Auteur: Oud Aalten

  • Bredevoortsestraatweg 34

    Bredevoortsestraatweg 34

    Aalten

    Tot 1969 zat hier de Groen van Prinstererschool.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1934

    Aalten C499 > Bredevoortschestraat 34

    School

    Adresboek 1967

    Bredevoortsestraatweg 34

    Gr. v. Prinstererschool

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-12970
    FunctieSchool
    Bouwjaar1920
    Monumentnee
  • Pioniers in Wisconsin – Walvoord

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevond zich de familie Walvoord. Zij behoorden tot de vroege Europese pioniers die hun heil zochten in de vruchtbare maar onontgonnen gebieden van Wisconsin.

    De familienaam Walvoort/Walvoord is afkomstig van havezathe ’t Walfort in Aalten. Scott Anthony Walvoord, woonachtig in de Verenigde Staten en nazaat van emigranten uit de Achterhoek, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar zijn ‘roots’. Op zijn website heeft hij een enorme hoeveelheid informatie verzameld over de families Walvoort/Walvoord, in Nederland en de VS.

    Onderstaande informatie is merendeels afkomstig van Scott Walvoord’s website.

    Voorouders van ‘The Founding Five’

    Scott heeft vijf takken van de familie Walvoort weten te onderscheiden die naar Amerika zijn geëmigreerd. Hij noemt deze de ‘Founding Five’. Zij zijn allen kleinzonen van Derk en Janna Walvoort, drie broers en twee van hun neven. De meeste Walvoords en Walvoorts die tegenwoordig in Amerika wonen stammen af van deze ‘Founding Five’.

    Salomon Walvoord (Winterswijk, 21 april 1778) trouwde in 1801 met Maria Elisabeth Klumpenhouwer (Dinxperlo, 21 juni 1781). Zij gingen wonen op boerderij Gantvoort in Barlo en kregen daar tien kinderen. Maria overleed op 6 januari 1840 op 58-jarige leeftijd. Salomon verhuisde daarop met zijn jongste dochter, Janna Diena (1825) naar de naastgelegen boerderij Leeland. Op 1 mei 1846 verhuisde Salomon opnieuw, hij trok in bij zijn oudste zoon Hendrik (1802) die op een boerderij in Vragender woonde. Daar overleed hij op 8 juni 1848 op 70-jarige leeftijd.

    Walfortlaan, Aalten
    Walfortlaan, Aalten (foto: Google Streetview)
    Walvoord Road, Oostburg, Sheboygan
    Walvoord Road, Sheboygan (foto: Google Streetview)

    Hendrik Walvoord (1802-1865)

    Hendrik (Aalten, 21-03-1802) was als jonge man lang, donker en slank. Hij trouwde drie keer, waarvan tweemaal met zusjes, dochters van Garrit Doornink en Dersken Wesselink. Zijn eerste huwelijk was met Teunisken Doornink (Vragender, 16-02-1800). Zij trouwden in 1824 en hij trok bij zijn schoonouders in. Samen kregen zij twee kinderen, Gerrit Jan (Vragender, 22 januari 1826) en Derk Antoni (Vragender, 24 juli 1827). Derk Antoni stierf op 24 januari 1828, zes maanden oud. Vijf maanden later overleed Teunisken op 22 juni 1828, nog maar 27 jaar oud.

    Hendriks oudste zoon Gerrit Jan werd in dezelfde wieg gewiegd als Hendriks jongste zus, Janna Diena (Gerrit Jan’s tante, slechts één jaar eerder geboren).

    Hendrik hertrouwde op 24 juli 1829 met Teuniskens zus, Johanna Berendina Doornink (1806). Samen kregen ze een zoon, Antoni (Tonie) (Vragender, 29 april 1830). Maar Tonie stierf op 23 januari 1833 op tweejarige leeftijd, terwijl hij bij zijn opa en oma in Barlo (boerderij Gantvoort) verbleef. Wellicht hadden zij Tonie tijdelijk opgevangen vanwege het overlijden van zijn moeder, tien dagen eerder, op 13 januari 1833 in Vragender, op de leeftijd van slechts 26 jaar.

    Hendrik’s derde huwelijk vond plaats op 4 mei 1833 met Johanna Berendina Walvoord (1816). Zij was een dochter van Antonij Walvoord en Willemina Geertruid Konings. Hendrik en Johanna kregen samen twee dochters, Johanna Wilhelmina (1834) en Theodora Maria (1835). Theodora overleed op vijfjarige leeftijd op 29 november 1840. Moeder Johanna overleed op 27 juli 1839 in Vragender, 27 jaar oud.

    Emigratie naar Amerika

    Na de dood van zijn ouders verliet Hendrik Walvoord, driemaal weduwnaar, Nederland in 1849 voor Amerika. Hij had wat investeringen gedaan met zijn erfenis voordat hij de Atlantische Oceaan overstak en had zesduizend dollar bij zich.

    Hendriks neef Gerrit Jan Walvoord (Lichtenvoorde, 1816), niet te verwarren met Hendriks gelijknamige zoon, nam de familieboerderij in Vragender over. Later, in 1870, emigreerde Gerrit Jan ook met zijn gezin naar Amerika waar hij zich bij zijn zoon Toni Willem (William) Walvoord (Lintelo, 1843) in Nebraska voegde. William was zijn vader voorgegaan en had enthousiaste berichten teruggestuurd van overvloedig prairieland.

    Hendrik vertrok met zijn jongste zus, de 24-jarige Janna Diena Walvoord, op het zeilschip Hector van Rotterdam naar New York en arriveerde op 16 september. In Amerika voegde hij zich bij zijn zoon Gerrit Jan in Pittsburgh, Pennsylvania. Gerrit Jan was zijn vader en zus een paar jaar eerder voorgegaan. Onmiddellijk daarna verhuisde de hele familie naar Holland, Sheboygan County in Wisconsin, waar Hendrik 65 hectare bebost land kocht en begon met de ontwikkeling van een boerderij, die hij van tijd tot tijd uitbreidde. Kort na aankomst in de VS, verwierf hij 49 aandelen in de Holland Trading Company, die zich bezighield met de handel en het transport van hout.

    Na zijn komst naar Wisconsin verkocht Hendrik percelen land aan nieuwe immigranten in een regio die hij Amsterdam had genoemd. Het zou even duren voordat de autoriteiten deze naam officieel erkenden. Elk perceel dat hij verkocht had uitzicht op Lake Michigan. Hendrik werd ook bekend als houthandelaar. Hij had een aanlegsteiger nodig voor boten, die het hout kwamen ophalen. Hij huurde een baggerschip van de regering en baggerde een kleine haven van twee meter diep uit. Daar wachtten stapels hout op boten.

    Elke dag verlieten twee of drie schepen de aanlegsteiger, geladen met hout. Er lagen gewoonlijk vier of vijf schepen tegelijk in de baai. Zeven of acht teams met mannen sleepten het hout naar de pier (aldus Tony Walvoord, 80+ jaar oud, die dit alles vertelde aan Louise Walvoord). Hoewel de oorspronkelijke pier is verdwenen, zijn de houten palen van Walvoords pier nog steeds zichtbaar. Hendrik bezat niet alleen aandelen in het houtbedrijf en de aanlegsteiger, hij had ook een winkel en grote stukken grond gekocht in de buurt van Amsterdam.

    Hendrik Walvoord was in 1853 medeoprichter van de Presbyteriaanse kerk in Cedar Grove en diende jarenlang als ouderling. Op 17 maart 1855 werd Hendrik Amerikaans staatsburger. Twee dagen later deed zijn zoon Gerrit Jan hetzelfde.

    Op 11 juli 1856 verloor Hendrik zijn enige zoon Gerrit Jan, die op dertigjarige leeftijd verdronk in Lake Michigan. Hendrik kocht een perceel grond voor een begraafplaats die nu in het dorp Cedar Grove ligt (Walvoord Cemetery) en begroef daar zijn zoon.

    Hendrik Walvoord stierf op 21 december 1865. Na zijn dood werd zijn land geërfd door de kinderen van Gerrit Jan (Henry, Jane, Mary, Tonia en Delia). Henry, zijn kleinzoon, erfde 32 hectare en de kleindochters erfden elk 16 hectare. Bovendien kreeg Henry alle roerende goederen van zijn grootvader, namelijk: paarden, runderen, wagens en meubels. De vier kleindochters kregen elk 15 dollar voor een koe en nog eens 300 dollar toen ze eenentwintig werden. Toen hij eenentwintig werd, ontving Henry de rest van het bezit van zijn grootvader (hypotheken, bankbiljetten, effecten, kredieten en geld). Toen Tonia stierf, kocht haar broer Henry haar land.

    Gerrit Jan Walvoord (1826-1856)

    Gerrit Jan Walvoord (Vragender, 22 januari 1826) was kwiek en slim, een man van snelle actie. Hij was lang en slank, had zwart haar en zag er goed uit. Op twintigjarige leeftijd verliet hij zijn geboorteland om zijn fortuin te zoeken in de Nieuwe Wereld. Zijn vader, Hendrik, zou hem later volgen. Gerrit Jan is mogelijk met het schip Garrone van Rotterdam naar Baltimore gevaren. Hij vestigde zich eerst in Pittsburgh, Pennsylvania, waar hij boerde en ook in de kolenmijnen werkte. Daar trouwde hij in 1846 met een Duits meisje, Anna Maria Engel Nolten, die met haar broer naar Amerika was geëmigreerd.

    Hun oudste zoon, Henry, werd in 1847 in Pittsburgh geboren. Toen Henry ongeveer twee jaar oud was, in de herfst van 1849, verhuisde het gezin Walvoord naar Sheboygan County, Wisconsin. Zij vestigden zich in de kleine nederzetting Amsterdam aan Lake Michigan, ten zuidoosten van het dorp Cedar Grove. Daar hadden de Walvoords een winkel en verscheepten ze hout vanaf de pier.

    Gerrit Jan Walvoord mocht niet lang genieten van zijn nieuwe woning. Terwijl hij hout aan het meten was op bovengenoemde pier, verdronk hij per ongeluk, dertig jaar oud. Niemand heeft het ongeval gezien. Hij is gevonden in het water. Volgens één verhaal hoorde Gerrit Jan een schip aankomen terwijl hij aan het eten was. Hij sprong van de tafel, rende naar de haven, klom over het hout op de pier en verloor zijn evenwicht. Hij viel in het water, dat erg koud was, en hoewel hij een goede zwemmer was, hield het hout dat ook in het water was gegleden hem beneden en hij verdronk. Gerrit Jan stierf in Lake Michigan op 11 juli 1856 en werd begraven in Walvoord Cemetery.

    Bij zijn overlijden liet Gerrit Jan een gezin met vijf kinderen achter. Zoon Henry was acht op het moment van het ongeval. De dochters van Gerrit Jan waren Jane, Mary, Tonia en Delia. Delia, de jongste, was pas drie maanden oud toen haar vader stierf. Spoedig daarna zou de zaak aan de pier de familie Walvoord nog meer leed bezorgen. In januari 1857 brandden de winkel en woning af en verloor de familie het grootste deel van hun bezittingen en bijna alles wat ze daar hadden geïnvesteerd.

    De oudere Hendrik Walvoord had geld en kocht wat land. Zowel zijn gezin als het gezin van Gerrit Jan verhuisden naar een boerderij in de buurt van Amsterdam. Het huis was gebouwd voor de twee gezinnen en zij hebben daar enige tijd samen gewoond. Henry Walvoord (zoon van Gerrit Jan) is daar getrouwd.

    Janna Diena Walvoord (1825-1894)

    Janna Diena (Jane) Walvoord (Barlo, 27 juni 1825) was de jongste zus van Hendrik Walvoord. Jane kwam in 1849 met haar broer Hendrik naar Amerika. Nadat ze in Amerika was aangekomen, trouwde ze met een man die ook Walvoord heette: Derk Antonij (Dirk Tony) Walvoord (Lichtenvoorde, 1820). Jane overleed op 8 oktober 1894 in Holland, Sheboygan. Jane en Dirk Tony kregen drie zonen: Garrett, Tony en William.

    Garrett trouwde in 1886 met Delia Huenink en kreeg zes kinderen: Jennie, Minnie, Anna, Elmer, Alice en Della. Tony trouwde in 1886 met Janna Pot en kreeg vier kinderen: Antoinette, Mabel, Agnes en Alvin. Tony’s tweede huwelijk in 1900 met Sarah Hilbelink bracht geen kinderen voort. William trouwde in 1892 met Jennie Flipse, een oudere zus van Mary Flipse die later trouwde met een verre neef van William, John Garrett Walvoord. William en Jennie kregen vijf kinderen: Louis, Clarence, Marion, Esther en Harvey.

    Walvoord Cemetery

    Op 11 juli 1856 verloor Hendrik Walvoord (1802-1865) zijn enige zoon Gerrit Jan, die op dertigjarige leeftijd was verdronken in het Michiganmeer. Hendrik reserveerde in zijn testament een acre grond (ongeveer 0,4 hectare) voor een familiebegraafplaats in sectie 26 van Holland Township. Zoals vermeld in het testament:

    “Ten eerste, geef en legateer ik aan de kinderen van mijn zoon Gerrit Jan Walvoord (overleden) en aan hun kinderen die mogelijk geboren worden en hun kleinkinderen, achterkleinkinderen, met één woord aan het nageslacht van de genoemde kinderen van mijn zoon Gerrit Jan Walvoord (overleden), een acre land liggend en zich bevindende in de County Sheboygan en de Staat Wisconsin, bekend en beschreven als volgt te weten: …” (vervolgens wordt de exacte locatie beschreven).

    Dus volgens Hendriks testament kon elke afstammeling van Gerrit Jan Walvoord (“tot in het nageslacht”) op dit familieperceel worden begraven. Na verloop van tijd werd de Walvoord Cemetery omringd door Cedar Grove naarmate het dorp groeide. Tegenwoordig ligt de begraafplaats in het centrum van Cedar Grove aan Main Street.

  • Lichtenvoordsestraatweg 60

    Lichtenvoordsestraatweg 60

    Dale

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 093/1 > 103

    Frederik Willem Tolkamp (Dale, 13-12-1868 – Aalten, 13-08-1948)
    (1) Christina Johanna Giebink (Binnenheurne, 20-04-1843 – Aalten, 18-02-1919)
    (2) Dina Wevers (Lintelo, 06-06-1892 – Dale, 08-09-1948)

    Adresboek 1934

    Dale 103 > 108

    F.W. Tolkamp

    Adresboek 1967

    Dale 108 > Lichtenvoordsestraatweg 60

    J.W. Jansen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.O-1123
    FunctieBoerderij
    Bouwjaar1978
    Monumentnee
  • Grevinkweg 3

    Grevinkweg 3

    Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 2a > 3

    Johan Eppink (Dale, 23-03-1894), landbouwer / slager
    Willempje van den Brink (Barneveld, 23-12-1893)

    Adresboek 1934

    Dale 3 > Grevinkweg 3

    Joh. Eppink

    Adresboek 1967

    Grevinkweg 3

    J.W. Eppink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-915
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1920
    Monumentnee
  • Aalten in Oorlogstijd

    Aalten in Oorlogstijd

    In april 1939 wordt in Aalten een grenswachtdetachement gelegerd van 36 man, ondergebracht in boerderijen. Met zand gevulde buizen worden her en der als obstakels geplaatst. Rond 1 september, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, vertrekken enige honderden Aaltenaren per trein naar de diverse garnizoensplaatsen. Op 9 mei 1940 is de gemeentearchitect opgedragen op meerdere wegen versperringen aan te brengen.

    10 mei denderden Duitse legereenheden Aalten binnen. De rond boerderijen opgestelde soldaten bieden geen weerstand. Enkele dagen later ziet men Nederlandse krijgsgevangenen in open vrachtwagens naar Duitsland afgevoerd worden. Vier Aaltenaren sneuvelen bij de Grebbeberg. Een groep van vijfhonderd teruggekeerde krijgsgevangenen wordt enthousiast in het feestgebouw onthaald en reist dan weer verder met de trein.

    Tweehonderdvijftig Rotterdamse kinderen hebben hier in de zomermaanden gelogeerd. Zo ook in 1941. Heel wat (jonge) mensen gaan in Duitsland werken want dat verdient goed. Er is al heel wat op de bon. De voedselproductie komt onder controle, waarvoor Aalten in drie districten wordt ingedeeld, elk onder een plaatselijke bureauhouder.

    Onderduikers

    In de zomer van 1942 komen in Aalten de eerste onderduikers om zich te onttrekken aan de Arbeidseinsatz. Nog kort tevoren laat de eerste groep werknemers van Dutch Button Works te Bredevoort zich keurig in het pak fotograferen met het oog op de tewerkstelling in Duitsland. Van textielfabriek Driessen wordt ook een groep ingezet.

    Omstreeks vijfhonderd Scheveningse evacués vinden hier in januari 1943 onderdak. Zij behoren bijna allemaal tot de gereformeerde kerk. In Winterswijk zijn dat er achthonderd, allemaal hervormden. Eens in de drie weken vertoeft hier een Scheveningse predikant die dan ook voorgaat in een kerkdienst.

    Gijzelaars

    De Duitsers voeren de druk steeds meer op om mannen aan het graven te zetten. Het meest intimiderende was op 18 oktober het vastzetten van 12 gijzelaars. De volgende dag vertrekken 550 mannen naar Zevenaar. Tien dagen later worden nog eens zeven mannen gegijzeld en melden zich 250 personen. De predikanten en R.K geestelijken hadden een oproep gedaan ‘barmhartigheid en naastenliefde te betonen ten aanzien van hen die in direct levensgevaar verkeren’.

    Per circulaire dringt een representatieve groep gemeentenaren aan op een regeling van aflossing. Die komt er. Voortdurend zal een predikant in Zevenaar erbij zijn tot steun en geestelijke verzorging. Maar er gaat ook een clandestien stencil rond met de oproep zich af te vragen ‘of het verantwoord is mede te werken aan verdedigingswerken van de vijand, waardoor straks veel meer dan elf mensenlevens (….) zullen sneuvelen.’

    De laatste maanden

    Enkele momenten uit de laatste drie donkere maanden: Individuele etenhalers blijven komen maar ook weet een comité ‘Hulp aan het Westen’ een paar karrevrachten vooral graan bijeen te brengen. Het lukt dokter Der Weduwen zieke mensen uit kamp Rees naar het noodziekenhuis in Avondvrede aan de Hogestraat over te brengen. Zware gevallen gaan naar het in het jongensinternaat in Harreveld ingerichte ziekenhuis. Der Weduwen komt om als zijn auto vanuit de lucht beschoten wordt.

    Er vallen doden bij bombardementen op de R.K. kerk en pastorie, op boerderijen tussen Grevinkweg en Elshoekweg, op de hoek Prinsenstraat/Bredevoortsestraatweg en op 24 maart het hevigst bij een bombardement gericht op de textielfabriek Gebr. Driessen en de Aaltense Tricotagefabriek, achttien doden. De materiële schade is elke keer groot.

    Er speelt zich een drama af rond een verzetsgroep dat zich schuilhoudt in de verlaten boerderij ‘De Bark‘. Dicht daarbij in ‘Somsenhuus‘ worden Duitsers ingekwartierd terwijl daar zeven geallieerde piloten zijn ondergedoken. Het totale aantal militairen in deze tijd in Aalten schat men op ca. vierduizend.

    Bevrijding

    In de laatste dagen van maart is duidelijk dat de ontknoping nabij is. Hoe hard zal er worden gevochten? Velen verlaten het dorp, anderen zoeken bescherming in hun schuilkelder. Er zwerven nog Duitse soldaten rond. Dan rollen op Goede Vrijdag 30 maart ’s morgens vroeg nota bene vanuit Duitsland de Engelse tanks Aalten binnen. Hier en daar bieden Duitsers nog hevige tegenstand. Tien Britten sneuvelen op die dag, in Barlo komen zeven personen om bij een granaatinslag in een schuilkelder. Droefenis en blijdschap, Aalten is bevrijd.

    Meer informatie


    Bronnen


    • ‘Aalten in Oorlogstijd’, J.G. ter Horst – Messink & Prinsen, 1985, ISBN: 9090008802
  • De Geste

    De Geste

    Markt 4, Aalten

    Het pand waar tegenwoordig horecagelegenheid De Geste is gevestigd, heeft een rijke geschiedenis. Het diende ooit als politiebureau, VVV-kantoor en zelfs als NSB-groepshuis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1978 is het in handen van de familie Stegers, die het heeft omgevormd tot een bekende horecalocatie in Aalten.

    Vroege geschiedenis

    In 1717 stond op deze plek het huis van Gijsbert Grevinck. Omstreeks 1800 werd het pand eigendom van apotheker Willem Bernard Reigers, een vermogend man die naast dit pand nog twee huizen in de Kerkstraat bezat, waaronder het zogenoemde Reigershuis. Zijn pand aan de Markt behoorde tot de duurste huizen in Aalten. Na zijn dood in 1847 kwam het in bezit van zijn vrouw, Aleida Anna Maria Meijrink. Na haar overlijden in 1874 erfde hun zoon Franciscus Johannes Hermanus, ‘med. dockter’ in Empel (NB), het pand. In 1877 werd het verkocht aan koopman Isak David de Haas, die het in 1885 overdeed aan Levi Isak de Haas. Deze verkocht het in 1905 aan slager Levie Aron van Gelder.

    De 20e eeuw

    In 1923 werd het pand gekocht door onderwijzeres Catherina Wilhelmina Mulder, weduwe van Herman Bakker. Zij liet het pand in 1927 verbouwen. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog verkocht Mulder het pand aan smid Willem Klein Hesselink uit Lintelo. Het pand kreeg daarna een minder gunstige bestemming, want Klein Hesselink verkocht het aan de Stichting ‘Nationalistische beweging in Nederland’.

    Gedurende de oorlogsjaren diende het pand als groepshuis voor de lokale afdeling van de NSB. Na de oorlog kwam het pand onder beheer van de Raad voor het Rechtsherstel. In 1949 werd het verkocht aan de gemeente Aalten, waarna het diende als politiebureau en later als VVV-kantoor.

    Overname door de familie Stegers

    In 1978 stond het pand leeg. Omdat er een horecabestemming op zat en de familie Stegers van het naastgelegen café geen risico wilde lopen, kochten zij het pand. Na een grondige verbouwing openden Riek en Jan Stegers op 25 november 1981 een slijterij in het pand.

    Twee jaar later kreeg het pand de naam ‘De Geste’. Achterin het gebouw werd een bar geopend die alleen in de weekenden open was, terwijl de ruimte door de week werd verhuurd voor feesten en partijen. Na twee jaar sloot de bar, maar De Geste bleef beschikbaar voor evenementen. In juni 1990 sloot ook de slijterij, waarna een ingrijpende interne verbouwing volgde. Het pand is nu volledig ingericht voor horecadoeleinden.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1154Wilhelmus Bernardus Reijgers, apotheker310 m² huis & erf
    1850I-1154Aleida Anna Maria Meijerink, wed. W.B. Reijgers310 m² huis & erf
    1868I-1154Franciscus Johannes Hermanus Reijgers e.c.,
    med. doctor te Empel (NB)
    310 m² huis & erf
    1877I-1154Isak David de Haas, koopman310 m² huis & erf
    1885I-1154Levi Isak de Haas, koopman310 m² huis & erf
    1905I-1154Levie Aäron de Haas, slager310 m² huis & erf
    1923I-1154Catharina Wilhelmina Mulder, onderwijzeres310 m² huis & erf
    1941I-1154Willem Klein Hesselink, smid310 m² huis & erf
    1942I-1154Nationaal Socialistische Beweging Nederland
    De Staat (afd. Raad voor het Rechtsherstel)
    310 m² huis & erf
    1949I-1154de Gemeente Aalten310 m² huis & erf
    1978I-1154Johannes Franciscus Joseph Stegers,
    café-restaurant-pensionhouder
    310 m² huis & erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 258

    Bernardus Josephus Averbeck (Dorsten, 31-12-1774)
    Maria Catharina Ida Spiegelhoff (Wesel, 21-04-1772)

    Volgende bewoners:

    Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), Med. Dr. & Vroedmr.
    trouwt op 08-06-1821 in Wierden met
    Sara van Raab van Canstein (Op ’t Slot Oosterboer in Drente, 18-08-1794)

    Volgende bewoners:

    Louis Gerhard Sebastiaan du Pré (Winterswijk, 14-04-1798), Fransch onderwijzer
    trouwt op 29-10-1830 in Aalten met
    Antonia Johanna Westerbeek Manschot (Aalten, 27-11-1805), onderwijzeresse

    Zij verhuizen naar Markt 9.

    Volgende bewoners:

    Peternella Hendrika Ligterink (Aalten, 17-09-1773)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 278

    Peternella Hendrika Ligterink (Aalten, 17-09-1773)

    Volgende bewoners:

    Antonius Bernardus Rudolphus Jansen (Meppen, 01-05-1823), koopman
    trouwt op 13-09-1849 in Enschede met
    Anna Catharina Hendrika Hafkemeijer (Enschede, 04-05-1822)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 278

    Antonius Bernardus Rudolphus Jansen (Meppen, 01-05-1823), koopman
    Anna Catharina Hendrika Hafkemeijer (Enschede, 04-05-1822)

    Volgende bewoners:

    Joannes Bijnen (Waalre, 12-01-1793), gep. landmeter
    trouwt op 08-11-1838 in Aalten met
    Josephina Berendina Juliana Reijgers (Aalten, 06-04-1813)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 278

    Josephina Berendina Juliana Reijgers (Aalten, 06-04-1813)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 355

    Hermina Wentink (Ambt Doetinchem, 18-11-1821)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 398

    Bernardus Berendsen (04-05-1817), postbode
    Harmina Wentink (Ambt Doetinchem, 18-11-1821)

    Volgende bewoners:

    Adolf Schuurman (Zieuwent, 16-09-1850)
    Johanna Hendrika van Essen (Lichtenvoorde, 04-04-1846)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 392

    Bernardus Hengsterman (Netterden, 16-11-1815), zadelmaker

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 464 > 518

    Bernardus Hengsterman (Netterden, 16-11-1815), zadelmaker

    Volgende bewoners:

    Levie van Gelder (Aalten, 15-10-1873), slager
    trouwt op 22-11-1904 in Aalten met
    Jula Landau (Gemen, 24-10-1882)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C518 > D571

    Gerhardus Antonius Wieland (Doetinchem, 27-12-1881), slager / handelaar in varkens
    Wilhelmina Jacoba Harmsen (Leuvenheim, 25-07-1879)

    Aalten D571

    Catharina Wilhelmina Mulder (Doesburg, 14-10-1884), onderwijzeres

    Adresboek 1934

    Aalten D571 > Markt 4

    Wed. H. Bakker

    Adresboek 1967

    Markt 4

    Bureau Rijkspolitie

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-1154
    FunctieWoonhuis,
    Politiebureau,
    Horeca
    Bouwjaar1870
    MonumentRijksmonument
  • Kadaster

    Kadaster

    Een waardevolle bron van informatie voor Oud Aalten is het Kadaster. Deze instantie registreert wie eigenaar is van grond en gebouwen, welke rechten daarop rusten en waar perceelsgrenzen precies lopen.

    Het Kadaster bestaat in Nederland officieel sinds 1832, maar de aanzet lag al in de Napoleontische tijd (1810–1811), toen voor een eerlijke grondbelasting het hele land werd opgemeten en percelen op naam werden gezet.

    Voor snelle oriëntatie op kadastrale informatie rond 1832 raadplegen we HisGIS. Voor kadastrale gegevens vanaf medio 19e eeuw gebruiken we de Kadaster Archiefviewer (abonnement vereist). Daarmee kunnen we in de registers terugkijken vanaf circa 1850 tot circa 1985. Voor actuele perceelnummers raadplegen we de (commerciële) website kadastrale kaart.

    kadaster

    Het uitzoeken van kadastrale informatie is vaak een hele puzzel; door deze bronnen te combineren ontstaat doorgaans een vrij compleet en betrouwbaar beeld.

    Informatie in het Kadaster

    • Hulpkaarten – Met (historische) kadastrale kaarten volgen we perceelsgrenzen door de tijd. De Kadaster Archiefviewer bevat de belangrijkste historische kaarten en registers en maakt het mogelijk wijzigingen via zogeheten hulpkaarten stap voor stap te volgen.
    • Kadastrale leggers – De leggers bevatten per perceel de eigenaar, het gebruik (bijv. huis, erf, weiland of fabriek), oppervlakte en latere mutaties.
    • Let op: mutaties worden geboekt per dienstjaar (het administratieve jaar van vastlegging). De feitelijke verandering—bijvoorbeeld bouw, splitsing of sloop—heeft vaak al 1 à 2 jaar eerder plaatsgevonden!

    Voorbeeld

    Dit is een voorbeeld van een overzicht zoals je dit bij kadastrale objecten op Oud Aalten vaak tegenkomt:

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832B-222Berend Hendrik Ubbink, timmerman460 m² tuin
    1859B-293Berend Hendrik Ubbink, timmerman120 m² schuur & erf
    1901B-293Johannes Antonius te Walvaart, landbouwer120 m² huis & erf
    • Jaar: meestal het dienstjaar (registratiejaar).
    • Perceel: het perceelnummer; dit kon in de loop der tijd wijzigen, bijvoorbeeld door splitsing of samenvoeging met andere percelen.
    • Eigenaar: spreekt voor zich.
    • Omschrijving: oppervlak en gebruik, volgens de legger.
  • Jan Ebbersstede

    Jan Ebbersstede

    Dale (verdwenen?)

    Aan deze pagina wordt nog gewerkt!

    Er was een sterke band tussen ‘Ebbersstede’ of ‘Egbertssteede’ in Dale en ‘de Kniepe’ in Dale gelet op de betaling van de kerckenpacht. ‘De Kniepe’ komt niet voor in het verpondingsregister van 1647, was het alleen een stuk (bouw)land zonder huis?

    In het verpondingscohier van 1647 staat tussen t’Beecke en Geert Saelmans huis het huis van Ebbert Wevers vermeld. Ook stond er in Dale het huis van Geert Ebbers dat tussen Eppinck en Buesinck werd vermeld. In de Liberale Gifte van 1748 werden alle bewoners van Ebbers genoemd tussen Beekerhuis en Salemansstede. Een ander Ebbers wordt niet vermeld. Dit lijkt de conclusie te rechtvaardigen dat het Ebbers van 1748 en later identiek is aan het huis van Ebbert Wevers. Wellicht werd het huis van Geert Ebbers van 1647 in de jaren daarna afgebroken en werd het land waarop dit huis stond ook wel ‘de Knijpe / Kniepe’ genoemd. Zie ook de betalingen van de kerkenpacht.

    Verpondingscohier 1647

    Ebbert Wevers huis op 6 gl. Gront en hof 2 sch. lijns, de Kerck, en t’lant is groot 2 sch. voor 2 – 10 -. ponts. Noch heeft hij eijgen 3 sch. gesaeis 6 – 4 – 8.
    Geert Ebbers huis op 4 dlr. 6 – 0 -. Een maet gront 9 sch. gesaeis 18 – 14 – 8.

    Betalingen kerkenpacht

    Jan Egberts voor 1674-1677 20 stuiver per jaar.

    Geert Egberts in 1677-1680 de kerckenpacht van ‘die Kniepe’ en van Jan Egbertsstee drie daalder per jaar.

    Hindrick Egberts in 1681 een jaar kerckenpacht van ‘die Kniepe’ en een daalder van Jan Egberts pacht, samen drie daalder.

    Stiene Egberts (Neerhoff?) in 1682 een jaar kerckenpacht van ‘die Kniepe’ en een daalder van Egbertsstee, samen drie daalder.

    Jacob Egberts betaalde in 1682-1687 kerckenpacht van 1 daalder en 10 stuiver per jaar.

    Tonnis Egberts en Jenneken Egberts (zijn zuster?) pachtten ‘de Knijpe’ van de kerk in Aalten voor zes jaar in 1683 en woonden op Ebbersstede. Ze betaalden van ‘de Knijpe’ jaarlijks ‘twee daller Hollants’ en van Egbertssteede ‘eenen daller’.

    Tonnis Egberts betaalde in 1683-1690 de kerckenpacht van ‘die Kniepe’ en een daalder van Jacob Egbertsstee, samen 3 daalders per jaar.

    Liberale Gifte 1748

    In onderstaand fragment vinden we als bewoners Jan Vriesen, getrouwd met Mette Ebbers.


    Bewoners

    Eerst bekende bewoner:

    Ebbert Wevers (Dale)

    Volgende bewoner:

    Jan Ebber(t)s (Dale)

    Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:

    Jacob Hillen alias Ebbers (Barlo – Dale < 1701)
    trouwt op 24-11-1672 in Aalten met
    Geertjen Ebber(t)s (Dale)

    Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:

    Jan Fresen / Vriesen alias Ebbers (Winterswijk, 09-05-1685)
    trouwt op 22-11-1711 in Aalten met
    Mette Ebbers (Aalten, 25-05-1682)

    Jan betaalde in 1719 en 1721 de kerkckenpacht van 20 stuivers per jaar.

    Volgende bewoners, dochter en Mette en schoonzoon:

    G(e/a)rrit te Winkel alias Elferdink alias Ebbers (Winterswijk, 26-01-1718 – Dale, 10-01-1793), trouwt op 14-11-1744 in Winterswijk met
    Stijne Ebbers (Aalten, 03-10-1717 – Dale, 12-01-1781)

    ‘Op Gerrit Elferdink is ‘door ’t overlijden van zijne huisvrouw gedevolveert de halfscheid van een huijs en hof, quota van een kamp en van den Saalmanskamp te zaemen het Ebbersplaatsjen genaamd‘ (Collaterale Successie 30-04-1781).

    Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:

    G(e/a)rrit te Winkel alias Elferdink alias Ebbers (Winterswijk 26-01-1718 – Dale 10-01-1793), trouwt (2) op 08-07-1781 in Aalten met
    Hendersken / Hendrina aan de Ronde alias te Ri(j/e)te alias Brusse (Aalten 17-12-1752 – Dale 13-01-1816)

    Hendersken hertrouwde en vertrok naar de Glieuwe in Dale.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.onbekend
    FunctieBoerderij
    Bouwjaaronbekend
    Slooponbekend

    Verwante boerderijen


  • Midden in ’t Land

    Midden in ’t Land

    Grevinkweg 14, Dale

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1908C-4091Bernard Johan Elburg,
    klompenmaker of landbouwer
    630 m² huis, schuur & erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 12/1 > 22

    Arend Jan Elburg (Aalten, 03-09-1844)
    Berendina Hendrika Bruinink (Aalten, 30-07-1842)

    Hoewel het bevolkingsregister niet vermeld dat ze verhuisd zijn, woonden ze in de periode hiervoor op Dale 15 (Bekerhuis).

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Bernard Johan Elburg (Aalten, 02-03-1878)
    Gesiena Wesselina Ruesink (Wisch, 22-08-1884)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 22 > 24

    Bernard Johan Elburg (Aalten, 02-03-1878)
    Gesiena Wesselina Ruesink (Wisch, 22-08-1884)

    Adresboek 1934

    Dale 24 > 6

    Wed. B.J. Elburg

    Adresboek 1967

    “Midden in ’t Land”

    Dale 6 > Grevinkweg 14

    A.J. Elburg
    G.C. Kuenen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-615
    FunctieBoerderij
    Bouwjaarca. 1907
    Monumentnee
  • Slatdijk 2(b)

    Slatdijk 2(b)

    v/h Varsseveldsestraatweg 102, Lintelo

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Adresboek 1967

    Lintelo 243/1 > Varsseveldsestraatweg 102

    Jan Willem Frederik Scholten (Lintelo, 19-07-1909)

    Afkomstig van de naastgelegen boerderij Scholten (Lintelo 243).

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-1783
    FunctieBoerderij
    Bouwjaar1940
    Monumentnee
  • Brethouwer

    Brethouwer

    Brethouwerweg 1, Heurne

    De wybert-vormige gevelsteen vermeldt de naam (Brethouwer), bouwjaar (1908) en de initialen van de eerste bewoners: W.A.W. en W.R.D.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1965E-2596Lubbertus Top, landbouwer20.510 m² huis, schuur,
    bld, wld., hout…(?)
    1985R-165Reindina Johanna Wikkerink, landbouwster35.480 m² huis,
    bijgebouwen, cultuurgrond

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Heurne 41/1

    Wander Antonij Wikkerink (Heurne, 01-10-1883), landbouwer
    Willemina Reindina Doornink (Haart, 22-07-1884)

    Heurne 60 > 47

    Wander Antonij Wikkerink (Heurne, 01-10-1883), landbouwer
    Willemina Reindina Doornink (Haart, 22-07-1884)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Heurne 47 > 61

    Wander Antonij Wikkerink (Heurne, 01-10-1883), landbouwer
    Willemina Reindina Doornink (Haart, 22-07-1884)

    Adresboek 1934

    Heurne 61 > 45

    W.A. Wikkerink

    Adresboek 1967

    Heurne 45 > Wikkerinkweg 1

    W.A. Wikkerink
    L. Top

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-1401/1400
    FunctieBoerderij
    Bouwjaar1908
    Monumentnee
  • Bonifaciusstraat 20

    Bonifaciusstraat 20

    Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1936I-6763Gerhardus Bernardus Bennink, kuiper885 m² huis & erf
    1966I-8815Bernardus Antonius Gerhardus Bennink,
    schoenmaker
    863 m² huis, erf, garage

    Bewoners

    Adresboek 1967

    Bonifaciusstraat 20

    G.B. Bennink
    B.A.G. Bennink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11708
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaarca. 1935
    Monumentnee
  • Bocholtsestraatweg 70

    Bocholtsestraatweg 70

    v/h Heurne 33, Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1931E-1983Levij Salomon Meijler e.c., veehandelaar1.680 m² huis, bouwland
    1952E-1983Herman Jan Vaags, melkventer/metaalbewerker1.680 m² huis, schuur,
    bld., diepvriesruimte
    1985R-106Herman Jan Vaags, melkventer/metaalbewerker1.860 m² huis, tuin

    Bewoners

    Adresboek 1934

    Heurne 93/1 > 33

    S. Meijler

    Adresboek 1967

    Heurne 33 > Bocholtsestraatweg 70

    H.J. Vaags
    E.H. Nitschke

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-1382
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1930
    Monumentnee
  • Bodendijk 65

    Bodendijk 65

    Aalten

    Dit boerderijtje stond bekend als ‘De Heksenboer’. Het is inmiddels afgebroken. In 2001 is ongeveer op dezelfde plek een nieuwe woning gebouwd met huisnummer 65.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1882I-3758Bernardus Derksen, fabriekwerker1.680 m² huis, erf
    1895I-3758Johannes Theodorus Derksen, daglooner1.680 m² huis, erf
    1919I-3758Bernard Johan Rathmer, koopman1.680 m² huis, erf
    1922I-3758Gerrit Jan te Hennepe en cons., landbouwer1.680 m² huis, erf
    1968I-3758¾ Grada Wilhelmina te Hennepe, wed. J.W. Ruesink
    ¼ Dina Aleida Ruesink, g.m. Derk Hendrik te Grotenhuis
    1.680 m² huis, erf
    1985R-592idem1.740 m² huis, erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Heurne 4a

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), landbouwer
    Johanna Catharina Sonders (Wisch, 16-02-1824)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Heurne 5

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), fabriekarbeider, landbouwer
    Johanna Catharina Sonders (Wisch, 16-02-1824)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Heurne 12

    Bernadus Derksen (Ambt Doetinchem, 26-08-1829), landbouwer

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Johannes Theodorus Derksen (Lintelo, 21-07-1857), landbouwer
    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Heurne 23 > 3

    Johannes Theodorus Derksen (Lintelo, 21-07-1857), landbouwer
    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Heurne 3 > 4

    Anna Maria ter Woerd (Lichtenvoorde, 21-11-1860)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Jan Willem Ruesink (De Heurne, 10-06-1903)
    Grada Willemina te Hennepe (Haart, 26-04-1906)

    Adresboek 1934

    Heurne 4 > 110

    G.J. te Hennepe

    Adresboek 1967

    Heurne 110 > Bodendijk 71

    Mevr. G.W. Ruesink-te Hennepe
    D.H. te Grotenhuis

    Ongeveer op deze locatie staat tegenwoordig een woning met huisnummer 65.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-1589
    FunctieBoerderij
    Bouwjaarca. 1881
    Sloopvóór 2000
  • Dinxperlosestraatweg 31

    Dinxperlosestraatweg 31

    v/h Dinxperloschestraat 15, Aalten

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A75b > A65b

    Hendrik Jan Elferink (Aalten, 01-06-1882), landbouwer
    Hendrika Gesina Winkelhorst (Aalten, 26-08-1879)

    Adresboek 1934

    Aalten A65 > Dinxperloschestraat 15

    H.J. Elferink

    Adresboek 1967

    Dinxperlosestraatweg 31

    F.H.M. Eppink

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-2076
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1960
    Monumentnee
  • Naam onbekend

    Naam onbekend

    Heurne

    Gezien de huisnummering was deze boerderij vlakbij Rikkertweg 6 of wellicht zelfs (de andere helft van) dezelfde boerderij.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1850

    Heurne 45b

    Hendrik Jan Bent (Aalten, 09-05-1807), wever
    (1) Gesina te Lindert (Aalten, 20-02-1806)
    (2) Janna Geertruid Doornink (Aalten, 13-01-1827)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Heurne 43

    Hendrik Jan Bent (Aalten, 09-05-1807), landbouwer
    Janna Geertruid Doornink (Aalten, 13-01-1827)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Heurne 43

    Hendrik Jan Bent (Aalten, 09-05-1807), landbouwer
    Janna Geertruid Doornink (Aalten, 13-01-1827)

    Volgende bewoners:

    Johann Bernard Föcking (Suderwick, 01-01-1837), klompenmaker
    Grada Wesselina Zwienink (Dinxperlo, 20-02-1824)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Heurne 42

    Johann Bernard Föcking (Suderwick, 01-01-1837), klompenmaker
    Grada Wesselina Zwienink (Dinxperlo, 20-02-1824)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Heurne 42

    Johann Bernard Föcking (Suderwick, 01-01-1837), klompenmaker
    Grada Wesselina Zwienink (Dinxperlo, 20-02-1824)

    Volgende bewoners:

    Derk Freriks (De Heurne, 10-09-1855)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Heurne 39

    Derk Freriks (De Heurne, 10-09-1855), klompenmaker bij Neerhof
    Willemina te Paske (Dale, 31-01-1872)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Heurne 45a

    Derk Freriks (De Heurne, 10-09-1855), klompenmaker
    Willemina te Paske (Dale, 31-01-1872)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Meijerman (Silvolde, 08-11-1857), landbouwer
    Willemina te Paske (Dale, 31-01-1872)

    Volgende bewoners:

    Engelbertus Hendrikus Bernadus Schenk (Dale, 17-08-1872), landbouwer
    Johanna Maria Wilhelmina Huinink (Aalten, 29-04-1877)

    Heurne 65a > 56

    Engelbertus Hendrikus Bernadus Schenk (Dale, 17-08-1872), landbouwer, zager bij stoomhoutzagerij J.B. te Paske
    Johanna Maria Wilhelmina Huinink (Aalten, 29-04-1877)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Heurne 56 > 68

    Engelbertus Hendrikus Bernadus Schenk (Dale, 17-08-1872), fabr.arb., klompenmaker
    Johanna Maria Wilhelmina Huinink (Aalten, 29-04-1877)

    Kenmerken


    Kadastraal nr.onbekend
    FunctieBoerderij
    Bouwjaaronbekend
    Slooponbekend
  • bij Dinxperlosestraatweg 107

    bij Dinxperlosestraatweg 107

    Heurne (verdwenen)

    In Boerderij- en Veldnamen in Aalten wordt de boerderij die bij het tegenwoordige adres Dinxperlosestraatweg 107 past ‘Klein Kempink’ genoemd. In het ‘adresboek der gemeente Aalten’ van 1967 staat deze naam echter bij het adres Dinxperlosestraatweg 72.

    Als u weet hoe dit zit, reageer dan hieronder of stuur ons een bericht!

    Hoe dan ook, in 1906 werd pal naast dit huis een nieuw huis gebouwd, het huidige nummer 107. Daarna werd het oude huis afgebroken of tot schuur gedegradeerd.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832E-110de kinderen van Antonie Rensink6.140 m² bouwland
    1844E-751de kinderen van Antonie Rensink140 m² erf
    1869E-751Manus Pennings, poelier of eijerkooper140 m² huis & erf
    1909E-2262Hendrik Heideman, landbouwer100 m² huis & erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Heurne 39a

    Andries Luimes (Dinxperlo, 04-11-1804), landbouwer
    Janna Geziena Smees (Lintelo, 14-11-1814)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Heurne 35

    Andries Luimes (Dinxperlo, 04-11-1804), landbouwer
    Janna Geziena Smees (Lintelo, 14-11-1814)

    Volgende bewoners, weduwe met 2e echtgenoot:

    Evert Helmink (Wisch, 12-02-1825), landbouwer
    (1) Janna Geziena Smees (Lintelo, 14-11-1814)
    (2) Dela Nijman (Aalten, 29-11-1832)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Heurne 35

    Evert Helmink (Wisch, 12-02-1825), landbouwer
    Dela Nijman (Aalten, 29-11-1832)

    Zij vertrekken in december 1868 naar Amerika.

    Volgende bewoners:

    Manus Pennings (IJzerlo, 16-05-1841), koopman
    Gerharda Theodora Heideman (Suderwick, 19-03-1834)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Heurne 35

    Manus Pennings (IJzerlo, 16-05-1841), koopman
    (1) Gerharda Theodora Heideman (Suderwick, 19-03-1834)
    (2) Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Heurne 35

    Manus Pennings (IJzerlo, 16-05-1841), koopman
    Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Heurne 44

    Manus Pennings (IJzerlo, 16-05-1841), landbouwer
    Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Heurne 50

    Manus Pennings (IJzerlo, 16-05-1841), landbouwer
    Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836)

    Heurne 71 > 62

    Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836), landbouwer

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Heurne 62

    Willemina Rutgers (Breedenbroek, 03-11-1836), landbouwer

    Zij verhuist naar de Haart 67/1 (Veenhuisweg) en woont daar bij haar dochter en schoonzoon in.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.R-91
    FunctieBoerderij
    Bouwjaarca. 1843
    Slooponbekend
  • Markt

    Markt

    Aalten

    De Markt vormt al eeuwenlang het hart van het dagelijks leven in Aalten. Het dorp is als het ware ontstaan rond de kerk en het oude kerkhof, waarvan de Markt een laatste tastbare overblijfsel is. Over de vroegste bewoning van dit gebied is weinig met zekerheid bekend. Op 12 mei 1966 werd de Markt — als eerste in Gelderland — aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

    Aalten wordt in 1152 voor het eerst als parochie genoemd, al is het aannemelijk dat deze al eerder is gesticht. Rond het jaar 1100 werd het onderste gedeelte van de huidige kerktoren opgetrokken en dat heeft alles te maken met het ontstaan van de Markt. De aanwezigheid van een dergelijk solide bouwwerk — waarin men in tijden van gevaar een veilig heenkomen kon zoeken — leidde ertoe dat zich geleidelijk een nederzetting vormde rond de toren. Mede dankzij de aanwezigheid van een kapel groeide deze omgeving langzaam maar zeker uit tot het centrum van de gemeenschap.

    Kerkhof

    De grond rond de kapel en toren — de hof van de kerk, ofwel het kerkhof — was vrij uitgestrekt. Een deel daarvan werd gebruikt om de doden te begraven. Langs de begrenzing van dit gebied, ongeveer waar nu de Landstraat en de Bredevoortsestraatweg liggen, vestigden de vroegere Aaltenaren zich.

    Het ontstaan van de nederzetting zal te danken zijn geweest aan de gunstige ligging op een kruispunt van hoger gelegen zandruggen. De bebouwing ontwikkelde zich op de helling van een uit het moeras oprijzende heuvel, zuidelijk begrensd door de bedding van een beek en in het noorden omgeven door de hoge esgronden. Zo ontstond Aalten: gelegen tussen es en Slinge.

    Met het verstrijken der eeuwen verdichtte de bebouwing zich rond de kerk. Door het ontstaan van een pad met aan weerszijden huizen — de huidige Peperstraat — en de bebouwing van de oostzijde van de Landstraat, ontstond een plaats die later de naam ‘Markt’ kreeg.

    Geleidelijk werden de houten huizen vervangen door stenen gebouwen, waardoor het risico op brand in het centrum afnam. Met het bestraten van de open ruimte in het centrum ontstond er een geschikte plek voor het houden van markten. Zo was er de Meimarkt, de Sint-Nicolaasmarkt op 6 december en de jaarlijkse kermis. Mede dankzij de markten vestigden zich herbergiers en kroegbazen op de hoeken van de Markt.

    Beschermd dorpsgezicht

    Rond 1960 dreigde gevaar voor het historische dorpscentrum. Er lagen plannen voor een nieuwe verkeersweg, evenwijdig aan de Landstraat, die via de Kerkstraat en de Markt naar het noorden zou lopen. Voor de aanleg daarvan zouden het huidige museumpand en de bebouwing erachter moeten worden gesloopt. Met de aanwijzing van de Markt en omgeving tot beschermd dorpsgezicht in 1966, werd dit gevaar afgewend.

    Toch bleven de plannenmakers niet stilzitten. Al een jaar later werden nieuwe voorstellen gepresenteerd, waarvoor alle panden van het gemeentehuis moesten worden gesloopt. Op de vrijgekomen locatie moesten een VVV-kantoor en een wachtruimte voor het openbaar vervoer verrijzen, met stopplaatsen voor de bussen. Een nieuw raadhuis zou moeten verrijzen op de plaats van het voormalige feestgebouw bij de Pol. Ook deze plannen zijn uiteindelijk niet uitgevoerd.

    Bronnen



    Van deur tot deur

    Köstersbulte 2, Aalten (2024)

    Oberink

    Köstersbulte 2, Aalten
    Café-Restaurant Stegers, Markt, Aalten

    Café Stegers

    Markt 2, Aalten
    Markt 4, Aalten

    De Geste

    Markt 4, Aalten
    Hotel Keizer, Markt, Aalten (1952)

    Hotel Keizer

    Markt 10, Aalten
    Café De Landman, Landstraat, Aalten

    Café De Landman

    Markt 11, Aalten
    Frerikshuus - Markt 14, Aalten

    Frerikshuus

    Markt 14, Aalten
    Freriksschure, Markt 16, Aalten

    Freriksschure

    Markt 16 (a)
    Hogeweg Zuivelhuis, Markt 20, Aalten

    Hogeweg Zuivelhuis

    Markt 20, Aalten

    Geschiedenis

    Kadaster 1832

    Adresboek 1934

  • Drie boompjes

    Drie boompjes

    De ‘drie boompjes’ (dialect: ‘dree beumkes’) stonden op het hoogste punt van Aalten, waar de Hazenkampweg uitkomt op de huidige Ringweg. Het was vroeger een geliefd wandeldoel vanwege het mooie uitzicht over Aalten en het omliggende landschap. Het verloor echter veel van haar aantrekkelijkheid door de aanleg van de Ringweg, begin jaren 30 van de vorige eeuw.

    Bronnen


    • ‘Aalten zoals het was – zoals het is’
    • Delpher
  • Oud & Nieuw

    Oud & Nieuw

    In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over Oud en Nieuw:

    “Zoo tegen ’t einde van het jaar kon men twee mannen met een grooten ‘armskorf’ zien loopen, die huis in huis uit gingen in ’t dorp. ’t Waren de nachtwachts die almanakken verkochten. Zonder almanak, vooral de Zutphensche almanak, was geen één huisgezin. De nachtwachts stelden bij die aanbieding en verkoop der almanakken de ingezetenen meteen in de gelegenheid een ongevraagde bijdrage te geven voor de bewaking hunner eigendommen des nachts. Naarmate de draagkracht der ingezetenen werd genoemde lectuur boven den prijs betaald.”

    Oudejaarsavond

    “Dan kwam de Oudejaarsavond. De café’s hadden tot één uur ’s nachts verlof. De overgang van ’t oude in ’t nieuwe jaar werd dan gevierd in genoemde lokalen, hoofdzakelijk door de jongelingschap. Als de klok haar twaalf slagen had laten hooren, begonnen de nachtwachts hun nieuwjaarswensch uit te spreken. Men begon bij den gemeente-secretaris. Gezongen werd daarbij een lied. De rondgang werd zoo gemaakt bij enkele notabelen en caféhouders. Het behoeft geen betoog dat de nachtwachts door een groote groep nieuwsgierigen gevolgd werden, die ijverig meezongen… en men had gratis drinken.”

    En nu het lied, dat de Nachtwacht op Oudejaarsavond met hun aanhang zongen:

    Het oude jaar is nu voorbij,
    Het nieuw’ is aangekomen.
    Dus wensch ik U van harte blij,
    En U, en alle vromen:
    Een nieuwen geest in ’t nieuwe jaar
    En een vroom leven met elkaar,
    Zoo laat ons God hier loven.

    Hoe menig zijn het vorig jaar
    Gezond met ons begonnen,
    Die hebben door den dood voorwaar
    Hun leefdraad afgesponnen.
    Die leven inde eeuwigheid,
    Ons is het leven nog bereid,
    Dus laat ons God nu loven.

    ’t Is God die ’t licht heeft voortgebracht,
    Die zon en maan doet rijzen,
    Om ons ’t verloop van dag en nacht,
    En maand en jaar te wijzen.
    Laat ons voor ’t afgeloopen jaar
    Met dank den Opperzegenaar,
    Den God der eeuwen prijzen.

    Gelukzaolig Niejaor, Piet te Lintum
    Tekening: Piet te Lintum

    De beide eerste coupletten was eigen maaksel. Het derde is uit de Evangelische gezangen no. 159 vers 1. Vers 3 van dat gezang werd ook wel eens gezongen.

    Men kan zich voorstellen dat dit nieuwjaarswenschen in den Oudejaarsnacht wel eenigen tijd in beslag nam, en de ernst er van zal, vooral wanneer men aan ’t eind van den rondgang kwam, wel verloren zijn geweest, temeer daar het geluid van geestrijk vocht de hoofdrol speelde. Maar bij ouden van dagen gaat de herinnering aan deze gebeurtenis niet verloren. En vooral bij de lezing van deze artikelen worden de oude voorvallen nog eens weer opgehaald en besproken, en menigeen denkt met weemoed terug aan de dagen van weleer, en ze herinneren zich, als ze in slapelooze nachten, of wanneer bij ziekte en ongeval gewaakt moest worden en het stil was in de huiskamer, den eentonigen stap van den man, die Aalten’s straten doorkruiste: “Heur, doar he’j de nachtwacht!”

    “Op den nieuwsjaarsdag was de jeugd weer in actie. Zij en de armere menschen gingen huis aan huis nieuwjaar wenschen. Men kan zich begrijpen dat de bevolking blij was dat het middag was, dan gold het niet meer. De schaduwzijde van dit alles was dat koning alcohol op die dagen zijn scepter zwaaide. In de talrijke café’s en kroegjes werd aan dien vorst druk geofferd. De jenever was goedkoop. In Aalten waren eenige jeneverstokerijen of branderijen. Een 4tal van die branderijen weet men te noemen. Geen wonder dus dat bij schier alle gelegenheden het gebruik van sterken drank overheerschend was.”

    Carbidschieten

    In delen van Oost-Nederland, inclusief Aalten, is het traditie om op oudejaarsdag carbid te schieten. Men plaatst een kleine hoeveelheid carbid (calciumcarbide) in een melkbus, verfblik of aangepaste gasfles, voegt water of speeksel toe, en sluit de bus af met een (plastic) bal. Er vormt zich ethyngas en na ongeveer 30 seconden wachten ontsteekt men het gas door een klein zundgat (of met een bougie). Het gas ontploft met een dreunende knal, waarbij de bal uit de bus schiet en tientallen meters verderop terecht kan komen.

    De geschiedenis van het carbidschieten is niet goed bekend. De traditie voert mogelijk terug tot de Germaanse joelfeesten. In de 19e eeuw bestond zowel op het platteland als in de stad het gebruik om op bijzondere dagen kabaal te maken. Waarschijnlijk is daaruit het carbidschieten ontstaan.

    Voordat acetyleengas in flessen verkrijgbaar was, gebruikten de meeste dorpssmeden carbid om te lassen. Er was dus eenvoudig aan te komen.

    Ni-jjaor winnen

    Artikel ADW door Evert M. Smilda

    Oudejaarsdag, een dag als andere dagen. Maar toch, rond vier uur in de middag worden velen onrustig. Straks gaat het gebeuren. Niet één dag in het jaar dat wij zo vaak op de klok kijken. Buiten, in de schemering, ruiken wij in de ijle winterlucht het bakken van oliebollen. Bij de kinderen, zo tussen de vier en twaalf jaar oud, is enige spanning te bespeuren. Morgen is het zover. Dan gaan ze ‘ni-jjaor winnen’.

    Nieuwjaar afwinnen met als dank wat lekkers is al een heel oud gebruik waarvan de oorsprong moeilijk is te achterhalen. In onze omgeving komt het voor in de voormalige Heerlijkheid Bredevoort, maar niet in de rooms-katholieke enclave Lichtenvoorde-Groenlo. Mogelijk heeft het te maken met religie en wat daar omheen gebeurt.

    Ver voor de Reformatie was 11 november een belangrijke dag, Sint Maarten. Volgens een legende stond hij de helft van zijn rode mantel af aan een bedelaar. Hij was de schutspatroon van onder anderen Utrecht. Het wapen van die stad is een rood-wit gedeeld schild. Rood van zijn mantel en wit van zijn ondergoed nadat hij met zijn zwaard een deel van zijn mantel had afgesneden. Dit gebaar heeft de volksverbeelding sterk aangesproken. Als volksheilige werd hij vereerd en voorgesteld als een ruiter op een wit paard. Niet alleen in het aangrenzende Duitsland maar ook in het zuiden van ons land, in Noord-Holland, in Groningen en Friesland. Op zijn naamdag trok een namaaksint op een wit paard in een lichtjesoptocht door dorpen en steden. Hij deelde lekkernijen uit. In Bocholt, hier direct over de grens, was in 1988, maar ook later, een grote lichtjesoptocht door een volkomen verduisterde stad. Een sprookjesachtig gezicht. Op de Markt aangekomen stond hij daar, op een wit paard, voor het prachtige raadhuis in het volle licht van schijnwerpers. Een martiale verschijning. Alle kinderen mochten voor hem langs lopen en een zak snoep in ontvangst nemen.

    Het is niet denkbeeldig dat men na de Reformatie af wilde van heiligenvereringen. Een Sint was uit. Op een vergadering van de classis Zutphen in 1668 kwam veel ter sprake. Men wilde af van het vogelschieten, ganzentrekken, boksebier en andere onregelmatigheden. Het heette bijgeloof, ook wel ‘paapse stoutigheden’ genoemd. Mogelijk heeft er een verschuiving plaatsgevonden van 11 november naar 1 januari om kinderen en de behoeftigen niet te vergeten. Misschien ook wel doordat Nieuwjaar nogal eens op de kalender is verhuisd. Dergelijke verschuivingen vonden vaker plaats. Trouwens, Sint Maarten was zelf al in de plaats getreden van een oud Germaans herfstfeest met dankoffers voor de oogst aan Wodan.

    Bij het verschuiven moest wel rekening worden gehouden met andere, bijzondere dagen. Sint-Nicolaas was geen optie. Mogelijk is men zo op 1 januari gekomen. Het is een veronderstelling, maar niet denkbeeldig. Met Sint Nicolaas zat men in die tijd trouwens ook de maag. De Calvinistische predikanten wensten hiermee grondig af te rekenen. Dat lukte maar niet. Ook het vogelschieten bleef doorgaan.

    Oorspronkelijk gingen op het platteland de arbeiders naar de boer en boerin, hun werkgevers, om ze een gelukkig nieuwjaar te wensen. Het geloof in voortekenen was groot. Was de persoon die de wens kwam uitspreken een vrouw of meisje, dan was men verzekerd van een vruchtbaar jaar met veel koe-kalveren. Het leek haast een wedstrijd wie als eerste de goede wensen zou uitspreken. Dat is het nu nog wel. Men geloofde stellig in de gedachte dat het gewenste geluk zou terugkeren bij degene die als eerste de wens uitsprak. Dat werd wel beloond.

    In tijden van grote armoede, die waren er veel, kon het gebeuren dat etenswaren werden meegegeven. Bekend is dat in de tijd van aardappelschaarste men enkele aardappelen gaf. Deze werden dan in een dichtgeknoopte rode zakdoek meegenomen naar huis. In de vorige eeuw gingen kinderen in groepjes de buurt in om ‘ni-jjaor te winnen’. Na het uitspreken van de goede wensen werden rode zakdoeken op de stoelen in de keuken uitgespreid en kwamen allerhande lekkernijen tevoorschijn. Apenootjes, een pöfferken, opzettertjes, schuimpjes, vijgen, een oliebol of krentenbroodje en een appel. In de loop der jaren zijn veel gebruiken verdwenen maar het ‘ni-jjaor winnen’ is in onze grensstreek gebleven.

    Het heeft zich wel aangepast aan de tijd. Geen rode zakdoeken op stoelen met biezen matten uitgespreid. Tussen 1950 en 1980 heeft plastic de wereld veroverd. De rode zakdoeken hebben plaatsgemaakt voor goed gevulde plastic zakken. Soms klaargemaakt door zakenlieden of liefdadigheidsinstellingen.

    Tegenwoordig neemt het vuurwerk op oudejaarsavond een belangrijke plaats in. Vijfentwintig jaren terug was nieuwjaarsdag belangrijker. Op de eerste dag van het nieuwe jaar moest het gebeuren. Spanning bij de kinderen. Eerst naar de buren. Wat een overvloed als ze daar wel dertig of meer zakken in de keuken op het aanrecht zagen liggen. Na het uitspreken van de goede wensen gingen de handen haast vanzelf omhoog om de ‘toete’ aan te pakken.

    Al wat grotere jongens pakten de fiets en jakkerden van de een naar de ander. Vroeger met een schoenendoos onder de snelbinder, later met een plastic tas aan het stuur. Zij kregen wel de boodschap mee om de mensen goed aan te kijken en het netjes te zeggen maar veel tijd om te praten gunden zij zich niet. Het was alsof zij aanvoelden dat het wel eens de laatste keer kon zijn. Eenmaal thuis werd de oogst gesorteerd. Het werd in porties bij elkaar gelegd. Je misselijk eten had je onderweg moeten doen. Moeder begon er ook al in te grabbelen. Koekjes gingen in een trommel en snoepgoed in een blik. Je kon er wel een maand van snoepen. Het leek wel of die verscheidenheid een groot aantal wensen symboliseerde.

    In onze tijd is het afgelopen met de pret als de kinderen in de brugklas zitten. Hooguit roepen zij in het langsfietsen: ‘Gelukkeg ni-jjaor, he-j de toeten al klaor?’

    Bronnen


    • ‘Uit Aalten’s verleden’, door G.H. Rots, Aaltensche Courant, 19 november 1937 (via Delpher, deel IV & deel VI)
    • Wikipedia
    • Artikel ‘Nieuwjaarsdag in Aalten en omgeving’, ADW, E.M. Smilda