
Veel 19e eeuwse emigranten uit de Achterhoek vestigden zich in de omgeving van Sheboygan, Wisconsin (hier afgebeeld op een tekening uit 1885)
In de loop van de 19e eeuw verlieten duizenden mensen de Achterhoek om een nieuw bestaan op te bouwen in de Verenigde Staten. Ook vanuit Aalten vertrokken veel inwoners. Wat begon met een religieus gemotiveerde uittocht groeide uit tot een bredere emigratiebeweging, die ook in de 20e eeuw aanhield. Op zoek naar vrijheid, land en nieuwe kansen vonden Aaltenaren een nieuw thuis aan de andere kant van de oceaan.
De emigratiegolf begon rond 1844, in eerste instantie vanuit religieuze motieven. Veel van de eerste emigranten behoorden tot de afgescheidenen: protestanten die zich losmaakten van de Nederlandse Hervormde Kerk en zich in eigen gemeenten organiseerden. In Nederland werden zij vaak vervolgd of sociaal buitengesloten, wat velen ertoe aanzette hun heil elders te zoeken.
Economische zorgen en gebrek aan ruimte
Naast religieuze vervolging speelde ook de economische situatie een belangrijke rol. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de situatie op het platteland in de Achterhoek steeds moeilijker. Mislukte oogsten, werkloosheid en armoede dwongen veel gezinnen tot drastische keuzes.
Ook demografische druk speelde een rol. Het platteland raakte steeds voller. De meeste woeste gronden waren inmiddels ontgonnen, en de beschikbare landbouwgrond was schaars geworden. Voor veel boerenzonen was er daardoor geen perspectief op een eigen boerderij. In Amerika, waar grond goedkoop of zelfs gratis beschikbaar kwam via bijvoorbeeld de Homestead Act (1862), lonkte een zelfstandig bestaan.
Alleen al uit de Achterhoek emigreerden in vijftig jaar tijd zes- tot zevenduizend mensen—bijna een derde van de plattelandsbevolking.
Van Aalten naar Wisconsin – en verder
Een aanzienlijk deel van de Aaltense emigranten vestigde zich in Sheboygan County in de staat Wisconsin. Deze regio trok veel Nederlanders vanwege de vruchtbare grond, werkgelegenheid in de landbouw en de aanwezigheid van bestaande geloofsgemeenschappen.
In en rond plaatsen als Cedar Grove, Oostburg en Sheboygan ontstonden hechte gemeenschappen van Nederlandstalige migranten. Sommige Aaltenaren trokken na verloop van tijd verder westwaarts, naar staten als Iowa, Minnesota en Nebraska, op zoek naar goedkope landbouwgrond en meer economische kansen.
Naast het Middenwesten vestigden Aaltense emigranten zich ook in de staten New York, New Jersey en Michigan. In steden als Paterson en Grand Rapids ontstonden bloeiende Nederlandse wijken, vaak met een sterk religieus karakter. Emigranten richtten er eigen kerken, scholen en sociale instellingen op.
Niet alle emigranten bereikten hun bestemming. Een tragisch voorbeeld is de ramp met het stoomschip Phoenix in 1847 op het Meer van Michigan, waarbij naar schatting 250 tot 300 Nederlandse landverhuizers omkwamen – onder wie ook enkele tientallen emigranten uit Aalten.
Een blijvende band
Vandaag de dag zijn de sporen van deze emigratie nog steeds zichtbaar. Achternamen uit Aalten komen nog steeds voor in gemeenschappen in Wisconsin en elders in de VS. In genealogisch en historisch onderzoek vormen deze emigratiebewegingen een belangrijke schakel tussen de Achterhoek en de Verenigde Staten.




Lijst met landverhuizers uit Aalten
Er is een lijst met ruim 1.600 landverhuizers uit Aalten en Bredevoort die naar de Verenigde Staten zijn geëmigreerd:
Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u ook terecht bij het Euroregionaal Historisch Documentatiecentrum (EHDC) aan de Prinsenstraat 27 in Aalten.

