In 1959 vestigde ondernemer Michiel Wories een fabriek voor de verwerking van polyesterharsen in Aalten. Dit gebeurde in de voormalige gasfabriek, waar hij de ruimte huurde die beschikbaar was gekomen na het vertrek van het machinefabriekje van de heer A. Brasz naar Winterswijk.
Het bedrijf specialiseerde zich in de productie van polyester silo’s, bedoeld voor de opslag van veevoer en kunstmest. De onderneming groeide snel. In 1960 kocht Wories van de gemeente Aalten een stuk industrieterrein van 2.539 m² aan de Dinxperlosestraatweg 46, voor een bedrag van ƒ 6.347,50, met het doel daar een nieuwe fabriek te bouwen.
Brand verwoest fabriek in 1972
Op donderdag 13 juli 1972 legde een brand de fabriek volledig in de as. De brand brak uit in de middag, op een moment dat het bedrijf gesloten was vanwege de zomervakantie. De brand werd rond 14:30 uur gemeld door een buurtbewoner. Bij aankomst van de brandweer stond het pand al volledig in brand.
De vlammenzee werd bestreden door brandweerkorpsen uit Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en het Duitse Bocholt, dat een tankwagen ter beschikking stelde. Door de extreme hitte en explosies van kunststofvaten kon de brandweer niet voorkomen dat het gebouw volledig uitbrandde. De schade werd geschat op ongeveer één miljoen gulden.
De nabijgelegen sociale werkplaats De Marke (Dinxperlosestraatweg 44) bleef behouden. Ook het belendende pand van de Electrotechnische Industrie (ETI) liep gevaar, maar kon door inzet van de brandweer worden gespaard, met slechts beperkte schade.
Directeur Wories bevond zich op dat moment in een Nederlandse badplaats. Het bedrijf telde inmiddels vijftien medewerkers.
Overname en verplaatsing
Na de brand werd Wories Kunststoffen overgenomen door het bedrijf Polem, met het hoofdkantoor in Lemmer (Friesland). Polem was actief in dezelfde sector en liet in Aalten aan de Derde Broekdijk een nieuwe productielocatie bouwen, waar de productie van silo’s en tanks werd voortgezet.
In de daaropvolgende jaren nam Polem echter steeds meer machines en productiecapaciteit weg uit Aalten ten gunste van de hoofdvestiging in Lemmer. Hierdoor werd het voor de Aaltense vestiging steeds moeilijker om te opereren. Uiteindelijk stopte de productie in Aalten en kwam er een einde aan de activiteiten van het oorspronkelijke bedrijf van Michiel Wories.
Opvolgende bedrijven
Na de sluiting van Wories’ fabriek vestigde zich op dezelfde locatie aan de Derde Broekdijk het bedrijf Polacel, eveneens actief in de verwerking van polyester. Toen Polacel rond 1995 de productie beëindigde, nam het bedrijf Albuco de locatie in gebruik. Albuco, producent van sandwichpanelen, had ook een polyesterafdeling en is later verhuisd naar Dinxperlo.
Voordat Drukkerij De Graafschap zich begin jaren dertig van de vorige eeuw aan de Geurdenstraat vestigde – destijds nog bij de Varsseveldsestraat gerekend – zat het bedrijf aan de Landstraat, nummer 25.
Na de drukkerij was hier jarenlang Keukencentrum De Graafschap gevestigd. Dit bedrijf verhuisde omstreeks 2006 naar ’t Boske. Tegenwoordig staat hier aan de Geurdenstraat appartementencomplex ‘De Hooge Grindte’.
In het begin van de vorige eeuw startte Aalbert te Winkel een fabriekje in betonnen dakpannen. Daarom werd het in de volksmond ook het “Pannenfabriekje” genoemd. Aalbert woonde aan de andere kant van de Lichtenvoordsestraatweg, op ’t Winkel. Later kwamen er allerlei andere betonnen producten bij en kwam er een einde aan de fabricage van dakpannen.
Na de oorlog nam Marinus Tobertus (Bertus) te Winkel de zaak van zijn vader over. Er werden voornamelijk putringen, drinkbakken, funderingsblokken, palen en platen, voederbakken en dergelijke gemaakt. Maar ook werd op locatie gezorgd voor de fundering, inclusief vloer voor kalver- en kippenschuren of grote betonnen silo’s voor drijfmest. In de jaren 60 waren er naast Te Winkel nog twee werknemers in het bedrijf werkzaam. Rond 1990 is het bedrijf als zodanig gestopt in verband met de leeftijd van de eigenaar en het ontbreken van opvolging.
Op deze plek woonde ooit de familie Van Herwaarden, een koperslagersfamilie die hier tot 1850 zo’n 125 jaar een koperslagerij had. Rond 1725 vestigde het echtpaar Everhard van Herwaarden en Berendina van Isendoorn zich in Aalten, waar ze aanvankelijk inwoonden bij (schoon)vader Abraham van Isendoorn, een man van stand. Daarna begonnen ze een koperslagerij aan het straatje dat later bekend werd als de Peperstraat.
Generaties later woonden kinderen en kleinkinderen ook in Weesp, Naarden en Amsterdam, onder wie Jacobus Hendricus van Herwaarden. Hij werd in 1817 geboren te Weesp, als zoon van koperslager Jacobus Everhardus van Herwaarden en Anna Catharina Berner, ‘koperslager-handelhoudster’. Jacobus Hendricus trok in bij zijn grootvader Jacob(us), die in Aalten de koperslagerij had overgenomen en die in hem een opvolger zag.
Van die opvolging in Aalten kwam echter niets terecht. In 1837 vertrok de twintigjarige Jacobus Hendricus naar Amsterdam en vertrok vandaar naar Suriname. In 1848 keerde Jacobus, bijna 89 jaar oud, terug naar zijn geboortestad Amsterdam. Hiermee kwam een einde aan de koperslagerij Van Herwaarden in de Peperstraat.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1148
Jacobus van Herwaarde
240 m² huis & erf
Bewoners
Jacobus van Herwaarden (Amsterdam, 21-10-1759 – Amsterdam, 05-01-1854) trouwt op 22-03-1789 in Aalten met Mette te Kulve (Winterswijk, 23-09-1763 – Aalten, 27-02-1844)
Fragment kadastrale kaart, 1937 (perceel I-6926)In het pand dat tegenwoordig op nummer 4 staat, rechts op de foto, was ooit kruidenier Lensink gevestigd, later Luimes elektra en momenteel zit hier Dierservice Aalten.Opregte Haarlemsche Courant, 13 juni 1846Aaltensche Courant, 12 september 1924
Het dubbele woonhuis Ambthuiswal 1a en 3 bevindt zich aan de noordzijde van deze straat, die tot de slechting van de wallen in de 19e eeuw direct langs de wal liep. Het is een eenvoudige, tot woonhuis verbouwde voormalige blokvormige cichoreifabriek met anderhalve bouwlaag onder een met gesmoorde pannen gedekt omlopend afgeplat schilddak.
Het pand werd in 1881 gebouwd als Cichorei-en Peekoffiefabriek in opdracht van J.M. Stöcker (1829-1891) en diens zwager J.G. du Pré (1812-1887). Stöcker woonde in de Prinsenstraat. De fabriek werd ontworpen door de Aaltense architect J.B. van Eerden (1852-1935), telg uit een adellijke Achterhoekse familie. Van Eerden trouwde met de oudste dochter van Stöcker, Anna (1859-1935) en zij gingen het huis aan de Prinsenstraat bewonen. Later was Van Eerden directeur van de Coöperatieve Boerenleenbank van bestuurslid van de marktcommissie.
Cichorei
Sinds de 19e eeuw werd van de gemalen en gebrande wortels van cichorei een cafeïnevrije drank gemaakt waarvan de enigszins bittere smaak lijkt op die van koffie. In oorlogs- en crisisjaren, vooral 1940-1945, werd deze surrogaatkoffie bij gebrek aan echte koffie op grote schaal gedronken, waarbij echter de opwekkende werking van de cafeïne ontbrak. Ook werd vaan een beetje ‘peekoffie’ aan echte koffie toegevoegd als smaakversterker.
Gedenksteen
De in de voorgevel opgenomen gedenksteen vermeldt de oprichters van de fabriek, J.G. du Pré en J.M. Stöcker. Tevens zijn in deze gedenksteen de initialen J.C.S., J.C.L.S. en J.G?.S. opgenomen. Dit betreft waarschijnlijk de initialen van de kinderen van Stöcker. Van de op de onderste regel opgenomen datum lijken naast het jaartal nog een cijfer ‘2’ en de letters, ‘d’, ‘P’, ‘z’ en ‘M’ herkenbaar.
Verbouwing
In 1914 waren in Oost-Gelderland nog maar twee, goed gemechaniseerde cichoreifabrieken over: Weduwe Stöcker in Bredevoort en de firma Schaars te Borculo. Wanneer de fabriek in Bredevoort werd opgeheven is niet bekend.
De cichoreifabriek in Bredevoort werd waarschijnlijk in het tweede kwart van de 20e eeuw ingrijpend verbouwd tot de huidige opzet met twee afzonderlijke woningen. Daarbij werd de voorgevel verhoogd of vervangen en voorzien van nieuwe vensters. Ook aan verschillende gevelopeningen hebben wijzigingen plaatsgevonden. In het interieur bleven de (gewijzigde) constructie en mogelijk enkele restanten van een oude indeling bewaard.
Op de deel van een boerderijtje van Derk Hendrik Lammers aan de toenmalige Molenkampsdijk 17 werd begin vorige eeuw Gelria Pindakaas gemaakt. In 1936 zijn ze ermee gestopt. De deel is daarna verbouwd tot woning. Het boerderijtje staat er nog steeds.
Aalten kende ooit een beschuitfabriek, namelijk de ‘Aaltensche Beschuitfabriek E.J. Wijers’.De fabriek wordt in advertenties al in 1917 genoemd. Op 8 juli 1919 meldde de Aaltensche Courant dat het ruime slachthuis van J. Leeser zou worden omgevormd tot een koek- en beschuitfabriek door E.J. Wijers (in combinatie met J.W. Wijers uit Doetinchem).
Begin jaren 30 van de vorige eeuw had de beschuitfabriek blijkbaar opgehouden te bestaan. In de Graafschapbode van 4 maart 1932 vinden we namelijk het volgende bericht:
“Naar we uit zeer betrouwbare bron vernemen, heeft de heer Elsinghorst, fabrikant van fornuizen te Bocholt, de voormalige koek- en beschuitfabriek der firma Wijers gehuurd, met het doel ook in Aalten de fabricage van fornuizen ter hand te nemen. Daar deze firma hier te lande zeer goed ingevoerd is, worden, door hier te fabriceeren, de invoerrechten bespaard. Bij de fabriek wordt nog een opslagplaats gebouwd, terwijl waarschijnlijk ook een aansluitspoor zal gelegd worden. Een klein gedeelte dezer gebouwen, waarin een klompenfabriek is gevestigd, blijft als zoodanig bestaan. In dezen tijd van werkloosheid is de vestiging dezer industrie alhier zeer toe te juichen.”
In 1948 lezen we in De Graafschapper over de beschuitfabriek van Wijers:
“Vroeger heeft de heer Leezer hier zijn slachthuis gevestigd gehad, waarna het verkocht werd aan de firma Gebr. Wijers, die het verbouwde en er een beschuitfabriek van maakte. Nog later ging het over naar de firma Pothof, die het tot klompenfabriek promoveerde. In de oorlogsjaren werd het in beslaggenomen door de Duitser Treppmann en thans draaien er weer de machines van de firma Pothof.”
Locatiegeschiedenis
Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.
In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:
Opening van de Fabrieksgebouwen der Firma Luimes & Wiggers te Aalten
Niet alleen het mooie herfstweer was oorzaak dat op Woensdag (Dankdag) des middags een ongewone drukte heerste op de anders zo stille Dinxperlose weg. Veel auto’s, wandelaars en talloze fietsers hadden dien dag gebruik gemaakt van de gelegenheid, door de firma Luimes & Wiggers geboden, om hun nieuwe meubelfabriek aan de derde Broekdijk te bezichtigen. Ofschoon de fabriek reeds in gebruik was genomen en de opening eigenlijk zonder enige ruchtbaarheid naar buiten was geschiedt, bleek er in wijde kring bij het publiek grote belangstelling te bestaan voor deze, nog jonge, Aaltense, industrie. Daarom was het een goede gedachte van de ondernemers om op deze dag, waarop vele plaatselijke bedrijven en winkels gesloten zijn, de fabriek ter bezichtiging open te stellen, waarvan ook wij gaarne gebruik maakten.
De heren Luimes en Wiggers begonnen in 1940 voor gezamenlijke rekening met de meubelfabrikage, waarbij al direct het principe van de „serie-bouw” werd toegepast, n.l. een bepaald type meubel in grote getallen te maken en zover mogelijk geheel machinaal bewerken. Hiertoe werd gehuurd de voormalige Garage Koelman, gelegen op de hoek Bocholtse straat en Bodendijk. Al spoedig bleek deze ruimte niet meer toereikend voor het zich snel uitbreidende bedrijf, zodat moest worden omgezien naar een ander onderkomen. Dit werd gevonden in één der gebouwen van de Kammenfabriek van den heer Ten Dam, aan de Damstraat. Hier was een flinke ruimte, waar het bedrijf zich kon ontplooien en verschillende nieuwe afdelingen konden worden begonnen. Zo werden successievelijk bijgevoegd een Triplex-makerij, Fineerderij en een Spuit-afdeling.
Doordat de fabriek een beetje achteraf lag, kon in de oorlogsjaren doorgewerkt worden zonder al te veel controle van de bezetters, waardoor het ook mogelijk was aan onderduikers werk, en daarmede een bestaan te verschaffen, waarvan verscheidene ook na de bevrijding de firma trouw bleven en er ook nu nog werken. Zo was het mogelijk om zelfs in de moeilijkste tijden toch, zij het ook beperkt, meubelen te leveren, waardoor vele oorlogsslachtoffers weer in het bezit van enig meubilair konden komen.
De voortdurende groei van het bedrijf, waar thans een dertig mensen werk vinden, was oorzaak dat ook de fabrieksruimte aan de Damstraat al weer niet meer voldoende was, waardoor de opslagruimte en de spuiterij veel te klein werden, om nog niet te spreken van de eigenlijke werkruimte voor de meubelmakers, waar alles te dicht op elkaar stond en geen machine meer kon worden bijgeplaatst.
Alhoewel er dus alle reden was om een ander en groter gebouw te zoeken of te bouwen, bleef het bij plannen en idealen, ook al door de hoge kosten en de vele moeilijkheden, welke zich voordeden bij eventueel bouwen. De verkoop van het gehele complex der voormalige Kammenfabriek aan de heer Van Katwijk, maakte echter een andere oplossing noodzakelijk, daar de fabriek nu, zij het niet op stel en sprong, ontruimd moest worden. Uitgezien werd dus naar een geschikte plaats voor de bouw van een nieuwe fabriek, hetwelk gevonden werd op het Industrieterrein aan de Derde Broekdijk. Architect Hebly ontwierp de plannen, herfst 1946 werd een begin gemaakt met de bouw van de eerste hal, en thans, ruim een jaar later is het gehele bouwplan uitgevoerd en draait de fabriek op volle toeren!
De toegang tot de fabriek is over een open plaats, aan de voorzijde afgesloten door een muur, waarop in sierlijke letters de firmanaam is aangebracht. De linkerzijde van deze plaats wordt gevormd door de houtloods, waarin het aangevoerde hout door de wind, die er vrij spel heeft, wordt gedroogd. Ter rechterzijde ligt de grote hal, waarin de meubelopslag, spuiterij, fineerafdeling en showroom zijn ondergebracht en vóór ons de eigenlijke fabrieksruimte, met de afdelingen machines en montage. Tussen deze beide grote ruimten in, ligt, eigenlijk iets weggedrukt, het kantoor. Zoals men ons verzekerde was dit kantoor echter nog maar een nood-oplossing, als de plannen van de ondernemers tot uitvoering komen, zal vóór de gebouwen te zijner tijd ook nog een definitief kantoorgebouw verrijzen.
Bij het betreden der fabriek treft al direct het prachtige licht, dat in overvloed door de grote stalen ramen naar binnen valt. Elk plaatsje, bij welke machine of werkbank ook, heeft voldoende licht, terwijl hier toch geen shed-bouw, zoals meest bij fabrieken gebruikelijk, is toegepast. Lange rijen electrische lampen, met fraaie en gelijkvormige armaturen zorgen voor een doelmatige verlichting in het donkere jaargetijde. De machines, frais-, zaag-, schaaf-, boor- en schuurmachines, vlak-bank, Vandikte-bank, slijpmachines, enz. staan keurig opgesteld, netjes in het gelid, zonder dat dit aan de doelmatigheid der plaatsing afbreuk doet. Alle machines worden door afzonderlijke motoren aangedreven, welke echter niet zichtbaar zijn, aangezien ze, evenals de drijfriemen, door kastjes aan het oog worden onttrokken. Ook voor de veiligheid, waaraan veel aandacht is besteed, is deze maatregel van groot belang. Ook in de montage-afdeling, waar de meubelmakers de ledikanten, tafels, kasten, stoelen, enz. in elkaar lijmen (monteren), is een symetrische opstelling van de werkbanken doorgevoerd, waardoor een mooie indeling van de ruimte is verkregen.
Het gebouw waarin deze beide afdelingen zijn ondergebracht, is, speciaal van binnen gezien, architectonisch van grote schoonheid, doordat de betonnen spanten met het dak één geheel vormen en de ruimte door niets onderbroken wordt. Doordat voor de kapconstructie geen hout of ijzeren balken beschikbaar waren is tot deze oplossing (noodgedwongen) besloten, welke uiteindelijk een veel fraaier resultaat opleverde. Een compliment aan de architect, de heer Wm. Hebly, Aalten, en aan de uitvoerder van het betonwerk, de heer Post, Lichtenvoorde, is zeker verdiend.
De andere hal, volgens het oude principe van een houten kapconstructie voorzien, is daardoor minder fraai, maar evengoed een mooi geheel. Hier is de spuiterij, waar de meubelen hun blanke lak, old-finish-kleurtje e.d. krijgen, waar een grote ventilator voor afvoering van de onaangename en ongezonde „dampen” zorgt. De fineer-afdeling, waar onder persen de fijne houtsoorten ineen dun laagje op de z.g. meubelplaat worden gelijmd, is hier eveneens gehuisvest en is tevens het magazijn voor de talloze soorten fineer, van gewoon eiken tot de fijnste exotische soorten, die als vellen (kostbaar) papier liggen opgestapeld. Het uitzoeken en lijmen der fineerstukjes tot de figuren die we op de kastdeuren, ledikanten enz. zien, vereist een grote materialenkennis en gedegen vakmanschap.
In het middengedeelte is de opslagplaats der meubelen, waar stoelen en nachtkastjes tot de zoldering staan opgestapeld en ledikanten enz., in onderdelen, soort bij soort, wachten op de spuit die de „finishing touche” moet geven. Het voorgedeelte van dit gebouw, ingericht als show-room, had speciaal voor de dames een grote bekoring. Hier stonden n.l. enige complete slaapkamer-ameublementen opgesteld, als getuigenis van het kunnen der firma. In eiken, mahonie en een tropische houtsoort „davoré” uitgevoerde ameublementen, trokken zeer de aandacht door de fraaie modellen en prachtige uitvoering. In deze ruimte waren bovendien zitjes gemaakt, waar de bezoekers na de rondwandeling even konden uitrusten en waar hen door nijvere „dienstertjes” thee, gebak en wijn werd geoffreerd.
De vele gelukwensen, die de heren Luimes en Wiggers in ontvangst hadden te nemen, gingen dikwijls van bloemen vergezeld, waardoor het fabrieksgebouw bijkans in een bloementuin werd herschapen. Ook wij wensen nog van deze plaats de beide heren geluk met het verwerven van een zo mooie fabriek, waarin, wordt met dezelfde energie en voortvarendheid doorgewerkt, in de toekomst tóch wel weer ruimtegebrek zal komen. Hetgeen we hen toewensen!
Video: brand bij meubelfabriek Luimes & Wiggers
Johan Wiggers (oud-koster Hervormde kerk) maakte filmopnamen van een brand bij meubelfabriek Luimes & Wiggers. Datum onbekend.
Het gebouw ligt aan de noordelijke zijde van de Bredevoortsestraatweg en dateert in oorsprong uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het werd destijds als bedrijfsgebouw opgericht.
In 1926 is het pand door architecten H.J. te Brake en G.J. te Brake uit Aalten verbouwd tot winkel-woonhuis, in opdracht van de heer R. Wagterveld. De voorgevel bleef tijdens deze verbouwing nagenoeg ongewijzigd.
Het gebouw is beeldbepalend binnen dit gedeelte van de Bredevoortsestraatweg door de grote hoofdvorm en zijn markante topgevel met karakteristieke detaillering in sobere neorenaissance stijl. Bovendien geeft het een goed beeld van de ontwikkeling van de “bewinkeling” van de dorpskern.
Kerkorgelfabriek
Op 27 februari 1917 werd in Aalten de v.o.f. Kerkorgelfabriek N.A. van den Berg opgericht, met als vennoten Nicolaas Alexander van den Berg (Zwijndrecht, 1884) en de Aaltense fabrikanten J.W.J. Driessen en Willem te Gussinklo jr.
Men bouwde en leverde kerkorgels door heel Nederland. Maar ook voor eenvoudiger werkzaamheden, zoals het stemmen en repareren van orgels en piano’s kon men bij Van den Berg terecht.
Fusie
In de Aaltensche Courant van 4 oktober 1921 werd aangekondigd dat Van den Berg uit de vennootschap was getreden en dat de Aaltense Kerkorgelfabriek per 1 oktober van dat jaar was gefuseerd met de firma J.J. Elbertse & Co. te Utrecht. De nieuwe onderneming ging verder onder de naam “Vereenigde Kerkorgelfabrieken“, met Aalten als hoofdvestiging.
Na zijn uittreding adverteerde Van den Berg nog enige tijd als zelfstandig orgelmaker. Zijn huisnummer was toen C441, tegenwoordig is dat Patrimoniumstraat 6 te Aalten. Later vertrok hij naar Rotterdam, waar hij in 1931 op 47-jarige leeftijd overleed.
J.J. Elbertse
Orgelmaker Johannes Josephus Elbertse woonde begin 20-jaren aan de Polstraat, nummer 26 in Aalten. In 1910 was hij te Utrecht getrouwd met een Winterswijkse. Wie weet is de samenwerking als volgt ontstaan: als Elbertse en zijn vrouw vanuit Utrecht naar zijn schoonfamilie in Winterswijk reisde, is het zeer aannemelijk dat de reis door Aalten voerde. De kerkorgelfabriek van Nicolaas van den Berg lag dan aan de route. Uiteraard zou dat zijn interesse hebben gewekt en het ligt voor de hand dat hij naar binnen zou gaan en kennis maakte met Van den Berg, uiteindelijk resulterende in een samenwerking en fusie. Op 1 juli 1922 vertrok het gezin Elbertse naar Utrecht.
Blijkens een krantenbericht is de kerkorgelfabriek begin 1926 uit Aalten verdwenen. Tegenwoordig vinden we op het voormalige adres van de orgelfabriek aan de Bredevoortsestraat Jurist Wevers en Royal Cards – Pokémon Kaarten.
Orgels
Enkele kerkorgels die door de Aaltense orgelfabriek zijn gebouwd:
Wasserij De Slinge was een textielwasserij in ’t Dal, de tegenwoordige Willemstraat. Begin 20e eeuw was hier de pijp- en knopenfabriek van Willem te Gussinklo (‘Piepkes Willem’) gevestigd. Deze fabriek verhuisde in 1924 naar Bredevoort en ging daar verder onder de naam Dutch Button Works (DBW).
Op 4 december 1932 werd de chef-gemeenteveldwachter te Aalten, de heer Wijnants, gewaarschuwd dat er een diefstal had plaatsgevonden uit het kantoor van de wasserij. De buit bestond uit een kistje sigaren en enige halve markstukken. De dader werd opgepakt en veroordeeld.
In 1988 werd Wasserij De Slinge overgenomen door de Lamme Groep. Het complex is inmiddels afgebroken en heeft plaats gemaakt voor woningbouw.
De voormalige boterfabriek in Bredevoort is een gemeentelijk monument en huisvest tegenwoordig een boekenwinkel. Oorspronkelijk gebouwd in 1904, herinnert dit gebouw aan een lang vervlogen industrieel verleden.
Aanvankelijk wilde men deze fabriek op plein ’t Zand bouwen, maar dat werd afgekeurd omdat daar onvoldoende afwateringsmogelijkheden waren. Uiteindelijk koos men voor een terrein dat juist het laagst gelegen plekje van Bredevoort is. J.B. Swijtink had als voorzitter van de Coöperatieve Roomboterfabriek een stuk grond voordelig van de hand gedaan, grenzende aan de huidige Boterstraat. Het ontwerp is van B.H. Kolenbrander.
Op donderdag 21 juli 1904 werd de eerste steen gelegd door J.G. Stöcker, zoon van de oud-president van de voorgaande fabriek. De bouwopdracht werd gegund aan G.J. Elschot voor de som van 2.642 gulden. Halverwege november van datzelfde jaar werd de nieuwe boterfabriek al in gebruik genomen.
In de eerste maanden van gebruik verwerkte de fabriek al 280.819 liter melk en genereerde inkomsten van 9.715,65 gulden.
Architectuur en belang
Het pand is van architectuurhistorisch belang als een klein fabrieksgebouw in overgangsarchitectuur. De schoorsteen is een markant kenmerk in het straatbeeld en is van betekenis in een breder gebied. De naam van de straat (“Boterstraat”) is direct afgeleid van de fabriek.
SEL Chemie in de fabriek
In 1947 begonnen Jan Willem Schepers en Johan Lammers in hetzelfde pand een bleekwaterfabriek onder de naam ‘Chemische Industrie en Produktenhandel S.E.L.’ In 1979 verhuisde de firma SEL Chemie naar bedrijventerrein ’t Broek in Aalten.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
B-83
Marten Schoemaker, schoolonderwijzer
390 m² tuin
1850
B-83
Abraham Ferdinand Schoemaker e.c.
390 m² tuin
1858
B-83
Willem Jan Schoemaker, koster
390 m² tuin
1870
B-83
Derk Willem Swijtink, bakker
390 m² tuin
1883
B-550
Jan Berend Swijtink, bakker/landbouwer
418 m² tuin
1906
B-772
de Cöoperatieve Bredevoortsche Roomboterfabriek e.c.
Oude foto van de Boterstraat in Bredevoort, met rechts de boterfabriekFragment kadastrale kaart, 1942 (perceel B-908)Nieuwe Winterswijksche Courant, 12 november 1904
Op bovenstaande foto zien we links het oude slachthuis op nummer 3. Op deze plek vonden we later het atelier van fotozaak Hubers en tegenwoordig maakt het deel uit van herenmodezaak Pepper 8.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1156 I-1157 I-1158
Cornelis Prins
76 m² huis & erf 30 m² huis 30 m² huis
1894
I-4604
Aron David van Gelder e.c., koopman
191 m² slachthuis & erf
1895
I-4650
Aron David van Gelder, koopman
190 m² slachthuis & erf
1907
I-4650
Levi Aron van Gelder, slager
190 m² slachthuis & erf
1926
I-4650
Hermanus Albers e.c., schoenmaker
190 m² slachthuis & erf
1958
I-8939
Hendrika Sara Johannes Christiaan Hubers, fotograaf
De NV Gazelle Rijwielfabriek, later Apollo en Truckbouw Aalten, fabriceerde van 1960 tot 1999 bakfietsen met en zonder motor en drie- en vierwielige motortrucks.
In 1970 verscheen Gazelle op de RAI met een kleine stadsauto, aangedreven door een tweetakt benzinemotortje. De carrosserie bestond voornamelijk uit polyester. Men kon plaatsnemen in het voertuig door de gehele voorkant naar voren te klappen. De auto was 1,90 meter lang en had een draaicirkel van 5 meter. Het stadswagenproject is echter niet verder van de grond gekomen en het prototype bleef in een hoek van de fabriek staan.
Apollo bakbrommers
Gazelle Truckbouw in Aalten werd in 1976 overgenomen door Accles & Pollock, een Engelse firma die toebehoorde aan TI. TI was enkele jaren eerder eigenaar geworden van Gazelle. Het bedrijf bouwde elektrische voertuigen voor de overheid en nutsbedrijven. Accles & Pollock zette de productie van bedrijfsvoertuigen in Aalten voort onder de merknaam Apollo. Later heette het bedrijf Truckbouw Aalten.
Truckbouw Aalten bouwde de welbekende Apollo brombakfiets of bakbrommer tot 1999. Het is het model dat Gazelle in 1969 op de markt bracht, een bakbrommer met fuseebesturing. Het meest kenmerkende aan deze bak is de vierkante (hoofd) framebuis. Het was een goede bakbrommer en de verkoop liep als een trein. In de topjaren werden er meer dan honderd per jaar gebouwd. De laatste jaren dat deze bakbrommer werd geproduceerd ging de verkoop echter sterk achteruit. Het laatste bouwjaar werden er nog maar vijf bakbrommers afgeleverd.
In augustus 2004 werd het faillisement uitgesproken van Truckbouw Aalten. De productie van de Apollo trucks en bakfietsen werd overgenomen door Matysta in Hengelo (G).
Aan de Industriestraat, direct bij het station van Aalten, stond bijna een eeuw lang een slachterij. De oorsprong ligt in het begin van de 20e eeuw, toen de gemeente ruimten begon te verhuren voor de slacht. Vanaf 1903 kreeg het slachten een meer industrieel karakter. In 1916 verrees hier een exportslachthuis van koopman B.J. Rathmer, ontworpen door gemeentearchitect Jan Brill. In 1922 kocht de gemeente het complex en werd het officieel het Gemeenteslachthuis.
In 1964 namen Bram Kropveld en André van Schipstal de slachterij van de gemeente over en sprak men van KSA (Kropveld Schipstal Aalten). Vroeger slachtte men er ook varkens. Door aangescherpte regelgeving richtte het bedrijf zich voortaan uitsluitend op kalveren. Later heette het bedrijf dan ook Kalver Slachterij Aalten.
In 1976 nam KSA een nieuwe kantoorruimte in gebruik op de plaats waar voorheen een woning stond. De eerste steen werd gelegd door het personeel van KSA. In de loop der jaren werd de productie aanzienlijk vergroot. Er kwamen koelruimtes bij voor de opslag. Rond 1990 is de expeditie geheel vernieuwd. Vanaf dat moment konden er twee vrachtwagens tegelijk laden en was de aan- en afvoer grotendeels aan het oog onttrokken.
Overnames
In 1988 kwam de slachterij in handen van de Coöperatieve Centrale Veevoederfabriek. In het jaar 1992 werd het bedrijf verkocht aan de Van Drie Group en specialiseerde men zich in het slachten van Friander of rosé-kalveren. KSA groeide in de jaren negentig uit tot een modern bedrijf met circa 65 medewerkers, met op het hoogtepunt zelfs meer dan honderd werknemers.
In april 1996 kwam de slachterij in Aalten in het wereldnieuws. Er werden 64.000 Britse kalveren gedood in opdracht van de Nederlandse regering vanwege BSE, ook wel ‘gekke koeienziekte’ genoemd.
In 2001 waren er plannen voor de realisatie van een etage bovenop de slachterij om in Aalten ook uitbenen en verdere verwerking mogelijk te maken. Maar vergunningstrajecten strandden en de MKZ-crisis met bijbehorende vervoersverboden legde het bedrijf wekenlang stil, waardoor men van de plannen afzag.
Sluiting
Om kosten te besparen besloot de Van Drie Group in 2012 om haar activiteiten te concentreren. Dit pakte nadelig uit voor KSA, want hier kon men alleen kalveren slachten; voor de verwerking moesten ze naar zusterbedrijven worden vervoerd en dat was kostbaar. Het gevolg was dat KSA op 31 december 2012 haar deuren sloot.
Na een aantal jaren werden de gebouwen gesloopt en het terrein werd, samen met dat van de voormalige houthandel Te Paske, verkocht aan de gemeente. Deze verkocht het op haar beurt weer aan de firma Beele Engineering. Beele ontwikkelde hier zijn R&D-campus “Sealing Valley”. Daarmee kreeg het voormalige slachterijterrein een nieuwe, industriële bestemming in de maakindustrie.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1918
I-4164
Bernard Johan Rathmer, koopman
4.100 m² exportslagerij, stalling, politiebarak en grasland
1925
I-6098
Gemeente Aalten
4.070 m² slachthuisplts., loods, barak en erf
1963
I-8955
Gemeente Aalten
3.954 m² abattoir, huis, schuur, loods, barak, erf, werkplaats
Door den heer Julius te Aalten werd dezer dagen een stier aangekocht van het enorme gewicht van 1920 pond. Op de foto zien wij den stier gekiekt voor het slachthuis te Aalten, omringd door het personeel (1927).Slachthuis / KSA, ca. 1965Fragment kadastrale kaart, 1918 (perceel I-4164)Fragment kadastrale kaart, 1963 (perceel I-8955)Aaltensche Courant, 22 september 1915Nieuwe Aaltensche Courant, 2 april 1920Nieuwe Aaltensche Courant, 11 april 1922KSA (“het slachthuis”) te Aalten, kort voor de sluiting
De Landbouw Aalten werd in 1898 opgericht als de Coöperatieve Landbouw Vereniging (CLV). In het jaar van de oprichting ging het de plattelandsbevolking van Aalten slecht. Door zeer zuinig te zijn en sober te leven kon men het hoofd boven water houden. Geld was er bijna niet in omloop zodat de afzet van producten als eieren, boter en varkens plaats had door ruilen tegen kruidenierswaren, veevoer (raapkoeken en lijnzaad) en kunstmest.
De heer A.P. Slicher van Bath werd de voorzitter van de in 1878 opgerichte Onderafdeling van de Gelderse Maatschappij van Landbouw. Het doel van deze vereniging was om alles te doen wat in het belang van de ontwikkeling van de landbouw gedaan kon worden.
Oprichting
Op 22 augustus 1898 werd de Coöperatieve Landbouw Vereniging (CLV) opgericht. H. Navis werd voorzitter, Joh. Obbink secretaris en E. Scheffer penningmeester. Doel was de kracht van onderlinge samenwerking van landbouwers in Aalten en buurtschappen te bevorderen. In de nabijheid van het station Aalten bouwde men vervolgens een loods. In 1900 telde de CLV reeds 123 leden.
De periode 1903-1914 kenmerkte zich door een gestage groei en een toenemende belangstelling van de boeren. Er was sprake van groei en bloei. Er ontstonden filialen in Barlo, Haart, Lintelo (’t Halt), Lintelo (Wisselink), IJzerlo en aan de Molenstraat in Aalten (Klomps). De CLV ging per 1 januari 1964 een bedrijfsmatige samenwerking aan met de Coöperatieve & Verbruiksvereniging Varsseveld in het coöperatieve productiebedrijf AaVaCo.
Fusie
Op 12 december 1967 werd een fusie opgestart met de CLV Dinxperlo-Breedenbroek en de CLV De Volharding te Dinxperlo, waarbij de CLV Varsseveld zich aansloot met ingang van 1968. Daartoe werden de statuten van AaVaCo gewijzigd, waarbij men AaVaCo omdoopte tot de coöperatieve vereniging Verenigde Landbouw Coöperaties ‘Slingeland’. G.A. De ‘Slingeland’ vestiging te Aalten bleef als rayonkantoor.
1993
Opgeblazen
In 1995 kwam er een eind aan het ‘Landbouwtijdperk’ Aalten met het opblazen van de 35 meter hoge, betonnen silo van de Landbouw. Dit gebeurde met een springlading dynamiet. Een spectaculair gebeuren, waar half Aalten voor uitliep. Omdat er woningen in de omgeving van de Landbouw stonden moest men voorzichtig zijn, anders zouden de ruiten van deze woningen sneuvelen.
Het opblazen van de silo verliep niet geheel volgens plan. Het Landbouwcomplex gaf zich niet snel gewonnen. Uiteindelijk werd het met machines gesloopt en verrees hier jaren later de nieuwbouw van Christelijk College Schaersvoorde, locatie Stationsplein.
1995
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1903
I-4948 I-4949
Coöp. Landbouw Vereeniging te Aalten
810 m² bergplaats, pakhuis, bouwland & erf 2.390 m² huis, pakhuis & erf
Aan het begin van de twintigste eeuw groeide de behoefte aan een moderne energievoorziening in Nederland. Tot dan toe waren veel huishoudens en bedrijven afhankelijk van olie- en petroleumlampen voor verlichting en van hout of steenkool voor verwarming en koken. Gasverlichting werd gezien als een grote vooruitgang.
Net als in veel andere plaatsen besloot men in Aalten daarom een gasfabriek te bouwen, waarmee huishoudens, bedrijven en straatverlichting van gas konden worden voorzien. De komst van de fabriek betekende een belangrijke stap in de modernisering van de lokale infrastructuur, maar bracht ook de nodige uitdagingen met zich mee.
Het productieproces
In 1905 werd besloten tot de bouw van een ‘steenkolen-gasfabriek’ in Aalten. Twee jaar later, in 1907, werd deze in gebruik genomen. De fabriek produceerde gas door middel van droge destillatie van steenkool. Dit proces hield in dat steenkool werd verhit in afwezigheid van zuurstof, waardoor gas vrijkwam dat kon worden opgevangen voor distributie.
Het ruwe gas bevatte diverse onzuiverheden, zoals teer, ammoniak en zwavelverbindingen. Deze werden verwijderd via condensatie en chemische zuivering. Het gezuiverde gas werd vervolgens opgeslagen in een grote gashouder en via een netwerk van ondergrondse leidingen naar woningen en bedrijven geleid, waar het werd gebruikt voor verlichting, koken en verwarming.
Aanleg van het gasnet
De aanleg van het gasnet bracht echter de nodige overlast met zich mee. Voor de plaatsing van de leidingen moesten de straten regelmatig worden opengebroken, wat leidde tot veel klachten van inwoners.
Tot eind 1908 klaagde men over de slechte toestand van de wegen en het ongemak dat de werkzaamheden veroorzaakten. Toch werd het gebruik van gas al snel steeds populairder, en groeide de gasfabriek uit tot een belangrijke voorziening binnen de gemeente.
In 1919 nam de gemeente Aalten de gasfabriek over voor een bedrag van ƒ 115.000, plus ƒ 29.602,87 voor de infrastructuur, zoals leidingen en gasmeters.
Gaspenningen
Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw hadden sommige huishoudens een gasmeter die werkte met speciale gasmuntjes. Dit systeem, bedoeld om betalingsachterstanden te voorkomen, werd ook in Winterswijk gebruikt. De Aaltense gaspenning was een zinken muntje met een waarde van 10 cent. Was het gas op, dan moest men weer een nieuw muntje in de meter stoppen.
Met de komst van de geiser raakte dit systeem in onbruik. De waakvlam van deze apparaten moest continu branden, en dat was niet toegestaan in combinatie met een muntmeter. Rond 1955-1958 verdwenen de gaspenningen volledig, mede door de invoering van het landelijke aardgasnet.
Het einde van de gasfabriek
De ontdekking van de aardgasbel in Slochteren betekende het einde van de lokale gasfabrieken, waaronder die in Aalten. Het gebouw kreeg daarna verschillende tijdelijke functies, zoals een technische school en later een meubelfabriek (Fa. Hervo), tot het pand in 1964 door brand werd verwoest.
Na de sluiting bleek de bodem ernstig vervuild met gevaarlijke stoffen zoals zwavel en cyanide. De sanering van het terrein werd pas tientallen jaren later, in 2009, volledig afgerond.
Gasfabriek Aalten met in het midden de gashouder, ca. 1920Fragment kadastrale kaart, 1908Het Vaderland, 16 augustus 1904Aaltensche Courant, 19 december 1906 (Ormelstraat 382a)Zutphensche Courant, 26 juni 1907Nieuwe Winterswijksche Courant, 7 augustus 1964
Van Katwijk’s Papier en Cartonverwerkende Industrieën N.V., kortweg ‘Spinkat’, in de volksmond ook wel ‘Van Katwijk’ genoemd, was een spinhulzenfabriek aan de Damstraat in Aalten. De fabriek, gevestigd in de voormalige kammenfabriek van Ten Dam & Manschot, werd op zaterdag 22 november 1947 officieel geopend.
De Aaltensche Courant publiceerde op 24 januari 1947 een interview met de directeur:
Er is hard gewerkt de laatste maanden in de oude kammenfabriek aan de Damstraat. En er wordt nóg hard gewerkt om de fabriek bedrijfsklaar te maken en zoo spoedig mogelijk met de productie te kunnen beginnen.
De fabriek
Dezer dagen hadden wij het genoegen om onder leiding van den directeur, den heer Van Katwijk, een rondgang te maken door de fabriek om de aangebrachte veranderingen te bezichtigen. Het inwendige van de fabriek is geheel gemoderniseerd en aangepast aan de specifieke eischen, welke het bedrijf stelt. In de groote, ruime shed-bouw was men bezig met het opstellen van de machines, terwijl ook aan het ketelhuis en de magazijnen druk gewerkt werd. Ook aan de hygiënische eischen wordt in deze fabriek groote zorg besteed. Een flink waschlokaal met stroomend water en W.C.’s is reeds gereed gekomen, terwijl gezorgd is voor een behoorlijk schaftlokaal, waarin tevens een keuken gebouwd wordt. Een complete smederij is reeds in bedrijf, en daarachter ligt de machinekamer, waar een zware Dieselmotor voor de benoodigde stroom zal gaan zorgen.
De fabricage
In het modern ingerichte kantoor hadden we nog gelegenheid om eens even rustig met den heer Van Katwijk te praten over zijn bedrijf. De hulzenfabriek van Van Katwijk’s Papier- en Cartonverwerkende Industrieën N.V. is een van de weinige fabrieken, die zich zal gaan bezig houden met de vervaardiging van papieren hulzen. “Onze fabriek”, zoo vertelde de heer Van Katwijk, “is opgezet met het doel een all-round papieren hulzenbedrijf te hebben, dat volledig aan de wenschen en behoeften van alle spinnerijen, weverijen, kammerijen, ververijen en bleekerijen, sigaren-, pharmaceutische papierverwerkende industrieën zal kunnen voldoen.
Als we straks in vol bedrijf zullen gaan werken, zullen we de geheele Nederlandsche industrie in haar behoefte aan papieren hulzen kunnen voorzien. In heel veel industrieën werden papieren hulzen gebruikt, welke voornamelijk uit het buitenland betrokken worden. Dit zal over eenigen tijd niet meer noodig zijn, daar wij dan de hulzen zullen kunnen leveren, die onze industrie noodig heeft. Dit is van belang voor onze deviezenpositie.”
In de fabriek hadden wij al enkele hulzen bekeken, en daarom informeerden wij naar de verschillende soorten, welke gefabriceerd worden. “De katoen-, kunstzijde, wol-, jute-, linnen- en kunstvezel-spinnerijen stellen alle hun bijzondere eischen aan de spinhulzen, waar de garens op gewonden worden”, deelde de heer Van Katwijk mede. Zoo zullen door ons een 700 verschillende soorten gefabriceerd worden. Sommige worden maar één keer gebruikt, andere zijn bestemd voor meermalig gebruik. Ook zullen wij ons gaan toeleggen op de vervaardiging van alle technische rond-cartonnages. Het zou voor ons voordeeliger zijn om direct voor de export te gaan werken, daar de prijzen in het buitenland erg aantrekkelijk zijn. Wij hebben echter het standpunt ingenomen dat onze eigen industrie de voorrang moet hebben, ook al met het oog op de textielpositie in ons land.”
Voldoende werkkrachten
“Hoe staat het met de werkkrachten”, informeerden we. “Dat zal ons weinig moeilijkheden geven”, vertelde de heer Van Katwijk. “We hebben veel aanvragen binnen gekregen om op onze fabriek te kunnen gaan werken. De kernploeg hebben we zelf meegenomen, en daar de machines in serie afgeleverd worden, kunnen er telkens arbeiders aangenomen worden, om opgeleid te worden. Zoo langzamerhand komt dan de geheele fabriek in bedrijf. We hebben zelfs plannen om in continue te gaan werken, daar de behoefte aan onze artikelen zeer groot is”, besloot de heer Van Katwijk zijn mededeelingen.
Zoo zal binnenkort deze eerste nieuwe industrie in Aalten haar poorten openen en het bedrijf in werking stellen. Een bedrijf, dat naar het zich laat aanzien groote toekomstmogelijkheden in zich bergt. Dank zij de groote voortvarendheid van Aalten’s gemeentebestuur heeft Aalten een industrie gekregen, welke straks aan verscheidene handen werk zal verschaffen.
Naar ons bij informatie medegedeeld werd is men ook optimistisch gestemd ten aanzien van de vroegere beschuitfabriek. Ook deze fabriek zal binnenkort een bestemming krijgen, waarbij men de voorkeur geeft aan een lichte metaalindustrie.
In 1956 nam Van Katwijk de Hummelose fabriek van eiersorteermachines ‘Libra’ over. Dit werd de onderneming ‘Staalkat’. De firma Van Katwijk kwam in 1967 in handen van de Engelse onderneming TPT. Door het afwijkende karakter van de Staalkat zag de directie van TPT uit naar een andere partner voor dit nevenbedrijf. In 1972 nam Thyssen-Bornemisza de Staalkat over. Het bedrijf had in 1970 al een eigen onderkomen gevonden in de leeggekomen textielfabriek van HDZ aan de Hofstraat. Staalkat zou later verhuizen naar de Ambachtstraat op het industrieterrein. Tegenwoordig is het onderdeel van de Sanovo Technology Group.
Video-opnamen
In het jaar 1991 maakte FilmAalten video-opnamen in het oude fabriekspand van Sonoco aan de Damstraat, voordat men verhuisde naar de Vierde Broekdijk op het industrieterrein. De bedrijvigheid en het productieproces werden uitvoerig in beeld gebrachten veel werknemers kwamen aan het woord. Sonoco Aalten werd in 2009 gesloten.
In Aalten was het vroeger gebruikelijk dat veehouders zelf boter karnden en deze aan de plaatselijke winkeliers verkochten. Dit veranderde in 1896 met de oprichting van de Aaltense Coöperatieve Zuivelfabriek (ACZ), beter bekend als de Boterfabriek, op initiatief van de heer Slicher van Bath. Dit bracht een enorme werkbesparing voor de landbouwers, waardoor zij zich intensiever op andere taken konden richten. Bovendien verbeterde de kwaliteit van de boter aanzienlijk.
De eerste vergadering om de mogelijkheden tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek te onderzoeken vond plaats op 27 december 1895. Dit gebeurde op initiatief van de heer A.P. Slicher van Bath, voorzitter van de afdeling Aalten van de Gelders-Overijsselse Maatschappij van Landbouw. Al snel werd besloten een coöperatie op te richten, waarin uit elke buurtschap van Aalten twee leden zitting hadden.
Men ging voortvarend te werk. Bij akte van 21 februari 1896 werd de coöperatie officieel opgericht bij de toenmalige notaris van Aalten, de heer P. Losecaat Vermeer. Slicher van Bath werd benoemd tot voorzitter. De overige bestuursleden waren W.F. te Bokkel, H.W. Westendorp, C. Tolkamp, H. Lammers, W. Rosier, E. Scheffer, W. Lammers, Joh. Obbink, R. van der Wint, J.W. Klein Poelhuis en G.J. Hoftijzer.
Bouw en uitbreidingen
Een tuin op de Kemena werd gekocht van de heer Arentzen en de bouw van het fabrieksgebouw werd aanbesteed. Samen met de machines bedroeg de investering 18.000 gulden. Dit geld werd verkregen door de uitgifte van obligaties en het plaatsen van aandelen à tien gulden. In de zomer van 1896 kwam het gebouw tot stand. De eerste directeur werd R. de Jong, die deze functie echter slechts anderhalf jaar vervulde. Hij werd opgevolgd door G. de Vries.
Op 21 september 1896 werd de eerste melk ontvangen. In de eerste weken werd er tussen de 2600 en 2800 liter melk geleverd. Aanvankelijk werd de geproduceerde boter voornamelijk naar Engeland verkocht. In de loop der jaren bleef de hoeveelheid aangeleverde melk toenemen, waardoor de fabriek regelmatig moest uitbreiden.
Diefstal
In de nacht van 6 op 7 mei 1920 werd uit een brandkast in het kantoor van directeur De Vries een geldbedrag van ruim 14.000 gulden gestolen. Na maandenlang onderzoek door Justitie en Marechaussee in deze geruchtmakende zaak, leidde een heuse undercoveroperatie uiteindelijk tot de arrestatie en veroordeling van de twee daders.
In 1936 werd uitgebreid stilgestaan bij het 40-jarig bestaan. Bekend werd de zuivelfabriek door de kaasmakerij. In 1976 werd het bedrijf gesloten.
Supermarkt
Lambertus Kip had een kleine ELKA supermarkt aan de Hogestraat. De naam ELKA was afkomstig van de initialen van de oprichter (L.K.). Kip wilde zijn imperium drastisch uitbreiden en kocht de oude zuivelfabriek voor ruim 1 miljoen gulden. Hij bouwde het pand om tot een Elka Giganta supermarkt.
Deze supermarkt werd op 7 september 1978 geopend. Iedere inwoner kreeg een pentekening van de oude Roomboterfabriek. Door de wijze van leidinggeven en de gedwongen winkelnering die men aan de werknemers wilde opleggen kwam het in 1980 in de Aaltense vestiging tot een bedrijfsbezetting door de Dienstenbond FNV.
Door deze kwestie werd het bedrijf beschadigd en verkocht aan Albeda Jelgersma van groothandel Unigro. Er vestigde zich een Almarkt, later werd het Super Hendriks en tenslotte Super de Boer. Na de overname door Jumbo werden de gebouwen van de voormalige zuivelfabriek in 2012 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw voor de supermarkten Jumbo en Aldi.
Briefhoofd ‘Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Aalten’, 1910Zuivelfabriek Aalten, tegeltableau ca. 1915‘Aaltensche Coöp. Zuivelfabriek’Sticker die op de kazen werd geplakt voordat ze de Aaltense zuivelfabriek verlieten voor de verkoop of export (foto: Hans Schutte)Nieuwe Winterswijksche Courant, 25 augustus 1976
Beheer toestemming
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.