Dagblad Tubantia, 24 maart 1987
BREDEVOORT – Als je hem niet kent, komt het geen moment bij je op, dat deze man wel eens bankdirecteur van beroep kan zijn. Bankdirecteuren worden geacht voortdurend met gulden-tekentjes in de ogen rond te lopen, maar Jan Elferink past zeker niet in dit schema. Hij is gevat en altijd in voor een grap. Een rappe prater en nooit voor één gat gevangen. Maar de Bredevoorters die zakelijk met Jan Elferink te maken hebben, weten dat onder deze goedlachse vriendelijkheid ook een goed zakenman schuil gaat. Een man die weet waar hij over praat als het om geldzaken gaat.

Dat heeft hij ook wel geleerd in zijn 42-jarige bankloopbaan. Dit jaar stapt Jan er uit. Per 1 september, nadat hij zijn opvolger G.W. te Brinke heeft ingewerkt, gaat hij met vut. „Ik ben nu 60 jaar en de jaren boven de zestig zijn kostbaar. Daarom stap ik er maar uit. Ik heb nog genoeg om handen. Ik heb al tegen mijn vrouw gezegd: als ik overdag het werk doe wat ik nu ’s avonds doe, dan heb ik tenminste een paar avonden per week vrij,” verklaart Elferink zijn vertrek.
Het is 42 jaar geleden dat hij, op 18-jarige leeftijd, begon op de Raiffeisenbank in Lichtenvoorde. „Dat wilde ik altijd al graag. Maar toen ik in 1943 van de ulo kwam, zei mijn vader dat ik maar moest helpen in zijn schildersbedrijf. Mijn beide broers waren tewerkgesteld in Duitsland, dus ik moest wel”.
Maar de oorlog was nog maar net voorbij, of Jan zag zijn kans schoon. De geldsanering na de oorlog zorgde er voor dat de banken extra personeel moesten aantrekken. Per 1 oktober 1945 werd hij aangenomen en precies een jaar later stapte hij over naar de bank in Bredevoort. „Toen ik hier kwam dacht ik: een paar jaar ervaring opdoen en dan overstappen naar een andere plaats. Maar daar is het nooit van gekomen. We voelen ons hier in Bredevoort goed thuis. Gelukkig helemaal opgenomen”.
Twaalf jaar lang fietste Jan elke dag op en neer tussen Lichtenvoorde en Bredevoort. Tot hij in 1958 trouwde en een echte Bredevoorter werd. Want dat laatste mag je toch wel zeggen wanneer je ziet hoe hij in de Bredevoortse gemeenschap geïntegreerd is.
Keiharde zaak
In 1963 werd Jan benoemd tot directeur van de bank in Bredevoort. „Dat bankwezen is een keiharde geldzaak. Daar ben je echt mee bezig. Het is misschien daarom dat ik als tegenhanger al die plezierige en gezellige aktiviteiten buiten mijn werk heb aangetrokken”.
Als Jan begint met het opnoemen van aktiviteiten waarbij hij betrokken is of is geweest, dan is hij wel even bezig. Volksfeest, gondelvaart, ijsbaan, bestuurslid schoolvereniging, bestuurslid St. Bernardus, ga zo maar door. En dat buiten al die „losse dingen” waar hij mee bezig is. Het houden van veilingen voor een goed doel, het organiseren van carnavalsbijeenkomsten voor de Zonnebloem, conferencier bij de boerenkapel in Lichtenvoorde, het optreden als buutreedner tijdens het carnaval.
„Daar wilde ik mee ophouden toen mijn maat, Bonekamp uit Lichtenvoorde, er mee stopte. Maar er kwamen van alle kanten zoveel verzoeken dat ik toch elk jaar weer een buut maak. „Dat alles houdt je op de been. Van jongs af aan hou ik van schoppen. Dat was op school al zo, maar ook later bij de toneelvereniging. Op mijn veertiende was ik daar al lid van”. Dat hij graag lol maakt is ook bij zijn collega-bankdirecteuren bekend. Die kennen hem als „Enerink uit Smallevoort”.
Elferink verheelt niet dat het werk van een bankdirecteur in een kleine gemeenschap als Bredevoort iets anders is als in een grote stad. „Je bent hier niet alleen financieel bezig, maar ook sociaal”. Elferink heeft het bankwezen in ruim veertig jaar sterk zien veranderen. Van een klein kamertje met een kast en een brandkast waar spaarbankboekjes werden bijgeschreven naar een uitermate modern, geautomatiseerd kantoorgebouw waarin de hele geldhandel plaats heeft maar waar ook reizen, verzekeringen en effecten worden verkocht.
G. te Brinke nu directeur
BREDEVOORT – Per 1 juli zal G.W. te Brinke uit Lochem als directeur in dienst treden van de Rabobank in Bredevoort. Te Brinke is geboren en getogen in Zelhem en is 41 jaar. Hij begon zijn bancaire loopbaan in 1966 in Doetinchem en is sedert 1977 werkzaam in Lochem.

