Auteur: Oud Aalten

  • Stoomweverij Gebr. Driessen

    Stoomweverij Gebr. Driessen

    Dijkstraat 15-17, Aalten (verdwenen)

    De ‘Stoomweverij Gebr. Driessen’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Dijkstraat, waar tegenwoordig de woonwijk Driessenshof is. Het bedrijf werd opgericht in 1826 en verhuisde in 1981 naar het Aaltense industrieterrein.

    Omstreeks 1817 richtten de broers Anton en Joseph Driessen, afkomstig uit een invloedrijke textielfamilie, in Bocholt de firma Gebrüder Driessen op. Ze handelden voornamelijk in bombazijn, een weefsel van linnen en katoen, dat ze naar Nederland exporteerden. Deze lucratieve handel kwam in gevaar door de verhoging van de invoerheffing in Nederland op buitenlands weefsel.

    Om de hoge tarieven te omzeilen vroegen ze de Nederlandse koning om toestemming voor het openen van een vestiging in Aalten. De vergunning werd verleend en in 1826 vertrok Anton naar Aalten, terwijl zijn broer de firma in Bocholt voortzette.

    Thuiswevers en eerste spinnerij

    Anton zette in Aalten een handspinnerij op voor zijn vele thuiswerkers, voornamelijk bombazijnwevers, die het aangeleverde garen verwerkten. Volgens een gemeentelijk verslag uit 1827 werkten toen al 218 wevers voor hem in en rond Aalten.

    In hetzelfde jaar verplaatste Anton de katoenspinnerij naar een pand aan de Landstraat, dat hij had aangekocht van Manus Scholten. Deze locatie werd omgebouwd tot spinnerij met machines op zowel de begane grond als de verdieping. Ondanks bezwaren van buren wegens geluidsoverlast en brandgevaar, gaf het gemeentebestuur toestemming. Ook de gouverneur van Gelderland verwierp het protest.

    Groeifase en mechanisatie

    In de daaropvolgende jaren groeide de spinnerij uit tot een moderne stoomweverij. Anton richtte ook een blekerij op in Dale en liet aan de Dijkstraat een groot woonhuis met bijgebouwen neerzetten. De bombazijnhandel van Anton groeide in de loop der jaren uit tot een door stoom aangedreven spinnerij die hij later uitbreidde met mechanische weefgetouwen.

    In 1893 stapte Anton’s zoon Herman uit de directie van het familiebedrijf en richtte samen met zijn zoon Joseph een eigen fabriek op aan de Hofstraat: de NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon.

    Overnames en verhuizing

    In 1918 verkocht Anton’s kleinzoon Theodoor het bedrijf aan Twentse investeerders die de fabriek voortzetten als ‘Voorheen Gebr. Driessen’.

    In 1925 breidde de fabriek uit met een confectie-afdeling, van zes naar wel 110 meisjes in dienst. En in de crisisjaren (rond 1933) moderniseerde men grondig: het aantal weefgetouwen steeg van 34 naar 200.

    In 1960 werd het bedrijf overgenomen door Wisselink’s Textielfabrieken, onderdeel van Textiel Groep Twenthe. Zij maakten onder meer technisch textiel, tent- en vlaggendoek.

    Van fabriek naar woonwijk

    Omdat het bedrijf veel geluids- en trillingsoverlast veroorzaakte, verhuisde de fabriek in 1981 naar een nieuw pand op bedrijventerrein ’t Broek. Zusterbedrijf Koala Tricotagefabriek verhuisde naar de Industriestraat.

    Na de verhuizing werd het fabriekspand aan de Dijkstraat gesloopt om plaats te maken voor 120 woningen, de tegenwoordige woonwijk Driessenshof. Voordat de sloop begon, organiseerde de Vereniging tot Verbetering van de Volkshuisvesting (later opgegaan in De Woonplaats) in de lege fabriek een groots feest voor de Aaltense bevolking:


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1848I-1813Engelbartus Beckhuis e.c., koopman359 m² spinfabrijk, erf
    1871I-2984‘de minderjarige van Jan Berend Beernink’8.960 m² stoom-spinnerij,
    weverij & erf
    1885I-3911Herman Anton Frans Carl Maria Driessen,
    fabriekant
    8.810 m² stoomweverij,
    spinnerij met loodsen & erf
    1897I-4712Aleida Wilhelmina Theodora Terwindt,
    wed. Gustaaf Carel Heinrich Driessen
    8.810 m² stoom-, spinnerij
    & weverij, loodsen & erf
    1934I-6574N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen19.550 m² fabriek, kantoor,
    magazijn, erf, boomgaard
    1952I-7577N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen e.c.19.551 m² fabriek,
    magazijn, erf, boomgrd.
    1981I-7577Gemeente Aalten19.870 m² fabriek, erf,
    boomgrd.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13390 (o.a.)
    FunctieTextielfabriek
    Oprichtingca. 1826
    Overnames1918, 1960
    Verhuizing1981

    Bronnen


  • Akkermate (II)

    Akkermate (II)

    Akkermateweg 11, Lintelo

    In ‘Boerderij- en Veldnamen in Aalten’ staan twee boerderijen met de naam ‘Akkermate’ naast elkaar, Akkermateweg 7 en 11.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832G-277Gerrit Tenkink e.c., landbouwer18.030 m² hakhout
    1897G-3585Jan Albert Tenkink, grondeigenaar &
    landbouwer op Beestmans
    126 m² huis
    1919G-3585Gerrit Tenkink, landbouwer & grondeigenaar126 m² huis
    1944G-3585Johan Gerhard Tenkink, grondeigenaar126 m² ged. huis, schuren
    1979G-3585Frederik Hendrik Gerrit Fukkink,
    landbouwer (Akkermateweg 11)
    126 m² ged. huis
    1985L-745Frederik Hendrik Gerrit Fukkink,
    landbouwer (Akkermateweg 11)
    21.030 m² huis, bijgebouwen,
    cultuurgrond

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Lintelo 46/1

    Gerrit Obbink (Heurne, 29-08-1860), klompenmaker, landbouwer
    Gesiena Johanna Jansen (De Heurne, 03-08-1864)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Lintelo 52 > 39

    Gerrit Obbink (Heurne, 29-08-1860), landbouwer
    Gesiena Johanna Jansen (De Heurne, 03-08-1864)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Jan Graven (Lintelo, 27-08-1869), landbouwer
    Aleida Johanna Krajenbrink (Dale, 12-09-1875)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Lintelo 39 > 43

    Gerrit Jan Graven (Lintelo, 27-08-1869), landbouwer
    Aleida Johanna Krajenbrink (Dale, 12-09-1875)

    Adresboek 1934

    Lintelo 43 > 60

    Joh. Tolkamp

    Adresboek 1967

    Lintelo 60 > Akkermateweg 7

    A.J. Fukkink
    F.H.G. Fukkink

    Rond 1975 werd het adres gewijzigd naar Akkermateweg 11.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.L-1817
    FunctieBoerderij
    Bouwjaaronbekend
    Monumentnee

    Verwante boerderijen


  • Smederij Hoopman

    Smederij Hoopman

    Dinxperlosestraatweg 145, IJzerlo

    In 1911 besloot smidsknecht Jan Hoopman voor zichzelf te beginnen en nam de lokale smederij in IJzerlo over. Een bedrijf dat zich vooral richtte op dienstverlening aan de boeren in de omgeving. Ook klanten net over de Duitse grens wisten de smederij te vinden. Daarnaast had hij samen met zijn vrouw Anna nog een winkel, een fietsenmakerij, een autoverhuurbedrijf en een benzinepomp. Een echt ondernemend stel.

    Toen Bram het bedrijf van zijn vader overnam in 1955 startte hij een handel in het importeren en verkopen van landbouwgoederen. Bram Hoopman zag de mogelijkheid voor een uitvinding van boer Johan Heijnen uit De Heurne: de knollenplukker. Boer Heijnen kwam met het idee en Bram werkte het uit. Dat werd een groot succes en het begin van machinefabriek Hoopman.

    Samen met een akkerbouwer in Zeeland die uien staartloos wilde verpakken, bedacht Bram Hoopman een uienafstaartmachine. Al snel groeide de verkoop wereldwijd. Door de snelle internationale groei ontstond in 1964 de merknaam Holaras. Afgeleid van Hoopman, Landbouwmachines, Roterende, Afstaarters.

    Jan Willem Hoopman is sinds 1981 werkzaam binnen de Hoopman bedrijven en wordt algemeen directeur. Zijn focus ligt vooral bij zaadtechnologie. Handel en importactiviteiten worden beëindigd, zodat men zich kon richten op de ontwikkeling, fabricage en verkoop van machines.

    Dankzij het succes en uitbreiding van het machineaanbod werd het bedrijf in 1991 uitgebreid met een productiehal van maar liefst 2300 m². De fabricage van speciale machines voor de internationale zaaizaadbranche groeide. Naast de ontwikkeling van een uniek droogproces houdt Hoopman zich bezig met het ontwikkelen van systemen voor het primen en ontsmetten van zaden.

    Bij het 100-jarig jubileum in 2011 ontving Hoopman Machines het predikaat Hofleverancier.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    IJzerlo 46/1 > 14

    Johan Hendrik Hoftijzer (IJzerlo, 12-12-1880), grof- en hoefsmid
    Hendrika Klein Wolterink (Lintelo, 24-03-1886)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    IJzerlo 14

    Johan Hendrik Hoftijzer (IJzerlo, 12-12-1880), smid
    Hendrika Klein Wolterink (Lintelo, 24-03-1886)

    IJzerlo 14 > 17

    Jan Hoopman (Aalten, 18-12-1886), knecht, smid
    Johanna Willemina Somsen (Aalten, 05-04-1889)

    Adresboek 1934

    IJzerlo 17 > 111

    J. Hoopman

    Adresboek 1967

    IJzerlo 111/1 > Dinxperlosestraatweg 145

    Industriehal

    Kenmerken


    Kadastraal nr.S-1058
    FunctieWoonhuis,
    Smederij
    Bouwjaar1909
  • Naam onbekend

    Naam onbekend

    Huisstededijk?, IJzerlo

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1850-1860

    IJzerlo 58

    Gerrit Jan Lambertus Brusse (Dinxperlo, 23-02-1821)
    Aleida Harmina Elburg (Aalten, 30-12-1816)

    Zij emigreren in 1851 naar Amerika.

    Volgende bewoners:

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    IJzerlo 58

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    IJzerlo 57

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    IJzerlo 57

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    IJzerlo 57

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    IJzerlo 61 > 78

    Lambertus Somsen (IJzerlo, 17-01-1822)
    Elizabeth Lammers (Aalten, 10-02-1819)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Harmen Jan Somsen (IJzerlo, 26-02-1853)
    Willemina Baten (Bredevoort, 10-10-1854)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    IJzerlo 78 > 83

    Harmen Jan Somsen (IJzerlo, 26-02-1853)
    Willemina Baten (Bredevoort, 10-10-1854)

    Adresboek 1934

    IJzerlo 83 wordt niet (meer) vermeld.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.onbekend
    FunctieBoerderij
    Bouwjaaronbekend
    Slooponbekend

    Bronnen


  • Demkes

    Demkes

    Essinkweg 8, IJzerlo (verdwenen)

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    IJzerlo 9/2 > 10

    Jan Gerhard Bruntink (IJzerlo, 31-05-1896)

    Bevolkingsregister 1930-1940

    IJzerlo 10 > 125

    Bernhard Isling (Spork, 28-12-1892)
    Anna Tenhagen (09-03-1897)

    Adresboek 1934

    IJzerlo 10 > 125

    B. Isling

    Adresboek 1967

    IJzerlo 125 wordt niet (meer) vermeld.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.S-502
    FunctieBoerderij
    Bouwjaaronbekend
    Slooponbekend
  • Molenkampsdijk 30

    Molenkampsdijk 30

    Haart

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1908D-3661
    D-3662
    Hendrik Roelof Prinsen, landbouwer2.350 m² huis & erf
    2.350 m² huis & erf
    1969D-4458Grada Wesselina Schepers2.490 m² huis, erf, grasland

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Haart 66/1 > 94

    Gerrit Hendrik Reugebrink (Langerak/Doetinchem, 07-10-1880)
    Johanna Willemina Becking (Wisch, 17-03-1880)

    Volgende bewoners:

    Gerhard Knüfken (Hamminkeln, 21-05-1876)
    Alwine Johanna Hintze (Ringenberg, 21-05-1888)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Haart 94 > 109

    Gerhard Knüfken (Hamminkeln, 21-05-1876)
    Alwine Johanna Hintze (Ringenberg, 21-05-1888)

    Volgende bewoners:

    Haart 109

    Gerhardus Hendrikus Dammers (Bredevoort, 27-07-1892)
    Grada Wesselina Schepers (Aalten, 25-01-1895)

    Adresboek 1934

    Haart 109 > 92

    G.H. Dammers

    Adresboek 1967

    Haart 92 > Molenkampsdijk 30

    Mevr. G.W. Dammers-Schepers

    Kenmerken


    Kadastraal nr.D-4458
    FunctieBoerderij
    Bouwjaar1940
    Monumentnee
  • OLS Herenstraat

    OLS Herenstraat

    Herenstraat 4, Aalten (verdwenen)

    De Openbare Lagere School aan de Herenstraat in Aalten werd opgericht in 1884. De nieuwe school verving daarmee de aloude dorpsschool aan de Landstraat. Hoofden der school waren door de tijd heen de heren Stegeman, Veenstra, Bennink, de Lange, van Rugge, Brunt, Siebrands, van Zeijl en Leferink.

    Tijdens de bezettingsjaren was de school korte tijd in gebruik als ‘Fallschirm-Armee Waffenschule’.

    In de jaren zestig werden er ook drie avonden per week lessen gegeven van de Handelsavondschool.

    In oktober 1974 moest de school tijdelijk haar deuren sluiten vanwege een vlooienplaag. De oorzaak was een nestje katten dat onder de school verbleef.

    Sluiting

    In 1976 werd een nieuwe openbare basisschool in Aalten in gebruik genomen aan de Wehmerstraat. Deze kreeg later de naam ‘Openbare Basisschool De Slinger‘.

    Bij het afscheid van de oude school zong de schooljeugd in een lawaaioptocht op de melodie van ‘Yellow Submarine’ de volgende regels: “waar we heen gaan naar de nieuwe school, aan de Wehmerstraat, waar die prachtig staat. Negentig jaar is onze school aan de Herenstraat in een vervallen staat enz.

    In 1977 werd de oude school aan de Herenstraat afgebroken en ontstond op deze plek een ruime parkeerplaats, tegenwoordig ’t Hoge Blik genaamd.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13311
    FunctieBasisschool
    Bouwjaar1884
    Sloop1977
  • Joseph Driessen

    Joseph Driessen

    Textielfabrikant

    Josephus Walter Julius Driessen (Aalten, 07-01-1870 – Aalten, 12-12-1938) was een textielfabrikant die veel heeft betekend voor de Aaltense gemeenschap.

    Hij was een zoon van Herman Anton Frans Carl Maria Driessen en Anna Maria Theodora Muhren en kleinzoon van Anton Driessen. Op 7 september 1897 trouwde hij in Malmédy (Wallonië) met Maria Anna Elisa Josepha Beckmann.

    Joseph Driessen was directeur van Stoomweverij Herman Driessen & Zoon en woonde in villa de Beukenhof op ’t Blik (tegenwoordig Hofstraat).

    Jos. Driessen is begraven op de oude R.K. begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten.

    Zijn betekenis voor Aalten bleek uit het bericht dat De Graafschapbode naar aanleiding van zijn overlijden plaatste:

    Hoe is het met mijnheer Driessen? Deze vraag werd de laatste paar weken van dag tot dag gesteld en nu eens kon het antwoord zijn: „Vandaag is de toestand iets gunstiger”, dan echter weer: „’t ls op ’t Blik niet zoo goed!” Steeds echter volgde, wie ook de vraag stelde: „’t ls te hopen, dat hij weer opknapt en nog een paar jaar voor zijn gezin, zijn fabriek en voor onze gemeente gespaard mag blijven!” Helaas, het heeft niet zoo mogen zijn! De laatste dagen werd de toestand steeds ernstiger en Maandagavond bereikte ons het bericht, dat de heer Jos. Driessen voor altijd van ons was heengegaan.

    Het bericht van het overlijden van den heer Driessen zal in breeden kring met groote droefheid vernomen worden. Vanzelfsprekend is het in de eerste plaats een groote slag voor zijn gezin en voor zijn kinderen en kleinkinderen, voor wie de overledene het middelpunt was, de groote magneet in den familie kring, die allen tot zich trok en die zoo gaarne de heele familie om zich heen verzamelde. Met welke een interesse en warmte leefde hij mee met de gezinnen van zijn getrouwde kinderen. Hoe dol waren alle kleinkinderen op hun Opa!

    De weverij, die op 1 April 1894 werd opgericht, werd door zijn energie in den loop der jaren tot grooten bloei gebracht. Van een „klein wèverieken”, zooals de heer Driessen het zelf noemde, nam de fabriek onder zijn leiding steeds in omvang toe en ontwikkelde zich, de laatste jaren met medewerking van zijn zoons, tot de bloeiende N.V. Herman Driessen & Zn., die naast haar weverij thans ook haar afdeelingen lingerie, confectie en tricotage heeft gekregen. Tot voor korten tijd was het de bijna 69- jarige directeur, die ’s morgens steeds het eerst op het kantoor was. Zelf steeds stipt en altijd werkende, verlangde hij terecht ook van het personeel het zelfde. Daarnaast interesseerde de heer Driessen Sr. zich steeds voor de belangen van allen die in de zaak werkten en niet alleen voor de belangen der werknemers zelf, maar ook voor die hunner gezinnen, die hij allemaal precies kende. Een bewijs hiervan is zeker de geneeskundige verzorging van personeel en gezinsleden, zooals die bij H. Driessen & Zn. is verzorgd. Het geheele personeel van hoog tot laag, zal het heengaan van hun oudsten leider met groot leedwezen vernemen en stellig zal de oudste directeur in de fabriek lederen dag zeer gemist worden.

    Naast de zakelijke beslommeringen, die vooral in de na-oorlogsjaren hoe langer hoe grooter en moeilijker werden en steeds meer van hem eischten, toonde de heer Driessen groote belangstelling voor alles wat zijn woonplaats betrof. Sedert de oprichting op 14 December 1898 was hij bestuurslid en al zeer spoedig voorzitter van de vereeniging „Aaltens Belang“. De vereeniging, die speciaal zijn groote liefde had en waarvoor hij ontzaglijk veel werk verrichtte. Steeds kwam de voorzitter met nieuwe voorstellen, met nieuwe ideeën in het belang of ter verfraaiing van onze woonplaats en van den Achterhoek in het algemeen.

    Wat in de 40 jaar van het bestaan dezer vereeniging tot stand is gekomen, is voor een groot deel aan zijn initiatief te danken. Hoe verheugde de heer Driessen zich al jaren op het 40-jarig jubileum van A. B. op 14 December van dit jaar!

    Helaas!, in plaats van een feestelijke herdenking wordt de vereen, in diepen rouw gedompeld. Het bestuur van „Aaltens Belang” zal zijnen energieken voorzitter ontzettend missen. Naast deze vereeniging bekleedde de heer Dr. het voorzitterschap van de „Oudheidkamer Aalten” en van de vereeniging voor ziekenhuisverpleging „Steunt Elkander”, die ook beide zijn warme belangstelling hadden. Verder was de heer Driessen commissaris van de Geld. Westf. Stoomtram Mij. en onder-voorzitter van den Raad van Toezicht van de Coöp. Middenstandsbank Aalten, bestuurslid van de Prov. Geldersche V.V.V., vice-voorzitter. van de B.V.L. en nog lid of bestuurslid van tal van andere vereenigingen. Ook was de heer Driessen korten tijd lid van de Prov. Staten van Gelderland. Niet gemakkelijk zou de heer Driessen op een vergadering van een dezer vereenigingen enz. ontbreken en teekenend voor hem is wat één zijner, kinderen van hem beweerde: „Pa is niet gelukkig, wanneer hij niet minstens 3 vergaderingen per week heeft!” Bij tal van officieele feesten en gebeurtenissen had de heer Driessen de leiding. Zijn medeleden dezer diverse comité’s weten hoe alle programmapunten van minuut tot minuut werden voorbereid, maar ook hoe dan ten slotte het programma precies kon afgewerkt worden en het feest slaagde.

    Den 30en Augustus 1930 deelde de burgemeester den heer Driessen mee, dat H. M. de Koningin hem tot ridder in de orde van Oranje Nassau benoemd had. Een erkenning voor de groote verdiensten van den heer Driessen, waarover zich met hem en zijn familie, tallooze ingezetenen verheugden. In September 1937 werd met grooten luister het 40-jarig bestaan der N.V. H. Driessen & Zn. en tevens het 40-jarig huwelijksfeest van den heer en Mevr. Driessen—Beckmann herdacht. Op spontane en hartelijke wijze bleek bij deze gelegenheid weer, hoe autoriteiten, burgerij, personeel en zakenrelaties met dit jubileum meeleefden. Dit zijn voor den heer Driessen onvergetelijke dagen geweest, die hij gelukkig nog in goede gezondheid mocht beleven.

    Het laatste jaar, maar vooral de laatste maanden, wou het niet meer. Hoe moeilijk het ook voor den zoo werkzamen heer Driessen was, al meer en meer moest hij zich uit zijn werk terugtrekken en rust nemen. Nog gauwer dan men aanvankelijk verwachtte, nam zijn kwaal in hevigheid toe en kwam het einde.

    Met den heer Jos. Driessen is een ingezetene heengegaan, die zeer veel van zijn woonplaats gehouden heeft en waaraan Aalten zeer veel te danken heeft. Zijn naam zal zeker bij velen nog lang in dankbare herinnering blijven. De plechtige Uitvaart zal Vrijdagmorgen a.s. plaats hebben.

    Bronnen


  • Molen van Ter Haar

    Molen van Ter Haar

    Koningsweg 6, Aalten (verdwenen)

    De molen van Ter Haar was een achtkante houten beltmolen aan de Koningsweg in Aalten. De molen werd in 1849 gebouwd ter vervanging van een oudere standerdmolen. Na brand, herbouw en stormschade raakte de molen buiten gebruik. In 1967 werd het laatste restant gesloopt.

    De molen ontleende zijn naam aan de gebroeders G.H. en H. ter Haar en stond aan de Koningsweg in Aalten. Men noemde het ook wel ‘de Oude Molen’.

    Al in 1402 stond op deze plek een molen, die op een zeker moment verdween. In 1849 werd de standerdmolen ter plaatse vervangen door een achtkante houten beltmolen. Deze molen werd gebouwd door E. Roerdink, F.H. Lindehovius en J.W. Velthuis. “Op hoop van zegen” beitelde men in een steen boven de ingang.

    In 1919 werd de molen door brand verwoest. In 1921 werd hij herbouwd met gebruik van een achtkante bovenbouw afkomstig uit Dedemsvaart. De molenas was afkomstig van een molen in Vierakker die eveneens door brand was getroffen.

    Tijdens een zware storm in 1929 raakte de molen ernstig beschadigd. De wieken gingen verloren en de molen was sindsdien buiten gebruik. In een krantenbericht uit 1930 pleitte de heer Van Eerden voor herstel: het was de enige nog draaiende molen in Aalten. Eigenaar op dat moment was B. Klein Lebbink uit Almen.

    Tot februari 1966 woonden de gebroeders Ter Haar nog bij de molen. Het zwaar vervallen houten achtkant werd uiteindelijk in juni 1967 omgetrokken en de restanten verbrand.

    Een adresboek uit 1961 vermeldde nog een molen aan de Koningsweg; in de editie van 1967 werd echter gesproken van een ‘molenwrak’.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-57Engelbert Roerdink e.c.,
    landbouwer te Winterswijk
    2.330 m² molen & erf

    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 134 > 145

    Adresboek 1934

    Dale 145 > Koningsweg 6

    Molen

    Adresboek 1967

    Koningsweg 6

    Molenwrak

    Kenmerken


    Kadastraal nr.O-768
    FunctieMolen
    Bouwjaar1849
    Sloopca. 1967

    Krantenberichten

  • Watermolen op de Pol

    Watermolen op de Pol

    Polstraat, Aalten (verdwenen)

    Eeuwenlang stond er een watermolen in de Slingebeek bij de havezate De Ahof, ongeveer ter hoogte van de huidige stenen bank van Aaltens Belang. Begin 20e eeuw werd de bouwvallige molen afgebroken. De molen had aan beide zijden van de beek raderen: op de zuidoever stond de oliemolen (met een rad van 4,42 m Ø) en op de noordoever bevond zich de runmolen (met een rad van 4,66 m Ø), met daarboven de graanmolen.

    De watermolen werd waarschijnlijk kort na 1500 gebouwd, mogelijk door een overgang van molenrechten van de Grevinkhof in Dale naar De Ahof, dat later ook in handen kwam van de familie Grevink. De eerste vermeldingen van de molen dateren uit 1502, onder andere over de inkomsten voor de rentmeester.

    In 1562 wordt de molen omschreven als een ruïne, maar blijft in latere jaren toch herhaaldelijk opduiken in de archieven. B.D. Rots schrijft in zijn boek ‘Aalten en Bredevoort in vervlogen tijden’ dat de watermolen omstreeks 1700 eigendom was van de Oranjes, die hem verpachtten aan een molenaar. Op 9 februari 1707 kwam De Ahof, met “den Erfpagt van de Aaltense Watermole”, in handen van de familie Arentsen/Arentzen.

    In 1739 deden de eigenaren Bernardus Arentzen en Gerrit Jan Heusinkveld hun beklag over de concurrentie door de vele rosmolens rondom Aalten, terwijl zij toch telkens kosten moesten maken om de watermolen in goede staat te houden. In 1758 wordt vermeld dat het stadsbestuur van Bredevoort bij wateroverlast het recht had om de schutten bij De Ahof op te trekken en mee te nemen naar hun stad.

    Rond 1830 had de graanmolen twee schepraderen en drie koppels maalstenen, terwijl de oliemolen één scheprad en drie stampers had. Bij watergebrek konden de molens ook door paarden worden aangedreven. Hoewel de molen drie onderslagraderen had, kon voor de graanmolen bij laagwater vanaf 1840 een klein bovenslagrad met aparte waterloop worden ingezet.

    Rond 1900 verdween de molen definitief; alleen het rad van de graanmolen was toen nog aanwezig. Op foto’s uit die tijd is te zien dat het hele complex in verval was geraakt. Bij werkzaamheden aan de Slinge in 1969 werden ongeveer 200 heipalen verwijderd. Slechts een muurrestant herinnert tegenwoordig nog aan de watermolen.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-182
    I-228
    Roelof Arentzen, assessor470 m² molen & erf
    920 m² molen & erf
    1851I-182
    I-228
    Engelbarta Hendrica Arendsen en
    Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
    470 m² molen & erf
    920 m² molen & erf
    1854I-1918
    I-1968
    Engelbarta Hendrica Arendsen en
    Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
    470 m² graanmolen & erf
    178 m² molen & erf

    Locatie van de watermolen, met rechtsboven de Ahof. Alle rode gebouwen op dit kaartje zijn volgens de kadastergegevens uit 1832 eigendom van Roelof Arentzen, assessor te Aalten. De rode lijnen zijn de toenmalige perceelsgrenzen. Deze geven ook duidelijk de loop van de toenmalige gracht om de Ahof weer.


    Krantenberichten

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-12213/8533
    FunctieWatermolen
    Bouwjaarca. 1500
    Sloopca. 1900

    Bronnen


  • Bredevoortsestraatweg 139

    Bredevoortsestraatweg 139

    Dale

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 96/1 > 111

    Gerrit Hendrik Huinink (Haart, 16-08-1840), timmerman, landbouwer
    Janna Meijnen (Lintelo, 21-08-1837)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 111 > 123

    Jan Willem Huinink (Dale, 29-11-1876), landbouwer
    Johanna Jansen (Lintelo, 03-07-1880)

    Adresboek 1934

    Dale 123 > 144

    B.G. Bannink

    Adresboek 1967

    Dale 144 > Bredevoortsestraatweg 139

    Mevr. W. Onnink-Tacke

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-981
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1937
    Monumentnee
  • Mr. Arnoldus Florentinus Roelvink

    Mr. Arnoldus Florentinus Roelvink

    Burgemeester (1818-1861) en notaris

    Arnoldus Florentinus Roelvink werd op 23 december 1789 geboren in Borculo als zoon van Bernard Andreas Roelvink en Harmina Abbink. Op 12 november 1817 trouwde hij in Bredevoort met Elzabé Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798), dochter van Tieleman ten Cate en Anna Jacoba Roelvink. Het echtpaar kreeg samen zeven kinderen.

    Roelvink was notaris en na de Franse tijd werd hij in 1813 tevens benoemd tot de eerste burgemeester van gemeente Bredevoort. Toen deze gemeente in 1818 werd samengevoegd met Aalten werd Roelvink burgemeester van de fusiegemeente Aalten. Deze functie bekleedde hij tot zijn overlijden op 6 januari 1861.

    Roelvink woonde met zijn gezin in de villa op ’t Zand in Bredevoort die we tegenwoordig kennen als Sint Bernardus. De Roelvinkstraat in Bredevoort is naar hem vernoemd.

    Roelvink werd als burgemeester van Aalten opgevolgd door zijn zoon Mr. Leonard Roelvink.

  • Café De Landman

    Café De Landman

    Markt 11, Aalten (verdwenen)

    Op de hoek van de Landstraat en de Markt stond tot de jaren vijftig van de vorige eeuw logement en café De Landman van de familie Floresteijn. Het pand is helaas gesloopt voordat de Markt en omgeving in 1966 tot beschermd dorpsgezicht werd verklaard.

    Op deze plek werd later een houten VVV-kantoortje gebouwd. Midden jaren ’70 verrees hier de aanbouw van het gemeentehuis, dat inmiddels ook weer vervangen is door nieuwbouw.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1165Hermanus Wamelink140 m² huis & erf

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1837

    Aalten 256

    Johanna Maria Martha Wamelink-Mensinck (Winterswijk, 16-08-1788), logementhoudster

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 280

    Berendina Willemina Wamelink-Cramer (Aalten, 29-01-1785), winkelierster

    Volgende bewoners:

    Jan Hendrik Lurvink (Aalten, 03-04-1816), borstelmaker
    trouwt (1) op 15-08-1845 in Aalten met
    Aleida Maria Wamelink (Aalten, 04-03-1818)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 280

    Jan Hendrik Lurvink (Aalten, 03-04-1816), borstelmaker
    Aleida Maria Wamelink (Aalten, 04-03-1818)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 280

    Jan Hendrik Lurvink (Aalten, 03-04-1816), borstelmaker
    trouwt (2) op 01-09-1863 in Aalten met
    Hendrina Aleida Johanna Borkens (Wisch, 27-04-1833)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 357

    Jan Hendrik Lurvink (Aalten, 03-04-1816), borstelmaker
    Hendrina Aleida Johanna Borkens (Wisch, 27-04-1833)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 400

    Jan Hendrik Lurvink (Aalten, 03-04-1816), borstelmaker
    Hendrina Aleida Johanna Borkens (Wisch, 27-04-1833)

    Volgende bewoners:

    Willem Hendrik Voltman (Bredevoort, 20-08-1851), kastelein
    Hendrika Johanna Slats (Lichtenvoorde, 21-09-1865)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 394

    Willem Hendrik Voltman (Bredevoort, 20-08-1851), tapper
    Hendrika Johanna Slats (Lichtenvoorde, 21-09-1865)

    Volgende bewoners:

    Cornelis van Florestein (Tiel, 21-06-1846), kastelein
    Maria Gesina Stap (Zutphen, 01-01-1853)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 466 > 524

    Cornelis van Florestein (Tiel, 21-06-1846), tapper
    Maria Gesina Stap (Zutphen, 01-01-1853)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C524 > D577

    Cornelis van Florestein (Tiel, 21-06-1846), tapper
    Maria Gesina Stap (Zutphen, 01-01-1853)

    Adresboek 1934

    Aalten D577 > Markt 11

    Wed. C. van Florestijn

    Adresboek 1967

    Markt 11

    Bureau V.V.V.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-1165
    FunctieWoonhuis,
    Café
    Bouwjaaronbekend
    Slooponbekend
  • Sint Elisabethklooster

    Sint Elisabethklooster

    Dijkstraat 8, Aalten

    Het Elisabethklooster in Aalten was van oorsprong het woonhuis van textielfabrikant Johann Heinrich Joseph (Heinrich) Driessen (Bocholt, 10-07-1794 – Aalten, 04-07-1879). Op 29 juni 1837 legde zijn oudste zoon Theodoor de eerste steen.

    Heinrich werd ook wel “Den veursten Driessen” genoemd (zijn neef Anton woonde ook in de toenmalige Landstraat, in villa Beekhuize, iets meer zuidelijk van het centrum. Hij werd daarom “d’n achtersten Dreessen” genoemd).

    Bij de woning waren ook bedrijfsruimten gevestigd die voornamelijk dienden als opslagplaats van garens en geweven stoffen. Deze stoffen werden met een wagen, veelal getrokken door een os, naar de blekerij in Dale vervoerd. De voerman droeg de toepasselijke bijnaam ‘Ossen Willem’.

    Na het overlijden van Heinrich kwam het huis in bezit van de rooms-katholieke kerk, waarna het als klooster van de nonnen in gebruik werd genomen. In een rijtuig, door vier paarden getrokken, werden op 30 mei 1882 zes zusters van het station Lichtenvoorde-Groenlo naar Aalten gebracht. Het klooster werd vernoemd naar Heinrich’s vrouw Elisabeth. In de volksmond werd dit ook wel het St. Elisabethgesticht genoemd.

    Onderwijs en ziekenverpleging

    Gedurende tachtig jaar hebben de zusters hier onderwijs gegeven aan de katholieke schooljeugd van Aalten. Tevens was er de ‘naai- en breischool’ van de zusters gevestigd. Niet iedereen bewaarde prettige herinneringen aan de nonnen. De naai- en breischool, later Modevakschool, stond hoog aangeschreven. Mede daarom werd hier niet alleen gebreid door katholieken, maar door alle gezindten.

    Op 23 december 1962 vertrokken de laatste zusters naar een klooster in Bennebroek. Later fungeerde het klooster nog als onderkomen voor gastarbeiders.

    Op 20 december 1980 brak een binnenbrandje uit in het totaal dichtgespijkerde klooster. Werd ooit ‘de eerste steen gelegd’, kort na de brand werd de laatste steen weggehaald. Het pand maakte plaats voor het Parochiecentrum. Dit is inmiddels ook al weer verdwenen en vervangen door een appartementengebouw dat de naam ‘Kloosterhof’ kreeg.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1208Peter Driessen, koopman te Bocholt410 m² huis & erf

    Bewoners

    1813

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 25-07-1769), looijer

    1 man
    1 vrouw
    1 zoon
    4 dogters
    1 oude vrouw

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 24-09-1769), leerloyer
    Johanna Margreta ten Dam (Aalten, 29-10-1774)

    Volgende bewoners:

    Johan Hend. Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Marie Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabrikant & koopman
    Marie Caroline Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Maria Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant
    Maria Carolina Elisabeth Josephina Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 61

    Johann Heinrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant

    Volgende (hoofd)bewoner (1879-1882):

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), knecht

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 66

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), landbouwer

    Volgende (hoofd)bewoner (1882-1901):

    Barbara Elizabeth Elzeman (Gouda, 06-10-1835), liefdezuster

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 65

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 82 > A20

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A20

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857), overste

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Aalten A20 > A6

    Aafke van der Werf (Bolsward, 21-10-1872), verpleegster

    Adresboek 1934

    Aalten A6 > Dijkstraat 8

    Klooster

    Adresboek 1967

    Dijkstraat 8

    Voormalig Klooster

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11429
    FunctieWoonhuis,
    Klooster
    Bouwjaar1837
    Sloopca. 1981

    Bronnen


  • Molen van Grevink

    Molen van Grevink

    Lichtenvoordsestraatweg 77, Barlo (verdwenen)

    Aan de Lichtenvoordsestraatweg in Barlo stond vanaf 1856 een achtkantige bovenkruier (beltmolen) die in de twintigste eeuw uitgroeide tot maalderij annex mengvoederbedrijf van de familie Grevink. De molen werd in 1944 onttakeld en ging in 1986 door brand definitief verloren.

    In 1853 gingen er in Barlo stemmen op dat er ook in deze buurtschap een molen moest komen. Men overwoog in eerste instantie een molen aangedreven door waterkracht. Onderzoek bracht echter aan het licht dat er door de Zilverbeek onvoldoende water per uur stroomde. In 1856 verrees enkele honderden meters noordelijker dan toch een windmolen. Het was een achtkantige bovenkruier, type beltmolen.

    De manier van aandrijving ging consequent met de tijd mee. Vanaf 1887 werd de molen aangedreven door een stoommachine, om in 1925 plaats te maken voor een gaszuigermotor. Toen in 1934 ook in Barlo elektriciteit beschikbaar kwam, bleek de elektromotor een grote aanwinst.

    De laatste molenaar was J.W.F. Grevink — stiekem Jan Willem Fluweel genoemd. Al in 1928 opende hij naast de molen een bakkerij met een kruidenierswinkel.

    De molen was in 1944 al onttakeld. Zonder wieken was de premie voor de brandverzekering namelijk lager. Op 29 maart 1986 brak in de vroege ochtend een brand uit die voorgoed een einde maakte aan deze molen. Snel ingrijpen van de brandweer voorkwam dat een naastgelegen varkensschuur verloren ging in de vlammen. De oorzaak van de brand is niet bekend.


    Adresgeschiedenis

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Barlo 79

    Molen

    Adresboek 1934

    Barlo 75 > 108

    Korenmolen

    Adresboek 1967

    Barlo 108 > Lichtenvoordsestraatweg 77

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.N-705/704
    FunctieWindmolen
    Bouwjaar1856
    Afgebrand1986

    Bronnen


  • Molen van Assink

    Molen van Assink

    Haartseweg 25, Haart (verdwenen)

    Deze beltmolen met inrit werd in 1849 gebouwd voor de heer Lammers. Eén van de eigenaren was Jan Albert Tenkink (1834-1917). De laatste molenaar was Herman Lammers (1843-1921).

    De molen verbrandde door blikseminslag op Tweede Pinksterdag 1911, daarna werd de molen onttakeld. Tot 1989 gebruikte Bernard Assink de uitgegraven molenromp als machinestalling. Op Youtube staat een interview met hem (hieronder weergegeven). In 1990 werd de molenromp gesloopt omdat hij gevaar opleverde voor de omgeving.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Archieven

    Adresboek 1967

    Haart 56 > Haartseweg 25

    H. Assink, ,,Oude Molen”

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-1263
    FunctieMolen
    Bouwjaar1849
    Sloop1990
  • Wenninkmolen

    Wenninkmolen

    Gendringseweg 27, Lintelo

    De Wenninkmolen is een korenmolen in Lintelo, in 1860 gebouwd voor de familie Wennink, hetgeen de naam van de molen verklaart. De molen bleef tot 1920 in handen van deze familie. Sinds 1973 is de molen eigendom van de familie Nijland. In 1984 is de molen gerestaureerd. Op 27 december 2007 werd de molen overgedragen aan de Stichting tot Behoud van de Wenninkmolen te Lintelo.

    Omstreeks 1860 was er in Lintelo een soort wedstrijd om op twee plaatsen een molen te bouwen. H. Wennink won de race en had een klantenvoorsprong op wat later de ‘Moezemölle‘ werd genoemd. Wellicht is dat ook de reden dat de Wenninkmolen er nu nog staat en de andere niet. Wennink bleef tot 1890 eigenaar.

    Nadat de molen in de vorige eeuw vanuit particuliere handen overgegaan was naar de coöperatieve landbouwvereniging, kon er geïnvesteerd worden om makkelijker te werken: de molen kreeg een wiekenkruis met het systeem Van Bussel en een Ten Haveklep. Ook werden de koppels stenen van de steenzolder gehaald; molenmaker Kreeftenberg stelde een maalstoel onderin de molen op, met aandrijving vanaf het spoorwiel, zodat de molen ook op die plek de steen kon aandrijven. Op de horizontale maalas onder de molenstenen kwam een riemschijf voor aandrijving vanuit de machinekamer, waar een zuiggas- en later een elektromotor stonden. Door deze opstelling zijn er acht wielen tussen wieken en maalsteen. De kammen zijn steeds van hout; enkele wielen zelf zijn van gietijzer. Naast de stenen heeft de molen een graan- en een meelelevator.

    Op een metselsteen boven de kleine deur aan de noordzijde staat vermeld: E.F.A. 1860

    Bij de zeer zware storm van 3 april 1973 raakte het wiekenkruis in zodanige staat dat er niet langer sprake was van een maalvaardige molen. Het heeft even geduurd voordat men overging tot herstel: in 1984 werd een nieuwe binnenroede gestoken, speciaal bestemd voor de Ten-Haveklep


    Technische details

    De roeden van de molen hebben een lengte van 23,88 meter. De door Groot-Wesseldijk gemaakte binnenroe is een in 1984 gelaste, ijzeren roede, die voorzien is van het Van Busselsysteem met Ten Have-kleppen. De 23,88 m lange buitenroede is een ingekorte potroede en heeft Oudhollands hekwerk met zeilen. De molen heeft één koppel maalstenen op de begane grond. Dit omdat er in 1936 namelijk een machinekamer gebouwd werd voor een zuiggasmotor, welke later vervangen werd door een elektromotor.

    De 5 meter lange, gietijzeren bovenas is in 1867 gemaakt door ijzergieterij De Prins van Oranje te ’s Gravenhage en heeft nummer 500.

    Sinds 1980 is alleen de windkracht (door middel van enkele extra overbrengingen) weer de enige bron van aandrijving. Verder zijn er nog enkele andere werktuigen in de molen aanwezig. Vrijwillig molenaars stellen de molen regelmatig in bedrijf.

    Inmiddels is er geen motor meer aanwezig: het overgebleven koppel stenen op de begane grond wordt, net als luiwerk en mengketel, uitsluitend door de wind aangedreven.


    Eigenaren

    • H. Wennink (1860 – 1890)
    • H.W. Wennink (1890 – 1920)
    • G.J. Wisselink (1920 – 1948)
    • Coöp. Landbouwvereniging Aalten (1948 – 1973)
    • A. Nijland (1973 – 1996)
    • H. Nijland (1996 – 2007)
    • Stichting Vrienden van de Wenninkmolen te Lintelo (2007 – heden)

    Archieven

    Adresboek 1934

    Lintelo 146

    Molen

    Adresboek 1967

    Lintelo 146 > Gendringseweg 27

    Molen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.G-5208/5327
    FunctieMolen
    Bouwjaar1860
    MonumentRijksmonument
  • Molen Prins van Oranje

    Molen Prins van Oranje

    Landstraat 32-34, Bredevoort

    De Prins van Oranje is een ronde stenen walkorenmolen met een met dakleer gedekte kap voor het malen van graan. De molen staat op een belt van 3,5 meter hoogte, maar daaronder zit ook nog het zes meter hoge Bastion Welgemoed dat ooit deel uitmaakte van de vestingwerken van Bredevoort.

    Omstreeks 1644/45 werd door de prins van Oranje, als heer van Bredevoort, toestemming verleend voor de bouw van een standerdmolen op het bastion Welgemoed. Nadat deze in 1869 afbrandde werd in 1870 op dezelfde plaats de huidige molen gebouwd. De bouw duurde langer dan gebruikelijk, omdat de Duitse metselaars moesten dienen als soldaat in de Frans-Pruisische Oorlog. De molen is in 1968 gerestaureerd en nogmaals in 1991 en 1992 voor wat betreft het technische gedeelte.


    Archieven

    Kadaster 1832

    Bredevoort B121
    Gerrit Willem Heusinkveld
    molenaar te Bredevoort
    25 m² korenmolen

    Adresboek 1934

    Landstraat 32

    Molen

    Adresboek 1967

    Landstraat 34

    Pakhuis

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-2085
    FunctieMolen
    Bouwjaar1870
    Restauratie1968, 1991/1992
    MonumentRijksmonument
  • Molen De Eendracht / van Gaans

    Molen De Eendracht / van Gaans

    Varsseveldsestraatweg 31, Aalten (verdwenen)

    In 1845 verrees aan de toenmalige Melkertsweg (nu Varsseveldsestraatweg) in Aalten een achtkante houten beltmolen met de naam De Eendracht. De molen diende zowel als koren- als houtzaagmolen en groeide later uit tot de zagerij van W.A. (Wim) van Gaans. In 1967 was het grootste deel van de molen verdwenen.

    Op 26 maart 1844 besprak de gemeenteraad het verzoek van timmerman J.B. van Eerden aan Z.M. Koning Willem II “tot de oprigting eenen KoornWindmolen in den zoogenaamde Aaltensche Esch aan de melkertsweg bij het dorp”. Er lag een bezwaarschrift van E. Roerdink c.s., eigenaren van de Oude Molen aan de Koningsweg, dat stelde dat er geen behoefte was aan nog een molen en dat hun inkomsten zouden dalen. De raad achtte het laatste argument aannemelijk, maar het eerste niet, en verleende de vergunning.

    In 1845 kwam De Eendracht gereed als houtzaag- en korenmolen. Later kreeg de molen het huisnummer B 207 in de serie huisnummers van de Hogestraat. Via een pad naar boven, later bekend als ‘het pad van Gaans’ kon men de Varsseveldsestraatweg bereiken.

    In 1934 kreeg de molen het officiële adres Varsseveldscheweg 31. In 1967 stond ter plaatse de zagerij van Wilhelmus Antonius (Wim) van Gaans. In de loods van de zagerij was nog een opgemetseld deel van het achtkant van de onderbouw zichtbaar.


    Huisnummering

    1838185018601870188018901900191019341967
    140158A203B207Varsseveldschestraat 31

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1626
    FunctieMolen
    Bouwjaar1845
    Sloopca. 1967 (?)

    Bronnen


  • Molen van Brunsveld

    Molen van Brunsveld

    Dinxperlosestraatweg 108, IJzerlo (verdwenen)

    In 1856 werd door Harmen Jan Huisstede een stuk grond gekocht van Wessel Veerbeek. Huisstede bouwde op dit stuk grond een achtkantige molen van het type grondzeiler. De wieken gingen dus vlak langs de grond en ongelukken zouden dan ook niet uitblijven.

    Eén van de eerste molenaars was Hendrik Jan te Kotte. Na zijn dood werd de molen in 1887 verkocht aan Jan Teube Westerveld.

    Antoon Brunsveld

    Kort daarna raakte de molen in onbruik. Op 8 september 1891 werd de molen verkocht aan Antoon Brunsveld. Brunsveld kwam van de Kruisberg bij Doetinchem en had het molenaarsvak geleerd bij de Benninkmolen in IJzevoorde en op de molen in Doetinchem. Later werkte hij ook nog bij de Kempermolen in Breedenbroek. Deze molens bestaan allemaal nog.

    Aanvankelijk bleef hij als een forens in Doetinchem wonen. De weg naar IJzerlo werd lopend op de klompen afgelegd. Maar op de zondag moest hij terug zijn in Doetinchem, om daar zijn kerkbezoek af te leggen.

    Buurtsuper

    In 1893 trouwde hij met Gesina Johanna Pennings van Thijs en toen gingen ze bij de molen wonen. Zijn schoonvader had daar een woning voor hen laten neerzetten. Antoon begon nu ook brood te bakken en in de molen werden ook rookwaren en andere producten verkocht. Dit vormde de grondslag voor de huidige buurtsuper Brunsveld, één van de laatste buurtwinkels in de Achterhoek.

    Sloop

    In oktober 1924 is de molen onttakeld. Het bedrijf Brunsveld & Zonen werd verder door stoom aangedreven. De sloopvergunning werd in 1965 afgegeven, maar pas in 1979 werd het restant van de molen gesloopt.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.S-384
    FunctieMolen
    Bouwjaar1856
    Sloop1979