Dit pand, op de hoek met de Piet Heinstraat werd in 2020 na jarenlange leegstand gesloopt. Sindsdien ligt het terrein braak (situatie 2025).
Oorspronkelijk was hier de zaadhandel van de familie Bulten gevestigd. Later begon Wim Bulten er een levensmiddelenzaak onder de naam GG-markt, wat stond voor Groeiend Geld. Klanten konden met GG-zegels sparen voor diverse artikelen. De zegels werden verstrekt bij aankopen, en veel van de gespaarde artikelen werden in de jaren ’60 en ’70 als reclame afgebeeld op luciferetiketten.
In de jaren ’50 runde Bulten in hetzelfde pand ook Pension Erica. In de jaren ’60 stopte hij met het pension, vergrootte hij de winkel tot een zelfbedieningszaak, en bouwde ernaast een café met cafetaria. Aan de Piet Heinstraat liet hij bovendien een aantal garageboxen bouwen die hij verhuurde.
“Wij woonden pal tegenover de winkel van kruidenier Wim Bulten aan de Stationsstraat in Aalten. Mijn moeder kocht al haar levensmiddelen in die winkel in de jaren ’50 en ’60. Ze had een winkelboekje waarin mevrouw Bulten (Dieka) de boodschappen noteerde. Op vrijdagmiddag werd er afgerekend. Dieka telde de bedragen op, zonder rekenmachine. Meestal kwam het uit op zo’n tien gulden voor de hele week – en wij waren een gezin van vier! Wim Bulten bezorgde ook boodschappen met de bakfiets.” – Sallo van Gelder
In 1977 beëindigde Bulten de levensmiddelenzaak. Daarna vestigden zich diverse andere bedrijven in het pand, waaronder de automaterialenzaak van Snippe, die later verhuisde naar de Hogestraat, en de fietsenwinkel van Ter Heerdt. In de jaren tachtig zat er een videotheek, Huur & Kijk, die later verhuisde naar de Dijkstraat. Vervolgens stond het pand jarenlang te verloederen, totdat het in 2020 werd afgebroken.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1913
I-5570
Adriaan Hendrik Bulten, zaadhandelaar en tuinman of boomkweeker
2.190 m² huis, broeikas, schuur, tuin & bouwland
1932
I-6132
Johan Bulten e.c., onderwijzer
1.790 m² huis, schuren & tuin
1942
I-7227
Johan Bulten e.c., onderwijzer
792 m² huis, tuin
1965
I-9154
Barend Willem Bulten, winkelier (kruidenier)
780 m² huis, tuin, lunchroom, garageboxen
1977
K-725
vof “Firma B.W. Bulten en Zn.”
1.210 m² winkel, restaurant, huis, schuren, tuin, parkeerplaats
Kruis op de Kruisberg bij de voormalige Kruiskapel, Hemden (Foto: Remco Neerhof)
De Kruiskapel (Kreuzkapelle) in Hemden was een vluchtkapel voor de katholieken van Aalten en Bredevoort. Tijdens de hoogtijdagen van het calvinisme (1675-1821) mochten zij hun geloof niet meer uitoefenen. De kapel stond in het Duitse Hemden, tweehonderd meter voorbij de huidige groene grens bij de Kesenbult, aan het einde van de Kiefteweg.
Missiepost
Van 1672 tot 1674 voerde Christoph Bernhard von Galen, de prins-bisschop van Münster (1650-1678) oorlog tegen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gesteund door de Franse koning Lodewijk XIV. Von Galen, bijgenaamd ‘Bommen Berend’, was gedwongen zich na het Vredesbesluit van Keulen in april 1674 terug te trekken uit de Nederlandse gebieden. De daar aanwezige katholieken mochten echter geen eigen kerken hebben en geen kerkdiensten houden. Om de katholieken in Aalten en Bredevoort toch de mogelijkheid te geven hun geloof te praktiseren, liet Von Galen langs de grens negen missieposten bouwen, waaronder de Kruiskapel in Hemden.
Bouw van de Kruiskapel
Aanvankelijk hield men in Hemden katholieke kerkdiensten in een boerenschuur op het landgoed Leicking, die was ingericht als bedehuis. In 1675 werd in opdracht van Von Galen op het goed Reyerding de Kruiskapel gebouwd. De kapel, gewijd aan het Heilige Kruis, werd gebouwd onder leiding van Jezuïetenpater Ernst Ignatius Busch, die van 1672 tot 1674 pastoor was van de kerkgenootschappen Aalten en Bredevoort.
De kapel was een achthoekig, grotendeels houten gebouw en werd het religieuze middelpunt voor de verbannen katholieken uit Aalten en Bredevoort. In de periode 1710-1714 werd de kapel gerestaureerd en in rechthoekige vorm vergroot.
De Kruisberg
In de buurt van de kapel ontstond rond dezelfde tijd de Kruisberg, een kleine heuvel waarop een kruis werd geplaatst. Dit kruis was gericht naar de kapel en had een voetstuk met de inscriptie:
Wat gij hier Siet is Christi beldenis en Selver niet darom anbitt noch hout noch steen maar op Christi lieden richt het hert alleen
Deze inscriptie was bedoeld om het protestantse verwijt uit de reformatietijd te ontkrachten dat de katholieken, met de figuurlijke representaties van Christus en zijn heiligen, afgodsbeelden aanbaden.
Kerkelijk leven
In 1751 telde de parochie van de Kruiskapel ongeveer 27 Duitse en 451 Nederlandse katholieken. Iedere zondag, op katholieke feestdagen en bij familiegebeurtenissen zoals dopen en huwelijken, maakten de katholieken uit Aalten en Bredevoort de tocht naar de kapel, vaak via de huidige Bodendijk en Veenhuisweg. Volgens overlevering gingen de gelovigen in werkkleding en met hun werktuigen naar de kapel, zodat ze niet zouden opvallen als kerkgangers.
Op de website Genealogiedomein zijn transcripties van de doopboeken en trouwboeken van de Kruiskapel beschikbaar, waardevolle bronnen voor genealogisch onderzoek.
Herstel van het Katholicisme in Nederland
Vanaf 1798 kregen de Bredevoorters en vanaf 1799 de Aaltenaren weer het recht om in eigen land het katholieke geloof in vrijheid te praktiseren. Zij richtten weer eigen kerken op in Bredevoort en Aalten. Hierdoor daalde het aantal Nederlandse bezoekers van de Kruiskapel. Rond 1800 waren er nog maar enkele Duitse gelovigen die de kapel bezochten, voornamelijk op zon- en feestdagen.
In 1821 besloot paus Pius VII dat de parochies Aalten, Bredevoort, en andere omliggende plaatsen zouden worden toegekend aan de “Hollandse Missie”. Hierdoor bleven er nog maar vijf Duitse families over die behoorden van de parochie in Hemden. De Kruiskapel had daarmee haar oorspronkelijke doel verloren.
Het einde van de Kruiskapel
Op 16 juli 1821 riep paus Pius VII formeel de scheiding van de Nederlandse katholieken uit. Twee jaar later, in 1823, werd de Kruiskapel afgebroken. De parochie werd ontbonden en verplaatst naar de nabijgelegen Bocholtse buurtschap Barlo, enkele kilometers ten zuidoosten van Hemden. Als herinnering aan de kapel rest alleen nog de Kruisberg, met het barokke kruis en een stenen gedenktafel.
In totaal hebben zeven pastoors gediend in de Kruiskapel. Hoewel de kapel zelf verdwenen is, blijft de Kruisberg met het kruis een herinnering aan het religieuze leven van de katholieken uit Aalten en Bredevoort tijdens een tijd van onderdrukking en vervolging.
Geopend in 1959, droeg deze kleuterschool aanvankelijk de naam Hervormde Kleuterschool Kindervreugde. Later werd de school ’t Broekhofke genoemd. De kleuterschool behoorde bij de nabijgelegen lagere school De Broekhof in de Vondelstraat.
Nadat de lagere school en kleuterschool in 1985 werden samengevoegd tot basisschool, verhuisden de kleuters naar het hoofdgebouw van De Broekhof. De helft van het oorspronkelijke gebouw aan de Bilderdijkstraat werd afgebroken en het resterende gedeelte is tegenwoordig een buurthuis met speeltuin voor de buurt, genaamd ’t Spölhuuksken.
Tjeerd Radsma werd geboren op 20 februari 1772 in Harlingen, als zoon van Hermanus Radsma en Aafke Steffanij. Hij trouwde op 11 augustus 1799 in Meppel met Anna Dina Kniphorst. Na haar overlijden in 1805 hertrouwde Radsma op 6 oktober 1808 in Leeuwarden met Doedtje Nieuwenhuis, die eerder gehuwd was met Heert Jans Kingma.
In 1812 werd Tjeerd Radsma geregistreerd als inwoner van Hempens, bij Leeuwarden. Hij was daar predikant van Hempens en Teerns. Er staat tevens bij vermeld dat hij op dat moment vier kinderen had. Wij wisten er drie te achterhalen, allen uit zijn eerste huwelijk:
Johanna (Hempens, 1800 – Aalten, 1847)
Aafke (Hempens, 1801 – Aalten, 1824)
Anna Dina (Hempens, 1805 – Meppel, 1806)
Naar Aalten
In 1817 kwam Radsma, op 45-jarige leeftijd, als predikant naar Aalten. Vijf jaar later, op 11 augustus 1822, herdacht hij zijn 25-jarig ambtsjubileum. Bij deze gelegenheid hield hij een preek naar aanleiding van 2 Korinthiërs 5:9. De eerste zin van de preek luidde: “Het leven van een ieder levert tijden en dagen op, welke boven andere merkwaardig zijn en aan dezelve feestelijk te gedenken kan – zoo geene menigvuldigheid daarvan den indruk te zeer verslapt – zeer nuttig zijn.”
Tjeerd Radsma overleed op 4 december 1839 in Aalten, op 67-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg. Zijn grafsteen is één van de oudste daar nog aanwezige grafmonumenten. In hetzelfde graf liggen ook zijn weduwe Doedtje, die in 1855 overleed, en haar kleindochter Maria Elizabeth Dodina Bianka Lans, die in 1835 op achtjarige leeftijd stierf. Maria’s moeder was Janke Kingma, een dochter van Doedtje uit haar eerste huwelijk.
Grafsteen Tjeerd Radsma
Tjeerd Radsma & Anna Dina Kniphorst in ondertrouw, 1799Overlijden Ds. Tjeerd Radsma, 4 december 1839
Achter Gebouw Wilhelmina in Lintelo stond van 1962 tot 1979 een kleuterschool met een bijzondere achtergrond. Het gebouw had oorspronkelijk dienstgedaan als noodwoning in Zeeland, waar het in 1953 werd geplaatst na de watersnoodramp. Het gebouw, destijds geschonken door de Zweedse regering, had daar tijdelijk onderdak geboden aan twee gezinnen.
In 1962 werd het naar Lintelo verplaatst en ingericht als kleuterschool. In 1973 werd een nieuwe kleuterschool gebouwd, waardoor het noodgebouw leeg kwam te staan.
Van kleuterschool tot jeugdcentrum
Begin jaren ’70 waren er verschillende zogenaamde “kippenhokdisco’s” waar jongeren bij elkaar kwamen. Bij een groep jongeren in Lintelo ontstond echter het idee om een groter jeugdcentrum op te richten, dat toegankelijk zou zijn voor meer jongeren uit de regio. Met de leegstaande kleuterschool kwam een geschikte locatie beschikbaar.
De gemeente Aalten gaf toestemming om het gebouw te gebruiken als jeugdcentrum. Vrijwilligers uit Lintelo werkten samen om om te bouwen tot een sfeervolle ruimte met onder andere een bar, een geluidsinstallatie en een biljart. In april 1974 werd het centrum geopend onder de naam “i’Varca”, Grieks voor “De Ark”.
Verhuizing en sloop
Het jeugdcentrum trok al snel veel bezoekers, maar door de toenemende populariteit en de slechte staat van het gebouw werd een verhuizing noodzakelijk. In april 1979 verhuisde i’Varca naar de voormalige maalderij ’t Halt aan de Halteweg in Lintelo. Kort daarna werd het oude kleuterschooltje gesloopt.
Toni Stapelkamp was een boerenzoon uit de Aaltense Heurne. Hij diende in de Nationale Militie en werd onderscheiden voor zijn deelname aan de Tiendaagse Veldtocht en de verdediging van de Citadel van Antwerpen.
Boerderij Stapelkamp, jaren 1920 (Foto ontvangen van A. Stapelkamp)
Toni (ook wel geschreven als Tonij en Antonij) Stapelkamp, werd geboren op 30 juli 1807, in de Franse Tijd. Hij was de derde zoon van Hendrik Willem Stapelkamp en Johanna Elisabeth Slotboom en de betovergrootvader van onze huidige burgemeester, Anton Stapelkamp. Toni was de laatste Stapelkamp die werd geboren op de gelijknamige boerderij in de Aaltense Heurne.
In 1814, toen Toni pas zeven jaar oud was, overleed zijn vader. Dit zal de financiële omstandigheden van het gezin aanzienlijk verslechterd hebben, vooral in een tijd waarin men al zuchtte onder de negatieve gevolgen van de Franse overheersing. Stadhouder Willem V, de Heer van Bredevoort, was zijn rechten kwijtgeraakt en daardoor ook de Drossaard Van Palland zijn positie. Boerderij Stapelkamp werd dan ook verkocht in deze periode.
Beroep
Toni moest als jongste zoon al heel vroeg elders emplooi vinden. Zonder de kostwinner zou de in omvang beperkte boerderij Stapelkamp zoveel monden niet hebben kunnen voeden.
Volgens het bevolkingsregister van 1809-1823 woonde en werkte hij destijds als knecht bij Derk Jan Haartman op boerderij Haartman op de Haart. Hij was toen hoogstens vijftien jaar oud en was mogelijk al op zijn twaalfde of dertiende het huis uit gegaan. Zijn oudere zus Engelina woonde en werkte er ook, als meid.
Opmerkelijk is dat deze Haartman zijn boerderij verkocht aan de familie Te Roele en in 1846 met zijn gezin met de SS Hector naar de VS emigreerde. De familie Te Roele woont in 2022 nog steeds op de boerderij.
In het bevolkingsregister van 1823-1838 staat Toni ingeschreven, nog steeds als knecht, bij Jan Hendrik Drenthel op boerderij Drenthel, ook op de Haart, maar nu zonder zijn zus Engelina. In de bevolkingsregisters van 1838-1861 staat Toni eerst als arbeider vermeld en later als landbouwer (1860-1890).
Militaire dienst en onderscheidingen
Blijkens het in het Provinciaal Blad van Gelderland gepubliceerde Besluit van 15 februari 1827 werd Toni opgeroepen om op 27 februari om 08.00 uur in Arnhem bij het ‘Gouvernements-gebouw’ te verschijnen als reservist van de Nationale Militie. Samen met 223 andere mannen – waaronder nog vijf Aaltenaren – moest hij dienstdoen bij de 7e Afdeeling Infanterie.
Per 1 maart moest hij zich bij zijn korps melden. De gemeentebesturen dienden er zorg voor te dragen dat ze voorzien waren van verlofpassen. Naast deze 7de Afdeeling Infanterie werden ook nog 373 Geldersen opgeroepen voor een 13de Afdeeling Infanterie, met ook hier een vijftal Aaltenaren, een 4de Bataljon Artillerie met 59 man en een 1e Bataljon Veldartillerie met 28 man.
Toni ontving onderscheidingen voor zijn inzet tijdens de Belgische Opstand: namelijk zijn deelname aan de Tiendaagse Veldtocht in 1830 (het Bronzen Kruis) en de verdediging van de Citadel van Antwerpen tegen Franse troepen in 1832 (de Citadelmedaille en de Medaille van de Commissie van Verdienste).
De onderscheidingen van Tonij Stapelkamp: de Citadelmedaille en de later uitgereikte (grote) medaille-op-naam vanwege de Commissie van Erkentenis, rechts het Bronzen Kruis van de Tiendaagse Veldtocht (foto ingezonden door A. Stapelkamp)
Huwelijk en gezinsleven
Na zijn militaire loopbaan vestigde Toni zich op boerderij Lichterink in Barlo, waar hij als knecht werkte. In 1839 vertrok hij naar boerderij Wissink in Miste, ook als knecht. Hij trouwde op 7 mei 1842, op bijna 35-jarige leeftijd, met de bijna 33-jarige Janna Geertruid Westerveld (1809-1887) uit Dinxperlo. Zij was weduwe van Derk Lammers.
De huwelijksakte, opgesteld door burgemeester Roelvink, vermeldt dat Toni en Janna landbouwers waren. De akte vermeldt ook dat Toni, Janna en drie van de vier getuigen – waaronder zijn broer en Garrit Hendrik – niet kon lezen en schrijven “als hebbende zulks niet geleerd”, zoals zo velen in die tijd.
Fragment kadastrale kaart, 1884 (linksboven perceel 3897, voorheen 1372)
Toni trok in 1842 bij haar in, in de woning aan de Hogestraat (tegenwoordig nummer 26). Naast Toni en Janna stonden op dit adres ook twee dochters en een zoon uit Janna’s eerste huwelijk ingeschreven: Aleida, Rebekka Berendina en Evert Hendrik Lammers. Verder werden als inwonende personen nog vermeld: Janna’s voormalige schoonmoeder Elisabeth Loos en Aleida Klompenhouwer, naaister.
Toni en Janna kregen drie kinderen: Dora Willemina (1843-1924), Gerrit Jan (1846-1848) en Gerrit Jan (1849-1935), overgrootvader van onze burgemeester. In 1855 werd er nog een kind dood geboren. Vanaf 1875 woont ook zijn schoondochter Hendrika te Sligte bij hen in en ook de eerste drie kinderen.
In 1853 liet Janna een testament opstellen. Uit een onderhandse akte blijkt dat Toni in 1862 “een huisje met erf, staande en gelegen aan de Hoogestraat binnen het dorp Aalten en aldaar kadastraal bekendstaand in Sectie I nummer 1372, groot een roede dertig ellen” kocht voor 150 gulden. Een van de verkopers was de toen in Leeuwarden gevangenzittende Jan Hendrik Schepers. Het genoemde perceel betreft Hogestraat 26.
Latere leven en overlijden
Zutphensche Courant, 30 november 1882
In een bericht van 30 november 1882 werd Toni genoemd als een van de laatste twee nog levende verdedigers van de Antwerpse citadel. Er staat bij vermeld dat beiden in “behoeftige omstandigheden” verkeerden. Dit is opmerkelijk, aangezien zijn drieëndertigjarige zoon Gerrit Jan met diens vrouw bij hem inwoonde en die zal toch een inkomen gehad hebben.
Toni overleefde al zijn broers en overleed op 8 december 1889, op 82-jarige leeftijd. De aangifte van overlijden werd gedaan door zijn naobers Derk Jan Heusinkveld (Hogestraat 28) en Berend te Slaa (Hogestraat 24). Zijn vrouw Janna was in 1887 al gestorven, 78 jaar oud. Ondanks hun late huwelijk vierden ze nog hun gouden huwelijksjubileum. Dat zal niet velen gegeven zijn in die negentiende eeuw op het verarmde Achterhoekse platteland.
Toni moet gehoord hebben van de kerkelijke ontwikkelingen rond de Afscheiding en de eerste afgescheiden gemeente in 1843. In het bevolkingsregister van 1838-1851 stond hij te boek als Gereformeerd, maar in alle latere vermeldingen tot aan zijn overlijden als Nederlands-Hervormd. Rond 1850 vertrokken er ook enkele Stapelkampen met andere afgescheiden Achterhoekers naar Iowa, Wisconsin en Michigan in de Verenigde Staten.
In augustus 2024 werd op een terrein op De Hoven in Aalten archeologisch onderzoek uitgevoerd, kort voordat er appartementen worden gebouwd. Dit onderzoek, uitgevoerd door leden van de oudheidkundige vereniging ADW onder leiding van archeoloog Willem Doodeheefver, leverde waardevolle inzichten op over de vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Aalten.
De vondsten, waaronder resten van hutkommen, afvalputten en metalen objecten, bieden een unieke inkijk in het leven rond het jaar 900 na Christus. Bij eerdere opgravingen in dit gebied, in 1982 en 1892, waren al sporen gevonden van een zogenaamde Frankisch-Merovingische nederzetting.
Hutkommen
Zo zou de Aaltense hutkom eruit kunnen hebben gezien (schets gemaakt door Willem Doodeheefver)
De meest opvallende vondsten tijdens de opgravingen in 2024 zijn de resten van enkele hutkommen, die zichtbaar werden door donkere verkleuringen in de bodem. Een hutkom was een half ingegraven, rechthoekig gebouwtje, ongeveer drie meter breed en vier meter lang. De kuil was 0,5 tot 1 meter diep en had geen bovengrondse wanden; de dakconstructie rustte gedeeltelijk op het maaiveld. Deze bouwmethode bood beschutting tegen de zomerse hitte en zorgde voor relatieve warmte in de winter.
Hutkommen deden dienst als ambachtsruimtes, meestal op een boerenerf. Ze werden gebruikt voor activiteiten zoals weven, houtbewerking, metaalbewerking of het bewerken van bot. Bij één van de gevonden hutkommen op De Hoven werden slakken aangetroffen, restanten van gesmolten gesteente. Dit kan erop wijzen dat de hut mogelijk als smederij heeft gediend.
Afvalputten
Verspreid over het terrein zijn verschillende afvalputten gevonden. Het afval dat de bewoners destijds achterlieten, biedt waardevolle informatie over hun dagelijkse leven, gebruiksvoorwerpen en de datering van de hutkommen. In de afvalputten zijn onder andere scherven van aardewerk gevonden, gedateerd rond het jaar 900 na Christus.
1100 jaar bewoning
De vondsten geven een beeld van het landschap zoals het er meer dan 1100 jaar geleden uitzag. Een gunstige omstandigheid is dat de bodem van De Hoven gedurende de afgelopen duizend jaar grotendeels onaangetast is gebleven. De naam ‘De Hoven’ verwijst naar de tuinen die hier eeuwenlang lagen, en het gebied is tot op heden grotendeels onbebouwd gebleven.
Deze en eerdere archeologische vondsten op De Hoven, maar ook aan de Damstraat, bevestigen dat er 1100 jaar geleden al mensen in Aalten woonden. Deze periode valt samen met een vermelding van een plaats die in een document uit 828 Aladna werd genoemd.
Waarom deze plek?
De keuze voor deze woonplek in de vroege middeleeuwen is goed te verklaren. Aalten ligt op zeven glooiingen die zijn gevormd in de ijstijd. De Hoven bevindt zich op één van de hoger gelegen, droge en veilige delen. Voor de bewoners was het slechts een korte wandeling naar de Slingebeek, waar ze water konden halen en vissen. De Hoven ligt bovendien op steenworp afstand van de Landstraat. Mogelijk was dit ook toen al een belangrijke verkeersroute in de Achterhoek, een gebied dat destijds nog vrij leeg en grotendeels onontgonnen was.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.