Genees-, Heel- en Vroedmeester
Servaas van Leuven was van 1836 tot 1896 arts te Aalten. Hij werd geboren op 12 maart 1811 in Kampen, als zoon van Jan Adrianus van Leuven, kleermaker, en Johanna Maria Huijzer. Van Leuven overleed in 1898 op 87-jarige leeftijd.
Op 1 mei 1836 arriveerde Van Leuven in Aalten als opvolger van de kort daarvoor overleden chirurgijn Adolph Wechgelaar. Aanvankelijk vestigde hij zich op diens woonadres aan de Dijkstraat.
Op 18 mei 1838 trouwde hij in Aalten met Henriette Wilhelmina Christina Theodora Rost, dochter van de gepensioneerde kapitein Johann Christian Rost. In 1839 verhuisde het echtpaar naar de Peperstraat. Niet lang daarna vestigden zij zich definitief aan de Bredevoortsestraatweg. Tegenover hun woning, op de hoek met de Peperstraat, bevond zich de stalhouderij waar het paard en de koets van dokter Van Leuven stonden.
Het echtpaar kreeg maar liefst tien kinderen. Twee van hen overleden op zeer jonge leeftijd en werden begraven in de grafheuvel op ’t Smees.
Werk als arts
Servaas van Leuven was een gewaardeerd en gerespecteerd arts die decennialang een belangrijke rol speelde in de plaatselijke gezondheidszorg.
Zestig jaar lang oefende hij met grote toewijding zijn vaak zware en afmattende werk uit. Vooral op verloskundig gebied muntte hij uit door ijver en plichtsbetrachting. Bij nacht en ontij, in winterse kou en storm, werd zijn hulp zelfs op hoge leeftijd nooit tevergeefs ingeroepen.
In een tijd waarin medische hulp in de Achterhoek schaars was, gold hij voor velen als een reddende engel. Hij voerde duizenden bevallingen uit en bood aan vele minderbedeelden belangeloze zorg en advies.
Laatste jaren en overlijden
Na ruim zestig jaar praktijk te hebben gevoerd, beëindigde Van Leuven in 1896 op 85-jarige leeftijd zijn werkzaamheden als arts.
Servaas van Leuven overleed op 24 november 1898 in Aalten en werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg.




