Ada Somsen meldde ons: “Dit huis (oorspronkelijk een boerderij) is in het 3e/4e kwart van de 19e eeuw aangekocht door mijn overgrootvader (de vader van de latere wethouder F.H. Somsen), die smid was. In diezelfde periode moet de gevel zijn vernieuwd door er een ‘neo-classistische’ voorzetgevel voor te zetten. Tussen 1920 en 1925 is het onderste deel van de voorgevel nogmaals verbouwd. Tot 1971 was het een winkelpand met links achter de dubbele deuren in de oude ‘smidse’ een gas- en zuurstofdepot. Tot 1971 heb ik er gewoond. Het huis is afgebroken in 1972, waarna Modehuis Heezen zich in de nieuwbouw vestigde.”
Eigenaren
Kadaster 1832
Aalten I1274 Hendrik Jan Rensink 290 m² huis en erf
Bewoners
Bevolkingsregister 1813
Aalten 64
Hendrik Jan Rensink (Aalten, 28-01-1782), smit
1 oude vrou 1 man 1 vrouw 2 zoons 1 dogter 1 zuster
Gebouw Elim is in gebruik als multifunctioneel verenigingsgebouw van de Protestantse Gemeente Aalten. Het huidige gebouw Elim werd in 1959 gebouwd ter vervanging van het Cathechiseerhuis ‘Elim’ op dezelfde plek. Oudere kinderen van de Nederlandse Hervormde Kerk kregen hier godsdienstles. In dit catechiseerhuis werd rond 1880 ook zondagsschool gehouden.
In 1907 waren er plannen voor het vernieuwen van het toenmalige Cathechiseerlokaal. De kosten waren begroot op ruim 2000 gulden. Een flinke verbouwing was hoognodig want, zo lazen we in de Aaltensche Courant:
Welk gebouw in Aalten wordt meer gebruikt voor vergaderingen dan het Cathechiseerhuis. Dikwijls moeten twee of drie vergaderingen gelijktijdig gehouden worden, wat natuurlijk in het tegenwoordige niet kan. En ook is de ruimte veel te klein. We denken aan openbare vergaderingen, anti-kermis-samenkomsten, kerstfeestvieringen enz. Zelfs voor gewone vergaderingen van Jongelings- en knapenvereeniging is het gebouw niet doelmatig. Bovendien is het bestaande gebouw slecht en zal, indien de verbouwing onverhoopt niet mocht doorgaan, spoedig eene goede restauratie noodig zijn.
Wat er van deze plannen terechtkwam hebben we (nog) niet gevonden.
Nieuwbouw
Op 20 oktober 1959 schreef Dagblad Tubantia:
Ds. Stegeman zal maandag het nieuwe Elim openen
Ds. J.D. Stegeman, emeritus predikant van de Ned. Herv. Gemeente van Aalten, zal maandagmiddag het nieuwe kerkcentrum Elim officieel openen. Daarmee zal op feestelijke wijze een periode van twee jaar worden afgesloten, tijdens welke het oude Elim tot op de bodem werd afgebroken om plaats te maken voor een ruim en modern gebouw dat een ontmoetingscentrum wil zijn voor alle Aaltense hervormden.
Gemeente bracht er offers voor
Elim is in Aalten een begrip sinds tientallen jaren. Er werd vergaderd op hoog en laag niveau, zang- en toneelverenigingen repeteerden er, catechisaties werden er gehouden en Elim deed dienst bij trouw- en rouwdiensten. Maar Elim groeide geleidelijk uit zijn jasje en het begon ook tekenen van slijtage en uitwoning te vertonen. Zo rijpten een jaar of drie geleden de plannen voor algehele nieuwbouw; plannen waarvan de uitvoering veel geld zou vergen.
Maar de Aaltense hervormden brachten dat geld eendrachtig bijeen. Een inzameling onder de gemeenteleden verschafte een hechte basis van ruim ƒ 80.000, welk bedrag in vijf jaar tijds geïnd zou kunnen worden. Daarbij kon gevoegd worden een fonds dat oorspronkelijk bedoeld was voor de bouw van een hervormd jeugdcentrum op de Wehme, welk plan evenwel niet is uitgevoerd. Al met al bleek er een bouwkapitaal van ruim een ton beschikbaar.
Toch heeft de praktijk uitgewezen dat ook dat bedrag nog niet voldoende zal blijken. De bouw van het nieuwe Elim zal namelijk naar schatting anderhalve ton eisen en daarbij is de inrichting niet gerekend.
Goede investering
Het is een flinke investering voor een kerkelijke gemeente. Maar het is een goede investering geweest. Want het nieuwe Elim is een prachtig gebouw geworden, misschien niet zozeer wat uiterlijk betreft doordat de mogelijkheden beperkt waren, maar vooral qua interieur. Het werk is onder architectuur van de heren J.B. Blekkink te Aalten en Huistra te Almelo uitgevoerd door het Aaltense aannemersbedrijf Vreeman.
In de hal trekt het oog terstond een gebeeldhouwd kruis met wijnranken, een fraaie schepping van de kunstenaar Baljet uit Beek bij Nijmegen. De grote zaal, die straks ook dienst zal gaan doen voor jeugd- en rouwdiensten, biedt (zonder tafeltjes) plaats aan 254 personen. Er is een bescheiden toneelruimte in gebouwd. Gelijkvloers bevinden zich verder de bibliotheekzaal, de keuken en toiletten. Op de eerste etage liggen nog drie vergaderlokalen, waarvan het grootste bestemd zal zijn voor zgn. brede kerkeraadsvergaderingen, koorrepetities e d. Een der kleinere zalen valt op door de massieve oude balken, die het geheel een antiek aanzien verlenen. Uit de hal leidt een aparte trap naar de garderobe. Boven de trap naar de verdieping valt het oog op een door Piet te Lintum vervaardigde muurschildering, gebaseerd op de Bijbeltekst uit Exodus: „Daarna kwamen zij in Elim, daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen en zij legerden zich daar aan het water.”
Met het oude Elim is tot spijt van vele Aaltenaren een markant plekje verdwenen uit het dorpsbeeld, namelijk de verhoogde doorgang met aan de zijde van de Kerkstraat vooral een alleraardigste trapopgangetje. Nu loopt tussen de kerk en Elim een enkele meters brede weg, zij het ook dat die straks niet voor het openbaar verkeer open zal zijn.
Renovatie
In de periode 2009-2010 is gebouw Elim geheel gerenoveerd en daarbij is een bijzondere muurschildering van Piet te Lintum bewaard gebleven. Het gebouw beschikt over een grote zaal met circa 150 zitplaatsen en een podium. Verder een kleedkamer c.q. vergaderruimte, drie vergaderzalen, twee keukens, een ruime hal en goede sanitaire voorzieningen zowel beneden als boven. Voor de bovenetage is een lift aanwezig. Het gebouw wordt gebruikt voor allerlei kerkelijke activiteiten en wordt daarnaast verhuurd voor activiteiten als vergaderingen, toneelavonden of presentaties.
Archieven
Kadaster 1832
Aalten I1498 de Hervormde Kerk van Aalten 3060 m² kerk en erf
Adresboek 1934
Aalten D582 > Landstraat 20
„Elim”
Adresboek 1967
Landstraat 20
Gebouw „Elim”
Fouten voorbehouden. Heeft u correcties en/of aanvullende informatie? Reageer dan onderaan deze pagina.
Het pand op bovenstaande foto werd in 1929, in opdracht van Hendrikus J.F. Kothuis, borstelmaker en later herbergier, vervangen door een dubbel woon- en winkelhuis, waarin een dames- en een herenkapsalon werden gevestigd, gerund door hem en zijn zusters Josephina (“Fine”) en Johanna.
In 1934 kreeg het pand de adressen Landstraat 4 en 6. Nummer 6 werd later 4a, toen het naastgelegen pand nummer 6 kreeg.
In 1947 werd het perceel in tweeën gesplitst. De twee percelen grenzen aan de achterzijde aan de Kerkstraat. Het officiële adres van nummer 4a is volgens het kadaster Kerkstraat 16.
Sinds 1929 zaten in dit pand, naast de kapsalon(s) van Kothuis, een cafetaria (Kareltje Peter), een kaashandelaar (Piet de Kaasboer), poelier Alex Boom, schoenmaker Wiegerinck, een telefoonwinkel, een computerwinkel en anno 2025 een kledingreparatieservice.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1255
Hendrik Duenk, metselaar
230 m² huis en erf
1855
I-1255
Bernardus Vultink, borstelmaker
230 m² huis en erf
1910
I-1255
Jan / Johannes Kothuis, herbergier
230 m² huis en erf
1934
I-6636
Helena Theodora Vultink, wed. J. Kothuis
225 m² huis en erf
1937
I-6938
Helena Theodora Vultink, wed. J. Kothuis
224 m² huis en erf
1947
I-7528 I-7527
H.J.F. Kothuis e.c., kapper (Landstraat 4) vof F. en J. Kothuis (Landstraat 6)
116 m² huis en erf 108 m² huis en erf
1963
I-8919 I-8920
H.J.F. Kothuis e.c., kapper vof F. en J. Kothuis
110 m² winkel, woonhuis, erf 102 m² winkel, woonhuis, erf
1971
I-9998 I-10015
H.J.F. Kothuis e.c., kapper vof F. en J. Kothuis
104 m² woonhuis, erf, cafetaria 98 m² winkel, erf, woonhuis
Wiegerinck lederwaren, schoenreparatie en sleutelserviceDameskapsalon (l), Heerenkapsalon (r), 1955Fragment kadastrale kaart, 1937 (perceel I-6938)Aaltensche Courant, 2 juni 1906Aaltensche Courant, 29 juli 1914Aaltensche Courant, 31 mei 1929Aaltensche Courant, 18 oktober 1929‘Salon de Coiffure’, VVV-gids jaren 1930Aaltensche Courant, 29 juli 1949Poelier Alex Boom, Landstraat 4
Landstraat 6, het pand van Intertoys, kort voor de sloop (foto: Dirk Plug)
Beschrijving
In 1904 werd op dit adres een bijzonder Jugendstil-pand gebouwd, met torentje, in opdracht van slager Jacob Spier. Het ontwerp kwam van architect J.J. Post uit Winterswijk.
Rond 1910 vestigde Abraham van Gelder hier zijn slagerij. Abraham trouwde in 1907 met Reintjen de Jong uit Apeldoorn. Zijn winkel was in elk geval vanaf 1920 gevestigd in de Landstraat.
Samen met zijn broer Levie, die een slagerij had aan de Dijkstraat, leverde hij koosjer vlees aan de Joodse bevolking van Aalten. Ook de andere Joodse slagers, die zelf niet koosjer slachtten, betrokken het koosjere vlees van de gebroeders Van Gelder.
Tijdens de Duitse bezetting in de jaren ’40 van de vorige eeuw moesten de Joodse winkels sluiten. Abraham en Reintjen verhuisden toen aanvankelijk naar de Stationsstraat 24. Van daaruit vertrokken ze naar een onderduikadres in de Oosterkerkstraat.
Op 22 augustus 1944 werden ze verraden en gearresteerd. Met de laatste deportatietrein die Nederland verliet op 3 september 1944, werden ze naar Auschwitz gebracht, waar ze op 6 september 1944 werden vermoord.
Uit een foto in ons archief blijkt dat de dubieuze organisatie Nederlandsche Unie rond 1940-1941 in het pand kantoor hield.
Het gebouw werd vermoedelijk rond de jaren 60 van de vorige eeuw afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Dat pand is rond 2007 ook alweer gesloopt om plaats te maken voor het nieuwbouwcomplex Hof van Leerink.
Tot 2020 was dit het adres van speelgoedwinkel Intertoys.
Fragment kadastrale kaart, 1896 (perceel I-1256)Graafschapbode, 11 mei 1904Aaltensche Courant, 23 maart 1910Aaltensche Courant, 3 augustus 1937Aaltensche Courant, 6 augustus 1937Aaltensche Courant, 19 oktober 1937De Graafschapper, 8 december 1939Zutphense Courant, 11 september 1951Nieuwe Winterswijksche Courant, 29 mei 1974
Hendrik Jan Degenaar (Aalten, 29-01-1801), bakker (1) Anna Geertruid ten Bengevoort (Winterswijk, 27-03-1796) (2) Hendrika Johanna Meijlink (Borculo, 26-10-1806)
In 1892 ging Hendrik Jan Klein Nibbelink van start als hoefsmid aan de Landstraat in Bredevoort. Rond 1990 vestigde Klein Nibbelink zich aan de Winterswijksestraat. Tegenwoordig is het een Land- en Tuinbouwmechanisatiebedrijf.
Eigenaren
Kadaster 1832
Bredevoort B189 de Gemeente; r.v.e. Geelink, Wed. Harmen Jan Bredevoord 260 m² huis en erf
Het perceel dat tegenwoordig het adres Landstraat 8 heeft, was tot omstreeks 1960 onbebouwd en behoorde bij het adres Kerkstraat 12. Toen kocht Delleman, eigenaar van drukkerij en uitgeverij “De Graafschap” het deel van het perceel aan de Landstraat en liet er een woon-winkelpand bouwen. Daarin vestigde hij Kunsthandel “De Graafschap”. Er heeft ook platenzaak in gezeten, genaamd “Studio 71”. Later was hier jarenlang eetcafé Jan & Janny gevestigd, later “Heuvelland”.
Tegenwoordig is dit het adres van Juwelier-Goudsmid Van Eerden, in het nieuwbouwcomplex Hof van Leerink.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1877
I-2644
Johannes Leerink, koopman & manufacturier
97 m² tuin
1896
I-4699
Johannes Leerink, koopman & manufacturier
467 m² huis en erf
1904
I-5111
Johannes Leerink, koopman & manufacturier
471 m² huis en erf
1934
I-6634
Harmen Jan Gerhard Leerink, winkelier in manufacturen
460 m² huis en erf
1937
I-6936
Harmen Jan Gerhard Leerink, winkelier in manufacturen
540 m² 2 huizen en erf
1960
I-8478
Willem Johan Delleman, drukker & uitgever
180 m² winkelhuis, erf
1963
I-8922
Willem Johan Delleman, drukker & uitgever
140 m² winkelhuis, erf
1967
I-8922
N.V. Kunsthandel “De Graafschap”
140 m² winkelhuis, erf
Bewoners
Adresboek 1967
Landstraat 81
Kunsthandel “De Graafschap” Mevr. N. Pieterse
Fouten voorbehouden. Heeft u correcties en/of aanvullende informatie? Reageer dan onderaan deze pagina.
Gradus te Hennepe (Aalten, 11-02-1807), metselaar Hendrika Terfenkoorn (Dinxperlo, 08-09-1802)
Volgende bewoners:
Hendrik Jan Buesink (Aalten, 24-06-1838), smid Dela Berendina te Grotenhuis (Dale, 28-12-1838)
In de periode hierna, 1870-1880, vinden we het echtpaar Buesink terug op het naastgelegen nummer 314 (Landstraat 32). Zijn ze één deur verder verhuisd? Of is de nummering rond deze periode één nummer opgeschoven, bijvoorbeeld vanwege nieuwbouw? Nader uit te zoeken!
De volgende – danwel rest van de – bewonersgeschiedenis komt uit op Landstraat 34, dat qua locatie overeenkomt met de kadasterkaart uit 1832.
Bernadus Henricus Möllman (Haus Dülmen/D, 26-10-1794), wever (2) Grada Aleijda Gil(d)huis (Aalten, 08-08-1792) (3) Anna Maria Elisabeth ten Beitel (Groenlo, 31-03-1797) (4) Berndiene Stottelder (Lichtenvoorde, 23-07-1790)
Bernadus Henricus Möllmann (Haus Dülmen/D, 26-10-1794), wever
Drie jaar na het overlijden van Bernadus Henricus, vertrekt zoon Johannes Theodorus op 25-07-1853 met zijn vrouw en hun twee jonge dochtertjes naar Noord-Amerika.
Op 31 maart 2023 is er een Stolperstein gelegd voor dit huis, ter nagedachtenis aan huisarts Joop der Weduwen, die hier tijdens WO2 woonde. Deze ‘Dokter van het verzet’ bood in de oorlogsjaren medische hulp aan Joodse onderduikers en hielp mensen die door de bezetters werden gezocht.
In januari 1945 ging Der Weduwen naar Den Haag om te pleiten voor betere leefomstandigheden voor dwangarbeiders die in kamp Rees tewerk waren gesteld. Op de terugweg sloeg het noodlot toe. Het voertuig waarin Der Weduwen zat werd beschoten, waarbij de 42-jarige huisarts om het leven kwam.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1476 I-1475
de wed. Jan Willem te Gussinklo
180 m² huis en erf 117 m² huis en erf
1860
I-1476 I-1475
Jan Matthijs Prins, winkelier
180 m² huis en erf 117 m² huis en erf (dj. 1868: afgebrand)
1868
I-2809 I-2810
Aaltje Tolkamp, wed. Bernardus Schepers
180 m² erf 117 m² erf
1869
I-2855
Janna Willemina Wolfskoten, minderj.
250 m² huis en erf
1876
I-2855
Jan Matthijs Prins, winkelier
250 m² huis en erf
1881
I-3623
John Bernard William Maitland, notaris
747 m² huis en erf
1902
I-3623
Herman Johannes der Weduwen (Dreischor, 22-10-1868), arts
Rooms-Katholieke lagere school. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het gebouw afgebroken en vervangen door nieuwbouw, de tegenwoordige basisschool ’t Bastion.
Adresgeschiedenis
Adresboek 1934
Bredevoort 71 > Landstraat 1
R.K. School
Adresboek 1967
Landstraat 1
R.K. School
Fouten voorbehouden. Heeft u correcties en/of aanvullende informatie? Reageer dan onderaan deze pagina.
Bovenstaande tekening is gemaakt door de in 2018 overleden Aaltense tekenaar Willy Walvoort. Hij schreef erbij: “De dorpsschool in 1824. Boven: de ingang was op de kerkheuvel. Onder: aan de Landstraat de nachtwacht, gevangenis en brandweer.”
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over de school:
“In het dorp Aalten gingen de kinderen allen naar één school. Splitsing kende men niet. De kinderen van alle godsdienstige richtingen zaten naast elkaar op de schoolbanken. De school was gevestigd in een gebouw aan de Landstraat naast de Herv. Kerk. Beneden was de wacht en op de verdieping was de school. Meester Stegeman zwaaide er den scepter. Met nog 2 hulponderwijzers werd aan de Aaltensche jeugd onderwijs gegeven. Met zes kinderen in een bank, had men ’s winters zoo’n 60 à 70 leerlingen per onderwijzer. Elken morgen werden de lokaaldeuren opengezet, en deed het hoofd der school een gebed.
De orde in de klas werd gehouden met de roede, want wie niet wilde luisteren, werd met een eindje hout bewerkt. En meester Stegeman had de schrik er in. Maar hij was een werkzaam man en spaarde zich geen moeite om het onderwijs zoo goed mogelijk te doen zijn. De avondschool was nog een goede gelegenheid om kinderen, die al vroegtijdig van school moesten, nog een beetje kennis bij te brengen. Dan had meester een kleinere klas en was het onderwijs geven gemoedelijker.”
Het benedendeel van het gebouw lag op het niveau van de Landstraat en was grotendeels ingegraven in de kerkheuvel. Hierin waren het wachtlokaal van de nachtwacht, het lokaal voor de brandspuiten, een kelder en de prison (het arrestantenlokaal) gevestigd. Boven was het schoollokaal van ca. 9×15 meter, met acht grote ramen, waarvan er vier konden worden opengeschoven voor de ventilatie. De ingang bevond zich in de oostgevel, aan de kant waar nu het gebouw Elim staat en was bereikbaar over een pad direct langs het kerkhof. De twee toiletten waren ook buiten tegen de oostgevel aangebracht.
Het pand kwam in 1886 te koop, vermoedelijk vanwege de ingebruikname van de nieuwe Openbare Lagere School aan de Herenstraat.
Tegenwoordig heeft de voormalige school een woonbestemming en vinden we op de benedenverdieping van dit pand Kapsalon Ter Maat.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1265
de Gemeente van Aalten
123 m² huis en erf
1882
I-3736
de Gemeente Aalten en de Hervormde Kerk
170 m² school
1887
I-4187
Gerrit Willem Vaags, winkelier
233 m² huis en erf
Fouten voorbehouden. Heeft u correcties en/of aanvullende informatie? Reageer dan onderaan deze pagina.
De geschiedenis van Café Leuven gaat meer dan twee eeuwen terug. Aan het begin van de 19e eeuw was Hendrikus Vultink (1781-1861), naast borstelmaker, de eigenaar van een tapperij genaamd ‘De Leeuw.’
In de tijd van Napoleon waren er, naast de gelagkamer, enkele kamertjes waar officieren uit het Franse leger waren ondergebracht. Behalve voor de officieren in ‘De Leeuw’, voorzag de familie Vultink een deel van het Franse garnizoen van warme maaltijden. Een geliefd maal bij de soldaten en officieren was zuurkool met varkensvlees. Niet zomaar een stukje varkensvlees, nee een heel of een half varken naar gelang het uitkwam werd met de zuurkool meegekookt. De Franse soldaten waren echte rokkenjagers en het was voor de dienstbodes die het eten brachten verduveld goed oppassen.
Logement
Na de Franse overheersing werd de familie uitgebreid met de geboorte van een zoon, Hendrikus Georgius Vultink die op 6 juli 1821 het levenslicht zag. Hij trouwde in 1852 met Josephina Antonette van Ginther, een Winterswijkse schone met wie de familietraditie werd voortgezet, dat willen zeggen dat Vultink naast tapper het borstelmakersvak uitoefende. Vlak voor dit huwelijk werd ‘De Leeuw’ een echt logement; een minder voorname naam voor een hotel, waar mevrouw Vultink-Ginther voornamelijk de scepter zwaaide.
Ook dit huwelijk bleef niet kinderloos. Een van de dochters, Elisabeth Johanna Vultink trouwde in 1890 met Johannes Bernardus Kamps, bierbottelaar en logementhouder uit Winterswijk. Kamps zette de bierbottelarij voort in Aalten en richtte zich daarnaast volledig op het logement, dat toen al populaire ontmoetingsplaats was voor de lokale bevolking. Hier kwamen Aaltenaren bijeen om te kaarten en de kwesties van de dag te bespreken.
Marie Kamps
Op 17 april 1892 dronk vader Kamps een extra borrel, want zijn vrouw had het leven geschonken aan een flinke dochter, Maria Louisa Josephina. En het was deze dochter die op 10-jarige leeftijd tijdens de Meimarkt in 1902 met vaardigheid het dienblad hanteerde. Zeven decennia later vertelde zij daarover:
De bijna 80-jarige Marie Leuven-Kamps, nog steeds actief achter de tap
“Ik kan het me nog als de dag van gisteren herinneren. Het was die dag ongewoon druk en omdat ik met mijn smalle figuurtje mij gemakkelijk tussen de tafeltjes en stoelen kon bewegen dan mijn moeder kwam dat de omzet in het café vanzelfsprekend ten goede. De klanten hadden er blijkbaar schik in dat zij bediend werden door een ‘jong deerntje’, de kwinkslagen waren dan ook niet van de lucht.
Overigens viel het met de bediening nogal mee. Iedereen dronk een ‘klaorken’, de dames met en de mannen zonder suiker, af en toe schonken wij een glaasje rood, het beste te vergelijken met het glaasje bessen van vandaag. De borrel kostte 6 cent ofwel een grosch per glas, want het Duitse betaalmiddel was in die tijd net zo gangbaar als het Nederlandse geld.”
De vuurdoop had zij dus met glans doorstaan en omdat zij er zelf ook wel plezier in kreeg werd de jonge Marie hoe langer hoe meer ingeschakeld. Dat was vooral op zondagmorgen wanneer de kerk uitging. Velen hadden een vaste ‘angang’ om na afloop een kopje koffie te drinken en daarna het paard in te spannen om naar huis te rijden. Sommigen bleven na de ochtenddienst in ‘De Leeuw’ om ’s middags opnieuw ter kerke te gaan.
“In ‘De Leeuw’ kon men ook terecht om iets in de fles te halen. Een fles jenever kostte in mijn jonge jaren 64 cent, een maatje 8 cent en een half oord (2 maatjes) 16 cent.”
Over het cafébezoek in die tijd vertelde ze: “Het waren over het algemeen de oudere getrouwde mannen die een borreltje of een flesje bier kwamen drinken. Men keuvelde wat, legde een kaartje en naarmate de tijd verstreek werden de verhalen mooier en griezeliger. Als dan de ‘papklok’ luidde om 9 uur betekende dat het uur geslagen had om naar huis te gaan, want de andere dag was het al vroeg opstaan geblazen. Jonge mensen zag men zelden in een café, bij hoge uitzondering en dan nog in gezelschap van vader. De tijden zijn in dat opzicht wel veranderd. De rollen zijn nu omgekeerd.”
Ook vertelde zij over de inkwartiering tijdens de Eerste Wereldoorlog waarvoor 80 cent per dag voor inkwartiering werd ontvangen. Over de vluchtelingen uit het krijgsgevangenenkamp ‘Friederichsfeld’ bij Wesel die in Aalten terechtkwamen en door de familie Kamps op last van hogerhand van voedsel werden voorzien, voordat zij op transport gesteld werden. En in alles speelde Marie Kamps een voorname rol.
Zij was van alle markten thuis. Niet alleen in het café en in het huishouden, ook bij het bottelen stond zij haar mannetje. Zij spande het paard in voor de bierwagen, reed er mee naar de klanten in Aalten, zoals de Tolhutte, Mariënvelde, Zieuwent, Lichtenvoorde om maar een paar plaatsen te noemen. Ook in Bocholt was de bierwagen van Kamps een vertrouwd beeld.
Marie Kamps is praktisch haar hele leven het café trouw gebleven, ook na haar huwelijk in 1924 met Willem Leuven, schilder van beroep. Het café bleef het domein van Marie.
Na het overlijden van de heer Leuven in 1966 is er nieuw bloed in de zaak gekomen toen de zoon L. Leuven met zijn vrouw zo geleidelijk aan de leidsels ging overnemen. En als de voortekenen niet bedriegen dan zullen er nog ettelijke jaren aan het bestaan van de zaak worden toegevoegd. Een kleinzoon is pas 10 jaar maar schenkt nu al als het van vader mag een klein borreltje in.
Op zaterdagmiddag 15 oktober 1932 brandde het pand geheel uit, waarna in 1933 de eerste steen werd gelegd van het huidige pand aan de Landstraat.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1275
Theodoor Wilhelm Meijerink
400 m² huis en erf
Bewoners
1813
Aalten 65
Carel Jacob Engelbert Blücher (Elberfeld, 1783), drukker en verver Casper Hoff (1783), knegt
Het oude café De Leeuw, getekend door Piet te LintumHotel-Restaurant ‘De Leeuw’ geheel uitgebrand, 1932Graafschapbode, 17 oktober 1932Briefhoofd Schilders- en Behangersbedrijf Fa. Leuven, 1963
Het oorspronkelijke Ambthuis dateerde blijkens muurankers uit 1699. Het was vervolgens een eeuw lang het machtscentrum van de Heerlijkheid Bredevoort. Het Ambthuis werd ook wel Mauritshuis genoemd. Blijkbaar had Prins Maurits onder de inwoners een onvergetelijke indruk achtergelaten.
Hoofdgerecht
Na de kruittorenramp van 1646 was stad en heerlijkheid Bredevoort zonder ambtshuis (combinatie van een rechtbank en stadhuis) geraakt. Het zou toch nog ruim vijftig jaar duren voordat er weer een nieuw ambthuis werd gebouwd. Waarschijnlijk was het gebouw verbonden met de Misterpoort, de stadspoort tegenover het huis. Het gebouw was tevens het hoofdgerecht van de heerlijkheid. In Aalten en Winterswijk waren ook rechtbanken, maar de zware vergrijpen werden altijd in Bredevoort behandeld. De drost fungeerde als rechter.
In de kelders bevonden zich een aantal cachots, cellen, en een gruwelkamer met de nodige werktuigen. De terdoodveroordeelden hadden een cel zonder daglicht en frisse lucht. Wilde je niet bekennen, dan was dreigen met de martelkamer vaak voldoende om schuld te bekennen. Het vonnis werd traditioneel uitgesproken op ’t Zand. Bij een doodstraf werd de veroordeelde meteen naar de Galgenbulte op de Hollenberg gebracht voor uitvoering van het vonnis. Meestal betekende dit ophanging aan de galg die daar al eeuwenlang op slachtoffers stond te wachten. Het schijnt dat je de galg vanaf de Aalterpoort kon zien staan. Voor de plaatselijke bevolking was zo’n executie sensationeel. Heel Bredevoort en Aalten liep dan ook uit om dit mee te maken.
Andere functies
Na de Franse tijd verloor het gebouw haar functie en was het onder andere in gebruik als winkelpand van de katholieke coöperatie. In 1920 werd deze opgericht door de arbeidersvereniging. Vroeger gingen de katholieken naar deze winkel en wie een andere geloofsovertuiging had, ging naar de andere coöperatie iets verderop in de Landstraat.
Het Ambthuis werd omstreeks 1963 gesloopt. De kelders van het Ambthuis bevonden zich nog onder de winkel, met daarin twee gevangeniscellen. In 1964 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van meubelzaak Betting op deze locatie. In 2009 werd dit pand weer gesloopt, na de verhuizing van Betting naar een nieuw winkelpand aan de Prins Mauritsstraat.
Nieuwbouw
Nu staat er op de plek van het oude Ambthuis een zorgappartementencomplex met twintig appartementen en een restaurant. De nieuwbouw kreeg wederom de naam ‘Ambthuis’. Uiterlijk vertoont het nieuwe pand veel overeenkomsten met zijn illustere voorganger. Aan het gebouw werd een replica van de historische zonnewijzer bevestigd en voor het gebouw een replica van de muziekkoepel. In de voorgevel werd een originele gevelsteen van het oude Ambtshuis ingemetseld met daarop de tekst “Die kan lide haet en nijt, die overwint in korten tijd.”
Eigenaren
Kadaster 1832
Bredevoort B104 Jan Barend Top bleeker te Bredevoort 390 m² huis en erf
Op de hoek van de Landstraat en de Markt stond tot de jaren vijftig van de vorige eeuw logement en café De Landman van de familie Floresteijn. Het pand is helaas gesloopt voordat de Markt en omgeving in 1966 tot beschermd dorpsgezicht werd verklaard. Op deze plek werd later een houten VVV-kantoortje gebouwd. Midden jaren ’70 verrees hier de aanbouw van het gemeentehuis, dat inmiddels ook weer vervangen is door nieuwbouw.
De Prins van Oranje is een ronde stenen walkorenmolen met een met dakleer gedekte kap voor het malen van graan. De molen staat op een belt van 3,5 meter hoogte, maar daaronder zit ook nog het zes meter hoge Bastion Welgemoed dat ooit deel uitmaakte van de vestingwerken van Bredevoort.
Omstreeks 1644/45 werd door de prins van Oranje, als heer van Bredevoort, toestemming verleend voor de bouw van een standerdmolen op het bastion Welgemoed. Nadat deze in 1869 afbrandde werd in 1870 op dezelfde plaats de huidige molen gebouwd. De bouw duurde langer dan gebruikelijk, omdat de Duitse metselaars moesten dienen als soldaat in de Frans-Pruisische Oorlog. De molen is in 1968 gerestaureerd en nogmaals in 1991 en 1992 voor wat betreft het technische gedeelte.
Archieven
Kadaster 1832
Bredevoort B121 Gerrit Willem Heusinkveld molenaar te Bredevoort 25 m² korenmolen
Adresboek 1934
Landstraat 32
Molen
Adresboek 1967
Landstraat 34
Pakhuis
Fouten voorbehouden. Heeft u correcties en/of aanvullende informatie? Reageer dan onderaan deze pagina.