Categorie: Onderwijzers

  • Cato Kothuis

    Cato Kothuis

    Onderwijzeres

    Catharina Cecilea (Cato) Kothuis werd op 23 november 1908 geboren in huis nr. 8 te Aalten (Landstraat 4), als dochter van borstelmaker Johannes Kothuis en Helena Theodora Vultink.

    Cato Kothuis (1908-2001)

    Cato Kothuis woonde samen met haar zus aan de Landstraat 4. Beide zussen waren ongetrouwd. Cato stond bekend als een bijzondere vrouw: diep gelovig, maar tegelijkertijd ruimdenkend. Ze was jarenlang leerkracht op de RK St. Jozefschool, waar ze generaties kinderen heeft onderwezen. Tijdens de lessen begeleidde ze het klassikaal zingen op een loodzwaar elektrisch orgeltje, waar een nogal jengelend geluid uit kwam.

    Cato Kothuis overleed op 30 maart 2001. Zij werd begraven op begraafplaats Berkenhove.

    Meer informatie is welkom!

  • Dirk Stegeman

    Dirk Stegeman

    Onderwijzer

    Dirk Stegeman was in de tweede helft van de 19e eeuw 45 jaar lang hoofdonderwijzer op de Openbare Lagere School, eerst aan de Landstraat en vanaf 1886 aan de Herenstraat te Aalten.

    Dirk Stegeman werd op 4 juli 1830 geboren in de buurtschap Tonden bij Brummen, als zoon van schoenmaker Johannes Stegeman en Johanna Evers. Hij trouwde op 25 november 1854 in Ruurlo met Hendrietta Engelina van Heuven. Uit dit huwelijk werden maar liefst 11 kinderen geboren, waarvan er twee al jong overleden.

    Dirk Stegeman overleed zelf op 6 juni 1910 in Deventer op 79-jarige leeftijd.

    In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over de school:

    “In het dorp Aalten gingen de kinderen allen naar één school. Splitsing kende men niet. De kinderen van alle godsdienstige richtingen zaten naast elkaar op de schoolbanken. De school was gevestigd in een gebouw aan de Landstraat naast de Herv. Kerk. Beneden was de wacht en op de verdieping was de school. Meester Stegeman zwaaide er den scepter. Met nog 2 hulponderwijzers werd aan de Aaltensche jeugd onderwijs gegeven. Met zes kinderen in een bank, had men ’s winters zoo’n 60 à 70 leerlingen per onderwijzer. Elken morgen werden de lokaaldeuren opengezet, en deed het hoofd der school een gebed.

    De orde in de klas werd gehouden met de roede, want wie niet wilde luisteren, werd met een eindje hout bewerkt. En meester Stegeman had de schrik er in. Maar hij was een werkzaam man en spaarde zich geen moeite om het onderwijs zoo goed mogelijk te doen zijn. De avondschool was nog een goede gelegenheid om kinderen, die al vroegtijdig van school moesten, nog een beetje kennis bij te brengen. Dan had meester een kleinere klas en was het onderwijs geven gemoedelijker.”

    Let op: Dirk Stegeman dient niet te worden verward met dominee Jan Derk Stegeman, waar later de Stegemanschool naar werd vernoemd.

    Bronnen


    • Opregte Haarlemsche Courant, 1 mei 1857 (Delpher)
    • Zutphensche Courant, 26 augustus 1879 (Delpher)
    • De Graafschapbode, 25 augustus 1894 (Delpher)
    • Arnhemsche Courant, 24 oktober 1899 (Delpher)
    • Aaltensche Courant, 19 november 1937 (Delpher)
    Vacature ondermeester, Aalten - Opregte Haarlemsche Courant, 01-05-1857
    Opregte Haarlemsche Courant, 1 mei 1857
    Jubileum hoofdonderwijzer Stegeman, Aalten - Zutphensche Courant, 26-08-1879
    Zutphensche Courant, 26 augustus 1879
    Dirk Stegeman - Graafschapbode, 25-08-1894
    De Graafschapbode, 25 augustus 1894
    Ontslag D. Stegeman, OLS Aalten - Arnhemsche Courant, 24-10-1899
    Arnhemsche Courant, 24 oktober 1899
  • Evert Maarten Smilda

    Evert Maarten Smilda

    Historicus, docent en veteraan

    Evert Maarten Smilda werd op 10 juni 1928 geboren in Utrecht. Hij is op 11 november 2020 overleden. Smilda heeft in Aalten een grote rol van maatschappelijke betekenis gespeeld. Zo leverde hij onder andere een belangrijke bijdrage aan het op de kaart zetten van de Aaltense geschiedenis.

    Nederlands Indië

    Hij werkte in een laboratorium als instrumentmaker toen hij als militair werd uitgezonden naar Nederlands Indië, het tegenwoordige Indonesië. In Arnhem volgde hij zijn militaire opleiding en in Zaandam leerde hij voor ‘geweermaker’. Dat was zijn functie in Indonesië. Evert was net twintig toen hij naar het oosten vertrok. De bootreis duurde een maand.

    Smilda diende twee jaar in Indonesië. De taak van de Nederlandse militairen was om een poging te doen om de rust te laten terugkeren na het vertrek van de Japanners. Ze trokken van dorp naar dorp. Als het ‘gewone’ leven weer werd opgepakt gingen de jongens verder.

    Bij terugkeer in Nederland was er voor de oud-Indiëgangers veel niet goed geregeld. Evert was zijn baan kwijt. Hij pakte echter de draad op en volgde een opleiding voor amanuensis. Later haalde hij een graad in de wiskunde, natuurkunde en scheikunde en gaf jarenlang les op de LTS in Aalten.

    Kort nadat Evert uit dienst trad leerde hij zijn toekomstige vrouw Itte kennen. In 1959 kwam hij met zijn vrouw naar Aalten om te gaan werken als amanuensis aan de Christelijke Scholengemeenschap. Door avondstudie werkte hij zich op tot leraar aan de avondmavo en de LTS.

    Plaatselijke geschiedenis

    Smilda had een grote belangstelling voor geschiedenis. Al vroeg in de jaren zestig zag Smilda het belang van het mooie Aaltense dorpsgezicht in. Hij heeft bij de provincie Gelderland gelobbyd om verschillende karakteristieke panden op de monumentenlijst te krijgen die anders afgebroken zouden worden. Mede daardoor werd het centrum van Aalten het eerste Beschermde Dorpsgezicht van Gelderland.

    In 1962 was hij betrokken bij de oprichting van de oudheidkundige werkgemeenschap ADW. In dezelfde tijd kwam hij in het bestuur van de Aaltense Oudheidkamer. Veertig jaar zat hij in het bestuur, waarvan negentien jaar als voorzitter. Samen met anderen heeft hij de basis gelegd van wat nu het Nationaal Onderduikmuseum is.

    In 1964 schreef hij ‘Twee eeuwen tussen Es en Slinge‘, over de koperslagers in de Peperstraat. Later verzorgde hij de uitgifte van ‘Aalten in oude ansichten‘ en twee delen ‘Aalten, zoals het was zoals het is‘ in samenwerking met G.J. Timmer.

    Toen de plaatselijke Joodse gemeenschap het onderhoud van de Aaltense synagoge niet meer kon betalen nam Evert, op dat moment voorzitter van de Vereniging Oudheidkamer Aalten, het initiatief om de synagoge tot Gemeentelijk Monument te laten verklaren en richtte hij in 1983 samen met anderen de stichting ‘Vrienden van de Aaltense synagoge‘ op.

    Op het toenmalige asielzoekerscentrum Groot Deunk in Barlo verzorgde Smilda lessen Nederlands. Ook was hij 22 jaar lid van de Gemeentelijke Monumentencommissie in Aalten. Samen met met Duitse historici werkte hij aan de uitgifte van tweetalige geschiedwerken.

    In 2005 werd Smilda lid van het Aaltens Evergreenkoor. Op zijn 92e verjaardag werd Evert door het koor verrast met een aubade bij de Zuiderkerk. Dat was tevens bedoeld als afscheidscadeau voor Smilda, die eerder dat jaar had aangegeven te willen stoppen als koorlid. In een open Landauer getrokken door twee prachtige paarden, maakte Evert met zijn vrouw een rit door het dorp. De aanwezigheid van zijn familie maakte de verrassing compleet.

    Smildapad

    Op het terrein van de voormalige Technische School worden 56 woningen gebouwd. Tussen het zuidelijk en het noordelijk deel van het bouwplan aan de Ludgerstraat zal een straat worden aangelegd. Oudheidkundige kringen en sympathisanten van de synagoge hebben verzocht om deze te vernoemen naar Evert Smilda, als erkenning voor al zijn maatschappelijke verdiensten. De gemeente heeft in oktober 2022 positief gereageerd en besloten dat de straat de naam Smildapad zal dragen.

  • Warnar Willem Marinus Moll

    Warnar Willem Marinus Moll

    Onderwijzer, met diverse maatschappelijke functies

    Warnar Willem Marinus Moll werd op 17 augustus 1857 geboren in Bredevoort. Hij overleed op 18 november 1937 in Winterswijk.

    De Aaltensche Courant schreef een dag na zijn overlijden:

    Op den leeftijd van ruim 80 jaren is een bekende figuur uit onze gemeente Woensdag overleden. De heer W.W.M. Moll, oud-onderwijzer, de altijd opgeruimde krasse grijsaard, is na enkele dagen ongesteldheid in het Ziekenhuis te Winterswijk verscheiden.

    Sinds menschenheugenis heeft „Meester Moll” het onderwijs te Bredevoort gediend, en het grootste deel van Bredevoorts ingezetenen heeft hij op de schoolbanken gezien. Buiten de school nam de heer Moll intens deel aan het maatschappelijk leven, en in velerlei functies heeft hij het openbare leven gediend.

    Z’n grootste liefde had wel de Tuberculosevereeniging, welke te Aalten zetelde. Voor deze vereeniging was hij lange jaren de steunende kracht. Jaren lang vervulde hij voorts het voorzitterschap van de Boterfabriek en Bredevoorts Belang, en vervulde bestuursfuncties in het veefonds, de vereeniging voor ziekenhuisverpleging, Zwanenbroek-commmissie enz. Van de oprichting tot 1922 was hij commissaris van de Geld.-Westf. Tramweg Mij. Van de oprichting dezer maatschappij gaf de heer Moll mede den eersten stoot. Verder bekleedde de overledene nog het voorzitterschap der commissie tot wering van schoolverzuim, welke functie hij reeds een groot aantal jaren vervulde.

    Bredevoort in de eerste plaats, en de gemeente Aalten verliezen in den heer Moll een medeburger, die zeer veel voor de belangen zijner woonplaats heeft gedaan. Maandagmiddag wordt het stoffelijk overschot op de algemeene begraafplaats te Bredevoort ter aarde besteld. Ongetwijfeld zullen velen zich gedrongen gevoelen den overledene de laatste eer te bewijzen.

    Bronnen