Categorie: Dialect

  • Aaltens dialect

    Aaltens dialect

    “Elk dörpken hef zien eigen klinkers, zien eigen spreuken en woordenschat.” Deze zin prijkt op de gevel van de Aaltense bibliotheek. Het is een regel uit het lied “Hier in de Achterhoek”, van Rocco Ostermann en Matthijs Stronks. En het klopt helemaal.

    Het Achterhoekse dialect, een variant van het Nedersaksisch, wordt van oudsher gesproken in het noordoosten van Nederland en het noorden van Duitsland. Binnen de Achterhoek heeft elke gemeente, en soms zelfs elk dorp, zijn eigen nuances in het dialect, dat ook wel ‘plat’ wordt genoemd.

    A’j plat könt praoten, mo’j ’t neet laoten

    Oud Aalten | A'j plat könt praoten, mo'j 't neet laoten

    Het Aaltens dialect kent vele oude woorden en uitdrukkingen die in het Standaardnederlands niet voorkomen.

    Dialect in het dagelijks leven

    In Aalten speelt het dialect nog steeds een belangrijke rol in het dagelijks leven van veel inwoners. Thuis, op straat, in winkels en tijdens lokale evenementen hoor je het Aaltens nog vaak klinken. Veel inwoners van Aalten zijn tweetalig opgevoed, met het dialect thuis en het Standaardnederlands op school.

    Hoewel het Aaltens dialect nog steeds wordt gesproken, beheersen jongere generaties het in steeds mindere mate. Vaak spreken zij een Achterhoekse versie van het Nederlands, waarin veel van de typische oude woorden en uitdrukkingen die hun voorouders dagelijks gebruikten zijn verdwenen. Deze ontwikkeling vormt een uitdaging voor het behoud van het dialect.

    Cultureel Erfgoed

    Het Aaltens dialect is een belangrijk onderdeel van het lokale cultureel erfgoed en vormt een levendige schakel met het verleden. In verhalen, liederen en gedichten die in het dialect zijn geschreven, komt de geschiedenis en het dagelijks leven van Aalten tot leven. Het Aaltens dialect draagt daarmee bij aan de unieke identiteit van de gemeenschap.

    Om te voorkomen dat het Achterhoekse dialect verdwijnt, probeert men het door te geven aan nieuwe generaties. Dit gebeurt bijvoorbeeld via streektaalprojecten op scholen en in culturele verenigingen. Deze initiatieven zijn belangrijk om het dialect levendig te houden en ervoor te zorgen dat het, ondanks de invloed van het Standaardnederlands en andere moderne talen, niet verdwijnt.

  • Nôkse karke

    Nôkse karke

    De oude Sint Helenakerk was zelfs voor ras-Winterswijker Bernard Stegeman een inspiratiebron.😊 Hij schreef het gedicht Nôkse karke over Aaltens markante middelpunt op de Markt (jaartal onbekend). De tekening is van geboren Aaltenaar Piet te Lintum.

    ‘Maor noo löp miene reize toch haoste ten end’
    Lao’ws kieken, mi’j wacht er nog ééne.
    Jao ‘k zee ’t al, daor ginder dee karke op den bult,
    Zoo mooi, a’k nog zelden heb e-zeene.
    Das Aalten, mo’j wetten, ’t aardige darp,
    waor ‘k nog iederbods geerne komme praoten,
    Ik kenne er de menschen, ik weet ‘er den weg
    Deur zien wondere, golvende straoten.
    Wat ligt er dat marktplein daor hoog’ op den bult
    En hoo noks hönk dee karke der teggen,
    ‘k Hebben e-heurd, dat ’t darp naor den bult is e-neumd,
    Maor of ’t waor is, dat dörv’ ik neet zeggen.’

    Oude Helenakerk, Aalten, tekening Piet te Lintum
  • „Laot ons het Lohüs as ’t effen kan”

    „Laot ons het Lohüs as ’t effen kan”

    Aalten, Boschparij in het Loohuis

    Bouwt Aalten üt van Noord naor Züd
    Naor allen kant töt veer in ’t land …!

    Maakt van de rosse, rowwe heide,
    Ne vlakke vette wiete weide
    Maakt van de grootste wöesterni’je
    Ne regelrechte kweekeri’je!
    I’j bouwt en graaft, i’j denkt en doot
    Den ievren mens geet ’t altied good
    Maor och, laot, as ’t efkes kan,
    An ons „’t Lohüs Geurken” dan!

    De dennen soest er zacht en wee,
    As ’t rüschen van ne veere zee,
    Ze vetelt mi’j van de olde tiën
    To’k daor as kind kweem schaatsen zien!
    Zacht rispelden ’t in de tekskes
    Van ne olden berken stam,
    He vetellen mi’j van vrogger,
    To vader mooder nam.

    I’j houwt en bouwt, i’j hakt en liekt
    Ow arbeidsvrucht, pas later bliekt,
    I’j doot, wa’j doot, maor as ’t efkes kan
    Och, laot ons ’t Lohüs Geurken dan.

    Joh. Beernink
    Aalten, 14-2-1928

    Bovenstaand gedicht publiceerde Joh. Beernink in de tijd toen men overal in de Achterhoek de schop in de grond zette om woeste gronden te ontginnen. Wie deze dichter was, weet ik niet, maar ongetwijfeld een Aaltenaar en u kunt het gedicht vinden in „archief” 1929 van de Oudheidkundige Vereniging „de Graafschap”.

    In die tijd dreigde ook in Aalten een prachtig natuurterrein verloren te gaan. Het betrof een complex van 21 ha, gelegen aan de Haartsestraat in Aalten, bestaande uit bos en bouwland met in het bos een uniek vennetje, het „Darde Geurken ’t Lohuus”. Het werd in de zomer druk bezocht door wandelaars en hele generaties van Aaltense ingezetenen hebben de eerste beginselen van de schaatssport op het vennetje geleerd.

    Dat dreigde nu alles verloren te gaan. Maar het deemoedig verzoek van Beernink „och, laot ons ’t Lohüs Geurken, as ’t efkes kan”, vond weerklank in Aalten. „Aaltens Belang” zag al direct de noodzaak in om dit natuurgebied voor Aalten te behouden en in 1929 werd dan ook het complex gekocht. Naar bestuursleden mij later vertelden in een soort van impulsieve bui, want… ze hadden er eigenlijk geen geld voor. Wel werden door verschillende Aaltense ingezetenen bedragen toegezegd, maar het zou toch een zwaar blok aan het been worden.

    Men nam contact op met de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en mr. G.J. ten Houten uit Winterswijk kwam eens kijken. Deze Winterswijkse advocaat was ook de grote stimulator voor het behoud van het Korenburgerveen en het in bezit brengen daarvan van Natuurmonumenten. Ook mr. ten Houten zag direct de grote waarde van dit natuurterrein en door zijn bemiddeling kon Aaltens Belang het zorgenkind aan Natuurmonumenten overdragen, waarbij ze zelf ook nog een behoorlijk bedrag kon schenken. En zo kan „’t Loohuis” dit jaar z’n gouden jubileum herdenken als natuurterrein. Een feit waaraan de heer J. te Lindert uit Aalten me een dezer dagen herinnerde.

    In het begin van dit jaar is ’t vennetje in ’t Loohuishos in de gemeenteraad van Aalten nog eens ter sprake geweest. Er werd namelijk meegedeeld dat het ven zou worden uitgebaggerd, zodat er weer geregeld water in zou staan en de kleinere kinderen hier weer zouden kunnen schaatsen.

    De Bredevoortse grachten vond men te gevaarlijk voor deze beginnelingen. Daar een ven z’n betekenis ontleent aan de specifieke vegetatie die soms vrij zeldzaam is, stelde de heer te Lindert zich eens met Natuurmonumenten in verbinding, teneinde te weten te komen wat men met ’t Darde Geurken van plan was. Het antwoord was echter zeer geruststellend. Het was werkelijk de bedoeling om middels uitbaggeren weer wat water in het ven te krijgen.

    ’t Darde Geurken is in de loop der jaren dichtgewaaid met blad en zo en ook dichtgegroeid door allerhande vochtminnende planten. Het is dus de bedoeling de oude toestand weer te herstellen. Niet om er een schaatsvijver van te maken, al deelde Natuurmonumenten mee, dat er geen bezwaar bestond om op bescheiden schaal aan de beginners gelegenheid te geven het schaatsen te leren. Maar dit mag niet gaan ten koste van de natuurwaarden van het gehele Loohuis en van ’t Darde Geurken in het bijzonder.

    Zo is dan een kleine deining rond het Loohuis, veroorzaakt door het verslag van die raadsvergadering, weer gladgestreken. Dat Natuurmonumenten iets aan het ven moet doen, is begrijpelijk. Door de natuurlijke verlanding groeit de zaak dicht, waardoor de vegetatie verandert. Zeldzame planten nemen de benen en de zaak verandert meestal in een berkenbos. Enkele jaren geleden had ik al gezien dat bijvoorbeeld het eenjarige wollegras aardig op z’n retour was. Deze gang van zaken kunnen we ook zien in het Vragender- en Korenburgerveen.

    De Aaltense bevolking kan dus gerust zijn. Het natuurmonument ’t Lohuis, met z’n Darde Geurken (het eerste en tweede Geurken zijn volkomen uitgedroogd) blijft volkomen bewaard. Wat Aaltens Belang vijftig jaar geleden voor de gemeenschap wist te behouden, blijft ook behouden.

    J.G. Vos, 28 juli 1979

  • Daor komt de Russen an

    Daor komt de Russen an

    In 2012 hebt in de Achterhookse Spreukenkalender 7 platte verhaaltjes estaone onder ’t pseudoniem Hollenbargs Jan, geboren en getogen op ’n Hollenbarg. Dit is ene van dee verhaaltjes waor ’t hele gedoo met begonnen is.

    Ik slepe samen met mien ongetrouwde ome in ne beddestae. Wi’j hadden d’r gelukkig ook ne raempken an zodat ’t d’r neet al te benauwd was. Mien opa den sleep nog in ne helen dichte beddekaste met van dee deurkes d’r veur. Hee had ook nog stro as matrasse. As de rogge was edorst kreg e d’r ni’j stro in. Maor hee is wal zowat viefentachtig ewodden. In dee tied, ’t was denke ik zo in 1957 of ’58, werden wi’j allemaolle bange maakt dat de Russen wal ’s konnen kommen. Ze waarn Hongarije al binnenevallen en wee wet bunt ze zo deur Duutsland en dan bunne wi’j an de beurte. ’t Was de kolde oorlog, zo neumen ze dat.

    Op ne zaoterdagmorgen, dat was zestien meert 1957 en wi’j slepen nog, begon ’t inens geweldig te knappen buten. Mien ome vlög naor baoven en reern: “daor komt de Russen an, noo zu’j ’t hebben”. Wat ’n spul. Ton wi’j van ’n eersten schrik bekommen waarn kekke wi’j uut ’t raempken en zaggen dat bi’j de buurn de schure in brand ston. Dat geknap kwam van de asbestplaten dee op ’t dak lagen. Deur de hitte van ’t vuur knappen ze uut mekare. Ton alles gebeurd was en de brandweer weg was hewwe de boel bekekken. Wat ne stinkeri’je. En no denk ik wal es, zol’n d’r neet asbestdeeltjes deur de locht waen egaone.

    De poggen wee ne stuk asbest in de pokkel hadden ekreggen werden gauw eslacht deur Betsken ter Maot uut Aalten. ’t Vleis smaken good en geenene weet zich drok maken um de asbest. De leu wisten jo ook neet baeter. Maor ik wol nog wal effen zeggen: Wi’j hebt nooit gin Russen ezene, althans gin soldaoten. Later bunt d’r nog wal Russen en Russinnen in Aalten ewest. Op ’t festival van De Klepperklumpkes. Maor ton wazze wi’j d’r helemaole neet meer bange veur. Tieden verandert. Da’s maor good ook. Maor toch: de Rus begint weer kunsten te kriegen…

    “Hollenbargs Jan” (Jan Oberink)

    Bron


  • Sunterkloas-gedicht

    Sunterkloas-gedicht

    Nieuwe Aaltensche Courant, 2 december 1921

    Wee t-e-meent hef dat Sunt neet in Holland kon kommen
    Vanwege den legen waterstand
    Dee hef zik vergist, want hej wal vernommen
    Dat e toch eavenpart e-kommene is, in ’t land.

    En wee ’t nog neet geleuft dee mot moar is zeen
    wat ön spul ad ze in dit blad toch an goat beên.
    Joa, aj toch zeet ’t is in een woord lomp
    Allemoale advertenties van grei veur de klomp.

    Doar hej WIJERS met zien niedig lekkere Botterbanket
    Of wat iej ok vroagt al is ’t amulet
    ’n Dinée of Soepée, of iets veur de Luns
    Hee mek et ow kloar, da’s veur ummes gin kunst.

    En dan de firma KLUVERS ok neet te vergeaten
    Ok allemoale fijn spul veur ’n mensch um te eaten:
    Sukerbeestjes, Chocoladeletters, Banket en Fondant
    In een woord doar kont ze terechte uut iederen stand.

    Dan krieg iej doar den heer LAMMERS onder de Linden,
    Daar köj ok heel wat lekkerniejen vinden;
    Zoowal brood en stoete as fijn speculaas
    En in toafelkooke is ’t ok gin slechten boas.

    En goa iej noa de Achterstroate noa WEGGELAAR
    Doar heb ze de Sunterklööskes ok al goar
    Joa, doar is ok alles tip top en net
    Uut e-stald. Zoowal Brood as Banket.

    BLOMESATH dee met zien schoone adverteert
    Hef dat ok nog neet zoo raar e-prakkezeert;
    ’n Poar warme pantoffels van Sunterkloas
    Dat liekt miej wezelijk nog neet zoo dwoas.

    G. OBERINK met zien collectie deakens, Och man,
    Dat is ’t fijnste wat ne mensche moar hebben kan.

    ’t Magazijn DE DUIF, dat hej doar noast
    Doar hej ön reuzencollectie van Sunterkloas
    Um dat allemoale op te neumen zal miej neet lieken
    En dörme roa ’k ow an: goat zelf moar hen kieken.

    En de zoak van B. LIEVERS an de weg noa de Haart
    is ok (noa proat ik Hollandsch) een ieders aandacht waard.

    En de zoak van Mejuffrouw de Wed. GRAVEN
    Doar heb ze artikelen veur boozen en braven.
    Want heb iej soms ne deugniet dee dom is en lomp
    Dan doo iej dee lekker ne stok in de klomp.

    JOH. TE PASKE, dat is ok ön heel good adres.
    Den hef met zien zoakjen dan ok wezelijk succes.

    En ad iej soms is deur de Landstroat wilt goan
    Dan blief iej veur de winkel van SOMSEN wal stoan.
    En ok dee van VAN LOCHEM, dee is ok neet min
    ln dee beide winkels doar krig ön ieder zien zin.

    Wat iej ok moar hebben wilt, pannen en potte,
    Vielen, zagen, hamers en slötte
    En dan könt ze ow ok nog droadneagels verstrekken
    En knieptangen um neagels uut de pöste te trekken.

    En schaatsen; menschen dee moj ok nog koopen!
    Want ’t is noo mooi wear um schaatsen te loopen.
    En noo neet teggen proaten, umdat ’r gin ies is, nee nee
    Now moj goan schoatsen, al is ’t op de Zuderzee.

    En dan de Kapperszaak van onzen vrend KALF,
    Doar scheart ze zoo fijn, dat weet iej neet half;
    Rechts hej de schearkamer, links ön winkel van piepen
    En doar köj ok reeme koope um ’t schearmes te sliepen.

    Ok moj is goan noa BEUSINK, doar is ’t prachtig, ’t is bar,
    Met recht heet dee winkel de Nieuwe Bazar.

    Moar aj biej zien buurman E. HOGEWEG kiekt
    En dee reuzenwinkels biej mekoar vergeliekt,
    Dan zal ieder waldenkend mensch motten zeggen,
    Dat ze ’t veur de stadsche Bazars neet of hooft te leggen.

    En dan de fietsemakerieje van W. HENGEVELD
    Levvert gauw en good veur neet te völ geld.

    En in de Breveursche stroate biej W. HEINEN
    Koop iej fietsen en motors veur grooten en kleinen.
    Joa, fietse rien is aardig, ’k weet neet of iej ’t weet
    Moar hoo gauwer aj tread, hoo gauwer ad ’t geet.

    En dan goat is noa HOUWERS in de Gasthuusstroat.
    Doar buj ok nog moar zoo neet uut e-proat.
    Aj doar ’n ameublement koopt dan wik ow vertellen
    Dan goaj voort neet wear bij ’n ander bestellen.

    GERT WEENINK, dee ok in dit blad adverteert
    Dee wont an dat ende nog lange neet verkeerd.
    De bedeeninge is-t-er vlot, plezeerig en correct,
    Veur zulke zaken hef ön ieder respect.

    B.H. BRETHOUWER met zien manufacturen
    Ad iej doar is effen deur de glaze wilt gluren
    Dan vindt iej vaste iets wat ow zal passen
    In boksen of borstrokke, ulsters of dassen.

    En dan biej de fa. D.W. VAAGS, ne kruidenier in ’t fijne,
    Doar köj insloan in ’t groote, moar ok in ’t kleine;
    Joa, dee zaak is wal ’t meest gesorteerd
    Dan moj moar is kieken, wat ze al neet adverteert.

    De firma’s DEBBINK en OBERINK bunt wal gin buren,
    Moar zee hebt beide ön zaak in manufacturen,
    Galon, koord, band, kousen, sajetten,
    Bloots den heer Debbink hef gin heude en petten.

    B.J. LIEVERS ön winkel van stökke en piepen
    En ön tip top inrichting um messen te sliepen.

    En noo wille wiej is goan noa TE PASKE zienen Plas
    Of doar veur de klomp nog wat te koopen was?
    Joa, wat zak zeggen, low ’s kieken, ja, doar zaagt ze net met stoom
    Ne balken van ne dikken holten boom.
    En ’k wed den Te Paske mek vast goeje zaken
    Want den hef ’t holt um ne Kloasklomp van te maken!

    De firma BONGERS is ön zaak in heude en petten
    En ’k roade ow an, doar terdege op te letten.

    En dan G.J. LAMMERS an de andere kant
    Den hef van ’t uutpakken ok aardig verstand,
    Joa, ik geleuve menschen, doar moak iej wal keupkes
    In mantels en jesse, hööke eugten en kneupkes

    En loopt dan nog efkes deur noa de Kattenbarg
    Dat geet wal bulte op, moar dat is neet arg,
    Want doar wont HEERSINK nog de bakker
    En den man hef de sloap ok good wakker.
    Den hef botterletters, speculaas alles versch,
    Bakerkindjes, sukerpupkes, dubbel en dwars;
    En ne hoop Taai-Taai hebt dee menschen kloar
    En lekker moar genog, goeien wien; iej wet wal neet woar?

    En ten slotte mot ik ow allemoale roan
    Um noa de Bookwinkel van DE GRAAFSCHAP te goan
    Doar köj ok heel good veur de klomp wat bestellen.

    En wieter wik ow dan moar niks meer vertellen.
    As alleene: ik wensch ow uutbundig succes
    En daj allemoale kont weten dat ’t Sunterkloas is ewest.

    Gegroet, HEIN AN DE WEG.

    Bron