„Laot ons het Lohüs as ’t effen kan”

Aalten, Boschparij in het Loohuis

Bouwt Aalten üt van Noord naor Züd
Naor allen kant töt veer in ’t land …!

Maakt van de rosse, rowwe heide,
Ne vlakke vette wiete weide
Maakt van de grootste wöesterni’je
Ne regelrechte kweekeri’je!
I’j bouwt en graaft, i’j denkt en doot
Den ievren mens geet ’t altied good
Maor och, laot, as ’t efkes kan,
An ons „’t Lohüs Geurken” dan!

De dennen soest er zacht en wee,
As ’t rüschen van ne veere zee,
Ze vetelt mi’j van de olde tiën
To’k daor as kind kweem schaatsen zien!
Zacht rispelden ’t in de tekskes
Van ne olden berken stam,
He vetellen mi’j van vrogger,
To vader mooder nam.

I’j houwt en bouwt, i’j hakt en liekt
Ow arbeidsvrucht, pas later bliekt,
I’j doot, wa’j doot, maor as ’t efkes kan
Och, laot ons ’t Lohüs Geurken dan.

Joh. Beernink
Aalten, 14-2-1928

Bovenstaand gedicht publiceerde Joh. Beernink in de tijd toen men overal in de Achterhoek de schop in de grond zette om woeste gronden te ontginnen. Wie deze dichter was, weet ik niet, maar ongetwijfeld een Aaltenaar en u kunt het gedicht vinden in „archief” 1929 van de Oudheidkundige Vereniging „de Graafschap”.

In die tijd dreigde ook in Aalten een prachtig natuurterrein verloren te gaan. Het betrof een complex van 21 ha, gelegen aan de Haartsestraat in Aalten, bestaande uit bos en bouwland met in het bos een uniek vennetje, het „Darde Geurken ’t Lohuus”. Het werd in de zomer druk bezocht door wandelaars en hele generaties van Aaltense ingezetenen hebben de eerste beginselen van de schaatssport op het vennetje geleerd.

Dat dreigde nu alles verloren te gaan. Maar het deemoedig verzoek van Beernink „och, laot ons ’t Lohüs Geurken, as ’t efkes kan”, vond weerklank in Aalten. „Aaltens Belang” zag al direct de noodzaak in om dit natuurgebied voor Aalten te behouden en in 1929 werd dan ook het complex gekocht. Naar bestuursleden mij later vertelden in een soort van impulsieve bui, want… ze hadden er eigenlijk geen geld voor. Wel werden door verschillende Aaltense ingezetenen bedragen toegezegd, maar het zou toch een zwaar blok aan het been worden.

Men nam contact op met de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en mr. G.J. ten Houten uit Winterswijk kwam eens kijken. Deze Winterswijkse advocaat was ook de grote stimulator voor het behoud van het Korenburgerveen en het in bezit brengen daarvan van Natuurmonumenten. Ook mr. ten Houten zag direct de grote waarde van dit natuurterrein en door zijn bemiddeling kon Aaltens Belang het zorgenkind aan Natuurmonumenten overdragen, waarbij ze zelf ook nog een behoorlijk bedrag kon schenken. En zo kan „’t Loohuis” dit jaar z’n gouden jubileum herdenken als natuurterrein. Een feit waaraan de heer J. te Lindert uit Aalten me een dezer dagen herinnerde.

In het begin van dit jaar is ’t vennetje in ’t Loohuishos in de gemeenteraad van Aalten nog eens ter sprake geweest. Er werd namelijk meegedeeld dat het ven zou worden uitgebaggerd, zodat er weer geregeld water in zou staan en de kleinere kinderen hier weer zouden kunnen schaatsen.

De Bredevoortse grachten vond men te gevaarlijk voor deze beginnelingen. Daar een ven z’n betekenis ontleent aan de specifieke vegetatie die soms vrij zeldzaam is, stelde de heer te Lindert zich eens met Natuurmonumenten in verbinding, teneinde te weten te komen wat men met ’t Darde Geurken van plan was. Het antwoord was echter zeer geruststellend. Het was werkelijk de bedoeling om middels uitbaggeren weer wat water in het ven te krijgen.

’t Darde Geurken is in de loop der jaren dichtgewaaid met blad en zo en ook dichtgegroeid door allerhande vochtminnende planten. Het is dus de bedoeling de oude toestand weer te herstellen. Niet om er een schaatsvijver van te maken, al deelde Natuurmonumenten mee, dat er geen bezwaar bestond om op bescheiden schaal aan de beginners gelegenheid te geven het schaatsen te leren. Maar dit mag niet gaan ten koste van de natuurwaarden van het gehele Loohuis en van ’t Darde Geurken in het bijzonder.

Zo is dan een kleine deining rond het Loohuis, veroorzaakt door het verslag van die raadsvergadering, weer gladgestreken. Dat Natuurmonumenten iets aan het ven moet doen, is begrijpelijk. Door de natuurlijke verlanding groeit de zaak dicht, waardoor de vegetatie verandert. Zeldzame planten nemen de benen en de zaak verandert meestal in een berkenbos. Enkele jaren geleden had ik al gezien dat bijvoorbeeld het eenjarige wollegras aardig op z’n retour was. Deze gang van zaken kunnen we ook zien in het Vragender- en Korenburgerveen.

De Aaltense bevolking kan dus gerust zijn. Het natuurmonument ’t Lohuis, met z’n Darde Geurken (het eerste en tweede Geurken zijn volkomen uitgedroogd) blijft volkomen bewaard. Wat Aaltens Belang vijftig jaar geleden voor de gemeenschap wist te behouden, blijft ook behouden.

J.G. Vos, 28 juli 1979

Fouten voorbehouden. Heb je aanvullingen of correcties? Reageer dan hieronder, bij voorkeur met bronvermelding.