Menu Sluiten

Oude Gevangenis

Prinsenstraat 40, Aalten

Gevangenis, Prinsenstraat 40, Aalten

De voormalige gevangenis werd in 1861 in neoclassicistische stijl gebouwd als kantonaal huis van bewaring met zes cellen en een cipierswoning. Het pand heeft tegenwoordig een woonbestemming.

In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Het volgende schreef hij over de oude gevangenis:

“Voor kantongerechtzaken behoefde men niet ver te loopen. In ons goede dorp zetelde immers de kantonrechter en werd het kantongerecht in het gemeentehuis gehouden. De gevangenis te Aalten was ook ingericht voor bewaring van gevangenen, langer dan een etmaal. Een cipier was daarvoor aangesteld en lange jaren heeft Wessel te Brake dit baantje vervuld. Hij heeft voor de richtige nakoming van voeding en verzorging der gevangenen een contract moeten teekenen en daarvoor ook nog eenige borgen moeten stellen. Als bijzonderheid publiceeren wij hier het afschrift van dit contract:

“Tusschen het College van Toezicht over het huis van bewaring te Aalten ter eener, en Wessel te Brake, cipier der gevangenen wonende te Aalten, ter andere zijde is op heden aangegaan het navolgende contract wegens het onderhoud der gevangenen gedurende het jaar 1862 en zulks voor den prijs van vijftig cents per gevangene daags.

Artikel Een.

De Aannemer verbindt zich tot voeding en verpleging der gevangenen in bovengenoemd huis aan ieder derzelven dagelijks te zullen verschaffen:

  • A. Vier oncen roggebrood van zuiver gebakken meel.
  • B. Drie maatjes warm drinken bestaande uit een deel zoete melk en vier deelen gekookt water.
  • C. Des middags een voedzame middagspijs ten minste overeenkomstig den voedingsstand vastgesteld voor de gevangenen in het algemeen.
  • D. Des avonds twee en een half once goed gebakken roggebrood als boven en twee en een half maatje warme drank, bestaande uit vier deelen gekookt water en een deel zoete melk met vijf wigtjes koffij en de noodige cichorij.
  • E. Het verder noodige drinkwater.

Artikel Twee.

De onderscheiden voedingsartikelen moeten van goede qualiteit zijn en naar den eisch gereed gemaakt worden en zullen steeds aan de goedkeuring van het College van Toezicht onderworpen zijn naar welker uitspraak de Aannemer zich zal hebben te gedragen.

Artikel Drie.

De Aannemer zal ook gehouden zijn in voorkomende gevallen aan de zieke gevangenen zoodanige spijs en drank te verschaffen als de geneeskundige zal voorschrijven met uitzondering van de geneesmiddelen.

Artikel Vier.

De Aannemer zal worden betaald binnen twee maanden na inlevering zijner driemaandelijksche of jaarlijksche declaratie.

Artikel Vijf.

In de voorschreven declaratie en Staten zal hij wel den dag van de aankomst der gevangenen doch niet dien van het vertrek kunnen in rekening brengen. Indien echter de gevangenen bij hunne aankomst reeds het middagmaal mogten hebben genoten en zij slechts tot den volgenden dag overblijven, zoodat hun alleen het avondmaal en morgeneten wordt verschaft, of wanneer zij op den dag hunner aankomst weder mogten vertrekken, zoodat hun slechts het middagmaal wordt verstrekt, zal in zoodanige gevallen slechts een halve verpleegdag kunnen worden gedeclareerd. Voor het onderhoud van kinderen tijdelijk bij hunne ouders opgesloten zal de helft van den aannemingsprijs voor iederen geheelen verpleegdag mogen worden berekent. Van een en ander zal in de kolom van Aanmerkingen en den nominatieven staat de noodige melding moeten worden gemaakt.

Artikel Zes.

Van de onderhoudskosten der policiegevangenen welke ten laste komen der gemeenten waartoe zij behooren zal de Aannemer steeds afzonderlijke declaraties en nominatieve staten behooren in te dienen. Indien in bijzondere gevallen het noodig mogt zijn de gevangenis te verlichten of te verwarmen zal de Aannemer daarin moeten voorzien op zoodanige wijze als het College van Toezicht zal voorschrijven.

Artikel Zeven.

De kosten van zegel en registratie des contracts mitsgaders de zegelgelden der mandaten wanneer die meer dan tien gulden beloopen, komen ten laste van den Aannemer.

Artikel Acht.

Indien er eenig verschil mogt ontstaan over het recht verstand en de uitoefening der vorenstaande bepaling zal hetzelve beoordeeld en beslist worden door den Heer Commissaris des Konings in de provincie, zonder beroep op eenige andere autoriteit.

Na voorlezing van bovengenoemde voorwaarden verklaart de Aannemer, Wessel te Brake, dit alles goed te hebben begrepen, dezelve te zullen opvolgen en tot richtige nakoming zijner verbindtenis te stellen als borgen Jan Wegchelaar, bode en Jan te Hoonte, veldwachter, beide wonende te Aalten welke overigen alhier tegenwoordig verklaren de door den Aannemer na te komen verplichting wel te kennen, zich solidair met hem voor de uitvoering er van aansprakelijk te stellen en aan alle exeptien te recuntieren, welke door hen als borgen zouden kunnen worden opgeworpen. En hebben de Aannemer en zijne borgen deze mede onderteekend.

Gedaan te Aalten den 10den Dec. 1861. Het College van Toezicht over het huis van bewaring te Aalten,
w.g. T.W.J. IMMINK (president)
w.g. L. ROELVINK, secretaris.

De Aannemer en de borgen:
w.g. W. TE BRAKE
w.g. J. WEGCHELAAR
w.g. J. TE HOONTE.

Het stuk werd te Groenlo geregistreerd. De kosten hiervan waren 20 cent plus 38 opcenten is 28 cent samen.”

Bron

  • ‘Uit Aalten’s verleden’, door G.H. Rots, Aaltensche Courant, 26 november 1937 (via Delpher)

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen