’t Dal 6, Aalten (herbestemd)

Voormalige borstelfabriek, rond 1950 opgericht aan de zuidzijde van de Hogestraat, op het terrein van het boerderijtje Hogestraat 69 II. Dit boerderijtje en het omliggende terrein waren in bezit van borstelfabriek Luva (Luvink –Aalten).
In de bedrijfsruimte achter de boerderij werden tot 1970 borstels gemaakt. Het bedrijf verhuisde naar het industrieterrein en de fabriek aan ’t Dal heeft jarenlang leeggestaan. Inmiddels is voormalige fabriek verbouwd tot woning, waarbij de oorspronkelijke hoofdvorm en karakteristieke industriële uitstraling grotendeels behouden bleef. Mede door de forse bouwmassa neemt het een prominente plaats in binnen het beeld aan dit gedeelte van ’t Dal.
’t Dal 6 is het huidige adres. Vóór 1955 hoorde de fabriek bij het toenmalige adres Willemstraat 1 (tegenwoordig Hogestraat 69-II).
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
| Jaar | Perceel | Eigenaar | Omschrijving |
|---|---|---|---|
| 1959 | I-8266 | vof M.J.J. Lurvink | 1.239 m² huis, fabriek, erf |
| 1987 | K-1636 | Martinus Wilhelmus Johannes Lurvink, borstelfabrikant | 1.190 m² fabriek, erf |
De geschiedenis van borstelfabriek Lurvink
Borstelfabriek Lurvink is een familiebedrijf in Aalten met een geschiedenis die minstens twee eeuwen teruggaat. Uit archiefonderzoek blijkt dat er al vanaf het begin van de 19e eeuw allerhande soorten borstels werden gemaakt.
Jan Lurvink (1747–1823), een kleermaker uit Aalten, had samen met zijn vrouw Willemina Wenderink (1763–1832) tien kinderen. Uit diverse aktes van de burgerlijke stand en notarissen blijkt dat vijf van hun zoons het beroep van borstelmaker kozen. De eerste officiële vermelding is te vinden in de huwelijksakte van Arnoldus Lurvink (1789–1876), die in 1813 trouwde met Johanna Geertruid Feldkamp. Hij werd op de akte aangeduid als borstelmaker. In 1820 trouwde zijn jongere broer Frederikus Reinirus Lurvink (1793–1842) met Maria Wilhelmina Joanna Balster. Ook hij werd in de huwelijksakte vermeld als borstelmaker.
Familiebedrijf aan huis
Toen Jan Lurvink in 1823 overleed, woonden nog drie zoons thuis: Gerhardus (1796), Bernardus (1799) en Henricus Bernardus (1805). Zij oefenden allen het beroep van borstelmaker uit. Vermoedelijk waren zij hiermee al vóór het overlijden van hun vader begonnen. In mei 1823 verkochten Jan en Willemina hun huis aan hun zoon Gerhardus. In de notariële koopakte werd Gerhardus aangeduid als borstelmaker. Ook op zijn huwelijksakte uit 1828 met Joanna Oostendorp werd dit beroep vermeld.
Registratie en generatiewissel
In 1823 begon Aalten met de aanleg van een bevolkingsregister. Willemina woonde toen met haar drie zonen op het adres ‘Aalten 136’, tegenwoordig Hoekstraat 4. Alle drie stonden geregistreerd als borstelmaker.
Gerhardus Lurvink (1796) was de eerste die stopte met het ambacht. In 1836 droeg hij zijn bedrijf over aan zijn broer Bernardus (1799), die in datzelfde jaar trouwde met Hendrika Scheerder (1801). Zij kregen geen kinderen. Op de huwelijksakte van 10 februari 1836 traden de broers Henricus Bernardus, Arnoldus en Gerhardus op als getuigen, allen aangeduid als borstelmakers.
In 1843 kreeg Henricus Bernardus Lurvink een zoon, die hij Bernardus noemde. Op diens geboorteakte werd zijn vader als borstelmaker vermeld. Zoon Bernardus, geboren in 1843, kwam rond 1862 als leerling-borstelmaker in dienst bij zijn oom Bernardus (1799), zoals blijkt uit het bevolkingsregister.
Een nieuwe locatie voor de fabriek
In 1861 kocht Bernardus Lurvink (1799) via een veiling een pand aan de splitsing Willemstraat/Hogestraat voor 960 gulden. Hier vestigde hij zijn borstelfabriek. In zijn testament benoemde hij zijn neef Bernardus (1843) als erfgenaam en vermeldde hij dat deze als borstelmaker bij hem werkzaam was.
In 1876 droeg Bernardus (1799) het bedrijf over aan zijn neef Bernardus (1843). Deze was in 1872 getrouwd met Johanna Wilhelmina Berendsen. In 1880 werd hun zoon Martinus Johannes Joseph Lurvink geboren. Ook op diens geboorteakte werd de vader aangeduid als borstelmaker.
Op 18 november 1897 werd het bedrijf ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
20e eeuw
In het bevolkingsregister van 1900-1910 werd Bernardus (1843) vermeld als “borstelmaker baas”, en twee van zijn zoons, Martinus Johannes Joseph (1880) en Wilhelmus Gerhardus Johannes (1886), als borstelmakers in dienst bij hun vader.
Op een wisselbrief uit 1905 en een betaalbewijs uit 1911 stond de naam ‘B. Lurvink en Zonen’. In een briefkaart uit 1913 werd die naam nog steeds gebruikt.Wanneer Martinus Johannes Joseph Lurvink (1880) de leiding van zijn vader overnam is niet exact bekend, maar uit een orderbevestiging uit 1926 blijkt dat de fabriek toen werd aangeduid als ‘M.J.J. Lurvink – Machinale Borstelmakerij’.
Martinus richtte later de ‘Vennootschap onder firma M.J.J. Lurvink’ op. Op 2 januari 1961 trad zijn kleinzoon, Martinus Johannes Joseph Lurvink (1945), in dienst. Hij was de zoon van Gerhardus Johannes Bernardus Lurvink (1913).

Verhuizing en voortzetting
In 1972 verhuisde de Fa. M.J.J. Lurvink naar de Tweede Broekdijk, op bedrijventerrein ’t Broek in Aalten.
In 1975 werd de Besloten Vennootschap “Borstelfabriek M.J.J. Lurvink B.V.” opgericht. Bij de oprichting werden onder anderen Gerhardus Johannes Bernardus Lurvink (1913) en zijn zoon Martinus Johannes Joseph Lurvink (1945) als comparanten vermeld.
Op 3 juli 1987 werd Martinus Lurvink (1945) benoemd tot directeur. Zijn zoon, Martinus Johannes Gerhardus Lurvink (1984), trad in 2010 toe als eigenaar van de fabriek. Daarmee is hij de jongste generatie uit de Lurvink-stamboom die het familiebedrijf voortzet.
Kenmerken
| Kadastraal nr. | K-3637 |
| Functie | Borstelfabriek, Woning |
| Bouwjaar | 1949 |
| Monument | nee |
Bronnen


