Tag: Dijkstraat

  • Hotel De Kroon

    Hotel De Kroon

    Dijkstraat 62, Aalten

    Aan de Dijkstraat in Aalten, op de hoek met de Stationsstraat, staat het voormalige hotel De Kroon. Het pand werd in 1911 gebouwd als café met woonhuis, naar ontwerp van de Aaltense architect Jan Brill. Het gebouw is uitgevoerd in overgangsarchitectuur met kenmerkende decoratieve elementen. Ondanks latere uitbreidingen en vernieuwde vensters heeft het pand zijn oorspronkelijke karakter grotendeels behouden.

    Voordat Hotel De Kroon werd gebouwd, stond op deze plek het café van Lelivelt. In die tijd reisden bezoekers veelal met paard en wagen; de paarden werden bij het café vastgezet en verzorgd. Ook reizigers per trein wisten de locatie te vinden: het station van Aalten lag slechts enkele tientallen meters verderop.

    Tegelijkertijd met het gereedkomen van Hotel De Kroon deed ook de stoomtram zijn intrede in het dorp. De Gelders Westfaalsche Stoomtram Maatschappij verzorgde de tramlijndienst Bocholt – Aalten – Bredevoort – Lichtenvoorde. Het hotel was daardoor goed bereikbaar per trein én per tram.

    Oorlogsjaren

    In de oorlogsjaren had Hotel De Kroon geen beste naam. In juli 1941 opende hier het derde Moederhuis van Gelderland, een initiatief van de Nederlandsche Volksdienst (NVD), een onderafdeling van de NSB. In het Moederhuis verbleven vrouwen uit grote gezinnen die lichamelijk en geestelijk uitgeput waren. Zij konden hier drie weken herstellen, onder meer in de tuin achter het hotel, voordat zij terugkeerden naar huis.

    Na de oorlog

    Bij Hotel De Kroon lagen destijds ook de tennisbanen van de Aaltense tennisvereniging Altec, die later zijn verdwenen. In de loop der jaren verloor het gebouw zijn hotelfunctie. Tegenwoordig (2025) is het pand in gebruik als afhaalchinees en pizzeria.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 36

    Petrus Lelivelt (Mook, 17-02-1833), timmerman
    (1) Grada Aleida Gildhuis (Aalten, 06-10-1836)
    (2) Wilhelmina Schutten (Groenlo, 31-07-1840)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 39

    Petrus Lelivelt (Mook, 17-02-1833), timmerman
    Wilhelmina Schutten (Groenlo, 31-07-1840)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 41

    Petrus Lelivelt (Mook, 17-02-1833), kastelein
    Wilhelmina Schutten (Groenlo, 31-07-1840)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 61

    Petrus Lelivelt (Mook, 17-02-1833), herbergier
    Wilhelmina Schutten (Groenlo, 31-07-1840)

    Volgende bewoners:

    Johan Diederik Beskers (Kotten, 07-03-1882)
    Johanna Kotmans (Woold, 22-12-1880)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A43 > A31

    Johan Diederik Beskers (Kotten, 07-03-1882), tapper / hotelhouder
    Johanna Kotmans (Woold, 22-12-1880)

    Adresboek 1934

    Aalten A031 > Dijkstraat 62

    H.J. Beskers

    Adresboek 1967

    Dijkstraat 62

    J.D. Beskers
    Hotel “De Kroon”
    Mej. M.H. Veldkamp

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-2230
    FunctieHotel,
    Restaurant
    ArchitectJan Brill
    Bouwjaar1911
    Monumentnee
  • RK Helenakerk

    RK Helenakerk

    Dijkstraat 11, Aalten

    De rooms-katholieke Helenakerk in Aalten werd gebouwd in 1951 op de fundamenten van haar verwoeste voorganger uit 1895. De huidige kerk staat aan de zuidzijde van het centrum, langs de Boven-Slinge. Sinds 2022 is het gebouw niet langer in gebruik voor de eredienst en in particuliere handen.

    Sinds 1859 stond de RK kerk van Aalten aan het begin van de Dijkstraat, tussen de huidige huisnummers 2 en 4. Op 10 mei 1893 werd deze kerk door brand verwoest. De naastgelegen school, waaraan een loods werd gebouwd, werd ingericht voor kerk, en men moest omzien naar middelen om een nieuwe kerk te bouwen.

    Bouw RK kerk op huidige locatie (1895–1950)

    Men koos nu voor een ruimer terrein aan de overzijde van de Dijkstraat, dat werd aangekocht van de heer H. Driessen en de Hervormde Diaconie. Architect Alfred Tepe ontwierp de nieuwe kerk. Aannemers H.W. Koelman en P. Lelivelt realiseerden de bouw voor f 34.675.

    De kerktoren kreeg vier geledingen: onderin de entree, daarboven een groot spitsboogvenster met polifora, een uurwerk en spitsboogfriezen. De toren werd bekroond met een naaldspits. Rechts naast de kerktoren werd een kleinere traptoren aangebracht. Het schip werd opgezet als pseudobasiliek met rondboogvensters en glas-in-loodramen in de zijgevels. De klokken, geleverd door Gebr. Edelbraak uit Gescher, kostten f 1061,25.

    De plechtige inwijding van de kerk vond plaats op 9 september 1895, verricht door Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht. De feestrede werd uitgesproken door de weleerwaarde heer Antoon Driessen. In 1920 verrees tevens een nieuwe pastorie; tot dan toe gebruikte men de oude, die bij de brand gespaard was gebleven.

    Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog sloegen twee bommen in nabij de kerk, waarbij de kerk, op de toren na, werd verwoest.

    Herbouw RK kerk (1952–heden)

    In 1950 besloot men de zwaar beschadigde kerk te slopen en op de oude fundering een nieuwe, grotere kerk te bouwen. Architect Jan van Dongen uit Apeldoorn ontwierp het nieuwe gebouw, waarbij de bestaande toren werd ingepast. Aannemer was de firma Kemp uit Silvolde, de bouwkosten bedroegen f 290.000,-. Ook Aaltense bouwvakkers werkten mee aan de voltooiing. De inzegening vond plaats op 3 februari 1952 door Mgr. Huurneman.

    Door teruglopend kerkbezoek werd de RK Helenakerk uiteindelijk aan de eredienst onttrokken. De laatste eucharistieviering vond plaats op 12 juni 2022. De parochie HH Paulus en Ludger Oost Achterhoek verkocht de kerk en de naastgelegen pastorie. Voor eucharistievieringen kunnen parochianen sindsdien terecht in Groenlo of Lichtenvoorde. Voor gebedsvieringen is men welkom in de Oude Helenakerk op de Markt, eigendom van de protestantse gemeente Aalten.

    In de tuin van de RK Helenakerk stond een beeld van de heilige Helena. In 2002 werd dit beeld verplaatst naar de tuin van de Oude Helenakerk, aan de kant van de Landstraat, hemelsbreed ongeveer 250 meter noordwaarts.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13193
    FunctieKerk
    ArchitectAlfred Tepe
    Bouwjaar1951
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bronnen


  • Stoomweverij Gebr. Driessen

    Stoomweverij Gebr. Driessen

    Dijkstraat 15-17, Aalten (verdwenen)

    De ‘Stoomweverij Gebr. Driessen’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Dijkstraat, waar tegenwoordig de woonwijk Driessenshof is. Het bedrijf werd opgericht in 1826 en verhuisde in 1981 naar het Aaltense industrieterrein.

    Omstreeks 1817 richtten de broers Anton en Joseph Driessen, afkomstig uit een invloedrijke textielfamilie, in Bocholt de firma Gebrüder Driessen op. Ze handelden voornamelijk in bombazijn, een weefsel van linnen en katoen, dat ze naar Nederland exporteerden. Deze lucratieve handel kwam in gevaar door de verhoging van de invoerheffing in Nederland op buitenlands weefsel.

    Om de hoge tarieven te omzeilen vroegen ze de Nederlandse koning om toestemming voor het openen van een vestiging in Aalten. De vergunning werd verleend en in 1826 vertrok Anton naar Aalten, terwijl zijn broer de firma in Bocholt voortzette.

    Thuiswevers en eerste spinnerij

    Anton zette in Aalten een handspinnerij op voor zijn vele thuiswerkers, voornamelijk bombazijnwevers, die het aangeleverde garen verwerkten. Volgens een gemeentelijk verslag uit 1827 werkten toen al 218 wevers voor hem in en rond Aalten.

    In hetzelfde jaar verplaatste Anton de katoenspinnerij naar een pand aan de Landstraat, dat hij had aangekocht van Manus Scholten. Deze locatie werd omgebouwd tot spinnerij met machines op zowel de begane grond als de verdieping. Ondanks bezwaren van buren wegens geluidsoverlast en brandgevaar, gaf het gemeentebestuur toestemming. Ook de gouverneur van Gelderland verwierp het protest.

    Groeifase en mechanisatie

    In de daaropvolgende jaren groeide de spinnerij uit tot een moderne stoomweverij. Anton richtte ook een blekerij op in Dale en liet aan de Dijkstraat een groot woonhuis met bijgebouwen neerzetten. De bombazijnhandel van Anton groeide in de loop der jaren uit tot een door stoom aangedreven spinnerij die hij later uitbreidde met mechanische weefgetouwen.

    In 1893 stapte Anton’s zoon Herman uit de directie van het familiebedrijf en richtte samen met zijn zoon Joseph een eigen fabriek op aan de Hofstraat: de NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon.

    Overnames en verhuizing

    In 1918 verkocht Anton’s kleinzoon Theodoor het bedrijf aan Twentse investeerders die de fabriek voortzetten als ‘Voorheen Gebr. Driessen’.

    In 1925 breidde de fabriek uit met een confectie-afdeling, van zes naar wel 110 meisjes in dienst. En in de crisisjaren (rond 1933) moderniseerde men grondig: het aantal weefgetouwen steeg van 34 naar 200.

    In 1960 werd het bedrijf overgenomen door Wisselink’s Textielfabrieken, onderdeel van Textiel Groep Twenthe. Zij maakten onder meer technisch textiel, tent- en vlaggendoek.

    Van fabriek naar woonwijk

    Omdat het bedrijf veel geluids- en trillingsoverlast veroorzaakte, verhuisde de fabriek in 1981 naar een nieuw pand op bedrijventerrein ’t Broek. Zusterbedrijf Koala Tricotagefabriek verhuisde naar de Industriestraat.

    Na de verhuizing werd het fabriekspand aan de Dijkstraat gesloopt om plaats te maken voor 120 woningen, de tegenwoordige woonwijk Driessenshof. Voordat de sloop begon, organiseerde de Vereniging tot Verbetering van de Volkshuisvesting (later opgegaan in De Woonplaats) in de lege fabriek een groots feest voor de Aaltense bevolking:


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1848I-1813Engelbartus Beckhuis e.c., koopman359 m² spinfabrijk, erf
    1871I-2984‘de minderjarige van Jan Berend Beernink’8.960 m² stoom-spinnerij,
    weverij & erf
    1885I-3911Herman Anton Frans Carl Maria Driessen,
    fabriekant
    8.810 m² stoomweverij,
    spinnerij met loodsen & erf
    1897I-4712Aleida Wilhelmina Theodora Terwindt,
    wed. Gustaaf Carel Heinrich Driessen
    8.810 m² stoom-, spinnerij
    & weverij, loodsen & erf
    1934I-6574N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen19.550 m² fabriek, kantoor,
    magazijn, erf, boomgaard
    1952I-7577N.V. Textielmij. vh. Gebr. Driessen e.c.19.551 m² fabriek,
    magazijn, erf, boomgrd.
    1981I-7577Gemeente Aalten19.870 m² fabriek, erf,
    boomgrd.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-13390 (o.a.)
    FunctieTextielfabriek
    Oprichtingca. 1826
    Overnames1918, 1960
    Verhuizing1981

    Bronnen


  • Sint Elisabethklooster

    Sint Elisabethklooster

    Dijkstraat 8, Aalten

    Het Elisabethklooster in Aalten was van oorsprong het woonhuis van textielfabrikant Johann Heinrich Joseph (Heinrich) Driessen (Bocholt, 10-07-1794 – Aalten, 04-07-1879). Op 29 juni 1837 legde zijn oudste zoon Theodoor de eerste steen.

    Heinrich werd ook wel “Den veursten Driessen” genoemd (zijn neef Anton woonde ook in de toenmalige Landstraat, in villa Beekhuize, iets meer zuidelijk van het centrum. Hij werd daarom “d’n achtersten Dreessen” genoemd).

    Bij de woning waren ook bedrijfsruimten gevestigd die voornamelijk dienden als opslagplaats van garens en geweven stoffen. Deze stoffen werden met een wagen, veelal getrokken door een os, naar de blekerij in Dale vervoerd. De voerman droeg de toepasselijke bijnaam ‘Ossen Willem’.

    Na het overlijden van Heinrich kwam het huis in bezit van de rooms-katholieke kerk, waarna het als klooster van de nonnen in gebruik werd genomen. In een rijtuig, door vier paarden getrokken, werden op 30 mei 1882 zes zusters van het station Lichtenvoorde-Groenlo naar Aalten gebracht. Het klooster werd vernoemd naar Heinrich’s vrouw Elisabeth. In de volksmond werd dit ook wel het St. Elisabethgesticht genoemd.

    Onderwijs en ziekenverpleging

    Gedurende tachtig jaar hebben de zusters hier onderwijs gegeven aan de katholieke schooljeugd van Aalten. Tevens was er de ‘naai- en breischool’ van de zusters gevestigd. Niet iedereen bewaarde prettige herinneringen aan de nonnen. De naai- en breischool, later Modevakschool, stond hoog aangeschreven. Mede daarom werd hier niet alleen gebreid door katholieken, maar door alle gezindten.

    Op 23 december 1962 vertrokken de laatste zusters naar een klooster in Bennebroek. Later fungeerde het klooster nog als onderkomen voor gastarbeiders.

    Op 20 december 1980 brak een binnenbrandje uit in het totaal dichtgespijkerde klooster. Werd ooit ‘de eerste steen gelegd’, kort na de brand werd de laatste steen weggehaald. Het pand maakte plaats voor het Parochiecentrum. Dit is inmiddels ook al weer verdwenen en vervangen door een appartementengebouw dat de naam ‘Kloosterhof’ kreeg.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1208Peter Driessen, koopman te Bocholt410 m² huis & erf

    Bewoners

    1813

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 25-07-1769), looijer

    1 man
    1 vrouw
    1 zoon
    4 dogters
    1 oude vrouw

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 45

    Gerrit Peters (Heerde, 24-09-1769), leerloyer
    Johanna Margreta ten Dam (Aalten, 29-10-1774)

    Volgende bewoners:

    Johan Hend. Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Marie Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabrikant & koopman
    Marie Caroline Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), koopman
    Maria Carolina Elisabeth Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 44

    Johan Henrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant
    Maria Carolina Elisabeth Josephina Sträter (Rheine/D, 13-03-1803)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 61

    Johann Heinrich Joseph Driessen (Bocholt/D, 10-07-1794), fabriekant

    Volgende (hoofd)bewoner (1879-1882):

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), knecht

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 66

    Bernhard Heinrich Groot Langenhoff (Dingden/D, 13-09-1833), landbouwer

    Volgende (hoofd)bewoner (1882-1901):

    Barbara Elizabeth Elzeman (Gouda, 06-10-1835), liefdezuster

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 65

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 82 > A20

    Barbera Elisabeth Elseman (Gouda, 06-10-1835)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A20

    Geertje Ruijter (Westwoud, 08-06-1857), overste

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Aalten A20 > A6

    Aafke van der Werf (Bolsward, 21-10-1872), verpleegster

    Adresboek 1934

    Aalten A6 > Dijkstraat 8

    Klooster

    Adresboek 1967

    Dijkstraat 8

    Voormalig Klooster

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11429
    FunctieWoonhuis,
    Klooster
    Bouwjaar1837
    Sloopca. 1981

    Bronnen


  • Beekhuize

    Beekhuize

    Dijkstraat 14, Aalten

    Villa Beekhuize herinnert aan de bloeiperiode van de textielnijverheid in het dorp Aalten.

    Textielfabrikant Anton Driessen woonde sinds zijn komst in Aalten aanvankelijk bij Meijerink in de Kerkstraat. Later kocht hij een pand aan de Landstraat. In 1833 wilde Anton Driessen een nieuw woonhuis bouwen. Hij had daartoe aan het einde van de Landstraat – de tegenwoordige Dijkstraat – van de erven Degenaar een huis gekocht. Hij wilde dat huis afbreken en op die plaats een nieuw modern huis bouwen met pakhuis, schuur en stalling. Daarvoor had hij echter meer ruimte nodig dan de bestaande huisplaats bood. Anton Driessen diende vervolgens een plan in bij het gemeentebestuur.

    Voor dit plan moest zowel de beek als de straat worden verlegd. Bovendien moest er een nieuwe brug komen. Omdat de palen van de oude brug bijna waren vergaan, was de bouw van de nieuwe brug niet alleen hoogst noodzakelijk maar de verplaatsing volgens Driessen ook minder kostbaar. Naast de verlegging van de beek en de bouw van een nieuwe brug had Driessen voor zijn plannen ook grond nodig. Hij ruilde daartoe een stuk grond met de gemeente. De onderhandelingen over bovengenoemde zaken duurden enige jaren. In maart 1835 ging de bouw van start.

    Behalve Anton Driessen bouwde ook zijn neef Heinrich een huis aan de toenmalige Landstraat. Heinrich Driessen plaatste meer richting centrum een royaal woonhuis, waarvoor zijn oudste zoon Theodoor op 29 juni 1837 de eerste steen legde. Sindsdien werd er in de volksmond gesproken over ‘d’n veursten’ en ‘d’n achtersten Dreessen’.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1231
    I-1233
    Jan Berend Lohuis199 m² huis & erf
    2.250 m² tuin

    Bewoners

    1813

    Aalten 37

    Johannes Degenaar (Aalten, 25-10-1779), wever zoon
    Evert Degenaar (Aalten, 10-05-1744), wever vader

    1 man
    1 vrouw
    1 vader
    3 jongens

    Bevolkingsregister 1823-1837

    Aalten 37

    Hendrika Luijten (Aalten, 16-09-1784), wed. Johannes Degenaar

    Volgende bewoners:

    Aalten 37

    Johannes Bernardus Antonius Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879)
    Isabella Lodewika Antoinetta Dees (Bocholt, 04-11-1800 – Aalten, 15-12-1879)

    Bevolkingsregister 1838-1851

    Aalten 35

    Johannes Bernardus Antonius Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879)
    Isabella Lodewika Antoinetta Dees (Bocholt, 04-11-1800 – Aalten, 15-12-1879)

    Bevolkingsregister 1850-1861

    “Landstraat”

    Aalten 35

    Johan Bernard Anton Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879)
    Isabella Lodewika Antonetta Dees (Bocholt, 04-11-1800 – Aalten, 15-12-1879)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 35

    Joh. Bernard Anton Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879)
    Isabella Lodewika Antonetta Dees (Zutphen, 04-11-1800 – Aalten, 15-12-1879)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 54

    Johan Bernard Anton Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879)
    Isabella Lodewika Antonetta Dees (Zutphen, 04-11-1800 – Aalten, 15-12-1879)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 57

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918)

    Volgende bewoners:

    Johannes Henricus Lambertus van den Hurck (Den Bosch, 14-11-1840), kantoorbediende
    Wilhelmina Philomena Maria Kroes (Den Bosch, 30-07-1844)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918), wed. Johannes Antonius van Basten Batenburg

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 57

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten A79 > A23

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A23

    Helena Dorothea Elisabeth Driessen (Aalten, 09-06-1840 – Aalten, 21-04-1918)

    Volgende bewoonster:

    Aalten A23 > A9

    Maria Petronella Johanna Koster (Epe, 21-11-1881)

    Adresboek 1934

    Aalten A8/1 > Dijkstraat 14

    H.J.A.M. Driessen

    Adresboek 1967

    Dijkstraat 14

    H.J.A.M. Driessen

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-11032
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1835
    MonumentRijksmonument

    Bronnen


  • Oudheidkamer

    Oudheidkamer

    Dijkstraat 10b, Aalten (verdwenen)

    In 1930 opende G.J.J. Degenaar naast zijn drogisterij aan de Landstraat tevens een lunchroom, ingericht als “Oud-Hollandsche taveerne”. Op de verdieping erboven werd het museum van de Oudheidkamer ondergebracht. Op initiatief van Aaltens Belang werd voor de Oudheidkamer in 1935 een eigen museumgebouwtje opgericht aan de Dijkstraat, op een perceel bouwgrond dat bestuurslid Jos Driessen hiervoor beschikbaar stelde, naast diens villa. In 1956 werd de grond verkocht en moest het gebouw worden afgebroken. Het museum verhuisde uiteindelijk naar het Frerikshuus aan de Markt, met de achtergelegen Freriksschure.

    Opening nieuwe Oudheidkamer aan de Dijkstraat

    Aaltensche Courant, 19 april 1935

    Zaterdagmiddag werd het nieuwe gebouw der Oudheidkamer dat aan de Dijkstraat verrees, officieel geopend. Het keurige gebouwtje, met zijn uitgesproken middeleeuwsch geveltje herbergt in zijn bescheiden ruimte een keur van historische en folkloristische voorwerpen, grootendeels uit de naaste omgeving bijeengebracht en geschonken danwel in bruikleen afgestaan.

    In het voorste deel, geheel ingericht en aangekleed als een oude boerenkeuken, hadden zich Zaterdagmiddag verschillende genoodigden verzameld. Hier nam de voorzitter der vereen. „Oudheidkamer Aalten”, de heer Jos. Driessen het woord en heette de aanwezigen hartelijk welkom. Op héél eenvoudige wijze, zegt spr. zonder enige feestelijkheden, wenscht het bestuur der vereeniging Oudheidkamer Aalten haar nieuw Museumgebouwtje vandaag in gebruik te nemen.

    Toen we op 9 Aug. 1930 de in ons bezit zijnde en in bruikleen afgestane voorwerpen, die in de bovenwoning van den Joh. Degenaar aan de Landstraat waren ondergebracht, mochten tentoonstellen, was bij afwezigheid van den Edelachtbaren heer Burgemeester, wethouder Somsen zoo welwillend deze tentoonstelling te openen.

    Ik heet nu alle aanwezigen hartelijk Welkom in het bijzonder heeren burgemeester en wethouders, alsmede de secretaris van onze gemeente. Uit uw aanwezigheid blijkt ook nu weer, dat u met onze vereeniging sympathiseert, waarover we ons ten zeerste verheugen.

    Aan het verlangen onzer leden en obligatiehouders, die blijk gaven met ons streven mede te leven om tot oprichting van een eigen gebouw te geraken is nu voldaan. Het eigen huis is tot stand gekomen, waarin de diverse voorwerpen op een meer overzichtelijke wijze dan tot dusverre kon geschieden, worden tentoongesteld. Het zal u blijken dat we op zeer bescheiden voet onze plannen hebben kunnen verwezenlijken, een grooter gebouw te stichten lieten onze weinige geldmiddelen niet toe, we moesten roeien met de riemen die ons ter beschikking stonden.

    Dames en Heeren, we hebben het oorspronkelijke plan, om het gebouw als één groote zaal tot museum in te richten moeten laten varen, we beschikten over tal van voorwerpen die voorheen in een Geldersche boerenkeuken thuis hoorden, het idee tot inrichting hiervan vond meer en meer ingang en is verwezenlijkt geworden; als u even rondom u ziet zult u bemerken dat we ons in een echte ouderwetsche boerenkeuken bevinden; u vindt hier terug tal van voorwerpen, die eertijds in geen enkele boerenkeuken ontbraken. U ziet hier de ouderwetsche bedstee, het spek en de worst in „De Wieme”, de ouderwetsche klaptafel, en vele andere voorwerpen.

    Ik wil u nog even wijzen op de ouderwetsche vloer, gemaakt van gewone keisteentjes, zooals die in alle oude keukens bestonden en die men hier en daar, al zij het sporadisch ook nu nog aantreft. Deze keisteentjes zijn gevonden in de grintlagen in en om Aalten. De heer Joh. Benning alhier, heeft op een bijzonder artistieke wijze hiervan een mooi geheel gemaakt met de Lindeboom, het wapen van Aalten in het midden.

    Haardplaat

    Haardplaat, Oudheidkamer Aalten
    De haardplaat © Nationaal Onderduikmuseum

    Ook het open vuur, de boezem, de ouderwetsche tegeltjes en zelfs de haardplaat ontbreken niet. De haardplaat is nog van bijzondere, historische beteekenis. Deze bevond zich in Aalten in het oude huis, eertijds branderij der familie Ten Bokkel thans bewoond door den Veldhuis in de Hoekstraat, eigendom der familie Nijenhuis te Siepe in Winterswijk.

    Door ijverige pogingen van den heer Joh. Degenaar, alhier, werd ons deze haardplaat door de onlangs overleden mej. Nijenhuis vermaakt, door medewerking van de familie te Siepe te Winterswijk, kwam deze werkelijk magnifieke plaat tijdens den bouw van ons museum toen reeds in ons bezit, om in deze keuken te worden geplaatst. Links op de plaat staat de naam van Georg Friedrich Graaf von Waldeck die in 1682 door den (Duitschen keizer Leopold I tot Rijksvorst werd verheven. Hij is geboren 31 Jan. 1620 en overleed in 1692. Rechts op de plaat staat de naam van Elisabeth Charlotte, geboren Gravin van Nassau–Siegen, zijn echtgenoote. Deze personen waren verwant met ons Koninklijk huis. De Graaf von Waldeck was een beroemd veldheer en staatsman.

    Ongetwijfeld komt bij U de vraag naar voren: Hoe Is nu deze haardplaat hier in den Achterhoek en wel in Aalten terecht gekomen? Wij hebben wel eens hooren zeggen dat deze Graaf in Delft heeft gewoond. De haardplaat zal op een of andere wijze in Bredevoort zijn verzeild geraakt, hij was in een oud huis aldaar aanwezig; voornoemde ten Bokkel heeft de plaat in Bredevoort gekocht en naar zijn woning laten overbrengen. Wij zullen dit nog eens nader laten onderzoeken en als wij meerdere gegevens zullen hebben, hopen wij hierover u nog eens iets meer te vertellen.

    In de zaal hiernaast vinden wij nog meerdere voorwerpen van historische waarde, o.a. is daar aanwezig de doek, waarmede Freule van Dorth werd geblinddoekt, toen zij wegens hare aanhankelijkheid aan den Prins van Oranje, te Winterswijk werd terechtgesteld. Verder zijn er nog aanwezig 2 prachtige hellebaarden, die bij feestelijke gelegenheden werden gebruikt bij de Poolsch Edelgarde van August de Sterke, Keurvorst van Saksen, Koning van Polen, geboren 1670 te Dresden.

    Ik heb U eenige voorwerpen genoemd opdat U een idee zult krijgen van den vooruitgang van ons museum, sedert de oprichting in 1930. Ik mag niet onvermeld laten, dat nog tal van voorwerpen in ons bezit zijn, die wij wegens gebrek aan ruimte niet hebben kunnen plaatsen, o.a. hadden wij nog gaarne een weefkamer ingericht, zooals men die vroeger ook hier in onze streek veelvuldig aantrof, maar zooals u zult zien is er in ons zaaltje geen plekje meer vrij om nog voorwerpen onder te brengen, er is er zeer zeker gebrek aan ruimte voor een weefkamer, maar zooals reeds aan het begin opgemerkt, de bescheiden middelen lieten het bouwen van een grooter gebouw niet toe, maar wij denken aan het gezegde „Wat klein begonnen is, zal in den loop der jaren kunnen groeien”, hiervoor hebben wij echter veel steun noodig.

    Het heeft ons bestuur aangenaam getroffen, dat bij de huldiging van onzen Burgemeester, wethouder Somsen ook memoreerde de totstandkoming van dit gebouw tijdens diens ambtsperiode, dit vestigt bij ons de hoop en het vaste vertrouwen, dat van de zijde van het geacht bestuur onzer gemeente bij gelegenheid wel eens een steentje zal worden bijgedragen. Ik doe ook een beroep op onze ingezetenen die sympathiseeren met onze vereeniging en hoop dat zij ons verder meer en meer zullen steunen en blijven steunen, opdat ons gebouw spoedig vergroot zal kunnen worden, waaraan inderdaad wel behoefte bestaat. Moge het aantal leden groeien, en ik hoop dat de ingezetenen bij bezoek van vreemdelingen hun opmerkzaam zullen maken op ons museum.

    De entreeprijs is zeer laag gesteld, zoodat dit geen beletsel behoeft te zijn voor een bezoek. Ik ben er van overtuigd, dat zij over het tentoongestelde uitermate tevreden zullen zijn; ontegenzeggelijk is Aalten door dit museum ’n aantrekkelijkheid rijker geworden Tenslotte doe ik nog een beroep op die ingezetenen, die nog in het bezit zijn van een of ander oud voorwerp, ik hoop dat zij dit aan ons willen schenken, of in bruikleen willen afstaan. Een woord van dank moge ik niet onthouden aan mijne medebestuursleden die hunne beste krachten gegeven hebben voor de aankleeding van het gebouw en het rangschikken der voorwerpen en hiermede Dames en Heeren verklaar ik dit Museum voor geopend en noodig ik U beleefd uit tot de bezichtiging.

    Hierna neemt de Burgemeester het woord. Dat is de derde maal zegt spr. dat het gemeentebestuur door deze vereeniging werd uitgenoodigd. Het spijt spr. dat hij de vorige malen niet in de gelegenheid was aan de uitnoodigingen gevolg te geven. Thans is weth. Somsen verhinderd hier te zijn, terwijl ook weth. Brethouwer niet kon komen. Wij, als gemeentebestuur verheugen ons in de totstandkoming van dit gebouw. Het bestuur heeft deze oudheidkundige voorwerpen keurig bijeen gebracht. Voor dergelijke vereenigingen is een krachtig bestuur gewenscht, zal dat zoo zijn dan moet een goed kapitein aan het hoofd staan. Zoo’n kapitein bezit Uw bestuur in haren voorzitter. Hulde voor hetgeen tot stand is gebracht, ook namens ’t gemeentebestuur. Critiek zal niet uitblijven, dat zit in onze landaard. Kunst is echter moeilijk, critiek daarentegen makkelijk. Spr. heeft reeds bij geruchte gehoord, dat alles in orde is. Dit is een eer voor ons nageslacht dat navolging verdient. We hopen, dat het Uw bestuur gegeven mag zijn, nog vele voorwerpen, voor uw vereeniging te verwerven. Mocht onze berooide gemeentekas eens bij machte zijn, zoo zullen we gaarne helpen.

    Het gemeentebestuur heeft gedacht als aandenken aan deze ingebruikneming een klein souvenir te moeten aanbieden. Moge het een plaatsje in uw museum vinden. Spr. biedt een oude, gekleurde plaat in lijst aan, met verschillende oude kleederdrachten uit deze streken. Hierna heeft het gezelschap gelegenheid het gebouw nader te bezichtigen.

    Keitjesvloer

    Zooals we reeds opmerkten betreden we, als de voordeur met zijn ijzeren klopper opengaat, de keuken, geheel in ouden stijl aangekleed. De vloer is gelegd van kleine keisteentjes in verschillende kleuren, een prachtig stukje werk. Achter de groote schouw bevindt zich de bijzonder mooie haardplaat, waarvan de voorz. in zijn openingsrede gewaagde, veel koperwerk en jaren oud aardewerk staat of hangt op de richels; in de bedstede is het bedje gespreid, de kinderstoel, staat naast het open haardvuur met zijn schitterende „haak” waaraan een groote koperen ketel is opgehangen. De oude klok met zijn regelmatig getik—tak— draagt niet weinig bij, tot het scheppen van een recht gezellige huiselijke stemming.

    Natuurlijk is de „glazen kaste”, den „berkenbessem” en de „bloasepipe” niet vergeten, terwijl de „klaptoafele” en de „gedreide stöle” nooden tot een knus gezellig „preutje” waarbij dan zeker de „koffiesmodde” wel te pas zal komen. Openen we de deur tusschen de beide bedsteden, waardoor we verwachtten op de deel terecht te komen, dan bemerken we dat deze veronderstelling verkeerd is. Hier toch is de grootste ruimte geheel gevuld met oudheidkundige voorwerpen waarop de vereeniging in den loop der jaren beslag wist te leggen. Van alles te gewagen zou ons te ver voeren. Volstaan we met de mededeeling dat alles hier een doeltreffende en goede overzichtelijke plaats heeft gekregen, alles voorzien, voor zoover noodig van duidelijke aanwijzingen en beschrijvingen.

    De vereeniging heeft met het openen van dit gebouw een stap verder gedaan in haar ontwikkelingsgang. Een stap, welke naar we hopen en wenschen te zijner tijd door meerdere schreden zal worden gevolgd. Dit zal voor het volijverige bestuur een voldoening zijn en onze plaats aan aantrekkelijkheid doen winnen.

    Oudheidkamer aan de Dijkstraat wordt afgebroken

    Dagblad Tubantia, 29 december 1955

    De in 1934 aan de Dijkstraat gebouwde Oudheidkamer, die een schat van gebruiksvoorwerpen, zwerfstenen, manuscripten en foto’s bevat, en zich in de afgelopen jaren mag verheugen in een voortdurend stijgende belangstelling, zal binnenkort worden afgebroken.

    Het bestuur van de Vereniging Oudheidkamer Aalten, die dit museum beheert, is er nog niet in geslaagd een oplossing te vinden voor de vestiging van de oudheidkamer in de toekomst. Het is uitermate moeilijk in Aalten aan bouwterrein te komen, terwijl bovendien de financiën een belangrijke rol spelen. De vereniging bezat in 1934 geen bouwterrein doch wijlen het bestuurslid de heer Jos Driessen vond een oplossing door een naast zijn villa aan de Dijkstraat gelegen perceel bouwgrond beschikbaar te stellen. Het bestuur accepteerde dit aanbod met graagte.

    Vrij spoedig werd dan ook met de bouw begonnen. Men maakte zich geen zorgen over de gang van zaken ten aanzien van het gebouw in de toekomst. Officiële verkoop van de grond door de heer Jos. Driessen aan de Vereniging Oudheidkamer vond dan ook niet plaats, terwijl evenmin een schenking werd beschreven. Het gebouw kwam hierdoor te staan op grond die aan de fam. Driessen in eigendom toebehoorde.

    Onlangs heeft de heer H. Driessen, die eigenaar van de villa in de Dijkstraat en de daarnaast gelegen grond is geworden, het perceel waarop de Oudheidkamer staat, verkocht aan een eierhandelaar, die daar naast zijn bedrijf heeft en de grond nodig heeft voor uitbreiding. De nieuwe eigenaar heeft nu aan het bestuur van de Vereniging Oudheidkamer doen weten, dat het gebouw zal moeten verdwijnen.

    In de afgelopen weken is de inventaris uit het museum gehaald en voorlopig opgeslagen in de textielfabriek van de N.V. H. Driessen en Zn. aan de Hofstraat. Van de zijde van het bestuur kon men niet meedelen, welke plannen men voor de toekomst heeft. Zonder een belangrijke subsidie zal men niet tot het gebouw van de Oudheidkamer kunnen overgaan.

    Oudheidkamer in impasse

    Dagblad Tubantia, 28 februari 1956

    In de gisteravond in café Schiller gehouden ledenvergadering van de verenging „Oudheidkamer” te Aalten, heeft de voorzitter, de heer C. Driessen, de trieste mededeling gedaan, dat de aan deze vereniging in bruikleen afgestane grond, waarop de oudheidkamer aan de Dijkstraat is gebouwd, is verkocht. Het gebouw moet derhalve worden afgebroken. Het bestuur ziet geen kans op korte termijn een oplossing te vinden voor de huisvesting van de verzamelingen, aangezien slechts f. 3000 in kas is. Uit de discussie bleek, dat er een zeer verwarde toestand is ontstaan.

    Aankoop Luutenshuus?

    Dagblad Tubantia, 1 maart 1956

    De Vereniging Oudheidkamer te Aalten heeft aan het gemeentebestuur van Aalten verzocht de oude woning op de hoek van de Polstraat en de Haartsestraat aan te kopen en te verhuren aan de vereniging voor het onderbrengen van de inventaris van de Oudheidkamer. Het bedoelde pand is een der oudste in de gemeente Aalten. De oude gevel en de houten gebindten verraden dat het huis minstens een paar eeuwen oud is. Slechts enkele van deze panden zijn in het dorp Aalten bewaard gebleven.

    In de bovenbalk van de grote deur aan de straatzijde staat de inscriptie: „God laet ons beërven een eerlick leven en een saligh sterven. Anno 1680 den 11 Juni”. Besluit de gemeenteraad tot aankoop van dit pand, dan zal waarschijnlijk Monumentenzorg een bijdrage verlenen in de kosten van restauratie van het pand. dat uitstekend kan dienen voor huisvesting van de Oudheidkamer.

    Bronnen


    • Aaltensche Courant, 19 april 1935 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 29 december 1955 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 28 februari 1956 (via Delpher)
    • Dagblad Tubantia, 1 maart 1956 (via Delpher)