In het bevolkingsregister van 1823-1850 vinden we Reinder en zijn vrouw Janna Geertruid te Slaa eerst terug op Borninkhof, maar na haar overlijden keert hij blijkbaar terug naar Bestevaer, aangezien hij daar dan wordt vermeld als weduwnaar. Tussenliggende bewoners zijn vooralsnog niet bekend.
Bevolkingsregister 1823-1850
“Bestevaar”
Haart 36
Reinder Goorhuis (Aalten, ged. 31-01-1768 – Haart, 11-04-1846), weduwnaar van Janna Geertruid te Slaa
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Jan Derk Goorhuis (Aalten, 30-04-1803 – Haart, 08-12-1870), trouwt (1) op 09-07-1835 in Aalten met Garritjen te Kiefte (Aalten, 31-03-1806 – Aalten, 12-06-1848) (2) op 30-09-1848 in Aalten met Berendina Vrieze (Aalten, 08-02-1823 – Haart, 11-02-1858)
Boerderij Nijhof is al een oud erf en wordt in 1331 voor het eerst genoemd in een Latijnse akte van het Klooster in Vreden: “Item Bernardus dictus Paschedach colens anno Domini MCCCXXXI curtum dictam Nienhof in Alten dicitur ecclesie attinere, sed dubium dicitur esse, utrum sit cerocensualis an servus.“
Op Nienhof woont dus ene Bernardus Paschedach en het klooster vraagt zich af of het wel bij het klooster hoort en of het horig of alleen tijnsplichtig is. Later in hetzelfde jaar komt men tot de conclusie dat het bij het klooster hoort. Of het tijnsplichtig of horig is wordt niet duidelijk. Ondanks het feit dat Nienhof duidt op een nieuwe boerderij, duidt het feit dat het ‘curtum’ (=hof) wordt genoemd erop dat het geen kleine boerderij was.
Ergens in de honderd volgende jaren moet de boerderij in het bezit zijn gekomen van het klooster Schaer of Nazareth. Hier is geen akte van bekend, maar in ieder geval was het in 1457 in het bezit van het klooster Schaer. Het blijkt tijnsplichtig te zijn, en mogelijk was het dat dus ook in 1331.
In 1580 wordt nog eens bevestigd door de toenmalige prior, dat Nijenhove tot de ’tynslude’ hoorde. Rond die tijd werd het klooster opgeheven en werden de boerderijen van het klooster geestelijke goederen ten behoeve van de nieuwe protestantse kerk.
In een van de weinige overgeleverde stukken worden de inkomsten uit Nijhof in 1580 beschreven:
Blijkbaar leefde toen Anna ten Nijenhave op de boerderij. Zij bracht 24 molder rogge als derde garve op, wat voor Aaltense begrippen erg veel was, ondanks de oorlogstijd.
Bovendien had Jan Nijhof als toenmalige bewoner nog op “Kempinck 2 1/2 mdr. uitganck afgetrocken, blijft 17 – 7 – 8.“
De totale afdracht voor de verponding was hiermee bijna 140 Daler. Wat afdracht betreft, maar ook wat landbezit betreft was Nijhof daarmee een van de grootste boerderijen van Aalten. Ondanks deze grootte is Nijhof nooit Scholte geweest. Hoewel men in Barlo spreekt over Scholte Nijhof, is deze term waarschijnlijk pas in de 19e eeuw ontstaan en gebaseerd op de grootte. Pas in de 20e eeuw met de bouw van de villa kreeg boerderij Nijhof ook het aanzien van een scholte.
Nijhof had wel zijn eigen rot en Jan Nijhof was bij de verponding ook betrokken en tekende met zijn merk (een ploegstrang):
Dit merk werd door veel boeren gebruikt. Pas zijn kleinzoon Lubbert kon rond 1725 zijn eigen naam schrijven.
Tot eind 20e eeuw is de boerderij als boerderij in gebruik geweest. De villa is geheel gerestaureerd, maar de oude boerderij is – ondanks dat het een rijksmonument is – volledig vervallen.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
Bewoners
Afgezien van Bernardus Paschedach in 1331 zijn er tot 1580 nog geen bewoners gevonden.
In 1580 wonen op Nijhof:
Anna Nijenhove en haar dochter Elske (Bron: register van het klooster Schaer 1580-1581)
Hoe de bewoningsgeschiedenis zich na 1580 ontwikkelt is niet helemaal duidelijk, maar in 1617 duiken Warner en Wendele Nijenhove op in de volontaire protocollen. Hun nakomelingen blijven 150 jaar op Nijhof wonen.
Warner Nijenhove (Aalten, ca. 1585 – Aalten, vóór 1634), trouwt ca. 1610 in Aalten met Wendele Nijenhove (Aalten, ca. 1590)
Jan Nieuwhoff (Aalten, ca. 1615 – Barlo), Rotmeester, trouwt in Aalten (1) ca. 1640 met Geesken Lenckhoff, geb. Aalten omstr. 1618, dr. van Hendrik (2) ca. 1650 met Hilleken Lenckhoff, geb. Aalten omstr. 1630, dr. van Hendrik
Mogelijk is de naam van Jan’s eerste vrouw in het lidmatenregister een vergissing. Uit o.a. een acte in het Volontair Protocol van Bredevoort van 13-07-1639 valt op te maken dat zijn eerste vrouw Geesken waarschijnlijk geen Lenckhof maar Welpsshoff heette.
Jan Nieuwhoff en Geesken Lenckhoff, lidmaten van de kerk in Aalten, 1645
Uit het eerste huwelijk:
Warner Nieuwhoff (Barlo, ca. 1640)
Wendele Nieuwhoff (Aalten, ca. 1646), trouwt in 1666 met Hendrik Winkelhorst; hij hertrouwt in 1680 met Geertjen Zwietink
Hendersken Nieuwhoff (Aalten, ca. 1648), trouwt met Derck ten Passche
Uit het tweede huwelijk:
Hendrik Nieuwhoff (Aalten), trouwt in 1683 met Lijsken Wicherts, wed. van Berent Wicherts, ze heten daarna Wijcherts
Coene Nieuwhoff (Aalten), trouwt (1) in 1689 met Jan ter Neet, (2) in 1698 met Derksken Overkempink en (3) in 1704 met Hilleken te Sligt
Geert Nieuwhoff (Aalten), trouwt in 1690 met Griete Lieverdincks, ze heten daarna Leefers. Zij hertrouwt in 1700 met Beert Hinkamp
Willem Nieuwhoff (Aalten), trouwt in 1690 met Fije Overkempincks, d.v. Hendrik Overkempink, ze heten daarna Overkempink
Lammert Nieuwhoff, (Aalten, okt. 1664), trouwt (1) in 1696 met Geesken ter Stroet, wed. van (1) Jeurden te Gussincklo alias Wensinck en (2) Hendrik ter Beest alias Wensinck en (2) in 1703 met Mette te Hengeveld, d.v. Jan in ‘ t Heegt alias Hengeveld
Volgende bewoners, zoon Warner:
Warner Nieuwhof (Barlo, ca. 1640), landbouwer, trouwt in Aalten (1) op 12-08-1666 met Hendersken te Passche (Aalten) (2) op 06-03-1681 met Hilleken Wamelincks (Vragender – Aalten, 1681), dr. van Hendrik Wamelinck (3) op 13-08-1682 met Hendersken Neerhof (Dale), d.v. Hendrik en Deve Neerhof en wed. van Lubbert Luijten
Uit het eerste huwelijk:
Geesken Nijhof (Aalten, 22-12-1667), trouwt (1) in 1691 met Berent Tolkamp en (2) in 1694 met Thobe Neerhof
Geert Nijhof (Aalten, 10-07-1670), trouwt in 1708 met Hendersken Kossink
Jan Nijhof (Aalten, 16-11-1673)
Jeurden Nijhof (Aalten, 14-09-1678)
Uit het derde huwelijk:
Lubbert (Aalten, 31-08-1684)
Hendrik Nijhof (Aalten, 17-04-1687), trouwt in 1717 met Tonniske Weggelaars, ze heten daarna Weggelaars
Tobe Nijhof (Aalten, 06-04-1690)
Gerrit Nijhof (Aalten, 08-04-1694), trouwt in 1722 met Engele Kleuvers, ze heten daarna Kleuvers
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Lubbert Nijhof (Aalten, 31-08-1684), trouwt in Aalten (1) op 25-10-1711 met Beerndeke Wissink (Varsseveld), d.v. Reijnd (2) op 25-04-1728 met Maria Pillen (Aalten)
Kinderen uit het eerste huwelijk:
Henric Nijhof (Aalten, 30-10-1712)
Reijner Nijhof (Aalten, 28-06-1715)
Lijske Nijhof (Aalten, 17-02-1717)
Jan Nijhof (Aalten, 30-03-1718), trouwt in 1752 met Gerritjen Luiten, dr. van Teunis, ze heten daarna Bruining
Warner Nijhof (Aalten, 14-12-1721), trouwt in 1764 met Janna Straks, ze heten daarna Straks
Garrijt Jan Nijhof (Barlo, 19-05-1726 – Winterswijk, 21-02-1775), trouwt in 1761 met Janna Geertruida Knuivers, wed. van Berent Stottelers
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Henric Nijhof (Aalten, 30-10-1712 – Aalten, <1750), trouwt in juni 1746 in Aalten met Jenneken Zwitink, zij hertrouwt op 25-04-1750 in Aalten met Jan Broens
Jan Broens (geb. De Heurne, ged. Dinxperlo, 15-11-1722 – Aalten, 16-09-1802), z.v. Cornelis en Marija Reussink, trouwt op 25-04-1750 in Aalten met Jenneken Zwitink (Aalten, begr. ald. 16 febr. 1811), d.v. Berent en wed. van Henric Nijhof
Kinderen:
Barend Hendrik Nijhof (Aalten, 20-06-1751 – Aalten, 17-12-1820)
Garrit Jan Nijhof (Aalten, 26-05-1754 – Aalten, 23-07-1820), ondertr. 03-05-1790 in Aalten met Jenneken Freers
Derk Willem Nijhof (Aalten, 13-01-1757 – Aalten, 28-03-1814)
Maria Nijhof (Aalten, juni 1763 – Aalten, 26-06-1853)
Jacoba Nijhof (Aalten, jan. 1767 – Aalten, juli 1850)
Cornelis Nijhof (Aalten, 30-12-1770 – Aalten, jan 1826)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Bevolkingsregister 1823-1850
“Nijhof”
Barlo 29
Derk Willem Nijhof of Broens (Aalten, 13-01-1757 – Aalten, 28-03-1814), trouwt op 13-07-1800 in Aalten met Johanna Maria te Bokkel (Aalten, 17-05-1777)
De boerderij dateert vermoedelijk uit de vroege 19e eeuw en heeft een opgehoogd voorhuis. Het gerenoveerde bouwwerk dat nu als een luxe woning in gebruik is, is uitgevoerd volgens het streekeigen hallehuistype.
Het pand heeft een in hoofdzaak rechthoekige plattegrond en is opgetrokken in bruine baksteen, met gepleisterde gevelplinten. De zolderverdieping is gevat onder een zadeldak met roodkeramische pannendekking. Op het opgehoogde rechter schild staat een forse bakstenen schoorsteen.
Het voorhuis heeft links de ingang, met rechts daarvan twee vensters met opgeklampte luiken. Ze zijn voorzien van veelruits schuiframen en hebben gemetselde segmentbogen. Op de verdieping is er geen venster, en werd de topgevel van houten betimmering voorzien.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
m²
Bewoners
Bevolkingsregister 1860-1870
Barlo 38a
Hendrikus te Brinke (Aalten, 13-12-1816) Hendrika Heideman (Aalten, 12-05-1810)
Bevolkingsregister 1870-1880
Barlo 37
Hendrikus te Brinke (Aalten, 13-12-1816) Hendrika Heideman (Aalten, 12-05-1810)
Bevolkingsregister 1880-1890
Barlo 37
Hendrikus te Brinke (Aalten, 13-12-1816) Hendrika Heideman (Aalten, 12-05-1810)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Hendrik Jan te Brinke (Barlo, 20-01-1849) Janna Gezina Oblink (Barlo, 04-11-1855)
Bevolkingsregister 1890-1900
Barlo 19
Hendrik Jan te Brinke (Barlo, 20-01-1849) Janna Gezina Oblink (Barlo, 04-11-1855)
Volgende bewoners:
Evert Jan Radstaak (Barlo, 05-11-1864) Geertruid Johanna Ormel (Lintelo, 25-10-1869)
Bevolkingsregister 1900-1910
Barlo 19 > 20
Evert Jan Radstaak (Barlo, 05-11-1864) Geertruid Johanna Ormel (Lintelo, 25-10-1869)
Volgende bewoners:
Gart Hendrik Oosterink (Zelhem, 29-01-1843) Anneken Nieuwenhave (Zelhem, 04-07-1842)
Op de Klokkemaker woonde klokken- en torenuurwerkmaker Gerrit Jan Heinen.
In 1823 droeg deze boerderij nog de naam Kleine Kampe, ter onderscheiding van het volle erf Grote Kampe. Vaak wordt deze katerstede (keuterboerderij) in één adem genoemd met Grote Kampe, zodat wij de indruk krijgen dat wij te maken hebben met een oorspronkelijke katerstede. Maar in een lijst van inkomsten van de kerk van Aalten uit 1609 blijkt, dat Johan ten Kamp toen een tuin en een aantal kampjes land bezat, die uit de Aalter Hemmel waren ontgonnen. Tevens bezat hij een schepel land van de oude katerstede de Gelkenborgstede, waarvan het huis toen in bezit was van Hendrik Hellenbarch. Wat met dit huis later is gebeurd, werd niet gevonden. Afgebroken en gevoegd bij ’t Kampe?
Archieven
Liberale Gifte 1748
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
F-517
Wessel Fukkink
620 m² huis & erf
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Jan Volckinck / Folckering alias te Kampe (Bocholt – IJzerlo < 1725), trouwt op 17-05-1668 in Aalten met Elsken te Kampe (IJzerlo – IJzerlo < 1697)
Elsken was een dochter van Hendrick te Kampe en Enneken Schroers van Groot Kampe.
Volgende bewoners:
Herman Thijs alias te Kampe (IJzerlo – IJzerlo < 1704), trouwt (2) op 23-06-1689 in Aalten met Gerritje(n) Freers (Lintelo)
Herman en Gerritje(n) kwamen rond 1690 van Thijs in IJzerlo.
Volgende bewoners, weduwe en 2e echtgenoot:
Geert Slotboom alias te Kampe (Haart), trouwt op 25-05-1704 in Aalten met Gerritje(n) Freers (Lintelo)
Volgende bewoners, zoon en schoondochter:
Herman te Kampe / Kleijnkampe (Aalten, 25-07-1706 – IJzerlo, 21-10-1789), trouwt (1) op 10-11-1726 in Aalten met G(a/e)rrit(i/j)e(n) Westervelt (Dinxperlo, 20-01-1704 – IJzerlo, 01-06-1765) (2) op 13-12-1765 in Aalten met Jenneken Wevers alias Klompers (Aalten, 04-11-1714 – IJzerlo < 1786)
Herman te Kampe / Kleijnkampe hertrouwde met, Enneken Grevink weduwe van Karst te Kampe op Groot Kampe en vertrok naar Groot Kampe.
Volgende bewoners, dochter en schoonzoon:
Herman Schelen / Scheel alias Rutgers alias Kleinkampe / te Kampe (Kleefsland – IJzerlo, 28-08-1794), trouwt (2) op 08-05-1756 in Aalten met Gerritje (te) Kleinkampe alias Westervelt (Aalten, 14-07-1737 – IJzerlo, 17-04-1810)
Herman woonde tijdens zijn 1e huwelijk op Rutgers in Lintelo kwam bij zijn 2e huwelijk op Klein Kampe in IJzerlo en vertrok tussen 1770 en 1773 naar de De Scheel in IJzerlo. Gerritje keerde na zijn overlijden terug op Klokkemaker.
Volgende bewoners:
Teunis Slu(u/i)skes (Aalten, 27-09-1739 – IJzerlo, 16-05-1810), trouwt op 09-09-1758 in Aalten met Mette ter Haar (Dinxperlo, 04-09-1735 – IJzerlo, 23-02-1803)
Teunis en Mette woonden tot 1768-1769 op het Olde Beester Ni-jhuus in De Heurne.
Volgende bewoners, dochter van Herman en Gerritje en schoonzoon:
Jan Willem Vardink alias Hilb(r/el)ink (Winterswijk, 16-08-1761 – IJzerlo, 29-12-1830), trouwt op 26-12-1787 in Aalten met Dersken (te) Klei(j)n Kampe (Aalten, 17-11-1765 – IJzerlo, 16-05-1827)
Bevolkingsregister 1823-1850
“Kleine Kampe”
IJzerlo 43
Jan Willem Vardink alias Hilbelink (Winterswijk, 16-08-1761 – IJzerlo, 29-12-1830) Dersken Kleijn Kampe (Aalten, 17-11-1765 – IJzerlo, 16-05-1827)
Volgende bewoners:
Berend Hendrik Ansink (Aalten, 14-09-1802) Aleida Winkelhorst (Aalten, 02-11-1795)
Bevolkingsregister 1850-1860
IJzerlo 54
Berend Hendrik Ansink (Aalten, 14-09-1802) Aleida Winkelhorst (Aalten, 02-11-1795)
Fragment kadastrale kaart, 1895 (perceel I-2144)Fragment kadastrale kaart, 1956 (perceel I-2144). De contouren van het oude huis én de huidige dubbele woning zijn zichtbaar.
Deze woning werd in 1906 gebouwd door Hendrik Heideman. Ernaast stond een ouder huis, ook eigendom van Heideman. Dat werd na het voltooien van de nieuwbouw afgebroken of tot schuur gedegradeerd.
Fragment kadastrale kaart, 1909 (perceel E-2263)Fragment uit ‘Boerderij- en Veldnamen in Aalten’Hendrik Heideman met dochter Mina en schoonzoon Jan Colenbrander met hun drie kinderen, Henk, Dinie en Willemien
Voormalige spekslagerij met rokerij, café en woonhuis op de hoek van de Prinsenstraat (voorheen Achterstraat) en de Landstraat.
Het huidige pand werd gebouwd tussen 1880 en 1890 in een sobere stijl met invloeden uit het neoclassicisme zoals bijvoorbeeld de pilasters en het hoofdgestel. In 1901 kocht slager J.H. Prinsen het pand. Hij liet vermoedelijk rond 1912 de winkelpui met art nouveau- invloeden bouwen. Na aansluiting op het elektriciteitsnet installeerde de slagerij als één van de eersten een koelinstallatie. In 1927 liet Prinsen een compleet winkelinterieur van de Duitse firma Bröcker uit Elberfeld komen.
Het interieur van de slagerij is tot 1976 in gebruik geweest en zowel het interieur als de inventaris is volledig bewaard gebleven. Opmerkelijk is onder meer het glazen plafond, de betegelde wanden met figuratieve tableaus, een met porselein beklede spiegel en de toonbank. In de kelder zijn de spekkuipen bewaard gebleven en in de werkplaats (voormalige slachterij) bevinden zich de vleeshaken en de plaats van de kookketel en op de kleine binnenplaats de rookoven.
De panden Dijkstraat 18, 20 en 22 zijn omstreeks 1979 afgebroken om plaats te maken voor de doorbraak van de Admiraal de Ruyterstraat tussen Dijkstraat en Stationsstraat.
Hiermee verdween ook het ‘gängeske‘, het pad tussen smederij Heijnen (Dijkstraat 20), en het woonhuis van de buren (nummer 22). Dit pad was eigendom van de familie Heijnen, maar werd dankbaar door de Aaltense bevolking gebruikt als verbindingspad. De pastoor kwam ieder jaar met een schaaltje perzikken naar de smederij als dank, want ook kerkgangers gebruikten het paadje op zondag.
De familie Heijnen liet het graag toe. Men had tenslotte een onderneming en voor de klandizie en de goede naam had men dat er wel voor over. Eens in de dertig jaar ging het pad echter dicht, een gebeurtenis die zelfs notarieel werd vastgelegd. Dat was bedoeld om te voorkomen dat het eigendomsrecht van het pad door publiekelijk gebruik zou verjaren.
Bernard Heijnen
Bernard Heijnen kwam op éénjarige leeftijd in het smederijpand te wonen. Tot kort voor de sloop oefende hij er het oude ambacht uit, dat hij van zijn vader leerde. Het was zwaar werk, maar Bernard vond het fijn. Zijn vader zei altijd tegen hem: “Eerst zorgen dat er wat op de boterham komt, dan pas naar de meisjes kijken”.
In 1938 kreeg Bernard zelf het beheer over de zaak. De werkzaamheden liepen in die tijd uiteen van schoppen uitslaan en hoefijzers maken tot de fabricage van hoepels en bijlen. De klantenkring van Heijnen bestond voornamelijk uit boeren van de Heurne en de Haart. Niet altijd de makkelijkste klanten, want het kwam wel eens voor, dat Heijnen in de stromende regen moest doorwerken aan een boerenwagen, die per se klaar moest. Nat en bezweet in de kille buitenlucht.
De inventaris van de smederij is behouden gebleven en overgebracht naar museum ’t Frerikshuus aan de Markt: het smidsvuur met kap, een hoepelwals, slijpstenen, een oude werkbank en verschillende soorten gereedschap. Met de sloop van deze smederij was wederom een karakteristiek stukje Aalten verleden tijd.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.