Categorie: VS

  • Pioniers in Wisconsin – Wevers

    Pioniers in Wisconsin – Wevers

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevond zich Harmen Jan Wevers (1833–1905) uit Barlo. Hij was een van de vroege Nederlandse pioniers die zich vestigden in de grotendeels onontgonnen wildernis van Sheboygan County, Wisconsin.

    Harmen Jan Wevers werd geboren op 20 april 1833 op boerderij Oonk in Barlo, als zoon van Derk Wevers en Johanna Bloemers. Hij had een broer en drie zussen.

    Emigratie en beginjaren in Amerika

    In april 1849 vertrok hij op zestienjarige leeftijd vanuit Rotterdam naar de Verenigde Staten. De overtocht duurde 64 dagen. Na aankomst in New York reisde hij via Buffalo, Pittsburgh, St. Louis en Chicago naar Sheboygan County in Wisconsin.

    Harmen Jan kwam op hetzelfde schip naar Amerika als Henry Walvoord, bij wie hij vervolgens drie jaar als knecht werkte. Walvoord vestigde zich na aankomst in de VS in Holland Township. Gedurende dertien winters verbleef Harmen Jan bij deze pionier, terwijl hij in de zomer werkte of naar school ging.

    Nadat hij voldoende had gespaard kocht hij een span ossen en verdiende de kost als voerman, onder andere met het vervoeren van hout naar de pier van Amsterdam (Wisconsin).

    Eigen boerderij in Holland Township

    In 1854 kocht Harmen Jan een stuk land van veertig acres (ruim 16 hectare), grotendeels ongerept bos. Met veel inzet wist hij dit terrein te ontginnen en veranderde het in een goed lopend boerenbedrijf. Later breidde hij zijn bezit uit tot zeventig acres (bijna 28,5 hectare).

    Op 27 december 1856 trouwde hij met Berendina Gerharda te Slaa, geboren op 14 oktober 1834 op boerderij De Heuvel in Lintelo. Samen kregen ze acht kinderen, van wie er vier in 1894 nog in leven waren:

    Harmen Jan zag hoe zijn nieuwe thuisregio veranderde van een ruige wildernis tot vruchtbaar landbouwgebied. Door hard werken, volharding en toewijding wist hij als eenvoudige immigrant een bloeiend boerenbedrijf op te bouwen. Hij groeide uit tot een gerespecteerd burger en bestuurder in zijn gemeenschap.

    In 1894 waren van het gezin nog twee kinderen in leven: Harmen Jan en zijn zus Johanna Geertruid (1828–1912), die getrouwd was met Albert Clanderman uit Sheboygan.

    Geloof en toewijding tot het einde

    Harmen Jan Wevers was een actief en gewaardeerd lid van de Dutch Reformed Church in Cedar Grove. Politiek was hij aangesloten bij de Republikeinse Partij. Hij vervulde jarenlang de functie van Supervisor (gemeentebestuurder).

    Van arme emigrant wist hij zich op te werken tot zelfstandig boer en gerespecteerd burger. Binnen Holland Township stond hij bekend als een van de oudste en meest betrouwbare pioniers van de regio.

    Harmen Jan Wevers overleed op 19 maart 1905, op 71-jarige leeftijd. Hij werd begraven op Walvoord Cemetery in Holland, Sheboygan County.

  • De ramp met de Phoenix (1847)

    De ramp met de Phoenix (1847)

    In 1847 vertrok een grote groep Achterhoekers naar Amerika, in de hoop op een beter leven. Onder hen bevonden zich ook tientallen Aaltenaren. Vlak voordat zij hun eindbestemming bereikten vloog hun schip ‘Phoenix’ in brand op Lake Michigan. Naar schatting 250 tot 300 personen vonden daarbij de dood.

    Pas twee jaar oud was de prachtige houten boot genaamd ‘Phoenix’, die op 20 november 1847 met zo’n 175 Nederlanders, 23 bemanningsleden en een onbekend aantal andere opvarenden, opstoomde naar de westkust van het Michiganmeer. De landverhuizers aan boord kwamen uit Winterswijk, Aalten, Varsseveld, Apeldoorn, Holten en diverse andere plaatsen. Een dag later zouden ze in Sheboygan hun Beloofde Land bereiken na een afmattende bootreis. Kinderen werden voor het laatst in de hutten te slapen gelegd.

    Op 11 november was de Phoenix vertrokken uit Buffalo om via Lake Erie en Lake Huron naar Lake Michigan te varen. Slechts dertig mijl van hun bestemming verwijderd, voer de Phoenix de haven van Manitowoc binnen. Er werd wat lading aan land gezet, maar toen de kapitein merkte dat de weersomstandigheden te stormachtig waren, hield hij zijn schip in de haven tot het meer zou kalmeren. De bemanning ging aan land. Sommigen beweerden dat ze bij terugkomst dronken waren.

    Om één uur ’s nachts, het meer kalm, de nacht overspoeld met sterren, vertrok de Phoenix voor het laatste deel van de reis naar Sheboygan. Door de zware last raakten de stoomketels oververhit, maar de bemanning deed er luchthartig over. Tegen vier uur ’s nachts kwam er echter een dikke rook en stank van smeulend hout uit de machinekamer en werd alarm gegeven.

    Verbranden of verdrinken

    Vergeefs werd aan boord van de Phoenix nog getracht met emmertjes water de brand te doven. Maar het houten vaartuig brandde al gauw als een fakkel. Twee reddingsbootjes werden te water gelaten, waarmee 43 opvarenden de vijf mijl naar de kust wisten te overbruggen, de een met een klomp als roeispaan, vijfentwintig van hen waren Nederlanders.

    De overige passagiers hadden twee opties: verbranden of verdrinken. Ze sprongen in het water, maar maakten daar geen schijn van kans. Het water was ijskoud en ze raakten binnen minuten onderkoeld. Als men al kon zwemmen, dan nog was iedere poging om de kust te bereiken zinloos.

    Naar schatting tweehonderdvijftig tot driehonderd personen vonden de dood, inclusief bijna 100 kinderen. Het is verbazingwekkend hoe het handjevol overlevende landverhuizers er toch nog in geslaagd is een nieuw leven te beginnen. Ze moesten wel.

    Oud-Aaltenaren op de Phoenix

    Midden vorige eeuw trokken veel Achterhoekers om geloofsredenen weg. Het waren veelal afgescheidenen van de Ned. Hervormde gemeente, die zich hier vanwege hun vrijzinnig denken niet meer thuisvoelden. Zo ook de Achterhoekse opvarenden van de Phoenix, onder wie de Aaltenaren Brusse, Navis en Krajenbrink uit de buurtschap Lintelo.

    Uit overlevering zijn de namen van veertien personen uit Aalten bekend, die slachtoffer van de ramp werden. Over anderen tast men in het duister. Ze vertrokken op 16 augustus 1847 uit Aalten, samen met 78 anderen. Maar naar voorzichtige schatting zijn wel vijftig tot vijfenzeventig Aaltenaren omgekomen.

    Een lijst met (mogelijke) passagiers van de Phoenix en welke de ramp waarschijnlijk wel en niet hebben overleefd staat op de website dutchgenealogy.nl van Yvette Hoitink.

    Podcasts en documentaire

    Eind 2020 stuitte de Winterswijkse podcastmaker Joske Meerdink van Omroep Gelderland bij toeval op het verhaal over de ramp met de Phoenix. Het verbaasde haar dat ze het verhaal niet kende en merkte dat de ramp met de Phoenix bij haar dorpsgenoten ook vrij onbekend was. Daarop besloot zij in het verhaal te duiken.

    Tijdens haar zoektocht bracht Joske samen met documentairemaker Diny van Hoften een bezoek aan Sheboygan, waar ze spraken met nabestaanden van overlevenden van de ramp. Ook stapten ze aan boord bij een shipwreck hunter om te zoeken naar overblijfselen van de Phoenix (en vonden die ook!).

    Haar zoektocht resulteerde in een serie podcasts en een tweedelige documentaire. Deze zijn te beluisteren en bekijken bij Omroep Gelderland.

    Hier is ook de documentaire te zien die Omroep Gelderland begin 1998 uitzond over de Phoenixramp. In de documentaire, gemaakt door Sacha Barraud, wordt een groep Achterhoekers, waaronder Aaltenaar Evert Smilda, gevolgd die eind 1997 naar Sheboygan, afreist om de 150-jarige herdenking van de Phoenixramp bij te wonen.

    Emigratie naar Noord-Amerika

    In de loop van de 19e eeuw verlieten duizenden mensen de Achterhoek om een nieuw bestaan op te bouwen in de Verenigde Staten. Ook vanuit Aalten vertrokken veel inwoners, op zoek naar vrijheid, land en nieuwe kansen.

    Rotterdam emigratie 19e eeuw
  • Het zeilschip ‘Kath Jackson’ (1847)

    Het zeilschip ‘Kath Jackson’ (1847)

    Aaltense emigranten naar de VS

    In 1847 emigreerde een grote groep Aaltense emigranten per schip naar de Verenigde Staten. Zij maakten deel uit van een grotere emigratiestroom uit de Achterhoek in de 19e eeuw. Eén van de schepen waarmee deze emigranten naar Amerika reisden, was het zeilschip Katherine (Kath) Jackson, dat in dat jaar vanuit Amsterdam vertrok.

    De Kath Jackson was een driemaster met een vierkante spiegel en een lengte van circa 38 meter. Het schip werd in 1833 gebouwd door Fickett & Thomas in New York.

    Het schip voer eind augustus 1847 uit en had 171 passagiers aan boord. Volgens de passagierslijst was ongeveer driekwart van de passagiers – 131 personen – afkomstig uit Aalten. De overige passagiers kwamen onder meer uit Eibergen, Zutphen, Winterswijk, Leiden en uit Duitsland.

    Na de inscheping in Amsterdam verliet het schip Nederland via het Nieuwediep bij Den Helder, vanwaar de overtocht over de Atlantische Oceaan begon. De kapitein van het schip was W.W. Stafford. Op 28 september 1847 arriveerde de Kath Jackson in New York City.

    Het jaar ervoor had de Kath Jackson al een kleinere groep Aaltenaren naar Amerika gebracht, namelijk de familie Grootendorst / Scheenk.

  • Pioniers in Wisconsin – Duenk

    Pioniers in Wisconsin – Duenk

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevonden zich Evert Jan Duenk en Willemina Rensink uit de Aaltense buurtschap IJzerlo. Zij behoorden tot de vroege Europese pioniers die zich vestigden in Sheboygan County, Wisconsin.

    Evert Jan Duenk werd geboren in Aalten op 7 oktober 1797, als zoon van Hendrik Deunk en Aaltjen Siebelink. Hij trouwde op 12 juli 1818 in Aalten met Joanna Bernardina te Winkel (Bocholt, 1790), dochter van Joan Gerhard te Winkel en Theodora te Beest. Zij woonden op boerderij (Groot) Essink in IJzerlo.

    Kinderen uit het eerste huwelijk:

    • Derk Jan Duenk (1820–1898), trouwde op 23 juli 1847 in Aalten met Johanna Christina Hilbelink (1824–1907), geboren op boerderij Lensink in IJzerlo, dochter van Arent Jan Hilbelink en Hendrika Hoopman.
    • NN Duenk (1820–1820), levenloos geboren tweelingbroer van Derk Jan.
    • Gerrit Hendrik Duenk (1825–1883).
    • Johanna Engelina Duenk (1828–1829).

    Op 25 april 1829 overleed Joanna Bernardina. Een jaar later, op 6 mei 1830 hertrouwde Evert Jan in Aalten met Willemina Rensink (1809, geboren op boerderij Groot Rensink in Lintelo op 31 maart 1809, dochter van Jan Willem Rensink en Elisabeth Liesen.

    Kinderen uit het tweede huwelijk:

    Emigratie

    Op 16 augustus 1847 verliet het gezin de boerderij in IJzerlo en emigreerde naar de Verenigde Staten. Daarbij verzuimde Evert Jan echter de pacht op te zeggen. Ook had hij het vee en alle spullen op de boerderij verkocht. Hij werd daarvoor in Nederland gedagvaard en bij verstek veroordeeld.

    Evert Jan en Willemina, met hun zeven kinderen, vertrokken gingen in Amsterdam aan boord van het schip de Kath Jackson en arriveerden op 28 september 1847 in New York City. Op de lijst met emigranten van Aalten staat hij geregistreerd als landbouwer, minder gegoed. Het gezin vestigde zich in Sheboygan County.

    Sheboygan Vooruit

    We vonden enkele vermeldingen van Evert Jan Duenk in de Sheboygan Nieuwsbode, “Orgaan der Nederlanders in Noord-Amerika”:

    Huwelijksproblemen

    Op een gegeven moment konden Evert Jan en Willemina niet meer met elkaar overweg. Dit blijkt uit een advertentie die Evert Jan begin maart 1860 plaatste in de Sheboygan Nieuwsbode:

    “Naardemaal (omdat, red.) WILLEMINA DUENK, mijne huisvrouw, zich zoodanig heeft gedragen, dat ik niet langer met haar in vrede leven kan, verbied ik alle personen haar voor mijne rekening te huisvesten of te borgen, daar ik geene schulden zal betalen, die zij na dezen dag maakt. E.J. DUENK.
    Gibbsville, 3 Maart 1860.”

  • Pioniers in Wisconsin – Hilbelink

    Pioniers in Wisconsin – Hilbelink

    Aaltense emigranten naar de VS

    Gerrit Jan Hilbelink werd geboren op 19 februari 1813 op boerderij Lensink in IJzerlo, als zoon van Arend Jan Hilbelink (1787–1865) en Hendrika Hoopman. Op 1 oktober 1840 trad hij in het huwelijk met Garritjen te Bokkel, geboren op 27 februari 1820 op boerderij Groot Tammel in Lintelo, dochter van Arent Jan Derk te Bokkel en Janna Tammel.

    Emigratie en vestiging in Holland Township

    In augustus 1847 vertrok het gezin Hilbelink vanuit Rotterdam naar de Verenigde Staten. Na een overtocht van circa vier weken kwamen zij aan op Staten Island. Van daaruit reisden ze verder via Buffalo en de Grote Meren naar Sheboygan (Wisconsin). Daar verbleven ze slechts één nacht, om de volgende dag per ossenkar door te reizen naar Holland Township, waar ze zich vestigden in sectie 27, op een stuk land dat later eigendom werd van Gerrit Jan te Lindert. Op deze boerderij hebben ze ongeveer negen jaar gewoond.

    Het gebied bestond destijds nog volledig uit ongerept bos, bewoond door wilde dieren zoals wolven, beren en herten. De eerste jaren waren zwaar: het land moest volledig ontgonnen worden. Er waren maar weinig buren, al was er wel regelmatig contact met de lokale inheemse bevolking. In deze ruige omstandigheden bouwden Gerrit Jan en Garritjen een nieuw bestaan op.

    In 1853 volgde ook Gerrit Jans vader het gezin naar Amerika. Hij vestigde zich in Lima, waar hij zijn laatste levensjaren doorbracht.

    Boerderij en gemeenschap

    In 1850 kocht Gerrit Jan een stuk grond van 40 acres (ca. 16 hectare) in sectie 26, waar het gezin zich vestigde. Het terrein was opnieuw dicht bebost en moest geheel ontgonnen worden. Ze bouwden er een blokhut waarin hun kinderen opgroeiden. Later breidde hij zijn bezit uit met nog eens 40 acres. Hoewel hij later een deel verkocht, groeide het uit tot een goed functionerende boerderij met een woonhuis en diverse schuren. Gerrit Jan droeg ook bij aan de ontwikkeling van de lokale infrastructuur, zoals wegen, en andere voorzieningen.

    Nageslacht

    Gerrit Jan en Garritjen kregen samen veertien kinderen, waarvan vier in Nederland en tien in de Verenigde Staten werden geboren. De vier in Nederland geboren kinderen overleden op jonge leeftijd, evenals één van de kinderen in Amerika. Negen kinderen bereikten de volwassen leeftijd:

    • Hendrika (1849) trouwde met Arent Jan Rensing in Newkirk, Iowa
    • Aren Jan Derk (1850) beheerde het ouderlijk bedrijf, trouwde met Janna Gesiena Sikkink
    • Jan William (1853), timmerman in Newkirk, trouwde met Agnes Koolbeck
    • Jane (1855), trouwde met Derk Rose
    • Grada Gesina (1856), trouwde met Tony Walvoord
    • Gerrit Jan Jr. (1858), timmerman in Milwaukee, trouwde met Jane Smies
    • Hannah (1860), trouwde met John W. Rauwerdink, boer in Holland Township
    • Gertie (1863), trouwde met Jacob Leenhouse, timmerman in Milwaukee
    • Aleida (1866), trouwde met Gabe Ringoldus, eveneens in Milwaukee

    Gemeenschap en overlijden

    Gerrit Jan en Garritjen waren lid van de Dutch Reformed Church in Cedar Grove, en behoorden tot de eerste leden van deze gemeente. Politiek gezien was Gerrit Jan aanhanger van de Republikeinse Partij.

    In 1894 waren Gerrit Jan en Garritjen respectievelijk 80 en 73 jaar oud. Beiden verkeerden toen nog in goede lichamelijke en geestelijke gezondheid, en genoten van de vruchten van hun lange en harde leven als pioniers in de Nieuwe Wereld.

    Gerrit Jan Hilbelink overleed op 17 april 1898, zijn vrouw Garritjen op 5 april 1912. Beiden werden begraven op Cedar Grove Cemetery.

  • Pioniers in Wisconsin – Stronks

    Pioniers in Wisconsin – Stronks

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevond zich de familie Stronks uit Dale. Zij behoorden tot de vroege Europese pioniers die zich vestigden in Sheboygan County, Wisconsin.

    Jan Willem Stronks werd geboren op 27 april 1817 op boerderij Brunink in Dale, als zoon van Garrit Jan Stronks en Garritjen Graven. In 1846 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Jan Willem had aanvankelijk onvoldoende middelen om door te reizen naar het westen, en werkte daarom tijdelijk in de werkplaatsen van de spoorwegen in Schenectady, New York. Kort daarna trok hij verder naar Wisconsin.

    Daar ontmoette hij Grada Snoeijenbosch, eveneens uit Aalten. Grada werd geboren op 21 februari 1825 op boerderij Snoeijenbosch op de Haart, als dochter van Harmen Snoeijenbosch en Elizabeth Winkelhorst. In 1847 kwam zij met haar familie naar Sheboygan. Rond 1850 trouwden Jan Willem en Grada.

    Als een van de eerste Nederlandse pioniers vestigden zij zich in Holland Township, waar zij twintig acres (ongeveer acht hectare) bosland kochten. Het perceel was nog volledig onontgonnen. Door hard werken en spaarzaamheid wist Jan Willem zich op te werken tot een welvarende boer. Zijn gezondheid had echter zwaar te lijden onder de fysieke arbeid, en hij overleed in 1883 op 64-jarige leeftijd. Grada overleed in 1898 op 73-jarige leeftijd. Beiden waren trouwe leden van de Dutch Reformed Church.

    Een nieuw leven voor de kinderen

    Van hun negen kinderen overleden er drie op jonge leeftijd. Zes kinderen bereikten de volwassen leeftijd:

    • Garrett John (1852–1908), ondernemer in Cedar Grove
    • Herman Elbertus (1854–1946), koopman in Baldwin, WI
    • John William (1857–1941), winkelier in Alton, Iowa
    • Edward (1858–1940), eveneens koopman in Baldwin
    • Caroline (1860–1956), gehuwd met Henry Meengs, winkelier in Cedar Grove
    • Hannah (1865–1943), gehuwd met Henry Ramaker, ook uit Cedar Grove

    Garrett John Stronks: van boer tot ondernemer

    Garrett John werd op 21 maart 1852 geboren in Holland Township. Hij groeide op op de boerderij van zijn vader. Door de broze gezondheid van Jan Willem nam Garrett al op veertienjarige leeftijd de leiding over het boerenbedrijf op zich. Zijn scholing was beperkt; in totaal ging hij niet meer dan een jaar naar school. Na zeven jaar besloot hij het boerenleven achter zich te laten en zich te richten op de handel.

    In het nabijgelegen Oostburg kapte hij zelf hout uit het bos om een winkeltje te bouwen van 18 bij 28 voet (ca. 47 m²). Het startkapitaal leende hij van zijn vader: 700 dollar. Hij wist niets van handel, zijn ideeën over wat en hoeveel hij moest kopen waren nogal vaag, maar ondanks deze hobbels was hij vastbesloten om door te zetten.

    Hij kocht in Milwaukee twee keer zoveel goederen als hij kon betalen en plotseling drong de situatie tot hem door: hij had hoge schulden, geen klanten, geen ervaring en rekeningen die betaald moesten worden. Toen hij de stand van zaken overzag, raakte hij zo moedeloos dat hij zich voorgenomen had nooit meer iets te kopen, als hij tenminste kon verkopen wat hij had.

    Maar vanaf het begin bloeide zijn bedrijf; de mensen hadden vertrouwen in hem en steunden zijn onderneming. De inwoners van Oostburg hadden vertrouwen in hem en steunden zijn onderneming. Binnen twee weken was Garrett weer terug in Milwaukee om meer goederen in te kopen.

    In 1875 verhuisde hij zijn zaak naar Cedar Grove, waar hij de tweede winkel van het dorp opende. Daar dreef hij zeventien jaar lang een succesvolle winkel. Vanaf 1979 begon hij ook met graanhandel, waar hij zich vanaf 1892 volledig op toelegde. Naast een eigen graanpakhuis en ander onroerend goed, bezat hij ook 12 hectare landbouwgrond aan de rand van Cedar Grove.

    Op 21 oktober 1885 trouwde Garrett John Stronks met Jessie Blanche Smith, dochter van Gilbert H. Smith. Zij kregen vijf kinderen.

    Gemeenschap en overlijden

    Garrett was actief binnen de Republikeinse Partij en diende tijdens het presidentschap van Benjamin Harrison als postmeester van Cedar Grove. Hij werd beschouwd als een van de meest vooraanstaande burgers van zijn gemeenschap. Zijn levensverhaal is dat van een selfmade man: begonnen met niets, maar door inzet, moed en ondernemerszin uitgegroeid tot een gerespecteerd en welvarend inwoner van Holland Township.

    Garrett John Stronks overleed op 29 februari 1908 en werd net als zijn ouders begraven op Cedar Grove Cemetery.

    Graf J.W. Stronks & G. Snoeijenbosch, Cedar Grove, WI
    Graf Jan Willem & Grada Stronks in Cedar Grove, Sheboygan
  • Het zeilschip ‘Hector’ (1846)

    Het zeilschip ‘Hector’ (1846)

    Aaltense emigranten naar de VS

    In 1846 emigreerde een grote groep Aaltense emigranten per schip naar de Verenigde Staten. Zij maakten deel uit van een grotere emigratiestroom uit de Achterhoek in de 19e eeuw. Eén van de schepen waarmee deze emigranten naar Amerika reisden, was het zeilschip Hector, dat in dat jaar vanuit Rotterdam vertrok.

    Het schip voer eind augustus 1846 uit en had 190 passagiers aan boord. Volgens de passagierslijst waren 114 passagiers afkomstig uit Nederland, onder wie minstens 43 uit Aalten. Daarnaast bevonden zich 72 passagiers uit Duitsland, drie uit Frankrijk en één uit Denemarken aan boord.

    De kapitein van het schip was Alfred G. Spencer. Op 17 september 1846 arriveerde de Hector in New York City.

  • Pioniers in Wisconsin – Haartman

    Pioniers in Wisconsin – Haartman

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevond zich de familie Haartman uit Aalten. Zij behoorden tot de eerste Europese pioniers die zich vestigden in de grotendeels onontgonnen wildernis van Sheboygan County, Wisconsin.

    De familie Haartman woonde op de gelijknamige boerderij in de buurtschap Haart bij Aalten. Het gezin bestond uit vader Derk Jan Haartman, moeder Hendrika te Bokkel, vijf zoons en een dochter. In 1846 vertrokken ze met het schip Hector vanuit Rotterdam naar Amerika. De overtocht duurde 46 dagen en op 17 september kwamen ze aan in New York City.

    Na een kort verblijf van zes weken in Rochester (New York) reisde het gezin via de Grote Meren verder naar Milwaukee in Wisconsin. Daar kocht Derk Jan Haartman zestien hectare onontgonnen land. Kort daarna sloeg het noodlot toe: ziekte trof de familie, en moeder Hendrika, drie zonen en de dochter overleden.

    Vestiging in Sheboygan County

    Samen met zijn twee overgebleven zonen, Evert en Derk Jan jr., trok Derk Jan sr. verder naar Sheboygan County. In Wilson Township kochten zij een stuk bosgrond in sectie 32, voor drie dollar per hectare. De grond was nog nooit eerder door blanke kolonisten bewoond en moest vanaf nul worden ontgonnen.

    Het pioniersleven was zwaar. Ze hadden weinig te eten, nauwelijks kleding, en geen enkel comfort. Het eerste onderkomen van de familie was een eenvoudige blokhut met een planken vloer en een kachelpijp als schoorsteen. In het gebied woonden nog veel inheemse Amerikanen, die doorgaans geen overlast veroorzaakten, maar soms kwamen bedelen.

    Overleven in de wildernis

    Milwaukee was het dichtstbijzijnde handelscentrum, maar telde destijds slechts vijfhonderd inwoners. Sheboygan had drie kleine winkels en er waren nog geen kerken of scholen. De omgeving bestond uit dichte dennenbossen en de wegen moesten door de kolonisten letterlijk worden vrijgekapt.

    De kolonisten hadden regelmatig proviand nodig. Evert Haartman liep eens naar Milwaukee met het geld dat hij in de buurt had verzameld. Daarmee kocht hij drie vaten meel, wat vlees en boekweitmeel. Bij zijn terugkeer werden deze levensmiddelen zuinig verdeeld onder de bewoners van de nederzetting. De enige handelswaar die ze zelf konden aanbieden, waren as en cederhouten shingles, die ze in Milwaukee ruilden voor levensmiddelen.

    Familie en nakomelingen

    Evert Haartman, geboren op 15 mei 1824, trouwde op 12 mei 1855 in Wilson Township met Janna Berendina (“Jane”) Beskers, geboren op 25 juli 1830 op boerderij Haverland in Henxel bij Winterswijk. Zij kregen tien kinderen; twee zonen en acht dochters. Het gezin bewoonde een boerderij van bijna 100 hectare, gelegen op vier kilometer van het dorp Oostburg en dertien kilometer van Sheboygan.

    Evert werd in de omgeving gerespecteerd als een man van principes en toewijding. Hij diende meerdere keren als Township Supervisor, en ondersteunde initiatieven ter bevordering van onderwijs en de gemeenschap. De familie was lid van de Dutch Reformed Church in Wilson Township, en Evert hielp bij de bouw van drie kerken. Zijn eerste stem als Amerikaans staatsburger bracht hij uit op Abraham Lincoln; sindsdien bleef hij trouw aan de Republikeinse Partij.

    Derk Jan Haartman jr., de oudere broer van Evert, werd geboren op 18 juli 1821. Hij trouwde op 2 oktober 1855 in Wilson Township met Aleida Gesiena Kortschot, geboren op 20 september 1838 op boerderij Roerdink Kortschot (Roerdinkpoorthuis) in het Woold bij Winterswijk. Ook zij kregen tien kinderen, vier zonen en zes dochters.

    Laatste rustplaats: Hartman Cemetery

    Vader Derk Jan Haartman overleed in 1860. Derk Jan jr. stierf in 1889, Jane Beskers in 1896, en Evert zelf in 1910. Zij allen werden begraven op de Hartman Cemetery in Wilson Township, een kleine familiebegraafplaats waar ook andere nazaten en aangetrouwde familieleden hun laatste rustplaats vonden.

  • Emigranten familie Navis

    Emigranten familie Navis

    Aaltense emigranten naar de VS

    De bakermat van de Achterhoekse familie Navis ligt in de Aaltense buurtschap Lintelo. De oudst bekende vermelding van de naam is in 1529, als Hendrik Naeves uit Lintelo twee tijnshoenderen levert aan zijn kasteelheer van Anholt. Boerderij Navis werd in 1997 al acht generaties door de familie Navis bewoond. Stamouders Jan Navis en Hermken te Bokkel pachtten de boerderij in 1730 als kerkeplaats van de NH kerk in Aalten.

    Onder de vele landverhuizers die in de afgelopen eeuwen onze streek hebben verruild voor verre oorden (met name Noord-Amerika), bevonden zich ook diverse afstammelingen van Jan en Hanneken Navis. Hierna volgt een samenvatting van wat wij weten van deze telgen uit het geslacht Navis.

    Christiaan Navis

    De eerste bekende emigrant uit het geslacht Navis was Christiaan Navis (Aalten, 12-02-1797), zoon van Jan Navis en Sophia Blekking. Hij huwde op 11-02-1824 te Winterswijk met Johanna Hendrika Linzij (Oeding (D), 13-11-1803). Ze kregen tussen 1824 en 1841 zes kinderen. Ze woonden in 1844 op ‘Tiggeloven’ in de buurtschap Dorpbuurt onder Winterswijk en vertrokken in dat jaar naar Noord-Amerika, waar ze op 27-07-1844 te New York met het schip ‘De Hoop’ aankwamen. Christiaan gaf als beroep op: steenhouwer.

    Hun oudste kind, Jan Willem Navis (1824), ging niet mee naar Amerika, maar vertrok naar Pruisen. Hun tweede kind, Janna Sophia Navis (1826), vertrok volgens het bevolkingsregister naar Aalten, maar is daar niet terug te vinden. Wellicht heeft zij zich bedacht en sloot ze alsnog aan bij de reis naar Amerika. Ongeveer 1846 huwde zij namelijk in Clymer, NY met Jan Willem Bekerink (Ratum, 1821). Ze overleed in 1892 en werd begraven in Fontanelle, Iowa.

    Dochter Christina Navis (1829) huwde ca. 1855 in de VS met Jan Hendrik Verink (Kotten, 1810) en overleed in 1895 in Muscatine, Iowa, waar zij ook werd begraven. Van de overige drie kinderen is vooralsnog niet bekend hoe het hen is vergaan.

    Ze kochten 25 acres land in Clymer, NY aan de Clymer-Sherman Road, lot 60. Dit verkochten ze later aan hun schoonzoon Jan Willem Bekerink. Deze staat in 1854 voor 15 dollar een kwart acre grond af om daarop de Clymer Hill Church te bouwen. Op 13 september 1854 werd de kerk ingewijd.

    Later vertrok de gehele familie naar Muscatine, Iowa.

    Janna Geertruid Elisabeth Navis

    Zij werd op 20-01-1808 geboren in Lintelo, dochter van Hendrik Jan Navis en Antonetta Elisabeth Hoftijzer. Zij huwde op 25-08-1831 in Varsseveld met Lammert Rademaker (1806) en overleed op 20-01-1888 te Milwaukee, Wisconsin.

    Kinderen van Hendrik Jan Navis en Janna Liefting

    Burning of the Phoenix
    De ramp met de Phoenix op Lake Michigan, 1847

    Willemina Navis, geboren op 20-03-1794 in Lintelo, weduwe van Derk Jan Navis, hertrouwde in 1827 met Roelof Doornink en zij vertrokken in november 1846 naar Noord-Amerika.

    Derk Willem Navis, geboren op 26-07-1801 in Lintelo, huwde op 08-07-1826 in Aalten met Johanna Rexwinkel (1802). Zij vertrokken met hun zeven kinderen en zijn toen al bijna 80-jarige moeder Janna Liefting in augustus 1847 naar Noord-Amerika. Op 21-11-1847 kwamen zij allen om op Lake Michigan, bij de ramp met de propellerstoomboot Phoenix.

    Evert Navis, geboren op 04-02-1809 in Lintelo, weduwnaar van Willemina Janssen, hertrouwde op 29-05-1845 in Aalten met Berentjen Navis, zijn nicht, geboren op 30-04-1813 in Lintelo (Marode) en dochter van Geert Navis en Harmina Lammers. Zij vertrokken in oktober 1846 naar Noord-Amerika.

    Berend Hendrik Naves

    Geboren op 05-06-1839 in Lintelo (Marode), zoon van Arent Naves en Dersken Tieltjes (neef van Berentje, Derk Willem en Evert Navis). Hij huwde op 13-05-1869 in Aalten met Willemina Johanna Ormel (1847) uit De Heurne en in september 1869 vertrokken zij naar Noord-Amerika.

    Arent Jan Navis

    Geboren op 01-12-1828 in Lintelo (Nieuw Navis), zoon van Garrit Jan Navis en Johanna Geertruid Heesen en aangetrouwde neef van Willemina Navis via vaders kant. Hij trouwde op 06-12-1851 in Dinxperlo met Aleida Theodora te Kampe (1820). Ze vertrokken samen met hun éénjarige dochter Theodora Johanna in 1854 naar Noord-Amerika.

    Kinderen van Berend Hendrik Navis en Johanna Huenink

    Arend Jan Navis, (1841-1924), vertrok op 17-12-1859 naar Pruisen waar hij in 1869 te Wertherbruch trouwde met Elisabeth Blecking. Zij stichtten een Duitse tak onder de naam Naves.

    Gerrit Jan Navis, geboren op 13-02-1854 in Aalten, vertrok in september 1869 van boerderij Den Bosch op de Haart naar Noord-Amerika. Hij huwde in 1876 in Sheboygan met Hendrica Graven, geboren 1852 in Town of Holland als dochter van eerdere emigranten, namelijk Berent Graven en Aleida Berendina Snoeyenbosch uit Aalten. Zij kregen zeven nazaten in Amerika. Gerrit Jan overleed op 07-11-1927 te Sheboygan.

    Het raadsel rondom Henry Navis

    Bij het samenstellen van ‘The Navis family 1838-1975’, een overzichtsboekje van een Navis-geslacht in Amerika, was het de familie nog onduidelijk wie hun grondleggers Henry Navis en Hendrika Klein Hesseling precies waren of waar ze vandaan kwamen.

    Dit valt te lezen in het volgende fragment uit dit boekje, vertaald uit het Engels:

    “Henry Navis, kwam als jongeman vanuit Europa. Het jaar, hoe oud hij was of waar vandaan is onbekend. Hij was een zwerver en niemand leek te weten wat hij deed toen hij in Wisconsin, Minnesota en Iowa en andere staten was.

    Hij trouwde Hendrika Klein Hesseling, maar hun trouwdatum is ook onbekend. Ook de ouders van Hendrika Klein Hesselink zijn onbekend. Wat wel bekend is dat er Klein Hesselings in deze staat waren die het woordje Klein lieten vallen en dat er een band is.

    Het is niet bekend hoeveel broers en zusters Henry had of wie zijn ouders waren. Dit is in het kort de geschiedenis van de man en vrouw die deze geweldige generatie van Navissen hebben gestart.”

    Raadsel opgelost

    Tussen 1982 en 1983 werd het raadsel rond de afkomst van Henry Navis en zijn vrouw Hendrika Kleinhesselink door genealogisch onderzoek opgelost en aan de nazaten in Amerika meegedeeld. Zij waren dolenthousiast, dat er na zoveel jaren duidelijkheid was gekomen over de afkomst van hun grondleggers in de VS.

    Henry Navis was op 30-09-1838 geboren als Gerrit Hendrik Navis in de Binnenheurne bij Varsseveld, als zoon van Gerrit Willem Navis en Dersken ter Horst. Zijn grootouders waren Geert Navis en Hermina Lammers, broer en schoonzus van Hendrik Jan Navis en Janna Liefting (zie voorgaande emigranten). Zijn vader Gerrit Willem overleed in oktober 1856, toen Gerrit Hendrik 18 jaar was. Kort daarna verdween hij uit huis en werd als ‘afwezig’ gemeld in het bevolkingsregister van Varsseveld. Hij overleed op 16-06-1922 in Amerika.

    Hendrika Kleinhesselink werd op 03-07-1830 geboren te Dinxperlo, als dochter van Jannes Kleinhesselink en Theodora ter Horst. Haar vader overleed in 1850 en zijn weduwe vertrok met haar acht kinderen in april 1856 naar Noord-Amerika. Hendrika Kleinhesselink overleed op 29-09-1903 in Amerika. Via de nazaten in de VS is bekend, dat Henry, na het overlijden van zijn vrouw weer ging zwerven.

    Kinderen van Gradus Navis en Dersken Vreemen

    Gerrit Jan Navis, geboren op 10-07-1845 in Lintelo, vertrok in april 1882, ongehuwd, naar Noord-Amerika. Hij werd in juli van datzelfde jaar gevolgd door zijn broer met zijn gezin en zijn zus met haar zoon:

    Bernardus Navis, geboren op 13-04-1841 in Lintelo, op 01-06-1876 in Aalten gehuwd met Berendina Frederika Fukkink (1857) met hun zonen Gradus Theodorus (1877) en Arent Jan (1881). Arent Jan huwde in de VS met emigrantendochter Minnie Voskuil (1881).

    Hendrika Johanna Navis, geboren op 16-01-1837 in Lintelo, ongehuwd moeder van Jan Willem Navis (1858). Jan Willem huwde in 1887 in Kansas met Dina Johanna Harmelink (Lintelo, 1864).

    De hele familie woonde tot hun emigratie bij elkaar op ’t Boske, met uitzondering van Jan Willem, die was knecht op ’t Spieker. Gerrit Jan huwde in 1884 in Wisconsin met Janna Aleida Krozenbrink (Barlo, 1861). Hij overleed in 1915 en werd begraven in Baldwin, Wisconsin.

    Naoorlogse emigranten

    In 1948 vertrok Derk Willem Navis (1917-2003), zoon van Johan Albertus Navis en Dela Nijman (uit de tak Arend), samen met zijn vrouw Antonia Wubbels (1918-1999) en twee kinderen naar Amerika. Hij was marechaussee geweest en vestigde zich in Wyoming, Minnesota als verkoper van bouwmaterialen. In Amerika werden nog twee kinderen geboren.

    Bronnen


  • Sporen van Brevoort in New York

    Sporen van Brevoort in New York

    In het jaar 1660 kwam ene Hendrick Janszen ‘van Brevoort’ met zijn vrouw en vier kinderen (3, 12, 16 en 17 jaar) naar Nieuw Amsterdam, het huidige New York. Destijds had men nog geen officiële achternaam, en in archieven werd iemand vermeld met voornaam, patroniem (Janszen, oftewel ‘zoon van Jan’) en de plaats waar men vandaan kwam (in dit geval ‘Brevoort’). Zij waren op 8/9 maart 1660 uit Amsterdam vertrokken met het schip De Moesman en kwamen aan voor 30 mei.

    Meer informatie over de Bredevoortse afkomst van deze Hendrick Janszen hebben wij vooralsnog niet. U wel? Dan horen wij het graag!

    Hendricks zoon Jan Hendrick (1644-1714) gebruikte vanaf 1696 de achternaam Brevoort. In de eeuwen die volgden zou het geslacht Brevoort in New York uitgroeien tot een bekende familie met aanzien en rijkdom.

    Jan Hendrick Brevoort kocht land in Harlem, waar hij in 1678 en 1679 de functie van opzichter bekleedde. Begin 18e eeuw verruilde hij Harlem voor het zuiden van Manhattan. Bij zijn overlijden liet hij zijn boerderij in de ‘Bowery‘ na aan zijn kinderen. Zijn zoon Hendrick (1670-1718) bezat uiteindelijk het grootste deel van de grond, dat vervolgens toekwam aan zijn zoon, eveneens Hendrick geheten (1711-1771). Deze breidde het bezit verder uit tot 30 hectare. Toen de familie Brevoort haar bezittingen opsplitste en grotendeels verkocht, leverde dit hen een vermogen op. Hoofd van de familie was toen Henry Brevoort (1747-1841).

    Henry Brevoort Jr.

    Brevort, Michigan

    Henry Brevoort Jr. (1782-1848) en zijn vrouw Laura Brevoort-Carson lieten een herenhuis bouwen op het restant van hun grond, aan 5th Avenue en 9th Street. Deze omgeving was juist in opkomst en de Brevoorts namen er een vooraanstaande positie in. Henry Jr. stond bekend als een literaire geest en hij was bevriend en correspondeerde met de schrijver Washington Irving (1783-1859). Daarnaast was hij vele jaren gemeenteraadslid.

    Henry Jr. was avontuurlijk aangelegd en reisde veel. Zo vergezelde hij Lewis en Clark op hun expeditie naar de Pacific Northwest van 1803 tot 1806 en bracht veel tijd door in de Noord-Amerikaanse wildernis, waar hij werkte voor John Jacob Astor’s American Fur Company. In het noorden van de staat Michigan, in Mackinac County, ligt een gehucht met de naam Brevort (foto links), naar Henry vernoemd, die het gebied in 1845 onderzocht, samen met zijn vriend Washington Irving.

    Met name in de stad New York verwijzen diverse plekken, straten en gebouwen nog naar de familie Brevoort. We noemen hier een aantal voorbeelden.

    De bocht in Broadway

    Kenmerkend voor Amerikaanse steden is het rechthoekige stratenpatroon. Afwijkingen van dit patroon komen echter ook voor. Wie het stratenpatroon van New York bestudeert ziet bijvoorbeeld dat Broadway, één van de bekendste straten ter wereld, ook een bocht maakt. Volgens overlevering zou dit te danken zijn aan één man, die vastbesloten was om zijn land te verdedigen.

    De 35 hectare grote boerderij van Henry Brevoort Sr. lag begin 19e eeuw aan de rand van de stad. Omdat de bevolking van New York toenam, kondigde het stadsbestuur in 1815 plannen aan om Broadway in een rechte lijn door te trekken naar 23rd Street. Hierdoor zou Brevoort’s land echter worden doorsneden. Hij protesteerde en het stadsbestuur zwichtte: Broadway werd afgebogen, zodat de boomgaarden van Brevoort’s boerderij werden ontzien, waar tegenwoordig 10th Street is.

    Appartementencomplex The Brevoort, Manhattan

    The Brevoort, New York

    In de buurt Greenwich Willage, hartje Manhattan, staat aan het begin van 5th Avenue een appartementencomplex genaamd ‘The Brevoort’. Het complex is gebouwd in 1955, telt 20 verdiepingen en 277 appartementen. Het gebouw verving het befaamde ‘Hotel Brevoort‘, ooit één van de meest toonaangevende hotels in New York. Hier verbleven de ‘rich and famous’ en soms zelfs koninklijke gasten. Ook stond het hotel bekend om de legendarische feesten die er plaatsvonden. Luchtvaartpionier Charles Lindbergh ontving in dit hotel de Orteig prijs van 25.000 dollar voor zijn solovlucht over de Atlantische Oceaan.

    Eén van de beroemdste bewoners van het huidige appartementencomplex ‘The Brevoort’ was Buddy Holly. Hij woonde er in 1958-1959, van zijn huwelijk tot hij noodlottig aan zijn einde kwam. Hij heeft hier de zogenaamde Apartment Tapes opgenomen.

    Sporen van Brevoort in Brooklyn

    Ook in stadsdeel Brooklyn zijn diverse plekken waar familieleden van de Brevoorts ooit land bezaten. Hieraan herinneren onder andere een straat (Brevoort Place), een appartementencomplex (de Brevoort Houses – 13 gebouwen van zeven verdiepingen met in totaal 896 appartementen), een Brevoort Playground en een Brevoort Post Office.

    Brevoort Place, Brooklyn, NY
    Brevoort Place, Brooklyn
    The Brevoort appartments, Brooklyn, NY
    Brevoort Houses, Brooklyn
    Brevoort Post Office, Brooklyn, NY
    U.S. Post Office Brevoort Station, Brooklyn

    Brevoort Theatre, Brooklyn

    Hoewel dit theater al lang is verdwenen, is het toch een vermelding waard. Het Brevoort Theater stond ooit op de hoek van Bedford Avenue en Brevoort Place. Bij de opening in 1918 was het de grootste bioscoop van Brooklyn, met 1800 zitplaatsen en nog eens 700 op het balkon. Het theater had ook een podium en een orkestbak.

    Hoewel er de eerste decennia vooral films werden vertoond, werd het Brevoort Theater rond 1960 bekend omdat er vele bekende artiesten optraden waaronder James Brown, Jackie Wilson, Otis Redding, Smokey Robinson & The Miracles, The Four Tops, The Temptations, Marvin Gaye, Stevie Wonder, The Supremes, Sam & Dave, Dionne Warwick, Gladys Knight & the Pips en Pattie LaBelle & the Bluebells. Deze periode duurde echter niet lang. Het theater sloot in de jaren 60 van de vorige eeuw voorgoed de deuren en werd in 1968 afgebroken.

    Bronnen