Menu Sluiten

Borstelfabriek Lurvink

’t Dal 6, Aalten (herbestemd)

Borstelfabriek Lurvink, 't Dal, Aalten

Borstelfabriek Lurvink is een familiebedrijf in Aalten met een geschiedenis die zeker twee eeuwen teruggaat. Uit archieven blijkt namelijk dat er al vanaf het begin van de 19e eeuw allerhande soorten borstels werden gemaakt.

Het begin

Jan Lurvink (1747-1823), een Aaltense kleermaker, had samen met zijn vrouw, Willemina Wenderink (1763-1832) tien kinderen. Uit verschillende officiële aktes van de burgerlijke stand en notarissen blijkt dat vijf van hun zoons kiezen voor het beroep borstelmaker. De eerste officiële documentatie vinden we op de huwelijksakte van Arnoldus Lurvink (1789-1876) en Johanna Geertruid Feldkamp. Zij trouwden in 1813. Op hun huwelijksakte staat bij Arnoldus aangegeven dat hij van beroep borstelmaker is. In 1820 trouwt zijn jongere broer Frederikus Reinirus Lurvink (1793-1842) met Maria Wilhelmina Joanna Balster. Ook Frederikus blijkt zich volgens de huwelijksakte te hebben toegelegd op het maken van borstels.

In 1823 overleed Jan Lurvink (1747-1823). Van de tien kinderen die hij met Willemina Wenderink heeft wonen op dat moment nog drie zoons thuis. Gerhardus Lurvink (1796), Bernardus Lurvink (1799) en Henricus Bernardus Lurvink (1805). Alle drie deze zoons kozen ook voor het beroep van borstelmaker. Wanneer zij exact gestart zijn is niet duidelijk maar vermoedelijk nog voor het overlijden van hun vader, want vlak voor het overlijden van Jan Lurvink verkopen hij en zijn vrouw Willemina hun huis aan hun zoon Gerhardus Lurvink. Dit gebeurt in mei 1823. In de aanwezige notariële verkoopakte staat hun zoon Gerhardus Lurvink (1796) benoemd als zijnde borstelmaker. Ook op de trouwakte uit 1828 van Gerhardus Lurvink en zijn vrouw Joanna Oostendorp staat Gerhardus als borstelmaker vermeld.

Bevolkingsregister

1823 is ook het jaar dat Aalten begint met de aanleg van een bevolkingsregister. Volgens het register wonen de weduwe Willemina en haar drie zoons op ‘Aalten 136’ als eerste hoofdbewoners. Het is wel aannemelijk dat het register is opgesteld ná het overlijden van Jan Lurvink, aangezien zijn vrouw als hoofdbewoner en weduwe staat ingeschreven. De drie zoons, Gerhardus, Bernardus en Henricus Bernardus staan alle drie ingeschreven als borstelmakers.

Gerhardus Lurvink (1796) stopte als eerste broer met het maken van borstels. Zijn borstelbedrijf doet hij in 1836 over naar zijn broer Bernardus Lurvink (1799). Bernardus Lurvink (1799) trouwt in datzelfde jaar met Hendrika Scheerder (1801). Zij krijgen samen geen kinderen. Op de trouwakte van 10 februari 1836 staan broers van Bernardus Lurvink (1799) met name genoemd. Henricus Bernardus, Arnoldus en Gerhardus Lurvink zijn getuigen op de bruiloft van hun broer Bernardus. Ook volgens deze akte zijn al deze broers borstelmaker van beroep. Bernardus en Hendrika schrijven zich tussen 1860 en 1870 in aan de Landstraat 100 te Aalten.

In 1843 krijgt de jongste broer Henricus Bernardus Lurvink (1805) een zoon die hij eveneens Bernardus noemt. Op de geboorteakte van zijn zoon staat de vader vermeld als ‘borstelmaker’. Bernardus Lurvink (1799) neemt zijn neef Bernardus Lurvink (1843) in huis. Rond 1862 neemt Bernardus (1799) zijn neef in dienst. Dit blijkt ook uit het bevolkingsregister van Aalten. Bernardus Lurvink (1799) staat in het register te boek als borstelmaker. Zijn neef Bernardus (1843) staat in het bevolkingsregister op dit adres ingeschreven als ‘Borstelmaker leerling’. Aannemelijk is dat Bernardus (1843) op dat moment in de leer is bij zijn oom.

Kasboek

Het oudste kasboek van de fabriek in de archieven van familie Lurvink dateert uit 1851 en loopt tot 1856. In het kasboek zijn alle bestellingen van klanten omschreven.

De kadastrale geschiedenis van borstelfabriek begint in dienstjaar 1862. Op de splitsing van de Willemstraat/Hogestraat te Aalten wordt de borstelfabriek gevestigd. Het ‘huis en erf’ werd in 1861 door Bernardus Lurvink (1799) op een veiling gekocht voor 960 gulden.

Bernardus Lurvink (1799) benoemt zijn neef Bernardus Lurvink (1843) tot zijn erfgenaam. In zijn testament schrijft hij dat zijn neef bij hem werkzaam is als borstelmaker.

Het oudste kasboek van de fabriek, voorzien van stempel ‘B. Lurvink Borstelfabrikant Aalten’ dateert uit 1866 en loopt tot 1868. In het kasboek zijn alle bestellingen van klanten omschreven.

1876 doet Bernardus Lurvink (1799) de zaak over aan zijn neef. Vanaf dan is Bernardus Lurvink (1843) de eigenaar van de Borstelfabriek. Bernardus Lurvink (1843) krijgt met zijn vrouw Johanna Wilhelmina Berendsen meerdere kinderen. In 1880 krijgt hij een zoon, Martinus Johannes Joseph Lurvink (1880). Op de geboorteakte van zijn zoon staat Bernardus Lurvink (1843) omschreven als ‘Borstelmaker’.

In het bevolkingsregister van Aalten is ook het gezin van Bernardus (1843) opgenomen. Bij het gezin van Bernardus staat hij ingeschreven als zijnde “borstelmaker baas”. Bij twee van zijn zoons, Martinus Johannes Joseph Lurvink (1880) en Wilhelmus Gerhardus Johannes Lurvink (1886) staat eveneens ‘borstelmaker’. Uit het register valt op te maken dat ze in dienst zijn bij hun vader door de toevoeging “bij 1”.

Inschrijving KvK

Volgens een gewaarmerkt uittreksel van de Kamer van Koophandel is de officiële inschrijfdatum van de onderneming 18 november 1897.

Wanneer zijn zoon Martinus Johannes Joseph Lurvink (1880) precies in de zaak kwam is niet bekend. Op een wisselbrief met logo van de fabriek uit 1905 blijkt dat de fabriek op dat moment bekend is onder de naam ‘B. Lurvink en zonen’. Op een betaalbewijs uit 1911 staat eveneens ‘B. Lurvink en zonen’ vermeld. Een briefkaart uit 1913 is het laatste gedateerde stuk uit het huidige archief waaruit blijkt dat de fabriek nog altijd zo heette.

Het is niet duidelijk wanneer Martinus Lurvink (1880) precies de fabriek van zijn vader Bernardus Lurvink (1843) overneemt. Bernardus Lurvink (1843) overlijdt in 1917. Op een orderbevestiging uit 1926 blijkt dat de naam van de fabriek is veranderd in ‘M.J.J. Lurvink – Machinale Borstelmakerij’ te Aalten. Tussen 1913 en 1926 heeft Martinus Lurvink (1880) het bedrijf van zijn vader overgenomen en hernoemd naar zichzelf.

Martinus Lurvink (1880) richt ‘Vennootschap onder firma M.J.J. Lurvink’ op. Op 2 januari 1961 komt de dan 15-jarige Martinus Johannes Joseph Lurvink (1945) in dienst van de fabriek. Hij is de kleinzoon van Martinus Lurvink (1880) en zoon van Gerhardus Johannes Bernardus Lurvink (1913).

Verhuizing

Fa. M.J.J. Lurvink verstuurt in 1972 een adreswijziging met de mededeling dat het complex van de Hogestraat/Willemstraat, welke in 1862 door Bernardus Lurvink (1799) was aangekocht, verhuist naar de 2e Broekdijk te Aalten.

In 1975 wordt de Besloten Vennootschap “Borstelfabriek M.J.J. Lurvink B.V. opgericht.” Onder andere de zoon en kleinzoon van Martinus Lurvink (1880), Gerhardus Johannes Bernardus Lurvink (1913) en Martinus Johannes Joseph Lurvink (1945) zijn bij de oprichting als komparant genoemd.

Op 3 juli 1987 wordt Martinus Lurvink (1945) benoemd tot directeur. Zijn zoon, Martinus Johannes Gerhardus Lurvink (1984), is de laatste generatie uit de stamboom van de familie Lurvink die in 2010 als eigenaar tot de fabriek is toegetreden.

Bron: luva.nl

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Let op: je reactie wordt openbaar getoond. Vragen, aanvullingen en/of correcties proberen wij zo spoedig mogelijk te verwerken. Daarna worden ze verwijderd, om ‘vervuiling’ te voorkomen. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen