Het Joodse echtpaar Frits en Amalia Landau woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Aalten. Hun levens eindigden tragisch toen zij door het verzet werden geëxecuteerd vanwege het gevaarlijke gedrag van Frits. Hun lichamen werden vermoedelijk in het buitengebied van Aalten begraven, maar de exacte locatie is tot op heden onbekend.
Frits Landau werd geboren op 28 november 1905 in Aalten. Hij werd handelsreiziger en bleef lang ongehuwd. Op 6 juni 1942 verloofde hij zich met Amalia Lorch, roepnaam Maly, geboren op 20 december 1902 in Bocholt. In augustus van datzelfde jaar trouwden zij en gingen inwonen bij de familie Schaap, ’t Dal 1 in Aalten (tegenwoordig ‘t Dal 1).
Al spoedig moesten zij onderduiken. Per 1 april 1943 moest Gelderland namelijk officieel Juden-frei, Juden-rein zijn. In het Aaltense bevolkingsregister staat vermeld dat Frits & Amalia op 17 maart 1943 vertrokken zijn, onbekend waarheen. Daarna verbleven zij op twee verschillende onderduikadressen, het laatst bij de familie Van Eerden op boerderij De Maote in de buurtschap Dale.
Onvoorspelbaar en gevaarlijk gedrag
Over Frits Landau wordt gezegd dat hij een alcoholist was met een kort lontje, wat leidde tot onvoorspelbaar en gevaarlijk gedrag. Naar verluid maakte hij het zijn onderduikgevers niet gemakkelijk. Hij viel jongedames lastig en wilde elke avond zijn borrels hebben. Hij was gewend aan een luxe leven. In 1943 had men echter nauwelijks nog drank op de boerderijen.
Meermaals dreigde Frits zijn onderduikadressen te verraden om zichzelf zo vrij te kopen bij de Nazi’s. Althans, hij ging ervan uit dat dit zou lukken. Tot tweemaal toe wist men zo’n poging van hem op het nippertje te verijdelen.
Amalia en Frits Landau-Lorch (foto: Aalten Vooruit)Het Joodsche Weekblad, 5 juni 1942Aaltensche Courant, 28 augustus 1945
Liquidatie door het verzet
Omdat hij door het plaatselijke verzet als een risico voor de veiligheid van andere onderduikers werd beschouwd, besloot men hem te executeren om andere onderduikers en hun helpers te beschermen. Vooraf werd gesproken door de Raad van Verzet en zelfs door de plaatselijke dominees over hoe met hem om te gaan. Ome Jan Wikkerink stelde voor Frits permanent te laten bewaken door onderduikers en piloten. Zover kwam het echter niet, want enkele jonge verzetsmensen namen zelf het initiatief om hem uit de weg te ruimen.
Ze vertelden het echtpaar Landau dat ze naar een ander onderduikadres in Vragender zouden worden gebracht, een geschikte smoes om naast Frits ook Amalia mee te krijgen. Het was overigens de bedoeling om Frits en Maly te scheiden, men wilde haar dit lot besparen. Maar Frits wilde niet meewerken aan de afzondering en zo werd Maly meegetrokken in zijn lot.
Frits en Amalia Landau-Lorch werden eind 1943 of begin 1944 door het plaatselijke verzet in het buitengebied van Aalten geliquideerd en begraven.
Locatie onbekend
Over de exacte plek en datum van de liquidatie lopen de meningen uiteen. Volgens een theorie werden Frits en Amalia Landau-Lorch omgebracht op de Schaarsheide, dicht bij de Nazarethdijk. Een andere theorie wijst naar het Daalse Goor.
Er is meerdere malen gezocht naar de begraafplaats van het echtpaar Landau, om hen een herbegrafenis op de Joodse Begraafplaats te geven, tot op heden echter zonder resultaat.
Tijdens een zoektocht op de Schaarsheide werd een damesschoen en drie verroeste scheppen gevonden. Onderzoek wees uit dat de schoen mogelijk uit de jaren dertig van de vorige eeuw dateert. Het is aannemelijk dat daarbij de eerste grafplek is gevonden. Volgens betrokkenen zouden de lichamen namelijk zijn herbegraven. Destijds moest alles snel gebeuren, en blijkbaar besloot men later dat de oorspronkelijke begraafplek niet geschikt was. Bij het ruimen van het eerste graf zou de damesschoen zijn achtergebleven. Daarna zijn de stoffelijke resten ergens anders herbegraven, maar waar is onbekend.
In 2023 vond de laatste zoektocht plaats. In een stukje bos tussen Aalten en Lichtenvoorde zochten twaalf ervaren amateurs naar de lichamen van Frits en Amalia. Met detectoren werd gezocht op verschillende frequenties naar verschillende materialen, maar men vond geen menselijke resten.
Op 13 april 2016 werden twee Stolpersteine voor Frits en Amalia Landau-Lorch gelegd bij hun laatste officiële woonadres aan ’t Dal.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers een radarstation aan de rand van het dorp Aalten van het type Freya. De locatie bevond zich ten noorden van de Ringweg, ongeveer halverwege het Tolhuis en de watertoren. Deze radarstelling was onderdeel van een uitgebreid luchtverdedigingssysteem van de Luftwaffe.
Het radarsysteem, vernoemd naar de Germaanse godin Freya, was aan het eind van de jaren dertig door de Duitsers ontwikkeld. Het kon vijandelijke vliegtuigen tot op een afstand van ongeveer 150 kilometer signaleren.
De radarinstallatie bevond zich op een terrein met een omtrek van ongeveer 800 meter, omgeven door een stelsel van loopgraven en een prikkeldraadafrastering. Bovendien was er een luchtdoelgeschut aanwezig.
Er stond een grote radar, bestaande uit een voet van rode baksteen, ongeveer zeven bij zeven meter en drie meter hoog. Daarbovenop stond de antenne, een metalen raamwerk van zes bij zes meter. Het grote vierkante antennescherm kon handmatig in de gewenste richting worden gedraaid.
Ook stond er een radar van kleinere afmetingen, zonder stenen voet. Daarnaast stonden er op het terrein nog ongeveer tien houten barakken van vier bij zes meter, groen beschilderd, voor de manschappen.
De directe omgeving van de radarstelling was tot Sperrgebiet verklaard. De Ringweg was van het Tolhuis tot de watertoren verboden voor voetgangers. Op die plaatsen stonden borden met “Militäre Werke“. Auto’s en fietsers mochten wel doorrijden, maar stoppen of afstappen was verboden.
De Freya-radarstelling in Aalten werd gebouwd aan het einde van de zomer van 1942. In het najaar van 1944 werd de stelling verlaten. Tot in de beginjaren vijftig waren er nog restanten van de radarstelling te zien, zoals de behuizing van het antennescherm, gemaakt van beton en bakstenen.
Kenmerken
Kadastraal nr.
L-583
Functie
Woonhuis
Bouwjaar
1942
Sloop
jaren ’50
Bronnen
Britse littekens in Aaltense bodem, feiten en achtergronden over de bevrijding op 30 maart 1945, Wim Rhebergen
Rotterdam na het Duitse bombardement van 14 mei 1940
Tijdens de Tweede Wereldoorlog boden Aaltense gastgezinnen onderdak aan zo’n 800 kinderen uit het zwaar gebombardeerde Rotterdam. Het initiatief kwam van ds. Th. Delleman, predikant in Kralingen, die tot kort daarvoor dominee was geweest in Aalten. Dankzij zijn inzet en het netwerk van beide kerkgemeenten konden Rotterdamse kinderen tijdelijk tot rust komen in de Achterhoek – ver weg van het oorlogsgeweld.
In mei 1940 werd Rotterdam zwaar getroffen door een Duits bombardement. Bijna de volledige historische binnenstad werd verwoest. In de wijk Kralingen maakte dominee Thomas Delleman de gevolgen van dichtbij mee. Hij zag hoe vooral kinderen getekend waren door angst en verdriet.
Ds. Th. (Thomas) Delleman (1898-1977)
Te midden van deze chaos besloot Delleman actie te ondernemen. Hij kende de Achterhoek goed: van 1930 tot 1938 was hij predikant in Aalten, waar hij de gastvrijheid van de mensen had leren kennen. Hij geloofde dat een tijdelijk verblijf in de rustige omgeving van Aalten kinderen goed zou doen – een plek waar stilte en zorg de oorlog even konden doen vergeten.
Al snel werd een comité gevormd, met steun van diakenen en gemeenteleden uit zowel Rotterdam als Aalten. In juli 1940 vertrokken de eerste groepen kinderen naar de Achterhoek, waar ze werden ondergebracht bij gastgezinnen.
In de loop van de oorlog zijn naar schatting circa 800 kinderen uit Rotterdam in Aalten en omgeving opgevangen. Bij hun vertrek naar huis namen ze vaak geschenken mee: eieren, spek, roggebrood, soms zelfs levende dieren. Later werden de bezoeken ondersteund door de plaatselijke diaconieën. De laatste groep kinderen reisde in februari 1945 terug naar Rotterdam. Maar het contact bleef: veel kinderen keerden ook na de oorlog jaarlijks terug naar hun Achterhoekse gastgezinnen.
Een brief uit oorlogstijd
Eén van de kinderen die dankzij ds. Delleman naar Aalten kwam, was Anneke Hijmans. Zij verbleef bij de familie Aalbers op boerderij ’t Slat in IJzerlo. Na haar verblijf fietste ze in een week tijd terug naar Rotterdam. Kort daarna, op 26 januari 1945, schreef ze een brief aan haar gastgezin — een persoonlijk document vol herinnering en dankbaarheid.
De brief is hieronder weergegeven.
Brief van Anneke Hijmans aan de familie Aalbers in IJzerlo (afbeelding ontvangen van Bea ter Maat-Aalbers)
Gedenkraam als dank
Na de oorlog werd in de Gereformeerde Kerk van Kralingen een comité gevormd om, namens de gezamenlijke kerken en de Joodse gemeenschap, een gedenkraam aan te bieden aan de burgerij van Aalten. Een blijvend geschenk als dank voor de geboden gastvrijheid tijdens de oorlogsjaren.
Het gedenkraam, ontworpen door kunstenaar Marius Richters, toont onder meer hoe Aaltense boeren en gezinnen kinderen uit Rotterdam opvangen. Het werd geplaatst in de Oosterkerk in Aalten en op 13 juli 1946 officieel onthuld door ds. Delleman zelf.
Gedenkraam Oosterkerk te Aalten
Krantenberichten
Rotterdammertjes in Aalten
Dank zij de welwillende gastvrijheid van de Aaltensche Gemeente werden wij in staat gesteld circa 100 kinderen, grootendeels afkomstig uit geteisterd Rotterdam, naar Aalten uit te zenden, aldus de heer B. Hoving in de Rotterdamsche Kerkbode. Deze kinderen genieten nu ver weg van hun verwoeste stad van de vredige rust en goede verzorging, die Aalten hun nu biedt.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 17 augustus 1940
De Rotterdammertjes vertrekken
Zes weken geleden plaatsten wij een foto van de aankomst van de eerste Rotterdammertjes. Vanmorgen vond de aftocht plaats. In „Elim” werd afscheid genomen door de Hervormde kinderen. Aan ieder kind werd een aardig souvenir aan deze vacantie ter hand gesteld. Een vulpen en potlood in étui door den heer F. Buesink, „Febea”, welwillend ter beschikking gesteld.
Het was een gezellige drukte. De kinderen verschenen in vol ornaat, dat in dit verband wil zeggen: met gemiddeld drie keer zooveel bagage als waarmede ze gekomen waren. Natuurlijk allerlei doozen, pakken en zakken met appels en peren, (wat een geluk, dat dat net allemaal rijp is), verder boeketten van allerlei soorten bloemen, die met de heibossen een hartelijk welkom thuis moeten geven. Eén was er zoo gelukkig bij een vriendelijken bakker gelogeerd te hebben en dat had ten gevolge, dat de kleine nu met een krentenbrood naar huis gestuurd werd, dat bijna net zoo groot was als het Rotterdammertje zelf.
Op het station was er een ongekende drukte, naar schatting waren er ruim 500 menschen aanwezig. Ds. Th. Delleman sprak namens alle groepen een kort woord van dank. Spr. had niet durven hopen dat Aalten zoo gastvrij zou zijn geweest. Rotterdam is in veel dingen verarmd, maar uw liefde heeft ons rijk gemaakt. Nimmer zal Rotterdam vergeten de weldaad aan haar kinderen betoond, waarin zoo wonderlijk schoon is beleefd de liefde tot Christus. Allen hartelijk dank !
De Graafschapper, 30 augustus 1940
Rotterdammertjes teruggekeerd na een vacantie van vier weken te Aalten
Luid gejuich steeg op uit den extra trein, die Vrijdagmiddag tegen vier uur 128 kinderen uit getroffen Rotterdamsche gezinnen in de Maasstad terugbracht. De zwaaiende en roepende kinderen zouden het liefst maar ineens uit de raampjes van den trein zijn gesprongen om hun moeders, broertjes en zusjes te begroeten en hun te vertellen hoe zij het in den Gelderschen Achterhoek, in het vriendelijke dorpje Aalten, hadden gehad.
En niet zoodra had men elkaar ontdekt, of daar toonden de kinderen wat zij zooal hadden meegekregen van hun pleegouders. Bijna allen hadden zij een doos met bloemen en geschenken bij zich, de één had een konijn, een ander een kip ontvangen en zelfs was er een Rotterdammertje getracteerd op een krentenbrood van… een meter lang! En iedereen had als aandenken aan het verblijf te Aalten een vulpen en een vulpotlood ontvangen.
De Aaltensche burgerij heeft de Rotterdammertjes dus wel verwend. Spontaan had men zich tot de Diaconie van de Nederduitsch Hervormde Gemeente gewend met het verzoek kinderen uit getroffen gezinnen te sturen, om hun gedurende een maand een onbezorgde vacantie te bezorgen. In die lange vacantie hebben de kinderen, dank zij den predikant, ds. Klijn en het hoofd van de school, den heer Hopman, tal van mooie plekjes in den Achterhoek bezocht, terwijl ook door filmmiddagen voor de noodige afwisseling werd gezorgd.
Het behoeft nauwelijks te worden gezegd. dat de kinderen het in Aalten naar den zin hebben gehad. De kennismaking blijkt wederzijds in den smaak te zijn gevallen, want bij het afscheid nemen hebben vele Aaltensche pleegouders den kinderen voor het volgend jaar weer uitgenoodigd de vacantie bij hen door te brengen.
In de Sociëteit alhier werd Zaterdagmiddag een tentoonstelling geopend van de Nederl. Vereen. voor Luchtbescherming, waarvoor het gemeentebestuur, de officieren, de hoofden van verschillende diensten en de besturen van verschillende vereenigingen waren uitgenoodigd.
De voorzitter van de afd. Aalten, de heer Klaassen, heette de aanwezigen hartelijk welkom en bracht dank aan B. en W., het hoofd van den Luchtbeschermingsdienst, het bestuur der Sociëteit en anderen hartelijk dank voor de wijze, waarop zij meegewerkt hadden, dat deze tentoonstelling kon slagen. Spreker deelde mee, dat de burgemeester door een lichte ongesteldheid verhinderd was de tentoonstelling te openen en dat de heer weth. Te Gussinklo zich nu bereid verklaard had een openingswoord te spreken.
De heer Te Gussinklo begon met zich te verontschuldigen, dat hij feitelijk van luchtbescherming zeer weinig wist. Spr. betreurt het, dat er in Nederland geen beter woord voor gevonden is, want we beschermen niet de lucht, maar wel de menschen voor de gevaren, die in een oorlog door de vliegmachines met hun vernielende, dood en verderf brengende bommen uit de lucht komen. Is inderdaad de bevolking van Aalten, van Nederland zich wel voldoende bewust van haar taak in dezen. Het antwoord moet luiden: neen, het grootste gedeelte zeker niet. Daarom is het zeer nuttig en zeer noodig, dat de afd. Aalten deze tentoonstelling heeft georganiseerd.
Men zegt wel: het leger moet tot het volk gebracht worden, maar spreker wil ook de stelling poneeren, dat de luchtbescherming tot het volk gebracht moet worden. Het is zeer noodzakelijk, dat het Nederl. volk hier wat meer afweet. Daarom heeft het gemeentebestuur van Aalten ook ten zeerste dit aanschouwelijk onderwijs toegejuicht. Spreker hoopt dan ook, dat deze gratis tentoonstelling zeer veel bezoek zal trekken. Nu de oorlog een tijdje geduurd heeft, is de belangstelling wat afgeslapt en zou verder insluimeren. Wanneer we echter bedenken, dat op een land in het Noorden van Europa per dag 1000 à 2000 bommen worden neergestrooid, zullen we volmondig moeten toestemmen, dat deze voorlichting niet onnoodig is. Een gewaarschuwd man telt voor twee.
Spreker feliciteert het bestuur met deze schitterende wijze van inrichten dezer expositie en verklaart daarmede de tentoonstelling voor geopend. Nadat een kopje thee is aangeboden, werd onder leiding van één der heeren van het bestuur der Ned. Vereen. voor Luchtbescherming een rondgang gemaakt.
De Graafschapper, 28 maart 1941
Duidelijk werd alles verklaard en de talrijke aanschouwelijke voorstellingen zoowel in beeld als in natura van het luchtgevaar, de uitwerking er van en de beveiliging er tegen, zullen zeker alle bezoekers veel duidelijk maken wat anders door het nalezen van boekjes niet volkomen begrepen werd. Platen laten ons de verschillende bevolkingsdichtheden van diverse landen zien, de uitwerking van brisant-, brand- en gasbommen, de maatregelen, die de overheid neemt en die door de burgers genomen kunnen worden, enz. enz.
We zien diverse gasmaskers, lantarens, een model van een rommelzolder en een zolder zoo deze wezen moet, een model schuilkelder, enz. enz. Met groote belangstelling werd naar de duidelijke uiteenzetting geluisterd. Het is te hopen, dat deze tentoonstelling, die tot en met Dinsdag geopend is en geheel gratis toegankelijk is, druk bezocht mag worden.
Maandagavond werd in het Feestgebouw alhier een openbare vergadering gehouden der Nat.-Soc. Bew. in Nederland, waar het woord gevoerd werd door den leider dezer Beweging Ir. A.A. Mussert. Voor deze lezing bestond buitengewoon groote belangstelling. Het geheele feestgebouw was tot in alle hoekjes bezet. Een zeer groot gedeelte der bezoekers was uit de omliggende plaatsen, Winterswijk, Dinxperlo enz. gekomen.
Aaltensche Courant, 27 maart 1936
Het podium was keurig aangekleed in de kleuren oranje-blanje-bleu en met planten aangevuld. Ook in de zaal waren de bekende emblemen aangebracht. Nadat om 8.15 de deuren gesloten waren en de heer Mussert met den gebruikelijken groet was ontvangen, nam deze dadelijk het woord.
Mijne Volksgenooten, Misschien zijn er onder U, die denken, dat ik naar Aalten gekomen ben om U nationaal-socialist te maken, maar dat kan ik niet. U is het, of U is het niet. Het komt er op aan wat U in Uw hart voelt. Peil Uw eigen hart. Wanneer dit U zegt, dat hetgeen ik gezegd heb goed is, en U meent, dat we dezen weg uit moeten, sluit U dan bij ons aan: Waarom ik nationaal-socalist ben? Omdat ik niet in zoo’n bende kàn leven. We verlangen, dat het zoo goed mogelijk is. Een heilstaat kunnen we U niet brengen. Maar het kan en het móét anders! Ik zal me rechtvaardigen tegenover U, door U te laten zien, hoe het nu is.
Ik wil U spreken over de moreele en de materieele neergang. Het eerst over de materieele neergang, omdat dit gemakkelijker te begrijpen is. Niemand zal kunnen zeggen, dat we de laatste 20 jaar in een tijd van opgang leven. Hoe slecht gaat het met de boeren. Dagelijks gaat men dieper in de put. Gaat naar Drenthe, naar de steden en ziet daar de neergang in alle klassen der maatschappij. De werkloozen, die van de S.D.A.P. geleerd hebben van de 8-urendag. Er zijn er op ’t oogenblik 500.000, die het tot nul uren gebracht hebben.
De moreele neergang: Zie de tuchteloosheid, de achteruitgang der religie. Waar is de arbeidsvreugde, de levensvreugde. De tegenwoordige maatschappij zegt: de kleeren maken den man. Daarnaar wordt men beoordeeld. Ze kunnen me gestolen worden, de kleeren. Ik wil den mensch! Men slampampert tegenwoordig. Vakkennis bestaat bijna niet meer. Ja, vakkennis is zelfs vaak een vloek.
Onbetrouwbaarheid! Wie is nog betrouwbaar in deze wereld! Mijne volksgenooten, wie is daarvan de schuld? Ook U zult hier wel eens gehoord hebben: het is God’s wil, dat de mensch ten onder gaat. Neen, dat is Godslastering. We hebben geen droogte, geen overstroomingen, enz. gehad, die alles vernietigden. Neen. We hebben van alles genoeg gehad, zooveel zelfs dat we het naar de mesthoop moesten brengen.
Domme menschen hebben het zoo beroerd gemaakt en wij moeten trachten het beter te maken en het kan beter. Het regeeringssysteem is gericht op de democratie en deze beheerscht het verdeel en heersch.
Het land van de democratie bij uitnemendheid is de Vereenigde Staten en er is daar maar één waarde meer: de dollar. Alles heeft daar zijn prijs! En dat is het uiterste der democratie. Gelukkig zijn we hier nog niet zoo ver.
Hier beloven ze allemaal wat. Wanneer ge op die en die stemt, zal er dat en dat gebeuren! Dat kan immers nooit! Sedert 1920 regeeren de heeren van rechts. Twee heeren, een anti-revolutionnair en een R.K., gaan samen uit. De één spreekt voor de R.K. en zegt, wat zou de R.K. kerk zijn zonder de R.K. Staatspartij en zegt: stemt R.K.! De andere doet hetzelfde voor de A.-Revolut. te Goes. Den volgenden dag zeggen ze tegen elkaar, dat ze het beiden goed gehad hebben en zoo is het al jaar en dag!
Nu de N.S.B. overal zit, wil de regeering wel weer van de evenredige vertegenwoordiging af en terug naar de kiesdistricten. Het zal me benieuwen of ze het zoover brengen.
Oorspronkelijk is de democratie goed bedoeld. Wat is er echter van terecht gekomen? 150 jaar is men bezig aan de vrijheid, gelijkheid en broederschap. Vrijheid! Ik sta hier in een grijs hemd. In een zwart hemd mag ik hier niet staan, want dan ben ik staatsgevaarlijk! In een grijs hemd ben ik het niet!
Broederschap! Die bestaat heelemaal niet. De gelijkheid bestaat hierin, dat ge eens in de 4 jaar door het zetten van een punt kunt zeggen, tot welke politieke partij gij hoort. De n.-socialistische staat zal een staat zijn van werken, hard werken. Er zullen dan zijn werkers en rapaille! De democratie leeft van de dictatuur van de politieke partijen. Die tirannie der politieke partijen verdragen wij niet langer.
In 1914 toen moest ik dienen, hebben ze mij niet gevraagd tot welke politieke partij ik behoorde. Dat hebben ze me alleen gevraagd toen ze mij uit mijn ambt ontzetten. Evengoed als we toen alleen Nederlander waren, moeten we het toch in normale tijden toch ook kunnen. De S.D.A.P. is van rood, rose geworden en ze gaat naar oranje toe. Ze komen zoover, dat, voordat ze een taartje eten, ze staande het Wilhelmus zingen!!
Ook de heeren in Den Haag spreken thans tot het volk door de radio. Wees rustig, ga vanavond rustig slapen. Pa zal op je passen! Spr. zou de heeren in Den Haag willen zeggen: blijft in het parlement, dan begrijpt het volk U het beste. We moesten het gevoel hebben: staat en volk zijn één, maar zoo is het niet.
Ook de opvoeding is niet meer goed. Duizenden guldens gaan er jaarl. aan baldadigheid verloren. Het volk wordt niet meer opgevoed. Er is geen toekomst meer. Waar blijven we. Zoo is de toestand! Zij, die voor zichzelf nog wel iets hebben en verder voor niets belangstelling hebben, interesseeren me niet. Ik moet het hebben van de menschen, die wel de verantwoordelijkheid voelen en mee willen helpen opbouwen.
In de eerste plaats zullen we weer moeten worden een volk! We moeten beginnen met eigen volk te zien, het op te redderen. Dan doen we voorloopig genoeg. Laten we ons toch niet met de Abessyniërs bemoeien. Er is hier genoeg te doen. Nationaal is men, wanneer men bereid is voor zijn natie offers te brengen. Wij hebben een taak. Deze natie mag niet te gronde gaan, maar daarvoor moeten we ons eerst weer volk voelen. Zijn wij militarist? Neen, wij zijn alleen Nederlanders en wij willen ons opofferen voor het land, wanneer dat noodig is, maar dan met goed materiaal.
Wij hebben 2 oorlogsschepen, die 20 jaar geleden al verouderd waren. Hoe ze nu zijn, dat wil ik maar niet zeggen. Maar wanneer wij U uitsturen, dan niet op oud-roest, maar met moderne schepen. Dat is ook de innerlijke oorzaak van de muiterij op de „Zeven Provinciën”. Dat is ons militarisme. We zullen echter niemand dwingen soldaat te worden, die dit om principieele redenen niet wil.
Nog eens, het begin van alles moet zijn: Zorg dat ge eerst weer een volk wordt! Het gaat om de plaats in de maatschappij, en de democratie kan U deze nooit brengen. Vooral niet op het platteland. In Amsterdam zijn meer stemmen dan in geheel Groningen, Friesland en Drenthe. Wij willen, dat ieder afhankelijk van de plaats, die hij inneemt, de plaats in zijn volk inneemt. De 8000 mijnwerkers zullen als corporatie hun stem hebben, evenzoo de landbouwers enz. Een volk kan slechts groot zijn, wanneer ieder zijn taak verricht, niet voor zichzelf, maar ten behoeve van het heele volk.
Wat wij doen, is zeer gewoon, we worden niet meer gehoond, maar nu gevreesd. Niet door het volk, maar door de regeering, omdat we het volk weer één willen maken. Daarom moest ons zwarte hemd wég! Maar het komt weer terug, volksgenooten, en in veel grooter getale dan ze denken!!
Applaus.
Toen de Joden in Duitschland uit hunne ambten ontzet werden, vergoten de Nederlanders liters krokodillentranen! Maar toen Nederlanders uit hun ambten ontzet werden, toen vonden ze het goed! De geheele pers wordt geregeerd door het geld, door de democratie! Dit regiem gaat ten onder en de nieuwe machthebbers zullen zijn de nationaalsocialisten of de communisten. Wij gaan steeds rechtuit, we zullen steeds de waarheid spreken, ook in „Volk en Vaderland“!
Ja zeker, in „Volk en Vaderland”. Wanneer er iets in staat, dat niet waar is, dan zullen we het terugnemen, maar wanneer men mij vraagt om wat zachter woorden te schrijven, dan ben ik niet thuis. We moeten de wonden uitsnijden. leder van ons afzonderlijk beteekent niets, maar gezamenlijk, wanneer we ons weer één volk voelen, kunnen we wel wat bereiken en zullen we wat bereiken. Dat is de beteekenis van het nationaal-socialisme. Hou zee!!
Na de pauze werden door spreker diverse ingekomen schriftelijke vragen uitvoerig beantwoord. Daarna werd staande het 1e en 8e couplet van het Wilhelmus gezongen.
De Graafschapper, 7 april 1936
Ingezonden stukken. Buiten verantwoordelijkheid der Redactie
Het feit dat de heer Ir. A.A. Mussert, de Algemeen Leider van de Nationaal Socialistische Beweging, te Aalten heeft gesproken, geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen. Het liefst ware mij geweest indien ik de volgende feiten in een debat had mogen toelichten, doch wij kennen de regie van de N.S.B.-vergaderingen: geen debat, wèl gelegenheid tot het stellen van schriftelijke vragen. Worden er geen vragen ingediend, dan worden er fluks wat zelf gefabriceerd, worden lastige vragen gesteld, dan zijn er toevallig zooveel vragen binnengekomen dat er voor die lastige vragen geen tijd meer over is. Bovendien heb ik als bij uitstek deskundige in N.S.B.-aangelegenheden geen toegang tot de vergaderingen, om nu maar van debat heelemaal niet te spreken. Een voorproefje van het Mussert-regime!
Ik begin met het herhalen van mijn aanbod aan elke groep der N.S.B. om in eene openbare vergadering leden en publiek eens volledig in te lichten over alles wat hen interesseeren kan, dus over boerenbedrog, bonzendom, corruptie, oneerlijkheid, onzedelijkheid in de N.S.B. Ik ben echter bang dat geen enkele groep der N.S.B., wetende welke ontzettende toestanden in de N.S.B. ik aan het licht zou brengen op mijn aanbod zal durven in te gaan en daarom moet ik wel gebruik maken van uwe gastvrijheid om enkele punten tenminste aan de vergetelheid te ontrukken.
De functionarissen van de N.S.B. in den Achterhoek hebben meer dan een jaar lang moeite gedaan om den heer Mussert te bewegen te Aalten eens in eene openbare vergadering te spreken. De heer Mussert gevoelde er niet veel voor, zoolang de kringen in den Achterhoek, Zutphen, Winterswijk, Doetinchem geen geld in het laadje brachten. Want de N.S.B. heeft maandelijks veel geld noodig. Terwijl de voormannen steeds staan te prevelen over het fascistische „dienen en offeren”, laten zij zich zelf door de N.S.B. behoorlijk betalen.
De heer Mussert ontvangt ƒ 8000.— salaris plus emolumenten, de heer C. van Geelkerken ƒ 4000.—, hoewel hij als commies op de Provinciale Griffie van Utrecht nooit meer dan ƒ 2400. verdiend heeft, de heer ds. van Duyl boven zijn salaris als predikant ƒ 2400.— salaris van de N.S.B. Niet alle N.S.B.-bonzen worden even royaal betaald. Op het Kringhuis te Arnhem bijv. werkt een gewezen agent van politie. De man heeft geen pensioen of wachtgeld, is stempelaar. Wanneer met dezen man alles normaal was, zou hij niet behoeven te stempelen, zou hij in het genot zijn van salaris, wachtgeld of pensioen.
Ik kan niet duidelijker zijn, maar het is het soort menschen waarmede de heer Mussert zich bij voorkeur omringt. Deze man verdient van de N.S.B. vijf gulden per week. Hij was tot voor kort wachtmeester bij de roemrijke W.A. van den heer Mussert. Natuurlijk kan hij van ƒ 5 per week niet leven en daarom is hij bovendien stempelaar. Zijn N.S.B.-loon gaf hij tot voor kort niet bij Maatschappelijk Hulpbetoon op. Hij doet dit op advies van hooge N.S.B. functionarissen. Natuurlijk staat die man elke dag bloot aan eene strafvervolging, staat hij altijd met één been in de gevangenis.
Voor mij is dit het ergerlijke dat de heer Mussert hiervan op de hoogte is, want ik heb het hem persoonlijk geschreven. Alleen op het Kringhuis te Arnhem zou ik drie dergelijke gevallen kunnen aanwijzen. Het zijn natuurlijk slechts een klein percentage van de leden die betaald worden voor hun werk. Hun „opoffering” wordt dan als voorbeeld gesteld aan die honderden misleiden, die werkelijk zoo naïef zijn te meenen dat alle leden de hen opgedragen werkzaamheden zonder betaling verrichten.
In Dinxperlo werd bijv. door werkloozen een groepshuis gebouwd dat, nu het er eenmaal staat, bijna niet gebruikt wordt. Aan die werkeloozen werd voor hun arbeid door de N.S.B. geen cent vergoed en deze arme stakkers werden door de N.S.B. in alle andere plaatsen als voorbeeld gesteld voor de leden als een bewijs van opofferingsgezindheid. Zouden deze misleiden hetzelfde werk nog eens gratis willen verrichten wanneer zij weten dat door de N.S.B. in de groote steden alle arbeid betaald wordt, als colporteeren, verspreiden?
Ik maakte eens eene vergadering met den heer Mussert mede waarop besproken werd de mogelijkheid om arbeiders lid te maken van de N.S.B. De heer Mussert meende dat wij wel konden trachten arbeiders lid te maken, maar het „schorem” moesten wij links laten liggen. In dit verband bedoelde de heer Mussert met „schorem”, waarvan de N.S.B. al genoeg zou hebben, de werkloozen.
Een dergelijke uitdrukking liet de provinciaal verkiezingsleider der N.S.B. voor Gelderland, de heer mr. J. Frowein te Oosterbeek zich eens ontvallen, tijdens de propaganda campagne voor de verkiezingen der Provinciale Staten van verleden jaar. „Wat heb je nu aan die werkeloozen als lid, je kunt ze niets laten doen of je moet er voor betalen”. Ook dit weet de heer Mussert, want het is door een werkelooze aan Utrecht gerapporteerd geworden. Zonder resultaat echter, want de heer mr. Frowein betaaldt tesamen met zijn broeder, mr. F.W. Frowein, twee duizend gulden contributie per jaar aan de N.S.B. en op zulke leden is de heer Mussert zuinig, terwijl die ƒ 2000 voor de genoemde richards slechts een soort assurantie-premie is voor het geval de N.S.B. er eens werkelijk mocht komen!
Ik heb eenigen tijd geleden eens een vergadering der N.S.B. te Winterswijk bijgewoond met den heer Mussert als preker. Het was nog in den tijd dat de N.S.B. aan het opkomen was, dat velen in hun wanhoop en in hun achteruitgang, eene redding zagen in die N.S.B. Dus werd de vergadering ook bezocht door vele plattelanders. Het was een koude avond en de zaal was slecht verwarmd. Enkele ouderen hadden de pet nog op toen de heer Mussert op het podium verscheen. Het eerste wat hij de zaal in snauwde was: „petten af”.
Ziet, een dergelijk eigengereid optreden van een zoogenaamd welopgevoed mensch tegenover eenvoudige menschen die na een zwaren arbeidstaak zich de moeite getroosten eene vergadering te bezoeken, geeft de mentaliteit weer van den Algemenen Leider van de N.S.B.
Die pettendragers, dat schorem, interesseert hem niet, omdat zij geen contributie kunnen betalen waarvan de vaak zeer behoorlijke salarissen der N.S.B.-bonzen kunnen betaald worden. Ik mag geen misbruik maken van de gastvrijheid van uw blad. Kolommen vol zou ik met feiten kunnen vullen waardoor de onoprechtheid, de poppenkasterij van de N.S.B. aangetoond zou worden.
Ik zou kunnen wijzen hoe de N.S.B. in de steden tegen de Coöperatie is, doch op het platteland niet tegen de landbouw-Coöperaties durft te ageeren, hoe de N.S.B. zelf geen landbouw-programma heeft, doch hoopt te parasiteeren op het Drentsche succes van een boeren-organisatie als „Landbouw en Maatschappij”, hoe bijv. in den Achterhoek, in plaatsen als Winterswijk, Varsseveld, Doetinchem, Dinxperlo boerenvergaderingen werden gehouden onder den naam van „Landbouw en Maatschappij”, terwijl die vergaderingen werden aangevraagd, voorbereid, afgerekend, het risico gedragen door de N.S.B., hoe de N.S.B. in elke landstreek of stad met andere demagogische middelen werkt, omdat overal en telkens de belangen van met geld de N.S.B. steunende belanghebbenden moeten worden ontzien, enz. enz.
Ik eindig met een zeer actueel bewijs van de onoprechtheid der N.S.B. Ook in den Achterhoek zijn vele vergaderingen gehouden met den slager Roelofsen als spreker over de varkens-crisisschandalen. De N.S.B. heeft het noodig beoordeeld in „Volk en Vaderland” herhaaldelijk bekend te maken dat de N.S.B. niets te maken had met de actie van den heer Roelofsen. Een onwaarheid, want de heer R. werd door de N.S.B. voor dit werk betaald en kreeg alle gegevens voor zijn actie van de N.S.B. De heer R. was in zijn actie ietwat onvoorzichtig en kreeg processen-verbaal en ten slotte gevangenisstraf.
Ik persoonlijk heb de brief gezien waarbij namens den heer Mussert den heer R. werd medegedeeld dat hij voortaan geen salaris meer zou ontvangen. Hij ontving dien brief op den dag dat hij te Rotterdam werd gearresteerd om zijn eerste straf uit te zitten. Fijngevoelig nietwaar? Ja, is het prettig om voor de N.S.B. te offeren en martelaar te zijn!!
Intusschen werd hij door de Rechtbank te Zutphen opnieuw veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf. Hiervan in hooger beroep gegaan, zocht hij juridischen bijstand van één zijner kameraden te Arnhem, een N.S.B.-advocaat. Deze „kameraad” vroeg voor zijn hulp echter een dermate hoog honorarium, dat de heer R. dit niet kon betalen. Hulp van den heer Mussert, of van het Hoofdkwartier kreeg hij ook niet. Is het wonder dat hij genoeg had van de N.S.B. en zelf bedankte voor zijn lidmaatschap?
In de zitting van de Eerste Kamer wordt het N.S.B.-lid Graaf de Marchant et d’Ansembourg, (ook alweer geen werklooze) danig afgestraft door den landbouwkundige Ruijter en wordt ook het geval Roelofsen ter sprake gebracht. Wat heeft de Graaf hierop te antwoorden?: „De heer Roelofsen is geroyeerd omdat er ondanks waarschuwingen met hem niet meer viel samen te werken.” Een Graaf liegt niet, spreekt geen onwaarheid. Laat ik het dus zeer parlementair zeggen: De Graaf vergist zich, de heer Roelofsen is nooit gewaarschuwd, is nooit als lid geroyeerd, hij heeft zelf als lid der N.S.B. bedankt in mijn tegenwoordigheid!
Maar laat dit geval Roelofsen een leerzame les zijn voor alle Achterhoekers. Offeren en dienen, prachtig, indien de leiders het voorbeeld geven. Socialisme, prachtig, maar dan ook voor werkeloozen of welk ander „schorem” dan ook. En geen kritiek op anderen voordat het in eigen Beweging of organisatie zoo zuiver is dat men recht op kritiek uitoefenen heeft. M.i. is de N.S.B. wel de laatste politieke partij die het recht heeft vuil naar anderen te werpen.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.