In 1963 werd de eerste supermarkt in Aalten geopend. De opening kwam zelfs nog in het landelijke nieuws omdat deze muzikaal werd omlijst door een militair trompettercorps. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde.
Nadat deze woning onbewoonbaar was verklaard, diende het enige tijd als clubhuis voor duikclub Silent World. Ze huurden het voor 100 gulden per maand. Muurschilderingen gemaakt door Henri Wildenborg uit Groenlo. Het pand had een mooie gewelfde kelder.
Prinsenstraat 25(a), tegenwoordig (foto: Google Streetview)Prinsenstraat 21 (deels), 23 en 25, vroegerAaltensche Courant, 31 december 1946Dagblad Tubantia, 7 augustus 1956
Het oude gebruik van ‘brullefte neugen’ werd door de buurtvereniging in de Prinsenstraat weer opgevat, toen deze in 1937 een feest organiseerde ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Van links naar rechts het echtpaar Ter Maat en de ‘neugers’ Wolsink en Baan.
Op de hoek van Plein Zuid en de Industriestraat staat sinds 2022 het nieuwe pand van de Onderlinge Waarborgmaatschappij (OWM) Achterhoek. Daarvoor stond er een villa met aanbouw die dienst deed als kantoor voor o.a. Magis Marktonderzoek en de stichting ‘Vrij Zijn’.
Houthandel Te Paske
De villa was eind 19e eeuw gebouwd en kreeg in 1934 als adres Dijkstraat 64. Later werd het Plein Zuid 16. Hier woonde ooit Jan Berend te Paske en zijn gezin. Zijn houthandel/-zagerij zat ernaast, aan de Industriestraat. Rond 1920 liet hij een nieuw huis bouwen aan de overkant (van Plein Zuid), met de toepasselijke naam ‘De Overkant‘.
Onderlinge Waarborgmaatschappij (OWM)
Op 1 oktober 1851 sloten 13 Aaltense boeren hun eerste brandverzekering af bij de kort daarvoor opgerichte “Aaltense Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij”. Niemand gebruikte echter de lange officiële naam. Iedereen sprak over de “Onderling Brandkaste“, een naam die méér dan 100 jaar lang in de volksmond bleef bestaan. Zo gek was die naam “Brandkaste” trouwens niet. Immers de doelstelling van de oprichters was: elkaar financieel helpen wanneer één der aangesloten leden zijn bezittingen door brand was kwijtgeraakt. Iedere deelnemer betaalde een bijdrage, afhankelijk van de grootte van zijn boerderij en dat geld werd in een brandkast bewaard.
Brak er brand uit, dan had men (letterlijk) geld in kas om het slachtoffer schadeloos te stellen. Later ging men het geld beleggen bij een bank en daarnaast verstrekte men geld in de vorm van hypotheken aan leden-boeren. Op deze wijze bracht het geld, wat niet nodig was voor schadebetaling, rente op wat weer voor schadebetalingen gebruikt kon worden.
Die “Onderlinge Brandkaste” fungeerde eigenlijk als een vorm van georganiseerde burenhulp. Voor de oprichting, toen nog weinig boeren verzekerd waren, ging men in de omgeving collecteren om voldoende geld bij elkaar te krijgen om de getroffen buurman te helpen.
Maar de armoede onder de boeren sloeg in het midden van de vorige eeuw hard toe. Eén van de gevolgen was, dat een deel van de boeren ging emigreren naar Amerika. De achterblijvers gingen zich organiseren om samen het hoofd te kunnen bieden aan de moeilijke tijden. En zo ontstond dus ook de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij.
Vanaf het prille begin is er een goede samenwerking geweest met de plaatselijke vrijwillige Brandweer. Er lagen (en liggen) ook erg veel draagvlakken. De brandweer rukt uit om de brand zo spoedig mogelijk te blussen en daardoor schade te voorkomen of in elk geval te beperken. Ontstaat toch schade, dan is er de Onderlinge Waarborg Maatschappij “Aalten”, zoals de naam sinds 1972 luidt, om de schade te vergoeden.
In de loop der jaren zijn er ook een aantal zaken samen geregeld. Daarvan zijn in de oude notulenboeken mooie voorbeelden te vinden. Zo had de brandweer op de buurtschappen in droge perioden vaak gebrek aan bluswater en juist tijdens droogte was de kans op brand het grootst. De boeren in de omgeving werden opgeroepen samen diepe putten te graven.
Om de medewerking van die boeren aan te moedigen gaf de Onderlinge voor elke door de commandant van de brandweer goedgekeurde put een bijdrage van f. 50,-. En dat was véél geld in die tijd! Bij vervanging van een oude brandspuit bleek dat de gemeente onvoldoende geld in kas had om de nieuwe spuit te betalen. De Onderlinge sprong bij met een gift van f. 2.500,-
In de loop der jaren is het werkterrein van de Onderlinge sterk gewijzigd. Men is niet langer een echt agrarische verzekeringsinstelling. Het aantal boeren is sterk afgenomen, maar de overgebleven bedrijven zijn enorm veel groter dan destijds. Thans is het aantal leden uit de burgerij, de middenstand en het overige bedrijfsleven vele malen groter dan het aantal boeren. Maar, dat verandert niets aan de goede samenwerking met de plaatselijke vrijwillige brandweer. Ook bij de niet-agrariërs breekt brand uit! De brandweer is er snel bij om de schade te beperken, de Onderlinge volgt direct om de ontstane schade te vergoeden. Beide werken ze in het belang van de gemeenschap, van U allen. We spreken de wens uit, dat dit nog lang zo mag blijven!
Nadat de OWM zo’n veertig jaar was gevestigd aan de Driessenshof, verhuisde men eind 2022 naar het huidige pand aan de Industriestraat.
Vroeger zaten hier o.a. de manufacturenwinkels van Peters, Brethouwer en Hooijdonk. In 1967 opende hier juwelier Meerdink. Tegenwoordig heeft het pand geen winkelfunctie meer.
Aalten kende ooit een beschuitfabriek, namelijk de ‘Aaltensche Beschuitfabriek E.J. Wijers’.De fabriek wordt in advertenties al in 1917 genoemd. Op 8 juli 1919 meldde de Aaltensche Courant dat het ruime slachthuis van J. Leeser zou worden omgevormd tot een koek- en beschuitfabriek door E.J. Wijers (in combinatie met J.W. Wijers uit Doetinchem).
Begin jaren 30 van de vorige eeuw had de beschuitfabriek blijkbaar opgehouden te bestaan. In de Graafschapbode van 4 maart 1932 vinden we namelijk het volgende bericht:
“Naar we uit zeer betrouwbare bron vernemen, heeft de heer Elsinghorst, fabrikant van fornuizen te Bocholt, de voormalige koek- en beschuitfabriek der firma Wijers gehuurd, met het doel ook in Aalten de fabricage van fornuizen ter hand te nemen. Daar deze firma hier te lande zeer goed ingevoerd is, worden, door hier te fabriceeren, de invoerrechten bespaard. Bij de fabriek wordt nog een opslagplaats gebouwd, terwijl waarschijnlijk ook een aansluitspoor zal gelegd worden. Een klein gedeelte dezer gebouwen, waarin een klompenfabriek is gevestigd, blijft als zoodanig bestaan. In dezen tijd van werkloosheid is de vestiging dezer industrie alhier zeer toe te juichen.”
In 1948 lezen we in De Graafschapper over de beschuitfabriek van Wijers:
“Vroeger heeft de heer Leezer hier zijn slachthuis gevestigd gehad, waarna het verkocht werd aan de firma Gebr. Wijers, die het verbouwde en er een beschuitfabriek van maakte. Nog later ging het over naar de firma Pothof, die het tot klompenfabriek promoveerde. In de oorlogsjaren werd het in beslaggenomen door de Duitser Treppmann en thans draaien er weer de machines van de firma Pothof.”
Locatiegeschiedenis
Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.
In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:
Deze vrijstaande voormalige boerderij van het type hallehuis is gebouwd rond 1880 (mogelijk met een oudere kern). Het herinnert aan de periode dat dit voormalig agrarische gebied nog nauwelijks bebouwd was.
Hoewel de voorgevel in 1935 vernieuwd is waarbij ook de oorspronkelijke indeling van de gevel werd gewijzigd, is de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw goed bewaard gebleven. De oorspronkelijke agrarische functie is nog duidelijk afleesbaar. Het pand vormt dan ook een beeldbepalend element binnen dit gedeelte van de Prinsenstraat waar veel van deze oorspronkelijke bebouwing door de decennia heen vernieuwd is.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.