. Nu ligt het er in zijn volle pracht, gereed om duizenden bezoekers te ontvangen. Wij mogen er bij deze opening onze blijdschap over uitspreken, dat dit stuk werk nu eens zoo in gebruik genomen is, dat wij er onze volle medewerking en sympathie aan geven kunnen.”
Tot de vele genodigden behoorden “het college van B en W, de uitvoerders en aannemers (J. de Nooij te Bennekom, die de grondboringen verrichtte; De Vries, Harlingen sanitaire werken; Kroese, Enschedé: maken der pulsputten; Van Lochem, Ten Have, en de verdere Aaltensche aannemers en uitvoerders), Ir. Ratelband, de heeren Tilbusscher en Rollman, B. en W. van Winterswijk, Wisch, Lichtenvoorde, Dinxperlo, Gendringen en Bocholt, de nummers 2 der dubbeltallen voor het bestuur, de leden van den Raad, de hoofden van scholen, Mej. Ten Heuvel der Chr. Huishoudschool en Mej. Vreeman, Hoofd der Bewaarschool, de Predikanten, Pastoor, Voorganger der Isr. Gemeente, Voorz. der Chr. Geref. Kerk, de heeren Doktoren, Veeartsen, Postdirecteur, Rijksontvanger, Notaris, Stationschef, de besturen van Aaltens Belang, Bredevoorts Belang en der Buurtbelangen, het bestuur van Floralia, de Hoofdopz. en de Opzichters der Ned. Heide Mij., Dr. L.A. Veeger, inspecteur Volksgezondheid te Nijmegen, Dr. Bloemendaal, Pharmaceutisch inspecteur te Velp, die het wateronderzoek hebben verricht ook in verband met de ziekte van Weil, de Rijksinspecteur der Werkverschaffing, het bestuur der Winterswijksche Watersportvereen., de pers, de Directeuren der Gemeentebedrijven (Gasfabr., Slachthuis), de Oud-Secretaris, de Oud-Wethouders ten Dam en Obbink, de gemeentepolitie en de marechaussée, het bestuur van den Nederl. Zwembond en de besturen der gymnastiekvereenigingen te Aalten en Bredevoort.”
Rede van burgemeester Monnik
De officiële opening werd verricht door burgemeester A.J.W. Monnik. In zijn openingsrede sprak hij onder andere:
“Dank zij het illustere voorbeeld van onze zustergemeente Winterswijk rees ook hier de gedachte: „zou het niet mogelijk zijn op eigen gemeenteterrein een bad- en zweminrichting op te richten?” De wereldcrisis, die zich ook in onze gemeente in de bedrijven in zoo ernstige mate laat gevoelen, eischte van ons gemeentebestuur om telken male om te zien naar flinke, liefst nuttige werkobjecten, om aldus arbeid te kunnen verschaffen aan de vele werkloozen, die door de crisis zoo gevoelig getroffen worden.”
“De plaatselijke Overheid heeft ook zorg te dragen voor een behoorlijken gang van het badleven, zoodat geen misbruiken kunnen insluipen. Onder den dekmantel van de hygiëne neemt de immoraliteit helaas in ons land toe en leidt tot zedenverwildering. Laat ons er voor waken, dat de gezonde, reine, frissche levenslucht, door God ons gegeven om hem te dienen en zóó gelukkig te zijn, niet wordt verpest tot een atmosfeer, waarin gezond leven een volslagen onmogelijkheid wordt.”
Vervolgens hield de voorzitter van de ‘stichting Bad- en Zweminrichting ‘Walfort’, de heer M. Ackerman, ook nog een rede waarin hij zich onder andere tot het personeel van het nieuwe zwembad richtte:
“Mijnheer Happel, wij zijn blij U als onzen badmeester te mogen begroeten. Ook de andere heeren en Mej. Top wenschen wij toe, dat zij onder hun chef, den heer Happel, aangenaam werkzaam mogen zijn, tot bloei van onze schoone inrichting.”
“Terwijl de burgemeester het lint doorknipte, speelde muziekvereeniging De Eendracht twee coupletten van het Wilhelmus. Toen schreed men door den hoofdingang en daar lag de mooie stichting in al haar schoonheid voor de oogen van de genoodigden. Hierna werd onder leiding van de heeren Tilbusscher en Rollman, gem. Architect en gem. Opzichter, een rondgang over het terrein gemaakt. Daarna vereenigde men zich in het Paviljoen, waar ververschingen werden aangeboden en waar Ir. Ratelband een verklaring gaf van het Technisch gedeelte.
Om 7 uur hedenavond zijn alle werkloozen, die hun krachten aan de totstandkoming in werkverschaffing gegeven hebben, met hun vrouwen uitgenoodigd. De burgemeester zal daarbij een toespraak houden, hun zullen eveneens ververschingen worden aangeboden en daarna zal ook met hen een rondgang over het terrein worden gemaakt.”
Gemengd zwemmen
Gemengd baden was aanvankelijk verboden, oftewel heren en dames hadden ieder hun ‘eigen’ kant. In 1946 werd in de gemeenteraad een verzoek van ‘R.K. Jeugd- en Standsorganisaties’ behandeld. De raad besloot om, bij wijze van proef en na overleg met het zwembadbestuur “dat het gemengd zwemmen en op het strand verblijven in badcostuum wordt toegestaan, mits een streng toezicht wordt gehouden en tegen eventueele excessen onvoorwaardelijk wordt opgetreden”.
Openstelling op zondag
Tot 1958 was zwembad ’t Walfort zondags gesloten. Een jaar eerder was een voorstel om het bad op warme zondagen open te stellen nog weggestemd. Enkele weken daarna, op een snikhete zondagmiddag, bestormden honderden Aaltenaren het bad om er – tegen de geldende regels in – massaal te zwemmen. In april 1958 besloot de gemeenteraad dat het bad op zomerse zondagen van 2 tot 4 uur opengesteld mocht worden.
Binnenbad
In 1995 werd zwembad ’t Walfort uitgebreid met een binnenbad, bestaande uit een wedstrijdbad, recreatiebad, instructiebad en een peuterbad. Het wedstrijdbad heeft een afmeting van 25×12,5 meter en beschikt over vijf banen.
Deze woning in neorenaissancestijl is vermoedelijk rond 1902 gebouwd (tijdens de verbouwing van 2000 stuitte men op raamgewichten in de schuiframen met een verzendsticker naar NS-station Aalten met daarop dit jaartal). Het eerste deel van de serre is waarschijnlijk in de jaren 20 gerealiseerd.
Eén van de eerste bewoners (vanaf 1909) was gemeenteopzichter Jan Brill en zijn gezin. Daarna is het bewoond geweest door de familie Te Sligte. Meneer Te Sligte was directeur van ‘de Landbouw‘.
Na zijn pensionering/emeritaat kwam vervolgens ds. Schouten in het huis wonen. Hij gaf het huis de naam ‘Beth San’, wat in het Hebreeuws Huis van Rust, Huis van Vrede betekent. Omdat hij zich heeft ingezet voor de ouderenzorg in Aalten, werd later het verzorgingshuis aan de Ludgerstraat ook Beth San genoemd. Sindsdien heet het huis aan de Ormelstraat ‘Klein Beth San’.
Omstreeks 1955 begon mevrouw (toen mejuffrouw) Te Paske een pension in het huis. Halverwege de jaren 60 vond een grote verbouwing plaats. Diverse aanpassingen werden gedaan, waaronder de uitbreiding van de serre, de badkamer boven (nu berghok) en de aanleg van centrale verwarming. Het toilet aan het einde van de hal werd onder de trap geplaatst.
Mevrouw Te Paske had vooral langdurige kostgangers in haar pension, onder wie veel docenten en leraren van het voortgezet onderwijs in Aalten. Maar in de zomer verbleven er ook vakantiegasten. Haar langste pensiongast was Nico Berkelaar. De kleurrijke leraar Frans bewoonde de twee kamers aan de voorkant, samen met zijn papegaai Lorre, die perfect in het Frans kon tellen. Hij woonde er meer dan 25 jaar.
In 1995 verkocht mevrouw Te Paske de woning aan de Hervormde Kerk en werd het door de stichting STOOG in gebruik genomen als woning voor crisisopvang. In 1999 vertrok de stichting STOOG naar Doetinchem en in januari 2000 werd de woning bij openbare inschrijving verkocht. Het huis wordt tegenwoordig weer particulier bewoond.
Hoe komt een huis aan zijn naam? Houthandelaar Jan Berend te Paske woonde eerst in een statig huis op de hoek Plein Zuid / Industriestraat (waar nu het kantoor van de OWM Achterhoek staat). Hij liet deze nieuwe woning bouwen… aan de overkant van de toenmalige Dijkstraat. De oorspronkelijke woning werd kantoor.
Dit was de plek waar Gerrit Peters, één van de eerste hoorndraaiers in Aalten, in 1866 zijn hoornwerkplaats vestigde. Dat pand besloeg de hele lengte van de Köstersbulte, van het woongedeelte aan de Markt tot aan de Landstraat. Hij maakte lange pijpenstelen en onderdelen voor Duitse pijpen. In Duitsland werden porseleinen pijpenkoppen aan de stelen bevestigd en de pijpen verhandeld.
Tegenwoordig maakt het deel uit van het gemeentehuis van Aalten.
Het pand op bovenstaande foto werd in 1929, in opdracht van Hendrikus J.F. Kothuis, borstelmaker en later herbergier, vervangen door een dubbel woon- en winkelhuis, waarin een dames- en een herenkapsalon werden gevestigd, gerund door hem en zijn zusters Josephina (“Fine”) en Johanna.
In 1934 kreeg het pand de adressen Landstraat 4 en 6. Nummer 6 werd later 4a, toen het naastgelegen pand nummer 6 kreeg.
In 1947 werd het perceel in tweeën gesplitst. De twee percelen grenzen aan de achterzijde aan de Kerkstraat. Het officiële adres van nummer 4a is volgens het kadaster Kerkstraat 16.
Sinds 1929 zaten in dit pand, naast de kapsalon(s) van Kothuis, een cafetaria (Kareltje Peter), een kaashandelaar (Piet de Kaasboer), poelier Alex Boom, schoenmaker Wiegerinck, een telefoonwinkel, een computerwinkel en anno 2025 een kledingreparatieservice.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1255
Hendrik Duenk, metselaar
230 m² huis & erf
1855
I-1255
Bernardus Vultink, borstelmaker
230 m² huis & erf
1910
I-1255
Jan / Johannes Kothuis, herbergier
230 m² huis & erf
1934
I-6636
Helena Theodora Vultink, wed. J. Kothuis
225 m² huis & erf
1937
I-6938
Helena Theodora Vultink, wed. J. Kothuis
224 m² huis & erf
1947
I-7528 I-7527
H.J.F. Kothuis e.c., kapper (Landstraat 4) vof F. en J. Kothuis (Landstraat 6)
116 m² huis & erf 108 m² huis & erf
1963
I-8919 I-8920
H.J.F. Kothuis e.c., kapper vof F. en J. Kothuis
110 m² winkel, woonhuis, erf 102 m² winkel, woonhuis, erf
1971
I-9998 I-10015
H.J.F. Kothuis e.c., kapper vof F. en J. Kothuis
104 m² woonhuis, erf, cafetaria 98 m² winkel, erf, woonhuis
Wiegerinck lederwaren, schoenreparatie en sleutelserviceDameskapsalon (l), Heerenkapsalon (r), 1955Fragment kadastrale kaart, 1937 (perceel I-6938)Aaltensche Courant, 2 juni 1906Aaltensche Courant, 29 juli 1914Aaltensche Courant, 31 mei 1929Aaltensche Courant, 18 oktober 1929‘Salon de Coiffure’, VVV-gids jaren 1930Aaltensche Courant, 29 juli 1949Poelier Alex Boom, Landstraat 4
Landstraat 6, het pand van Intertoys, kort voor de sloop (foto: Dirk Plug)
In 1904 werd op dit adres een bijzonder Jugendstil-pand gebouwd, met torentje, in opdracht van slager Jacob Spier. Het ontwerp kwam van architect J.J. Post uit Winterswijk.
Rond 1910 vestigde Abraham van Gelder hier zijn slagerij. Abraham trouwde in 1907 met Reintjen de Jong uit Apeldoorn. Zijn winkel was in elk geval vanaf 1920 gevestigd in de Landstraat.
Samen met zijn broer Levie, die een slagerij had aan de Dijkstraat, leverde hij koosjer vlees aan de Joodse bevolking van Aalten. Ook de andere Joodse slagers, die zelf niet koosjer slachtten, betrokken het koosjere vlees van de gebroeders Van Gelder.
Tijdens de Duitse bezetting in de jaren ’40 van de vorige eeuw moesten de Joodse winkels sluiten. Abraham en Reintjen verhuisden toen aanvankelijk naar de Stationsstraat 24. Van daaruit vertrokken ze naar een onderduikadres in de Oosterkerkstraat.
Op 22 augustus 1944 werden ze verraden en gearresteerd. Met de laatste deportatietrein die Nederland verliet op 3 september 1944, werden ze naar Auschwitz gebracht, waar ze op 6 september 1944 werden vermoord.
Uit een foto in ons archief blijkt dat de dubieuze organisatie Nederlandsche Unie rond 1940-1941 in het pand kantoor hield.
Het gebouw werd vermoedelijk rond de jaren 60 van de vorige eeuw afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Dat pand is rond 2007 ook alweer gesloopt om plaats te maken voor het nieuwbouwcomplex Hof van Leerink.
Tot 2020 was dit het adres van speelgoedwinkel Intertoys.
Fragment kadastrale kaart, 1896 (perceel I-1256)Landstraat 8, Aalten, ca. 1910 (beeld gegenereerd met AI op basis van oude foto)Graafschapbode, 11 mei 1904Aaltensche Courant, 23 maart 1910Aaltensche Courant, 3 augustus 1937Aaltensche Courant, 6 augustus 1937Aaltensche Courant, 19 oktober 1937De Graafschapper, 8 december 1939Zutphense Courant, 11 september 1951Nieuwe Winterswijksche Courant, 29 mei 1974
Hendrik Jan Degenaar (Aalten, 29-01-1801), bakker (1) Anna Geertruid ten Bengevoort (Winterswijk, 27-03-1796) (2) Hendrika Johanna Meijlink (Borculo, 26-10-1806)
Opening van de Fabrieksgebouwen der Firma Luimes & Wiggers te Aalten
Niet alleen het mooie herfstweer was oorzaak dat op Woensdag (Dankdag) des middags een ongewone drukte heerste op de anders zo stille Dinxperlose weg. Veel auto’s, wandelaars en talloze fietsers hadden dien dag gebruik gemaakt van de gelegenheid, door de firma Luimes & Wiggers geboden, om hun nieuwe meubelfabriek aan de derde Broekdijk te bezichtigen. Ofschoon de fabriek reeds in gebruik was genomen en de opening eigenlijk zonder enige ruchtbaarheid naar buiten was geschiedt, bleek er in wijde kring bij het publiek grote belangstelling te bestaan voor deze, nog jonge, Aaltense, industrie. Daarom was het een goede gedachte van de ondernemers om op deze dag, waarop vele plaatselijke bedrijven en winkels gesloten zijn, de fabriek ter bezichtiging open te stellen, waarvan ook wij gaarne gebruik maakten.
De heren Luimes en Wiggers begonnen in 1940 voor gezamenlijke rekening met de meubelfabrikage, waarbij al direct het principe van de „serie-bouw” werd toegepast, n.l. een bepaald type meubel in grote getallen te maken en zover mogelijk geheel machinaal bewerken. Hiertoe werd gehuurd de voormalige Garage Koelman, gelegen op de hoek Bocholtse straat en Bodendijk. Al spoedig bleek deze ruimte niet meer toereikend voor het zich snel uitbreidende bedrijf, zodat moest worden omgezien naar een ander onderkomen. Dit werd gevonden in één der gebouwen van de Kammenfabriek van den heer Ten Dam, aan de Damstraat. Hier was een flinke ruimte, waar het bedrijf zich kon ontplooien en verschillende nieuwe afdelingen konden worden begonnen. Zo werden successievelijk bijgevoegd een Triplex-makerij, Fineerderij en een Spuit-afdeling.
Doordat de fabriek een beetje achteraf lag, kon in de oorlogsjaren doorgewerkt worden zonder al te veel controle van de bezetters, waardoor het ook mogelijk was aan onderduikers werk, en daarmede een bestaan te verschaffen, waarvan verscheidene ook na de bevrijding de firma trouw bleven en er ook nu nog werken. Zo was het mogelijk om zelfs in de moeilijkste tijden toch, zij het ook beperkt, meubelen te leveren, waardoor vele oorlogsslachtoffers weer in het bezit van enig meubilair konden komen.
De voortdurende groei van het bedrijf, waar thans een dertig mensen werk vinden, was oorzaak dat ook de fabrieksruimte aan de Damstraat al weer niet meer voldoende was, waardoor de opslagruimte en de spuiterij veel te klein werden, om nog niet te spreken van de eigenlijke werkruimte voor de meubelmakers, waar alles te dicht op elkaar stond en geen machine meer kon worden bijgeplaatst.
Alhoewel er dus alle reden was om een ander en groter gebouw te zoeken of te bouwen, bleef het bij plannen en idealen, ook al door de hoge kosten en de vele moeilijkheden, welke zich voordeden bij eventueel bouwen. De verkoop van het gehele complex der voormalige Kammenfabriek aan de heer Van Katwijk, maakte echter een andere oplossing noodzakelijk, daar de fabriek nu, zij het niet op stel en sprong, ontruimd moest worden. Uitgezien werd dus naar een geschikte plaats voor de bouw van een nieuwe fabriek, hetwelk gevonden werd op het Industrieterrein aan de Derde Broekdijk. Architect Hebly ontwierp de plannen, herfst 1946 werd een begin gemaakt met de bouw van de eerste hal, en thans, ruim een jaar later is het gehele bouwplan uitgevoerd en draait de fabriek op volle toeren!
De toegang tot de fabriek is over een open plaats, aan de voorzijde afgesloten door een muur, waarop in sierlijke letters de firmanaam is aangebracht. De linkerzijde van deze plaats wordt gevormd door de houtloods, waarin het aangevoerde hout door de wind, die er vrij spel heeft, wordt gedroogd. Ter rechterzijde ligt de grote hal, waarin de meubelopslag, spuiterij, fineerafdeling en showroom zijn ondergebracht en vóór ons de eigenlijke fabrieksruimte, met de afdelingen machines en montage. Tussen deze beide grote ruimten in, ligt, eigenlijk iets weggedrukt, het kantoor. Zoals men ons verzekerde was dit kantoor echter nog maar een nood-oplossing, als de plannen van de ondernemers tot uitvoering komen, zal vóór de gebouwen te zijner tijd ook nog een definitief kantoorgebouw verrijzen.
Bij het betreden der fabriek treft al direct het prachtige licht, dat in overvloed door de grote stalen ramen naar binnen valt. Elk plaatsje, bij welke machine of werkbank ook, heeft voldoende licht, terwijl hier toch geen shed-bouw, zoals meest bij fabrieken gebruikelijk, is toegepast. Lange rijen electrische lampen, met fraaie en gelijkvormige armaturen zorgen voor een doelmatige verlichting in het donkere jaargetijde. De machines, frais-, zaag-, schaaf-, boor- en schuurmachines, vlak-bank, Vandikte-bank, slijpmachines, enz. staan keurig opgesteld, netjes in het gelid, zonder dat dit aan de doelmatigheid der plaatsing afbreuk doet. Alle machines worden door afzonderlijke motoren aangedreven, welke echter niet zichtbaar zijn, aangezien ze, evenals de drijfriemen, door kastjes aan het oog worden onttrokken. Ook voor de veiligheid, waaraan veel aandacht is besteed, is deze maatregel van groot belang. Ook in de montage-afdeling, waar de meubelmakers de ledikanten, tafels, kasten, stoelen, enz. in elkaar lijmen (monteren), is een symetrische opstelling van de werkbanken doorgevoerd, waardoor een mooie indeling van de ruimte is verkregen.
Het gebouw waarin deze beide afdelingen zijn ondergebracht, is, speciaal van binnen gezien, architectonisch van grote schoonheid, doordat de betonnen spanten met het dak één geheel vormen en de ruimte door niets onderbroken wordt. Doordat voor de kapconstructie geen hout of ijzeren balken beschikbaar waren is tot deze oplossing (noodgedwongen) besloten, welke uiteindelijk een veel fraaier resultaat opleverde. Een compliment aan de architect, de heer Wm. Hebly, Aalten, en aan de uitvoerder van het betonwerk, de heer Post, Lichtenvoorde, is zeker verdiend.
De andere hal, volgens het oude principe van een houten kapconstructie voorzien, is daardoor minder fraai, maar evengoed een mooi geheel. Hier is de spuiterij, waar de meubelen hun blanke lak, old-finish-kleurtje e.d. krijgen, waar een grote ventilator voor afvoering van de onaangename en ongezonde „dampen” zorgt. De fineer-afdeling, waar onder persen de fijne houtsoorten ineen dun laagje op de z.g. meubelplaat worden gelijmd, is hier eveneens gehuisvest en is tevens het magazijn voor de talloze soorten fineer, van gewoon eiken tot de fijnste exotische soorten, die als vellen (kostbaar) papier liggen opgestapeld. Het uitzoeken en lijmen der fineerstukjes tot de figuren die we op de kastdeuren, ledikanten enz. zien, vereist een grote materialenkennis en gedegen vakmanschap.
In het middengedeelte is de opslagplaats der meubelen, waar stoelen en nachtkastjes tot de zoldering staan opgestapeld en ledikanten enz., in onderdelen, soort bij soort, wachten op de spuit die de „finishing touche” moet geven. Het voorgedeelte van dit gebouw, ingericht als show-room, had speciaal voor de dames een grote bekoring. Hier stonden n.l. enige complete slaapkamer-ameublementen opgesteld, als getuigenis van het kunnen der firma. In eiken, mahonie en een tropische houtsoort „davoré” uitgevoerde ameublementen, trokken zeer de aandacht door de fraaie modellen en prachtige uitvoering. In deze ruimte waren bovendien zitjes gemaakt, waar de bezoekers na de rondwandeling even konden uitrusten en waar hen door nijvere „dienstertjes” thee, gebak en wijn werd geoffreerd.
De vele gelukwensen, die de heren Luimes en Wiggers in ontvangst hadden te nemen, gingen dikwijls van bloemen vergezeld, waardoor het fabrieksgebouw bijkans in een bloementuin werd herschapen. Ook wij wensen nog van deze plaats de beide heren geluk met het verwerven van een zo mooie fabriek, waarin, wordt met dezelfde energie en voortvarendheid doorgewerkt, in de toekomst tóch wel weer ruimtegebrek zal komen. Hetgeen we hen toewensen!
Video: brand bij meubelfabriek Luimes & Wiggers
Johan Wiggers (oud-koster Hervormde kerk) maakte filmopnamen van een brand bij meubelfabriek Luimes & Wiggers. Datum onbekend.
Frederik Willem Freudenberg (Rotterdam, 06-10-1796), gepensionneerd schout bij nacht Françoise Benjamine Henriette Pierrette de Geiger (Lausanne/CH, 06-06-1809)
Frederik Willem Freudenberg (Rotterdam, 06-10-1796), gepensionneerd schout bij nacht Françoise Benjamine Henriette Pierrette de Geiger (Lausanne/CH, 06-06-1809)
Volgende bewoners:
Maria Godarda Christina van Reede (Utrecht, 09-01-1822), wed. Sarus Jacobus Johannes Voorhorst
Op 13 februari 2015 werden drie Stolpersteine voor dit huis gelegd ter nagedachtenis aan de familie Cohen, die hier rond 1940 heeft gewoond.
Koopman Moritz Cohen werd geboren op 7 juli 1890 in Neustadtgödens (D). Met zijn vrouw Dina Japhet, geboren op 13 mei 1888, kwam hij op 28 augustus 1933 vanuit Bocholt (D) naar Aalten. Op 15 oktober 1937 in het pand Landstraat 8 een textielwinkel, ‘De Winkelmarkt’ genaamd. In 1940 woonde het gezin op het adres Hogestraat 13.
Moritz en Dina hadden twee dochters en een zoon. De oudste dochter heette Margaretha; zij kwam met haar ouders mee uit Bocholt naar Aalten, maar verhuisde korte tijd later naar Amsterdam en trouwde met Erich Grünebaum. Dit echtpaar overleefde de oorlog en emigreerde naar Argentinë. De tweede dochter, Karolina, kwam kort na haar ouders uit Berlijn naar Aalten en trouwde met veekoopman Aron Weijel. Ook zij overleefden de oorlog en keerden terug naar Aalten. Zoon Bernhard kwam in 1935 vanuit Oldenburg (D) naar Aalten en werkte hier als slager. Ook Dina’s moeder Karoline Japhet-Eppstein, geboren 15 april 1853 in Gehaus in Thüringen (D), vluchtte in 1937 op hoge leeftijd naar Aalten om bij haar dochter en schoonzoon in te trekken.
In augustus 1942 overleed Dina Cohen-Japhet; zij werd in Aalten begraven. Moritz en zijn zoon Bernhard doken onder bij een boer in de buurtschap De Wolboom, maar werden in juli 1943 verraden en via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar zij op 23 juli 1943 zijn vermoord; zij werden respectievelijk 53 en 26 jaar oud.
Schoonmoeder Karoline Japhet- Eppstein was kort daarvoor, op 10 april, opgehaald, per taxi naar Westerbork gebracht om daarna in een veewagon verder naar Sobibor vervoerd te worden. Zij werd vermoord op 23 april 1943, 90 jaar oud.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.