Pieter Hendrikus Boer werd op 2 september 1862 geboren in Hollandscheveld, gemeente Hoogeveen. Op 1 april 1899 treedt hij in het huwelijk met de 12 jaar jongere Margaretha Dorothea Harjes. Hij overleed op 22 januari 1927 en werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg.
Hoewel zijn achternaam in de officiële archieven ‘Boer’ luidde, noemde hij zijn drukkerij in Aalten ‘De Boer’. Wellicht omdat deze naam veel gebruikelijker is en iedereen hem daarom toch al zo noemde?
In Memoriam
Reeds sedert eenigen tijd was het bekend, dat de heer P.H. de Boer ernstig ongesteld was, maar toch zal het voor velen nog onverwacht geweest zijn, toen Zaterdagavond bekend werd, dat de patiënt overleden was. De heer De Boer, „De Boer van de Krante”, was hier in onze plaats en in de naburige gemeenten, een zeer bekende persoonlijkheid.
In October 1894, begon hij met zijn broer in de Ormelstraat, op zeer bescheiden wijze de eerste Aaltensche drukkerij. Oorspronkelijk werd alleen een Predikbeurtenblaadje uitgegeven, maar in 1896 verscheen voor het eerst de „Aaltensche Courant”, die eenige jaren later ook onder de hoofden: Dinxperlosche-, Lichtenvoordsche- en Varsseveldsche Courant uitkwam.
Van de Ormelstraat werd de zaak verplaatst naar het huis, waarin nu de heer Wagterveld woont. Weer later naar de Kruisstraat, het tegenwoordige gebouw, waar ook de handkracht plaats moest maken voor motorische kracht. In 1902 werd een filiaal in Winterswijk gesticht en ook de Nieuwe Winterswijksche Courant verscheen. Inmiddels kwam ook de boekhandel meer en meer tot bloei, en werd het van een klein bedrijf een flinke zaak.
In zijn familieleven was de heer De Boer niet zoo gelukkig. Het overlijden van zijn echtgenoote en van zijn eenigste dochter, heeft hem zeer aangegrepen. Misschien door deze omstandigheden kreeg een buitenstaander den indruk van een stille, gesloten persoonlijkheid. Degenen echter, die den heer De Boer nader kenden, wisten, dat er achter dit alles een warm hart klopte voor zijn kinderen, voor zijn personeel en voor verschillende instellingen, waarvoor de nu overledene zich interesseerde. Met den heer De Boer is een goed burger van Aalten heengegaan.
Dirk Stegeman was in de tweede helft van de 19e eeuw 45 jaar lang hoofdonderwijzer op de Openbare Lagere School, eerst aan de Landstraat en vanaf 1886 aan de Herenstraat te Aalten.
Dirk Stegeman werd op 4 juli 1830 geboren in de buurtschap Tonden bij Brummen, als zoon van schoenmaker Johannes Stegeman en Johanna Evers. Hij trouwde op 25 november 1854 in Ruurlo met Hendrietta Engelina van Heuven. Uit dit huwelijk werden maar liefst 11 kinderen geboren, waarvan er twee al jong overleden.
Dirk Stegeman overleed zelf op 6 juni 1910 in Deventer op 79-jarige leeftijd.
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over de school:
“In het dorp Aalten gingen de kinderen allen naar één school. Splitsing kende men niet. De kinderen van alle godsdienstige richtingen zaten naast elkaar op de schoolbanken. De school was gevestigd in een gebouw aan de Landstraat naast de Herv. Kerk. Beneden was de wacht en op de verdieping was de school. Meester Stegeman zwaaide er den scepter. Met nog 2 hulponderwijzers werd aan de Aaltensche jeugd onderwijs gegeven. Met zes kinderen in een bank, had men ’s winters zoo’n 60 à 70 leerlingen per onderwijzer. Elken morgen werden de lokaaldeuren opengezet, en deed het hoofd der school een gebed.
De orde in de klas werd gehouden met de roede, want wie niet wilde luisteren, werd met een eindje hout bewerkt. En meester Stegeman had de schrik er in. Maar hij was een werkzaam man en spaarde zich geen moeite om het onderwijs zoo goed mogelijk te doen zijn. De avondschool was nog een goede gelegenheid om kinderen, die al vroegtijdig van school moesten, nog een beetje kennis bij te brengen. Dan had meester een kleinere klas en was het onderwijs geven gemoedelijker.”
Let op: Dirk Stegeman dient niet te worden verward met dominee Jan Derk Stegeman, waar later de Stegemanschool naar werd vernoemd.
Pijpenfabriek Peters & Gans, ca. 1910. Op de voorgrond: W.J. Peters.
In 1896 verliet Johannes Peters de hoornwerkplaats van zijn vader aan de Köstersbulte en sloot een vennootschap met Marcus Gans, een Joodse koopman. Gans financierde de firma genaamd PEGA (Peters & Gans). De pijpenfabriek stond aanvankelijk naast Peters’ woning aan de Gasthuisstraat (tegenwoordig Haartsestraat 3). Nadat de fabriek in 1917 totaal uitbrandde, vestigde Johannes Peters zijn pijpenfabriek aan de Admiraal de Ruyterstraat.
Tegenwoordig vinden we op deze locatie de achterzijde van de Primera.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1102
Jacobus Arnoldus Hendrik Prins, landbouwer
370 m² huis & erf
1878
I-3356
Hendrikus Johannes Prins, grondeigenaar
504 m² huis & erf
1879
I-3525 I-3526 I-3527 I-3528
Hendrikus Johannes Prins, grondeigenaar
44 m² huis & erf 34 m² huis & erf 44 m² huis & erf 165 m² huis & erf
Nutskleuterschool (in nieuw gebouw) officieel geopend
Toen enkele jaren geleden de nieuwe wet op het kleuteronderwijs werd afgekondigd sprak burgemeester E.S. van Veen van Aalten tijdens een raadsvergadering de verwachting uit dat van dat moment af de kleuterscholen wel als paddestoelen uit de grond zouden schieten. De heer Van Veen is in deze verwachting niet beschaamd want sedertdien is Aalten reeds een viertal nieuwe kleuterscholen rijker geworden. Nummer vier is de Nutskleuterschool (de voormalige Ten Hietbrinksschool), die in een hypermodern tweeklassig gebouw aan de Damstraat is ondergebracht en waarvan maandagmiddag de officiële opening plaats vond.
Mej. Manschot metselde gedenksteen
Al in de eerste fase van de openingsplechtigheid kwam duidelijk tot uiting de warme waardering van het stichtingsbestuur jegens mej. Ja. Ga. Manschot, de schenkster van de grond waarop de nieuwe school is verrezen. Het was dan ook deze hoogbejaarde dame die de eer te beurt viel om als eerste de school te betreden en vervolgens een ter gedachtenis aan haar ingemetselde gedenksteen te onthullen. Na dit plechtige ogenblik werden de talrijke aanwezigen, waaronder het college van b. en w. en vertegenwoordigsters van andere kleuterscholen, in de gelegenheid gesteld het gebouw te bezichtigen.
Opvallend was het hoe de bezoekers reeds bij het betreden van de zeer ruime hal werden geïmponeerd door de warme kleuren op muren en plafond, die door een goed aangebrachte indirecte verlichting de juiste sfeer geeft aan de onmiddellijke omgeving. Ook aan de twee lokalen is de uiterste zorg besteed; niets is nagelaten om het hier zowel de kleuters als de leidsters zo aangenaam mogelijk te maken. De ruime zandbak op de speelplaats zou bijna uniek genoemd kunnen worden door de vorm die hieraan is gegeven. Het normale vierkante model heeft hier nl. plaats moeten maken voor het klaverblad model.
Al met al een school die aan alle eisen voldoet en waarvoor de betrokkenen de nodige complimenten niet werden onthouden. Dit gebeurde, tijdens een bijeenkomst in café Schiller-Prins, waar de genodigden allereerst werden toegesproken door de presidente van het stichtingsbestuur, mevr. Hartman-Mulder. Zij schetste de spanning van twee jaar geleden toen het ging om een urgentieverklaring die of voor de r.k.- of voor de Nutskleuterschool zou zijn. Gelukkig kregen beiden deze zo fel begeerde verklaring zodat, zo dacht men althans, spoedig met de bouw zou kunnen worden begonnen.
Nutsspaarbank hielp mee
Er zou echter nog geld moeten komen en dat was er nu juist niet bij de gemeente. Ook deze tegenvaller wist men uit de weg te ruimen doordat men de Nutsspaarbank te Winterswijk wist te bewegen om het „rijke oompje” te zijn. Moeilijkheden waren er voorts nog ten aanzien van de in de plannen opgenomen centrale verwarming, die echter voor een tweeklassige school niet is toegestaan. Hiervoor in de plaats zijn enkele vol-automatische oliestookkachels geplaatst. Een laatste handicap waren een tweetal grote bomen die de ingang der school versperden. Het college van b. en w. kon het n.l. niet zomaar over het hart verkrijgen om dit stukje dorps natuurschoon zonder meer te laten verdwijnen.
Uiteindelijk is het college toch bezweken want, zo erkende burgemeester E.S. van Veen in zijn toespraak „één vrouw is duizend mannen te erg”, waarmee hij alleen maar wilde zeggen dat hij door de presidente als het ware naar de school is gesleurd om er zich van te overtuigen dat de bomen moesten verdwijnen. Overigens zei de heer van Veen veel respect te hebben voor het doorzettingsvermogen van mevr. Hartman; ’t bestuur maakte hij het compliment dat het in alle opzichten heeft weten te slagen.
De inspectrice bij het kleuteronderwijs, mevr. Bloemink-Rehwinkel, zei zich gelukkig te prijzen dat met het tot stand komen van deze school de laatste slechte behuizing van kleuters uit Aalten tot het verleden behoort. Voorts zeide zij te hopen dat in dit prachtige gebouw de algehele vorming van het kind tot zijn recht zal komen.
Veel waardering
Veel waarderende woorden werden hierna nog tot het bestuur gericht, waarbij veelal extra lof werd toegezwaaid aan de presidente voor haar bezielende leiding. Zo voerden o.a. nog het woord de heren G. Hagedoorn en H.J. Siebrands, beiden bestuursleden van het Nutsdepartement Aalten; de heer L.J.M. ter Linde, Winterswijk, oud bestuurslid der school; mevrouw Klein Hesselink-Westendorp namens de oudercommissie; door mej. E. Vaags namens de Prot. Bond. Aalten, en tenslotte door de dames Kos en Braakhekke, respectievelijk hoofd en oud-hoofd der school.
Bij de cadeaus die werden aangeboden bevond zich een 8 mm projector met scherm van de oudercommissie. Vanmorgen (dinsdag) hebben de kleuters bezit genomen van de nieuwe school, echter niet alvorens afscheid te hebben benomen van het oude gebouw in de Prinsenstraat. Getooid met vlaggen gingen zij in optocht naar de nieuwe school waar zij in de morgenuren zijn getracteerd en waar enkele aardige filmpjes werden vertoond.
De Ringkampsbulten is een klein natuurgebied in de Aaltense buurtschap Haart, gelegen tussen de Kriegerdijk en de Huiskermatedijk. Het gebied bestaat uit een gemengd bos op een deels heuvelachtig terrein. De dekzandrug in het bos ligt 41 meter boven NAP en is daarmee het hoogste punt van de gemeente Aalten.
In 1932 werd gedacht dat het een grafheuvel was, maar uit een kleine testopgraving bleek het om een natuurlijke heuvel te gaan. Buiten de heuvel werd echter wel een urn uit de IJzertijd (tot Vroeg-Romeins) gevonden, waardoor de naamgeving niet geheel onterecht is.
De dekzandrug bestaat uit gemengd bos, met een hoog percentage naaldbomen. In het lagere, vochtige deel ten zuiden van de dekzandrug bevat vooral loofhoutbeplanting, waaronder veel elzen. Langs het wandelpad aan de zuidzijde staat laanbeplanting in de vorm van zomereiken.
De Ringkampsbulten maakt deel uit van het Gelders Natuurnetwerk van Gelderland. Het gebied is omringd door landbouwgrond, wat het een bijzondere oase maakt voor zowel flora als fauna. Er zijn maatregelen genomen om het bos te ontwikkelen tot een ‘natuurlijke stapsteen’, met als doel een hoge biodiversiteit te bevorderen. Dit houdt in dat er een gevarieerde bosopbouw wordt nagestreefd, met structuurrijke randen en open plekken. Soorten die profiteren van zo’n stapsteen zijn de kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder.
Het terrein heeft zich ontwikkeld tot een waardevol stukje natuur waar zeldzame planten en dieren kunnen floreren. Voor wandelaars en natuurliefhebbers biedt De Ringkampsbulten een rustige plek om te genieten van het landschap, met mooie uitzichten en gevarieerde begroeiing. Het is een minder bekend maar geliefd stukje natuur onder lokale bewoners, mede vanwege de rust en kleinschaligheid.
Klompenfabriek Pothof was in de jaren 1930–1940 actief aan de Polstraat (toenmalig nr. 64). In advertenties en berichtgeving wordt de fabriek herhaaldelijk genoemd.
In 1931 vinden we een vermelding van de Firma Pothof en Co., machinale klompenmakerij, aan de Stationsstraat 96a te Aalten. In 1934 werd dit adres omgenummerd en werd het Stationsstraat 32a. Als vennoten werden genoemd Christoffel Pothof (Meppel, 07-06-1896) en Jan Dost (Onstwedde, 09-12-1901).
Een jaar later meldt De Graafschapbode dat de heer Elsinghorst, fabrikant van fornuizen te Bocholt, de voormalige koek- en beschuitfabriek der firma Wijers heeft gehuurd, “met het doel ook in Aalten de fabricage van fornuizen ter hand te nemen. Een klein gedeelte dezer gebouwen, waarin een klompenfabriek is gevestigd, blijft als zoodanig bestaan”.
In 1948 lezen we in De Graafschapper over de klompenfabriek van Pothof: “Vroeger heeft de heer Leezer hier zijn slachthuis gevestigd gehad, waarna het verkocht werd aan de firma Gebr. Wijers, die het verbouwde en er een beschuitfabriek van maakte. Nog later ging het over naar de firma Pothof, die het tot klompenfabriek promoveerde. In de oorlogsjaren werd het in beslaggenomen door de Duitser Treppmann en thans draaien er weer de machines van de firma Pothof.”
In 1951 begon H. Martin, mededirecteur van de Tricot in Winterswijk, hier een breierij van babygoed.
Locatiegeschiedenis
Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.
In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:
De Veewaag aan de Stationsstraat in Aalten (1974?)
Naast het treinstation van Aalten, schuin tegenover Hotel De Besker, stond tot halverwege de jaren ’60 of zelfs ’70 (?) een veewaag. De veewaag was een onderdeel van de Coöp. Landbouwvereniging en diende voor de keuring en het wegen van vee dat bestemd was voor de slacht.
Na de keuring werd het vee over de weg of per spoor naar de eindbestemming vervoerd. Die bestemming kon overigens zeer dichtbij zijn, namelijk het gemeentelijk slachthuis (later KSA) aan de overkant van de spoorlijn.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1910
I-4956
Geldersch Overijsselsche Locaal Spoorwegmij.
4.765 m² veewaag en spoorweg
1911
I-5420
Geldersch Overijsselsche Locaal Spoorwegmij.
48 m² veewaag
1921
I-5420
Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij
48 m² veewaag
1938
I-5420
N.V. Nederlandse Spoorwegen
48 m² veewaag
1957
I-8103
N.V. Nederlandse Spoorwegen
5.033 m² spoorlijn, loodsen, veewaag
1963
I-8954
N.V. Nederlandse Spoorwegen
24.340 m² station, pakhuis, loodsen, veewaag, spoorweg
Krantenberichten
Aaltensche Courant, 27 juni 1908Aaltensche Courant, 18 september 1917Zutphensche Courant, 4 december 1923
De Graafschapbode, 30 oktober 1925Aaltensche Courant, 19 november 1937Aaltensche Courant, 14 februari 1947Dagblad Tubantia, 23 juni 1950
Stationsomgeving Aalten, met de Veewaag nog net zichtbaar, rechts van het midden, achter de bomenFragment kadastrale kaart, 1911 (perceel I-5420)Fragment kadastrale kaart, 1957 (perceel I-5420)
Willem Hebly werd op 17 oktober 1908 geboren in Rotterdam. Eind 1934 vestigde hij zich in Aalten als architect. Hebly is verantwoordelijk voor het ontwerp van een groot aantal woonhuizen, winkelpanden, bedrijfspanden, boerderijen en scholen enzovoort in Aalten en omgeving. Veel van deze gebouwen verfraaien het straatbeeld ook vandaag nog.
Het architectenbureau dat Willem Hebly heeft opgericht, werd in 1995 opgeheven. Begin 2011 besloot zoon Just Hebly, opvolger van zijn vader Willem en zelf architect in ruste, zijn architectenarchief in bewaring te geven bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) in Doetinchem. Hem werd gevraagd hierover een kort historisch overzicht te schrijven. Delen van dit verhaal worden hieronder weergegeven:
De archiefruimte van architectenbureau Hebly, 2011. Foto H.G. Nijman (coll. ECAL)
Vestiging Willem Hebly in Aalten
Willem Hebly was in 1934 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam als architect. Het was in die crisisjaren zeer moeilijk om zich als architect te vestigen in Rotterdam, omdat de bestaande architectenbureaus hun markt stevig afschermden tegen nieuwkomers.
Een broer van Willem, Gon Hebly, kwam in die tijd in Aalten, als medewerker van een accountantskantoor, om de boeken te controleren bij de Dutch Button Works in Bredevoort. In het lokale krantje dat hij las in zijn hotel, ontdekte hij een sollicitatieoproep voor een echte architect in Aalten. Hij knipte de advertentie uit en nam hem mee naar huis voor zijn broer Willem.
Na overleg met zijn familie en verloofde besloot Willem naar Aalten af te reizen en zich te melden bij de secretaris van de toenmalige Aaltense aannemersbond, dhr. Vreeman aan de Meiberg te Aalten. Hij was het die de oproep had geplaatst. Deze was zeer verbaasd dat een architect uit Rotterdam gehoor gaf aan de advertentieoproep in de lokale krant in Aalten. Hij legde uit dat de oproep eigenlijk een pest-advertentie was geweest naar een oud-collega timmerman, welke zich recentelijk voor architect uitgaf en over de ruggen van oud-collegae aannemers, zijn tekortkomingen corrigeerde.
Willem was wel verbaasd over deze mededeling, maar liet zich niet van de wijs brengen. Van een goede bekende van zijn vader, waar hij de groeten aan overbracht, ontving hij meer informatie over Aalten. Inderdaad was er geen afgestudeerde architect in Aalten en waren er wel regelmatig goede opdrachtgevers met name voor de betere woningbouw in de vrije sector. Voor wat betreft de volksaard van de Achterhoekers werd hem meegedeeld dat deze nog al verschilde met die van de Rotterdammers. Echter wanneer je het vertrouwen van de bevolking eenmaal gewonnen had, dan kon je een potje breken bij de Aaltenaren.
Eerste opdracht
De Graafschapper, 28 december 1934
Via deze kennis kreeg hij ook een adres waar hij eventueel voorlopig in de kost zou kunnen gaan, te weten mevrouw de weduwe Lammers aan de Stationsstraat. Daar heeft hij zich direct gemeld. Behalve dat hij een kamer met kost en inwoning kon huren, werd hij door haar ook in contact gebracht met Jan Ackerman welke naast haar woning een perceel grond had aangekocht, waarop hij een woning met bedrijfspand wilde gaan bouwen. De dag kon niet beter eindigen. Verheugd keerde hij terug naar huis, naar zijn familie en zijn verloofde, Lenie Bosman.
Hij hoefde niet lang na te denken over een definitief besluit, nadat hij van Jan Ackerman zijn eerste opdracht had ontvangen, om zich in Aalten als architect te vestigen. Het werd een voor Aaltense begrippen in die tijd zeer modern huis dat sinds 2002 een Rijksmonument is. Blijkbaar viel het ontwerp van het woonhuis van Jan Ackerman bij veel Aaltenaren in de smaak, gelet op de vele opdrachten welke volgden.
Al snel kreeg hij ook een opdracht voor de bouw van een woonhuis voor Henk te Paske aan Plein Zuid. Dit was een bouwmaterialenhandelaar en vriend van Jan Ackerman. Hij gaf kort daarop tevens opdracht voor de bouw van twee dubbele woonhuizen aan de Whemerstraat te Aalten. Een van die woningen (Whemerstraat 7) kon Willem huren. Hij trouwde in 1936 en heeft daar tot 1967 gewoond en vormde daar een gezin met negen kinderen. In de eerste jaren had hij de grootste slaapkamer als kantoor ingericht.
Wederopbouw
Na de crises- en oorlogsjaren was er volop werk aan de winkel, o.a. veel wederopbouw van gebombardeerde woonhuizen en boerderijen. De kantoorruimte werd al snel te klein vandaar dat het verplaatst werd naar de bovenverdieping van een groot woonhuis aan de Bredevoortsestraat van mevr. Manschot. Al snel was er werkgelegenheid voor drie/vier medewerkers, bouwkundige tekenaars en opzichters.
Willem Hebly dateerde nog uit de tijd dat de architect als de spil in het bouwproces fungeerde. Hij zag zichzelf dan ook niet alleen als ontwerpend architect voor zijn opdrachtgevers, maar ook als hun bouwkundig adviseur en vertrouwensman in alle zaken betreffende de bouw: na het ontwerp het bestek met bestektekeningen, de kostenbegroting, de aanbesteding, de werktekeningen, de directievoering en toezicht op de uitvoering.
Nieuwe Winterswijksche Courant, 28 mei 1958
In 1957 deed Willem’s oudste zoon Just Hebly als aankomend tekenaar zijn intrede binnen het inmiddels nieuwe kantoor aan de Hofstraat in Aalten. Na een jaar vertrok Just naar Rotterdam om ervaring op te doen en verder te studeren. Na het behalen van zijn HTS-diploma, voelde Just er nog niet voor om weer bij zijn vader in dienst te treden, maar koos voor het architectenbureau Nicolai in Emmen.
Bouwsysteem voor scholen
In het midden van de zestiger jaren was er volop werk. De babyboomers uit 1946 traden in het arbeidsproces. Ieder dorp en stad werkte aan uitbreidingsplannen. Er werden bouwsystemen ontwikkeld voor woning- en scholenbouw. Willem Hebly had op het terrein van scholenbouw in Aalten al het een en ander gepresteerd. De LTS, de HBS in samenwerking met buro Geels uit Arnhem en de lagere landbouwschool. De eerste en laatste school zijn inmiddels al weer afgebroken. Laatstgenoemde school was het paradepaardje van het Ministerie van Landbouw. De school werd vanuit Den Haag met buitenlandse gasten bezocht.
Lagere Land- en Tuinbouwschool, Aalten
In die tijd kwam Willem Hebly in contact met architectenbureau Nuyt en Heikens te Vlaardingen. Zij hadden een bouwsysteem voor kleuter- en lagere scholen ontwikkeld met het zogenaamde Simplex-element. Dit was een element van gasbeton, 60 cm breed en lokaal-hoog. In 1964 gingen beide bureaus een samenwerking aan onder de naam Buro Rationeel Bouwen, ofwel BRB.
Al snel werd Willem Hebly geheel in beslag genomen door de activiteiten van BRB. In die tijd werd ook nog besloten om het bestaande architectenbureau uit te breiden met een nevenvestiging in Beilen (Drenthe).
Midden jaren zestig benaderde Willem Hebly zijn zoon Just, welke het in Emmen goed naar zijn zin had, met het verzoek om medefirmant te worden in zijn architectenbureau. Na goed overleg binnen de familie werd de firma ‘Architectenbureau Wm en M.J. Hebly’ opgericht.
Toetreding zoon Just
Just Hebly trad in 1965 als firmant in wat sommige buitenstaanders beschouwden als een ‘gespreid bedje’. In werkelijkheid heeft hij zich duur moeten inkopen, zodat Willem Hebly zijn oudedagvoorziening kon bekostigen. Bovendien wilde Willem zijn overige acht kinderen niet benadelen door zijn oudste zoon te bevoordelen. Het was daarom hard werken voor Just en in de avonduren studeren voor het diploma van architect. Een van de eerste ontwerpen van Just Hebly was het woonhuis voor zijn ouders aan de Bonifaciusstraat te Aalten.
In 1972 kreeg Willem Hebly een hartinfarct, met als gevolg dat Just Hebly zijn activiteiten in BRB erbij kreeg.
Woning van Hebly aan de Bonifaciusstraat
Aan het eind van de zeventiger jaren werd het Bureau Rationeel Bouwen (BRB) opgeheven. In de loop van de jaren 80 werd de werkgelegenheid in de bouwwereld steeds slechter. Het architectenbureau Hebly verhuisde in 1986 van Aalten naar Winterswijk. In de tweede helft van de 80er jaren verslechterde de werkgelegenheid in de bouwwereld nog meer. Voor een aantal medewerkers moest de ontslagprocedure in gang worden gezet.
Begin jaren 90 werkte Just in zijn eentje de lopende opdrachten af. Zestig jaar na de oprichting sloot architectenbureau Hebly in 1995 haar deuren.
Willem Hebly overleed op 7 januari 1996 op 87-jarige leeftijd. Hij en zijn echtgenote liggen begraven op begraafplaats Berkenhove te Aalten.
Derk Breukelaar werd op 28 december 1814 geboren in Varsseveld als zoon van ‘stoelendraaier’ Wessel Breukelaar en Grada Johanna te Rietstap. Hij trouwde in 1847 in Aalten met Janna Hendrika Pennings (Aalten, 12 november 1825). Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren.
Na de oprichting van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Aalten in juli 1843, wilde de jonge kerkgemeente een predikant beroepen. Op advies van dominee Brummelkamp werd de jonge Derk Breukelaar uit Varsseveld gevraagd. Hij stemde toe en vertrok naar Ommen om bij ds. A.C. van Raalte (1811-1876) – een van de eerste Afgescheiden predikanten in ons land – zijn studie te volgen.
Predikant in Aalten
Nadat Breukelaar zijn studie achter de rug had, werd hij op 24 september 1846 bevestigd als predikant van de gemeente in Aalten. Dit zou zijn enige gemeente blijven; hij diende er 44 jaar tot zijn emeritaat in 1888. Toen in 1852 ds. Wildenbeest van Varsseveld plotseling was overleden, bracht die gemeente een beroep op hem uit. Aanvankelijk nam hij het aan, maar – zich realiserend dat hij nu de enige Afgescheiden predikant in de Achterhoek was – bedankte hij alsnog en bleef aan de kerk van Aalten verbonden, al werkte hij ook veel in de omgeving.
’t Grotenhuis
Breukelaar woonde met zijn gezin in het boerderijtje ’t Grotenhuis, aan de huidige Hessenweg net buiten het dorp. Hier verbouwde hij zelf voedsel om zijn bescheiden traktement van ƒ 225 aan te vullen, dat later opliep tot ƒ 600 per jaar. Gemeenteleden droegen ook bij in natura door voedsel, zoals vlees en aardappelen, aan huis te brengen. In ’t Grotenhuis werden ook catechisaties gehouden, omdat daarvoor in de kerk geen ruimte was. In drukke tijden, zoals tijdens de oogst, nam zijn vrouw de catechisaties over.
Evangelisatie en jongerenwerk
Het evangelisatiewerk lag de predikant na aan het hart. Dat was de reden dat Derk Breukelaar het initiatief nam tot het oprichten van verschillende zondagsscholen, waarmee hij niet alleen de kinderen, maar ook hun ouders bereikte. Voor kinderen in de omliggende buurtschappen werd de zondagsschool bij iemand thuis op een boerderij gehouden, zodat de kinderen niet helemaal naar het dorp hoefden te gaan. Later, ruim na Breukelaars dood, zouden in de buurtschappen van Aalten diverse zondagsschoolgebouwtjes worden opgericht.
In 1868 richtte Breukelaar de Gereformeerde Jongelingsvereeniging „Uw Koninkrijk kome” op.
De Standaard, 14 januari 1891
Moeilijke jaren en waardering
Eind jaren ’70 van de negentiende eeuw waren voor de predikant niet de makkelijkste jaren. In 1876 overleed zijn vrouw, en enkele jaren later raakte hij betrokken bij de schoolstrijd in Aalten als voorzitter van het schoolbestuur.
Toch ontving Breukelaar veel waardering. Bij zijn veertigjarig ambtsjubileum in 1886 kreeg hij van zijn gemeente een Statenbijbel op een mooi bewerkte houten lessenaar cadeau. Op de classis kreeg hij ter gelegenheid van hetzelfde heuglijke feit een gravure aangeboden, ‘Golgotha voorstellende’. En toen hij in 1888 met emeritaat ging, gaven zijn catechisanten hem een theeservies en een gebakstel cadeau.
Overlijden en nalatenschap
Dominee Breukelaar overleed op 10 januari 1891 op 76-jarige leeftijd in Aalten. Hij werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg. De kerkenraad eerde hem met een grafmonument. Het tegenwoordig nog nauwelijks leesbare opschrift op de grafsteen is opmerkelijk vanwege het merkwaardige gebruik van de kerknaam ‘Christelijke Afgescheidene Gemeente’ (in plaats van ‘Christelijke Gereformeerde Gemeente’).
Drie van zijn zonen traden in zijn voetsporen en werden ook predikant: Gerrit Jan, Willem en Johannes. De laatste wordt wel beschouwd als de grondlegger van het christelijk onderwijs in Aalten. In juni 1918 opent hij zelf de naar hem vernoemde Breukelaarschool aan de Piet Heinstraat.
De negentiende eeuw was in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. In 1834 vond in Ulrum de Afscheiding van de hervormde kerk plaats. De afgescheidenen verklaarden met de hervormde kerk te breken, “totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren”. Behalve de Ulrumse gemeente verlieten ook vele duizenden gelovigen elders in het land de ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’. Men voelde zich daar, onder meer vanwege de vrijzinnige prediking, niet meer thuis.
In plaats van naar de kerk te gaan, begonnen de afgescheidenen huissamenkomsten te houden. Men las daar samen de bijbel, of preken van zeer orthodoxe predikanten uit lang vervlogen eeuwen, men zong samen psalmen en bevroeg elkaar over het geestelijk leven.
Afgescheidenen in Aalten
Ook in Aalten waren in die tijd enkele Afgescheidenen, zoals de hervormde kerkenraadsnotulen van november 1835 weergeven: “In de maanden september en oktober hebben eenige personen goed gevonden om zich van het bestaande kerkgenootschap af te scheijden”. Hun namen zijn ook bekend: Lammert Geurink, Antonia Knuvers, Janna G.E. Navis, Derk Jan Klumpenhouwer, H. Wevers, B. Goorhuis en Hendrik Jan te Kotte. In november 1836 telde het aantal ‘bezwaarden’ tien.
In Aalten kwamen de Afgescheidenen de eerste jaren voor hun godsdienstoefeningen bij elkaar in boerderij Bouhuis aan de Bolwerkweg, boerderij Sondern aan de Sondernweg en boerderij Navis aan de Brakenweg. Ds. A. Brummelkamp (1811-1888) uit Hattem, een van de eerste Afgescheiden predikanten in ons land, ging vaak in die diensten voor, die overigens meestal door de week plaatsvonden. Het waren lange reizen voor de predikant, die de Achterhoekse Afgescheidenen desondanks met raad en daad bijstond. Bovendien moest hij nogal eens een boete betalen voor het overtreden van de wet: zonder toestemming van de plaatselijke overheid was het namelijk verboden godsdienstige bijeenkomsten van meer dan twintig personen te houden.
Christelijke Afgescheidene Gemeente
Vermoedelijk werd de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Aalten in juli 1843 geïnstitueerd door de bevestiging van de ambtsdragers. Het waren de ouderlingen G. Bouhuis en A.J. Pennings en de diakenen F. Heijerman en J.H. Kappers.
De jonge Afgescheiden Gemeente wilde graag een predikant beroepen. Op advies van ds. Brummelkamp vroeg men de jonge Derk Breukelaar (1814-1891) uit Varsseveld of hij predikant van Aalten wilde worden. Deze stemde daarin toe, waarna hij spoorslags naar Ommen vertrok om bij ds. A.C. van Raalte (1811-1876) – ook een van de eerste Afgescheiden predikanten in ons land – te gaan studeren. Ondertussen vroegen de kerkenraadsleden in september 1843 aan de classis of de predikant van Varsseveld, ds. J. Wildenbeest (1808-1852), en die van Winterswijk, ds. J.W. te Bokkel (1815-1888), zoveel mogelijk wilden komen preken in Aalten en Bredevoort.
De Aaltense kerkenraad ondernam ook stappen om als Afgescheiden Gemeente erkend te worden door de overheid. Ds. Brummelkamp stelde daarvoor een verzoekschrift op, dat men op 10 oktober 1843 aan koning Willem II stuurde (hij was het hoofd van de Nederlandse Hervormde Kerk).
In het schrijven werd aan de koning meegedeeld dat de Drie Formulieren van Enigheid de belijdenisgeschriften van de gemeente van Aalten vormden, en dat als reglement de Utrechtse Kerkorde van ds. H.P. Scholte (1805-1868) diende. Ze beloofden bovendien geen aanspraak te zullen maken op gelden en goederen van de hervormde kerk noch op gelden uit ‘s Rijks Kas. Ook meldden ze dat ze hun kerkdiensten zouden houden in “een daartoe op te richten kerkgebouw op een stuk Land op den Esch bij het dorp Aalten en wel ten Noord Oosten”. Vijfendertig manslidmaten ondertekenden het verzoekschrift.
Op 12 januari 1844 erkende koning Willem II de gemeente als zelfstandige Christelijke Afgescheidene Gemeente.
De eerste Oosterkerk in Aalten
Het houden van de kerkdiensten in de verschillende boerderijen van gemeenteleden was in de begintijd een uitkomst, maar het was uiteraard geen ideale situatie. Daarom besliste de kerkenraad, samen met de manslidmaten, in 1844 tot de bouw van een eigen kerk. Als locatie koos men de tegenwoordige Oosterkerkstraat, en wel op de plaats waar tegenwoordig de (inmiddels buiten gebruik gestelde) Oosterkerk staat. “Met grote offers, de een gaf geld, de ander zijn werkkracht, een derde beide”, kwam de kerk uiteindelijk gereed en kon zij in gebruik genomen worden.
Nadat Derk Breukelaar zijn studie achter de rug had, deed hij op 24 september 1846 zijn intrede in de Afgescheiden gemeente van Aalten. Het zou zijn enige gemeente blijven. Hij werkte er vierenveertig jaar, tot zijn emeritaat in 1888. Toen in 1852 ds. Wildenbeest van Varsseveld plotseling overleed, bracht die gemeente een beroep op hem uit. Aanvankelijk nam hij het aan, maar – zich realiserend dat hij nu de enige Afgescheiden predikant in de Achterhoek was – bedankte hij alsnog en bleef aan de kerk van Aalten verbonden. Al werkte hij ook veel in de omgeving.
Ds. Breukelaar woonde in een boerderijtje (’t Grotenhuis geheten) aan de tegenwoordige Hessenweg, net buiten het dorp. In ’t Grotenhuis werden ook de catechisaties gehouden, omdat daarvoor in de kerk geen ruimte was. Ook zijn vrouw, Janna Hendrika Pennings, verzorgde de catechisaties soms als de dominee daar zelf in de oogsttijd nauwelijks tijd voor had.
De Doleantie van 1886
Na de Afscheiding in 1834 en volgende jaren waren veel orthodoxe hervormden in de hervormde kerk achtergebleven met de bedoeling om, van binnenuit, de hervormde kerk ‘terug te brengen in het gereformeerde spoor der Vaderen’, zoals dat genoemd werd. In Amsterdam was deze ‘strijd voor Kerkherstel’ in 1886 uiteindelijk echter toch uitgelopen op een scheuring, die plaats vond onder leiding van onder meer dr. Abraham Kuyper (1837-1920).
Dit conflict, dat de ‘Doleantie’ genoemd wordt (van ‘dolere’ = klagen) vloeide voort uit de strijd, die al jarenlang gevoerd was tegen de gewoonte van de hervormde synode om zoveel mogelijk vrijheid te geven aan degenen, die niet met de belijdenis van de Kerk instemden, om op die wijze iedere kerkelijke botsing te vermijden.
Ds. J.H.F. Gangel was in Aalten een vurig voorstander van deze beweging. De onderlinge tegenstellingen liepen zo hoog op, dat het gemeentebestuur genoodzaakt was de hulp van militairen in te roepen om de openbare orde te kunnen handhaven. Ds. Gangel was namelijk door het classicaal bestuur van de Ned. Hervormde kerk uit zijn ambt ontzet, hetgeen hij aanvankelijk niet wilde accepteren. Opmerkelijk in dit verband is, dat de notulen van de kerkenraad van 26 november en 23 december 1885 uit het register van kerkenraadsnotulen zijn verwijderd. Wel worden lijsten van hen, die wel lid van de Ned. Herv. kerk willen blijven, in het archief aangetroffen. Deze lijsten dateren uit 1887.
Eindresultaat was, dat de dolerenden evenals de afgescheidenen uit de Ned. Herv. kerk hebben moeten treden. Daarmede moesten zij ook afstand doen van de kerkelijke goederen. Het door de dolerenden tegen de hervormde gemeente van Aalten gevoerde proces over de kerkelijke bezittingen liep in 1888 in hun nadeel af.
Bij deurwaardersexploit werden Ds. Gangel en de voormalige kerkenraad in 1888 gedwongen de financiële administratie van het rusthuis te Aalten aan Ds. van Oostrum-Soede en de zittende kerkenraad te overhandigen. Uit de godsdienstige samenstelling van de bevolking van Aalten kan men afleiden, welke omvang de doleantie in 1885-1888 had aangenomen: in 1901 bedroeg het aantal hervormden te Aalten 3560 zielen, het aantal gereformeerden 2497, het aantal rooms-katholieken 1287 en het aantal christelijk gereformeerden 118. Dit op een bevolking van totaal 7726 inwoners.
Barend Johannis (Bernard) Manschot werd op 17 augustus 1850 geboren in de Prinsenstraat te Aalten, zoon van Gerrit Willem Manschot (grofsmid) en Johanna Geertruid Becking). Bernard trouwde op 18 juli 1878 in Utrecht met Maria Harting (Breda, 4 december 1848). Uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.
In 1871 stichtten Bernard Manschot en zijn zwager Abraham (Bram) ten Dam een kammenfabriek aan de Damstraat in Aalten. Bernard en Bram woonden tegenover elkaar aan de Bredevoortsestraatweg, Bernard in de witte villa op nummer 51 en Bram er tegenover, in het huis waar nu Fysiotherapie van Panhuis is gevestigd.
Bernard Manschot overleed op 27 juni 1920, op 69-jarige leeftijd.
Bredevoortsestraatweg 51 in Aalten (foto: Funda, 2025)
Begrafenis
Woensdagmiddag werd het stoffelijk overschot van den heer B. J. Manschot grafwaarts gedragen. Toen de kist was neergelaten, sprak de heer Slicher van Bath een kort woord van afscheid en van dank. Gij geniet thans de rust – aldus spr. – die gij welverdiend hebt. Toch hadden we zoo gaarne u nog wat in ons midden gehouden, waar gij in al uw daden door zoo edele beginselen werd gedreven.
Veel hebben wij geleerd van uw wijsheid en genoten van de goedheid uws harten. Dit alles zullen wij nu moeten missen. Maar wij zullen u niet vergeten. Het geestelijke, dat gij gezaaid hebt, zal in ons innerlijk blijven en wij zullen u trachten na te volgen in alles wat gij aan edels en groots hebt gedaan.
Wij zijn hier niet gekomen om uw lof te verkondigen. Dien zoudt gij hier niet wenschen te aanvaarden. Daar waart gij te eenvoudig voor. Wij mogen echter niet vergeten u een woord van dank te brengen voor hetgeen gij gedaan hebt voor het Departement tot nut van ’t algemeen. Meer dan 30 jaren zijt gij daarvan secretaris geweest en hebt uw uiterste kracht en liefde aan dit instituut gegeven.
Meer dan 30 jaren had gij de leiding van de bewaarschool. Door uw toewijding is zij geworden wat zij thans is. Noode zuilen wij u ook daar missen. Wij willen evenwel niet versagen, doch in uw voetstappen blijven wandelen en hopen dat te doen met uw levensleus: Excelsior, excelsior!
Nogmaals onzen hartelijken dank namens het Departement, ook namens de kinderen der bewaarschool, die nu volwassen zijn geworden, en namens de ouders der kinderen voor alle door u betoonde vriendelijkheid. Het instituut, door u gesticht, willen wij niet meer missen. Slaap zacht!
De.heer Ten Dam dankte hierop, mede namens zijn nicht, zichtbaar aangedaan, allen, ook de werklieden, die de laatste eer aan den onvergetelijken doode hadden bewezen.
“Elk dörpken hef zien eigen klinkers, zien eigen spreuken en woordenschat.” Deze zin prijkt op de gevel van de Aaltense bibliotheek. Het is een regel uit het lied “Hier in de Achterhoek”, van Rocco Ostermann en Matthijs Stronks. En het klopt helemaal.
Het Achterhoekse dialect, een variant van het Nedersaksisch, wordt van oudsher gesproken in het noordoosten van Nederland en het noorden van Duitsland. Binnen de Achterhoek heeft elke gemeente, en soms zelfs elk dorp, zijn eigen nuances in het dialect, dat ook wel ‘plat’ wordt genoemd.
A’j plat könt praoten, mo’j ’t neet laoten
Het Aaltens dialect kent vele oude woorden en uitdrukkingen die in het Standaardnederlands niet voorkomen.
[Nader uit te werken, we denken hierbij aan een omschrijving van algemene kenmerken die het Aaltens / Achterhoeks dialect typeren, wellicht met enkele voorbeelden, maar geen uitputtende woordenlijst. Suggesties voor invulling van deze paragraaf zijn welkom!]
Dialect in het dagelijks leven
In Aalten speelt het dialect nog steeds een belangrijke rol in het dagelijks leven van veel inwoners. Thuis, op straat, in winkels en tijdens lokale evenementen hoor je het Aaltens nog vaak klinken. Veel inwoners van Aalten zijn tweetalig opgevoed, met het dialect thuis en het Standaardnederlands op school.
Hoewel het Aaltens dialect nog steeds wordt gesproken, beheersen jongere generaties het in steeds mindere mate. Vaak spreken zij een Achterhoekse versie van het Nederlands, waarin veel van de typische oude woorden en uitdrukkingen die hun voorouders dagelijks gebruikten zijn verdwenen. Deze ontwikkeling vormt een uitdaging voor het behoud van het dialect.
Cultureel Erfgoed
Het Aaltens dialect is een belangrijk onderdeel van het lokale cultureel erfgoed en vormt een levendige schakel met het verleden. In verhalen, liederen en gedichten die in het dialect zijn geschreven, komt de geschiedenis en het dagelijks leven van Aalten tot leven. Het Aaltens dialect draagt daarmee bij aan de unieke identiteit van de gemeenschap.
Om te voorkomen dat het Achterhoekse dialect verdwijnt, probeert men het door te geven aan nieuwe generaties. Dit gebeurt bijvoorbeeld via streektaalprojecten op scholen en in culturele verenigingen. Deze initiatieven zijn belangrijk om het dialect levendig te houden en ervoor te zorgen dat het, ondanks de invloed van het Standaardnederlands en andere moderne talen, niet verdwijnt.
De geschiedenis van de bibliotheek in Aalten begint in 1894. In dat jaar begon de Aaltense afdeling van het christelijk werkliedenverbond Patrimonium al met het uitlenen van boeken aan leden. Het was dus nog geen openbare bibliotheek.
In Nederland werden destijds in meerdere plaatsen bibliotheken en leeszalen opgericht, meestal ingedeeld volgens de toen heersende sociale en religieuze levensovertuigingen.
In 1922 stichtte de Coop. Boerenleenbank te Aalten een Landbouwbibliotheek voor leden van de bank en de landbouwvereniging. Het doel was om het landbouwende deel der Aaltense bevolking in de gelegenheid te stellen haar kennis te vergroten. Hoe lang deze bibliotheek heeft bestaan en waar haar collectie is gebleven is ons vooralsnog onbekend.
In 1926 werd de eerste steen gelegd voor gebouw Patrimonium aan de Hofstraat. Achterin dat gebouw was de chr. volksbibliotheek gevestigd.
Op 6 december 1960 berichtte Dagblad Tubantia:
Op 10 december zal de nieuwe en naar de eisen des tijds ingerichte christelijke bibliotheek te Aalten officieel in gebruik worden genomen en zal kennis kunnen worden gemaakt met de nieuwe opzet van uitlening, onder leiding van gediplomeerde bibliotheektechnische krachten. Dit betekent afsluiten van een tijdperk, waarin hard is gewerkt om Aalten te helpen aan goede bibliotheekvoorziening.
De Christelijke Volksbibliotheek „Patrimonium” heeft zich vele jaren bezig gehouden op dit terrein en heeft deze arbeid zien uitgroeien tot een belangrijke culturele bijdrage aan de gemeenschap te Aalten De boekuitleningen. van 1951 tot 1960 oplopend van respectievelijk 8.400 tot rond 30.000 spreken in deze duidelijke taal. Het stichtingsbestuur had een open oog voor deze ontwikkeling en zag in dat de bestaande voorziening onvoldoende was geworden om aan de steeds toenemende belangstelling tegemoet te komen. Het bestuur wendde zich tot de Centrale Plattelandsbibliotheek voor Gelderland.
De C.P.G. heeft het coördinerende werk verricht en kon de bibliotheek, nadat het bestuur van „Patrimonium” had besloten een nieuw gebouw te doen verrijzen, inrichten naar de eisen die de Rijkssubsidievoorwaarden aangeven. Doordat de bibliotheek nu met haar nieuwe opzet geheel kan voldoen aan de gestelde eisen, kan zij gebruik maken van de diensten van de Centrale Plattelandsbibllotheek.
Verhuizingen
Begin jaren 90 van de vorige eeuw verhuisde de Aaltense bibliotheek naar een nieuw pand aan de Hogestraat 10. Boven de bibliotheek was supermarkt Albert Heijn gevestigd. De hoogteverschillen in het Aaltense centrum maakten het mogelijk dat zowel de bibliotheek als de daarboven gelegen supermarkt beide hun ingang op de begane grond hadden, de laatste aan het hoger gelegen De Hoven. In 2021 verhuisde de bibliotheek opnieuw. Ditmaal van de Hogestraat naar een pand aan het Lage Blik, waar voorheen supermarkt Aldi was gevestigd.
Albert Heijn is al decennialang een vertrouwde naam in Aalten, maar de supermarkt kende door de jaren heen meerdere locaties. De eerste vestiging van Albert Heijn in Aalten bevond zich aan de Bodendijk. Later verhuisde de ‘Appie’ naar het Lage Blik. In het pand aan de Bodendijk vestigde zich vervolgens schoenen- en sportkledingzaak Scapino.
Op woensdag 2 juli 2008 opende Albert Heijn een nieuwe vestiging aan De Hoven, op de plek waar eerder de Edah (vanaf 1993) en later de Golff (2007–2008) waren gevestigd. Het pand aan het Lage Blik werd later in gebruik genomen door winkelketen Action.
De Albert Heijn op De Hoven was gevestigd boven de bibliotheek. Door de hoogteverschillen in het Aaltense centrum konden zowel de supermarkt als de bibliotheek hun ingang op straatniveau hebben, de laatste aan de lager gelegen Hogestraat.
In 2023 onderging de Albert Heijn op De Hoven een ingrijpende uitbreiding en metamorfose. De winkelvloer groeide van 1.300 naar 2.800 vierkante meter. De ondergelegen bibliotheek verhuisde naar het Lage Blik, waarna de vrijgekomen ruimte werd omgebouwd tot parkeergarage. Boven de supermarkt werden drie appartementen gerealiseerd.
In het nieuwe pand zijn tevens een slijterij van Gall & Gall en patisserie met koffiecorner van Kasper Paul gevestigd.
Het ‘pleintje’ achter het gemeentehuis van Aalten in 1972. Naar verluid was hier vroeger de Botermarkt.
Aalten kende ooit een botermarkt. Deze bevond zich achter het gemeentehuis.
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Hij schreef het volgende over de botermarkt in Aalten:
“Het geheele landbouwersbedrijf was natuurlijk primitief … Boterfabrieken waren er niet, de melk werd in roompotten gezuurd en zelf gekarnd. Op sommige boerderijen liet men dat karwei door een hond doen. De karnhond moest in een groot rad loopen, waardoor dit in beweging werd gebracht, hetwelk met een asverbinding de karninrichting in beweging bracht. De gekneede boter werd aan ‘welters’ gemaakt, en dan ging de huisvrouw er mee naar de markt. In Aalten was de botermarkt achter ’t Gemeentehuis.
Deze heeft echter geen bloeiende periode gehad, want de winkelier was ook een willig kooper. Met een gesloten beurs kon men dan kruidenierswaren koopen, en groote leveranciers kregen er contanten bij. Ook de eieren brachten wat geld op, maar zooals gezegd, de productie was niet zoo groot.”
Bronnen
‘Uit Aalten’s verleden’, door G.H. Rots, Aaltensche Courant, 12 & 19 november 1937, deel III (Delpher)
De voormalige Botermarkt werd later een parkeerplaats voor auto’s
Krantenberichten
Graafschapbode, 3 november 1883
Botermarkt Aalten – De Graafschapbode, 21 juli 1888
Aalten ligt aan de spoorlijn Arnhem-Winterswijk, die de gemeente doorkruist van west naar oost (of andersom, zo u wilt). In de tweede helft van de 19e eeuw waren er echter ook diverse plannen voor de aanleg van andere tracés in (min of meer) noord/zuidelijke richting.
Hieronder volgt enige informatie over deze plannen. Het is wellicht overbodig om te vermelden dat geen van die projecten tot uitvoer is gekomen.
Stoomtrein bij het station Aalten, 1938 (ter illustratie)
Zutphen–Aalten
Arnhemsche Courant, 8 september 1865
Midden 19e eeuw waren er nog geen spoorwegen in de Achterhoek. In 1865 werden er echter plannen gemaakt om een spoorlijn aan te leggen van Zutphen naar de ‘pruisische grenzen’. De lijn zou lopen via Vorden, Hengelo, Zelhem en Aalten. Dit traject zou het kortst zijn en bovendien als voordelen hebben dat de grond ‘vast, effen en weinig kostbaar is en geene groote kunstwerken noodig zullen zijn’. Waarom deze plannen niet zijn uitgevoerd is ons onbekend.
Gelsenkirchen–Aalten–Zutphen
In het voorjaar van 1872 meldde een ingenieur van de Duitse Eisenbahn-gesellschaft uit Berlijn zich op het Aaltense gemeentehuis om informatie in te winnen voor de mogelijke aanleg van een spoorlijn van Gelsenkirchen, via Bocholt en Aalten, naar Zutphen. Blijkens nevenstaand krantartikel waren er op hetzelfde moment ook al plannen voor een spoorlijn van Winterswijk in westelijke richting, langs Aalten.
„Komt een dezer lijnen tot stand, dan zal dit dorp, een der grootste van het graafschap, zeer spoedig een hoogen trap van bloei bereiken, vooral omdat hier bij de kern van ’t volk een ongeëvenaarde zucht naar vooruitgng op elk gebied wordt waargenomen.”
Echter, deze plannen kwamen niet tot uitvoer. Dit had er wellicht mee te maken dat op dat moment zojuist de Nederlandsch-Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij (NWS) was opgericht, welke op 27 maart al de concessie had gekregen om de spoorlijn Zutphen–Winterswijk aan te leggen. Een jaar later kreeg de Bergisch-Märkische Eisenbahn Gesellschaft de concessie voor de spoorlijn Winterswijk–Borken–Gelsenkirchen, die zou aansluiten op de Nederlandse lijn.
Zutphensche Courant, 18 april 1872
Rees–Aalten
Zutphensche Courant, 5 juni 1885
In 1885 was er wederom sprake van de mogelijke aanleg van een spoorlijn die Aalten in noord-zuidelijke richting zou passeren. Ditmaal liep het geplande tracé van Rees, via Isselburg en Dinxperlo naar Aalten. Later vonden we ook Groenlo nog aan dit lijstje toegevoegd. Het zou overigens ook een stoomtram kunnen worden. Aan het eind van het jaar meldt de Graafschapbode echter dat de voorbereidende werkzaamheden zijn gestaakt wegens onenigheid tussen Duitse en Nederlandse zijde over de plaats van het station Dinxperlo-Suderwick.
Bronnen
Arnhemsche Courant, 8 september 1865 (via Delpher)
Rookwedstrijd in Aalten – Foto: Annemieke Klein Hesselink
We kunnen het ons tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen, maar in de vorige eeuw werden er wedstrijden georganiseerd waarbij deelnemers het tegen elkaar opnamen in diverse disciplines op het gebied van het roken van sigaren en sigaretten.
De Arnhemsche Courant schreef op 6 maart 1908:
In den katholiekenkring te Aalten is een rookwedstrijd gehouden in het langzaam en snel rooken. De heer J. Betting kreeg den eersten prijs met snel rooken en rookte zijn sigaar in 7 minuten op en in het langzaam rooken werd de 1e prijs behaald door H. Weijkamp, die over zijn pijp tabak een uur en 45 minuten deed. Ook een nuttige tijdpasseering!
In de jaren 60 organiseerde Dick Fries rookwedstrijden in Aalten. Rechts ziet u een foto van het onderdeel “Peuk in de lucht gooien en met de mond opvangen”.
Foto: André Heersink
Op 21 maart 1961 schreef Dagblad Tubantia:
Aalten heeft weer een rookkampioen
De heer E. Jentink, Lintelo 67, is maandagavond, voorlopig voor een jaar, kampioen-sigarenroker van Aalten geworden. Hij veroverde deze titel tijdens de in de Sociëteit aan de Hofstraat gehouden jaarlijkse rookwedstrijd. Zoals bekend gaat het bij deze wedstrijd om de langste askegel op een sigaar van 110 mm. De heer Jentink wist er een te produceren van maar liefst 104 mm, echter 1 mm korter dan de kampioen van vorig jaar.
De belangstelling voor dit rookfestijn wordt elk jaar groter en was gisteren reeds uitgegroeid tot ruim 200 deelnemers. Het sprak dan ook vanzelf dat, toen omstreeks half negen het commando „vuur” werd gegeven en in de ruim 200 sigaren gelijktijdig de brand werd gestoken, allen weldra in dichte nevelen werden gehuld.
Het kostte de deelnemers moeite om te zien hoever zijn buurman met de askegel vorderde. Het duurde echter niet zo lang voor de uitroepen van „o, wat jammer, ik bun ’m kwiet” door de zaal klonken.
Na ongeveer een uur zaten er nog slechts enkelen die voor het kampioenschap in aanmerking konden komen. Heel voorzichtig werd dan nog geprobeerd een laatste haaltje te doen om zodoende nog een millimeter te rekken. Het resultaat was echter meestal een paar „gloeiende” vingers en een lawine van as over de kleding.
Toen de laatste kegel was gesneuveld en de balans kon worden opgemaakt, bleek dan de heer Jentink met 104 mm kampioen te zijn geworden. De heer A. Pokhuizen bezette de tweede plaats met een kegel van 103 mm. Voor de derde prijs waren twee kandidaten, t.w. de heren A. Driessen en W. Winkelhorst, met elk een kegel van 102 mm.
Na deze strijd werden de deelnemers onthaald op een wat „luchtiger” programma, n.l. met het optreden van Rudi Carell en Dick Harris.
Dagblad Tubantia, 19 maart 1963:
Kampioen-roker produceerde askegel van 100 millimeter
Geert had het niet gemakkelijk
Met een askegel van precies 100 mm. is de heer G. te Lindert, Lankhofstraat 23, gisteravond kampioen-sigarenroker geworden van Aalten. Het was voor Geert bepaald geen gemakkelijke opgave want meer dan 200 gegadigden dongen met hem naar deze titel. Het was voor de tiende keer in successie dat deze wedstrijd werd gehouden.
Grote spanning en “lawines”
Weinig is er echter veranderd in de loop der jaren. Dit was dan ook nauwelijks mogelijk want sedert de eerste keer dat deze wedstrijd werd gehouden heeft deze ontmoeting in het middelpunt van de belangstelling gestaan. Alleen de gelegenheid waarmee talrijke deelnemers in het strijdperk treden is jaarlijks groter geworden. Voor velen is het nu geen “gokje” meer, want maanden tevoren wordt reeds druk geoefend en laten velen de nagels langer groeien om hiermee het “peukje” zo lang mogelijk vast te kunnen houden.
De gezelligheid van de avond en de spanning zijn er zeker niet minder om. Vanaf het moment dat de ruim 200 sigaren in de “fik” gaan heerst er een doodse stilte in de zaal. In “nevelen gehuld” bewegen zich de juryleden tussen de tafels door om waar nodig, de schuifmaat te hanteren.
“Scheefbranders en kromtrekkers zijn er halverwege de wedstrijd al genoeg. Bekende verschijnselen waren ook gisteren weer de lawines as waaronder vaak een gelaat, revers of jas werden bedolven.
Geert te Lindert, een echte liefhebber van de sigaar, slaagde er in de askegel op 100 mm. te brengen, alvorens deze sneuvelde. Hoe spannend de strijd is geweest bewijst wel de 99½ mm. askegel die zijn concurrent, tevens bekerhouder van vorig jaar, de heer D.A. Driessen wist te produceren. Met een kegel van 99 mm. bezette de heer L.C. Rodenburg, die vorig jaar ook al in de prijzen viel, de derde plaats.
Na deze spannende strijd werd er een gezellig avondje van gemaakt met medewerking van Lubbert van Gortel en Kees Schilperoort. De NCRV-omroep heeft de wedstrijd opgenomen voor uitzending in de radiokrant.
Dagblad Tubantia, 9 maart 1965:
Rookwedstrijd werd succes
Met een askegel van precies 100 mm. is de heer A. Driessen maandagavond winnaar geworden van de jaarlijkse en 12e rookwedstrijd, die onder grote belangstelling in de sociëteit is gehouden. Toen om kwart voor acht het startsein werd gegeven werd in ruim 200 forse sigaren tegelijk de brand gestoken.
Binnen enkele minuten was de rook te snijden en konden de deelnemers nauwelijks hun buurman onderscheiden. Uiteraard was dat ook niet nodig omdat ieder genoeg aan zich zelf had. Vooral als de askegel in lengte toeneemt, en dan vaak ook nog neigingen krijgt om scheef te gaan trekken, heeft niemand er behoefte aan om zich met buurmans rokerskunst te bemoeien.
Anders wordt het als met een half uur de eerste „slachtoffers” met een gezicht van „och, wat jammer”, hun askegel in diggelen hebben zien vallen. Dan scharen de uitvallers zich in grote getale om de overblijvenden die, vaak ten koste van een brandblaar en zich in allerlei bochten wringend, proberen door nog enkele haaltjes een paar millimeter aan de wankele kegel toe te voegen. Muisstil wordt het dan in de zaal en de spanning is op de gezichten te lezen.
Zo ook gisteravond toen aller aandacht werd gericht op de rokerskunst van de heer Driessen, die er tenslotte in slaagde om als winnaar uit het rookgordijn te voorschijn te komen. Vorig jaar won hij ook de 1e prijs. Slaagt hij er ook volgend jaar in om het kampioenschap te behalen dan wordt hij definitief eigenaar van de wisselbeker.
Op de tweede plaats eindigde de heer H. Arentsen met een kegel van 99½ mm. De heer J. Pluimers, kwam met een kegel van 99 mm op de derde plaats.
Nadat het rookgordijn enigszins was opgetrokken werden de deelnemers getrakteerd op een vrolijk programma, verzorgd door een cabaretgezelschap uit Apeldoorn, onder het motto: „Lachen is troef”.
Het Aaltens Christelijk Mannenkoor, afgekort als ACM, werd opgericht door Henk Heusinkveld. Samen met vier mede-initiatiefnemers vond de oprichtingsvergadering plaats op vrijdag 26 oktober 1956. Het eerste concert was gepland voor 23 november 1957, maar dit werd geannuleerd vanwege een griepepidemie. In datzelfde jaar begonnen ze samen met de Eendracht met de adventswijding. In 1966 sloot het ACM zich aan bij de Koninklijke Christelijke Zang Bond (KCZB).
Tegenwoordig telt het koor ongeveer 50 leden, in leeftijd variërend van eind 50 tot eind 80 jaar. Het koor geeft jaarlijks een eigen concert en een benefietconcert. Daarnaast nemen ze regelmatig deel aan kerkconcerten en zangavonden. Een jaarlijks terugkerende traditie is het zingen voor bewoners van een verzorgingstehuis. Ook op recepties en begrafenissen van leden kan men rekenen op het ACM.
Het repertoire van het Aaltens Christelijk Mannenkoor is zeer divers en omvat geestelijke en byzantijnse muziek, folklore, musicals, bewerkingen van popnummers, lichte klassieke muziek, negrospirituals en kerstliederen. Daarnaast zingen ze in verschillende talen. Het muziekarchief van het koor bevat ongeveer 400 stukken waaruit zij kunnen putten.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.