Categorie: Zorg & Welzijn

  • TBC-lighallen in Bredevoort

    TBC-lighallen in Bredevoort

    TBC-lighallen sanatorium Sint Bernardus, Bredevoort

    In het Vestingpark in Bredevoort staan twee zogenaamde TBC-lighallen uit het begin van de 20e eeuw. Ze behoorden tot het voormalige R.K. Sanatorium Sint Bernardus, waar van 1907 tot 1933 tuberculosepatiënten werden verpleegd.

    Tuberculose, in de volksmond ook wel “tering” genoemd, was in de 19e en vroege 20e eeuw een van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland. De ziekte was besmettelijk, vaak dodelijk en verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van alle overlijdens. Omdat er nog geen medicijnen bestonden, bestond de behandeling voornamelijk uit rust, gezonde voeding, frisse lucht en zonlicht.

    Overal in Nederland werden sanatoria gesticht: rusthuizen voor langdurige verzorging. Een belangrijk onderdeel van de behandeling waren zogenoemde lighallen: houten paviljoens met een open zijde, gericht op de zon, waar patiënten urenlang of zelfs de hele dag in bed verbleven — vaak onder dekens ingepakt tegen de kou.

    Sanatorium Sint Bernardus

    Het R.K. Sanatorium Sint Bernardus werd in 1897 opgericht op initiatief van pastoor Bernardus Mulders. Hij kocht het voormalige rentmeestershuis van de familie Roelvink met eigen kapitaal en liet het omvormen tot klooster en zorginstelling. De verzorging kwam in handen van de Zusters Franciscanessen van Thuine.

    Vanaf 1907 kwamen patiënten uit het hele land naar Bredevoort. In de grote tuin achter het gebouw, het huidige Vestingpark, verrezen minstens tien houten lighallen, elk met de open zijde naar het zuiden gericht. Overdag lagen de patiënten in deze lighallen. Ook in de winter, zoals blijkt uit een tekst op een ansichtkaart uit 1909. In iedere lighal stonden twee ligbedden, een tafel en een stoel.

    Uit het archief van het sanatorium blijkt dat tussen 1907 en 1916 jaarlijks gemiddeld ongeveer twintig patiënten aanwezig waren. In sommige jaren werden er meer dan 7.000 verpleegdagen per jaar geregistreerd.

    Twee lighallen bleven bewaard

    Van de oorspronkelijke lighallen zijn er slechts twee bewaard gebleven. Vanwege hun historische betekenis, als voorbeelden van een bouwtype dat door de kwetsbaarheid van het materiaal en het verdwijnen van de functie (sanatorium) vrijwel nergens meer voorkomt, zijn ze aangewezen als rijksmonument.

    Het zijn eenvoudige houten bouwwerken met een lessenaarsdak, drie gesloten zijden en een open voorzijde. Beide hallen zijn voorzien van een tegelvloer, bestaande uit zwarte en beige tegels in een willekeurig patroon. De tegels hebben een geometrisch motief. Aan de voorzijde zijn decoratieve daklijsten aangebracht: de oostelijke hal heeft een sierlijk gesneden lijst, de andere een eenvoudiger golfmotief.

    Restauratie & toegankelijkheid

    In 2025 zijn de twee lighallen volledig gerestaureerd. Ze werden zorgvuldig gedemonteerd en overgebracht naar het Gelders Restauratie Centrum in Velp. Na herstel van houtwerk, dak en vloer keerden ze terug naar Bredevoort, waar vrijwilligers en lokale bedrijven zorgden voor de heropbouw en afwerking. Het schilderwerk werd uitgevoerd in een historisch verantwoorde kleurstelling.

    De lighallen zijn vrij te bekijken in het Vestingpark, direct achter het voormalige sanatorium Sint Bernardus aan ’t Zand in Bredevoort. Het park is van zonsopgang tot zonsondergang toegankelijk voor publiek.

  • Servaas van Leuven

    Servaas van Leuven

    Genees-, Heel- en Vroedmeester

    Servaas van Leuven was van 1836 tot 1896 arts te Aalten. Hij werd geboren op 12 maart 1811 in Kampen, als zoon van Jan Adrianus van Leuven, kleermaker, en Johanna Maria Huijzer. Van Leuven overleed in 1898 op 87-jarige leeftijd.

    Op 1 mei 1836 arriveerde Van Leuven in Aalten als opvolger van de kort daarvoor overleden chirurgijn Adolph Wechgelaar. Aanvankelijk vestigde hij zich op diens woonadres aan de Dijkstraat.

    Op 18 mei 1838 trouwde hij in Aalten met Henriette Wilhelmina Christina Theodora Rost, dochter van de gepensioneerde kapitein Johann Christian Rost. In 1839 verhuisde het echtpaar naar de Peperstraat. Niet lang daarna vestigden zij zich definitief aan de Bredevoortsestraatweg. Tegenover hun woning, op de hoek met de Peperstraat, bevond zich de stalhouderij waar het paard en de koets van dokter Van Leuven stonden.

    Het echtpaar kreeg maar liefst tien kinderen. Twee van hen overleden op zeer jonge leeftijd en werden begraven in de grafheuvel op ’t Smees.

    Werk als arts

    Servaas van Leuven was een gewaardeerd en gerespecteerd arts die decennialang een belangrijke rol speelde in de plaatselijke gezondheidszorg.

    Zestig jaar lang oefende hij met grote toewijding zijn vaak zware en afmattende werk uit. Vooral op verloskundig gebied muntte hij uit door ijver en plichtsbetrachting. Bij nacht en ontij, in winterse kou en storm, werd zijn hulp zelfs op hoge leeftijd nooit tevergeefs ingeroepen.

    In een tijd waarin medische hulp in de Achterhoek schaars was, gold hij voor velen als een reddende engel. Hij voerde duizenden bevallingen uit en bood aan vele minderbedeelden belangeloze zorg en advies.

    Laatste jaren en overlijden

    Na ruim zestig jaar praktijk te hebben gevoerd, beëindigde Van Leuven in 1896 op 85-jarige leeftijd zijn werkzaamheden als arts.

    Servaas van Leuven overleed op 24 november 1898 in Aalten en werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg.

  • Zwem- en Badinrichtingen

    Zwem- en Badinrichtingen

    Vóór de aanleg van formele badinrichtingen zochten Aaltenaren tijdens warme dagen graag verkoeling in de Slingebeek.

    Reeds in 1906 zocht ‘Aaltens Belang‘ naar een geschikte plaats om te zwemmen. De plaats moest betrouwbaar zijn, maar de beek was bij tijden te ondiep. De meest geschikte plaats vond men de kolk bij De Pol, waar de watermolen eens stond. Binnen een bekisting, een soort stuw, is daar ooit gezwommen. Rond 1920 kon men zich “te water laten” in de beek bij het Nannielaantje (Smeeslaantje), het waterschap echter trok de stuwen uit de beek.

    In 1920 kocht de gemeente een terrein tussen Aalten en Bredevoort aan dat bekend stond onder de naam ‘Oosterman’ met de bedoeling daar een nieuwe algemene begraafplaats aan te leggen. Later kwam men op dit plan terug. Op 4 juli 1930 kwam in een vergadering van de gemeenteraad de vraag naar voren of B. en W. genegen waren met voorstellen te komen aangaande de vestiging van een gemeentelijke bad- en zweminrichting.

    In 1933 besloot men om een zwembad aan te leggen op het terrein Oosterman. Zeventig werklozen werd ingeschakeld in het kader van de werkverschaffing en onder leiding van D. Roenhorst van de Nederlandse Heidemaatschappij kwam het werk tot stand. Met houten kruiwagens voorzien van wielen met ijzeren beslag en met de schop werd het zand verplaatst naar de zijkanten en hierdoor ontstond er een aarden wal om het zwembad. De aanlegkosten bedroegen circa 14.500 gulden. Op 23 juni 1934 werd het zwembad ‘Walfort’ geopend met zwem en springdemonstraties verzorgd door de Winterswijkse watersportvereniging en de dameszwemclub ‘Inter Nos’ uit Amsterdam.


    Krantenberichten

  • Wijkgebouw

    Wijkgebouw

    Wilhelminastraat 25, Aalten

    De eerste steen voor het voormalige wijkgebouw annex badhuis op deze locatie werd gelegd in 1952. Het gebouw verrees op grond van wijlen burgemeester Monnik, behorend tot diens woning, de villa ‘Zonneheuvel‘. Bij zijn afscheid als burgemeester had hij bepaald dat deze gronden ter beschikking moesten worden gesteld van de Aaltense bevolking.

    Zutphens Dagblad, 29 augustus 1952:

    Eerste steenlegging wijkgebouw

    Voor het bestuur der stichting „Aaltens Gezondheidscentrum” was het woensdag een heugelijke dag daar toen de eerste steenlegging plaats vond voor het wijkgebouw annex badhuis.

    De voorzitter, de heer M. Ackerman, noemde deze steenlegging een symbool van de vruchtbare samenwerking van Oranje-Groene en Groene Kruis. Burgemeester van Veen hield een felicitatierede en namens het Rode Kruis sprak dr. H. Knol.

    De eerste steen werd ingemetseld door de dames Knol-Klijn en Brants-Boeve, onder aanwijzing van de architect, de heer Hebly.

    Tegenwoordig staat op dit perceel een monumentale villa.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Adresboek 1967

    Wilhelminastraat 25

    Wijkgebouw (Kruisvereniging)
    A. Mesu

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-8086
    FunctieGezondheidscentrum
    ArchitectW. Hebly
    Bouwjaar1952
    Slooponbekend

    Bronnen


  • Gasthuis (Armenhuis) Bredevoort

    Gasthuis (Armenhuis) Bredevoort

    Het Gasthuis, ook wel Armenhuis genoemd, was eeuwenlang een onderkomen voor de armen, zieken en ouderen van Bredevoort. Van 1641 tot omstreeks 1930 bevond het zich op verschillende locaties binnen de stadswallen. De huidige Gasthuisstraat dankt haar naam aan deze instelling.

    Het huis van Mislich (Agnietenhuis)

    De vroegst bekende vermelding van een armenhuis in Bredevoort dateert uit 1641. Het betrof het oude borgmanshuis met achtergelegen hof van Wolf Misslich, destijds gouverneur van de Heerlijkheid Bredevoort. In 1639 stelde Misslich een testament op waarin hij zijn huis en gehele bezit – ter waarde van 15.000 gulden, een aanzienlijk vermogen in die tijd – naliet aan de armenzorg van Bredevoort.

    Na zijn overlijden in 1639 werd het testament uitgevoerd. Uit deze schenking ontstond het gezegde: “De armen van Bredevoort bunt rieke.”

    Het huis van Misslich, ook wel Agnietenhuis genoemd, stond vermoedelijk in de omgeving van het latere Ambthuis. De huuropbrengsten kwamen geheel ten goede aan de armen. Naast de weduwe Misslich woonden er nog twee gezinnen in het huis. Op het achtererf bevonden zich drie kleine woningen die door armen bewoond werden.

    ’t Walletje

    Omstreeks 1800 wordt het stil rondom het huis van Mislich. Op een kadasterkaart uit 1832 staat het ‘Armen Gasthuis van Bredevoord’ ingetekend op ’t Walletje, in het verlengde van de Vismarkt (kadastrale percelen B126-B129). Dat complex bestond uit vier woningen, in oppervlak variërend van 22 tot 26 m².

    Gasthuisstraat

    Het derde en laatste gasthuis stond aan de Gasthuisstraat en bestond uit acht woningen en werd in 1844 gebouwd. Daarvoor werd de grond aangekocht van de hof van Barnsveld, een voormalig borgmanshuis.

    Op 14 augustus 1879 brandde dit gasthuis volledig af. Men besloot tot herstel. In 1911 werd het gasthuis nog grondig gerenoveerd, maar werd niet voltooid. Eén voor één werden de huizen verkocht en afgebroken. In 1897 werd het Sint Bernardus gekocht waar rond de eeuwwisseling ziekenzorg werd uitgevoerd.


    Bewoners

    In het bevolkingsregister is ieder huishouden vastgelegd op een afzonderlijke gezinskaart. Onderstaand overzicht bevat per periode links naar de gezinskaarten van het gasthuis aan de Gasthuisstraat in Bredevoort. Per kaart zijn de (hoofd)bewoners van het betreffende huishouden vermeld.

    Bevolkingsregister 1838-1850

    282828282828
    Maria Catharina Harmsen
    (Winterswijk, 26-01-1787)
    Johanna Hendrika Lindeman
    (Bredevoort, 04-12-1786)
    Andries Willemsen
    (Bredevoort, 14-08-1790)
    Janna Geertruid Meinen
    (Bredevoort, 06-01-1789)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Fredrik Boom
    (Bredevoort, 24-03-1797)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    2828a28b28c28d28e28f28g
    Janna Geertruid Meinen
    (Bredevoort, 06-01-1789)
    Johanna Hendrika Lindeman
    (Bredevoort, 04-12-1786)
    Hendrikus Kempink
    (Bredevoort, 16-09-1815)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Fredrik Boom
    (Bredevoort, 24-03-1797)
    Toni Blekking
    (Aalten, 15-07-1798)
    Andries Willemsen
    (Bredevoort, 14-08-1790)
    Gerrit Jan Sikking
    (Bredevoort, 14-10-1792)
    Hendrika Aleida Kalf
    (Aalten, 23-05-1822)
    Jan Willemsen
    (Bredevoort, 28-02-1802)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    2828a28b28c28d28e
    Hendrikus Kempink
    (Bredevoort, 16-09-1815)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Hendrika Aleida Kalf
    (Aalten, 23-05-1822)
    Toni Blekking
    (Aalten, 15-07-1798)
    Jan Willemsen
    (Bredevoort, 28-02-1802)
    Gerrit Jan Sikking
    (Bredevoort, 14-10-1792)
    Grada Meinen
    (Aalten, 11-12-1797)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    30/130/230/330/430/530/630/730/8
    Mina Helmig
    (Bredevoort, 05-07-1824)
    Christina ten Pas
    (Winterswijk, 21-08-1812)
    Hendrikus Kempink
    (Bredevoort, 16-09-1815)
    Hendrika Aleida Kalf
    (Aalten, 23-05-1822)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Janna Geertruid te Slaa
    (Winterswijk, 05-04-1802)
    Jan Willemsen
    (Bredevoort, 28-02-1802)
    Berendina Villekes
    (Bredevoort, 26-06-1800)
    Johanna Ribbink
    (Winterswijk, 01-08-1810)
    Theodora Berendina Grotenhuis
    (Henxel, 01-01-1829)
    Berendina Hijink
    (Lichtenvoorde, 19-06-1834)
    Derk Willem Bloemers
    (Woold, 10-02-1821)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    38/138/238/338/438/538/638/738/8
    Johanna Ribbink
    (Winterswijk, 01-08-1810)
    Berendina Hijink
    (Lichtenvoorde, 19-06-1834)
    Theodora Berendina Grotenhuis
    (Henxel, 01-01-1829)
    Christina ten Pas
    (Winterswijk, 21-08-1812)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Derk Willem Bloemers
    (Woold, 10-02-1821)
    Gerritjen Duenk
    (Lichtenvoorde, 28-01-1824)
    Frans Julius Römer
    (Mittweida/D, 02-11-1815)
    Willemina Kwak
    (Wisch, 04-04-1829)
    Berendina Villekes
    (Bredevoort, 26-06-1800)
    Mina Helmig
    (Bredevoort, 05-07-1824)
    Hendrika Harmina Schoppers
    (Dale, 09-11-1821)
    Geertruid Kobus
    (Winterswijk, 02-08-1842)
    Jan Hendrik Grotenhuis
    (Henxel, 22-07-1832)
    Gerritjen Dina Scholtz
    (Aalten, 31-12-1834)
    Janna Berendina Dreijers
    (Aalten, 25-05-1833)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    30/130/230/330/430/530/630/730/8
    Johanna Ribbink
    (Winterswijk, 01-08-1810)
    Berendina Hijink
    (Lichtenvoorde, 19-06-1834)
    Geertruid Kobus
    (Winterswijk, 02-08-1842)
    Janna Berendina Dreijers
    (Aalten, 25-05-1833)
    Jan Hendrik Duenk
    (Bredevoort, 17-10-1810)
    Mina Helmig
    (Bredevoort, 05-07-1824)
    Gerritjen Duenk
    (Lichtenvoorde, 28-01-1824)
    Gerritjen Dina Scholtz
    (Aalten, 31-12-1834)
    Janna Geertruid te Wieske
    (Winterswijk, 11-11-1840)
    Gerrit Hendrik Mengerink
    (Neede, 07-01-1851)
    Harmen Jan Piek
    (Aalten, 09-03-1826)
    Maria Hendrika Slats
    (Aalten, 03-05-1823)
    Geertruid Kobus
    (Winterswijk, 02-08-1842)
    Gerrit Hendrik Piek
    (Vragender, 24-08-1834)
    Gerrit Hendrik Piek
    (Vragender, 24-08-1834)
    Janna Berendina Dreijers
    (Aalten, 25-05-1833)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    2727/327/427/527/627/7
    Janna Berendina Dreijers
    (Aalten, 25-05-1833)
    Harmen Jan Piek
    (Aalten, 09-03-1826)
    Maria Hendrika Slats
    (Aalten, 03-05-1823)
    Geertruid Kobus
    (Winterswijk, 02-08-1842)
    Gerrit Hendrik Piek
    (Vragender, 24-08-1834)
    Gerritjen Dina Scholtz
    (Aalten, 31-12-1834)
    Tonia Gesiena Oonk
    (Miste, 05-09-1869)
    Jan Derk Wilterdink
    (Miste, 02-11-1860)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    28/528/7
    Geertruid Kobus
    (Winterswijk, 02-08-1842)
    Gerritjen Dina Scholtz
    (Aalten, 31-12-1834)

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832B-76Anthony Lurvink, koopman690 m² huis, schuur & erf
    1847B-258de Gereformeerde Diaconie van Bredevoort199 m² armenhuis & erf

    Bronnen


  • Zwembad ’t Walfort

    Zwembad ’t Walfort

    Dennenoord 2, Aalten

    Zwembad ’t Walfort ligt halverwege Aalten en Bredevoort en beschikt over een binnenbad en een buitenbad met zandbodem (natuurbad). Het buitenbad is in de crisisjaren van de vorige eeuw aangelegd als werkverschaffingsproject. Het zwembad kreeg aanvankelijk als adres Hessenweg 4.

    Op 10 juni 1933 besloot de Aaltense gemeenteraad “tot het maken van een groot modern Zwem- en Zonnebad, met een lang breed strand op het terrein Dennenoord. Aan dat terrein werd nog ongeveer een bunder weiland toegevoegd, zodat het in totaal ongeveer 4,5 ha besloeg.

    Aanleg

    Op 17 juli 1933 ging de eerste spade de grond in. Ongeveer honderd werklozen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van het natuurbad. In totaal hebben zij maar liefst 45.000 m³ zand uitsluitend met kruiwagens verplaatst. Met het zand uit het zwembad werd de wal opgeworpen die het bad omringt.

    Het zwembad werd gevoed door welwater en voortdurend ververst uit een drietal bronnen, die tot een diepte van 15 meter waren geboord. Het overtollige water werd in een slootje afgeleid, dat tenslotte uitliep in de Slingebeek.

    Er was een paviljoen dat tot eenvoudige restauratiegelegenheid diende en waarin tevens de benodigde ‘machineriëen’ waren ondergebracht. Dit houten gebouw had tot 1928 elders in de gemeente dienst gedaan als huisvesting van de Millitaire Politie. Nadat deze politietroepen waren teruggenomen had de gemeente dit ‘kazernement’ overgebracht naar Dennenoord, “waar het door rustbehoevenden kon worden gebruikt om van de dennenlucht te genieten.”

    Opening

    In de Graafschapbode van 22 juni 1934 stond een uitgebreid verslag van de opening. Hier lezen we onder andere het volgende:

    “Zoo is dan nu de opening van ’t Zwembad „’t Walfort” te Aalten, gelegen aan den weg tusschen Aalten en Bredevoort, omzoomd door zwaar geboomte, te midden van een stuk oud Achterhoeksche historie, een feit geworden. Er was reeds lang op gewacht en de afwerking vergde meer tijd dan men oorspronkelijk verwachtte. Nu ligt het er in zijn volle pracht, gereed om duizenden bezoekers te ontvangen. Wij mogen er bij deze opening onze blijdschap over uitspreken, dat dit stuk werk nu eens zoo in gebruik genomen is, dat wij er onze volle medewerking en sympathie aan geven kunnen.”

    Tot de vele genodigden behoorden “het college van B en W, de uitvoerders en aannemers (J. de Nooij te Bennekom, die de grondboringen verrichtte; De Vries, Harlingen sanitaire werken; Kroese, Enschedé: maken der pulsputten; Van Lochem, Ten Have, en de verdere Aaltensche aannemers en uitvoerders), Ir. Ratelband, de heeren Tilbusscher en Rollman, B. en W. van Winterswijk, Wisch, Lichtenvoorde, Dinxperlo, Gendringen en Bocholt, de nummers 2 der dubbeltallen voor het bestuur, de leden van den Raad, de hoofden van scholen, Mej. Ten Heuvel der Chr. Huishoudschool en Mej. Vreeman, Hoofd der Bewaarschool, de Predikanten, Pastoor, Voorganger der Isr. Gemeente, Voorz. der Chr. Geref. Kerk, de heeren Doktoren, Veeartsen, Postdirecteur, Rijksontvanger, Notaris, Stationschef, de besturen van Aaltens Belang, Bredevoorts Belang en der Buurtbelangen, het bestuur van Floralia, de Hoofdopz. en de Opzichters der Ned. Heide Mij., Dr. L.A. Veeger, inspecteur Volksgezondheid te Nijmegen, Dr. Bloemendaal, Pharmaceutisch inspecteur te Velp, die het wateronderzoek hebben verricht ook in verband met de ziekte van Weil, de Rijksinspecteur der Werkverschaffing, het bestuur der Winterswijksche Watersportvereen., de pers, de Directeuren der Gemeentebedrijven (Gasfabr., Slachthuis), de Oud-Secretaris, de Oud-Wethouders ten Dam en Obbink, de gemeentepolitie en de marechaussée, het bestuur van den Nederl. Zwembond en de besturen der gymnastiekvereenigingen te Aalten en Bredevoort.”

    Rede van burgemeester Monnik

    De officiële opening werd verricht door burgemeester A.J.W. Monnik. In zijn openingsrede sprak hij onder andere:

    “Dank zij het illustere voorbeeld van onze zustergemeente Winterswijk rees ook hier de gedachte: „zou het niet mogelijk zijn op eigen gemeenteterrein een bad- en zweminrichting op te richten?” De wereldcrisis, die zich ook in onze gemeente in de bedrijven in zoo ernstige mate laat gevoelen, eischte van ons gemeentebestuur om telken male om te zien naar flinke, liefst nuttige werkobjecten, om aldus arbeid te kunnen verschaffen aan de vele werkloozen, die door de crisis zoo gevoelig getroffen worden.”

    “De plaatselijke Overheid heeft ook zorg te dragen voor een behoorlijken gang van het badleven, zoodat geen misbruiken kunnen insluipen. Onder den dekmantel van de hygiëne neemt de immoraliteit helaas in ons land toe en leidt tot zedenverwildering. Laat ons er voor waken, dat de gezonde, reine, frissche levenslucht, door God ons gegeven om hem te dienen en zóó gelukkig te zijn, niet wordt verpest tot een atmosfeer, waarin gezond leven een volslagen onmogelijkheid wordt.”

    Vervolgens hield de voorzitter van de ‘stichting Bad- en Zweminrichting ‘Walfort’, de heer M. Ackerman, ook nog een rede waarin hij zich onder andere tot het personeel van het nieuwe zwembad richtte:

    “Mijnheer Happel, wij zijn blij U als onzen badmeester te mogen begroeten. Ook de andere heeren en Mej. Top wenschen wij toe, dat zij onder hun chef, den heer Happel, aangenaam werkzaam mogen zijn, tot bloei van onze schoone inrichting.”

    “Terwijl de burgemeester het lint doorknipte, speelde muziekvereeniging De Eendracht twee coupletten van het Wilhelmus. Toen schreed men door den hoofdingang en daar lag de mooie stichting in al haar schoonheid voor de oogen van de genoodigden. Hierna werd onder leiding van de heeren Tilbusscher en Rollman, gem. Architect en gem. Opzichter, een rondgang over het terrein gemaakt. Daarna vereenigde men zich in het Paviljoen, waar ververschingen werden aangeboden en waar Ir. Ratelband een verklaring gaf van het Technisch gedeelte.

    Om 7 uur hedenavond zijn alle werkloozen, die hun krachten aan de totstandkoming in werkverschaffing gegeven hebben, met hun vrouwen uitgenoodigd. De burgemeester zal daarbij een toespraak houden, hun zullen eveneens ververschingen worden aangeboden en daarna zal ook met hen een rondgang over het terrein worden gemaakt.”

    Gemengd zwemmen

    Gemengd baden was aanvankelijk verboden, oftewel heren en dames hadden ieder hun ‘eigen’ kant. In 1946 werd in de gemeenteraad een verzoek van ‘R.K. Jeugd- en Standsorganisaties’ behandeld. De raad besloot om, bij wijze van proef en na overleg met het zwembadbestuur “dat het gemengd zwemmen en op het strand verblijven in badcostuum wordt toegestaan, mits een streng toezicht wordt gehouden en tegen eventueele excessen onvoorwaardelijk wordt opgetreden”.

    Openstelling op zondag

    Tot 1958 was zwembad ’t Walfort zondags gesloten. Een jaar eerder was een voorstel om het bad op warme zondagen open te stellen nog weggestemd. Enkele weken daarna, op een snikhete zondagmiddag, bestormden honderden Aaltenaren het bad om er – tegen de geldende regels in – massaal te zwemmen. In april 1958 besloot de gemeenteraad dat het bad op zomerse zondagen van 2 tot 4 uur opengesteld mocht worden.

    Binnenbad

    In 1995 werd zwembad ’t Walfort uitgebreid met een binnenbad, bestaande uit een wedstrijdbad, recreatiebad, instructiebad en een peuterbad. Het wedstrijdbad heeft een afmeting van 25×12,5 meter en beschikt over vijf banen.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1852C-1540Jan baron van Pallandt36.380 m² heide
    1860C-1540Hendrik Willem Oosterman, landbouwer36.380 m² heide
    1874C-1540Jan Willem Oosterman, landbouwer36.380 m² heide
    1923C-4414de Gemeente Aalten38.190 m² heide & dennen
    1937C-4625de Gemeente Aalten44.040 m² zwembad & paviljoen
    1968C-5237de Gemeente Aalten46.836 m² natuurbad,
    paviljoen, garage
    1985P-163de Gemeente Aalten8.570 m² huis, bos,
    zwembad, cultuurgrond

    Kenmerken


    Kadastraal nr.P-1343
    FunctieZwembad
    Opening1934
    Monumentnee
  • Woonzorgcentrum ’t Hoge Veld

    Woonzorgcentrum ’t Hoge Veld

    ’t Hoge Veld, Aalten

    Woonzorgcentrum ’t Hoge Veld in Aalten werd in 1970 geopend als opvolger van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat. Het gebouw bood onderdak aan tientallen ouderen en was decennialang een herkenbaar verzorgingshuis in Aalten. In 2018 werd het complex gesloopt en vervangen door nieuwe bebouwing.

    In 1967 richtten de hervormde gemeenten van Aalten, Bredevoort en Lichtenvoorde gezamenlijk de Hervormde Stichting Bejaardencentrum Aalten op. Deze stichting werd later omgedoopt tot Stichting Bejaardencentrum ’t Hoge Veld. In 1970 verhuisden de bewoners van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat naar het nieuw gebouwde bejaardencentrum ’t Hoge Veld te Aalten.

    Hoogbouw

    De nieuwbouw was een zes verdiepingen tellend bouwwerk. Dat vond men in Aalten destijds vrij spectaculair, want er was nauwelijks hoogbouw in het dorp. De enige hoge gebouwen waren de silo van de Landbouw en de watertoren. Vanaf de bovenverdieping van ’t Hoge Veld had men een mooi uitzicht over Aalten en omgeving.

    Bij de bouw zeiden sommige ouderen: “wanneer ze er een glijbaan bijbouwen, kunnen we na onze dood rechtstreeks naar het tegenover gelegen kerkhof”. Later dachten de ouderen er heel positief over. Men genoot van het uitzicht en de prima verzorging in dit verzorgingshuis.

    Het hoofdgebouw telde 78 éénpersoonskamers en 11 tweepersoonskamers. Daarnaast waren er nog 12 aanleunwoningen.

    Sloop en nieuwbouw

    In 2018 werden de flat en de aanleunwoningen gesloopt, om plaats te maken voor (lagere) nieuwbouw van het woonzorgcentrum en luxe woningen, in een parkachtige omgeving.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.
    FunctieWoonzorgcentrum
    Bouwjaar1970
    Sloop2018

    Bronnen


  • Woonzorgcentrum Beth San

    Woonzorgcentrum Beth San

    Ludgerstraat 17, Aalten

    Woonzorgcentrum Beth San aan de Ludgerstraat in Aalten werd in 1960 geopend als ‘Gereformeerd tehuis voor bejaarden’. Na vijftig jaar voldeed het complex niet meer aan de toen geldende eisen en werd het woonzorgcentrum, samen met de bijbehorende aanleunwoningen, vervangen door nieuwbouw. De opening van het nieuwe Beth San vond plaats in 2013.

    Het initiatief voor Beth San kwam van de diaconie van de gereformeerde kerk in Aalten. De naam betekent ‘Huis van Rust’. In 1957 werd ruim 12.000 m² grond aangekocht tussen de Ludgerstraat en het nog aan te leggen gedeelte van de Eligiusstraat. De gebouwen werden ontworpen door de architecten Gjalt van der Zee (1901-1994) en ir. Cornelis Veerling (1912-1997) uit Bolsward.

    Het hoofdgebouw bestond uit 63 eenpersoonskamers, 4 tweepersoonskamers en 8 kamers voor inwonend personeel. Daarnaast werden 12 aanleunwoningen gebouwd. De totale investering bedroeg ruim 1 miljoen gulden.

    Bij de opening in 1960 bood Beth San onderdak aan meer dan zeventig bewoners. Het tehuis gold als een moderne voorziening voor die tijd, met onder andere centrale verwarming en voorzieningen voor zelfstandig wonende ouderen in de aanleunwoningen.

    Vernieuwing en nieuwbouw

    Vijf decennia na de opening voldeed het complex niet meer aan de geldende eisen. Het complex werd gesloopt en vervangen door een nieuw woonzorgcentrum, dat in 2013 werd geopend.

    Het nieuwe Beth San bestaat uit twee gebouwen met dertig appartementen en vijf groepswoningen voor mensen met dementie. De groepswoningen zijn kleinschalig van opzet en bieden 24-uurs zorg en ondersteuning. Daarnaast beschikt het centrum over een restaurant, een bewegingstuin en ruimtes voor activiteiten en ontmoeting, zoals meer bewegen voor ouderen (MBVO) en een internetcafé.

    Naast Beth San verrees een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren, met dertien appartementen en een parkeergarage in de kelder. Dit complex verving de aanleunwoningen die er voorheen stonden.


    Bewoners

    Adresboek 1967

    Ludgerstraat 47

    Bejaardencentrum „Beth San”
    Mej. H.R. Steenbergen (directrice)

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-12823
    FunctieWoonzorgcentrum
    Bouwjaar1960
    Sloopca. 2010
  • Beukenhof

    Beukenhof

    Hofstraat 12, Aalten

    Deze directeursvilla is gebouwd in 1893-1894 door textielfabrikant Herman Driessen, gelijktijdig met de voormalige naastgelegen stoomweverij. De statige villa heeft later nog jarenlang dienst gedaan als gezinsvervangend tehuis van Estinea. Achter het huis lag ooit de waarschijnlijk eerste tennisbaan van Aalten.

    De villa is opgetrokken in neo-renaissancistische stijl en telt op de eerste en tweede verdieping 10 slaapkamers. Het is een rijksmonument en kent nog vele monumentale detailleringen, waaronder een zeer fraai trappenhuis met originele tegels in Jugendstil-motief en diverse originele glas-in-lood ramen. Het karakteristieke pand is tegenwoordig in particuliere handen en wordt momenteel gerestaureerd.

    In 2015 schreef Jalf Flach aan Oud Aalten:

    “Recent vond ik een tekst terug die ik 25 jaar geleden schreef n.a.v. een interview met Mevr. Bella Driessen. In 1893 heette de Hofstraat nog Het Blik en in dat jaar verrezen daar een stoomweverij en een woonhuis dat de volgende 75 jaar door leden van de familie Driessen zou worden bewoond. Pas in 1953 kreeg het huis de naam ‘Beukenhof’ van één der bewoonsters. Maar toen had het huis al een bewogen historie achter de rug.

    Bella Driessen bewoonde het huis vanaf haar prille jeugd tot aan 1969, toen de fabriek sloot en het huis in andere handen over ging. Dat is dus ruim 60 jaar. In die tijd was de Beukenhof een echte patriciërswoning zoals uit de interieurfoto blijkt die ik van haar mocht lenen. In later jaren bewoonde zij het huisje dat aan het grote gebouw gebouwd was en dat tot haar verdriet in 1976 gesloopt werd, toen het huis tot een gezinsvervangend tehuis werd verbouwd. Daarmee kwam een eind aan wat in de volksmond oneerbiedig de ‘puist van Bella’ werd genoemd.

    Boeiend waren de verhalen van mevr. Driessen over de oorlogsjaren. In het trappenhuis waren een paar prachtige glas-in-lood vensters. Eén stelde de stuw op het Smees voor en de andere de kathedraal van Malmédy waarvandaan haar moeder afkomstig was. Nadat eerst al eens een Duitse soldaat er doorheen geschoten had omdat er in strijd met verduisteringsvoorschriften gehandeld werd, moesten ze er bij een bombardement op Aalten helemaal aan geloven. De rest van de oorlog waren er planken voor gespijkerd en zochten de bewoners, ingekwartierde Duitse soldaten en evacués, hun weg in het duister.

    Na de oorlog werden er weer eenvoudiger glas-in-lood vensters aangebracht die nu nog in het trappenhuis in Jugendstil prijken en samen met de fraaie tegels en smeedijzeren trapleuningen het pand een geheel eigen karakter geven.”


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 20

    Herman Anton Frans Carel Maria Driessen (Aalten, 22-09-1831), fabrikant
    Anna Maria Theodora Mühren (Neuenkirchen/D, 14-10-1840)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 23 > C584

    Herman Anton Frans Carel Maria Driessen (Aalten, 22-09-1831), fabrikant
    Anna Maria Theodora Mühren (Neuenkirchen/D, 14-10-1840)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C584 > D691

    Josephus Walter Julius Driessen (Aalten, 07-01-1870), fabrikant
    Maria Anna Elisa Josepha Beckmann (Malmédy, 12-05-1872)

    Adresboek 1934

    D691 > Hofstraat 12

    J.W.J. Driessen

    Adresboek 1967

    Hofstraat 12

    Mevr. I.M.E.B.G. Driessen-Smeets

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-12941
    FunctieWoonhuis
    Bouwjaar1893
    MonumentRijksmonument
  • Rusthuis Avondvrede

    Rusthuis Avondvrede

    Hogestraat 84, Aalten

    Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat werd in 1885 geopend als ‘Oude Mannen- en Vrouwenhuis’ van de hervormde gemeente in Aalten. Het gebouw kende in de loop der tijd verschillende functies: bejaardentehuis, tijdelijk ziekenhuis en later gezinsvervangend tehuis. Tegenwoordig is het pand in gebruik als woonlocatie van zorgaanbieder Estinea.

    Het tehuis werd in oktober 1885 geopend en was deels ingericht als boerderij. Bewoners die daartoe in staat waren, werkten op de bijbehorende landerijen om in hun onderhoud te voorzien. Tot 1904 beheerde de hervormde gemeente ook een Gasthuis / Armenhuis aan de toenmalige Gasthuisstraat (nu Haartsestraat). De bewoners daarvan verhuisden in dat jaar naar het rusthuis aan de Hogestraat.

    Ziekenhuis

    In 1904 werd de Nederlands Hervormde Vereniging voor Ziekenverpleging opgericht. Deze vereniging nam enkele jaren later het initiatief om een ziekenhuis onder te brengen in het rusthuis. Het ziekenhuis werd in de loop van 1909 geopend. Het was bestemd voor patiënten met niet-besmettelijke ziekten, met name acute aandoeningen. De verplegingskosten varieerden van f 0,80 tot f 1,50 per dag.

    In het eerste jaar werden er twaalf patiënten opgenomen, waarvan er vier overleden, samen 166 verpleegdagen. In 1910 waren er acht patiënten met 222 verpleegdagen, in 1911 zeven patiënten met 343 verpleegdagen. Het aantal patiënten nam in de volgende jaren af en het aantal verpleegdagen werd aanzienlijk minder. In 1912 slechts 59 verpleegdagen. Het jaar 1915 telde nog 134 verpleegdagen en 1916 slechts 35 met twee patiënten. Van de tijd daarna ontbreken de gegevens.

    Begin jaren dertig werden opnieuw plannen gemaakt om een ziekenhuis in het rusthuis onder te brengen, maar de crisisjaren maakten verdere uitvoering moeilijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde het gebouw een periode als noodziekenhuis.

    Van Avondvrede naar ’t Hoge Veld

    In 1935 werd het gebouw verbouwd en gemoderniseerd en kreeg het de naam ‘Avondvrede’. In 1967 richtten de hervormde gemeenten van Aalten, Bredevoort en Lichtenvoorde gezamenlijk de Hervormde Stichting Bejaardencentrum Aalten op, later omgedoopt tot Stichting Bejaardencentrum ’t Hoge Veld. De laatste bewoners van Avondvrede verhuisden in 1970 naar het nieuwgebouwde bejaardencentrum ’t Hoge Veld in Aalten.

    Cederhof

    Na het vertrek van de oudjes kreeg het pand een nieuwe bestemming. Op 2 november 1970 werd het officieel geopend als gezinsvervangend tehuis onder de naam Cederhof, de eerste woonvoorziening in Aalten voor mensen met een verstandelijke beperking. Het gebouw wordt tegenwoordig gebruikt als woonlocatie van zorgaanbieder Estinea.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1880-1890

    “Rusthuis Avondvrede”

    Aalten 138a

    Willem de Wijn (Alkmaar, 18-03-1851), Rusthuis-vader
    Janke van den Brink (Ameland, 20-03-1844), Rusthuis-moeder

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 132

    Roelof Klompenhouwer (Aalten, 28-09-1842)
    Dora Willemina Tolkamp (Haart, 25-12-1845)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    “Rusthuis Avondvrede”

    Aalten 155 > A200

    Roelof Klompenhouwer (Aalten, 28-09-1842), landbouwer
    Dora Willemina Tolkamp (Haart, 25-12-1845)

    Volgende bewoners:

    Hendrik Memelink (Vorden, 27-09-1855), landbouwer
    Jesperina Margaretha Colstee (Bredevoort, 16-10-1848)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten A200 > B204

    Hendrik Memelink (Vorden, 27-09-1855), landbouwer
    Jesperina Margaretha Colstee (Bredevoort, 16-10-1848)

    Volgende bewoners:

    Aalten B204

    Hendrik te Kolste (Aalten, 02-02-1888), fabr.arbeider
    Leide Goorhuis (Aalten, 21-03-1889)

    Adresboek 1934

    Aalten B204 > Hoogestraat 84

    H. te Kolste (beheerder ‘Avondvrede’)

    Adresboek 1967

    Hogestraat 84

    Huize “Avondvrede”
    Mej. W. Draadjer, directrice

    Kenmerken


    Kadastraal nr.K-1208
    FunctieTehuis
    Bouwjaar1885
    Monumentnee
  • Sint Bernardus

    Sint Bernardus

    ’t Zand 23, v/h ’t Zand 15, Bredevoort

    Huize Sint Bernardus is een karakteristiek pand aan ’t Zand, het centrale plein van Bredevoort. Het gebouw kent een rijke geschiedenis, waarin het dienstdeed als woonhuis, sanatorium en rusthuis.

    Het pand werd oorspronkelijk gebouwd in opdracht van Jan Satink, luitenant-kolonel in het Staatse leger, Regiment Nationalen. Het verrees op de plek waar ooit de voorburcht van het kasteel Bredevoort heeft gestaan. In 1800 kwam het huis door vererving in bezit van de familie Roelvink. Arnoldus Florentinus Roelvink, telg uit deze familie, was vanaf 1813 burgemeester van Bredevoort.

    In 1897 werd het pand gekocht door pastoor Bernardus Mulders. De pastoor was een bemiddeld man en verwierf het voormalige rentmeestershuis uit eigen middelen. Zijn doel was, zo schreef hij: “zijn arme kinderen” katholiek onderwijs aanbieden. Omdat katholieke scholen in die tijd geld kostten, bedacht hij een slimme oplossing: hij haalde nonnen naar Bredevoort die in het rentmeestershuis een klooster en een sanatorium vestigden. Zusters waren goedkoop, want zij ontvingen geen loon; zij hadden immers hun leven aan God gewijd.

    Onder beheer van de Zusters Franciscanessen van Thuine werd het ‘R.K. Sanatorium St. Bernardus Gesticht’ opgericht. Het klooster-sanatorium noemde hij naar zijn eigen patroonsheilige, Sint Bernardus van Clairvaux. Met de winst van het sanatorium begon de pastoor een lagere school: de Sint Joannesschool.

    Het sanatorium was bedoeld voor welgestelde patiënten want de verpleegkosten waren hoog: variërend van f 1,50 tot f 2,20 per dag. Voor medische kosten en apotheek werd 10 gulden per maand in rekening gebracht. Patiënten uit de zogenoemde tweede klasse betaalden f 7,50.

    Vanaf 1907 kwamen mensen uit het hele land naar Bredevoort om in het sanatorium te herstellen. Zij verbleven er vaak maandenlang. Overdag lagen zij in bed in een lighal, ook in de winter; helemaal ingepakt. In de tuin van Sint Bernardus, nu het Vestingpark, stonden minstens tien van deze lighallen met hun open zijde naar de zon gericht. Twee daarvan zijn bewaard gebleven en hebben de status van rijksmonument.

    Het sanatorium bleef in gebruik tot 1933. Daarna werd het pand herbestemd tot bejaardentehuis. In 1938 werden de zusters van Thuine opgevolgd door de zusters van St. Jozef uit Amersfoort. De laatste zusters vertrokken in 1985 uit Bredevoort.

    In 1988 volgde een grootschalige renovatie en uitbreiding van het gebouw door Stichting Verzorgingstehuis St. Bernardus. Het bejaardentehuis verhuisde uiteindelijk in 2008 naar het nieuwgebouwde Ambthuis.

    Sinds 2020 heeft het pand een nieuwe bestemming: het is in gebruik als boutique hotel & brasserie de Heerlyckheid.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832B-209
    B-208
    Arnoldus Florentinus Roelvink,
    burgemeester van Aalten en
    Bredevoort te Bredevoort
    550 m² huis & erf
    220 m² huis & erf
    1877B-397
    B-380
    Bernard Andries Roelvink,
    griffier bij het kantongerigt
    235 m² huis & erf
    552 m² huis & erf
    1887B-588
    B-589
    Leonard Roelvink, burgemeester240 m² huis & erf
    280 m² koetshuis, keuken, stalling & erf
    1898B-588
    B-589
    Hermann Schepers, schoenmaker240 m² huis & erf
    280 m² koetshuis, keuken, stalling & erf
    1901B-734R.C. kerk van Bredevoort21.023 m² huis, schuren, erf & tuin
    1909B-792R.C. kerk van Bredevoort13.373 m² huis, ziekenhuis,
    schuur & tuin
    1952B-979R.C. kerk van Bredevoort13.538 m² huis, stal,
    ziekenhuis & tuin
    1988B-1265St. Verzorgingshuis Sint Bernardus2.760 m² “BWT”

    Kenmerken


    Kadastraal nr.B-1963
    FunctieWoonhuis,
    Sanatorium,
    Rusthuis,
    Horeca
    Bouwjaar1764
    MonumentGemeentelijk
    monument

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1850

    Bredevoort 45

    Arnoldus Florentinus Roelvink (Borculo, 23-12-1789), burgemeester
    Elzabé Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 46

    Theodora Sophia Roelvink (Bredevoort, 09-11-1760)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Bredevoort 77

    Arnoldus Florentinus Roelvink (Borculo, 23-12-1789), burgemeester
    Elzabé Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 78

    Theodora Sophia Roelvink (Bredevoort, 09-11-1760)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Bredevoort 77

    Arnoldus Florentinus Roelvink (Borculo, 23-12-1789), burgemeester
    Elzabe Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 78

    Theodora Sophia Roelvink (Bredevoort, 09-11-1760)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Bredevoort 77

    Elzabe Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 78

    ?

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Bredevoort 84

    Elzabe Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 85

    Leonard Roelvink (Bredevoort, 30-04-1833), burgemeester
    Christina Paschen (Winterswijk, 27-03-1848)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Bredevoort 101

    Elzabe Maria Theodora ten Cate (Neede, 21 juli 1798)

    Bredevoort 102

    Leonard Roelvink (Bredevoort, 30-04-1833), burgemeester
    Christina Paschen (Winterswijk, 27-03-1848)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Bredevoort 85a

    Heinrich Nuijken (Gahlen/D, 11-09-1833)
    Anna Velthacke (Vreden/D, 16-05-1834)

    Bredevoort 85

    Christina Paschen (Winterswijk, 27-03-1848)

    Volgende bewoners:

    Hermann Schepers (Weseke/D, 17-08-1828), schoenmaker
    Elisabeth Dieckmann (Alpen/D, 24-12-1840)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Bredevoort 83a

    Heinrich Nuijken (Gahlen/D, 11-09-1833)
    Anna Velthacke (Vreden/D, 16-05-1834)

    Volgende bewoners:

    Catharina Niemeijer (Salzbergen/D, 28-11-1856)

    Nu volgt een lange lijst van ziekenzusters en onderwijzeressen.

    Vervolg bewonerslijst:

    Bredevoort 83a > 084

    Nog meer (o.a.) pleegzusters, onderwijzeressen, liefdezusters, maar ook verpleegden.

    Bredevoort 83 > 85

    Hermann Schepers (Weseke/D, 17-08-1828), schoenmaker
    Elisabeth Dieckmann (Alpen/D, 24-12-1840)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Bredevoort 84 > 60

    ?

    Bredevoort 85 > 61

    Hermann Schepers (Weseke/D, 17-08-1828), schoenmaker
    Elisabeth Dieckmann (Alpen/D, 24-12-1840)

    Adresboek 1934

    Bredevoort 60 > ’t Zand 15

    St. Bernardus gesticht

    Adresboek 1967

    ’t Zand 23

    St. Bernardus Gesticht

  • Actie Zonneschijn voor Annie Smees

    Actie Zonneschijn voor Annie Smees

    Christelijk Nationaal Weekblad De Spiegel, 16 november 1957

    Langzaam en voorzichtig werd ze uit de ziekenauto getild. Sterke mannenarmen droegen de brancard stapje voor stapje over het erf, waar wat dorre bladeren door de frissen najaarswind voortgejaagd werden tot ze in hun vaart gestuit werden door het gaas, dat rond de kippenloop gespannen stond. Stapje voor stapje gingen de mannen verder, voorbij de mensen, die wat beschutting voor de wind gezocht hadden onder het dak van de open schuur. En Annie lachte tegen al die mensen, want het was voor haar wel een bijzonder blijde dag. Vandaag kreeg ze haar nieuwe, eigen kamertje! En daar hadden deze mensen en nog een heleboel meer voor gezorgd.

    De brancard werd neergezet. Annie keek opzij en toen… toen zat er opeens een traan in haar oog, die ze haastig wegveegde. Maar er kwam er nog één en nog één… O, dit – nee, dit had ze na haar afwezigheid niet verwacht! Een heel nieuw huisje met twee openslaande tuindeuren waardoor ze een nieuw tafeltje zag staan – en stoelen – en haar radiootje stond naast haar ledikant op een gloednieuw boekenkastje en dan een mooie lamp – en… en… opnieuw werd haar de ontroering te machtig en terwijl ze naar binnen gedragen werd, liet ze haar tranen van blijdschap en dankbaarheid de vrije loop…

    Zou er geen oplossing zijn!

    Het zal ongeveer een half jaar geleden zijn, dat Hendrik Arentsen, manufacturier te Aalten voor de zoveelste keer een bezoek bracht bij Annie Smees, die al zo lang, zo heel lang – al wel vijftien jaar – ziek te bed lag en waarvoor menselijkerwijs gesproken geen genezing meer mogelijk was. Arentsen keek eens rond. De kamer waar het ziekbed stond, was aardig wat de ruimte betrof, maar hij wist, dat het er vochtig was en dat ’s morgens om tien uur de zon voor die dag afscheid van Annie nam.

    Wat jammer eigenlijk, dacht de manufacturier, dat dit meisje, dat toch al zo weinig ziet van de buitenwereld, nu ook niet wat meer zonneschijn kan ontvangen. Zou daar nu geen oplossing voor te vinden zijn? Zou er niet een andere kamer voor te vinden zijn? Zou er niet een andere kamer voor het meisje beschikbaar wezen? – Hij praatte er eens over met vader en moeder Smees, maar deze bejaarde mensen wisten het ook niet. Het was immers al zo veel jaren goed gegaan? Drie maanden van elk jaar had Annie in het kleine tuinhuisje gelegen en de rest van elk jaar lag ze in deze kamer.

    Was er dan helemaal geen andere plaats in de boerderij, waardoor Annie’s ledikant op het zuiden kon staan? „Onze slaapkamer”, zei moeder Smees, „maar daar zit weer geen raam in, dat op het zuiden uitkijkt.” Tja, dat werd moeilijker. Vooral omdat de boerderij geen eigendom van het gezin Smees is. Toch bleef de heer Arentsen erover nadenken. Zonneschijn moest Annie hebben. Konden hij en al die vrienden, familie en bekenden, die haar regelmatig bezochten haar dàt maar geven! Het moest toch op de een of andere manier kunnen.

    Giften stroomden binnen

    En het lukte! Het lukte veel beter dan Annie’s vrienden hadden verwacht. Want toen de toestemming gegeven was om de kamer van vader en moeder met die van Annie om te wisselen en als een gezellig ziekenverblijf in te richten met een groot raam, met een schoorsteen, met behang en vloerbedekking, toen stroomden de giften binnen.

    Op verjaardagen en bruiloften, van particulieren en zakenmensen, iedereen, die tot Annie’s familie, vrienden en bekenden behoorde was direct bereid om op de oproep van Arentsen te reageren en een steentje (of soms ook wel een grote steen) bij te dragen in de kosten, welke gemaakt moesten worden. Zo ontstond de actie „Zonneschijn” en het bedrag van duizend gulden, dat met de verbetering en aankleding van de kamer gemoeid was, werd al spoedig overschreden en groeide aan tot twéé duizend gulden!

    Maar dàt was geweldig! Waarom, zo dacht Annie’s vrienden, zouden we het nu niet ineens helemààl goed doen? Laten we haar een heel nieuw kamertje cadeau geven! En al pratend kwam men ten slotte op het idee om een uitneembaar, verplaatsbaar en dubbelwandig houten huisje te laten maken. Ten slotte was moeder, de enige, die haar dag en nacht verzorgde, al bijna negen en zestig jaar en àls Annie nog eens bij iemand anders verpleegd zou moeten worden, dan kon ze haar huisje prachtig meenemen.

    Omdat men van haar houdt

    Zo werd er dus besloten en zo gebeurde het ook. Het huisje werd gebouwd en de inrichting ervan verzorgd. Meisjes van de Chr. Landbouwhuishoudshool van Aalten kochten en maakten van hun bijeengespaarde geld de gordijnen, de onderwijzeressen voorzagen ze van handbedrukte motieven, het Oranje-Groene Kruis schonk het vloerkleed, de firma Luimes gaf nààst een geldelijke bijdrage het mooie boekenkastje, waarop het moderne radiotoestelletje kon staan, dat Annie al eerder van een Spiegellezer ontvangen had, nadat er een oproepje voor prentbriefkaarten in ons blad gestaan had en deze mensen Annie persoonlijk bezocht hadden.

    Verder waren er nog geschenken en giften van… ach nee, laten we geen namen meer noemen, want anders zouden we misschien iemand overslaan en het is trouwens helemaal de bedóéling niet van al Annie’s vrienden dat hun namen bekend gemaakt worden. Deze gaven, dit brengen van zonneschijn aan een meisje, dat al vanaf har elfde, twaalfde jaar sukkelt met haar rug door een ongelukkige val bij het spelen, waarbij operatief ingrijpen geen bat mocht hebben, al deze onbaatzuchtige liefde en dit tastbaar medeleven was haar geschonken, omdat men van haar houdt, omdat men de door de Here Jezus bevolen naastenliefde in praktijk wilde brengen.

    Ontroerende naastenliefde

    Zo moet men deze reportage dan ook zien. Temidden van al die narigheid, welke op deze wereld te vinden is, het elkaar vereten door jaloezie of haatgevoelens, het geschreeuw van „dat laat ik niet op me zitten!”, het… enfin, al dat lelijke en nare dat zoveel mensen hun naaste aandoen, temidden daarvan gebeurt dan opeens in de Gelderse Achterhoek dit mooie, dit geven van ontroerende naastenliefde.

    „Het is in geen geval de bedoeling om geld van U los te kloppen,” schreef mevrouw Te Loo uit Bredevoort ons, „maar wij vonden dit spontane medeleven met de zieke Annie Smees zo leuk en zo hartverwarmend, dat we dachten: dit moeten we eens naar De Spiegel schrijven. Het zou een voorbeeld kunnen zijn voor anderen.” En dat is het inderdaad!

    Voordat Annie met de ziekenauto aankwam, hebben we eens rondgekeken. We zagen haar vorige ziekenvertrek, waar bijna geen zon komt en van waaruit ze ook praktisch niets zag van de weg. De weg, die tóch al een heel eind van de boerderij vandaan ligt. Ook ligt de kamer helemaal aan de andere kant van het huis, zodat Annie ook niets zag van de werkzaamheden, die door haar ouders, broer en zus rond de boerderij verricht worden, en waardoor ze dus ook weinig contact met haar huisgenoten had.

    We hebben ook haar „zomerhuisje” bekeken, dat in de tuin staat. Het is niet groter dan een prieel. Stond haar ledikant erin, dan kon er met moeite één stoel bij. Bovendien viel het voor haar moeder ook niet mee om gedurende de drie maanden, dat Annie daar lag, iedere nacht een keer naar buiten te moeten.

    Onbezwaard eigendom

    Nee, dan is haar nieuwe kamer in alle opzichten beter. Door een deur is het huisje regelrecht verbonden met de slaapkamer van haar ouders, Annie heeft een beter uitzicht op de weg en op het erf en de zon kan ongehinderd van ’s morgens tot ver in de middag naar binnen schijnen.

    Toen ze binnen gedragen werd – we schreven het al – stonden daar verschillende familieleden en vrienden om bij de overdracht aanwezig te zijn. We zagen de burgemeester van Aalten, haar geneesheer, dokter H. Knol met zijn echtgenote, wethouder Te Roele, de voorzitster van het Rode Kruis, afd. Aalten, mevr. Van Egmond en nog veel meer. Allemaal kwamen ze Annie gelukwensen met haar nieuwe verblijf en luisteren naar de oorkonde, die burgemeester Van Veen voorlas en aan haar overhandigde. Er stond het volgende in:

    „Op heden, de eerste nov. 1957, werd door de Edelachtbare Heer („ja, dat ben ik, Annie, hoe vind je dat?” lachte de burgervader) E.S. van Veen, burgemeester van de gemeente Aalten aan Mej. Annie Smees, Heurne 4, eveneens gem. Aalten in onbezwaard eigendom overgedragen een dubbelwandig en met pannen gedekt houten gebouw, groot ruim drie bij vier meter, met dubbele ramen, schoorsteenmantel, asbestschoorsteen, tegelterras, elektra aanleg met bijbehoren, balatum, karpet met twee kleedjes, stoeltje, bank, tafeltje, boekenmeubel, lamp, oliehaard met 200 liter tank. Een en ander is het resultaat van een actie gevoerd onder vrienden, familie en belangstellenden onder het motto „Actie Zonneschijn”.

    Velen tot zegen geweest

    „Het heeft Anneke overweldigd,” zei haar wijkpredikant, Ds. R. Siertsema, „daarom kan zij ook geen woorden vinden om u allen te bedanken en heeft ze mij verzocht dit te willen doen.” „Laten we ook niet vergeten,” zei burgemeester E.S. van Veen wat later, „dat ofschóón Annie dit kruis te dragen heeft, zij tòch kans ziet om velen, die haar bezoeken, met een blij en dankbaar hart weer weg te laten gaan. Onbewust is zij veel mensen tot zegen geweest en ik weet zeker, dat zij dit zal blijven zijn.”

    In- en ingelukkig lag Annie daar, de rode cyclamen bloeiden in de vensterbank, bloemen geurden door heel het kamertje en haar gevouwen handen lagen in het milde licht van de blij stralende najaarszon.

    Het oorspronkelijke artikel is ook beschikbaar als pdf (klik hier).

    Annie en haar zus Mina verhuisden in 1970 naar een aanleunwoning van de Cederhof, Hogestraat 80. Het ziekenkamertje heeft daarna nog enkele jaren dienst gedaan als berging.

  • Evert Jan van Schaik

    Evert Jan van Schaik

    Arts

    Evert Jan van Schaik (1881–1947) was van 1912 tot 1946 arts te Aalten. Hij stond bekend om zijn deskundigheid, toewijding en eenvoud, en stelde altijd het belang van zijn patiënten en de gemeenschap voorop. Van Schaik bleef ongehuwd en overleed in 1947 op 65-jarige leeftijd.

    Evert Jan van Schaik werd geboren op 30 november 1881 in Wapenveld, gemeente Heerde, als zoon van Paul van Schaik, predikant bij de Christelijke Gereformeerde Kerk, en Maria van de Kamp. Door het beroep van zijn vader verhuisde het gezin meerdere keren in zijn vroege jeugd: eerst naar Hoofddorp (1882), vervolgens Middelharnis (1884) en daarna Nieuw-Lekkerland (1890).

    Na de lagere school bezocht Evert Jan het Gereformeerd Gymnasium in Amsterdam. Aansluitend studeerde hij geneeskunde aan de Stedelijke Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1912 zijn artsendiploma behaalde.

    Arts in Aalten

    Nog datzelfde jaar, op 9 december 1912, vestigde hij zich in Aalten, waar hij de huisartsenpraktijk overnam van de kort daarvoor overleden dokter Van Leuven. Aanvankelijk woonde hij in hotel De Roskam aan de Landstraat. Enkele jaren later verhuisde hij naar de voormalige rooms-katholieke pastorie aan de Dijkstraat, waar later ook vier ongehuwde zusters van hem kwamen inwonen.

    Net als zijn voorganger kreeg dokter Van Schaik al snel waardering door zijn deskundigheid en toewijding. Hij genoot veel vertrouwen van zijn patiënten en bouwde een stevige reputatie op. Zijn werkwijze werd gekenmerkt door grote nauwgezetheid. Vakantie kende hij nauwelijks: jarenlang oefende hij zijn praktijk uit zonder er zelfs maar aan te denken.

    Hoewel hij zich vrijwel geheel toelegde op zijn medische praktijk, had hij ook belangstelling voor het kerkelijke en staatkundige leven. Die interesse ging gepaard met grondige kennis, al trad hij daarmee niet op de voorgrond.

    Erkenning en laatste jaren

    In 1937, bij zijn 25-jarig jubileum als huisarts in Aalten, werd hij gehuldigd door een commissie uit de burgerij. Van Schaik werd geroemd om zijn trouwe toewijding en stille kracht, als iemand die zichzelf nooit op de voorgrond plaatste, maar altijd het belang van zijn patiënten en de gemeenschap vooropstelde. Zijn grote eenvoud maakte hem geliefd bij velen.

    De drukke praktijk vergde echter veel van zijn krachten. Enkele jaren na zijn jubileum kreeg hij ondersteuning van dokter D.N. Visser. Naarmate zijn gezondheid achteruitging, droeg Van Schaik geleidelijk meer werk over. In januari 1946 legde hij zijn werkzaamheden definitief neer. Dokter Visser nam toen de praktijk volledig over.

    Op 18 juni 1947 overleed Evert Jan van Schaik in Aalten, op 65-jarige leeftijd. Hij werd begraven op begraafplaats Berkenhove.

  • Noodziekenhuis

    Noodziekenhuis

    De Graafschapper, 25 juli 1945

    Nu dezer dagen het noodziekenhuis te Aalten wordt opgeheven, past het ons eenige oogenblikken stil te staan bij het ontstaan en werk van deze instelling, die voor zoo tallooze Nederlandsche arbeidsslaven en gevangenen uit het concentratiekamp een zegenrijke uitkomst heeft beteekend. Zooals men weet, werd de stoot tot de oprichting hiervan gegeven onder auspiciën van ’t Roode Kruis, door dr. J. der Weduwen en den heer Cl. Driessen.

    De noodzakelijkheid van de oprichting kwam sterk naar voren eind November, toen een gedeelte der slachtoffers van de treinbeschieting bij Bocholt in Aalten opgenomen moesten worden. Toen dr. J. der Weduwen, 5 Dec. 1944 met 22 losgewerkte gevangenen uit Rees op het rusthuis Avondvrede arriveerde, stond men nog voor haast onoverkomelijke moeilijkheden. Bedden, voedsel en geschoold personeel, dat alles ontbrak.

    De bewoners van het rusthuis hebben op die voor den ex-gevangenen zoo gedenkwaardigen Sinterklaasavond broederlijk hun pannekoeken, oliebollen en chocola (!) met de nieuw gekomenen gedeeld. Met inspanning van alle krachten slaagde men er in den afgebeulden patiënten een behoorlijke behandeling te geven. De heer en mevr. Ditmarsch hebben toen, diep bewogen met het lot van deze menschen, alles gedaan wat mogelijk was.

    Met ontroering zullen velen de aan diphtherie overleden zuster A. Bol gedenken, die in dezen tijd ware wonderen aan haar patiënten verrichtte. Na haar overlijden bleek het noodzakelijk, gezien het besmettingsgevaar, deskundige krachten te verbinden aan het noodziekenhuis. Zuster Schaafsma en zuster Doesburg, werden met de leiding belast onder toezicht van dr. P. Hogenkamp, die het medisch werk van dr. der Weduwen overnam, na ’t smartelijk verscheiden van dezen geliefden dokter.

    Hoewel op Avondvrede meer ruimte beschikbaar werd gesteld, bleek de capaciteit van het ziekenhuis toch te gering te zijn, daar men ook rekening diende te houden met oorlogsslachtoffers uit eigen plaats; daarom werd het ziekenhuis verplaatst naar het gebouw Patrimonium. In samenwerking met ’t U.V.V., I.K.O. en het Roode Kruis, werd de materieele zijde van het werk verzorgd. Na het laatste bombardement werd het gebouw Patrimonium onbruikbaar en werd besloten het ziekenhuis te liquideeren, daar het grootste gedeelte der patiënten onder leiding van zuster Schaafsma er de voorkeur aan gaf naar het Noorden te vertrekken.

    Zuster Doesburg bleef met enkele patiënten op haar post en het ziekenhuis werd verplaatst naar Avondvrede. Vandaar vertrok men weer, vermeerderd met een aantal slachtoffers van het bombardement te Bocholt naar het gebouw aan de Lichtenvoordschestraat, dat ook nu nog als noodziekenhuis dienst doet. Een twintigtal patiënten werd daar in de kelders ondergebracht. Enorm veel steun werd ondervonden van de buurtschappen.

    In den aanvang was de toestand uiterst primitief. Later werd dat allemaal beter. Bijzondere lof voor de Aaltensche meisjes, die zonder eenige scholing verplegingswerk deden. Vlak voor de bevrijding werden nog eenige slachtoffers van de bevrijdingsgevechten opgenomen. Een onvergetelijk moment veroorzaakte uiteraard de eerste Tommy, die het ziekenhuis binnengehaald werd.

    En nu is het werk dan afgeloopen. De groote stroom van repatrieerenden, waar men zich als laatste taak op voorbereid had, is niet gekomen en het thans goed geoutilleerde noodziekenhuis gaat dezer dagen verdwijnen. (Waarom er geen permanent ziekenhuis van gemaakt?) Een brok Aaltensche oorlogsgeschiedenis wordt hiermede afgesloten, maar velen zullen dit werk dankbaar blijven gedenken.

  • Johannes der Weduwen

    Johannes der Weduwen

    ‘Dokter van het verzet’

    Johannes (Joop) der Weduwen was een geliefd huisarts in Aalten. Op 23 januari 1945 kwam hij nabij Apeldoorn om het leven na te zijn beschoten door een geallieerd vliegtuig, zo luidt althans de lezing van de Duitse autoriteiten.

    Joop der Weduwen werd op 17 mei 1902 geboren in Aalten. Hij studeerde aan het Gymnasium te Doetinchem, later aan de Universiteit te Utrecht, waar hij zijn arts-examen deed en promoveerde daarna tot doctor in de medicijnen. Hij toonde zich een waardig opvolger van zijn vader en vestigde zich hier als arts.

    Vanaf het begin van de oorlog raakte Joop der Weduwen betrokken bij het verzet in de Achterhoek. Hij bood actief hulp aan mensen die door de Duitsers werden gezocht. In zijn gezin waren twee jongemannen opgenomen die de arbeidsdienst weigerden. Als er Engelse vliegtuigen werden neergeschoten en de bemanning gewond raakte bood hij hen medische bijstand. Voor een overval op het distributiekantoor in Borculo werd zijn auto ‘gestolen’. Hij hielp joodse onderduikers op diverse boerderijen in de omgeving. Hij speelde ook een rol bij het te vondeling leggen van de joodse baby ‘Wíllem Herfstink’ bij het huis van verzetsleider ‘Ome Jan’ Wikkerink.

    Hulp aan dwangarbeiders

    In de laatste oorlogswinter voelde Joop der Weduwen zich nauw betrokken bij de dwangarbeiders die met name in Kamp Rees onder onmenselijke omstandigheden hun slavenwerk moesten verrichten. Dat kamp lag net over de grens in Duitsland. Als vertegenwoordiger van het Nederlandse Rode Kruis onderhandelde hij met Peter Röhrig, de commandant die bekend stond als de beul van Rees om zieken en gewonden weg te halen.

    Hij probeerde zoveel mogelijk mensen over te brengen naar Aalten waar ‘Huize Avondvrede‘ aan de Hogestraat als noodhospitaal was ingericht. Ook werden velen met de auto van de huisarts vervoerd naar het Noodziekenhuis in Harreveld. Sommige zieken verbleven tijdelijk bij hem thuis en doken vervolgens onder.

    Op 19 januari 1945 vertrok dokter Der Weduwen, vergezeld van twee SS-ers uit het kamp Rees, naar Den Haag voor een ambtelijk overleg met hoge Duitse officieren en de burgemeester aldaar. Namens het Rode Kruis pleitte hij voor betere omstandigheden voor de dwangarbeiders van wie er velen uit Den Haag en Rotterdam kwamen. De mannen moesten de nachten doorbrengen op de kale vloeren in tochtige en vochtige houten schuren, hadden schamele kleding en kregen nauwelijks te eten. Om hun onmenselijke bestaan enigszins te verbeteren vroeg hij onder andere om strozakken.

    Noodlottige terugreis

    Tijdens de terugreis naar Aalten, op 23 januari 1945, werd de auto waar hij in zat rond vijf uur ‘s middags nabij Apeldoorn onder vuur genomen door een geallieerd jachtvliegtuig, zo luidde althans de lezing van de Duitse autoriteiten.

    Zijn ontzielde lichaam werd zwaar verminkt gevonden in een droge sloot, waar hij geprobeerd had dekking te zoeken. Hij had veel bloed verloren en was ter plekke overleden. De auto was onbeschadigd. Er waren sterke geruchten dat de Duitsers een bewuste aanslag op hem hebben gepleegd omdat hij te lastig was geworden. Joop der Weduwen is 43 jaar geworden.

    Willem van Houtum, Apeldoorns oorlogs-chroniqueur, schreef er op 23 januari over in zijn dagboek:

    “Een dokter uit Aalten, die zich veel bemoeide met de toestand van de gedeporteerden te Rees, is door Duitse onverschilligheid gestorven. De dokter vertrok verleden week vrijdag met twee Duitsers in een auto naar Den Haag. Hij wilde daar bij hoge instanties pleiten voor de verbetering van de behandeling van onze landgenoten in Rees enzovoort. Het baatte niet. Daardoor keerden zij dinsdag weer terug. Zij werden op de betonweg bij Hoog Soeren door een Engels vliegtuig beschoten. De dokter stapte ijlings uit de auto om dekking te zoeken maar zakte zwaar gewond neer. De beide Duitsers haalden hem de portefeuille, portemonnee enzovoort af en reden door naar de Ortskommandant in Apeldoorn. Deze weigerde de arts te vervoeren omdat het een burger was. Zodoende reden de beide moffen door naar Aalten en overhandigden de portefeuille enzovoort aan de vrouw van de dokter. Deze kon op haar beurt ook niet voor vervoer zorgen. Zij riep de hulp in van een familielid in Apeldoorn. Deze slaagde er met behulp van de politie in het lijk (de arts was aan te groot bloedverlies overleden) naar Aalten te doen overbrengen. Door de vele beschietingen heet het betongedeelte van de Amersfoortseweg bij Hoog Soeren in de volksmond al ‘Dodenweg’.”

    Politierapport

    Dinsdag 23 Januari 1945, 17.00 uur, rapport no. 23. 
    Geeft Zegers te Nieuw Millingen kennis dat door zoo juist een manspersoon door boordwapens is doodgeschoten. Ook staat er een auto in brand. Recherche, Feldgendarmerie, Pol. Officier en L.B.D. kennisgegeven. Door de L.B.D. (= Lucht Beschermings Dienst) wordt het lijk opgehaald en overgeplaatst naar het ziekenhuis aan de Sprengenweg.

    Woensdag 24 Januari 1945, 17.45 uur, rapport no. 24.
    M.b.t. mutatie 17.00 uur van het rapport van de orde politie van 23-01-1945 rapporteert rechercheur Adema, dat het lijk van bedoelde persoon is opgehaald door de L.B.D. en opgebaard is in het lijkenhuis van het ziekenhuis aan de Sprengenweg. Het is geïdentificeerd, als Dr. Johan der Weduwen, wonende Landstraat 4, te Aalten. Zijn zwager Wissink, wonende Stationsstraat 25 alhier, is met een en ander op de hoogte gesteld, die zorgt voor waarschuwing van de familie en de begrafenis.

    Begrafenis

    Op zaterdag 27 januari werd Joop der Weduwen onder grote belangstelling ten grave gedragen naar begraafplaats Berkenhove in Aalten. De stoet telde zeker 1000 mensen. Tevoren was er een rouwdienst gehouden in de Oude Helenakerk onder leiding van Ds. J.D. Stegeman, emeritus predikant te Aalten. Namens de dwangarbeiders sprak de heer Dijkgraaf uit Den Haag een woord van dank en afscheid.

    Vrienden, patiënten en dorpsbewoners lieten een speciale gedenksteen voor zijn graf maken uit dankbaarheid en om hem te eren. Op het monument staat de tekst: “Zijn overtuiging deed hem hulp bieden aan onderdrukten – verzet – gedeporteerden.”

    Zijn naam staat ook vermeld op de gedenksteen voor de gevallenen in het georganiseerd verzet aan de Markt in Aalten, naast de Oude Helenakerk.

    Op 31 maart 2023 is er een Stolperstein gelegd voor het huis waar Joop der Weduwen woonde, Landstraat 41 in Aalten.

    Bronnen


  • Spaanse Griep

    Spaanse Griep

    Eind mei 1918 verschenen de eerste berichten in Nederlandse kranten over een ‘geheimzinnige ziekte’ in Spanje. Al lag de oorsprong waarschijnlijk elders, sprak men al snel over de Spaanse griep. Deze pandemie hield het land bijna twee jaar in zijn greep en eiste 38.000 slachtoffers. In 1920 verdween de ziekte even raadselachtig als hij was gekomen.

    Ook de gemeente Aalten ontkwam niet aan de Spaanse Griep. Het aantal dodelijke slachtoffers bedroeg hier naar schatting circa 60, op een bevolking van destijds ongeveer 10.000 inwoners.

    Krantenberichten

    Aalten, 16 oktober 1918 “De Spaansche ziekte neemt te Aalten in omvang toe. In vele gezinnen liggen een of meer huisgenooten ziek. Ook op scholen is het geducht merkbaar, waar vele kinderen gemist worden. De Chr. school a.d. Breedevoortsestraat is daarom gesloten. Gelukkig, dat de ziekte nog geen kwaadaardig verloop heeft. Alleen hij enkelen doen zich longaandoeningen voor.”
    De Standaard

    Aalten, 29 oktober 1918 “De Spaansche griep, waar in het eerst wel eens schertsend over gesproken werd, treedt thans hier en daar schrikwekkend op. Zoo ook hier in onze gemeente. Bij de zeer talrijke gevallen zijn er ook eenige met doodelijken afloop voorgekomen en dit gebeurt soms zoo plotseling dat de menschen in een paar dagen overleden zijn. Het getal aangegeven sterfgevallen is op het gemeentehuis alhier dan ook nog nooit zoo groot geweest in één dag, als gisteren het geval was, toen niet minder dan elf aangiften van overlijden werden gedaan. Algemeen is men erg begaan met de huisgezinnen waar de dood zoo onverwachts zijn intrede deed.”

    Breedevoort, 29 oktober 1918 “Was hier tot nu toe de Spaansche griep eigenlijk maar bij name bekend, wijl met met een paar dagen weer in orde was, thans is het heel anders geworden en krijgt zij een ernstiger karakter. Reeds zijn enkele slachtoffers aan deze ziekte overleden, terwijl er velen ernstig krank aan zijn. De openbare school is gisteren (Maandagmorgen) gesloten.”
    Aaltensche Courant

    Aalten, 5 november 1918 “De griep blijft hier in dezelfde hevige mate woeden en haar slachtoffers eischen. Gister stierven in deze gemeente vier personen aan de ziekte.”
    De Graafschapper

    Aalten, 20 februari 1919 “In de gemeente Aalten is thans voor de derde maal de Spaansche griep uitgebroken. In vele gezinnen werd de ziekte geconstateerd, waarbij sommige gevallen reeds met doodelijken afloop.”
    Arnhemsche Courant

    Aalten, 22 februari 1919 “Te Aalten komen weer eenige gevallen van Spaansche griep voor. Zes hadden reeds een doodelijken afloop.”
    Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant

    Aalten, 5 maart 1919 “De Spaansche griep blijft in Aalten nog steeds offers vragen. Het aantal ziektegevallen is nog altijd beduidend hoog, terwijl tal van sterfgevallen voorkomen.”
    Arnhemsche Courant

    Wondermiddelen

    Ondernemers zagen ook commerciële kansen en verkochten allerlei middeltjes tegen de griep, zoals Abdijsiroop, wat feitelijk niets meer was dan suikerwater met kaneel. Ook werden onder andere “sublimaat-injecties, berookingen met salpeterig zuur, eucalyptusolie, suikerbieten…” gepropageerd.

  • Ziekenverpleging zoekt steun

    Ziekenverpleging zoekt steun

    Aaltensche Courant, 23 maart 1910

    Ingezonden, buiten verantwoordelijkheid der redactie.


    Geachte Redactie!

    Wilt U zoo vriendelijk zijn het onderstaande te plaatsen? Bij voorbaat hartelijk dank.

    Daar zijn in de gemeente heel veel menschen – gelukkig – die door een jaarlijksche bijdrage de zaak der Ziekenverpleging steunen. Door al die jaarlijksche bijdragen kan de zaak in stand blijven. Maar daar zijn onder die vele menschen ook nog velen, die hun jaarlijksche bijdrage beschouwen als een contributie, waardoor zij zich het recht verzekerd hebben op de hulp van de Zuster in geval van ziekte en ongeval. En die beschouwing is beslist verkeerd.

    En weet u, wat van die beschouwing het gevolg is? Dit: dat als zulke menschen voor korte of lange tijd de hulp van de Zuster genoten hebben, zij er nooit eens aan denken om het Comité voor Ziekenverpleging door een extra-gift als een offer van dankbaarheid te verblijden. Waarom zouden wij dat doen? zeggen dezulken dan; wij betalen immers ieder jaar, als de lijsten ons gepresenteerd worden!

    Deden zoo alleen degenen, die het niet betalen kunnen, dan zou er niets op te zeggen zijn. Maar ook die ruimer en zelfs zeer ruim met aardsche goederen bedeeld zijn, doen aldus. Begrijpen zulke menschen niet, dat op die manier het Comité voor Ziekenverpleging altijd door met een tekort worstelen moet? En als dan dit tekort aangevuld wordt door de diaconie van de Herv. kerk, is dan de rekening zoo moeielijk te maken, dat die ruimer met aardsche goederen bedeelde menschen, die de hulp der Zusters soms weken, ja maanden genieten, ten slotte een bedeeling ontvangen uit de kas der diaconie? En willen zij dat?

    Ziet, het werk der ziekenverpleging is een noodig werk, maar ook een kostbaar werk. Wanneer alle menschen in Aalten naar hun vermogen geven – en wanneer degenen, die geholpen zijn, een extra-gave geven aan het Comité – dan kan het werk in het Ziekenhuis en in de wijk gemakkelijk voortgang hebben. Maar dat kan niet, wanneer er zijn, die zich om allerlei redenen onttrekken; en ook niet, zoolang er zijn, die meenen, dat zij voor een enkele mark als jaarlijksche bijdrage zich 3 en meer maanden dagelijks door de Zusters aan huis kunnen laten helpen.

    De Zusters zien er niet tegen op naar de uiterste grenzen der gemeente te gaan, doch de afstanden zijn groot; de Zusters hebben maar één lichaam ieder; en dus kan iedereen wel begrijpen dat het onmogelijk is de werkkrachten te verminderen, maar ook, dat het beslist noodig is bij het geven niet te vragen of er ook nog kleiner geldstukken bestaan dan halve centen, doch veelmeer, of het niet mogelijk is voor deze goede zaak eens wat meer te geven dan men gewoon is, vooral wanneer de Zusters aan ons of ons huis veel hulp bewezen hebben.

    En als ik niet te veel plaats vraag, ook dit nog: Als de wegen slecht zijn, en als het weêr slecht is, en als dan bij slechte wegen en slecht weêr de komst der Zusters op de buurten gewenscht wordt, zou het dan niet mogelijk zijn hun met rijtuig te laten halen of haar verlof te geven met rijtuig te komen? Ook voor Zusters kan weêr en weg te slecht zijn om te fietsen. Een zuster zei onlangs: „Dit heb ik al gauw gemerkt, dat de menschen hier in Aalten er vriendelijk en hulpvaardig zijn”. Zouden de menschen in Aalten dat ook niet willen toonen, door rijtuig te sturen of te geven, bij slecht weer en slechte weg?

    En dan ten slotte. Is er in Aalten geen oud linnen meer voor de Zusters? Tot heden is nog niets in het Ziekenhuis ontvangen. Toe, huismoeders, ziet uw kasten nog eens na en verblijd de Zusters in het Rusthuis met oud linnen.

    En als allerlaatste. Er is ook geen geld meer voor de linnenkast. En de linnenkast moet aangevuld.

    Ik hoop, dat velen eens rustig willen lezen wat in dit stuk geschreven is. De Heer schenke allen, die dit lezen, een gezegend Paaschfeest.

    Namens het Comité voor Ziekenverpleging:
    BARNEVELD, Secretaris.
    Aalten, Maart 1910.

    P.S. Met blijdschap kan ik melden de ontvangst van: 2 pakjes oud linnen, f 6.– voor gebruik van de operatiekamer en f 18.– van een patiënt, die eenigen tijd onder behandeling der Zusters geweest is. Zou er verandering ten goede komen?

  • De Krankenkasse-kwestie

    De Krankenkasse-kwestie

    Aaltensche Courant, 23 maart 1910

    Ingezonden, buiten verantwoordelijkheid der redactie.


    M. de R.

    De „dokterskwestie”, welke reeds zoovele pennen in het binnen- en buitenland in beweging en zooveel hoofden en harten in beroering bracht, oorspronkelijk thuis behoorende te Bocholt, is van daar overgebracht voornamelijk naar Aalten, en is heusch van feller karakter geworden dan het gros der menschenkinderen heeft kunnen denken.

    Op 13 dezer werden wij in kennis gesteld met een schrijven van den volgenden inhoud:

    Wir erklären dasz wir van 15 März 1910 an, die Nothfalle der mitglieder und derer angehörige Ihrer kasse nur gegen fünffacher Kampfestaxe, behandlen wollen.

    Aalten, 10 März 1910. (w. g.) WEDUWEN, E.J.A. MELSTER, VAN LEUVEN.

    Naar aanleiding hiervan verzochten en verkregen wij een onderhoud met onze bovengenoemde dokters, op Maandag 14 dezer. Wij verzochten de heeren ons te willen vermelden wat wel en wat geen „Nothfalle” waren. Dr. der Weduwen verklaarde, dat dit alleen door deskundigen kon beslist worden; dr. Melster gaf te verstaan dat daarop niet goed antwoord gegeven kon worden, wijl daarover wel een boek vol te schrijven was. Verder bleek dat er geen volkomen overeenstemming daaromtrent tusschen de drie genoemde heeren bestond, wijl toch door dr. van Leuven meerdere gevallen als „Nothfal” werden aangenomen dan door zijn collega’s alhier.

    Wij drongen er op aan dat aan ons zou worden verstrekt een lijstje van „Nothfalle”, opdat wij aan onze medeleden zouden kunnen zeggen: „in de genoemde gevallen kunt gij u tot de plaatselijke artsen wenden, dan wordt gij, zij het dan ook tegen een krankzinnig hoogen prijs, behandeld.” Hieraan werd geen gevolg gegeven, dr. der Weduwen verklaarde zelfs dat zij daartoe ook niet eens bevoegd waren, dat daaromtrent de maatschappij van geneeskunde en het Leipziger Verband uitspraak moesten doen.

    Een onzer stelde de vraag of de betrokken arbeiders dan niet voor eigen rekening konden behandeld worden, waarop wederom door dr. der Weduwen, werd te verstaan gegeven dat ook dit niet kon, want, zoo verklaarde deze heer, wij voeren strijd tegen de krankenkassen en kunnen dat niet anders doen dan door te strijden tegen de leden dier kassen.

    Dit gaf een der onzer aanleiding om te constateeren, dat wij, leden der krankenkassen, in nog slechter conditie verkeerden dan de hond en het varken van een boer. Wordt toch een dezer dieren krank, dan begeeft de eigenaar zich tot den veearts en… behandeling heeft plaats. Voor ons eerlijke ijverige arbeiders, was behandeling buitengesloten.

    Op de vraag van een onzer, of de krankenkassen of wij, de doktoren een stroobreed in den weg hadden gelegd, waardoor zij gerechtigd waren ons hunne hulp te weigeren, werd ontkennend geantwoord en daaraan toegevoegd „wij kunnen niet anders”, waarop door ons geantwoord werd: „gij kunt wel, doch gij wilt niet”. Wij hebben ten slotte aan de conferentie een einde gemaakt omdat wij de overtuiging verkregen hadden, dat er met deze onwillige dokters geen resultaat te bereiken valt.

    Zaterdag 19 Maart werden wij in kennis gesteld met een officieel afschrift van het volgende schrijven:

    Abschrift

    Die unterzeichneten erklären, dasz sie seitens der in den Bocholter Fabriken beschäftigten, Holländischen arbeiter, besonders in den letzten woche auszerordentlich viele klagen vernomen haben, über die art der ärztlichen behandlung und versorgung der Holländischen fabrikarbeiter seit anfang dieses jahres. Die leute beklagen sich darüber, dasz die qualität der neuen ärzte eine mangelhafte sei, und das sie aus diesem grunde kein vertrauen mehr zu diesen haben könnten. Sie bedauern weiterhin lebhaft, dasz es ihnen unmöglich geworden ist, sich von ihnen alten vertrauten ärzten behandeln zu lassen.

    Die leute erklären fast ausnahmslos, dasz sie es nicht wagen dürften, sich über die bestehende zustände zu beschweren, weil sie der sicheren Uberzeugung sind dann gekündigt zu werden, oder sonst auf irgend welche weise schweren miszhelligkeiten ausgesetzt zu werden. Weiterhin beklagen sich die arbeiter darüber, dasz sie in fallen von vorhandener Unarbeitsfähigkeit, oder Wiedererlangung der arbeitsfähigkeit von die neuen ärzten in Bocholt keine bescheinigung hierüber erlangen könnte.

    In einer gestern stattgefundenen conferenz zwischen die Aaltener ärzten und einer deputation Holländischer, in Bocholt beschäftigter fabrikarbeiter, erklärten die letzteren, dasz zur zeit in den Holländischen grensbezirken Katzen und Hunden und Schweine besser ärztlich versorgt wurden als die menschen.

    Die unterzeichneten sind jederzeit bereit vorstehende angaben, eidlich zu erhärten und auf wunsch weitere einzelheiten mundlich zu protokoll zu geben.

    Aalten, den 15 März 1910.

    (gez.) WEDUWEN, Arzt
    „ MELSTER, „
    „ VAN LEUVEN, „
    Der Burgemeister
    J. No. 712 C.
    Bocholt, den 18 März 1910.

    De inhoud van bovenstaand afschrift is voor ons onaanneembaar. Wij zullen spoedig een ledenvergadering houden, daarbij mogen alle belangstellenden boven 18 jaar tegenwoordig zijn. Wij noodigen speciaal tot bijwoning dezer vergadering uit onze plaatselijke dokters.

    Wij hopen dat deze wetenschappelijk zóó hoog staande mannen niet door afwezigheid zullen schitteren. Uit het hoor en wederhoor zal dan duidelijk kunnen worden of er iets en zoo ja, wat er waar is van bovenstaand schrijven. Reeds nu verklaren wij dat de laatste bewering van dat schrijven een der meest grove leugens is welke sedert onze heugenis werd uitgesproken.

    Dankbaar voor de verleende plaatsruimte hebben wij de eer te zijn,

    Het Comité der Krankenkasse-leden te Aalten.

  • NH Gasthuis / Armenhuis

    NH Gasthuis / Armenhuis

    Haartsestraat 14-18, Aalten

    Het Gasthuis of Armenhuis was een instelling van de hervormde diaconie aan de toenmalige Gasthuisstraat, tegenwoordig Haartsestraat, in Aalten.

    Op de kadasterkaart uit 1832 rechts (klik om te vergroten) zien we de exacte locatie, tegenwoordig ongeveer op de plek van Haartsestraat 14 t/m 18.

    Bovenstaande foto toont de Gasthuisstraat rond 1900. Rechts, voorbij de burgemeesterswoning – het latere postkantoor – zien we nog net een gedeelte van het Gasthuis. Helemaal achteraan zien we ook nog net het Luutenshuus.

    Het Gasthuis telde aan de straatzijde en aan de tuinzijde elk tien vertrekken, elk met een oppervlakte van 17 tot 22 m². Elk vertrek telde twee bedsteden. Men had met een aantal vertrekken samen een privaat (toilet). In de tuin had menigeen dan nog een ‘sikkestal’.

    De bewoners behoorden niet alleen tot de meest arme bevolking, maar ook doorgaans tot de minst ontwikkelden. Om en in het Gasthuis hoorde men dan ook nog al eens scheldpartijen, onderlinge ruzietjes en dergelijke. De bewoners waren vaak mikpunt van pesterijen door de Aaltense jeugd.

    Eén van de bewoners bezorgde voor een cent huis aan huis een kruiwagen fijn wit zand om de stenen vloeren mee te bestrooien. Had hij een paar centen, dan werd er gauw een borrel voor gehaald om vervolgens weer te gaan ‘sparen’ voor de volgende.

    In 1904 werd het Gasthuis afgebroken. De oudjes er op dat moment nog woonden verhuisden naar het Rusthuis aan de Hogestraat.


    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I1116 – I1135de Hervormde Armen van Aalten

    Huisnummering

    In het bevolkingsregister wordt iedere kamer / huishouden op een aparte gezinskaart vermeld. Onderstaand overzicht bevat voor iedere periode een link naar de eerste gezinskaart in het bevolkingsregister waarvan wij denken dat het bij het armenhuis aan de Haartsestraat hoort. Van daaruit kun je verder bladeren om alle bewoners in de betreffende periode te vinden.

    We willen later nog een meer uitgebreide tabel maken waarin alle bewoners worden vermeld, zodat het – voor bijvoorbeeld genealogen – nog eenvoudiger is om te zien wie er hebben gewoond. Fouten voorbehouden!

    18231838185018601870188018901900
    235263263263290333329395

    Katholiek Gasthuis

    Aalten had vroeger ook nog een katholiek gasthuis. Het Armenpad tussen de Hogestraat en de Stationsstraat, één van de typisch Aaltense Gängeskes, herinnert hier nog aan.

    Kenmerken


    Kadastraal nr.I-8761/8762/
    13144/13140
    FunctieArmenhuis
    Bouwjaaronbekend
    Sloop1904

    Bronnen


    • Aaltensche Courant, 9 juli 1904 (Delpher)
    • ‘Aalten in oude ansichten’ – deel 2, E.M. Smilda
    • ECAL
    • Kadastrale kaart
    • Nieuwe Winterswijksche courant, 25 mei 1904 (Delpher)
    • ‘Uit Aalten’s verleden’, G.H. Rots, Aaltensche Courant, 19 november 1937 (Delpher)
  • RK Gasthuis / Armenhuis

    RK Gasthuis / Armenhuis

    Armenpad / Hogestraat, Aalten

    Het Armenpad, dat de Hogestraat en de Stationsstraat met elkaar verbindt, is één van de typisch Aaltense Gängeskes. De naam herinnert aan het rooms-katholieke gasthuis (armenhuis) dat hier ooit stond.

    Dit armenhuis bestond uit acht kamers van elk 4 bij 4 meter en stond op grond van Dr. Hartman. De bewoners ontvingen steun van de Rooms-Katholieke Kerk, die hen voorzag van kleding en voedsel. Daarnaast hadden ze een klein tuintje, waarin ze bijvoorbeeld een geit konden houden. In 1937 kwam er een einde aan het gasthuis, toen de familie Hartman besloot de bewoners niet langer op hun grond te laten wonen.1

    Rond 1912 werden de acht woningen opnieuw ingedeeld tot vier woningen.

    Behalve het katholieke gasthuis had Aalten vroeger ook een hervormd gasthuis aan de huidige Haartsestraat.


    Krantenberichten 2

    Kenmerken


    Kadastraal nr.3I-11345
    FunctieArmenhuis
    Bouwjaar1860
    Sloop1937

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1860I-2540-2547de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    14 m² huis-erf (8x)
    1883I-2540 (87)
    I-2541 (87a)
    I-2542 (87b)
    I-2543 (87c)
    I-2544 (87d)
    I-2545 (87e)
    I-2546 (87f)
    I-2547 (87g)
    de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    14 m² huis & erf (8x)
    inclusief huisnummers,
    tussen haakjes achter
    perceelnr.)
    1894I-4581de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    1.600 m² armenhuis, schuur & erf
    1913I-4581de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    1.700 m² huis, armenhuis, schuur en erf
    1914I-5615
    I-5616
    de Roomsch Cath.
    armen van Aalten
    40 m² armhuis
    1.660 m² huis, schuur en bouwland

    Bewoners

    Onderstaand overzicht bevat van 1860 t/m 1910 per periode en kamer/huishouden een link naar de bijbehorende gezinskaart in het bevolkingsregister.5 6 Wat ons opviel: het lijkt erop dat bewoners wel eens van kamer wisselden; de bewoners waren meestal alleenstaande vrouwen (weduwen); en veel hebben als geboorteplaats Bocholt. Ons onderzoek is nog gaande, fouten voorbehouden!

    1860Bewoner(s)1870Bewoner(s)1880Bewoner(s)1890Bewoner(s)1900Bewoner(s)1910Bewoner(s)1934Bewoner(s)
    88M. Kalb,
    A. Huls
    87/1A. Huls97/1A. Bekink,
    J.A.H. Bloemers
    90/1J.A.H. Bloemer,
    J.G. Stritholt,
    B.J.M. Berendsen
    & 5 kinderen
    112/1J.A.H. BloemerA142/1A143a
    87/2A.H. Huitink97/2A.H. Huitink90/2J.A.H. Bloemer112/2E. GeuringA142/2A.J. HubersA143bA.J. Hubers
    88H. Buiel,
    G. Veenhuis
    87/3G. Veenhuis,
    J.A.H. Bloemers
    97/3W. Jansen90/3J. Stöckert,
    J.C. Antink
    112/3J.G. StritholtA142/3M.M. BoekwinkelA143cWed. A.H. Sauer
    89H. Unland87/4H. Unland97/4H. Unland90/4P. Lorijn,
    J.G. Stritholt
    112/4T. HulsA142/4A143dWed. J.G. Albers
    89L. ten Haken87/5L. ten Haken,
    A. Bekink
    97/5Harmina Bennink90/5H. Bennink,
    T. Huls
    112/5Geen vermelding
    (gevonden).
    A142/5
    89J.E. Benning87/6J.E. Benning,
    J.E. Bokkers
    97/6J.A.H. Bloemer90/6C. Bartholomeus,
    E. Geuring
    112/6A.E. Doinck,
    A.J. Hubers
    & W.G. Hubers
    A142/6
    97/7J.E. Bokkers90/7Geen vermelding
    (gevonden).
    112/7Harm Bakker
    87/6A.H.E. Gintherr97/8A.H.E. Gintherr90/8A.E. Doinck112/8Geen vermelding
    (gevonden).